|
|
Natuurverbinding
Albertkanaal
Omschrijving Het
Albertkanaal op het grondgebied van de gemeenten Bilzen, Lanaken en Riemst vormt
een open ruimte verbinding tussen het Landschapspark Hoge Kempen in het noorden
en de Sint-Pietersberg in het zuiden. Tegelijkertijd vormt het gedeelte van het
Albertkanaal vanaf Kanne tot aan de de Kanaalkom van Briegden en dan verder de
Verbindingsvaart Briegden-Neerharen een verbinding tussen de (Waalse) Maas en de
Jekervallei met de Grensmaas. Ruimtelijke
Structuurplan Provincie Limburg
Ruimtelijke
Structuurplan Provincie Limburg. Hasselt 2003. Zie Hoofdstuk IV.1. Natuurlijke
structuur. p. 174 vv. Voor de bijbehorende kaart, zie deel Kaarten, p.66, kaart
58 Natuurverbindingen en ecologische infrastructuur van bovenlokaal niveau.
De
Provincie Limburg verwoordt het ruimtelijk concept in haar Ruimtelijk
Structuurplan als volgt: De
gewenste natuurlijke structuur, inclusief de bosstructuur, wordt in Limburg
gedragen door de uitgestrekte bos- en heidegordel op het Kempens Plateau, door
grote natuurgebieden aan de randen van de provincie (…), door de Maasvallei,
door de grote beek-valleien, door het Midden-Limburgs Vijvergebied en door de
Demerdepressie. Beekvalleien en droge natuurverbindingen integreren die gebieden
in een grensoverschrijdend netwerk. De provincie wenst dat verbindend en
bufferend netwerk te versterken. Daarvoor richt zij zich op natuurverbindingen
en op gebieden met ecologische infrastructuur van bovenlokaal niveau.
Op
Vlaams niveau werd de grote bos- en heidegordel op het Kempens Plateau aangeduid
als een groot aaneengesloten natuurcomplex, waar de natuurfunctie domineert met
een aaneengesloten oppervlakte van minstens enkele duizenden ha. Ook van Vlaams
niveau zijn de valleien van Maas en Jeker. Tussen
de elementen van Vlaams niveau liggen in de gewenste natuurlijke structuur droge
en natte verbindingen. Die verbindingen zijn essentieel om een samenhangend,
duurzaam ecologisch netwerk te vormen. De
Provincie stelde een lijst op van 9 groepen van verbindingen (aangeduid met
Romeinse cijfers) noodzakelijk om een samenhangend netwerk te bekomen. Een
eerste categorie daarbij vormen de verbindingen die noodzakelijk zijn om de rol
van Limburg als euregionale en Vlaamse natuurlijke toegangspoort te behouden.
Dit zijn de verbindingen die de Limburgse natuurlijke structuur tot over de
provinciegrenzen heen ontsnipperen, waartoe ook delen van de kanalen behoren.
Groep II is de verbinding tussen het Park Hoge Kempen, Haspengouw en het
Drielandenpark, Wallonië, vooral langs het Albertkanaal en de Jekervallei. Onder
volgnummer 21 catalogeert het Ruimtelijke Structuurplan de open
ruimte verbinding langs het Albertkanaal in Bilzen, Lanaken en Riemst
voor zover niet opgenomen als natuurverwevingsgebied op Vlaams Ecologisch
Netwerk. Bijzondere
aandacht hecht het Ruimtelijk Structuurplan ook aan reliëfelementen, zij
benadrukken overgangen en begrenzingen en zijn rijk aan ecologische gradiënten.
De Provincie kiest ervoor om ze maximaal te vrijwaren van bebouwing. De twee
reliëfelementen die van provinciaal niveau verklaard werden, zijn de steilrand
van het Kempens Plateau (denk concreet aan de meest zuidelijke punt in Gellik)
en de grensoverschrijdende heuvels Sint-Pietersberg en het Plateau
van Caestert Natuurverbinding
21 verbindt juist de twee belangrijkste reliëfelementen van de Provincie. Daarnaast
selecteerde de Provincie in haar Ruimtelijk Structuurplan ook een zevental
gebieden met ecologische infrastructuur van bovenlokaal niveau: nr.
3: Komveld langs het Albertkanaal in Gellik (Lanaken)
met voor Vlaanderen uitzonderlijke mycologische waarden en schrale graslanden; nr.
5: Zichen-Zussen-Bolder (Riemst), belangrijk voor vleermuizen (rekening houden
met vliegroutes langs opgaande vegetatie, doorheen holle wegen, enz.
[kanaaltaluds], dassengebied. Beide
geciteerde gebieden met ecologische infrastructuur van bovenlokaal niveau
sluiten naadloos aan bij Natuurverbinding 21. Het Structuurplan geeft gebiedsgericht ook al ontwikkelingsperspectieven: Grensoverschrijdend overleg is nodig om de gehele Maas- en Jekervallei ook in Nederlands Limburg en in Wallonië beter te integreren in het ecologisch netwerk, waarbij de Sint-Pietersberg een belangrijke stapsteen vormt. Het Albertkanaal heeft daarbij een cruciale verbindende functie, onder andere via te versterken kalkgraslanden (Natuurverbinding 21).
Ontwerp
Milieubeleidsplan Provincie Limburg 2004-2008
Ontwerp
Milieubeleidsplan Provincie Limburg 2004-2008. Hasselt 2003. Project 2.
Planning en ontwikkeling van natuurverbindingsgebieden vindt u vanaf p.27. Zoals
hierboven aangehaald zijn in het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Limburg 80
zoekzones voor natuurverbindingen opgenomen. Onder nummer 21 werd de open ruimte
langs het Albertkanaal in Bilzen, Lanaken en Riemst geselecteerd. Van
rechtswege heeft de provincie de opdracht verbindingsgebieden te ontwikkelen.
Dat houdt in dat een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) en een natuurrichtplan
wordt opgesteld. In het RUP worden de functies en ruimtelijke bestemmingen tot
op perceelsniveau vastgelegd, samen met eventuele maatregelen uit de wetgeving
in verband met de ruimtelijke ordening? Een
natuurrichtplan omschrijft de huidige toestand van de natuur binnen het
betreffende gebied. Daarnaast wordt een toekomstvisie geformuleerd over de
gewenste toestand. Dit gebeurt in overleg met iedereen die door de aanduiding
van het natuurverbindingsgebied betrokken partij wordt (eigenaars, verenigingen,
overheden, …). Tot slot is er aan de natuurrichtplannen ook een pakket van
stimulerende maatregelen (bv. subsidies) verbonden om die visie vorm te (doen)
krijgen. In
het Ontwerp Milieubeleidsplan Provincie Limburg 2004-2008 heeft de Provincie
zich voorgenomen om in de projectperiode tot 2008 ten minste tien van deze
natuurverbindingen effectief te realiseren. In
2004 wordt inhoudelijk en organisatorisch goed voorbereid van start gegaan met
de eerste concrete afbakeningen van natuurverbindingen. Drielandenpark Het
Ruimtelijk Structuurplan gaf al aan dat grensoverschrijdend overleg nodig is
voor een betere integratie van het ecologisch netwerk. Dat zou kunnen gebeuren
in het kader van het Project Drielandenpark. Na de afsluiting van fase 1 met de
voorstelling van het 'Ontwikkelingsperspectief Drielandenpark' zal fase 2
starten met het identificeren van thema's en gebieden voor nadere uitwerking. Bij
de gebiedsuitwerkingen werd de Zone Lanaken-Pietersberg-'s-Gravenvoeren
voorgesteld waarvoor een gedetailleerd projectvoorstel zal worden gemaakt,
waarin de benodigde expertise, menskracht (tijd) en middelen zullen worden
vastgelegd (behandeld
in: Concept Ontwikkelingsperspectief Drielandenpark (RO-GC/OOST/GP (2002) 3),
Bijlage 2 Prioritaire thema- en gebiedsuitwerkingen). Zone
Lanaken-Pietersberg-'s-Gravenvoeren
Het
gebied loopt vanaf de zuidrand van het Kempisch Plateau, via de brede taluds aan
weerszijden van het Albertkanaal, het St.-Pietersbergcomplew met Jekerdal en de
mondingen van de Voer en de Berwijn richting Ardennen. In
het gebied spelen de volgende zaken: -herinrichting
t.b.v. ecologische corridor (incl. oversteekvoorzieningen) -herinrichting
t.b.v. herstel karakteristieke biotopen en uitbreiding bestaande natuur -vormgeving
stadsranden en "groen in en om de stad" -ontwikkeling
thematische routes -tegengaan
diffuse verstedelijking (instellen groene bufferzone) -uitbouw
grotten-toerisme, rekening houdend met de ecologische draagkracht -soortenbescherming
(o.a. das, hamster, vleermuizen,…) Partners:
Vlaanderen, Wallonië, Nederland. Vlaams
Ecologisch Netwerk (fase 1) In
het Vlaams Ecologisch Netwerk, fase 1 werden volgende delen van de kanaaltaluds
opgenomen: -
Tussen grens met Wallonië (Kanne) tot brug Vroenhoven: beide zijden van
Albertkanaal; -
tussen brug Vroenhoven en brug Veldwezelt: niet in eerste fase VEN; -
vanaf brug Velwezelt in noordelijke richting (Eigenbilzen): westelijke,
respectievelijk zuidelijke talud. Europese
Habitat-Richtlijn
De
kanaaltaluds vallen onder de bescherming de Habitat-richtlijn, gebied Overgang
Kempen-Haspengouw (gebiedscode BE2200042). Inventarisatie
Aeolus
Bureau Aeolus is druk doende met de inventarisatie van flora en fauna van de taluds van het Albertkanaal van Kanne tot Eigenbilzen. Aan de hand daarvan kunnen keuzes gemaakt worden voor toekomstig beheer.
|