Grensschap

Albertkanaal             

Grenzschaft – Fronté - Frounty

Start Omhoog Landbouw Oorlog Politiek

1568: Oranje en Alva 1632: Frederik Hendrik 1673: Lodewijk XIV 1703: Marlborough 1747: Lafelt WO II

Krijgsverrichtingen in het Grensschap

Wie het Grensschap nu weids en rustig ziet liggen vermoedt niet, dat er vele malen hele vestingwerken zijn verrezen, dat er zich massale troepenbewegingen hebben voorgedaan en dat de boerenbevolking veel van het oorlogsgeweld te leiden heeft gehad. Door de nabijheid van de strategisch vitale vesting Maastricht speelde het gebied tussen 1500 en 1800 vele malen een grote rol bij belegeringen van de vesting. Belegeraars sloegen er hun kamp op om de stad vanaf de terrassen te beschieten terwijl soms ook verdedigers van het reliëf gebruik maakten om de aanvallers tegen te houden. Zo verdedigde de hertog van Alva zich er in 1568 tegen Willem van Oranje in 1568. Bij de belegering van 1673 door Lodewijk XIV sneuvelde hier zijn trouwe musketier D’Artagnan. 

Van al deze belegeringen zijn fraaie kaarten vervaardigd, vooral omdat dat leerzaam was voor de militairen. Deze kaarten geven een goed - hoewel in details niet altijd even betrouwbaar - beeld van de situatie in het Grensschap in het verleden. Door er op te klikken kunt U ze vergroten. Ook de vergroting is soms weer te vergroten.

De inval van Willem van Oranje in 1568
In 1568 begon de Nederlandse opstand onder leiding van Willem van Oranje. Zijn zoons vielen vanuit het Noorden de Nederlanden binnen terwijl hijzelf de Maasstreek voor zijn rekenming nam. Het hoogtepunt van deze veldtocht was de onverwachte oversteek bij Stokkem waardoor de prins Maastricht bedreigde, waar Alva in de nabijheid gelegerd lag. Bij het naderen van de troepen van Willem van Oranje verschanste Alva zich op de Caberg en later op de Dousberg. De prins zag er toen vanaf slag te leveren. 

 

Het beleg van Maastricht door Parma in 1579
Dit is de meest dramatische belegering uit de geschiedenis van Maastricht geweest. De stad wilde zich niet overgeven en werd na de inname naar geldend gebruik meedogenloos geplunderd. Sommige historici hebben wel gemeend dat er tot 40.000 Maastrichtenaren omkwamen na de inname op 26 juni 1579. Dat is overdreven - er kwamen zo'n 1000 burgers en 960 soldaten om (Ubachs, Maastrichtse Mythen, 43). Deze gebeurtenis was desondanks zo traumatisch dat nog eeuwen later het stadsbestuur er bij de militaire leiding er telkens weer op aandrong de stad toch vooral op tijd over te geven.

 

De belegering door Frederik Hendrik in 1632
De belegering van Maastricht door Frederik Hendrik in 1632. Door deze succesvolle belegering kwam Maastricht bij de protestantse Republiek.  Maastricht werd met een tijdelijke vesting omringd, waarbij de belegeraar gebruik maakte van het reliëf. Frederik Hendrik had zijn hoofdkwartier op de Dousberg. Duidelijk te zien zijn de grote Zouw (Soo) en kleine Zouw en de buurtschap Kouwenberg (Oud-Caberg). De tekenaar nam beide stromen zeer serieus als waterloop. Wel liet hij beiden veel te vroeg samenkomen - ruim voor Kouwenbergh.

De belegering door Lodewijk XIV in 1673
In 1672 werd de Republiek - die tot dan de hegemonie in Europa bezat - van vier kanten aangevallen. Uit het zuiden kwamen de Fransen. Van die kant was Maastricht de sleutel tot de Nederlanden. Deze succesvolle belegering was één de grote triomfen van Lodewijk XIV die dat dan ook uitgebreid heeft laten documenteren. De vorst zelf had zijn hoofdkwartier bij Wolder ingericht en nam vandaar waar hoe zijn troepen door nieuwe en revolutionaire belegeringstechnbieken de stad in korte tijd innamen. Bij dit beleg sneuvelde de beroemde musketier D'Artagnan.

De Spaanse Successie-oorlog: 1703
De machtigste vorst van Europa, lodewijk XIV, claimde in 1701 ook nog de Spaanse troon. Alle andere grote mogendheden onder leiding van de Republiek en Engeland poogden dat te voorkomen. De Engelse aanvoerder, de hertog van Marlborough, sloeg het beleg voor Bonn. Franse troepen onder Villeroy trokken richting Luik en Maastricht. Vlak voor Maastricht stelden de troepen zich tegenover elkaar op: de geallieerden onder Hendrik van Nassau-Ouwerkerk bij Oud-Caberg, de Fransen bij de Dousberg en Veldwezelt. De Fransen durfden het echter niet op een treffen te laten aankomen.

 

De slag bij Lafelt in 1747
Deze veldslag vond plaats in het kader van de Oostenrijkse successieoorlog toen de Republiek, Engeland, Oostenrijk en Rusland tegen Frankrijk, Pruisen, Spanje en Beieren vochten. Na de Franse overwinning bij Fontenay in 1745 waren de gehele Zuidelijke Nederlanden in Franse handen gevallen en die wilden toen ook het bruggehoofd Maastricht. De Fransen streden onder Maurits van Saksen, de Geallieerde troepen onder de hertog van Cumberland en de graaf van Waldeck. De Franse koning Lodewijk XV had zijn hoofdkwartier in Herderen. De Fransen wonnen in de bloedigste veldslag uit de geschiedenis van Belgisch Limburg (10.791 gesneuvelde Fransen, 6707 gedode geallieerden en 3112 dode paarden) maar wisten hun voordeel niet uit te buiten. Vlijtingen, Lafelt en Ellicht werden volledig verwoest. De financiële compensatie was geheel ontoereikend.

 

Het beleg van Maastricht door Maurits van Saksen in 1748

De Franse Revolutie: eerste aanval 1793
De Franse Revolutie: het beleg van 1794
De Belgische Opstand van 1830
 

 

De Eerste Wereldoorlog
 

 

De Tweede Wereldoorlog: 1940
Het Albertkanaal speelde als eerste verdedigingslinie een grote rol in de Belgische defensie. De Duitsers waren zeer in de verovering ervan geïnteresseerd voor hun grote afleidingsaanval op Nederland en België, die de Franse troepen naar voren moest lokken, om vervolgens dwars door de Ardennen hun hoofdaanval in te kunnen zetten. Daarom hadden zij het kanaal en omgeving uitgebreid in kaart gebracht. Door middel van zweefvliegtuigen die ten westen van het kanaal landden, wisten zij de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven meteen onbeschadigd in handen te krijgen.

Duitse troepen trekken in 1940 over de brug bij Veldwezelt. In de bunker links van de brugen waren 12 manschappen van het eskadron grenswielrijders omgekomen. In de pijler ingebouwd was bunker C (Tanghon 17).

De Tweede Wereldoorlog: 1944
De Duitsers werden in september 1944 door de Britten teruggedrongen. De gevechten verliepen nu over een breed front en geïmproviseerd. Op 12 september trokken de Duitsers zich uit België terug. Ook hen had het Albertkanaal niet als verdedigingslinie weten te dienen. De aanvallers hadden tenslotte het voordeel van de keuze van tijd en plaats van de aanval, en van de gekozen techniek en tactiek. De Duitsers slaagden er wel in alle bruggen op te blazen. Henry Jay MacMillan legde dit als oorlogskunstenaar vast. 

Brug bij Vroenhoven in 1944 bewaakt door twee Belgische verzetsstrijders (tekening Henry Jay MacMillan)