
| |
Krijgsverrichtingen in het Grensschap
Wie
het Grensschap nu weids en rustig ziet liggen vermoedt niet, dat er vele
malen hele vestingwerken zijn verrezen, dat er zich massale
troepenbewegingen hebben voorgedaan en dat de boerenbevolking veel van het
oorlogsgeweld te leiden heeft gehad. Door de
nabijheid van de strategisch vitale vesting Maastricht speelde het gebied tussen
1500 en 1800 vele malen een grote rol bij belegeringen van de vesting.
Belegeraars sloegen er hun kamp op om de stad vanaf de terrassen te beschieten
terwijl soms ook verdedigers van het reliëf gebruik maakten om de aanvallers
tegen te houden. Zo verdedigde de hertog van Alva zich er in 1568 tegen Willem
van Oranje in 1568. Bij de belegering van 1673 door Lodewijk XIV sneuvelde hier
zijn trouwe musketier D’Artagnan.
Van al deze belegeringen zijn fraaie kaarten
vervaardigd, vooral omdat dat leerzaam was voor de militairen. Deze
kaarten geven een goed - hoewel in details niet altijd even betrouwbaar -
beeld van de situatie in het Grensschap in het verleden. Door er op te
klikken kunt U ze vergroten. Ook de vergroting is soms weer te vergroten.
| De inval van Willem van Oranje in 1568 |
|
| In 1568 begon de Nederlandse opstand onder
leiding van Willem van Oranje. Zijn zoons vielen vanuit het Noorden de
Nederlanden binnen terwijl hijzelf de Maasstreek voor zijn rekenming nam.
Het hoogtepunt van deze veldtocht was de onverwachte oversteek bij Stokkem
waardoor de prins Maastricht bedreigde, waar Alva in de nabijheid gelegerd
lag. Bij het naderen van de troepen van Willem van Oranje verschanste
Alva zich op de Caberg en later op de Dousberg. De prins zag er toen vanaf
slag te leveren. |
|
| Het beleg van Maastricht door Parma in 1579 |
|
| Dit is de meest dramatische
belegering uit de geschiedenis van Maastricht geweest. De stad wilde zich
niet overgeven en werd na de inname naar geldend gebruik meedogenloos
geplunderd. Sommige historici hebben wel gemeend dat er tot 40.000
Maastrichtenaren omkwamen na de inname op 26 juni 1579. Dat is overdreven
- er kwamen zo'n 1000 burgers en 960 soldaten om (Ubachs, Maastrichtse
Mythen, 43). Deze gebeurtenis was desondanks zo traumatisch dat nog eeuwen later het
stadsbestuur er bij de militaire leiding er telkens weer op aandrong de
stad toch vooral op tijd over te geven. |
|
| De belegering door Frederik Hendrik in 1632 |
|
| De belegering van Maastricht
door Frederik Hendrik in 1632. Door deze succesvolle belegering kwam
Maastricht bij de protestantse Republiek. Maastricht werd met een
tijdelijke vesting omringd, waarbij de belegeraar gebruik maakte van het reliëf. Frederik Hendrik had zijn hoofdkwartier op de
Dousberg. Duidelijk te zien zijn de grote Zouw (Soo) en kleine Zouw en de
buurtschap Kouwenberg (Oud-Caberg). De tekenaar nam beide stromen zeer
serieus als waterloop. Wel liet hij beiden veel te vroeg samenkomen - ruim
voor Kouwenbergh. |

|
| De belegering door Lodewijk XIV in 1673 |
|
| In 1672 werd de Republiek - die
tot dan de hegemonie in Europa bezat - van vier kanten aangevallen. Uit
het zuiden kwamen de Fransen. Van die kant was Maastricht de sleutel tot
de Nederlanden. Deze succesvolle belegering was één de grote triomfen
van Lodewijk XIV die dat dan ook uitgebreid heeft laten documenteren. De
vorst zelf had zijn hoofdkwartier bij Wolder ingericht en nam vandaar waar
hoe zijn troepen door nieuwe en revolutionaire belegeringstechnbieken de
stad in korte tijd innamen. Bij dit beleg sneuvelde de beroemde musketier
D'Artagnan. |

|
| De Spaanse
Successie-oorlog: 1703 |
|
| De machtigste vorst
van Europa, lodewijk XIV, claimde in 1701 ook nog de Spaanse troon. Alle
andere grote mogendheden onder leiding van de Republiek en Engeland
poogden dat te voorkomen. De Engelse aanvoerder, de hertog van
Marlborough, sloeg het beleg voor Bonn. Franse troepen onder Villeroy
trokken richting Luik en Maastricht. Vlak voor Maastricht stelden de
troepen zich tegenover elkaar op: de geallieerden onder Hendrik van
Nassau-Ouwerkerk bij Oud-Caberg, de Fransen bij de Dousberg en Veldwezelt.
De Fransen durfden het echter niet op een treffen te laten aankomen. |
|
| De slag
bij Lafelt in 1747 |
|
| Deze veldslag vond plaats in het
kader van de Oostenrijkse successieoorlog toen de Republiek, Engeland,
Oostenrijk en Rusland tegen Frankrijk, Pruisen, Spanje en Beieren vochten.
Na de Franse overwinning bij Fontenay in 1745 waren de gehele Zuidelijke
Nederlanden in Franse handen gevallen en die wilden toen ook het
bruggehoofd Maastricht. De Fransen streden onder Maurits van Saksen, de
Geallieerde troepen onder de hertog van Cumberland en de graaf van
Waldeck. De Franse koning Lodewijk XV had zijn hoofdkwartier in Herderen.
De Fransen wonnen in de bloedigste veldslag uit de geschiedenis van
Belgisch Limburg (10.791 gesneuvelde Fransen, 6707 gedode geallieerden en
3112 dode paarden) maar wisten hun voordeel niet uit te buiten.
Vlijtingen, Lafelt en Ellicht werden volledig verwoest. De financiële
compensatie was geheel ontoereikend.
|
 |
| De Franse
Revolutie: eerste aanval 1793 |
|
|
|
| De Franse
Revolutie: het beleg van 1794 |
|
|
 |
| De Belgische
Opstand van 1830 |
|
|
|
| De Tweede Wereldoorlog:
1940 |
|
| Het Albertkanaal speelde als
eerste verdedigingslinie een grote rol in de Belgische defensie. De
Duitsers waren zeer in de verovering ervan geïnteresseerd voor hun grote
afleidingsaanval op Nederland en België, die de Franse troepen naar voren
moest lokken, om vervolgens dwars door de Ardennen hun hoofdaanval in te
kunnen zetten. Daarom hadden zij het kanaal en omgeving uitgebreid in
kaart gebracht. Door middel van zweefvliegtuigen die ten westen van het
kanaal landden, wisten zij de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven meteen
onbeschadigd in handen te krijgen. |
 Duitse
troepen trekken in 1940 over de brug bij Veldwezelt. In de bunker links
van de brugen waren 12 manschappen van het eskadron grenswielrijders
omgekomen. In de pijler ingebouwd was bunker C
(Tanghon 17).
|
| De Tweede Wereldoorlog:
1944 |
|
| De Duitsers werden in september
1944 door de Britten teruggedrongen. De gevechten verliepen nu over een
breed front en geïmproviseerd. Op 12 september trokken de Duitsers zich
uit België terug. Ook hen had het Albertkanaal niet als verdedigingslinie
weten te dienen. De aanvallers hadden tenslotte het voordeel van de keuze
van tijd en plaats van de aanval, en van de gekozen techniek en tactiek.
De Duitsers slaagden er wel in alle bruggen op te blazen. Henry Jay
MacMillan legde dit als oorlogskunstenaar
vast. |

Brug
bij Vroenhoven in 1944 bewaakt door twee Belgische verzetsstrijders
(tekening Henry Jay MacMillan)
|
|