Grensschap

Albertkanaal             

Grenzschaft – Fronté - Frounty

Start Omhoog 1568: Oranje en Alva 1632: Frederik Hendrik 1673: Lodewijk XIV 1703: Marlborough 1747: Lafelt WO II

 

De inval van Willem van Oranje in 1568

Alva, Willem van Oranje en het Lanakerveld

Een zeer spectaculaire rol heeft het Lanakerveld in het begin van de Tachtigjarige oorlog gespeeld. Op 5 october 1568 was Willem van Oranje met 14.000 voetknechten en 7.000 ruiters bij Stokkem onverwachts de Maas overgestoken. Daarop gaf hij zijn vermoeide troepen twee dagen rust en rukte vervolgens  langs de oude Romeinse heirweg (die op de Postbaan uitloopt) naar Maastricht op. Alva, die numeriek in de minderheid was, had echter op 7 oktober zijn hoofdkwartier van Pietersheim  naar de hoeve Caberg verplaatst en legerde zijn troepen met Maastricht in de rug op het Lanakerveld, daarbij strategisch gebruik makend van de helling van het Zouwdal. Toen de prins naar Eigenbilzen trok versterkte hij ook de Dousberg en Veldwezelt. Op 9 october stonden Willem van Oranje en Alva tegenover elkaar op de Dousberg. Nu durfde de prins van Oranje de slag niet meer aan. Alva’s tactiek had daarmee succes gehad. Alva vreesde namelijk bij een nederlaag in één klap de hele Nederlanden kwijt te zijn en wilde daarom de slag ontwijken. Als Willem van Oranje na zijn oversteek direct doorgezet had en op het Lanakerveld slag had geleverd had hij een goede kans Alva te verslaan. “Doorzicht en doortastendheid hadden Alva kunnen verrassen in de velden tussen Caberg en Veldwezelt rond de Zouw” concludeert René Thewissen. De slag op het Lanakerveld had grote consequenties voor het verdere verloop van de geschiedenis van de Nederlanden kunnen hebben.

Deze gebeurtenis maakte zo’n indruk op de tijdgenoten, dat hij in het Wilhelmus, dat tussen 1568 en 1572 is geschreven terecht kwam (regel 81-88): 

Als een Prins op gheseten

Met mijner Heyres cracht

Van den Tyran vermeten

Heb ick den Slach verwacht

Die bij Maestricht begraven

Bevreesde mijn ghewelt,

Mijn Ruyters sach men draven

Seer moedich door dat Velt.

Het veld, waar de schrijver van ons volkslied naar verwijst, is geen ander dan het Lanakerveld. Maastricht en het Lanakerveld behoren daarmee tot de weinige geografische namen die met een plaats in het volkslied zijn vereerd. Wel was het nog beter geweest als de ruiters van de prins twee dagen eerder ‘seer moedich door dat velt’ hadden gedraafd.

Literatuur
Mosmuller, J.M.H., "De veldtocht van Willem van Oranje 1568-1569", Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal, (1995) 44-67.
Thewissen, René, "Alva en de Prins", Wiosello, 1 (1986)

Frans Hogenberg, een Keulse cartograaf, vervaardigde deze prent van de situatie op de Dousberg op 9 october 1568