| De 7de Infanteriedivisie moest de oversteek van het
Albertkanaal tussen Lixhe en Briegden tot elke
prijs beletten. Het 2de Karabiniersregiment verdedigde het gebied rond de
bruggen van Veldwezelt, Briegden en Gellik; het 18de Linieregiment de brug
van Vroenhoven. De bruggen zelf werden door het korps grenswielrijders
onder kapitein Giddelo verdedigd. Maastricht, dat nauwelijks verdedigd
werd door de Nederlanders, was de zwakke plek in de stelling. Verder
belemmerde het 60 cm hoge koren op de open akkers het zicht. De paraatheid
en het moreel der Belgische troepen was zwak. De verbindingen werden
slecht onderhouden zodat er voortdurend communicatieproblemen waren. Bij
de eerste aanval was de teelfooncentrale van de kazerne in Lanaken
vernietigd, zodat van hogerhand geen bevel tot opblazen der bruggen
gekregen kon worden. Het
bevel tot vernietigen van de bruggen moest door een fietser die van
Ternaaijen kwam, 2,5 kilometer verder, worden overgebracht.

Duits zweefvliegtuig zonder onderscheidingsteken bij Veldwezelt
Elke brug werd verdedigd door een bunker met een anti-tankanon van 47
mm, twee mitrailleurs en een schijnwerper. Aan de achterzijde was de
bunker nauwelijks verdedigd. In de zone van de 7de divisie stonden 22
bunkers. De soldaten in de bunkers werden volledig verrast door de zweefvliegtuiglandingen
van de Sturmabteilung Koch van de 7de Fliegerdivision die vanuit het Westen kwamen.
Kapitien Giddelo sneuvelde vrijwel direct. Toen de commandant van het 1e
Legerkorps bevel tot vernietigen gaf, waren de bruggen al in Duitse
handen. Ook Belgische, Britse en Franse vliegtuigen slaagden er niet in de
bruggen alsnog te vernielen. Ze werden vrijwel allemaal door de Duitse
Flak neergehaald (De Vos 165-179;
Taghon
16; 50 Canal Albert Kanaal 59-63 ).

Duitse Flak bij Veldwezelt |
|