Het ontstaan van het cultuurlandschap in de hoge en late
middeleeuwen
Na
het jaar 1000 trad een klimaatsverbetering op en nam in heel Europa de bevolking
toe. Tussen 1000 en 1400 werden grote delen van Europa, die in de vroege
middeleeuwen herbebost waren geraakt, weer ontgonnen door landbouwers die de
gronden zelfstandig konden exploiteren. Dat gold ook voor het Zuid-Limburgse
heuvellanden čn voor het Lanakerveld. Het zo typerende Zuid-Limburgse landschap
– met zijn open plateau’s, zijn weidse vergezichten, met zijn
coulissenbegroeiing, zijn veldwegen, graften en holle wegen – is in deze
periode ontstaan.
Ook
het Lanakerveld kreeg zijn huidige vorm in deze periode. Het is dit middeleeuwse
landschap dat U tot op de dag van vandaag nog hier - binnen de stadsgrenzen van
Maastricht - kunt zien. Uit deze periode dateert ook de naam Caberg waarvan de
eerste vermelding uit de 13de eeuw stamt. De namen Caberg of
Couwenberg zijn lang door elkaar gebruikt. Zij verwijzen naar een hoogte –
zoals ook de Cauberg bij Valkenburg. De bebouwing die U nog steeds aantreft
heeft de structuur van de laat-middeleeuwse kern geheel behouden. Het is een
voor Zuid-Limburg typerende lineaire nederzetting, waarbij de weg en de
boerderijen precies tussen de hoge akkers en het lagere en nattere grasland
ligt. Dit was heel handig omdat er tussen bouwland, weiland en boerderij een
intensieve uitwisseling plaatsvond: het vee moest van de boerderij naar de
weide, en de mest van het vee was weer voor de akkers bestemd. De grondverdeling
daarbij was 65% akkerbouw en 25% veeteelt. Anno 2003 worden de huisweiden bij de
boerderijen nog steeds voor de veeteelt gebruikt en wordt het vee van de
Tisiushoeve ‘s avonds naar de boerderij aan de overkant gedreven. En anno 2003
ligt de verhouding akkerbouw – veeteelt daar nog precies zo als in de
middeleeuwen. Op Oud-Caberg zijn deze middeleeuwse cultuurpatronen tot op de dag
van vandaag bewaard!