De auteur is lid van de Eurovissers, een vereniging die zich sterk maakt om iedereen die in het Europoortgebied gaat vissen zo goed mogelijk van informatie te voorzien. Op deze wijze hoopt de vereniging bij te dragen aan de promotie van de hengelsport en de zeehengelsport in het bijzonder.

Vangen van tong in de Europoort vanaf de kant
Wie 's avonds in de maanden april tot en met november in het Europoortgebied vist maakt op elke stek wel kans op een tongetje. Gebleken is echter dat de vangsten hoger zijn als er met de goede systemen, het juiste aas en op de goede stek wordt gevist. Dat is uiteraard een open deur, maar het nodigt tegelijk uit om dieper op in te gaan. In dit artikel beschrijft de auteur zijn ervaringen met als doel andere sportvissers deelgenoot te maken van de ins en outs van het vissen op tong.

Dat tong een echte nachtjager is die alleen in het donker actief is, mag genoegzaam bekend zijn. Toch zijn de tongen die met daglicht worden gevangen niet op een of twee handen te tellen. Daarbij gaan er ook zwoele zomernachten voorbij zonder dat er ook maar een tongetje wordt gevangen. Er is dus kennelijk een nuance te maken. Afgezien van toevalstrefferszijn er mijns inziens vier factoren van belang.

De belangrijkste is dat tong niet van fel zonlicht houdt. In hartje zomer en de zon op de hoogste stand staat, is de kans een tong te haken minimaal. Anders wordt dit wanneer het in de ochtend of in de avond is. Tot twee uur na zonsopgang en vanaf twee uur voor zonsondergang zijn de vangstkansen direct vele malen groter. Is het een bewolkte dag dan zal de periode van actief azen langer duren, respectievelijk eerder beginnen.

De tweede factor hangt samen met de lichtintensiteit, maar is meer biologisch bepaalt. Net als de mens heeft de tong een biologische klok die het levensritme beinvloedt. Is het een week fantastisch weer met veel zon, dan zal de eerstvolgende dag met bewolking niet leiden tot het langer azen. Pas na een aanhoudende periode van bewolkt weer zal de aasperiode langer duren.

De derde factor heeft met beide vorige te maken. In diep water zal de lichtintensiteit lager zijn dan in ondiep water, omdat de zon veel van haar kracht verliest naarmate het dieper is. De kans om overdag tong te vangen is in diep water aanzienlijk groter dan in ondiep water. In het jaar 2003 was het overdag in de vaargeul van de Waterweg zelfs beter dan in de nacht.

De laatste factor is het getij. Sommigen zweren bij opkomend water en op de ondiepere stekken is dat ook vaak het geval. Dan komt de tong vanuit het diepe water om te azen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Rozenburgse landtong of de eerste geul bij de Papegaaienbek. In het diepe water valt er geen zinnig woord over te zeggen. Is het drie dagen achter elkaar hurry-up vangen twee uur na de kentering met afgaand water, de vierde dag is het juist met opkomend water. Feit is dat harde stroming of stilstaand water per definitie kwantitatief mindere vangsten opleveren. Anderzijds, de 40+-ers worden in het diepe water hoofdzakelijk gevangen tijdens de kentering van met name hoogwater, dus als de stroom minimaal is.


Een doublet 's middags aan de Waterweg. Let op de blauwe lucht.

Seizoen
In de wintermaanden is de tong nagenoeg niet actief. Toch is het onjuist te veronderstellen dat tong alleen een zomervis is. Vooral de laatste jaren blijken de seizoensinvloeden minder extreem dan in het verleden het geval was. Tongspecialisten vangen de eerste exemplaren reeds in maart, terwijl de vangst in december al geen uitzondering meer is. Dit hangt in belangrijke mate samen met de watertemperatuur die langzaam aan steeds hoger wordt. Hierbij moet wel gezegd worden dat vangsten vroeg of laat in het seizoen eigenlijk alleen maar op diep water voorkomen, zoals de diepere havens. De vergelijking met de typische "wintervis" gul dringt zich hierbij op, die tegenwoordig het hele jaar door vanaf de kant te vangen is. De beste maanden blijven evenwel augustus en september. Worden dan juist de grotere exemplaren aan het einde van het seizoen gevangen? Volgens mijn bescheiden mening is dit een groot misverstand! Mijn ervaring is dat de grotere tongen langer in het seizoen actief blijven wanneer de kleintjes al vertrokken zijn voor hun winterslaap. Maar de kans op grote tong is hartje zomer net zo groot als einde najaar.


15 november 2002, 42 centimeter

Systeem
Sommige tongvissers zweren bij lange wapperlijnen, hetgeen ook in de literatuur doorgaans vermeld wordt. Als argument wordt dan gegeven dat de geringere weerstand de tong minder afschrikt en de aasaanbieding natuurlijker is. Op basis van mijn ervaring denk ik dat deze argumenten niet juist zijn en wellicht zijn overgewaaid van de zoetwatervisserij. Het meeste voedsel in zee, afgezien van visjes, bevindt zich in of op de zeebodem. De stevige kaken van de tong wijzen er ook op dat de vis zijn voedsel van of zelfs uit de bodem haalt. Tong is ook vaak in de buurt van obstakels, mosselbanken of steenstorten, te vinden waar de vis zijn voedsel af- of uithaalt. Weerstand is denk ik van veel minder belang om rekening mee te houden bij het vissen op tong dan tot op heden is aangenomen. Zelf heb ik dan ook veel betere ervaringen met stalen afhoudertjes en korte onderlijntjes (10-15 cm).


Ik kies vrijwel altijd voor een standaard winkeluitvoering met twee of drie afhoudertjes. De haaklijn vervang ik dan door een lijntje 30/00. De haak is een Mustad palinghaakje nummer 6. De eerlijkheid gebiedt overigens te zeggen dat ik met haaksoorten nog niet veel geëxperimenteerd heb, dus dat er betere haken zijn, is best mogelijk. Het is van het grootste belang dat geankerd gevist wordt, zodanig dat het aas zo min mogelijk beweegt. Zelf gebruik ik vierkant ankerlood van 150 gram. Rollend lood of het actief vissen is voor het vangen van tong voor mij uit den boze. Van kennissen met een zeeaquarium heb ik eens gehoord dat een tong met de borstvinnen op het aas afsluipt, vervolgens met zijn bek op het aas gaat liggen en dan pas dit verorbert. Dit kan verklaard worden door de smaakpapillen die de tong onder zijn bek heeft. Een tong onderzoekt dus kennelijk eerst zijn maaltijd alvorens toe te happen. Je kunt je voorstellen dat bewegend aas de vangstkans dus aanmerkelijk verminderd. Stijf op de bodem vissen met stilliggend aas is dus het devies. Dat verklaart wellicht ook dat met wapperlijnen in de stroming veel minder tong wordt gevangen dan met korte lijntjes. Als de stroming wegvalt, kan de wapperlijn echter wel eens verrassende resultaten opleveren.

Stekken
De tong aast bij voorkeur in de overgangszone tussen diep en ondiep water. In deze zone treffen we namelijk obstakels aan als kleiranden, stenen al dan niet bezet met anemonen, anjelieren (je haalt ze weleens op) en schelpenbanken. Hier zit veel voedsel en daarom is de tong in de buurt en zit er soms zelfs midden in. In het hele Europoortgebied is deze zone aanwezig, maar er zijn wel grote verschillen. Soms ligt de vaargeul ver weg en is deze niet eens met de hengel bereikbaar. Op andere plaatsen zijn de obstakels zo groot, bijvoorbeeld steenstort, dat het zelfs voor de tong niet aantrekkelijk is. Een nadeel is verder dat als gevolg van baggerwerkzaamheden deze zones nogal eens verschuiven. Er zijn dus grote verschillen in de stekken en het is zoeken en veel uitproberen waar de tong zich bevindt.


Bodemprofielen van 1. Papegaaienbek, 2. Stenen Glooiing, 3. Waterweg, 4. Beerkanaal

Mijn beste ervaringen met de tongvangsten zijn, wanneer het aas in het diepe gedeelte tegen de steile kant wordt aangeboden. Nog verder weg gooien, de vaargeul of de haven in, zal best een tongetje opleveren maar het aantal is allengs minder dan dichter onder de kant. Anderzijds, wanneer de vaargeul ver weg is zal op het ondiepe gedeelte ook tong worden gevangen, maar dan vooral in het donker wanneer de tong hier achter de garnalen aan gaat De allerbeste tongstekken zijn daar waar het diepe water meer geleidelijk overgaat naar het ondiepe stuk, dus daar waar geen abrupt steile kant aanwezig is. Bestaat de bodem van dit talud dan ook nog eens uit klei of slik en/of er liggen obstakels in de buurt, is het een superstek. Deze plekken zijn er genoeg, maar je moet ze wel zoeken. En ja, vastzitten en materiaalverlies hoort erbij. Uit ervaring weet ik dat het verschil tussen wel of niet vangen en tussen wel of niet vastzitten maar vijf meter hoeft te zijn.


Papegaaienbek, zo'n 25 meter uit de eblijn ligt een eerste geultje. Daarna is er een steile richel naar een diepte van 18 meter. Het eerste geultje is in het donker een topstek voor grote paling en tong. Vanwege de vele krabben moet het aas wel snel ververst worden. De steile kant levert nauwelijks vis op. In het diepe gedeelte wordt ook wel een tongetje gevangen, maar beduidend minder dan onder de kant.

Bij opkomend water komt de tong uit het diepere gedeelte om in de overgangszone en het ondiepe te azen en zolang er maar minimaal een meter of drie water staat kan er met kans op succes worden gevist. Op verschillende stekken betekent dit dat er niet te ver gegooid moet worden. Mijn beste tongvangsten, inclusief de grootste tong, zijn op maximaal 50 meter gemaakt. En let wel, de grootste vissen komen het ondiepste! Voorgaande is het beste te illustreren door mijn ervaringen van de zomer van 2002. Met opkomend water was er eerst een periode dat de krabben binnen 5 minuten het aas van de haak hadden, vervolgens een periodevan een dik uur dat er uitbundig botjes werden gevangen en daarna, een uur voor hoogwater, was het uitsluitend tong.

Een andere ervaring heb ik in het Zeeuwse opgedaan, maar het verhaal is ook van het Slufterstrand bekend. Zelf stond ik 's avonds te vissen vanaf het strand en probeerde met verre worpen het talud van de vaargeul onder Walcheren te bereiken. Op een meter of 20 van mij vandaan kwamen twee personen met sleepnetje tussen zich in al wadend voorbij Aangekomen bij een paalhoofd werd het net naar de kant getrokken en op 1-1,5 meter diepte bestond de vangst uit tong, bot en gul. De vis zat dus dichtbij!


Stenen Glooiing, ondiepe avondstek bij uitstek! Veel krabben en verrassend grote vis (ook zeebaars!)

Tongstekken in de Europoort zijn er veel en divers. Slufterstrand, het strandje tussen Glooiing en Papegaaienbek en de landtong (deels) zijn ondiepe stekken waar in het donker gevist moet worden. De eerste geul rond de Papegaaienbek zo'n 25 meter uit de kant (dus niet het diepe gedeelte) is in het donker is verrassend goed maar gebruik hier geen lamp want licht houdt de vis weg. Dit laatste geldt ook voor de Glooiing zelf. Waterweg is altijd goed en het maakt echt niet uit waar je gaat zitten. Nadeel is dat je vaak vast zit in de Waterweg. De stekken waar je hoog kunt zitten en dus gemakkelijker los komt zijn dan ook favouriet, maar nogmaals de plaats op zich maakt niet uit. Hoe minder waterafvoer, hoe verder de zouttong het binnenland intrekt en de tong is een van de eerste vissen die deze zouttong volgt. In het extreem droge jaar van 2003 is de tong zelfs tot Gouda, respectievelijk de Brienenoordbrug gevangen. De havenhoofden van Schiedam en Vlaardingen kwamen destijds in het nieuws vanwege de topvangsten, maar ook op andere plaatsen, bijvoorbeeld rond de Maastunnel, waren vangsten van 10 tongen of meer geen uitzondering.


Bizarre tongvangsten op de havenhoofden van Vlaardingen en Schiedam in de zomer van 2003

Zoute stekken waar je beter niet een avond tongvissen kunt plannen zijn Calandkanaal, Hartelkanaal en de diepe havens zonder stroming.

Aas
Over het aas kan ik kort zijn. Zagers, hoe ouder hoe liever, staan bij mij bovenaan, op grote afstand gevolgd door andere aassoorten. Toch kan de tong soms heel kieskeurig zijn en heeft juist een pier de voorkeur. Vandaar dat ik twee van de drie haken beaas met kweekzagers en de middelste met een piertje. Ook voor de zeepier geldt: hoe ouder hoe liever! Aas dat normaal gesproken allang weg zou zijn gegooid, een bonk stinkende massa, geeft de beste resultaten. Verrassend kan het gebruik van alternatieve aassoorten zijn. Bij het schoonmaken van de vis bekijk ik standaard de maaginhoud. Vooral kleine garnaaltjes en kleine schelpjes blijken dan in een tongenmaag aanwezig te zijn. Overigens denk ik dat het vissen met garnalen sowieso ondergewaardeerd is. Het aas mag best fors zijn, zeker in de zomermaanden wanneer onze geschaarde vrienden actief zijn, een tong maalt er niet om. Schuif de zager met de kop de haak op tot over het haakoogje en knijp het stukje van de staart dat de haak niet meer op kan er af. Een tip is overigens om meerdere kleine zagertjes op de haak te schuiven, die trekt een krab er niet in een keer af, waardoor het aas langer blijft zitten. Zorg er wel voor dat zeker de eerste keren regelmatig wordt opgehaald om te bepalen hoe lang het aas aan de haak blijft zitten. Vissen met lege haken levert nu eenmaal geen vis op.


Kweekzagers: hoe ouder, hoe liever

We gaan vissen
In het ondiepere water kies ik vrijwel altijd te vissen met opkomend water. In het diepere water is minder duidelijk aan te geven welk tij de voorkeur heeft. Tong heeft een voorkeur voor niet te sterk stromend water. In de Waterweg stroomt het altijd hard en hier moeten we devis dan ook zoeken op de plekken waar het net iets rustiger is. Ook dan komen we weer uit aan de onderkant van het talud. Na het ingooien -up-tide- houd ik de lijn in de hand en wacht ik tot ik voel dat het lood de bodem heeft geraakt. Afhankelijk van de stroming is de hoek van ingooien soms meer dan 45o stroomopwaarts! Dan is pas zeker dat het aas door de stroom en de druk op de lijn op de bodem ligt! Na het ingooien geef ik op stromend water nog wat meer lijn om ervoor te zorgen dat de haken door de stroom goed op de bodem worden gedrukt en het lood goed ankert. Dit is het beste te vergelijken met het up-tide vissen vanaf een boot. In het ondiepe water vis ik als het enigszins kan met een slappe lijn, maar dit is een persoonlijke voorkeur. Een tongenbeet kenmerkt zich door een korte serie rukjes, trillingen of een grote ruk, waarna de top weer stil is, en blijft. Doorgaans heeft de tong de haak dan al lang geslikt, maar als je met meer haken vist loont het vaak de moeite nog even te wachten met ophalen. Een doublet of zelfs triplet is geen bijzonderheid. In het ondiepe water is het spannend om de hengel dan in de hand te nemen en voorzichtig lijn te geven of kort wat druk uit te oefenen. Het zal u nog verbazen welke kracht een tong dan nog kan ontplooien op een onaangekondigd moment.


Wie wil er nu niet zo'n tableautje na een avondje vissen?

Als de aanbeet continu doorgaat haal ik vrij snel op. Het zal niet de eerste keer zijn dat in plaats van een tong een paling de zager heeft gegrepen en het leed is niet te overzien wanneer een gehaakte paling de kans krijgt zich in de onderlijn te draaien. Overigens komt het regelmatig voor dat de eerste aanbeet, de lichte trilling, wordt gemist. Zeker bij het up-tide vissen en bij de slappe lijn is dat het geval. Sta dan niet verbaasd als het eerste signaal van een gehaakte tong een geweldige klap op de hengel is. Naar mijn mening staat of valt het vangen van tong, naast alles wat al geschreven is, met de mate van concentratie waarin gevist wordt. Het lijkt allemaal eenvoudig, maar toch is het een precieswerkje. Regelmatig moet bijvoorbeeld het aas ververst worden, soms binnen 10 minuten of nog sneller. Het aas moet stil en op de bodem liggen. En er schuilt nog een ander groot "gevaar". Hoewel er echte tongstekken zijn, zijn deze niet het exclusieve domein van deze vis. Vooral paling is een veel gehaakte bijvangst (als de paling loopt, is ook de tong maar ook andere soorten als gul en -fikse- zeebaars nopen tot het niet te ver weg lopen van de hengels. En verrassingen zullen niet uitblijven! Juist door tongvissers in Zeeland en het Europoortgebied worden regelmatig gladde haaitjes gevangen. De aanbeet van deze vis is overigens niet echt spectaculair, vergelijk het met een zeebaars van een centimeter of 30, en ook de dril is niet echt wat je zou verwachten. Het lijkt op een kruising tussen gul en paling. De aanbeet moet je echter niet missen, want met de kleine haakjes en dunne onderlijn is deze vis zo weer verdwenen en zo'n vangst doe je niet elke dag.


Bijvangsten bij het vissen op tong.

Ook bot, steenbolk en scholenbaars zijn regelmatige passanten. Verderop in het seizoen wordt de kans op wijting en gul steeds groter.

Het allerbelangrijkste om succesvol op tong te vissen en misschien geldt dat wel voor elke visserij- is dat je er mee bezig bent. Hiermee bedoel ik dat je vooraf goed moet nadenken over de stek waar je gaat vissen, de materiaalkeuze die bij de stek hoort en de vissoort die je wilt vangen. Van platvis is bijvoorbeeld bekend dat het aas nadat het "goed" bevonden is in 1 keer naar binnen wordt gezogen. Dat verklaart ook dat de vis meestal diep gehaakt is. Voelt de vis weerstand dan zal deze proberen de haak uit te spugen. Hieruit kun je concluderen dat de haakbocht dus niet te groot moet zijn, immers anders kan deze niet naar binnen en zal de vis slechts gehaakt worden als deze het aas in de bek neemt en probeert weg te zwemmen. Er zal dus ook vaak misgeslagen worden. Zelf gebruik ik daarom ook haken waarvan de haakbocht gekanteld is. Dit verhoogt de kans dat bij het uitspugen de haak alsnog haakt. Zo zijn er tal van voorbeelden waarover nagedacht kan worden en aan de hand van eigen ervaringen kan ook de eigen voorkeur en vistechniek worden bepaald.


Vooraanzicht van een tong: een plat en scheef smoeltje. Welke haak past daar nou het beste in?

Tot slot
De tong is voor mij een van de meest fascinerende vissen. Misschien komt het wel omdat hij zo voorspelbaar is en toch ook weer niet. Van het ene op het andere moment kan het volledig los gaan om even later weer helemaal stoppen. Het eerste half uur worden ze op korte onderlijnen gevangen, dan een kwartier op lange en dan weer andersom. De stek waar je er de ene week nog tien vangt, levert de volgende week geen vis meer op.

Het ene moment is het rustig                   en dan gaat het plotseling los!!

Het succesvol vissen op tong is dus onvoorspelbaar en luistert nauw. Kun je dan ook tong op andere manieren dan in dit artikel is beschreven? Wel, ik zou niet graag alle tongen op mijn bureau willen hebben die op een andere wijze succesvol zijn gevangen. Ieder zijn eigen mening en voorkeur. Ik deel slechts mijn ervaring met u. Goede vangst!!


In het Europoort-gebied zijn al verschillende prima visstekken door hekken ontoegankelijk geworden. De reden hiervoor is vaak te vinden in het achtergelaten afval, onder meer door "hengelsporters". Naai dus niet jezelf en je medevissers. Neem al je afval, dus ook kranten, doeken, etc. gewoon mee en gooi het zeker niet in het water maar thuis in de afvalbak.

Met dank aan: Arjan van Drunen, Leon van Hagen, Janet Verlinde, Theo van Noort, Peter Koenen, Rob Mulder, Tom Brasser