![]() |
J. Kienstra
v.d. Stratenweg 9 9163 HT Nes (Ameland) Tel. 0519-542644 Tel. mobiel 06-53438563 E-mail: jkienstra@home.nl |
G. v.d. Velde
v. Loghemstraat 67 9731 MD Groningen Tel. 050-5421794 Tel. mobiel 06-33738606 E-mail: gvdvelde@tiscali.nl |
EILAND BEVRUCHTINGSSTATION AMELAND
Sinds 1987 imkeren we op Ameland met Buckfastbijen.
In de jaren 90
hebben we veel hulp gehad van Thomas Ruepell, wat ook terug te vinden is in de
pedigrees.
Met toesteming van de Domeinen Rijkswaterstaat en twee
natuurorganisaties, Staatsbosbeheer en It Fryske Gea, kunnen we de volken bijna
overal op Ameland plaatsen
In al deze heerlijke natuur worden door Jan Kienstra en Gosse van der Velde
Buckfastbijen gehouden.
De wilg bloeit in het voorjaar op zowel het Oerd als
aan de westkant van Ameland. Door de nectar en het stuifmeel dat de bijen
verzamelen kunnen de volken zich goed ontwikkelen. Na de wilgenbloei volgt in
mei de paardebloem en pas dan komen de volken op redelijke sterkte. In het
voorjaar is het vaak goed weer op Ameland. De ontwikkeling van de volken door de
bloei van wilg en de paardebloem is nodig omdat na deze bloei Ameland erg arm
wordt voor wat betreft drachtplanten. De volken moeten nu een 7 tal weken zien
te overbruggen onder vaak slechte omstandigheden (geen of weinig stuifmeel en
nectar). Vaak moet er gevoerd worden om de volken enigszins aan de praat te
houden.
Eind mei en begin juni komt er weer wat fleur onder de planten. De
braam begint op luwe plekken te bloeien en langzaam komen de wilgenroosjes in
bloei. Begin juli staat de wilgenroos in volle bloei hetgeen een schitterend
gezicht is. Op bepaalde plaatsen kun je door manshoge wilgeroosjesplanten
lopen.
Jammer genoeg geeft het wilgenroosje niet altijd voldoende nectar. Als
stuifmeelleverancier voldoet deze plant echter wel. De bramen staan nu ook in
volle bloei en geven bij goed weer nectar. Wij imkeren met Dadantkasten. In
goede jaren is dat geen enkel probleem.
Als alles goed
gaat worden er geveer 40 larfjes aangenomen. Wanneer de doppen gesloten zijn
worden ze overgehangen in een broedstoof. Onmiddellijk wordt er weer een raam
met larfjes in het pleegvolk gehangen. Daarna geven we het volk de moer terug en
gebruiken we een ander volk voor de volgende larvenseries.
Over het algemeen winteren we ± 60 koninginnen in op minipluskastjes. Zo'n
volkje bestaat damn meestal uit 3 van die kastjes op elkaar (vergelijkbaar met ±
1 spaarkastbroedkamer). Deze volkjes worden gebruikt om in het voorjaar
bevruchtingsvolkjes te maken. We nemen 1 raampje met voer en 2 raampjes met
broed (alle drie met de daarop zittende bijen) en een raampje met kunstraat.
Deze hangen we in een lege mini-plus kast en zetten deze op een bodem waarin we
suikerdeeg hebben gedaan om de bijen te voorzien van voer in de dagen dat we de
kastjes gesloten houden. Nadat we deze kastjes hebben klaargemaakt, zoals hangen
we er een rijpe koninginnencel in. Voordat we de bevruchtingskastjes naar de
bevruchtingsstand brengen en openen, controleren wij of de koninginnencellen in
de kastjes zijn uitgelopen.
Het voordeel van het gebruik van de
minipluskastjes is, dat we de hoofdvolken niet hoeven plunderen voor de
koninginneteelt.
Per jaar worden er ± 300 larven aangezet. Uiteindelijk
levert dat tussen de 150 en 200 moeren op. Op de bevruchtingsstand worden de
koninginnen al beoordeeld en wordt bepaald of ze blijven of niet. Een gedeelte
wordt verkocht en de rest wordt voor eigen teelt aangehouden. De koninginnen die
aangehouden worden, en vaak tot bepaalde zustergroepen behoren, worden
beoordeeld en al of niet voor verdere teelt gebruikt.
In de loop van het seizoen beoordelen we de koninginnen in de Dadantkasten en
ook in de minipluskastjes. In de zomer groeien de volkjes, in de minipluskastjes, uit tot ze zo'n 4, 5
of 6 randen hoog zijn en kan vooral de vruchtbaarheid van de koningin goed
beoordeeld worden. Er worden diverse testen gedaan op hygienisch gedrag Wanneer
nodig worden er in de loop van het seizoen volken bijgemaakt.
Begin augustus
worden de laatste moeren bevrucht. Dan reeds is een begin gemaakt om de
miniplus-volkjes te versterken met volkjes waar de koningin uitgehaald is, zodat
ze als goede volken de winter in gaan. De hoofdvolken vliegen dan nog op late
wilgenroosjes en bramen. Een aantal volken wordt naar het Oerd gebracht om
honing te halen op de lamsoor, die dan in volle bloei staat.
Omdat op de eilanden in de herfst nog een redelijke temperatuur hebben,
worden de volken pas in september door te voeren "ingewinterd". De volken komen
altijd goed door de winter, hetgeen, denken wij, mee te danken is aan de
relatief droge zandgrond.
Dan is ook de tijd aangebroken om de administratie
ter hand te nemen en de zaken af te wikkelen met de kopers van koninginnen van
Ameland en het maken en indienen van de diverse pedigrees bij de verschillende
organisaties waarvan het Teeltstation Ameland lid is.
Het is de moeite waard het eiland "AMELAND" eens te bezoeken.
wilt u meer informatie over het eiland Ameland klik dan op ameland/www.ameland.nl
Terug naarHoofdmenu Terug naarHome Page
Laatste wijziging op 23-mei-2004