Geschiedenis van de kunstzinnige therapie

De eerste arts die zich bezig hield met kunstzinnige therapie in de praktijk was Ita Wegman.(1876-1943) Ita Wegman werkte nauw samen met Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie. Wegman had een kliniek in Arlesheim in Zwitserland waar zij cliënten liet schilderen onder leiding van de kunstzinnig geschoolde Duitse arts Margaretha Hauschka (1896-1980).

Hauschka werkte weloverwogen kunstzinnig met haar patiënten, waarbij ze een duidelijke relatie legde tussen genezingsprocessen enerzijds en de werking van kleuren en vormen anderzijds. Vanuit haar ervaring kon zij haar studenten leren hoe mensen bij het schilderen en boetseren op de verschillende kleuren en vormen reageerden, waardoor deze vormen van therapie bij bepaalde ziektebeelden trefzeker konden worden toegepast. Haar aanwijzingen waren waardevolle richtlijnen welke later ook door anderen werden uitgewerkt en steeds verder verruimd. Hauschka richtte in 1960 in Boll in Duitsland de eerste voltijdopleiding voor kunstzinnige therapie op.

Een leerling van Hauschka was Eva Mees- Christeller. Eva Mees startte in 1968 samen met haar echtgenoot, de arts L.F.C. Mees, de eerste opleiding voor kunstzinnige therapie: 'De Wervel' in Zeist. In 1978 resulteerde dit in een vierjarige voltijdopleiding op HBO niveau. Inmiddels is deze opleiding opgegaan in de Hogeschool in Leiden (zie hieronder) .

Sinds 1992 is er een vierjarige dag en dag/avondopleiding Kunstzinnige Therapie aan de Hogeschool in Leiden.Eén doel van de opleiding is om het beroep van kunstzinnig therapeut beter aan te laten sluiten bij de reguliere gezondheidszorg. Daarom is de verbinding met het reguliere medische werkveld een belangrijk facet in deze opleiding.

Zie voor uitgebreide informatie over Nederlandse vereniging voor kunstzinnige therapieën op antroposofische grondslag: www.kunstzinnigetherapie.nl