Gedachtengang en methodiek - drieledigheid

Denken, voorstellen

Met ons hoofd is alles verbonden dat met het denken verbonden is.
De zintuigen (die de verbinding met de buitenwereld mogelijk maken) en de hersenen nemen een dominante plaats in. Zij vormen samen onze 'bovenpool', het zogenaamde zenuwzintuigstelsel.
Die 'bovenpool' is koel, neigt tot abstractie en kan bij eenzijdigheid zelfs tot verstarring en dorheid leiden. Toch is deze koelte noodzakelijk, willen we objectief zijn in ons denken en willen we zuiver kunnen waarnemen.

Met de mogelijkheden die binnen ons hoofd liggen, vormen wij gedachten, voorstellingen en herinneringen. Deze kunnen zo sterk gevormd en overheersend zijn , dat ze onze gevoelens hun vrijheid en warmte ontnemen. Ze zetten hun stempel daar, waar onbevangenheid en openheid ons innerlijk ruimte zouden moeten geven.
Als we denkend bezig zijn scheppen we vanzelfsprekend wat afstand, als voorwaarde tot objectiviteit. En die terughoudende 'beweging' kan zich uitbreiden naar een kant van ons waar we juist vrij moeten bewegen, waar we afwisselend moeten verbinden met de buitenwereld en weer terug moeten komen bij onszelf. Die overheersende voorstellingen remmen de beweeglijkheid af en nemen de gevoelens gevangen.

Als we het bij de mens over het gebied van het denken hebben dan kijken we bijvoorbeeld naar: