Gedachtengang en methodiek
Fenomenologie volgens Goethe
Fenomenologie is de methode om zich te richten op de waarneming van objecten, waarbij men zich zo oefent en schoolt dat de essentie van die objecten kan worden beleefd en tot inzicht wordt. De methode berust op het werk van Johann Wolfgang von Goethe, die leefde van 1749 tot 1832, en is nader uitgewerkt door Rudof Steiner (1984).
Goethe ontwikkelde de fenomenologie aan waarnemingen in de natuur, met name via plantenstudies (Goethe 1981). Zijn ontdekking leidde tot ontdekking van de 'oerplant', als een gebaar dat aan de groei en ontwikkeling van alle planten ten grondslag ligt. In de 20ste eeuw is de fenomenologie een stroming in de filosofie die behalve bij Steiner navolging gevonden heeft bij Husserl, Scheler en Heidegger (Sperna Weiland, 1999).
Basisprincipes van de fenomenologie voor het waarnemen van een kind/ de volwassene zijn:
- Vertrouw op je waarneming. Als je leeft en werkt met een kind, dan neem je het waar in steeds verschillende en uniek situaties. De beschrijving van hoe jij het kind/ volwassene hebt meegemaakt en waargenomen in concrete situaties, is van belang om deze te leren kennen.
- Houd oordelen terug. Heb bij wat je waarneemt niet meteen verklaringen als "logisch, want…", of oordelen als "vervelend, omdat…" en "oh, dan doe ik…"Oordelen komen voort uit het denken en belmmeren dat je via de waarneming tot kennen komt. Goethe genruikte voor de houding die hier nodig is termen als 'terughouding'en 'verwondering'.
- Het inleven en symboliseren, een techniek die ook toegepast wordt.
- Laat meespelen wat je beleeft aan de waarneming. Waarnemen is meer dan een koel en feitelijk registreren. Je leert meer van een kind/ de volwassene kennen als je persoonlijk betrokken bent. Het gaat uitdrukkelijk niet om belevingen in de zin van oordelen. Wel om het zodanig jezelf te oefenen en scholen dat je zelf tot waarnemingsinstrument wordt. Waarnemingen aan jezelf dat het kind/ de volwassene je onder de huid kruipt, of dat je deze steeds lichte duwtjes in de rug wilt geven, kunnen dan tot inzicht leiden.
- Probeer tot de essentie door te dringen, door niet te snel tot een beoordeling over te gaan. Dit is nog eens een appèl om gericht te blijven op de waarneming, tot deze zoveel mogelijk een 'fotografische' exactheid heeft bereikt. Als je het uithoudt om zo lang mogelijk niet te oordelen, kan wat Goethe noemt een 'aanschouwende denkkracht' ontstaan, die tot het begrip van de essentie in de vraagstelling van het kind/ de volwassene leidt.