Boetseren
De boetseertechniek appelleert aan handelen , aan ‘willen’.

De techniek
Met boetseren ben je letterlijk bezig met vormen. Dit vormen doet een beroep op het ‘onzichtbare’ lichaam dat we levenslichaam of levensorganisatie noemen (zie etherlichaam).
Het vraagt energie van je om de klei om te vormen. Je wordt er moe van omdat de vormkracht, en dat wil dus zeggen je levenskracht, erdoor wordt aangesproken.
Daarom is het voor het kleine kind beter als het niet teveel boetseert. Het heeft de kracht die het daarvoor gebruikt nog nodig voor de eigen opbouw.
Maar in het algemeen is het boetseren een gezonde zaak. Daardoor neemt de spierkracht toe en worden levenskrachten beweeglijker en sterker. Voor mensen die lichamelijk zwak zijn, kan het teveel vragen. Het is dan beter een andere techniek te kiezen.
Waarom deze techniek in de therapie
Bij boetseren hebben we te maken met een bonk klei. Wanneer je boetseert zet je een vorm concreet, tastbaar neer, in dezelfde werkelijkheid waarin je lichaam thuis hoort. Dat vraagt iets anders van je dan wanneer je bezig zijn met een fijn penseel kleuren tegen elkaar af te wegen en als het ware te ‘proeven’ of we daarmee het gewenste tot uitdrukking kunnen brengen. Zetten we onze handen in een reële bonk aarde, dan grijpen we stevig en dezelfde materie als waarop onze voeten staan. Het is onze wil die daarbij vooral in actie komt.