Technieken

In de beeldende kunstzinnige therapie wordt gewerkt met drie technieken:

Zoals in het bovenstaande is te lezen, speelt bij wat we kunstzinnig doen – tekenen, schilderen en boetseren – steeds een andere kant van onszelf een hoofdrol.

De therapeut gaat zoeken naar het materiaal dat het beste bij de cliënt past.
Het verhaal van de cliënt en/of de diagnose van een arts is uiteraard van belang.
De therapeut vertaalt de diagnose in de gegevens van het kunstzinnige. Zij vraagt zich daarbij af, waar het verstoorde evenwicht aanvulling vraagt en op welke wijze. Zij kijkt of de kwaliteit die bij een bepaalde techniek hoort, passend en werkzaam is.

Al deze gegevens moeten duidelijk zijn, voordat naar een passende opdracht gezocht kan worden. Toch is niet altijd zonder meer te zeggen wat in de therapie voorkeur moet hebben: dat moet samen worden afgetast.

Het kunstzinnig therapeutisch werken van de cliënt versterkt de therapie van de arts, psycholoog of psychiater. Indien mogelijk, houden deze contact met de therapeut over de te volgen weg en de ontwikkeling daarin.

Bron