Blaffen naar andere honden
Bron: Harry Raaijmakers. Alpha Gedragstherapeut..
Regelmatig zie je dat honden naar elkaar uitvallen en dat eigenaren niet precies weten wat ze in dan moeten doen.
In de meeste gevallen wordt er, als de hond uitvalt, een aantal malen stevig gerukt (gecorrigeerd) aan de slipketting en de baas gaat schreeuwen en mopperen. Om de hond onder appél en controle te krijgen moet de hond dan aan de voet volgen. Indien hij niet correct aan de voet volgt krijgt de hond wederom een aantal correcties met de slipketting. De baas blijft meestal nog enige tijd, nadat de hond geen interesse meer heeft voor de ander hond, mopperen op de hond. Dit is dus bestraffen van het gewenste gedrag.
De hond wordt gecorrigeerd voor het uitvallen en het niet correct
volgen en weet dus niet of hij de correctie krijgt voor het uitvallen of het
niet correct volgen.
Op deze manier legt de hond geen verband met het uitvallen
naar andere honden en het krijgen van een correctie.
De praktijk heeft geleerd dat het op deze manier bestraffen, het uitvallen naar
andere honden, het probleem niet oplost maar juist verergerd.
Doordat er elke keer gecorrigeerd wordt als hij uitvalt naar een andere hond
wordt er een negatieve associatie gelegd tussen het zien van de hond en het
krijgen van een correctie (met de slipketting en het mopperen).
Na verloop van tijd zal de hond feller uitvallen omdat ,bij het zien van een andere hond, er correcties gaan volgen. De baas gaat door het steeds feller uitvallen, harder corrigeren.
Op deze manier kom je in een negatieve spiraal terecht wat er
uiteindelijk toe leidt dat na een te harde correctie de hond de baas gaat bijten.
De methode die in de praktijk goede resultaten oplevert is de volgende:
Indien je hond uitvalt naar een andere hond geef je één verbaal
(stem)commando "nee" en probeer je hem af te leiden met een brokje
of een speeltje. Als dat niet lukt wordt de hond genegeerd, reageer dus niet
op het grommen en blaffen. Geen lijn- of stemcorrecties geven en doorlopen,
nooit stil blijven staan. Volgen is niet van belang neem de hond mee desnoods
aan een strakke lijn.
Probeer het gedrag te voorkomen en niet uit te lokken, ga eventueel
aan de ander kant van de straat lopen of je draait om en loopt weg van de andere
hond. Ongewenst gedrag wat niet meer vertoond kan worden zal door extinctie
(uitdoven) verdwijnen. Als de hond gepasseerd is zal er een moment ontstaan
dat de hond geen interesse meer heeft voor de andere hond en niet meer zal blaffen
of grommen.
Dit is het moment waarop je gaat belonen want dit is het gewenste gedrag dat
je wil bereiken. Belonen kan zijn spelen met de hond, een aai over zijn bol,
met de stem of met een brokje.
Je gaat dus gewenst gedrag belonen (niet grommen en blaffen naar andere honden)
en het ongewenste gedrag wordt genegeerd. Gedrag dat beloond wordt zal de hond
vaker gaan herhalen.
De eerste weken lijkt het of er niets verandert maar na verloop van tijd (weken)
zul je merken dat de afstand waarop de hond op een andere hond reageert een
fractie kleiner wordt. Indien dit lange tijd volgehouden wordt zal er een moment
ontstaan dat de hond niet meer reageert op een andere hond.
Op deze manier wordt er een positieve associatie gelegd tussen het zien van
andere honden en het krijgen van een beloning. Indien je dit consequent toe
blijft passen dan zal er een moment komen dat de hond bij het zien van een andere
hond de baas gaat aankijken om te zien waar de beloning blijft.
Met bovenstaande methode heb ik een Bouvier behandeld die al op 200 meter afstand
reageerde op andere honden en dan volkomen uit z'n dak ging. Met bovenstaande
methode liep de hond na 9 maanden op 5 meter afstand van andere honden zonder
te reageren. Na ongeveer 1½ jaar liep de hond tussen andere honden zonder
te reageren. Deze methode vergt veel tijd.