ONDERHOUDT DE TIJDEN…….
HET GETIJDENGEBED
IN DE CHRISTELIJKE TRADITIES VAN OOST EN WEST
DEEL 6: De Anglicaanse traditie van het Getijdengebed
Nieuwe
impuls
Karakteristiek
voor de zestiende eeuwse Reformatie in Engeland is, dat zij, in tegenstelling
met die op het Europese continent, het Getijdengebed niet alleen bewaard
heeft, maar zelfs een nieuwe impuls heeft gegeven. Terwijl met het verbannen van
de kloosters het traditionele koor-gebed stil viel, zorgde de Anglicaanse
aartsbisschop Thomas Cranmer (1489-1556> voor een Engelse vertaling en
herschikking van wat hij Mattins' en 'Evensong' noemde en bevorderde de
invoering hiervan in de parochies. Cranmer combineerde de traditionele Metten en
Lauden met enkele elementen uit de Primen tot 'Mattins' of 'Morning Prayer',
ingeleid door psalm 45 '0 come, let us sing unto the Lord'. Zo bracht hij ook de
Vespers en Completen samen tot Evensong' of 'Evening Prayer'.
In de twee aldus
overgebleven Gebedstijden kreeg de Schriftlezing een ruime plaats. In elke
dienst was er een lezing zowel uit het Oude als het Nieuwe Testament, waarbij
het Oude Testament elk jaar geheel aan de beurt kwam en het Nieuwe Testament,
uitgenomen de Apocalyps, tweemaal. Alle 150 psalmen werden binnen het bestek
van een maand over de beide Gebedstijden verdeeld.
Vanuit de
traditie werden het Te Deum', het 'Magnificat', het 'Nunc dimittis', het 'Onze
Vader' en eventueel het 'Credo' bewaard. Elke dienst werd besloten met
een drietal gebeden, ingeleid door het 'Kyrië eleison' en voltooid met de
zegenwens van 2 Kor. 13, 13: “De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde
van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen”.
Bijzonder is niet alleen het bewaren
van zoveel klassieke elementen maar zeker ook de introductie van dit
Getijdengebed binnen de eredienst van elke parochie en wel in het Engels. Op
zon- en feestdagen krijgt het tot op heden alle aandacht en tijdens de week
worden beide Getijden in elk geval door de parochiepriester publiek gezegd. Dit
is een liturgisch en pastoraal unicum in de context van de reformatorische
vernieuwingen in de zestiende eeuw. Het hernam, bewust of niet, een praktijk
die in de vierde eeuw nog ruim verbreid was en in de zesde en zevende eeuw nog
gesignaleerd werd in verscheidene kerken op het continent.
Of
deze typisch Anglicaanse traditie, die in de loop van de twintigste eeuw nog
werd bijgesteld, van invloed was op de aanbeveling door Vaticanum II om het
Getijdengebed onder de leken-gelovigen te bevorderen en met name de Vespers in
de parochie-kerken aan te moedigen, is niet duidelijk maar oecumenisch zeker
interessant. Het Concilie heeft in elk geval verklaard (we vinden dit in
Unitatis Redintegratio,nr. 13,3), dat onder de reformatorische christenen 'die
de katholieke tradities gedeeltelijk bewaard hebben, de Anglicaanse Gemeenschap
een speciale plaats inneemt'
Bisschop J.Lescrauwaet. MSC