Getijdengebed

Literatuur

Waar nog meer?

Discussies

Archief

 

          

II. Spiritualiteit - Verdieping

 

a. Naar een opnieuw bidden van het getijden gebed

Niet alle priesters en diakens zullen zich gemakkelijk laten overtuigen van de unieke betekenis en rijkdom, van "de innerlijke waarde en het pastorale en spirituele belang van dit gebed".24

Verschillende factoren spelen daarin mee:

- daar zijn allereerst bij vele priesters de negatieve herinneringen aan het vroegere, al te formalistisch gehanteerde breviergebed;

- daarnaast is de eigen zin van het bidden in gemeenschap en de betekenis van bidden in naam van de kerk in onze dagen (nu het "ik" zo dominant mag zijn) nog moeilijker te beleven dan eertijds;

- al is het getijdengebed door zijn rijkere afwisseling en kortere duur voor de pastor minder belastend geworden, toch zal van de toenemende werkdruk in feite een belemmerende invloed uitgaan;

- de actuele problemen en het gepolariseerde klimaat rond de kerk als geheel zullen bovendien als stoorzender werken, voorzover het betreft een onbevangen accepteren van goede impulsen, adviezen en regelingen 'van boven af' ook van een liturgisch boek als het getij denboek.

Toch zou het als een desillusie werken, wanneer de zielzorgers weinig interesse zouden opbrengen voor de nieuwe uitgave van het getijdengebed. Vooral omdat het Tweede Vaticaans Concilie zo sterk de nadruk heeft gelegd op het bidden van dit gebed in de plaatselijke geloofsgemeenschap, en ervoor gepleit heeft het vooral te zien als een bidden van het héle Godsvolk, vooral daarom zou het vreemd overkomen, als juist de priesters, de voorgangers van het volk, nauwelijks pogingen zouden doen om aan dit gebed van de kerk te participeren.

Het is daarom verheugend te kunnen constateren, dat de aankondiging van de Nederlandse uitgave nieuwe verwachtingen heeft gewekt. Wellicht slagen liturgische centra, pastorale diensten en ~0rmingsinstituten erin om een goede ~handreiking te bieden: vereiste informatie en hulp voor een nadere kennismaking met het vernieuwde getijdengebed in het Nederlands zullen bij heel velen welkom zijn. Er is een groeiend verlangen merkbaar naar authentieke spiritualiteit, een grote behoefte aan verdieping van persoonlijk geloof en verinnerlijking van het gebed. Een handreiking die aanmoedigend en uitnodigend van opzet is, en nader ingaat op de inspirerende motiveringen van Vaticanum II, zal ongetwijfeld dankbaar ontvangen worden.

Een dergelijke handreiking zou niet alleen gericht moeten worden aan de pastores. Wil men immers de wens van het Tweede Vaticaans Concilie helpen realiseren om ook de gelovigen bij dit gebed te betrekken, dan zal men erop uit moeten zijn om allen voor deze wijze van bidden te interesseren.

Tegelijk zal nagegaan moeten worden, welke de meest aangewezen momenten zijn om een gebedsuur van de getijden te midden van de gelovigen te vieren. Men kan denken aan een avondgebed op zon- en feestdagen, zoals wij vroeger hier en daar op Pasen de vesper vierden, aan het morgengebed als een liturgische viering op zondag bij afwezigheid van een priester, maar ook aan een gebedswake op de vooravond van de uitvaart, geënt op de lezingendienst (om die reden zijn in de Nederlandse uitgave een groot aantal niet~bijbelse lezingen opgenomen), een gebedsuur bij de voorbereiding van een huwelijk, ter afsluiting van een parochiële bijeenkomst/vergadering enz. enz. Ook bij oecumenische samenkomsten zou het bidden van een gebedsuur uit het getijdenboek heel inspirerend kunnen zijn, te meer daar ook in de andere kerken in Nederland een bijzondere belangstelling bestaat voor de vesperdienst.

Misschien zijn er gelovigen die in eigen huis het kerkelijk morgen-, middag- of/en avondgebed geheel of gedeeltelijk willen trachten mee te bidden, al was het maar op één dag in de week of één dag per maand.

In ieder geval zal het aanbieden van materiaal (zoals aparte boekjes voor de gelovigen) en het wijzen op geschikte gelegenheden een belangrijke aanzet kunnen zijn.

Steeds meer mensen ervaren hun onvermogen tot bidden en hun onbekendheid met gebedsvormen en gebedsmethoden als pijnlijk. Onder mensen van alle leeftijden, zowel ouderen als jongeren, kan men oprechte hunkering constateren naar een nadere kennismaking met de mogelijkheden tot gebed. "Het zwarte gat van het grote niets" op dit gebied (ik hoorde iemand onlangs het gemis aan gebed aldus karakteriseren) wordt meer en meer als echt negatief ervaren. Als dit gemis inderdaad geleidelijk sterker als gemis wordt gevoeld, zou de Nederlandse uitgave van het getijdengebed misschien een goed uitgangspunt kunnen worden voor een nadere bezinning. Die bezinning zal vanzelfsprekend allereerst een gelovige bezinning dienen te zijn op de eigenlijke betekenis van het gebed in het leven van een christen. Wij hebben vooral behoefte aan spiritualiteit, aan geestelijke verdieping, aan een dieper toegroeien naar Jezus Christus, die het fundament is van ons geloof.

 

b. Het bijzondere van het getijden gebed

Het liturgisch bidden in het algemeen en het getijdengebed in het bijzonder hebben zich ontwikkeld uit enkele diepgewortelde geloofsovertuigingen:

A. het liturgisch gebed is op eminente wijze gebed van de kerk;

B. het gebed van de kerk is het gebed van Jezus Christus;

C. ideale vorm van christelijk gebed is het bidden in gemeenschap;

D. de gemeenschap van de Heer draagt er zorg voor dat het bidden altijd doorgaat.

Meer dan ooit is het belangrijk ons te bezinnen op deze voor het getijdengebed wezenlijke uitgangspunten. Immers in onze dagen zijn deze uitgangspunten niet vanzelfsprekend.

Wij zijn sterk geneigd aan onze persoonlijke gevoelens en ervaringen prioriteit te geven. De mens van dit decennium wil alles graag beleven als authentiek, dat wil dan zeggen: als iets van zichzelf, iets persoonlijks. Meer dan ooit wellicht gaat de mens van nu uit van zijn individuele gevoelens en ervaringen.

Vragen rond ons bidden zijn eigenlijk vragen rond mijn bidden.

De getijden zijn uiteraard geen privé-gebed. De teksten van dit gebed zijn trouwens voorgegeven. Heel het getijdengebed is een bidden-met: een bidden met de Heer, een bidden met de kerk, een bidden met en in de gemeenschap.

De diepere dimensies ervan - met name het bidden van Christus in mij en het bidden van mij namens de kerk zullen niet direct aanspreken. Je moet er mee vertrouwd geraakt zijn, voordat deze fundamentele gedachten je werkelijk volledig op hun volle inhoud inspireren en iets worden wat jou raakt.

A. Gebed van de kerk

De Liturgie van de getijden is allereerst liturgie en als zodanig gebed van de kerk; het is "het openbaar en gemeenschappelijk gebed van het volk van God".25 Daarin verschilt het van het privé-gebed van de afzonderlijke gelovige, al staat het niet in tegenstelling daarmee.

Het getijdengebed is gebed van de kerk, dat wil zeggen gebed van het hele lichaam van Christus. Toch zien velen het als het gebed van bepaalde groepen, van standen in de kerk, namelijk van de monniken en religieuzen en van de clerus.

Ook het Tweede Vaticaans Concilie bevrijdde zich niet echt van dat idee, hoewel het serieus de aandacht vestigde op "het meebidden van de gelovigen met de priester" ;26 het bleef echter gaan om het "meebidden met de priester". Maar gedurende het werk van de doorvoering van de vernieuwing van de liturgie werden zonder meer allen uitgenodigd en werd duidelijk dat het kerkelijk gebed ook iets dient te zijn van heel de geloofsgemeenschap.27

De gemeenschappelijke viering van de liturgie van de getijden bevestigt op bijzondere wijze haar ecclesiaal karakter. Het ligt voor de hand, dat dit kerkelijk karakter aan herkenbaarheid wint, wanneer in de viering de verschillende geledingen van het Godsvolk zichtbaar zijn. Men mag het dan ook geen uiting van klerikalisme noemen, als in de viering de aanwezige priester of bisschop de eigen taak vervult die hij heeft in de geloofsgemeenschap: die van voorganger.

De lofprijzing van de kerk kent eigenlijk twee dagelijkse hoofdmomenten, namelijk:

- de viering van de heilige Eucharistie,

- en de viering van de Liturgie van de getijden.

Deze beide hoogtepunten van viering van het Godsvolk mag men in nauw verband met elkaar zien; de algemene inleiding wijst daarop met nadruk: "In de getijden worden de lof en dank, de gedachtenis aan het heilsmysterie, het smeekgebed, en het vooruitvieren van de hemelse heerlijkheid, die in de eucharistie middel- en hoogtepunt van heel het leven van de christelijke gemeenschap vervat zijn, over de verschillende uren van de dag uitgespreid. Op haar beurt wordt ook de eucharistieviering uitstekend voorbereid door de getijden, omdat hierdoor de vereiste gesteltenis tot een vruchtbaar vieren van de eucharistie, - zoals het geloof, de hoop, de liefde, de godsvrucht en de offergezindheid - op gepaste wijze wordt gewekt en gevoed.29

De kerk voelt zich uiteraard geroepen door haar Heer om beide vieringen altijd en overal op de best mogelijke wijze voortgang te doen vinden. Het zijn beide vormgevingen van het priesterlijk werk van Christus, voortgezet door heel zijn kerk, zijn priesterlijk volk.

Terecht zal men dan ook beamen de uitdrukking waarmee de vanzelfsprekende vervlechting van getijden en eucharistie kernachtig verwoord is: "het getijden gebed omkranst de eucharistie". Paus Paulus VI formuleert dit op zijn manier door de liturgie van de gebedsuren te typeren als "een noodzakelijke aanvulling van het eucharistisch offer, met inbegrip van heel de eredienst".30

In de 'Liturgie van de gebedsuren' reikt de kerk, zoals in al haar liturgie-vieringen, haar eigen teksten aan de gemeenschap aan die samenkomt om de Heer te gedenken en de Vader te prijzen. Het zijn de teksten van de kerk die wij in onze mond nemen. De getijden bidden betekent dan ook: bidden met de kerk en namens de kerk.

Deze vorm van gebed bestaat in feite voor het grootste deel uit Schriftteksten, en verder bevat het belangrijke teksten uit het leven van de kerk.

Een brede schat aan rijke teksten wordt ons aangereikt, een variatie aan gebeden en lezingen die wij zelf moeilijk zouden kunnen verzamelen.

Een rustig verwerken van deze unieke verzameling, een mediterend bidden en open luisteren naar Gods woord, met de kerk van alle tijden, kan ons in voortdurend contact houden met de Geest Gods die in ons leeft en bidt.

De kerk bidt overal met dezelfde teksten of nagenoeg gelijke teksten, zodat de kerk ook via het getijdengebed haar eenheid uitdraagt. Die eenheid van de over de hele wereld biddende kerk wordt in feite bewerkt door de Geest van eenheid, die in allen en in alles het werk van Christus tracht voort te zetten.

Het gebed van het goddelijk Officie werd het gebed van sommigen. Maar het blijft in wezen altijd gebed van héél het volk van God. Zij die het bidden, mogen zich realiseren dat zij uitgenodigd worden het te bidden in naam van allen, zoals Christus bad namens en voor allen.

De liturgie van de gebedsuren is in eminente vorm gebed van de kerk door en met Christus. Via het getijdengebed heeft de kerk een prachtig werktuig om het gebed van Christus voort te zetten.

B. Gebed van Christus

In zijn bekende encycliek over de liturgie 'Mediator Dei et hominum' (1947) schrijft paus Pius XII, dat naar Christus' bedoeling "het leven dat Hij door gebed en offer in zijn sterfelijk lichaam aanvaard had, ononderbroken door de eeuwen heen zou worden voortgezet in zijn mystiek Lichaam, de kerk".31

Met een beroep op deze tekst stelt het Tweede Vaticaans Concilie dan ook vast, dat het gebed van de kerk is "het gebed van Christus-samen-met-zijn-lichaam tot de Vader".32

De Algemene inleiding op het getijdengebed gaat daarop nader in. Ze stelt dat dit liturgisch gebed niet alleen de stem van de kerk is, maar tevens die van Christus zelf. Want deze gebeden worden verricht uit naam van Christus, "door onze Heer Jezus Christus". De kerk zet daarmee de gebeden en smekingen voort die Christus uitsprak in de dagen van zijn sterfelijk leven.33

"Dit geldt vooral voor hen die met een speciale opdracht geroepen zijn om de getijden te vieren: voor de bisschoppen, de priesters en de diakens, die krachtens hun ambt voor hun eigen mensen en voor heel het Godsvolk bidden,34 en verder ook voor de kloosterlingen" .35

Bij het bidden van de getijden mogen wij ons dus gelovig bewust zijn, dat de Heer zelf in en met ons bidt, en aan onze woorden een bijzondere dimensie geeft. Terwijl wij met de Heer en tot de Heer bidden, bidt Hij in ons.

Daarover heeft Augustinus een diepzinnige beschouwing nagelaten. Het getijdengebed van de kerk zorgt ervoor dat wij die iedere twee jaar kunnen lezen, in de lezingendienst van vrijdag van de vijfde week in de veertigdagentijd (jaar 1). Hier volgt deze meditatie van Augustinus op psalm 86 (85).36

"Geen grotere gave kon God aan de mensen geven dan dat Hij zijn Woord waardoor Hij alles schiep, aanstelde tot hun hoofd. Daarmee verbond Hij hen als leden, zodat Hij Zoon van God en Mensenzoon zou zijn, met de Vader één God, met de mensen één mens. Wanneer wij ons smekend tot God wenden, zullen wij dus de Zoon daarvan niet buiten sluiten, en wanneer het lichaam van de Zoon bidt, zal het evenzeer zijn Hoofd niet buiten sluiten, van zichzelf los gemaakt. Zo is Hij zelfde ene Redder van zijn Lichaam, onze Heer Jezus Christus, Gods Zoon, die tegelijk bidt voor ons, bidt in ons, en tot wie wij bidden.

Hij bidt voor ons als onze priester;

Hij bidt in ons als ons hoofd;

Wij bidden tot Hem als onze God.

Laten wij dus zowel in Hem onze stem herkennen, als in ons zijn stem....

Wij bidden tot Hem in zijn goddelijke gestalte, Hij bidt in de gestalte van de dienaar:

respectievelijk Schepper en schepsel, de te veranderen natuur onveranderd aannemend, en zichzelf makend samen met ons tot één mens, hoofd en lichaam.

Wij bidden dus tot Hem, door Hem, in Hem, wij spreken met Hem, en Hij spreekt met ons."

Van meet af aan heeft in de kerk het idee geleefd, dat het ideale christelijk gebed is: bidden met Christus. Daarbij denkt men aan een vèrgaande identificatie met de Heer. Een diepe verbondenheid met Hem tijdens het gebed is een goede aanzet; maar nog beter is het Hem te laten bidden in jou. Jouw bidden in zijn Naam en zijn bidden in jouw naam zijn dan ineen gevloeid tot één krachtige bede gericht aan de Vader.

Jezus zelf heeft zijn volgelingen aangespoord om tot God te bidden in zijn Naam. In de afscheidsrede van Jezus op de avond vóór zijn dood, zoals zijn beminde leerling Johannes die formuleert, brengt Hij dat meermalen ter sprake. "Wat gij de Vader ook zult vragen, Hij zal het u geven in mijn Naam. Tot nu toe hebt gij niets gevraagd in mijn Naam. Vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij. In beelden heb ik tot u gesproken; er komt een uur dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar Mij onomwonden tegenover u zal uiten omtrent de Vader. Op die dag zult gij bidden in mijn Naam."37

"Wat gij ook zult vragen in mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader moge verheerlijkt worden in de Zoon. Als ge Mij iets zult vragen in mijn Naam, zal ik het doen" ~ "Dan zal de Vader u geven wat gij Hem in mijn Naam vraagt. "39

In ons bidden, vooral in ons liturgisch bidden, moeten wij ons zo goed mogelijk één maken met Hem. "Door Hem en met Hem en in Hem...". Ons aansluiten bij zijn gebed; al biddend een configuratie zoeken met Hem... Hoe meer ons bidden een bidden wordt met de Heer, een bidden in zijn Geest, een bidden met zijn gebed, des te zuiverder en echter en krachtdadiger zal het zijn.

"De nieuwe mens naar het beeld van God"40, dat was Jezus Christus op onovertroffen wijze. Zo maakte Hij in zijn menselijke gestalte God zichtbaar.

Thans moeten wij nieuwe mensen worden naar het beeld van God. Daarvoor moeten wij trachten onszelf te modelleren naar Christus, het ideale beeld van God. Dat kun je niet louter op jezelf klaar spelen; het is ook geen louter individuele opgave. die opdracht is sociaal van aard.

C. De eigen waarde van het gemeenschappelijk gebed

"Waar twee of drie in mijn Naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden" 41

1

De leerlingen van Jezus hebben deze kernachtige uitspraak serieus genomen, en goed onthouden. Zij hebben zich ook gerealiseerd, dat ze op bijzondere wijze van toepassing was op hun bidden.

Van de eerste christengemeente in Jeruzalem lezen wij dan ook, dat ze zich hield aan het onderricht van de apostelen, geld en goed onderling verdeelde, en samenkwam voor het gebed.42 Gebedsbijeenkomsten vormden duidelijk een vast onderdeel van het leefpatroon van Jezus' eerste geloofsgemeenschap.

Tot op de dag van vandaag hebben christenen de eigen waarde en de aparte kracht van het gemeenschappelijk gebed erkend, en getracht daaraan vorm te geven.

Het bidden van de getijden is ideale vormgeving geworden van gemeenschappelijk kerkelijk gebed. De kerk zelf heeft dit bidden op bijzondere wijze gestimuleerd. In vervolg op het Tweede Vaticaans Concilie heeft zij het vernieuwd, en gepropageerd dat het zo mogelijk gemeenschappelijk zou worden gebeden.

De Algemene inleiding op het nieuwe getijdengebed wijst uitdrukkelijk op de eigen waarde en kracht van het gemeenschappelijk bidden ervan:

"De gemeenschappelijke viering openbaart duidelijker het kerkelijk aspect van de getij den, bevordert de actieve deelneming van allen naargelang ieders gesteltenis... en houdt meer rekening met de verschillende manieren van zich uitdrukken. Telkens dan ook als de viering met actieve deelname van een groot aantal gelovigen gemeenschappelijk plaats kan vinden, is deze te verkiezen... Het verdient de voorkeur de getijden - als het mogelijk is - in het koor en gemeenschappelijk te zingen..

Ditzelfde document van de na-conciliaire kerk blijft dit thema in meerdere variaties bespelen; het legt er vooral de nadruk op dat het bidden van de getijden vooral het samen bidden van de getijden manifestatie van de kerk is en dus van Jezus Christus.

"Evenals de andere liturgische vieringen zijn de getijden geen privé-aangelegenheid, maar ze behoren het hele Lichaam van de kerk toe, en zijn daarvan openbaring en uitdrukking" .44

"Als de gelovigen voor de getijden worden uitgenodigd en samenkomen om eensgezind met hart en stem te zingen, zijn zij een openbaring van de kerk die het mysterie van Christus viert".45

Dit laatste sluit aan bij de aansporing van het concilie aan de gelovigen om "vooral op zon- en feestdagen de voornaamste gedeelten van de getijden in gemeenschap te vieren",46 alsook bij wat paus Paulus VI schreef in zijn Apostolische Constitutie over het getijdengebed, namelijk dat "de getijden aan alle gelovigen worden aangereikt, ook aan hen die niet wettelijk verplicht zijn tot dit gebed".

Overigens blijft bij de viering van de getij den in de plaatselijke gemeenschap het bidden samen met de bisschop het hoogste ideaal. Immers, "het karakter van kerkelijke viering komt dan het best tot uiting, wanneer een afzonderlijke kerk de getijden viert samen met de bisschop, omringd door priesters en dienaren;47 "want dan is de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk van Christus aanwezig en werkzaam".48 Met een beroep op deze beide concilieteksten beveelt de algemene inleiding zo'n viering rond de bisschop dan ook ten zeerste aan~49

Daarnaast worden de zielzorgers aangespoord "de gelovigen te leren, dat de ware gebedsgeest geput wordt uit de deelname hieraan ,50 en hen daarom via een aangepaste vorming te helpen om de psalmen te verstaan in hun christelijke toepassing, zodat zij geleidelijk gebracht worden tot grotere waardering en ruimer gebruik van het gebed van de kerk" ~

D. Continu gebed

Bijzonder typerend voor het getijdengebed is, dat het "bedoeld is om heel de dag en de nacht te heiligen".52

"Daar Christus heeft voorgeschreven dat men steeds moet bidden en daarin niet versagen,53 houdt de kerk, trouw aan deze vermaning, nooit op te bidden, en spoort zij ons daartoe aan met deze woorden: Door Hem (Jezus> willen wij God voortdurend een lofoffer brengen.54 Zij voldoet aan deze opdracht niet alleen door de eucharistie te vieren, maar ook op andere wijzen, vooral door de getijden, die volgens de oud-christelijke traditie bedoeld zijn om heel de dag en de nacht te heiligen" .55

"Omdat de heiliging van de dag en van heel het menselijk handelen het doel is van de getijden, is de ordening ervan zó geregeld, dat in de mate van het mogelijke de gebedsuren met de werkelijke tijd overeenkomen, en dat met de huidige levensomstandigheden rekening wordt gehouden" 56

Daarom is het beter, zowel om de dag werkelijk te heiligen als om de getijden zelf met vrucht voor het geestelijk leven te vieren, dat men voor het bidden van de gebedsuren de tijd in acht neemt die het dichtst bij de werkelijke tijd van het canonieke uur is gelegen.57

Aldus is het getijdengebed een bidden met de kerk het hele etmaal en het hele jaar door, in gezelschap van grote voorgangers in het geloof van twintig eeuwen. Zo krijgt de aansporing van de apostel Paulus: "Bidt zonder ophouden"58 concrete opvolging.

De liturgie van de gebedsuren wil de gang van de tijd, die op zich ambivalent en niet-ingekleurd is, door de gedachten is aan de Heer diepte en perspectief geven, van uur naar uur, heel de dag door, continu.

Zo blijft het zicht open naar God die het door Hem begonnen werk in deze wereld blijft voortzetten.

De continuïteit van het getijdengebed houdt eigenlijk ook dit in: dat de tijd tussen de afzonderlijke gebedsuren overbrugd wordt doordat men het contact met de Heer probeert vast te houden. Gebeurt dat niet vooral doordat men het gebed laat doorstralen in het werk en in de omgang met anderen? Wordt de dag niet echt geheiligd, doordat wij tussen de gebedsuren door zo goed mogelijk gevolg trachten te geven aan de opdrachten van de Heer?

 

c. Karakteristieke aanzetten tot bidden in geest en in waarheid

Het getijdengebed is "vooral lof- en smeekgebed".59 Het wordt weliswaar bij voorkeur aangeduid als "Laudis canticum" (een loflied), zoals ook paus Paulus deed door zijn Apostolische Constitutie deze woorden als titel mee te geven. Maar in het getijdengebed hebben ook het smeekgebed en voorbeden hun eigen plaats. Zowel de joodse als de christelijke traditie hebben deze beide vormen van gebed nooit streng van elkaar gescheiden. Ze zijn ook moeilijk te scheiden, want de ene gebedsvorm voert als het ware tot de andere. De algemene inleiding vraagt met betrekking tot het Onze Vader en de Preces (de slotgebeden of voorbeden in het morgengebed en de voorbeden in het avondgebed) uitdrukkelijk, dat ze "de lof van God, de erkenning van zijn heerlijkheid en de gedachtenis van zijn heilswerk insluiten".60

In feite hebben de verschillende gebedsuren ieder een eigen accentuering gekregen van aspecten van Christus' heilswerk. Zo ontvingen de lauden het stempel van heiliging van het morgenuur", "gedachtenis van de opstanding van de Heer Jezus".

De kerkvader Basilius de Grote zegt daaromtrent: "Het morgengebed is bedoeld om de eerste bewegingen van ons hart en onze geest aan God toe te wijden. Laten wij beginnen nergens anders om bekommerd te zijn dan om ons te verheugen bij de gedachte aan God, zoals geschreven staat: 'Ik dacht aan God en ik was verheugd'.61 De heilige bisschop Cyprianus van zijn kant schrijft, "dat men '5 morgens moet bidden om de verrijzenis van de Heer in gebed te vieren".62

De vesper wordt gevierd als het avond geworden is en de dag ten einde loopt. Het is het uur van de dankzegging voor heel de voorbije dag. Daarbij zal men bijzonder denken aan de verlossing die de Heer bracht. In aansluiting bij Cassianus denkt men dan met name aan de zelfgave van Christus, eerst tijdens het laatste avondmaal, de volgende dag aan het kruis~63

Ook het gebed overdag (en de gebedsuren van de terts, sext en noon) verbinden "de gedachtenis met bepaalde gebeurtenissen in het lijdensproces van de Heer en met de eerste verbreiding van het evangelie"~64

In ieder geval deelt het getijdengebed in dat wat het wezen is van alle liturgie (en, in hoogste vorm, van de eucharistie): dat de Heer helend en heilbrengend onder ons tegenwoordig komt.

De vernieuwde lezingendienst (Officium lectionis) is beter geschikt gemaakt om als bron van voedsel voor ons persoonlijk geestelijk leven te fungeren. Dit onderdeel van het getijdengebed is van de ene kant sterk ingekort, met name wat betreft het aantal psalmen en lezingen, van de andere kant gevarieerder en rijker van inhoud geworden~

Naast de Schriftlezing helpt de tweede lezing van de lezingendienst de bidder op authentieke wijze kennis te maken met teksten waaruit de kerk leeft en die het leven van de kerk verrijkt hebben~ De teksten van de tweede lezing mogen tot de mooiste en diepzinnigste uit de kerkgeschiedenis worden gerekend. Een rijke bron aan gelovige inspiratie ligt hier voor ons open.

De Nederlandse uitgave van Liturgia Horarum heeft ook een aantal geestelijke teksten uit ons eigen Nederlandse taalgebied opgenomen. Een nieuwigheid die als een bijzondere aanwinst mag worden beschouwd.

Voor de monniken blijft dit uur het karakter van nachtwake houden, en daarmee van het wakend en biddend uitzien naar het licht van de dag en de uren van de arbeid. Het biddend waken speelt zich af tegen de achtergrond van de strijd tussen duisternis en licht, tussen kwaad en goed. Het roept op tot de keuze voor het goede, de aandacht voor de naaste, de zorg voor de wereld.

Bij bepaalde gelegenheden kan men echter ook in de geloofsgemeenschap een dergelijke nachtwake of gebedswake houden met name ter voorbereiding van een zon- of feestdag. Daartoe worden in het getijdenboek suggesties gedaan.

Andere aanzetten tot verdieping van het gebed worden gegeven in de verschillende onderdelen van de gebedsuren.

De hymne heeft in het getijdengebed een eigen functie. Ze heeft een eigen karakter met haar poëtische zeggingskracht. De hymne richt zich op lyrische wijze heel uitdrukkelijk op de lofprijzing van God. Het eigen karakter van het gebedsuur, van de tijd van het jaar of van het feest wordt vooral in de hymnen onder woorden gebracht. Ze dragen door taal en melodie bijzonder bij aan de levendigheid van de liturgie van de getij den, en kunnen voor de voeding van de geest, de spirituele bezieling van echte betekenis zijn.

De hymne heeft een plaats in elk uur, en wel aan het begin. Het aantal hymnen is sterk uitgebreid. Uit het rijke arsenaal van de kerk is ruimschoots geput. Voor de tijd door het jaar staan voor het morgen- en avondgebed steeds twee hymnen ter beschikking. Ze kunnen dus afwisselend, b.v. om de week worden gebruikt.

De psalmen vormen als het ware het hart en de kern van het getijdengebed. We vinden hier een onuitputtelijke bron van bezinning en gebed. De lofprijzing van God neemt in de psalmen een belangrijke plaats in. Doordat de jonge kerk de psalmen christologisch ging duiden, zijn ze in sterke mate lofprijzing geworden om Gods heilswerken in

Christus, vooral om zijn Pascha. De kerkvaders hebben het hele psalmboek verstaan als profetische verwoording omtrent Christus en de kerk.65

De algemene inleiding, die allerminst voorbij gaat aan de moeilijkheden welke het bidden van de psalm kan oproepen, brengt als het ware een ode aan de psalmzang.66 Wij lezen daar:

"Krachtens hun aard zijn deze gezangen in staat de geest van de mens tot God op te heffen".67

Men "gaat mediterend vers voor vers, en is reeds van harte bereid te antwoorden zoals de Geest het wil. Eens heeft de Geest de psalmist geïnspireerd, en nu zal Hij ook de vrome bidder bijstaan..

"Vaak kunnen wij met psalmwoorden gemakkelijker en vuriger bidden, zowel om God te danken en Hem blij te loven, als om Hem te smeken uit de diepte van onze nood".69

"Het stemt met het dichterlijk en muzikaal karakter van de psalmen overeen, dat ze niet noodzakelijk tot God spreken, maar voor God gezongen worden; zoals de H. Benedictus zegt: "Laat ons bedenken, hoe wij voor het aanschijn van God en van zijn engelen dienen te staan, en laat ons zó de psalmen zingen, dat ons hart in overeenstemming is met onze woorden".70

"Ook al zijn die gezangen eeuwen geleden bij oosterlingen ontstaan, toch geven ze op de juiste wijze uitdrukking aan de smart en de hoop, de ellende en het vertrouwen van mensen van alle tijden en alle plaatsen, en bezingen ze vooral het geloof in God, alsook zijn openbaring en verlossing" 71

In de psalmen richten wij ons tot God met zijn eigen woorden. Het zijn zijn woorden die wij tot de onze maken. Met dezelfde woorden waarmee Hij tot ons spreekt, spreken wij Hem aan. Hier wordt de dialoog tussen God en de biddende mens voor hem die daarop attent is, tot een soort van identificatie. Zeker als hij (zij) zich realiseert, dat dit bidden ook een bidden van Jezus mag worden genoemd.

Het vernieuwde getijdengebed helpt ons ook om te bidden voor anderen. De preces (de slotgebeden) met name, die pas aan het einde van het vernieuwingsproces in het vizier kwamen (het concilie heeft er niets over gezegd) en in het getijdengebed na lange eeuwen weer een plaats kregen, roepen ons op tot gebed voor allerlei noden in de wereld. Ze hebben een plaats in het morgen- en in het avondgebed. Volgens een zeer oude traditie worden ze afgesloten met het Onze Vader dat eveneens in de eucharistieviering wordt gezegd. Zo "herleeft dus in onze tijd het oudchristelijk gebruik om dit gebed driemaal per dag te verrichten".72

Ook hier blijkt dat sprake is van zowel een lofprijzing vanuit de vreugde voor de nieuwe dag als een smeking en dankzegging aan het einde van de dag. Eerst herdenken wij Gods handelen, en prijzen en danken Hem daarvoor, maar daarna op grond van onze hoop op Hem, vragen wij Hem om hulp uit alle nood. "Behalve de lofprijzing biedt de kerk in de liturgie aan God aan de gebeden en verlangens van alle gelovigen; ze spreekt daarenboven bij Christus, en door Hem bij de Vader ten beste voor het welzijn van heel de wereld... Zo zet de kerk de gebeden en smeringen voort, die Christus in de dagen van zijn sterfelijk leven verrichtte..

De voorbeden in de lauden en de vesper hebben een verschillende kleur. Die van het morgengebed hebben de bedoeling "om de dag en het werk aan God toe te wijden"; die in het avondgebed intercessiones (smeekbeden) heten en zijn bestemd om de grote intenties van kerk en mensheid aan God aan te bevelen.

Overigens kan men in deze slotgebeden naar behoefte en aandrang eigen intenties opnemen, met name de noden van de eigen lokale geloofsgemeenschap .74

Het nieuwe getijdengebed kent ook ruimte voor stil gebed. De algemene inleiding beveelt momenten van stilte aan,75 "om de stem van de heilige Geest ten volle in het hart te laten klinken en het persoonlijk gebed nauwer op het woord Gods en op het openbaar gebed van de kerk te doen aansluiten". Als geschikte momenten daarvoor worden de volgende aangewezen: na iedere psalm (volgens oud gebruik), en na de (korte of lange) Schriftlezing.76

Daarna volgt nog deze hint: "Wie het getijdengebed afzonderlijk bidt, heeft meer vrijheid om te blijven stilstaan bij de overweging van een of andere tekst waardoor men zich bijzonder aangesproken voelt

Zowel bij individueel als bij gemeenschappelijk gebed kan een kort moment van rustig verwijlen bij de gelezen tekst, een nadere bezinning op wat men bidt, de dialoog met God intensiveren.

De bekende liturgist prof. dr. A. Jungmann heeft de herinvoering van de stilte in deze liturgie van de gebedsuren de belangrijkste vernieuwing genoemd van onze naconciliaire liturgie.

De eigen functie van alle onderdelen van het getijdengebed wordt besproken in de algemene inleiding; deze wijst daarbij op de eigen betekenis ervan in het geheel en, waar dat van pas komt, op aangebrachte veranderingen 78

d. Het gebed van de monniken/monialen en van de religieuzen

Met dit boekje richten wij ons enerzijds tot degenen die pastoraal werk verrichten, anderzijds tot de gelovigen-allemaal-samen. De publicatie immers van het getijdengebed van de kerk in het Nederlands is een historisch gebeuren. Voor het eerst in de geschiedenis is voor iedereen de volledige Nederlandse tekst beschikbaar van dit kerkelijk gebed, zeer oud van structuur, sinds het concilie meer in overeenstemming gebracht met de levensomstandigheden van deze tijd.

Voor de monniken en monialen is de nieuwe uitgave van het getijdengebed niet zo ingrijpend, omdat zij al jaren lang gebruik maken van een eigen versie van het getijdengebed (in de volkstaal of in het Latijn, naar eigen keuze). Daarom komen zij in deze brochure slechts zijdelings ter sprake.

Zij zijn echter wel de meest trouwe bidders van dit gebed. Zij hebben ervoor gekozen om in hun leven aan dit gebed de eerste plaats te geven. In overeenstemming met de H. Benedictus, hun grote leermeester, hun voorganger en voorbeeld, herhalen zij keer op keer: "Niets gaat boven dit werk van God".

Wij mogen ons gelukkig prijzen, dat onze kerk deze "professionals" kent: gemeenschappen van mannen en vrouwen die het bidden in naam van de kerk als hun eerste levenstaak zien. Bij hen kunnen wij terecht om iets te ervaren van de grote kracht van dit gebed. Wij kunnen deelnemen aan de viering van de gebedsuren in hun kerkgebouw; wij kunnen ook kennis nemen van hun ervaringen met dit gebed, en hun om raad vragen wat betreft onze deelname aan het getijdengebed.

De monniken en monialen hebben in feite deze oude, zeer waardevolle gebedstraditie overgedragen door de eeuwen heen tot op de dag van vandaag. Zij blijven het koesteren als een dierbare schat, aan hen toevertrouwd ter wille van heel de kerk.

Ook vele andere gemeenschappen van mannelijke of vrouwelijke religieuzen verrichten overeenkomstig hun eigen constituties enkele gebedsuren gezamenlijk. Voor hen biedt de nieuwe Nederlandse uitgave van Liturgia Horarum vele mogelijkheden om hun gebedspraktijk weer eens kritisch door te nemen, zodat zij met groter vurigheid dit gebed kunnen bidden. Bij de opzet van de Nederlandse uitgave is met deze gemeenschappen op bijzondere wijze rekening gehouden.

e. Hoe persoonlijk kan men het getijden gebed bidden?

De pastorale doelstelling van de beoogde vernieuwing van het getijdengebed is in de Constitutie over de liturgie uitdrukkelijk verwoord, waar ze zegt: "Bij het doorvoeren van de vernieuwing moet de eerbiedwaardige eeuwenoude schat van het Romeins Officie zó worden aangepast, dat allen aan wie het wordt toevertrouwd, er ruimer en gemakkelijker van kunnen genieten".79 Dit schrijft het concilie, nadat het eerst heeft vastgesteld, dat het goddelijk Officie openbaar gebed van de kerk is, en als zodanig bron van vroomheid en voedsel voor persoonlijk gebed moet kunnen zijn. Om dat te kunnen worden, vraagt dit gebed (evenals elke andere vorm van gebed) erom dat hart en mond met elkaar in overeenstemming zijn.80

De algemene inleiding bij de vernieuwde 'Liturgie van de getijden' heeft deze gedachte overgenomen: "Opdat het gebed iets persoonlijks wordt van hem die eraan deelneemt, opdat het een bron van vroomheid en veelvuldige goddelijke genade kan zijn, en voedsel voor persoonlijk gebed en apostolaat, is het nodig dat onze geest in overeenstemming is met onze woorden, en dat het gebed waardig, aandachtig en eerbiedig geschiedt" 81

Enerzijds moet het getijdengebed een voedingsbron zijn voor persoonlijk gebed, anderzijds is het nodig dat hart en mond met elkaar overeenstemmen. Dit zijn twee belangrijke uitgangspunten bij het zoeken van de juiste relatie tussen kerkelijk-liturgisch en meer persoonlijk bidden.

Eigenlijk zouden wij deze principiële uitgangspunten altijd in onze overwegingen moeten betrekken.

"De geest in overeenstemming met onze woorden". Deze uitdrukking herinnert aan de Regel van de H. Benedictus, die aanspoort tot "een overeenstemming tussen ons hart en onze stem",82 alsook aan de H. Augustinus die zegt: "de woorden die u uitspreekt, moeten ook leven in uw hart".63

Een vastgelegde gebedsstructuur wordt tegenwoordig gemakkelijk ervaren als minder authentiek. Niettemin kent de kerk veel voorgegeven en voorgeschreven gebedsteksten. Met name de liturgische teksten worden door de kerk met grote zorg omringd. Terecht, denk ik, juist omdat deze teksten geacht worden het stempel te dragen van het geloof van de kerkgemeenschap.

Toch wil de kerk met haar gebedsformules ons mensen niet vastleggen en vervreemden, maar uitnodigen en inspireren. Deze teksten zijn bedoeld als uitnodiging om het eigen beperkte blikveld te overstijgen. Het bidden van een voorgegeven tekst daagt uit tot luisteren naar die tekst. Dat bevordert het eigen karakter van elk waar gebed: dialoog, heen en weer, spreken en luisteren...

In het getijdengebed laat je de kerk bidden voor jou, neem je het gebed van de kerk over, maak je het bidden van de kerk tot jouw eigen gebed. Wetend dat de Heer zelf in deze teksten voor ons ten beste spreekt, laat je jezelf meeslepen op het gebedsritme van de kerk.

Zo wordt het getijdengebed voor jou 'leerschool van gebed', om met de H. Benedictus te spreken. Het is een leerproces, een proces dat positief uitwerkt, als wij ons bewust blijven het ware bidden niet voldoende te beheersen. Het bidden van voorgeschreven teksten wordt minder negatief ervaren, naarmate wij in ons eigen persoonlijk bidden de lacunes en beperkingen waarnemen, en bereid zijn wijsheid op te doen uit wat ons uit de ervaringen van anderen door de kerk wordt aangeboden.

Als het bidden van de getijden bezieling geeft en persoonlijke inspiratie, dan is dat voor de biddende persoon van grote waarde. Het zal hem/haar helpen om vruchtbaar deel te nemen aan dit gebed in naam van de kerk.

Bidden met de kerk mist een belangrijk deel van zijn uitwerking, als het niet iets persoonlijks wordt van de bidder zelf. Bidden met de kerk moet persoonlijk bidden kunnen zijn. Het getijdengebed mag niet als een geïsoleerde activiteit fungeren in het leven van de enkeling, of als een oord waar men vanuit het gewone leven toevlucht zoekt. Er zou een natuurlijke verbinding moeten blijven tussen dit kerkelijk bidden en het gewone leven met zijn positieve en negatieve ervaringen. Zo kan ons leven en ons werken ondersteund worden door het bidden van de getijden. De algemene inleiding legt bij herhaling daarop alle nadruk.84

Paus Paulus VI zelf heeft daaraan uitvoerig aandacht geschonken. Hij schreef in zijn Apostolische Constitutie Laudis canticum:

"Aangezien het leven van Christus in zijn mystiek Lichaam ook het eigen persoonlijk leven van elke gelovige veredelt en verheft, moet iedere tegenstelling tussen het gebed van de kerk en het persoonlijk gebed volstrekt worden verworpen; hun onderlinge verhouding moet worden versterkt en uitgebreid. De overweging moet in de lezingen, psalmen en andere onderdelen van de getijden voortdurend nieuw voedsel vinden. Het bidden van de getij den moet zoveel mogelijk beantwoorden aan de eisen van het levende en persoonlijke gebed...

Indien het bidden van de getij den echt persoonlijk gebed wordt, zal ook de band tussen liturgie en christelijk leven duidelijker worden. Het hele leven van de gelovigen is immers op alle uren van de dag en de nacht als het ware een leitourgia, waardoor zij zich wijden aan het dienstwerk van de liefde tot God en de mensen in aansluiting op het werk van Christus... Deze diepe, aan het christelijk leven ten grondslag liggende waarheid, wordt door het getijdengebed duidelijk tot uitdrukking gebracht en concreet bevestigd."

Het bidden van vastgestelde teksten wordt persoonlijker, naarmate men de teksten in alle rust en met aandacht leest, en bij een tekst eens even stilstaat wanneer die je bijzonder treft. Dit rustige, langzame bidden kan leiden tot een verdieping waarbij men probeert in deze geest de kerkelijke getij den naar vermogen trouw te vervullen.85 Het gaat om bidden, niet om een formeel afwikkelen van voorgeschreven formules!

Ook het opnemen van ervaringen met mensen, het meenemen van zorgen en noden van medemensen, kan het getijdengebed dichterbij brengen en dieper in de persoon van de biddende doen wortelen. Juist dat wat ons bezig houdt, is aangewezen om in het getijdengebed mee te functioneren. Het heeft een eigen plaats in de voorbeden.

 

Gebed: dialoog, samenspraak tussen God en mens

De algemene inleiding op het vernieuwde getijdengebed geeft prachtige aanzetten voor een gezuiverde visie op bidden, in het bijzonder op de liturgie van de gebedsuren. Dat gebeurt vooral in het eerste hoofdstuk. Dit hoofdstuk heeft als titel: "Het belang van de getijden in het leven van de kerk".

Het laatste artikel van dit hoofdstuk vormt als het ware het uitgangspunt en de basis voor deze bezinning op het gebed. Daar wordt namelijk het liturgisch gebed omschreven als: "dialoog, samenspraak tussen God en mens"86

In de Constitutie over de heilige liturgie duidde het Tweede Vaticaans Concilie op de liturgie als dialoog: "In de liturgie spreekt God tot zijn volk... Het volk antwoord met gezang en gebed".87

Ook de Constitutie over de goddelijke openbaring sprak van een colloquium (samenspraak) tussen God en mens. Het concilie illustreerde dit met een uitspraak van de H. Ambrosius: "Hem spreken wij toe als wij bidden, naar Hem luisteren wij als wij de goddelijke uitspraken lezen"88

De grote bidders gaan er altijd van uit, dat God bij ons bidden de eerste is, de initiatiefnemer is. Dan is dus de mens als iemand die antwoordt; elk vermeend inititatief van een mens om te gaan bidden is eigenlijk antwoord, en reactie, en daarin dan ook nog gedragen door de heilige Geest.

Juist daarom heeft de kerk haar bidden het liefst omschreven als een "uitwisseling tussen God en mens in de heilige Geest". Sla de vele geestelijke schrijvers daar maar op na!

De God van Jezus Christus, de God van de christenen, 6nze God dus, is een God die zich voor mensen intens interesseert. Dus moet je met Hem in contact kunnen komen, met Hem kunnen praten. Dat geven de grote bidders uit de kerkgeschiedenis weer, als ze het gebed omschrijven in termen van samenspraak, dialoog.

Gewoonlijk wijzen dezelfde schrijvers ook op een "bidden zonder woorden". De heilige bisschop Johannes Chrysostomus (+407) bijvoorbeeld heeft gezegd: "Wanneer ik over gebed spreek, dan denk ik niet aan woorden. Bidden is veel meer: verlangen naar God, niet onder woorden te brengen God-gerichtheid, komend niet van de mens, maar van de goddelijke genade. Daarover spreekt de Apostel als hij zegt:

'Wij weten niet eens hoe wij moeten bidden; maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen'89."90

Op wel heel bijzondere wijze is voor Augustinus bidden een zaak van verlangen. "De reden waarom God wil dat wij bidden is: dat Hij wenst te geven aan iemand die echt verlangt.. "~91 En: "Naar goede dingen moeten wij vurig verlangen. Het verlangen bidt altijd, ook al zwijgt de tong. Als gij altijd verlangt, dan bidt gij altijd. Wanneer slaapt ons gebed? Slechts dan als ons verlangen verkoelt".92

Deze woorden van Augustinus geven diep te denken. Het getijdengebed is een bidden via vastgestelde teksten. Hoe mooi die teksten ook kunnen zijn, ze worden pas werkelijk tot gebed, als ik mij er innerlijk aan wil toevertrouwen. Die innerlijke gerichtheid is beslissend. Al zou ik blijven worstelen met de teksten, door mijn instelling, mijn wil, mijn verlangen, ben ik in gebed. "Het verlangen bidt altijd"! Een echte Augustinus-uitspraak: ongenuanceerd, maar raak; om over door te denken, maar direct al verrassend en bemoedigend.

En nu wij toch bij de heilige Augustinus zijn aangeland, mogen wij ook wat het bidden van de getijden betreft denken aan diens bekende aansporing voor minder gemakkelijke opdrachten: "Doe wat je kunt, vraag wat je niet kunt, Hij zal je geven dat je het kunt".

En dus mogen wij in groot vertrouwen dagelijks bidden:

Heer, open mijn lippen.

En mijn mond zal uw lof verkondigen.

NOTEN

1 Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum concilium, nrs. 83 tot en met 101.

2 Ibid., nr. 85.

3 Vgl. Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 21

4 Vgl. ibid., nr. 27.

5 Vgl. ibid., nr. 27.

6 Vgl. ibid., nr. 20.

7 dc (1917), can. 135: "Clerici, in maioribus ordinibus constituti, exeeptis us de quibus In can. 213, 214, tenentur obligatione quotidie horas canonicas integre recitandi, secundum proprios et probatos liturgicos libros".

8 Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, nr. 96.

9 Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 29.

10 Ibid., nr. 29.

11 Ibid., nr. 29.

12 Ibid., nr. 29.

13 Ibid., nr. 30.

14 Tweede Vat. Conc., Constitutie over liturgie, Sacrosanctum Concilium, nr. 10, vgl. ook Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 18.

15 A. Bugnini. Die Liturgiereform, Herder, Freiburg Basel - Wien, 1988, blz. 555.

16 Tweede Vat. Cone., Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, nr. 88.

17 Ibid., nr. 94.

18 Ibid., nr. 88.

19 Vgl. ibid., nrs. 88 en 94.

20 Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 22.

21 Le. 18, 1.

22 J.J. Olier. Traité des saints ordres. Paris, 1953 15, deel III hoofdstuk 3.

23 Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, Laudis Canticum, dd. 1 november 1970.

24 Ibid.

25 Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 1.

26 Vgl. Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sancrosanctum Concilium, nr. 84.

27 Vgl. Alg. ml. op het getijdengebed nr. 27.

28 Tweede Vat. Conc., Decreet over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de kerk, Christus Dominus nr. 30.

29 Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 12.

30 Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, Laudis Canticum.

31Paus Pius XII, Encycliek Mediator Dei et hominum, dd. 20 november 1947, nr. 2: A.A.S. 39 (1947), blz. 522.

32 Tweede Vat. Conc. Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, nr. 84.

33 Vgl. Heb. 5, 7.

34 Vgl. Tweede Vat. Conc., Dogm. Constitutie over de kerk, Lumen Gentium, nr. 41.

35 Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 17.

36 H. Augustinus, Enarratio in Ps. 85,1: CCL 39, 1176-1177.

37 Joh. 16, 23-26.

38 Joh. 14, 13-14.

39 Joh. 15,16.

40 Ef. 4, 24.

41 Mt. 18, 20.

42 Vgl. Hand. 2, 42-47; 4, 32-36.

43 Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 33.

44 Ibid., nr. 30; Vgl. Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, nr. 26.

45 Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 22; vgl. Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, nrs. 26 en 84.

46 Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, nr. 100.

47 Ibid., nr. 41.

48 Tweede Vat. Conc., Decreet over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de kerk, Christus Dominus, nr. 11.

49 Vgl. Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 20.

50 Vgl. Tweede Vat. Cone., Decreet over het ambt en het leven van de priesters, Presbyterorum ordinis, nr. 5

51 Alg. inl. op het getijdengebed, nr. 23; vgl. Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sancrosanctum concilium, nrs. 100-109.

52 Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, nr. 84; vgl. Alg. inl. op het getijdengebed, nr. 10.

53 Lc. 18, 1.

54 Heb. 13, 15.

55 Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, nr. 83-84.

56 Vgl. ibid., nr. 88.

57 Ibid., nr. 94; vgl. Alg. inl. op het getijdengebed, nrs. 10-11.

58 1 Tess., 5, 17.

59 Alg. inl. op het getijdengebed, nr. 2.

60 Ibid. nr. 185.

61 Ps. 77 (76), 4.

62 Alg. ml. op het getijdengebed, nr. 38.

63 Vgl. ibid., nr. 39.

64 Ibid., nr. 75.

65 Vgl. ibid., nr. 109.

66 Vgl. ibid., nrs. 100-109.

67 Ibid., nr. 101.

68 Ibid., nr. 104.

69 Ibid., nr. 105.

70 Ibid., nr. 105.

71 Ibid., nr. 107.

72 Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, Laudis canticum.

73 Alg. inl. op het getijdengebed, nr. 17.

74 Ibid., nrs. 17 en 28.

75 lbid., nr. 201.

76 Ibid., nr. 202.

77 Ibid., nr. 203.

78 Ibid., passim.

79 Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, nr. 90.

80 Vgl. ibid., nr. 90.

81 Alg. inl. op het getijdengebed, nr. 81.

82 H. Benedictus, Regel, hoofdst. 19.

83 H. Augustinus, Regel, hoofdstuk II, 1.

84 Vgl. Alg. inl. op het getijdengebed, nrs. 18, 19, 28.

85 VgI. Romeins pontificaal, De wijding tot diaken, priester en bisschop, ondervraging in de diakenwijding.

86 Alg. inl. op het getijdengebed, nr. 33.

87 Tweede Vat. Conc., Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, nr. 33.

88 Tweede Vat. Conc., Dogm. Constitutie over de goddelijke openbaring, Dei Verbum, nr. 25.

89 Rom. 8, 26.

90 H. Johannes Chrysostomus, Supp. Hom. 6. De precatione: PO 64, 462-466; lezing op vrijdag na Aswoensdag in Liturgia Horarum.

91 H. Augustinus, Preek 56, 3.

92 H. Augustinus, Preek 80, 7.

 

 

   "En wanneer je bidt, wees dan niet als de schijnheiligen; zij staan graag in de synagogen en op de hoeken van de straten te bidden, om op te vallen bij de mensen. Ik verzeker je, ze hebben hun loon al. Maar als je bidt ga dan je binnenkamer in, doe de deur dicht, bid tot je Vader die in het verborgene is; en je Vader die in het verborgene ziet zal het je lonen." Matteüs 6, 5-6