| Around
the world I Australië I Cambodja
I China
I Cuba I
Ecuador I Egypte I Israël I
Mexico/Guatemala I Myanmar I Peru I Thailand I
Verenigde Staten I Vietnam
I
Vietnam/Cambodja I Zuidelijk Afrika I Zuidoost Azië New York Home I Foto's I Gastenboek I Reisverhalen I Links I Need your support |
De hoofdrolspelers:
|
home>reisverhalen>China See China right in front of you....
|
|
Het reisschema van dag
tot dag: |

Hong Kong Special Administrative Region (HKSAR) of in de volksmond Xianggang (Geurige Haven); tot 1 juli 1997 een kroonkolonie van het Verenigd Koninkrijk; Hong Kong bestaat uit het eiland Hong Kong (78 km2), het schiereiland Kowloon (10 km2), zo'n 230 merendeels onbewoonde eilandjes en de New Territories (974 km2); De bevolking bestaat voor 98% uit Chinezen.
De zon ging onder en zowel in Victoria Harbour op het
eiland Hongkong als aan de overkant van Kowloon onttrok een onzichtbare
deken het daglicht aan de chaos beneden. Kowloon. De krioelende uitloper
van China die alleen in de geest tot het noorden behoorde.
De nacht daalde neer, aangekondigd door een verblindend oranje zon die zakte achter een immense, kartelige afbrokkelende wolkenbank in het westen. De broeierige temperatuur zorgde ervoor dat het leven zich langzaam aan afspeelde. Hong Kong ging de avond in.... de chaos kwam op gang.
Het zijn niet alleen mijn woorden, maar voornamelijk die van schrijver Robert Ludlum terwijl hij in zijn boek het Bourne Bedrog Hong Kong introduceerde. Veel komt ons bekend voor, Ludlum beschrijf de stad in een paar treffende zinnen.
"Maar Mikey, hoe is Hong Kong nu eigenlijk zonder die literaire onzin?", hoor ik jullie roepen.Hong Kong is eigenlijk een grote shopping mall. Nergens ter wereld heb ik ooit zoveel winkels bij elkaar gezien, met als zeldzaam hoogtepunt Harbour City, een shopping mall met ruim 700 winkels. Eigenlijk loop je van het ene winkelcentrum, in het ander, van de ene winkelstraat in een andere en iedereen is ook aan het winkelen. Hoewel Hong Kong niet de grandeur heeft van Singapore, is ieder groot merk vertegenwoordigd met een winkel: van Prada tot Chanel, Cerruti, Dior, Louis Vuiton en Cartier. Maar ook de grote spelers in de sportwereld zijn aanwezig. Lopend door Peking Road kijkt voor een Nike-reclame een deel van de selectie van Manchester United met in het middelpunt Ruud van Nistelrooij hoog vanaf een immens reclamebord doordringend op ons neer, terwijl vanaf de andere kant NBA-ster Kevin Garnett namens Adidas onze aandacht probeert te trekken. “Als dit China is, zal ik mijn verwachtingen moeten bijstellen”, heb ik regelmatig gedacht.
Hong Kong, waar het oosten het westen ontmoet, een
smeltkroes van Chinese terughoudendheid, onderdanigheid, traditie en
westerse arrogantie en openhartigheid. Het maakt deel uit van de
Volksrepubliek China, maar toch ook weer niet. We lopen hier nu vier dagen
rond en kunnen ons niet voorstellen dat ook maar één inwoner van Hong
Kong is die het gedachtegoed van Mao Zedong aanhangt; kapitalisme viert
hoogtij hier in Hong Kong. Maar ook de totale benadering wijst erop dat
Hong Kong niet echt bij China hoort; de prijs voor een vliegticket is er
een met een internationale vlucht status en zeker niet binnenlands, je
betaalt hier keurig met een Hong Kong dollar tegenover de Yang als je
buiten de stad komt en de stad heeft ook een eigen vlag.
Maar waar gaat het allemaal om, precies, dat jullie te weten komen wat we de afgelopen dagen hebben gedaan. Aangezien tijd beperkt is, het zwarte dagboekje niet bij de hand en de drukkende hitte slopend is, een beperkt en verkort verslag van onze eerste dagen in het verre oosten. Na terugkomst zal ik het gehele verhaal zo snel mogelijk plaatsen op www.opreismetjackenmike.nl (opmerking van de schrijver: het bijwerken is natuurlijk al gebeurd).
zaterdag 11 juni (22 graden, zonnig)
Na een traan vluchtig te hebben weggeveegd bij het afscheid van mijn
meiden, ontmoette ik mijn ‘two favorite allies’ rond twee uur bij de
incheckbalie op Schiphol. Ons traditionele bezoek aan café Amsterdam, wat
inkopen en boarden was alles wat we in anderhalf uur konden doen.
Zonder vertraging verliet de blauwwitte 747-400 gate F9, om rond 16:50 de lucht boven Schiphol te kiezen. De vlucht met onze nationale trots (of moet ik onderhand onze Franse trots zeggen) was eigenlijk boven verwachting goed; als de stewardessen de familie Boelhouwer gaan aanbieden dat we ons eigen bier mogen pakken, kan er eigenlijk al niets meer fout gaan. Dat daarnaast de door Mandy geregelde plaatsen perfect waren, de vlucht voor mijn gevoel vrij snel ging, verhoogde alleen maar de uiteindelijke feeststemming.
Wat een bijzondere ervaring bleek (althans, voor degene die nog wakker waren), was dat we boven de Oeral de zon zagen ondergaan terwijl we nog geen 2 uur later vliegend boven de Gobi woestijn de zon alweer zagen opkomen.
zondag 12 juni (31 graden, bewolkt met ’s avonds een
regenbui)
Het was 09:36 uur lokale tijd, dat de gezagvoerder van vlucht KL0887 de
wielen van de 747 bijna feilloos kontakt liet maken met Chinees
grondgebied. We gingen redelijk snel door de douane en langs de
bagageband. Het grappige is dat hoewel Hong Kong sinds 1 juli 1997
weer Chinees is, de douane totaal geen aandacht besteed aan je Chinese
visum en keurig een Hong Kong immigration stempel plaatst in je
paspoort.
Waar in Mexico City de groene kevers rondrijden, de gele Cadillac het straatbeeld in New York bepaalt, verplaatst men zich in Hong Kong per rode Toyota-taxi. Dus ook de familie pakte een rode taxi richting de stad. Hong Kong bestaat eigenlijk uit vier delen: het schiereiland, opgedeeld in Kowloon en de New Territorries, Het eiland Hong Kong Island en The Outlying Islands.
Het eerste aangezicht van Hong Kong doet je behoorlijk verbazen; nog meer dan in iedere vergelijkbare Aziatische stad is iedere vierkante meter hier benut en dan nog eens benut, zodat je binnenkomt in een wirwar van verhoogde snelwegen, afritten, tunnels en wolkenkrabbers.
Na het inchecken en het bijkomen, zijn we de 'buurt' gaan verkennen. Ons hotel is gelegen aan Nathan Road, de Golden Mile, het centrum van Tsim Sha Tsui, de wijk waar het allemaal gebeurd in Hong Kong, door de Planet spottend ‘the tourist ghetto’ genoemd.
De Golden Mile is een aaneenschakeling van heel veel
winkels en hotels, dus ook de plaats waar de vastgoedprijzen nog net niet
de welbekende hemel bereiken, maar daar wel in de buurt komen. Hong Kong
Island is het economische en financiële hart, Kowloon is het kloppende
hart van de stad. Schreeuwende lichtreclame en winkelende mensen. Het is
ook de plek dat het speelveld is van de vrije jongens van Hong Kong. Die
kan je overigens in tweeën verdelen; de Chinezen en de Indiërs. Waar de
Chinese vrije jongens zich bevinden in de elektronica business, bieden de
Indiërs vooral nep horloges en handtassen aan en proberen ze je 'mee te
lokken' naar hun kledingswinkels en ik kan je zeggen er zijn een
behoorlijk aantal ‘Narry's’ hier in Hong Kong (‘Narry’s’ is voor
intimi de benaming voor kleermakers). Je kan geen stap uit je hotel
doen of je word aangeklampt, “copy watch, copy bag, sir”, en er is er
niet één zo slim om te denken dat als je twee stappen eerder een
collega-verkoper afwimpelt dat je bij hem dan ook niet zal kopen. Na een
dag in Hong Kong ben je het eigenlijk al wel behoorlijk zat, maar ja,
that's the name of the game.
Uiteindelijk kwamen we uit bij de wandelpromenade langs Victoria Harbour, vanaf daar heb je een indrukwekkend uitzicht op Hong Kong Island. Even na het middaguur moest er natuurlijk gegeten worden, alleen één probleem. Waar restaurants bij ons in Nederland een prominente plaats innemen in het straatbeeld en het uitgaansleven, heb je hier de gekke gewaarwording dat bijna alle restaurants zich bevinden of op kelderniveau of op de 3e of 4e etage van een winkelcomplex. Uiteindelijk vonden we een heerlijk restaurant en daar begon mijn zoektocht naar de lekkerste ‘sweet & sour pork’ van China.
’s Avonds zijn we naar de night market in Temple street geweest, het Patpong van Hong Kong maar dan zonder gogo bars; “dan zou je ook kunnen zeggen de Albert Cuyp of de Grote Markt maar dan met alleen Chinezen, Mike”, en daar moet ik jullie dan gelijk in geven. Alle troep die ik ook maar kon verzinnen verkochten ze hier. Een levendig gebeuren tot de hemelsluizen open gingen en iedereen zich meer zorgen maakte om droog te blijven dan dat ze aandacht hadden voor de koopwaar.
Al schuilend, af en toe wachtend, probeerden we enigszins droog af te zakken naar het centrum. Uiteindelijk kwamen we redelijk droog aan bij het Hard Rock Café, waar onze avond eigenlijk echt goed begon en ook nog eens eindigde.
maandag 13 juni (29 graden, bewolkt en in de avond een
kleine regenbui)
Ik kom er steeds vaker achter dat er tijdens vakanties momenten voordoen
waarbij nieuwe aardse zaken ontdekt kunnen worden. Ben ik in Cuba verliefd
geworden op de salsa en op onze laatste ‘ontdekkingsreis’ naar New
York het nobele honkbalspel gaan waarderen, hier in Hong Kong heeft een
bezoek aan Ned Kelly’s Last Stand mijn ware gevoelens ten opzichte van
jazz muziek blootgelegd.
De live-band speelde de spreekwoordelijke pannen van het dak. Hoewel ik natuurlijk niet kan beoordelen of de jongens goed speelden, want daarvoor ben ik teveel een leek, kreeg ik het idee, zeker gezien de reactie van het publiek dat de band een aardig stukje ten best gaf. Maar jazz muziek heeft iets, het voelt puur aan, een ieder gaat uit van zijn eigen kwaliteit en specialiteit maar toch vormt het een compacte eenheid.
De dag begon rustig voor ons. Tegen het middaguur zijn we richting de pier gelopen; de rondvaart in Victoria Harbour stond op het programma. Door velen gezien als een verplicht nummer en zeker één van de hoogtepunten. Hoewel het uitzicht vanaf het water op zowel Hong Kong eiland als op Kowloon briljant is, viel deze boottrip ons toch wel iets tegen. Je zou trouwens ook kunnen zeggen dat ons verwachtingpatroon te hoog was, het is maar hoe je het ziet, maar als de Planet schrijft:” Hong Kong has one of the most spectacular harbours in the world”, dan zijn wij of niet in Hong Kong geweest, of misschien in de verkeerde haven gevaren, of pech gehad dat juist vandaag niet zo ‘spectacular’ was of de schrijvers van de Planet zijn nog nooit in de haven van Vijfhuizen geweest want zelfs die is een stuk spectaculairder als die er al zou zijn.
Na een overheerlijke Thaise maaltijd als late lunch,
wat quality shopping time (cadeautjes voor Zoë), een drankje in de
hotelbar, tegelijk genieten van een live-optreden (“we go to a par-ty”)
was het tijd om het vuurwerk en lasershow in Victoria Harbour te bekijken.
Voor vuurwerk zorgde dit in ieder geval niet, want we hebben niets de
lucht in zien gaan behalve een verdwaalde laser, dus van een show kon je
dan ook niet spreken. De verlichte overkant van Hong Kong eiland zag er
wel spectaculair uit en dat was het bezoekje waard.
De avond ving dus pas echt aan in Ned Kelly's Last Stand, een stukje Australië buiten Australië of m.a.w. een Aussie pub. We pakten nog net het laatste stukje happy hour mee en een ieder die Jack kent weet dat er dan even een tussensprint getrokken moet worden of die nu in de vorm van pint of iedere andere willekeurige vorm is, er moet ‘dampf gemacht’ worden. Met op de achter- en voorgrond een lekker stukje jazzmuziek, french fries en chicken wings on the side, vlogen de pint en de red labels over tafel en aangezien Deb in hetzelfde tempo meedraaide was het dan ook niet verwonderlijk dat ze beetje bij beetje aangeschoten raakte. Zes uur later, rond 02.00 uur, na een laat bezoek aan de vrienden van MacDonalds, eindigden wij veilig en wel op onze hotelkamer.
dinsdag 14 juni (32 graden, bewolkt, eind van de middag
een regenbui)
Soms kom je in een situatie dat je even rustig aan moet doen; vanochtend
was zo’n situatie. Ned Kelly’s had voor meer lichamelijke ongemakken
gezorgd dan dat we konden verdragen, zodat rustig aan doen het enige devies
was. En jullie weten het, sportmannen en vrouwen (?) luisteren altijd naar
hun lichaam, zodoende begon de dag iets later dan gepland.
Vandaag zijn we met de Star Ferry naar de overkant gegaan en hebben we Kowloon ingeruild voor Hong Kong Island. Het eiland is het economische en financiële hart van de stad, maar ligt ook weer in het verlengde van het schiereiland; ook hier vind je de shopping malls in ruime mate. Wat wel anders is, zijn de oude trams die door het centrum rijden. De dubbeldekstrams zijn typische overblijfselen uit het verleden van de Britse kolonie.
Wat dat betreft niet veel nieuws onder de zon (die wij
deze dag wederom niet hebben gezien), maar...........ja wel, hier ligt
Hong Kong's enige echte attractie: Victoria Peak. Vanaf de berg die 525
meter boven Hong Kong uittorent heb je echt een onovertroffen uitzicht
over de stad en dat was de voornaamste reden dat we de oversteek hadden
gemaakt.
Met de Peak Tram zijn we naar de top gegaan. Met op sommige momenten een stijgingspercentage van 27 graden krijg je al snel het idee dat je in een soort rollercoaster zit en langzaam word je over de rails naar boven getakeld; op zich een leuke ervaring.
Het uitzicht over Hong Kong is gewoon majestueus, ondanks dat de bewolking, die voor deze tijd van het jaar normaal is en de bovenkant van de Bank of China Tower (het hoogste gebouw) voorziet van een sluier. Recht voor je schieten de sky crapers van Hong Kong Island de lucht in terwijl aan de overkant van Victoria’s Harbour je Kowloon door het wolkendek nog maar nauwelijks ziet en als je het ziet is het vooral de skyline die opvalt. Wat dat betreft deed het mij sterk aan New York denken en dan specifiek het uitzicht vanaf Empire State Building.
Toch hebben ze hier een geheel eigen charme aan de top
kunnen geven. Ik kan mij voorstellen, als je dan toch een toeristische
attractie bezit in de vorm van een berg, dat je op de top behalve een
uitzichtterras met verrekijkers ook een restaurant bouwt. Maar om er dan
ook tegelijk een redelijk grote shopping mall aan vast te bouwen gaat mij
iets te ver.
Bij terugkomst lag het in de bedoeling dat we het authentieke vissersdorpje Aberdeen zouden bezoeken. Aangezien het alweer begon met regenen, wij geen zin hadden in een heleboel rompslomp, besloten we direct een taxi aan te houden.
Hoewel op het verkeer in Hong Kong zelf nog niets viel aan te merken, had ik bij het betreden van de taxi wel het gevoel dat ik mijn leven toevertrouwde aan de ietwat bejaarde taxichauffeur.
Om op weg te komen liet ik ‘em op een folder zien waar we heen gingen. Pas nadat hij een tweede bril had opgezet en met een zaklantaarn het plattegrondje nader had bestudeerd gingen we op weg. Mijn gedachte over het verkeer werden snel bijgesteld naarmate de minuten in de taxi verstreken…ze kunnen hier niet autorijden. Ik ben er ook nog niet achter wat de nationale sport is hier in Hong Kong: met z'n allen toeteren of elkaar afsnijden zonder dat iemand kwaad wordt. Daarnaast vielen we van de ene opstopping in de andere, wat ons wel weer de tijd gaf om op ons gemak Hong Kong in ons op te nemen.
Op enige moment wilde de chauffeur precies weten waar we naar toe wilden, althans dat denk ik gezien zijn reactie en het feit dat hij de folder weer wilde bekijken. Nadat hij voor de tweede keer zijn zaklantaarn tevoorschijn haalde en een foto van een sampan in de folder nader bekeek slaakte onze Chinese vriend plots een kreet: "Ha, old picture sir. Ten years old, no more boats, only motors sir. Old picture, hahahahaha, ten years old." Daar zit je dan in een taxi, vol met wilde plannen, terwijl je in gedachte dit authentieke stukje van Hong Kong al op de gevoelige digitale plaat hebt vastgelegd. Er zat niets anders op om de overkant maar weer op te zoeken.
Het werd een ietwat rustige avond en aangezien we Hong Kong morgen gingen verruilen voor het echte China, leek het ons wel slim om nog eenmaal te genieten van een westerse maaltijd, want het kon nog wel eens lang duren voordat we weer zo’n kans kregen. En waar moet je in een miljoenenstad dan naar toe: juist, Hard Rock Cafe.
woensdag 15 juni (30 graden, in Hong Kong alleen maar
regen)
Het had vandaag de dag moeten worden van ons bezoek aan de voormalige
Portugese handelsstad Macau, die 60 kilometer ten zuidwesten van Hong Kong
ligt, maar zoals zo vaak had het lot iets anders met ons voor.
Nadat we voor het eerst op deze vakantie vroeg waren
opgestaan, stonden we om iets over achten voor het ontbijtbuffet te
trappelen. De eerste blik naar buiten gaf ons toen al geen goed gevoel
aangezien er teveel paraplu's passeerden. Na het ontbijt, de ontruiming
van onze hotelkamer en het uitchecken, verplaatste ons gezelschap zich
naar buiten, waarna we ons weer snel naar binnen begaven: een langdurige
regenbui en dan hebben we het over een Aziatische regenbui met een
hoofdletter R deed ons bij nader inzien besluiten om Macau te laten voor
wat het was. Een gemiste kans, dat wel, maar om met een tropische regenbui
Macau te gaan verkennen was niet 'our kind of fun', laat staan dat we de
woelige baren van de Zuid-Chinese Zee, die Hong Kong en Macau in
open zee scheiden, wilden trotseren.
Vandaar dat er nu tijd was om een internetcafé op te zoeken, om ons op de hoogte te stellen van het laatste nieuws en om een berichtje te sturen aan de dierbaren. Om dit alles te doen zitten we momenteel in een kakofonie van schietgeluiden en opgewonden Chinese jongentjes stemmen die in grote getallen om ons heen 'online' spelletjes zitten te spelen, er aanwijzingen zitten te geven of een robbertje met elkaar zitten te vechten en ik moet eerlijk zeggen, het werkt behoorlijk op mijn zenuwen; Zoë heeft pech gehad, geen spelcomputer in de nabije toekomst.
Vanavond vertrekken we naar het echte China. Guilin is het einddoel en dat hopen we na een uurtje vliegen te gaan bereiken.
veel plezier in Nederland en tot de volgende keer,
Jack, Puff Debbie en Michael
Hong Kong
15 juni 2005www.opreismetjackenmike.nl
|

Zhonghua Renmin Gongheguo (Volksrepubliek China); nationale feestdag is 1 oktober (oprichting van de volksrepubliek); de hoofdstad is Beijing; 1,32 miljard inwoners (geschat 2004); de officiële taal is het standaard-mandarijn, elke provincie heeft zijn eigen 'dialect'; de munteenheid is de Renminbi (RMB-yuan); Geschat wordt dat maar 10% van de bevolking gelovig is, een gevolg van een actieve overheidscampagne gevoerd tegen de godsdienst in het algemeen; het boeddhisme en het taoïsme zijn de belangrijkste geloven staatsinrichting: China heeft een democratische dictatuur van het volk, met een centrale rol voor het Nationale Volkscongres, waar vanuit een permanent comité van ca 150 leden wordt gekozen bij wie eigenlijk de feitelijk macht ligt; China is een overwegend agrarisch land met een sterk opkomende industrie.
We schrijven zaterdag 18 juni 2005; het was een trieste, nee, een intrieste dag. Niet alleen voor Guilin, maar ook voor Haarlem, Vijfhuizen en eigenlijk de gehele wereld.
Voor het eerst sinds de oprichting in 1996, zijn de Avonturiers uit het Haarlemsche gedwongen om paraplu's te kopen. We werden het na de zoveelste bui regen helemaal zat dus kochten we voor 40 yang (ongeveer 4 euro) drie paraplu's.
Hoewel onze vakantie, op de verloren laatste dag in Hong Kong na, niet beïnvloedt is door de regen, hebben we nu onderhand we iedere dag regen gehad. Gelukkig viel het overgrote deel 's avond en 's nachts en zijn de temperaturen meer dan goed, toch is het zo dat die regen een niet zo prettige bijkomstigheid is. Als het goed is krijgen we, nu we noordelijke gaan, te maken met de omgekeerde situatie; in Xi’an en Beijing heerst er momenteel een hittegolf met temperaturen die reiken tot de 40 graden.
Niet zolang geleden stond de Nederlandse politiek bol van het normen en waarden-debat. Onze eigen Peter-Jan Balkende had zwaar ingezet; een ieder is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in de Nederlandse maatschappij en is ook verplicht om deze verantwoordelijkheid aan te gaan. Het is namelijk niet te tolereren dat, om met Rob Ouwekerk te spreken, kut-Marokkaantjes (of Nederlanders en/of andere afkomst) andere mensen lastig vallen en zelfs mishandelen. Het is niet te tolereren dat we onze vuilnis op straat gooien, dat we de honden hun gang laten gaan zonder de gevolgen op te ruimen. We moeten meer respect hebben voor de ouderen in onze maatschappij; iedereen is gelijk in de Nederlandse maatschappij, ongeacht je geslacht, geloof en afkomst.
In China hebben ze ook normen en waarden; of ze daar een publiek debat over hebben gehouden betwijfel ik. Zoals jullie al kunnen begrijpen wijken de normen en waarden toch wel iets af van die wij in Nederland hanteren.
Wat wij persoonlijk toch een ietwat minder prettige
norm vinden is dat hier iedereen maar spuwt, eigenlijk is spuwen niet de
juiste benaming: rochelen. Of je nu door de stad loopt of gezellig buiten
zit te tafelen en/of te bieren, er is altijd wel iemand die het nodig
vindt om te rochelen en dan zo te rochelen dat het spuw ergens vanuit zijn
tenen moet komen. Kijk, de eerste keer moet je er nog om lachen, "wat
leuk die Chinese gewoontes", maar als je net je sweet and sour pork
met een bordje noodles naar binnen zit te werken is het iets minder
aangenaam.
En als we het dan toch over vervuilen hebben, wat wij ook wel hinderlijk vonden is dat kleine kinderen hier met een gat in hun broek lopen. Ongetwijfeld zullen luiers te veel geld kosten, zullen kinderen met een gat in hun broek ook eerder zindelijk worden, maar om je kind nu op straat te laten schijten en of pissen (diverse malen echt gebeurd, he!) gaat ons toch echt te ver...en opruimen ho maar!?
Respect voor ouderen is ook iets wat te wensen overlaat. Waar ik altijd de gedachte had dat in de Chinese cultuur het ouder woorden gelijk stond met wijsheid, die dan weer met respect behandeld moet worden, is de werkelijkheid toch iets anders. Ouderen worden net zo behandeld als ieder andersen als zo'n senior iets probeert te verkopen aan een 'rijke' toerist die toevallig nu net op een terras zit, wordt die senior gewoonweg hardhandig verwijderd.
Toch zijn er natuurlijk ook vele goede kanten aan de Chinese cultuur. Zo zouden kleine kut-Marokkaantjes (of Nederlanders en/of andere afkomst) hier geen voet tussen de deur krijgen. In de oudheid hielden ze de zienswijze 'oog om oog, tand om tand' er op na als het ging om misdaadbestrijding. In China hebben ze hier van geleerd. Waar wij in Nederland onderhand te soft zijn geworden zijn ze in China 180 graden de andere kant op gegaan. Met 3400 executies is de Volksrepubliek China met zeer ruime afstand de 'trotse' koploper in het eindklassement over 2004 van Amnesty International. Volgens Amnesty volgde Iran op gepaste afstand met maar 159 executies op een tweede plek, maar naar het schijnt is het onmogelijk om de daadwerkelijke frequentie waarmee de doodstraf wordt toegepast in China vast te stellen omdat in veel gevallen de voltrekking in het geheim wordt uitgevoerd. Dan begrijpen jullie direct waarom wij ons zo veilig voelen hier in het Chinese.
“Can you do me a favour?”
“I don’t know what your favorite is, sir?”
“Can you get me some ice?”
”Of course!"
"Briljante conversatie, kenmerkend voor China, je vraagt iets, ze begrijpen je niet, maar op één of andere vreemde manier komt het negen van de tien keer goed; of het nu in de taxi is, een restaurant, een winkel of gewoon ergens op straat.
Regelmatig loop je tegen het taalprobleem aan maar gelukkig zaten we tot nu toe iedere keer in de situatie dat het er allemaal nog niet om ging, maar als die situatie zich wel voordoet, als iedere seconde of minuut telt, ben ik bang dat je dan helemaal gek wordt. Nu is het soms al frustrerend, soms behoorlijk irritant en onderhand vaak lachwekkend. Als een taxichauffeur, nadat je haar hebt gevraagd om ons naar het treinstation te brengen, een pen gaat lenen bij de hotelportier om in het chinees op een briefje te schrijven hoeveel het extra gaat kosten zonder meter en verwacht dat je het begrijpt, dan kan je alleen maar lachen. Gelukkig kom je met gebarentaal wel iets verder, maar als Deb de meest perfecte uitbeelding ten toon spreidt van ‘take away food’ snapt niemand er opeens iets van (vraag gerust aan Deb om het nog eens voor te doen).
Een ander goed hulpmiddel is de Planet en het taalboekje. Vaak zaten we in een taxi, gaven de bestemming door en op het moment dat er weer een vragend en niet-begrijpend gezicht werd getrokken pakten we de Planet er maar weer bij en vaak hielp dat, al verdenk ik mening ‘taxidriver’ ervan dat ze maar iets gokte.
Juist om alle bovenstaande ellende te voorkomen had ik mijzelf vooraf een aantal malen afgevraagd of het wil zo verstandig was om zelfstandig in China te reizen. Halverwege onze reis, kan ik eerlijk zeggen dat ik blij ben dat we het ongeorganiseerd doen, want het is makkelijk te doen, wel af en toe een probleempje, maar niet dramatisch.
Genoeg zin en onzin, fasten your seatbelt and enjoy the ride...& watch more on the internet
woensdag 15 juni (25 graden, in Guilin was het droog en
zwoel)
Hoe kan het nu in godsnaam zo zijn dat je in een wildvreemde stad je hotel
komt uitlopen, een keuze moet maken om of rechtsaf of linksaf te slaan,
dat juist Jack gedecideerd links af slaat en na 400 meter voor een
stapvolle discotheek staat? Mag je dan nog in toeval geloven?
De vlucht eerder op de avond vanuit Hong Kong naar
Guilin verliep goed; voldoende ruimte in het vliegtuig en maar een uurtje
vliegen. Aangekomen bleek het in Guilin dus niet meer te regenen. Snel een
taxi richting de stad genomen. Plotseling propte de chauffeur, die geen
woord Engels sprak behalve "ok", mij een mobiele telefoon in de
handen.
In eerste instantie dacht ik dat ik in de maling werd
genomen, dus beantwoordde ik in mijn beste chinees, weliswaar met een
vleugje Haarlem-Vijfhuizens-accent, de stem aan de andere kant. Het viel
stil aan de andere kant. De stilte duurde en duurde, je voelde de
verrassing en de aangeslagenheid. Zo plotseling als de stilte kwam, zo
plotseling was het ook weer verdwenen.
"Hello, do you speak English?" "Ofcourse do I speak English",
antwoordde ik geërgerd, maar ook weer verrast. "My name is Jerry, a
local travelagent, can I meet you tonight."
Ik had direct dus maar een afspraak gemaakt om wat opties te bekijken en te bespreken en terwijl ik de chauffeur de telefoon teruggaf kwamen we met z'n drietjes erachter dat het er op leek dat dingen behoorlijk voorspoedig zouden gaan lopen.
Voor onze chauffeur wat minder, terwijl hij nog telefonisch zijn percentages zat af te spreken, ging hij steeds harder praten totdat harder praten omsloeg in schreeuwen. Blijkbaar was Jerry het geschreeuw zat en verbrak de verbinding. Op dat moment kwam de chauffeur erachter dat hij de telefoon omgedraaid en onderste boven hield en op een Peppi en Kokki-achtige wijze begon hij zichzelf te slaan en op zijn Chinees te lachen. Dat de tranen bij het aanzien van dit schouwspel over onze wangen liepen kan een ieder zich wel voorstellen.
Eenmaal ingecheckt en met Jerry wat tourtjes te hebben
geregeld, waaronder een boottrip naar Yangshuo voor de volgende dag,
sloegen we dus die bewuste avond, onder aanvoering van Jack dus links
af...
Bij de binnenkomst van 100o Celsius begeleidde een hostess ons richting de bar, waarbij de menigte uiteenwijk alsof onze hostess Mozes was en wij het volgzame volk, het volk van Jacob. Terwijl de dj iets voor ons onverstaanbaars in zijn microfoon schreeuwde keek bijna de gehele discotheek vol bewondering naar ons, sommigen knikten voorzichtig en anderen glimlachten. Bij de bar aangekomen schopte onze eigen 'Mozes', eigenlijk deed ze een vriendelijk maar dringend verzoek, een jongen en meisje van hun barkrukken af en bood die ons aan. Verbazing alom.
Daar stopte onze verbazing overigens niet deze avond. Op een ondoorgrondelijke manier moesten we hier bier bestellen. Hoewel we aan de bar stonden, konden we geen bier of een red-label bestellen bij de mannen die de bar bemannen, maar bij iemand voor de bar. Die maakte een rekening op, haalde het bier bij een andere bar en bestelde bij onze eigen bar een red-label.
De muziek is het best te beschrijven als Tiësto vs de Chinese uitvoering K3, niet echt goed, maar ook weer niet slecht. Onze medediscogangers vonden, gezien de dansende en meezingende massa, de muziek wel degelijk goed, al was de Haarlemse afvaardiging toch nog wel een grotere attractie; spontaan begonnen sommige met ons te proosten en waren daar ook trots op, gezichten spraken boekdelen.
Een avond om nooit meer te vergeten, al was het alleen vanwege de vele mannen die zonder enig ritmegevoel en schaamte stonden te dansen op het verhoogde platform dat toch echt bedoeld was voor sexy en uitdagende vrouwen!
Alleen
was de avond nog niet ten einde. Bij het verlaten van 100o Celsius
moesten we gezamelijk bekennen dat een klein snackie voor het slapen geen
kwaad kon doen. Nu is het natuurlijk 'lekker' om te beseffen dat er
lichamelijk behoefte is aan eten, maar al snel vraag je jezelf natuurlijk
af hoe je in een stad met ruin 1 miljoen inwoners, waar je heg nog steg
kent, een eetgelegenheid vind, zeker gezien het late tijdstip.
Bij het zwerven door de straten van Guilin viel mijn oog op een rij taxi's en om een of andere onverklaarbare reden kreeg ik het gevoel dat hier wel iets viel te halen. Noem het intuïtie, noem het een zevende zintuig, noem mij maar helderziend, maar binnen de korte keren stonden wij bij een authentiek Chinees eettentje en voordat de eigenaar en de kok het wisten stonden Jack en ik al in de keuken om de niet al te beste faciliteiten aan een nader onderzoek te onderwerpen. Ik kwam al snel tot de conclusie dat gezien het aanbod ik toch maar niets wilde eten, terwijl Jack zich uitleefde en een lekker bordje bestelde. Ondertussen kregen we gezelschap van een Chinees stelletje, dat in 100o Celsius constant vriendelijk toe knikte. Bij het afrekenen moesten we ons best doen om ons eigen eten en drinken te betalen aangezien onze 'nieuwe' vrienden er op stonden om de kosten op zich te nemen. En juist dat zet China in een ietwat vreemd perspectief lijkt mij.
|
donderdag 16 juni (32 graden, deels bewolkt, ’s
avonds en in de nacht regen)
Waar gisteren in Hong Kong het lot dat ons was beschoren omsloeg in een
dramatisch noodlot, was het ons vandaag meer dan goed gezind. Ergens aan
het begin van onze boottrip naar Yangshuo waren er problemen met onze
'speedboot' waardoor we moesten ruilen van boot en we een behoorlijk
ruimere boot kregen voor ons drietjes. Aangezien de trip ongeveer drieënhalf
uur duurde was dit een zegen.
We vertrokken rond 10:00 uur om vanuit Guilin
stroomafwaarts af te zakken om uiteindelijk in het idealistische Yangshuo
uit te komen. De boottrip was briljant, het uitzicht adembenemend en het
leven langs de rivier fantastisch.
Vanaf het moment dat we buiten Guilin geraakten overviel de overweldigende
grootsheid ons.
De kronkelende, ondiepe, heldere rivier stroomt langs
eenvoudige dorpjes en een eindeloze reeks pieken, alle met een voor ons
onbegrijpelijke omschrijvende naam. Als iemand een berg Dragonhead Hill
noemt, wil ik wel een drakenhoofd zien of in ieder geval iets dat er op
lijkt; datzelfde geldt voor White Tiger Hill, best maar dan moet het erop
lijken of er moeten witte tijgers op die berg leven. Het probleem in China
is dat ze bijna iedere berg een naam geven om het een naam te geven.
Terwijl onderweg geregeld de zon zijn gezicht liet zien,volgden we rustig de oevers van de Li rivier. Even voor tweeën bereikte we de kade van Yangshuo, waar Jerry (vanuit Guilin) een perfect hotel voor ons had geregeld. Yangshuo is een echt backpackers-dorpje, in de traditie van Antigua Guatemala, Hoi An, Banos en de Phi Phi-eilanden (een jaar of negen geleden); een dorp waar je al snel op je gemak voelt en binnen de kortste keren de weg weet te vinden.
Rond borreltijd (17:00 uur) neergeploft bij Jimmy's, in eerste instantie om te schuilen voor de regen, om uiteindelijk na een overheerlijke sweet & sour, een paar biertjes en red label/cola het licht uit te doen rond 01:00 uur.
vrijdag 17 juni (36 graden, zon, volop zon, ’s avonds
een regenbui voor het gras)
Vlak voordat we opstonden stopte het met regenen. Het had de hele nacht door
geregend en Deb dacht al een excuus voor handen te hebben om vandaag
lekker in Yangshuo te blijven. Tot haar spijt waren de weergoden ons
gunstig gezind dus klommen we na een goed ontbijt op de fiets.
Samen met onze gids Cathy zouden we de omgeving van
Yangshuo gaan verkennen en dan zeker Moonhill aandoen. Nu zal menigeen van
jullie denken, “so what...waarvoor moet Deb een excuus zoeken?”
Volgens de overlevering heeft Deb de laatste tien á twintig jaar niet
meer dan 500 meter gefietst en heeft dan ook geen grotere hekel dan aan
fietsen. Ze heeft het ook geweten ook. Zonder dat wij het zelf wisten,
hadden we deze dag in totaal ongeveer 28km gefietst en dan bij voorkeur
over heuvelachtige, met stenen bezaaide, zandpaden.
De omgeving van Yangshuo is even prachtig als adembenemend. De krijtsteenrotsen, waarvan het lijkt dat ze in willekeur uit de grond schieten, de groene rijstvelden en het heuvelachtige landschap maken dit tot iets majestueus.
Hoewel je duidelijk kon merken dat Debbie nog in het beginfase van haar trainingsschema zat, waardoor ze de echte toppers van het peloton moest laten gaan, bracht ze toch groot respect te weeg bij haar ploeggenoten door zonder te klagen de lange en hobbelachtige weg naar Moonhill te volbrengen. Dat op sommige moeilijke momenten haar gezicht boekdelen sprak en het binnensmonds gemompel gelukkig niet verstaanbaar was, mocht de pret niet drukken: Deb had een wereldprestatie geleverd!
Na dus ruim tweeënhalf uur fietsen en 18 kilometer
verder kwamen we aan bij Moonhill. Vanaf deze krijtrots heb je een
briljant uitzicht over het landschap. Het enige wat je dan scheidt tussen
de eerste rotsentrede en de top zijn ongeveer 1250 andere treden. Dat
Debbie deze unieke ervaring liet schieten zal niemand versteld doen staan,
maar dat Mikey Boelhouwer, met een ruime voorsprong van vijf minuten, als
eerste de top bereikte, zal zeker de broertjes Vinke verrassen.
Klaarblijkelijk wierp mijn hardloopervaring (vlak voor de vakantie nog de halve marathon van Vijfhuizen gelopen) zijn vruchten af. Waar ik voorheen altijd vloekend, puffend en vol frustratie als laatste de top bereikte, waren de rollen nu duidelijk omgedraaid. De beloning voor ons beiden was groot. Het uitzicht was een schitterend; de bruin gekleurde Li Jiang rivier, kronkelend door het met diverse kleuren groen geschilderde landschap en overal, waar je ook maar kon kijken krijtrotsen. Eigenlijk waren er geen woorden voor deze schoonheid.
Er is natuurlijk ook een keerzijde; zelden in mijn leven heb ik zo gezweet als deze dag. Niet dat de inspanning van het fietsen en/of het beklimmen van Moonhill nu zo overweldigend groot was, maar vooral de hoge luchtvochtigheid en het benauwende weer zorgden ervoor dat ik bijna geen droge vezel meer aan mijn lichaam had.
Never change a winning team, dus ook deze avond scoorden we een klein drankje bij Jimmy’s.
|
zaterdag 18 juni (29 graden, regen, regen en nog eens
regen)
We vertrokken vroeg uit Yangshuo; een beter tijdstip hadden we niet kunnen
kiezen aangezien het regenachtige weer, dat we onderhand iedere nacht
hadden, deze ochtend werd voortgezet. Per taxi zouden we de rijstvelden
van Longsheng, wat ongeveer 100 km boven Guilin ligt, gaan bezoeken.
Naarmate we noordelijker reden leek het er ook op dat het weer ook steeds
slechter werd. Boven Guilin, waar we naarmate de tijd en het aantal
gereden kilometer verstreek in steeds heuvelachtiger gebied terecht waren
gekomen, werd het weer steeds slechter. Het heuvelachtige gebied werd
verruild voor bergachtig, de regen voor stortregen, terwijl we onderhand
geen hand meer voor ogen zagen.
"Laat 'em Jerry bellen, dan kunnen we omkeren", vroeg een toch wel iets in paniek geraakte Debbie Ongena zich met een overslaande stem hardop af. Onderhand was het wegdek voor ons regelmatig geteisterd door vallende stenen en hier en daar wat wegverzakkingen, maar onze zeer geroutineerde en scherp oplettende chauffeur stuurde ons veilig naar de rijstterrassen.
Voor het eerst kwam het taalprobleem om de hoek kijken; we kunnen wel zeggen dat de communicatie ietwat moeilijk verliep, sterker er was eigenlijk geen communicatie. Hoewel onze chauffeur totaal geen Engels sprak leverde dat in het begin geen probleem op; hij wist waar wij naar toe wilden gaan, hij wist de weg en wij hadden hem niets te vertellen. Pas op het moment dat we bij de rijstvelden aankwamen en entree moesten betalen voor toegang, kwamen de echte problemen.
Aangezien mijn Chinees niet echt meer was wat het moest wezen (dat gold overigens ook voor Deb en Jack), de chauffeur geen Engels sprak, keken wij elkaar aan met vragende en een niet-begrijpende blik. De oplossing voor het probleem kwam via de mobiele telefoon en Jerry. Voor het eerst maakte een machteloos gevoel zich van mij meester.
Op de plaats van bestemming regende het zachtjes en dat
deed Debbie besluiten om in de taxi te blijven zitten, hiermee Jack te
dwingen om wel mee te gaan, daar hij zijn broertje niet alleen wilde laten
gaan. Een paar ferme scheldwoorden vergezelden de eerste stappen van Jack
het pad naar boven.
Achteraf was hij zijn broertje maar wat dankbaar. Na een aardige beklimming van ongeveer een half uurtje, dwars door het dorpje An Ping, waren we blijkbaar boven de regengrens uitgekomen, zodat de beneden aangetrokken regenjasjes weer uitkonden en wij beiden konden genieten van een schitterend uitzicht op de rijstterrassen beneden ons. Het was voor mij de eerste keer dat ik rijstvelden op grote hoogte mocht bekijken en ik vond het een fenomenaal schouwspel; het lijkt alsof de groene terrassen spelen met tekenlijnen, elkaar volgend, maar soms ook weer niet en toch komen ze weer samen: briljant.
Met de taxi weer terug naar Guilin, Deb toch wel een klein beetje zitten zieken dat ze wederom een hoogtepuntje had gemist. Het was 17.00 uur dat we aankwamen in Guilin.
Hoewel we in de middag een communicatieprobleem hadden, kwamen we er uiteindelijk uit. Vanavond bij het eten was het andere koek. Hoe ga je iemand die geen Engels spreekt behalve ‘chicken’, maar niet simpele woorden als ‘noodles’ en ‘soup’ begrijpt, en je een Chineestalige menukaart overhandigd, duidelijk maken wat je wilt eten. Voor mij als niet-avontuurlijk ingestelde eter was het snel over. Nu kan je wel langs andere tafels lopen en iets aanwijzen, maar als je totaal geen idee het van wat er op tafel staat, los van de vraag of het er wel lekker uitziet of niet, vervalt dat al snel tot een gebed zonder eind en dan houdt het voor Mikey op. Waarom Jack überhaupt dit restaurant had uitgekozen is voor mij nu nog een vraag, maar uiteindelijk na ruim een kwartier praten en herhalen begreep de eigenaar of een van de 15 serveersters dat Jack noodlessoep wilde hebben. Aangezien de soup niets anders was dan noodles in gekookt water met vier blaadjes groente, trok ik de stoute schoenen aan om toch maar de ‘chicken’ te bestellen. Had ik beter niet kunnen doen, want drie minuten laten stond een koude gekookte kip, weliswaar gesneden maar inclusief poten en kop bij ons op tafel. Een lokale dis op zijn tijd vind ik wel aangenaam, maar dit ging te ver.
Gelukkig geraakten we later op de avond in het centrum, waar we bij KFC een heel wat smakelijker kippetje hebben kunnen eten. Dit was trouwens ook de avond dat wij genoodzaakt waren om een paraplu te kopen…..triest.
zondag 19 juni (32 graden, af en toe regen)
Op deze regenachtige morgen moesten we om 8:15 uur verzamelen op het
treinstation van Guilin om de grote treinreis naar Kunming te aanvaarden.
De trein vertrok klokslag 8:55 uur en gelukkig waren we in het bezit van
een softsleeper, weliswaar moest deze gedeeld worden met de Deense Lisa,
maar dat was eerder een voordeel dan een nadeel.
We hadden natuurlijk ook van Guilin kunnen vliegen maar we hadden juist voor de trein gekozen omdat vooral ondergetekende China niet alleen vanuit de lucht wilde zien, dus dan is het beste vervoermiddel de trein. De 2055 zou na zijn vertrek uit Guilin achtereen volgens o.a. Liuzhou, Litang, Nanning, Long’an en Zingyi aandoen om uiteindelijk 22 uur later te arriveren in zijn eindbestemming Kunming.
Typerend voor het eerste deel van de reis waren de
veelvuldige overstromingen die we jammer genoeg mochten aanschouwen. Door
de hevige regenval van de laatste dagen meldden de diverse media dat
onderhand honderdduizenden slachtoffer waren geworden van het slechte weer. Onderweg zagen we de gevolgen. De kracht van het wassende water had
veel schade aangericht en had geen ontzag voor complete dorpen,
rijstvelden en wegen. Terwijl we langzaam de voor Guilin en omgeving
typerende kalksteenrotsen achter ons lieten verscheen beetje voor beetje
het vlakke landschap rond Nanning en zonder dat we het wisten verstreken
de uren.
De avond was al een paar uur gevallen en ondertussen ging ik geheel anders denken over treinreizen in China, maar ook in het algemeen. Ik kon twee kanten op; het gedachtegoed van de Franse schrijver Marcel Poust in ere houden die ooit de woorden: "de ware ontdekkingsreis bestaat niet uit het aanschouwen van nieuwe landschappen, maar het opnieuw leren kijken" liet noteren, of meer waarde hechten aan de woorden van Nederlands grootste filosoof Bassie (ziet vol kattenkwaad, juist ja, de broer van Adriaan): "dat ga ik even aan de binnenkant van mijn ogen bekijken!?" De keuze was niet moeilijk en onder het voortdurende ritme van de trein viel ik met U2 op de oren als laatste in slaap: “See the world in blue and green, See China right in front of you……….It was a beautiful day, don’t let it get away…………"
maandag 20 juni (30 graden, bewolkt/zon, in de middag
stortregen)
De trein kwam net iets over half zeven aan op het station van Kunming; het
is een even leuke als slopende treinreis geweest. Het grappige, maar tegelijk
ook weer het karakteristieke van de back packer is dat na aankomst zonder
aanzien des persoon zo snel mogelijk weer de eigen weg wordt vervolgd. Zo
ook Lisa, zonder iets te zeggen was ze al vertrokken en waren we haar al
binnen 2 minuten uit het oog verloren.
In de trein had Deb vol
bravour gezegd dat zij wel
even de treinkaartjes naar Dali zou regelen met behulp van haar
taalboekje; Jack had volledig vertrouwen in haar, ik aan de andere kant
iets minder, zeg maar gerust geen. Zeker na de diverse
communicatieproblemen die we hadden ondervonden. Geheel verrast was ik dan
ook toen Deb, na terugkomst van het loket, met gepaste trots de net
bemachtigde kaartjes omhoog hield; weliswaar had ze hulp gehad van een
Chinees die een beetje Engels sprak, maar de prestatie werd daar niet
minder door: hulde! We hadden onze bagage op het station
achtergelaten en gingen op zoek naar een eetgelegenheid en een reisbureau.
Na een fatsoenlijk ontbijtje zijn we richting Shí Lín gereden om daar het 'wereldvermaarde' Stone Forrest te gaan bekijken. Na hier ruim 4 uur te hebben rondgelopen zijn we met de minibus terug gegaan naar Kunming waar we rond 22.30 uur de trein met als bestemming Dali hebben genomen.
Er zijn van die plekjes op deze aardbol waar je gewoon moet zijn geweest. Vandaag zijn we bij het Stone Forest geweest en als ik eerlijk ben, dit is niet één van die speciale plekjes.
De Planet schreef het al: “some find Shi Lin somewhat
overrated on the scale of geographical wonders”. Het ‘Stenen Woud’
is een 270 miljoen oude karstformatie van grijze kalkrotsen, die er op
afstand (volgens sommige) uitzien als een versteend woud. Door en langs de
grauwe rotsen die fraaie schaduw-licht-contrasten vormen lopen diverse
paden.
Als ik eerlijk ben, er was helemaal niets aan, en dan druk ik het nog zacht uit, totdat……...totdat Jack, in zijn hoedanigheid als kaartlezer, ongewild avontuurlijk begon te doen door te kiezen voor het pad door Devil’s Canyon heen om uiteindelijk te verdwalen, hoewel volgens de ‘meester’ alles constant onder controle was.
De vertwijfeling en het toenemende besef dat we wel eens verdwaald konden zijn was te zien in Deb’s ogen. Volgens Jack was alles onder controle, maar naar mate de tijd verstreek, de zon er steeds meer voor ging zorgen dat we geen droge vezel overhielden, de paden en rotsen steeds meer op elkaar begonnen te lijken, was het voor Mikey de hoogste tijd om in te grijpen. Nu is het niet zo dat mijn richtingsgevoel superieur is, verre van, maar soms zet de logica van het kaartlezen je eerder op het goede pad dan je richtingsgevoel.
Uiteindelijk zijn we nog redelijk snel uit de ‘verdwaalde’ ellende gekomen, maar dat zorgde er direct weer voor dat het Stenen Woud een stuk minder aantrekkelijk werd. Weet je, we zijn er geweest, de Stone Forest staat op onze palmares en daarmee is alles gezegd.
Terug in Kunming hebben we op ons gemak van een ongelooflijke tropische stortregenbui genoten terwijl wij wat dronken en aten, tussen het internetten door.
Om precies 22:36 uur vertrok onze trein naar Xiaguan, in China beter bekend als Dali City, het nieuwe Dali wel te verstaan want wij hadden als eindbestemming Dali, het oude Dali, wat ongeveer per taxi een 3 kwartier verder ligt.
Een comfortabele treinreis bleek het te zijn; een coupe met z’n drietjes, muziek op de oren en vooral lekker wegdommelen.
|
dinsdag 21 juni (32 graden, bewolkt)
We kwamen deze ochtend rond 7 uur aan in Dali. Een uurtje eerder waren we per
trein gearriveerd in Dali City (Xiaguan) en vanuit daar met de taxi naar
het oude en originele Dali gereden. Na twee dagen ’treinen’ konden we
eindelijk de smerigheid van ons af douchen; wat kan een douche dan ook
toch lekker zijn. We hadden het beste hotel van de stad genomen; als de
Planet schrijft, “sticking out like a sore tumb….probably won’t see
much in the way of backpacker trafic” dan weet je dat je goed zit en dat
voor maar Y200 per kamer..….je bent toch gek als je het niet doet.
Bijkomend voordeel, het lag aardig centraal, sterker nog ons hotel was het
middelpunt van het centrum.
Een aantal jaren geleden, het was de tijd dat Jack en ik nog samenwoonden, dat we in Studio stonden en een ongelooflijk knappe vrouw waar we mee in gesprek waren geraakt ons toevertrouwde dat ze van kale mannen verschrikkelijk geil (sorry voor het taalgebruik) werd en dat ze een onweerstaanbare aantrekkingskracht op haar hadden.
Nu was het niet zo dat ik ook direct een kale kop wilde, maar toch, als een kenner het zegt en het kan je wat opleveren….waarom niet.
Hier in China hebben ze een andere kijk op kale mannen. We zaten na onze aankomst in Dali net lekker te ontbijten in het Sunshine cafe, toen een ‘local’ ons probeerde een tourtje te verkopen. Beetje bij beetje, met hand en vooral gebaar en de hulp van de serveerster, raakten we in ‘gesprek’ en zaten al snel te dollen. Alles was leuk totdat hij begon over Jack’s haardracht. “You have no …..(wijzend op Jack’s ietwat kale hoofd), in China you no man”. Jack probeerde er nog “no married” en “two man” van te maken, maar onze Chinese vriend bleef tot Jack’s verdriet toch bij zijn voor Jack onvriendelijke statement. ”You no man”, hilariteit alom maar dat tourtje kon hij wel vergeten (nee, zo kinderachtig zijn we niet).
Na het ontbijt en boeken van vliegtickets voor de
aankomende dagen, zijn we de bergen ingetrokken per kabelbaan (ruim 20
minuten) om wat 'watervallen' te bekijken. Het uitzicht was fantastisch,
de watervallen wat minder spectaculair, maar al met al toch een leuk
tripje. Daarna zijn we Dali ingetrokken; de buitenwijken van Dali zien er
precies zo uit zoals ik ook het 'echte' China had verwacht. Het heeft
nu al prachtige en onvergetelijke foto's opgeleverd.
De avond doorgebracht bij het Sunshine cafe en geloof het of geloof het niet, de Avonturiers uit het Haarlemsche zijn idolen hier in China. Vergelijk ons met popsterren, denk aan ons als Hollywoodprominenten, zie Jack als Bruce Willis of The Edge, zie hem als een grootheid, waar mensen een handtekening van willen hebben. Zie Debbie als Madonna of als de blanke Venus Williams, zie haar als iemand die mensen willen aanraken en zie Michael als hun begeleider.
Chinezen willen op de foto met ons, willen stiekem een arm om ons heenslaan, we worden gefilmd alsof we wereldberoemd zijn. Gisteren alleen zijn we met ongeveer tien mensen op de foto geweest en drie maal gefilmd. Hetzij op een geheimzinnige en vluchtige manier, hetzij dat mensen gewoon voor onze tafel gingen staan. Eén hadden we uitgenodigd om aan te schuiven en de man is waarschijnlijk nu de held van zijn dorp of stad.
woensdag 22 juni (33
graden, zon/bewolkt)
We hebben rustig aan gedaan deze dag. Na wederom een goed ontbijtje bij
het Sunshine cafe zijn we per fiets de omgeving gaan verkennen. Deb was
herhaaldelijk niet blij met ons en werd door het enigszins heuvelachtige
landschap een aantal keren gedwongen om af te stappen, een bekend tafereel
sinds Yangshuo. Wat wel grappig is zijn de kosten die we moesten maken
voor de fietstocht. De huur was Y20 voor 3 fietsen (?!) en de borg, of je
paspoort of Y400 per fiets (die waarschijnlijk nog niet de helft waard
was). Achteraf begrepen we dat ze niet blij waren dat we de fiets terug
brachten.
Op dit moment zit Jack aan een Tsing Tao biertje, Deb aan een red label/cola en zullen onderhand ook nu weer in mijn afwezigheid te vaak zijn gefotografeerd en gefilmd. Morgen vertrekken we richting Chengdu om vanuit daar door te reizen naar Xi’an om uiteindelijk in Beijing te geraken.
Veel plezier in Nederland, geniet van het mooie weer,
denk af en toe aan ons en tot de volgende keer,
Jack, Puff Debbie en Michael
Dali
22 juni 2005
watch more on the internet
|
“You know Mike, China is just fucking beautiful…………and sometimes not!” sprak Neill met zijn onvervalst Schots accent. Juist dat ene woord benadrukt op een vreemde en tegenstrijdig manier hoe mooi China is: fucking beautiful.
Ware woorden, China is fantastisch en soms ook niet.
China is vooral anders dan dat ik ooit had voorgesteld; mijn eenzijdige
kijk op het communistische land week ietwat af van wat we hier hebben
aangetroffen. In mijn beleving was China een communistisch land (met alle
voor- en nadelen van dien), met strakke hand geleid, gedeelde armoede,
achterstand, geboortebeperking, vrouwen zijn niets waard, maar ook een
land met een oververhitte economie (en dat gaat normaal gesproken niet
echt samen met armoede).
“Is China nog wel een communistisch land?”, heb ik mij regelmatig afgevraagd. Wat het precies is weet ik niet, maar het heeft in ieder geval wel een behoorlijk kapitalistisch tintje gekregen. Ook hier rijden de BMW X5, de Mercedes en de Lexus in de rondte. Overal zie je kleine zelfstandige onderneminkjes en overal weten de Chinezen al dat aan toeristen geld verdient kan worden, op een beschaafde en bescheiden manier, maar toch. Aan de andere kant zie je ook de typische gevolgen van een communistisch stelsel; in ieder restaurant of hotel is er een overvloed aan personeel. Iemand om je binnen te laten, iemand om je naar je tafel te begeleiden, iemand om de order op te nemen, iemand je order te brengen, op tafel te zetten, je gal in te schenken om je glas bij te vullen, af te ruimen, om de rekening aan te vragen, om te betalen en als je weggaat zeggen ze allemaal gedag. Hoezo verborgen werkeloosheid?!
Natuurlijk is er armoede, zoals in bijna ieder Aziatisch land, maar ik kreeg het idee dat het allemaal wel meeviel ten opzichte van mijn definitie van armoede. Toch zal een groot gedeelte van de bevolking het niet echt breed hebben en moet ik erbij aantekenen dat we op het ‘echte’ platteland in de verlaten en afgelegen delen van China natuurlijk niet zijn geweest.
Maar wat mij nog het meest verbaasde was dat bijna
iedereen wel een mobiele telefoon tevoorschijn kon halen. Het is
ongelooflijk, je vaart op de rivier de Li, onderhand zit je echt in
the middle of nowhere, aan weerskanten zie je alleen nog maar krijtrotsen,
geen mens in zicht, gaat er op eens een telefoon over met een toch wel
moderne ringtone, wordt die Chinese sloeber gewoon door het thuisfront
gebeld, zet je je eigen mobiel aan en dan blijkt dat je vol bereik hebt.
Moet je eens proberen op de Veluwe, tussen al die bomen, 99 van 100 keer
heb je gewoon een slechte lijn, maar niet in China. Dat is dan weer een
andere kant van China.
China een land vol tegenstellingen; de mensen zijn aardig, beleefd en schuchter en aan de andere kant soms verschrikkelijk onbeleefd, onbehouwen, spuwen en rochelen de hele dag door. Het is ook een verschrikkelijk mooi land, glooiend groen, hoge bergen, dorre en uitgedroogde woestijnen, kolkende rivieren, vlak landschap, overbevolkte steden, rustieke en haast pittoreske dorpjes, uitgestrekte rijstvelden, stinkende en milieu vervuilende industrie; China heeft het allemaal.
Het enige wat ik tijdens onze taxi- en busritjes
tijdens deze vakantie kon doen was van verbazing en soms irritatie met
mijn hoofd schudden, dat deed ik tijdens de eerste rit vanaf Chek Lap Kok
Airport in Hong Kong en dat deed ik tijdens onze laatste rit richting het
vliegveld van Beijing. Niemand, nou ja, bijna niemand kan hier autorijden.
Dat is op zich al een probleem, maar als er dan ook geen duidelijke
verkeersregels zijn wordt het probleem alleen maar groter.
Het verkeer is vooral in de grote steden een gekkenhuis, iedereen doet maar wat en toetert de gehele dag door alsof hun leven er vanaf hangt. De dag dat de Chinese overheid het toeteren gaat verbieden zal een zwarte dag zijn voor de Chinese automobilist. Darnaast zijn ze hier als ze in de file staan gek op elkaar afsnijden d.m.v. het veelvuldig wisselen van rijbaan.
Afsnijden is een soort gewoonte in China; waar je in Nederland toch echt moet oppassen dat je bij het eerstkomende stoplicht geen knal voor je kop krijgt, hier in China lijkt het wel een vorm van overleving. Als je niet afsnijdt hoor je er niet bij! Het lijkt misschien onzin, maar het is zo en het meest wonderbaarlijke is dat ook alles en dan ook echt alles in een soort vreemde harmonie gaat, zonder dat iemand zijn geduld verliest. Je ziet geen boze mensen, je ziet hier niemand zijn middelvinger opsteken, laat staan dat er vechtpartijen tijdens de middagspits uitbreken, maar op een afstand van 100 meter snij je gemiddeld 5 keer af en word je ongeveer 4 afgesneden. Maar het meest irritante, althans dat vind ik, is dat ondanks dat op snelwegen de linkerbaan wordt aangegeven als zijnde de fastlane, iedereen ongeacht zijn snelheid rustig hier links blijft rijden.
Daarnaast kom je regelmatig in situaties waarbij je
eigenlijk je ogen niet geloofd. We rijden op een gegeven moment richting
het vliegveld op een tweebaansnelweg met een gangetje van honderd-plus,
komt er rustig een fietser, zonder blikken of blozen, aan de linkerkant
van onze weghelft ons tegemoet rijden. Onze chauffeur stond nog geeneens
vreemd te kijken.
Rijden we op de ring van Chengdu, eindigen zoals gewoonlijk in een file, staat er naast ons een schoonmaker met een bezem, stoffer en blik de snelweg te vegen; gebeurt gewoon. Je houdt het niet voor mogelijk maar je ziet in de verte een grote zwarte rookwolk en naarmate je die rookwolk nadert, verandert die zwarte rookwolk langzaam in iets wat op een vrachtwagen lijkt en op het moment dat je de rookwolk passeert blijkt het ook een vrachtwagen te zijn; je begrijpt het al, de katalysator is nog niet doorgedrongen in China en er rijdt hier te veel puinzooi op de weg.
Genoeg verbazing, hoofdschudden, en irritatie; wat hebben we de afgelopen dagen allemaal meegemaakt? Te veel, dus fasten your seatbelts and enjoy the ride…..
donderdag 23 juni (30 graden, bewolkt)
Vandaag een reisdag. Dit soort dagen heb je op iedere reis en je hoopt dat
het zo snel mogelijk achter de rug is, vandaag was het niet anders.
’s Ochtend om 05:15 uur ging de wekker, rond 08:20 uur hadden we het eerste vliegtuig richting Kunming, 2 uurtjes vervelen op het vliegveld, daarna om 12:55 uur een vlucht naar Chengdu, bij aankomst een hotel regelen, taxi richting het centrum, inchecken en uiteindelijk even de benen te rusten leggen op je bedje: de klok gaf 16:15 uur aan, precies 11 uur verder.
Chengdu, het gaf ons geen goed gevoel, sterker,
mistroostigheid maakte zich van ons meester. Nu moet ik er ook bij zeggen
dat het een en ander ook voort kan komen uit teleurstelling; je komt
vanuit een briljant en relaxed ‘dorpje’, waar je de weg kent en ook
precies weet waar je lekker kunt eten en gezellig een biertje kunt drinken,
en staat binnen een dag in een miljoenenstad als Chengdu, die er
bedroevend uitziet en waar je totaal de weg niet kent.
Ons hotel was nabij het centrum gelegen aan een soort mobiele-telefoon-winkelstraat; overal schreeuwende Nokia, Sony en ‘Hello Moto’ reclames en alleen maar winkels die de apparaatjes verkochten. Dit is een fenomeen wat we al eerder zijn tegengekomen in Azië.
Deze dag moesten we in ieder geval een vlucht naar Xi’an zien te regelen en een tourtje naar Leshan voor de volgende morgen. Uit de Planet een reisbureau gepikt en met de taxi erop af. Onderweg waarschijnlijk wel het hoogtepunt van de Chinese verkeersgekte meegemaakt.
We rijden op een driebaansweg, Renmin Nanlu, de verkeersader van Chengdu, en plots doemt er voor ons op de weg een stoomwals op. Nu is dat op zich al iets vreemds, maar het feit dat de stoomwals met een snelheid van nog geen 20 km/u ook nog eens links reed deed mij ernstig het hoofdschudden.
Bij het reisbureau aangekomen, bleek het regelen van een ticket totaal geen probleem. Zoals gewoonlijk moest eerst een vliegmaatschappij gebeld worden voor beschikbare plaatsen en prijzen. Voor Y658 per persoon konden we tickets krijgen maar gezien de prijzen die we voor de vluchten op Kunming en Chengdu daarvoor hadden betaalt schrok ik zichtbaar van de gevraagde prijs en was duidelijk verrast. Het enige wat ik uit mijn mond nog kon krijgen was “not cheap” en “no discount”.
Klaarblijkelijk dacht de beste jongen dat het voor deze prijs niet door zou gaan, dus na wat origineel ‘Hans-Klok-gegoochel’ op zijn rekenmachine kwam onze Chinese vriend zomaar met een ietwat andere prijs: Y330,- pp. Het hoe en het waarom snap ik nog steeds niet maar zonder onderhandelen zat ik al op de bodemprijs; mijn schoonvader zou trots op mij zijn geweest. Overigens een ééndagstourtje richting Leshan kon hij verrassend genoeg niet voor ons regelen, maar het zou makkelijk zelf te doen zijn met het openbaar vervoer.
vrijdag 24 juni (regen, bewolkt, soms zon, regen, 29
graden)
Het zicht vanaf de 14e verdieping maakte ons deze ochtend niet echt
blij….regen en ik moet eerlijk zeggen, de regen maakte Chengdu nog
troostelozer dan voorheen.
We vertrokken met een flinke regenbui uit Chengdu en na
een weinig enerverende rit van iets meer dan 1,5 uur kwamen we met een
voorzichtig zonnetje aan in Leshan. We kwamen maar met één reden naar
Leshan en dat was het bezichtigen van de 71 meter hoge Dà Fó, de Grote
Boeddha.
Vooraf wisten we al dat we bij aankomst in Leshan nog een minibusje of een taxi moesten zien te regelen om bij Dà Fó te komen, maar ook hier in China zie je dus steeds meer vindingrijke kleine zelfstandigen. Zoals de chauffeur die zijn minibus direct naast de Chengdu-bushalte had geparkeerd om iedereen die naar de Grote Boeddha wilde direct bij aankomst op te pikken en voor slechts Y1 naar het park te brengen.
Alleen het probleem voor ons was dat hij ons niet afzette bij de hoofdingang, maar bij de oostingang zodat we eerst door een park moesten zien te komen waar diverse ‘kleine’ beeltenissen van Boeddha en Shiva te bezichtigen waren. Zo hebben we nog wel een tijdje rondgelopen want de wegbewijzering was niet echt duidelijk en aangezien de aangeschafte kaart ons zeker geen duidelijkheid gaf omtrent de weg naar de Grote Boeddha, waren we weer aangewezen op onze vocabulaire talenten….in de vorm van plaatjes, want ook het woord Dà Fó of Boeddha snapten ze hier niet. Wat ze wel snapten was coca cola, sprite en beer, want dat probeerden ze ons allemaal te verkopen, ondanks dat we al voorzien waren van flesjes water. Uiteindelijk begreep één van de meiden dat als ik op het plaatje van Dà Fó wees terwijl ik een niet-begrijpende blik op mijn gezicht toverde, dat ze mij de weg moest wijzen.
Een persoon in ons gezelschap was hier al niet snel
blij mee, daar de weg richting de Grote Boeddha er één van trappen was,
bij voorkeur omhoog. Ik zal de naam niet noemen, maar hoewel ik haar niet
heb gehoord, spraken de trieste ogen onder het onderhand nat geworden
‘rooie’ kapsel boekdelen. Uiteindelijk, na een paar tussen stops,
geraakten we bij de Grote Boeddha.
In tegenovergestelde richting kwamen we op bijna ooghoogte aan bij Dà Fó: indrukwekkend! Het is zeker niet de schoonheid die indruk maakt, maar het zijn de afmetingen die het doen. Het beeld is echt enorm groot. Als je vanaf onze kant naar de overkant keek, waar het overgrote deel van de Chinese toeristen stonden, kreeg je een goede indruk hoe groot de beeltenis is.
De kolossale zittende Grote Boeddha, die uit rotsen is gehouwen bij het punt waar de rivieren Min en Dadu samenkomen, is het grootste Boeddhabeeld ter wereld. Het mammoetproject, zo mag je het gerust noemen, startte ergens in 713, nadat de Boeddhistische monnik Haitong daar aanzet toe had gegeven, en werd pas 90 jaar later voltooid; het resultaat mag er wezen.
Het beste en mooiste uitzicht op Dà Fó heb je vanaf één van de vele rondvaartbootjes. De bootjes die om beurten van de Grote Boeddha proberen rond te dobberen, hebben grote moeite met de verschrikkelijke sterke stroming die het samengaan van de beide rivieren veroorzaakt. Dat schreef de Planet al en daar kwamen we zelf ook al snel achter dus moesten we op zoek naar een boot. Ik bespaar jullie het aantal treden dat we weer gelopen hebben, ik bespaar jullie de non-verbale conversaties, ik bespaar jullie de irritatie…..maar uiteindelijk moesten en zijn we terug gelopen naar de oostingang, om de bus te pakken naar de hoofdingang.
Het uitzicht op de Grote Boeddha vanaf de boot was al
het bloed, zweet en bijna tranen meer dan waard: fenomenaal! Leken de
bezoekers boven al klein met het hoofd van Dà Fó op de voorgrond, vanaf
het water zie je pas echt goed hoe nietig de mensen zijn in vergelijking
met de gigantische beeltenis van Boeddha.
Terug in Chengdu teisterden de regengoden alweer de 11 miljoen inwoners van de stad en het leek erop dat ze dat de hele dag hadden gedaan. Het was dan ook tijd om wat te eten, de keus was gevallen op eend en waar kan je die traditionele Peking eend nu beter eten dan in…………Chengdu, specifieker, het Beijing Duck Restaurant (origineel, niet dan?).
Maar zaken liepen iets anders dan we vooraf hadden verwacht. Ruim twee weken heb ik de irritatie omtrent het ‘sociale’ gedrag van de Chinezen, het taalprobleem kunnen onderdrukken en zelfs kunnen weglachen maar vanavond was ik het helemaal zat, altijd maar die vragende en niet begrijpende blikken, al dat geschreeuw, dat onbehouwen gedoe en het onbeschaafde gedrag.
Bij het bestellen trok ik het niet meer. Ondanks de Engelse kaart ging het bestellen weer helemaal fout, geen woord werd begrepen (zelfs het woord ’beer‘ en ‘Tsing Tao’), serveersters kwamen en gingen zonder iets te doen en toen we eindelijk een serveerster aan tafel hadden die een klein beetje Engels begreep, ging ze onder het bestellen een gesprek aan met een Chinees die klaarblijkelijk niet te snel werd geholpen. Waarschijnlijk kwamen de opgelopen frustraties eruit, maar plotseling vond ik de Chinezen wat minder leuk dan daarvoor en dat had de lieve vrouw ook snel door, gezien mijn toch wel dwingende vocale reactie.
Maar zoals altijd, de frustratie verdwijnt meestal sneller dan dat ze opkomt dus de avond werd gewoon gezellig afgesloten en hoewel Beijing Duck zeker niet tot mijn favoriete Chinese eten behoort en is gaan behoren hebben we toch van een goede maaltijd kunnen genieten.
zaterdag 25 juni (35 graden, zon)
Hoewel we pas in de middag zouden vertrekken richting Xi’an, was het
vandaag toch vroeg dag. Reden? We zijn naar Dàxiongmāo Fánzhí Yánjiū
Zhōngxīn, of met andere woorden het Giant Panda Breeding
Research Base, geweest en om de reuzenpanda in actie te zien moet je er
vroeg bij zijn, bij voorkeur rond ontbijttijd, aangezien de panda de rest
van de dag niets anders doet dan slapen. Kijk, als je geen tijd maakt voor
voortplanting, dan moet je als panda ook niet zeuren dat je ras met
uitsterven wordt bedreigd.
We vertrokken dus vroeg richting het onderzoekscentrum voor een ietwat avontuurlijke stadsrit. Hoe anders kan het zijn dat als je in de buitenwijk van Chengdu (let wel, een stad van ruim 11 miljoen mensen) opeens op een weg rijdt waarvan je het stellige idee krijgt dat de weg niet zolang geleden gebombardeerd is geweest gezien de enorme slechte staat en de onverklaarbare grote kraters. Dat de gaten en kraters gevuld waren met regenwater, maakte de rit niet eenvoudiger, maar al zigzaggend en hobbelend kwamen we uiteindelijk een uurtje later bij onze eindbestemming.
De basis beslaat momenteel ongeveer 36 hectare en zal
de komende jaren geleidelijk uitbreiden tot ruim 230 hectare; het is de
centrale overheid ernst met China’s dieren ambassadeurs. Hoewel het
bijna onmogelijk is om te zeggen hoeveel reuzenpanda’s nog in het wild
leven, maar onderzoekers schatten het aantal niet groter dan 1000. De
reuzenpanda wordt dan ook met uitsterven bedreigd. Om het behoud zeker te
stellen heeft men in de provincie Sichuan (waar wij momenteel verblijven)
13 reservaten ingericht.
Hoewel het Breeding Research Base momenteel eigenlijk een veredelde diertuin is, was het bezoek voor mij in ieder geval een persoonlijk hoogtepunt. Niet alleen zijn het bijzondere en zeldzame dieren maar daarnaast zijn het, als ze wakker zijn ook nog eens grappige en naar elkaar toe aanhankelijke dieren. En als je een met uitsterven bedreigd dier in groepsverband mag aanschouwen beschouw ik dat als een unieke gebeurtenis. Maar ja, na onze trips richting de Galapagos Eilanden en Zuidelijk Afrika, staan wij natuurlijk wel bekend in Haarlem en omgeving als echte dierenliefhebbers…..
Terug gingen we met een illegale taxi-snorder; ja, de kleine zelfstandigen doen ook in deze stad goede zaken. Vanuit ons hotel gingen we direct door naar het vliegveld waar we met ruim twee uur vertragingen en de nodige irritatie vertrokken uit Chengdu.
|
Bij aankomst in Xi’an besloten we om eerst te
proberen treinkaartjes te regelen. Het lag in de bedoeling dat we voor
morgen de nachttrein richting Beijing zouden nemen, alleen hadden we dan
wel kaartjes nodig en voor dit traject waarschuwt iedereen je dat dit
weleens een moeilijke opgave zou kunnen zijn. Bij het station aangekomen
gingen de helden van ons reisgezelschap, Deb en Jack dus, proberen
om kaartjes te krijgen. Het ging dus niet zoals wij verwachten en zeker
hoopten want na drie kwartier in de rij te hebben gestaan kregen ze bij
het loket te horen in het Chinees (dank zijn wij verschuldigd aan dat ene
Chinese meisje wat een klein beetje Engels sprak) te horen dat de trein
uitverkocht was. “Misschien morgen meer geluk”, was ons devies,
wat op zich natuurlijk vreemd is, want als de kaartjes vandaag zijn
uitverkocht dan zal dat morgen ook zeker zijn.
Het was een zwoele zomeravond in Xi’an en terwijl straatventers hun prachtig opgepoetst fruit op een vriendelijke manier aan de man proberen te brengen, verzamelde de menigte zich rond om Zhōnglóu plein. Het is haast opvallend dat de mensen hier buiten leven, het doet haast Mediterraan’s aan, mensen genieten van het weer, zitten in het gras rond het plein, gaan op de foto, kijken naar andere mensen, maken muziek, drinken en eten wat, kijken naar de vliegers die langzaam lijken te verdwijnen maar bovenal genieten van wat de avond hun gaat brengen. Het vliegeren is hier een fenomeen dat we nog niet eerder hebben gezien. Overal worden je hier rijstpapierenvliegers aangeboden en om die beter aan de man te brengen zie je hier dus overal enorme lange vliegers.
Het avondeten werd dus ook genuttigd in het De Fa Chang
restaurant gelegen aan het Zhōnglóu plein. Het restaurant is
gespecialiseerd in dim sum gerechten en had alleen maar dim sum op de zeer
uitgebreide kaart staan. Je zou zeggen een makkelijke keuze ware het niet
dat de serveersters geen Engels spraken, de kaart in het Chinees was en
bestond uit ongeveer 20 pagina’s met gerechten en samengestelde
menu’s. Op goed geluk een totaal pakket voor drie personen besteld en
hopen dat het maar smaakte……..en het smaakte; overheerlijk!
Na een biertje op het plein gedronken te hebben vertrokken we na middennacht richting ons hotel.
zondag 26 juni (35 graden, zon)
Het was vroeg dag. Even voor achten gingen Jack en ik al op pad om te
proberen treinkaartjes voor de nachttrein naar Beijing te vinden. We
kwamen van een koude kermis terug want ook een groep van ongeveer 50
Chinezen was op hetzelfde idee gekomen. Nu hadden we nog wel kunnen
aansluiten in de rij, maar een snelle kansberekening deed ons besluiten om
maar voor vliegtickets te gaan kijken. Balend, dat moet wel gezegd worden,
want het niet kunnen krijgen van treinkaartjes kostte ons aan extra
hotel- en reiskosten al snel euro 150,- p.p. en dat is zonde geld.
Na een overheerlijke douche en een zeer goed ontbijt
gingen we op weg richting het Terracotta leger wat ongeveer 40 km ten
oosten van Xi'an lag. We waren nog geen 50 meter uit ons hotel of we werden al
aangesproken door een taxichauffeur die wel genegen was ons naar het
‘leger’ te brengen. Na lichte onderhandelingen bracht de beste man ons
voor Y300. In eerste instantie vond ik het ietwat aan de prijzige kant,
maar we kozen voor gemak; achteraf bleek het een retourprijs te zijn zodat
het al snel weer een koopje werd.
Bij het ‘leger’ aangekomen, stonden de lokale gidsen al klaar om hun specialiteit aan te bieden. Voor Y100 lieten we ons deze dag begeleiden door een vrouwelijke gids die aardig goed Engels sprak.
Het was in 1974 dat vier boeren bij graven van een waterput stuitten op een stenen hoofd. Uit de archeologische opgravingen die daarop volgden zou blijken dat de boeren bij toeval waren gestuit op een leger van terracottakrijgers. Het leger maakt deel uit van de wijd uitgestrekte tombe van China’s eerste keizer Qin Shihuang en wordt geacht de begraafplaats van de keizer symbolisch te bewaken.
Oog in oog staan met het terracottaleger is wat mij
betreft een bijzondere gebeurtenis. De Chinezen spreken over het 8e
wereldwonder; zover wil ik zeker niet gaan, maar als je de beelden
aanschouwt, het verhaal en de betekenis ervan meeneemt is het zeer zeker
een speciaal plekje op deze aardbol waar je zeker geweest moet zijn.
Het complex bestaat naast een klein museum, uit drie overdekte hallen met elk een opgravingkuil, in het engels een ‘pit’. Pit 1 is eigenlijk de belangrijkste en ook de bekendste; hier staan ongeveer 6000 krijgers, verdeeld over 11 gangen, oostwaarts gericht, in formatie opgesteld , deels gerestaureerd, deels nog in stukken, ieder gezicht is uniek. Volgens onze gids worden er per jaar slechts 5 krijgers gerestaureerd. Het grappige is dat ook hier in China de toenmalige keizer zijn leger groter en machtiger liet uitzien dan in werkelijk het geval was. Uit onderzoek is gebleken dat de soldaten uit het Terracotta Leger gemiddeld rond de 1.80 meter zijn terwijl de gemiddelde Chinees destijds maar slechts 1.60 meter lang was. Dit staaltje van zelfverheerlijking zijn we ook al tegengekomen in Egypte en Mexico.
Pit 2 bevat ongeveer een duizendtal krijgers, maar zijn grotendeels nog niet opgegraven, terwijl in Pit 3 slechts 68 soldaten zijn gevonden; hier gaat men er vanuit dat dit een commandocentrum is.
In de museumwinkel, waar wij opzoek gingen naar een
origineel souvenir (een terracotta figuur, net als iedere toerist?!), bleken tot mijn grote verrassing dus ook één van de twee nog levende
‘boeren’ te zitten; keurig achter een tafeltje waar hij handtekeningen
uitdeelde. Terwijl ik nog enigszins verbaasd zat te kijken, stroomde de
shop vol met Chinese toeristen die ‘the farmer’ een staande ovatie
gaven; een bijzondere gebeurtenis.
Bij terugkomst in Xi’an zijn we tegen de avond het centrum met de daarbij behorende toeristische attracties nader gaan verkennen. De uiterst gezellige stadswandeling leidde ons o.a. langs de Bell en Drum Tower en de islamitische wijk van Xi’an.
|
maandag 27 juni (bewolkt, ’s middags zon, 30 graden)
Wederom vroeg op, rond 06:00 uur vertrokken we met de taxi naar het
vliegveld en ook op dit vroege tijdstip zie je door de hele stad heen
mensen wandelen, rustig een boek lezen, joggen terwijl overal de straten
worden schoongeveegd.
Na een vlucht van ruim anderhalf uur kwamen we aan in Beijing, het eindpunt van onze vakantie. Zodra je heb centrum van Beijing ook maar enigszins nadert merk je tegelijk dat je in een miljoenen stad bent geraakt; file, ook in Beijing rijden er teveel auto’s en staat het verkeer vaker geheel vast dan dat het rijdt. Een miljoenenstad maar aan de andere kant heeft het iets landelijks, anders kan je niet verklaren dat terwijl je in de file staat op een vierbaanssnelweg, iemand op z’n dooie gemak met een stoffer en blik de weg aan het ‘schoonmaken’ is. Vreemde mensen die Chinezen.
Na een meer dan goede late Chinese lunch (niveau Nam
Kee, maar dan iets beter) gingen we als een paar echte toeristen op zoek
naar het centrum van Beijing: Tiananmen Square en de Verboden Stad.
Een te lange wandel, in de onderhand brandende zon, was ons deel, maar uiteindelijk bereikten we Chang’an avenue. Voor ons links, aan de overkant van de weg, lag het Plein van de Hemelse Vrede, Tian’anmen Guangchang, de Chinese vlag schijnbaar trots wapperend boven het plein, aan de rechterkant Tiananmen, de Poort van de Hemelse Vrede met het te grote portret van Mao boven de middelste doorgang, soldaten op wacht en teveel Chinese toeristen op weg naar de Verboden Stad.
Via Tiananmen, de middenpoort maakte ooit onderdeel uit van de keizerlijke weg, nader je de Verboden Stad. De Verboden Stad dank zijn naam aan het feit dat het gedurende ruim 500 jaar verboden terrein was voor iedereen die niet behoorde tot de keizerlijke familie en haar gevolg.
Met de bouw van de Verboden Stad werd in het begin van
de 15e eeuw begonnen toen de Ming-keizers hun zetel van Nanjing naar de
nieuwe hoofdstad Beijing verlegden. Later zouden ook de keizers van de
Qing-dynastie hun intrek nemen in de Verboden Stad. In totaal omvat het
paleis ongeveer 9000 verschillende vertrekken. Alleen al voor de talloze
eunuchen en concubines waren in de loop der eeuwen steeds nieuwe
onderkomens gebouwd. Het is een bekend gegeven dat bij sommige keizers het
aantal concubines opliep tot over de 2000.
Via de Meridian gate, de daadwerkelijk toegangspoort tot de Verboden Stad, kom je op de grootste binnenplaats van het complex en tegelijk aanschouw je als eerste de majestueuze Poort van Opperste Harmonie, hierachter ligt eigenlijk het hoofdcomplex, een drietal grote paleizen: Taihedian (Hal van Opperste Harmonie) de plek waar de keizer gekroond werd en waar hoge functionarissen werden ontvangen, Zhonghedian (Hal van Midden-Harmonie) en Baohedian (Hal van Behoud van Harmonie) waar de keizer banketten gaf voor vorsten van vazalstaten. Stuk voor stuk meer dan indrukwekkende gebouwen, maar…...
Misschien waren mijn verwachtingen te hoog gespannen, misschien hadden de vele herstelwerkzaamheden invloed, misschien doordat een deel van paleis was afgezet, maar wat in mijn beleving een absoluut hoogtepunt had moeten zijn, viel eigenlijk een beetje tegen. De grootsheid (in letterlijke en figuurlijke zin) van de Verboden Stad is er ontegenzeggelijk, het zinnebeelden van de keizerlijke macht, de uitstraling, de details…..alles is er, maar toch, voor mijn gevoel ontbrak er iets en de overdaad aan gebouwen, alles in dezelfde roodbruine kleur, deed er ook niet goed aan.
Begrijp me niet verkeerd en voordat iemand gaat denken
“wat een cultuurbarbaar”, ik vond het prachtig, maar de Verboden Stad
komt niet in mijn top tien voor.
Bij het verlaten van de Verboden Stad moesten we ons best doen om de vele aanbiedingen van de cyclo’s af te slaan, het was tijd om een taxi te pakken die ons maar moest af zetten bij ons hotel: tijd voor een moment van rust.
De avond werd voortgezet en afgesloten bij het Hard Rock Café, een veilige thuishaven in vele door ons bezochte landen en dus ook in China. Buffalo wings, nacho’s, een steak, grote pullen bier en voor Deb een red-label/cola, het kan een mens goed doen.
dinsdag 28 juni (31 graden, zon, deels bewolkt, in de
late avond regen)
Je kan het je niet voorstellen, het klinkt ongeloofwaardig, maar toch
hebben we het zien gebeuren. Het was in de ochtend, wij waren met de taxi
op weg naar het Park van de Hemelse Tempel (Tiantan) en terwijl ik al weer
hoofdschuddend naast de chauffeur zat stopten wij bij een kruispunt en op
de weg, met zijn voetjes richting de stoep, zijn hoofd gericht op het
middelpunt van de kruising, lag gewoon een man te slapen, die op dat
moment door waarschijnlijk zijn collega-zwerver lekker werd toegedekt. Je
kan het zelf niet verzinnen, maar het gebeurd en als je denkt dat iemand
daar van staat te kijken, vergeet het maar.
Een grote tegenvaller, ons bezoek aan het Park van de Hemelse Tempel. De Chinese voortvarendheid met betrekking tot de in 2008 te houden Olympische Spelen speelde ons wederom parten. De overheid wil gewoon ruim op tijd alle belangrijke toeristische attracties renoveren en/of herstellen. Stond de Verboden Stad voor een deel in de steigers, in het Park stond het belangrijkste gebouw, de Hal van Gebed voor Goede Oogsten, volledig in de steigers. De Hal, gebouwd op een driehoog ronde marmeren plateau, 38 meter hoog met een diameter van 30 meter, zou het perfecte voorbeeld moeten zijn voor Ming-architectuur; ik schrijf zou, want wij hebben het niet mogen aanschouwen.
Tijdens de Ming en Qing-dynastieën kwam de keizer één
maal per jaar hier bidden voor een goede oogst. In het verlengde van de
Hal ligt de door de Echomuur omringde Huangqiongyu (Keizerlijk
Hemelsgewelf), waar ceremoniële tabletten werden bewaard, en aan het eind
het vijfmeter hoge Yuánqiū, een rond altaar.
Hoewel het een rustgevend park is en was, kregen wij na een twee uurtjes al snel de natuurlijke drang om het park te verlaten.
Met de taxi gingen we naar het Beihai Park. Het park ligt schuin tegenover de achterkant van de Verboden Stad. Hier lag ooit het centrum van de Mongoolse hoofdstad Dadu, gesticht door de grote Genghis Khan toen de Mongolen het noorden van China overheersten. Volgens de overlevering zou ook het paleis van Genghis kleinzoon Kublai hier hebben gestaan.
Het park zelf is een oase van rust met de Witte Pagode
(ooit gebouwd voor een bezoek van de Dalai Lama in 1651) centraal gelegen.
Het was rustig in het park en eigenlijk ook niets te beleven
behalve…… behalve een toeristische souvenirzaakje waar ze ook nog eens
foto’s maakten van en voor toeristen en als je dacht dat je alleen op de
Dijk in Volendam in traditionele kledingdracht op de foto kon, heb je het
echt mis.
Hoewel ik normaal gesproken dit soort infantiele onzinfoto’s verafschuw, leek het wel dat een foto op dit moment, op deze plek, haast onontkoombaar was en gelukkig dacht Deb daar hetzelfde over al moet ik erbij zeggen dat Deb altijd wel in is voor dit soort acties. Alleen ‘de-partypoeper-voorheen-beter-bekend-als-Jack’ Boelhouwer weigerde mee te werken aan een haast historische fotosessie. Na de nodige zweetdruppels, het (uit)lachen, proesten en serieus acteren hadden we voor maar Y10 legendarische foto’s gemaakt.
Vanuit het Beihai park zijn we al slenterend via een originele hutong richting de Drum Tower gelopen; bijna iedere stad in China heeft een Drum en Bell Tower dus ook Beijing. Nadat alleen Mikey deze toren bestormd had, zijn we verder gelopen naar ons hotel. Hoewel we achteraf een ietwat te lange wandelroute hadden gekozen, kregen we wel het beste inzicht in het dagelijkse leven van de inwoners van Beijing, aangezien we waarschijnlijk door het minst toeristische gedeelte onze terugweg hadden aanvaard.
’s Landswijs, ’s landseer, wat moet ik
ermee als ik over de avondmarkt van Dongamen Yeshi loop. De avondmarkt
bestaat uit zo’n 30 tot 40 eetstalletjes waar toch wel ietwat exotische
eetwaren verkocht worden.
Nu weet ik ook wel dat de rest van de wereld haast moet overgeven bij de gedachte dat wij in Nederland rauwe haring eten, maar wat ze hierop een barbecuestokje prikken, ging Mikey veel te ver: kikkers, slangenvlees en vel, papagaai, testical of a goat, duizendpoot, zeepaardjes, sprinkhanen, zijde wormen, slakken, zwaluw, niertjes, daarnaast zeester, boiled giat head, seacomcomber, goat soup with whole internial organs, boiled stomach of goat. En als je dan denkt dat dit een toeristische attractie is heb je het mis, hier komen ook de beschaafde inwoners van de miljoenenstad Beijing een ‘vorkje prikken’.
Zelf hebben we dit eetfestijn maar overgeslagen en zijn op zoek gegaan naar een ‘beschaafd’ restaurant, welke je trouwens in overvloed kunt vinden.
woensdag 29 juni (35 graden, zon)
“Hij die niet de Grote Muur heeft beklommen is geen echte man”, deze
onvergetelijke woorden zijn gesproken door Mao Zedong, althans dat zegt
één versie,. Een andere versie “Hij die de Grote Muur beklommen heeft
is ‘a brave’, een dapper, man”, zegt dat het een oud Chinees gezegde
is.
Wat of wie het ook mag zijn, het geeft in ieder geval aan dat op de Grote Muur staan iets bijzonders moet zijn en dat is het ook!
De Muur is alles wat ik er had van verwacht en meer. Als je de Muur langzaam over de horizon ziet wegslingeren, zorgvuldig de toppen van ieder berg die hij tegenkomt meeneemt en tegelijk de contouren beschrijft, besef je dat er maar weinig bouwwerken op deze aardbol zijn die zich kunnen meten met dit fenomeen.
De Grote Muur is wat mij betreft met stip binnengekomen
in mijn persoonlijke top drie, samen met de Piramides op de Hoogvlakte van
Gizeh en Abu Simbel. Niet omwille van zijn schoonheid, maar zeker vanwege
zijn grootsheid.
De Grote Muur: bij de Chinezen beter bekend als 10.000 Li Muur, strekt zich uit over een lengte van bijna 6000 km, met ruim 1000 versterkte poorten en 10.000 wachttorens. Rond 500 v.Chr. werd aangevangen met de bouw en 2000 jaar later tijdens de Ming-dynastie werd het bouwproject voltooid. Als verdedigingslinie heeft de Muur nooit zijn waarde bewezen en hoewel het voornamelijk de bedoeling was om Mongoolse normaden buiten China te houden, trok de alom gevreesde Genghis Khan in het jaar 1213 om de Muur heen om 2 jaar later Beijing in te nemen.
We vertrokken laat in de ochtend. In eerste instantie wilden we zelf met een taxi op pad gaan maar uit gemakzucht hadden we er toch maar voor gekozen om voor een klein beetje meer geld een tourtje te boeken. Na een ritje van bijna twee uur kwamen in de heuvelachtige omgeving van Mutianyu, 90 km ten noordoosten van Beijing.
Mutianyu was de eindbestemming; volgens de reisgidsen na Badaling het meest toeristische deel van de muur. Klaarblijkelijk hadden we vandaag geluk, we waren praktisch alleen op de muur met hier en daar een verdwaalde toerist. Met een kabelbaan ga je vanuit het dorpje omhoog richting de Muur.
Vanaf de Muur heb je magnifieke uitzichten op de bergachtige omgeving maar bovenal op de Muur zelf.
Samen met Jack bijna tot het einde van dit deel van de
Muur gelopen, waarbij je ook zicht hebt op delen van de Muur die niet
hersteld zijn, waar delen vergaan zijn en/of overwoekerd door vegetatie.
Op de Muur staan, er naar kijken vanaf verschillende hoogten is in één
woord briljant en ongekend. De Muur dwingt je op een of andere manier om
op zoek te gaan naar de beste foto. Het kostte ons iets meer dan 80
foto’s om de honger naar meer te bevredigen; een vreemde
gewaarwording.
“Mikey, je zegt ‘samen met Jack, waar was Deb gebleven? Je gaat mij toch niet vertellen dat Debbie weer niet is meegegaan?”
Nee, we zijn deze ochtend met z’n drietjes vertrokken maar Deb en trappen is geen gelukkige combinatie en als je d’r soms op de voor haar specifieke verkrampte manier naar beneden of boven ziet lopen, dan vraag je je soms wel eens af of ze thuis überhaupt nog wel eens de slaapkamer haalt of dat ze regelmatig op de bank slaapt.
Het vervelende van de Muur is dat er ‘hier en daar nog wel wat’ trappen zijn, dus na ongeveer 30 meter trappen hield Deb het bij de eerste toren het voor gezien.
Na bijna 2,5 uur op de Muur te hebben rondgelopen gingen we ‘huiswaarts’ en zoals verwacht kwamen we vast te zitten in het verkeer. Ik hoor het Arie Langenberg zeggen: “Knoppunt 4e ring bij Beijing 4 km file, 3e ring Beijing 8 km langzaam rijdend en stilstaand verkeer, 2e ring Beijing 10 km file, beide kanten”. Het gaf ons wel weer de gelegenheid om hoofdschuddend ‘te genieten’ van het verkeer en zijn deelnemers.
De avond werd doorgebracht bij onze vrienden en vriendinnen van Dawanju restaurant, een gezegende eetgelegenheid!
donderdag 30 juni (40 graden, hot, hot, hot!)
06:45 uur, De temperatuur in Beijing was onderhand al opgelopen tot boven
de 30 graden. Beihai Park, het Vondelpark van de Chinese hoofdstad, was
ingenomen door de lokale bevolking. Mensen wandelen, badmintonnen, lezen
de krant op een bankje, gymnastieken, dansen, doorkruizen het park
op weg naar hun werk, of beoefenen in een groep, met z’n tweeën of zelfs
alleen tai chi, al dan niet gewapend met nepzwaarden, Chinese waaiers,
chopsticks of kleurrijke doekjes en hier en daar een verdwaalde
jogger/hardloper. Die kans liet ik als hardloopverslaafde natuurlijk niet
lopen en mengde mij al zigzaggend tussen een Chinese menigte om een uur
later, totaal gesloopt, de uitgang op te zoeken.
Aan de ontbijttafel werd het programma voor de dag vastgelegd: Tiananmen, Mao, Zomerpaleis en indien er nog tijd over was, inkopen doen in één van de vele Hutong. Aangezien we onderhand toch al de back-packers-status hadden verloren pakten we ook deze ochtend maar weer eens een taxi naar de plaats van bestemming.
En daar stonden we dan, Tiānānmén Guăngchăng,
beter bekend als Tiananmen Square of het plein van de Hemelse Vrede, het
hart van Beijing. In september 1976 stonden hier ruim 1 miljoen mensen om
Chairman Mao de laatste eer te bewijzen, 13 jaar later rolden de tanks van 27e
Leger over het plein om een einde te maken aan studentenprotesten om meer
democratie te verkrijgen.
De beelden staan klaarblijkelijk nog in mijn geheugen gegrift, waar ik die dag was ook; Antwerpen, een hotelkamer, de televisie stond aan, Jack, Ingrid de Laat, Terry en André, de volgende dag zouden we naar Brussel vertrekken om Simple Minds te zien spelen in Vorst National.
Simple Minds was groots en stond aan de top van hun roem, speelde op de Europese tournee bijna alleen maar voor overvolle stadions en Jim Kerr droeg ‘Ghostdancing’ op aan “the brave people of China, especially to that hero on the Tiananmen Square, in their search for freedom”.
“The brave people of China”, iedereen die net als ik de jaren tachtig bewust heeft meegemaakt zal nooit die ene persoon vergeten, moederziel alleen en toch ook weer niet want de hele wereld keek over zijn schouder mee, voor hem een naderende tank, zijn armen wijd, iedere beweging haast in slowmotion, alles in de hoop dat de rupsbanden van het onheil de voortbeweging niet te laat zou stoppen; het plein van de Hemelse Vrede.
De opstand werd op bloedige wijze neergeslagen en
vandaag de dag herinnerd niets op het plein aan die roerige meidagen van
1989. Mao ‘kijkt’ vanaf Tiananmen, het nationale symbool en de
toegangspoort naar de Verboden Stad, neer op de menigte die zich dagelijks
verzameld voor de Poort van de Hemelse Vrede, het plein, zijn eigen
mausoleum en de Grote Hal van het Volk.
Duizenden Chinezen trotseren iedere dag de lange rijen die opdoemen voor het Mao Zedong Mausoleum om een glimp van de overleden partijleider op te vangen. Op zich is dat wel vreemd dat tot op de dag van vandaag Mao nog steeds aanbeden wordt, ondanks dat het huidige Chinese regime vast houdt aan het feit dat Mao 70% goed deed, 30% fout. De man die tijdens The Great Leap Forward er persoonlijk verantwoordelijk voor was dat door zijn bedachte voedsel-voor-wapens-programma ruim 36 miljoen Chinezen de dood vonden door hongersnood. Toch moest Mao bekeken worden, dus was zijn mausoleum het eerste wat op het programma stond, maar aangezien camera’s en tasjes in welke vorm dan ook het mausoleum niet in kwamen, was één van ons gedwongen om buiten te blijven. Zodoende konden Jack en Deb temidden van alle trotse Chinezen hun eer betuigen aan misschien wel de belangrijkste man van de Chinese geschiedenis.
Het grappige aan het hele gebeuren, is dat de
nalatenschap van Mao zeer serieus wordt genomen, anders zouden de mensen
niet hier voor in de rij staan, maar aan de andere kant, je bent nog niet
het mausoleum uit of de nep rode boekjes en Mao-horloges (waarbij de
linkerarm de secondewijzer is) en petjes worden door tientallen
verkopers aangeboden.
Na op het Plein van de Hemelse Vrede te hebben rondgelopen, foto’s genomen van de Qián Mén (Front Gate), de Grote Hal van het Volk en fotografisch de puntjes op de spreekwoordelijke i gezet te hebben bij de Tiananmen-poort was het tijd geworden om te verkassen richting het Zomerpaleis.
Na ‘zware’ onderhandeling wisten we de prijs voor de taxirit naar het Zomerpaleis te halveren: voor maar Y100 zou de beste man een ritje van bijna 3 kwartier met ons maken. We hadden beter moeten weten. We waren de binnenstad nog niet uit of de motor sloeg af midden op een kruispunt. Zo gebeurde het dus dat de broertjes Boelhouwer onder toezicht van lachende en verbaasde Chinezen de taxi stonden aan te duwen.
Het was warm deze middag, later kwamen we er achter dat het kwik de 40 graden had gepasseerd en dat was meer dan te merken; puffend, zwetend, drinkend en op zoek naar ieder stukje schaduw. Mikey was zeker in het begin niet vooruit te branden, had geen inspiratie om te fotograferen en was alleen maar bezig om de waterhuishouding op peil te houden en te verbeteren; het hardlopen had duidelijk zijn sporen achtergelaten, maar gelukkig duurde dat niet al te lang.
Hoewel de locatie al vanaf de 12e eeuw in gebruik was, dateert het huidige Zomerpaleis, gelegen aan het Kunming meer, van rond 1900, toen het werd herbouwd door keizerin Dowager Cixi nadat het bij de Engels-Franse invasie in 1860 werd verwoest.
Het Zomerpaleis straalt de rijkdom en de
onaantastbaarheid uit van Chinese keizerlijke dynastieën, precies zoals
ik het ook had verwacht. Hier is ruimte, geen overdaad aan gebouwen zoals
in de Verboden Stad, nee hier is ruimte. Juist die ruimte geeft het
Zomerpaleis de juiste uitstraling, een keizerlijke uitstraling.
Hoog boven het keizerlijke complex torent, haast karakteristiek, de Pagode van Boeddhistische Welriekendheid uit, met op de achtergrond de Tempel van de Zee der Wijsheid en de voorgrond de Hal van de Wegdrijvende Wolken. Typische Chinese bouwkunst en kleurencombinatie: overheersend rood met groene en blauwe accenten en de kenmerkende oranje kleurige dakpannen.
Langs een groot deel van de oever van het meer loopt de Lange Gang (Changlang), een ruim 700 meter overdekt wandelpad, rijk gedecoreerd met geschilderde scènes van Chinese mythes en legenden, aangelegd omdat de keizerin niet in de zon wenste te lopen tijdens warme dagen. Het is ook de plek waar de meeste toeristen hun heil zoeken om bij te komen en/of de zon te ontlopen.
Vanaf het water heb je een fantastisch zicht op het gehele complex, dus de familie monsterde aan bij de 'groene draak'. Bijkomend voordeel was de verkoeling die het water gaf. Met een tourboot vol toeristen gingen we het meer over. Hoewel je van het Zomerpaleis gemakkelijk een dagtrip zou kunnen maken, vonden wij het na bijna 4 uur genoeg, tijd om het centrum op te zoeken, tijd voor inkopen.
Onze laatste avond, een bijzondere zwoele, haast hete
avond, kon en mocht nergens anders afgesloten worden dan bij ons onderhand
eigen restaurant Dawanju. Een gemeend welkom door de koks, een overvolle
tafel, haast in de aloude Vinke/Boelhouwer-traditie, grote flessen Tsang
Tao bier, wederom teveel serveersters met een vriendelijk lach om onze
tafel, overheerlijk eten, met andere woorden een waardig afscheid.
Morgenvroeg vertrekken, we zijn drie weken in China geweest en ik kan niet anders zeggen dat het allemaal behoorlijk fascinerend is geweest en dat we met volle teugen hebben genoten!
China is just fucking beautiful…………and
sometimes not!”
Nĭhăo & zàijiàn
Jack, Puff Deb & Michael
Beijing
30 juni 2005
|
vrijdag 1 juli (30 graden, zon bij vertrek, bij
aankomst in Amsterdam 21 graden)
Je zou verwachten dat je na 3 weken China gewend zou zijn aan het verkeer,
maar ook op onze laatste rit zat ik weer hoofdschuddend naast onze
chauffeur. Ik val wederom in de herhaling, maar ze kunnen hier echt niet
autorijden en nog steeds begrijp ik er niets van. “Toch zal ik het
allemaal missen als ik in Nederland zelf de auto bestuur”, dacht ik
tijdens de reis naar het vliegveld. Weemoed had mij nu al in z’n greep
er ik kon niet uit de denkbeeldige wurgklep komen. Maar hoe kan het
anders, de afgelopen 3 weken waren magistraal. Niet alleen het aangename
reisgezelschap heeft daarvoor gezorgd, maar zeker ook het hedendaagse
China met zijn velen goede en onvergetelijke kanten, maar ook met al zijn
tekortkomingen, al slaat de balans overtuigend door naar de positieve
kant.
Rond 11.00 uur, met 18 minuten vertraging, koos de KLM Boeing 747-400 met vluchtnummer KL0898 het luchtruim en binnen enkele minuten verdween Beijing uit het oog.
De vlucht zelf duurde zoals gewoonlijk te lang en hoewel de KLM-stewardessen niet verzaakten tijdens deze vlucht en het audiovisuele gedeelte meer dan vermakelijk was, zou ik het ook wel eens prettig vinden om net als Jack en (vooral) Deb een paar uurtjes te kunnen slapen. Wederom was ik de enige die niet in slaap kon vallen.
Terwijl wij om 13:59 uur op Schiphol landden, moest onze ontvangstdelegatie toch nog bijna 3 kwartier wachten alvorens ons in de armen te nemen. In mijn laatste telefoongesprek met het thuisfront gaf Ing (een klein beetje tot mijn spijt) aan dat Zoë haar papa niet echt miste, maar op Schiphol maakte ze het helemaal goed door met één lange sprint in mijn armen te vliegen. “Ik heb je gemist papa”, was genoeg om er voor te zorgen dat ik alweer een traantje moest wegpinken. Een mooi einde van een hele mooie en fascinerende reis.
Wat betreft het feit dat we met z’n drietjes op vakantie waren…….onze reis naar New York had al bewezen dat we in ieder geval een paar dagen samen konden doorbrengen, China heeft meer bewezen. Wijlen Simon Carmiggelt heeft ooit eens de wijze woorden “wie samen kan reizen, kan ook samen leven” laten optekenen; Jack en Deb bewijzen dat al, maar ik denk dat wij ook met z'n drietjes samen zouden kunnen leven!
Heb je nog niet genoeg foto's van China gezien, volg dan de onderstaande link naar de fotopagina van China voor extra foto's.
Go back to the top of the page
|
Kijk
eens verder, want jij maakt wel degelijk het verschil
|
|
laatste update: 5 december 2005 |
Copyright © 2004 - 2007 Michael Boelhouwer All rights reserved |