|
home>reisverhalen>cuba
Siempre Che
Een van de laatste
plekken op aarde waar het oude communisme nog voet aan de grond heeft. De
vergane glorie, het warme klimaat, schitterende oude Amerikaanse auto’s,
prachtige stranden, de heerlijke rum en de vriendelijke bevolking maken
Cuba tot een niet te missen bestemming, althans dat zou je denken……..
Hadden we het op onze laatste vakantie naar Zuidelijk
Afrika al niet getroffen met de mogelijkheid tot internetten, in Cuba
is het net zo dramatisch gesteld. Bij elkaar zijn we twee keer in de
gelegenheid geweest om een mailtje te sturen. Door tijdsdruk en luiigheid
ben ik niet verder gekomen dat het sturen van korte verhaaltjes naar
mijzelf om na afloop van de vakantie mijn reisverslag te completeren aan de hand van aantekeningen en mijn geheugen. Toch ben ik geslaagd, al
zegt ik het zelf. Ga ervoor zitten en geniet (hopelijk)
Tekst:
Michael Boelhouwer
Foto's: Jack & Michael Boelhouwer
 De
grens over: Cuba
República de Cuba; nationale feestdagen zijn: 1
januari (aan de macht komen van Castro), 26 juli (dag van mislukte opstand
in 1953) en 10 oktober (de dag waarop de onafhankelijkheidsoorlogen worden
herdacht.); de hoofdstad is Havana; 11 miljoen inwoners (geschat 2002); de
officiële taal is het Spaans; de munteenheid is de Cubaanse Pesos; de
grondwet garandeert (sinds 1992) weer volledige geloofs- en
godsdienstvrijheid, ca. de helft van de bevolking beschouwt zichzelf niet
godsdienstig; 40% rekent zich tot de Rooms-Katholieke Kerk;
staatsinrichting: sinds 1959 is Cuba een socialistische republiek, een
belangrijk onderdeel vormden de organen van de volksmacht (Poder Popular)
die werden ingesteld om de participatie van de bevolking op de
verschillende bestuursniveaus te garanderen, de wetgevende macht berust
bij het parlement; economie: de spil van de Cubaanse economie is de
landbouw en in het bijzonder de traditionele export van
suikerrietproducten
Me chica Cuba
¿Hola?
¿Hola?
What’s your name?
Charlie
Nice name, Chalie
No, Charlie
Oh Charrrrrlie
Yes, and yours?
…….
Your name?
Sylvia……where are you from?
Ollanda
Very nice, Ollanda
Si
Hable Espagnol?
No hable Espagnol, un poco
Ohh, if possible, you buy beer?
What?
You, buy beer for me
Take this one, you can have mine
Thank you, no chica?
No chica
Me, chica?
No, no, no….no chica tonight, me chica Ollanda
No problemo
Si, multo problemo
No problemo, chica Ollanda y chica Cuba
Si, si, multo, multo multo problemo
No problemo, me chica Cuba, you want focky
fock, no problemo
Multo problemo!!!
No problemo, you focky fock tonight?
No
fucky fuck, no chica tonight!
Me chica!
Sorry, no
hable Espagnol
Hierbij
waarschijnlijk de meest gevoerde conversatie deze vakantie en als je denkt
dat dit één keer per avond gebeurde, dan heb je het toch echt mis. Deze
conversatie was net zo gebruikelijk als het bestellen van een biertje.
Cuba, niet
alleen het land van Fidel Castro, Che Guevarra, sigaren, rum, Amerikaanse
oldtimers, son, salsa, cuba libre, mojito, ‘amateur’honkbal en boksen,
maar ook zeker het land van de chica’s.
Cuba
“Hoe is Cuba bevallen?”, is de vraag die nu
beantwoord moet worden. Voordat ik die vraag ga beantwoorden eerst een
klein stukje geschiedenis.
In de jaren vijftig, toen Batista aan de macht was,
werd Cuba een soort pleasure island wat de gefortuneerde Amerikanen op een
of andere manier fascineerde. Havana in die jaren was the place to be
voor de rich and the famous, niet in de laatste plaats vanwege de glamour,
zijn prachtige prostituees en goktenten en het sensuele tropische leven.
Niet alleen trok het land vele rijke Amerikanen aan, maar ook de maffia
zag Cuba als een ideaal vakantieland om bij te komen van hun dagelijkse
beslommeringen. Terwijl grote delen van het land verkocht werd aan Britse
en Amerikaanse bedrijven, Batista en zijn vrienden steeds rijker werden,
verarmde de bevolking.
Daar waar de
bevolking het steeds slechter krijgt, de rijken als maar rijker worden,
kan je lang of kort wachten totdat ‘een man van het volk’ opstaat, die
de belofte doet het land naar betere tijden te leiden. Het is overbodig om te zeggen dat de bevolking in Fidel
Castro ‘de man van het volk’ had gevonden.
Ik kan er
kort over zijn: ondanks dat Fidel er ongetwijfeld anders over zal denken,
heeft het communisme Cuba niet dat gebracht waarop ze hadden
gehoopt!
“Maar hoe
vind je Cuba nu eigenlijk?” Ik weet het niet. Tot op heden hebben we het
land niet kunnen plaatsen. Doordat het communisme ook hier in Cuba heeft
gefaald, zijn de negatieve effecten van het communisme en de daarmee
samenhangende economisch boycot van de VS overal merkbaar.
Het is een
land van tegenstellingen. Een mooi land, maar met de nodige puinzooi. Als
misschien ik eerst mijn verhaal vertel, dan kan ik aan het eind een
weloverwogen antwoord geven op de vraag.
Het reizen
Allereerst
hulde en applaus voor de bestuurder van onze Hyundai accent: Dick Vinke.
Als een regelrechte Henk Wijngaard reed hij ons met de vlam in de pijp
dwarsdoor Cuba heen. Nu zullen jullie zeggen: “wat is 2.200 km in een
week”, maar als je daar onze nachtelijke escapades tegenover zet wordt
het rijden door een land als Cuba met een zekere handicap verhoogd.
Autorijden
in Cuba is met niets te vergelijken. Ten eerste zijn er bijna nergens in
dit land wegwijsborden en dat is voor een toerist ietwat lastig te noemen.
Zeker als je vanuit een miljoenen stad als Havana richting het zuiden wil
rijden, maar daar later meer over. Wat direct opvalt is dat door het hele
land lifters staan. Denk nu niet dat deze alleen maar op voor de hand
liggende plekken, zoals bv afslagen of tankstations, staan, nee, in Cuba
maken ze er een sport van op de meest onlogische plekken te staan liften,
dus bijvoorbaat langs de autopista in the middle of nowhere.
Nu moeten
jullie weten dat het openbaar vervoer in Cuba een drama is. Er rijden wel
bussen, maar niet echt veel, dus wordt de meerderheid vervoerd in
vrachtwagens, hetzij omgebouwde vrachtwagens, hetzij gewoon in de laadbak.
Ook wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van tractoren met een aanhanger er
achter; je moet geen haast hebben, maar je kan wel ‘genieten’ van het
landschap.
De autopista
(de Nederlandse benaming is snelweg, maar dan iets anders) zelf is vrij
goed te noemen, ware het niet dat je wel berekend moet zijn op onverwachte
kuilen en treinrails, waarbij de kans bestaat dat als je deze niet op tijd
waarneemt de onderkant van de wagen niet ongeschonden het strijdtoneel
verlaat. Eenmaal de autopista verlaten te hebben begint het echte feest.
De enige manier om dan de juiste weg te vinden, is de weg vragen.
Aangezien toch iedereen staat te liften, vind je altijd wel iemand die je
de weg kan wijzen. Mocht dat al een probleem zijn, het echte probleem,
naast de vele kuilen in de weg, zijn de treinrails. Het hele land is
vergeven van niet meer in gebruik zijnde spoorwegen. Vroeger stonden alle
plantages in kontakt met een fabriek door middel van spoorwegen. Aangezien de
spoorwegovergangen niet staan aangegeven is het regelmatig maken van een
noodstop een dagelijkse bezigheid.
Een ander
opmerkelijk feit is dat er diverse kleuren nummerborden zijn in Cuba. Een
geel nummerbord is voor de Cubanen, groen voor het leger, blauw voor
overheidsinstanties en rood voor de toeristen. Het voordeel is dat bij
iedere ‘Punta de Control’ alles wordt aangehouden behalve de gelukkigen
met een rood nummerbord.
Chica’s y bailer
Als ik Cuba
moet terugbrengen tot één woord, waarbij de voorwaarde wordt gesteld dat
het opzienbarend moet zijn, kan ik er maar één echt verzinnen: chica’s.
Hoewel we de
eerste avond al in aanraking kwamen met de meiden, vond onze eerste echte
ontmoeting met de chica’s plaats in Cienfuegos. Jong en oud, iedere
chica was en is bereidwillig; iedere vrouw wil wel wat bijverdienen en dat
is in het hele land zo. En waar ik dacht dat ik na mijn bezoek aan
Thailand het allemaal wel had gezien, niets is minder waar. De vrouwen in
Thailand zijn watjes ten opzichte van die in Cuba.
“Dat is
allemaal wel leuk, maar hoe zijn de vrouwen?”, hoor ik Terry al roepen.
Natuurlijk komen ze ook hier in Cuba in alle maten en soorten,
maar………..we hebben echt beeldschone vrouwen gezien en die waren niet
op acht handen te tellen.
Toch zit er
ook een meer dan vervelende kant aan en wat dat betreft ligt plezier en
irritatie dicht bij elkaar. Vaak, het is niet eens meer soms, word je het
een beetje zat. Zet één stap buiten je hotel en je hebt de interesse al
gewekt, rij met de auto langs een ‘bushalte’ en zeker drie hoofden
draaien zich, loop over straat en je wordt binnen een paar minuten betast,
ga in een kroeg zitten en voordat je het weet zitten ze aan de tafel naast je,
kijk naar……het maakt eigenlijk allemaal niets uit, als mannelijke
toerist ben je eigenlijk loslopend wild.
“Dan zeg
je toch dat je een vriendin hebt, of dat je getrouwd bent”, hoor ik
iemand al zeggen. De meest gevoerde conversatie gaat ook over dit
onderwerp, maar ga een Cubaanse nu niet proberen uit te leggen dat je een
“chica Hollanda” hebt, wat dat is “no problemo” voor de meiden;
sterker, jullie willen niet weten hoe vaak ik heb gehoord “you chica
Hollanda, me chica Cuba, no problemo”. Het “multo problemo” maakte
ook geen indruk op de meiden want die werd vaak beantwoord met “la noche, me chica Cuba”. Als je geluk had stopte de conversatie bij “no,
no, no, no chica Cuba!”. Als dat niet lukte gooide je het “no hable
Espanol” er maar weer een keertje uit en anders was het lopen geblazen.
Bijna
onlosmakelijk verbonden met de chica’s is bailer; dansen voor de
niet-spaanssprekende onder ons. Het is dat er af en toe ook nog wat geld
moet worden verdiend, anders bestond het leven alleen maar uit dansen en
dansen dat kunnen ze. Ze snappen er ook helemaal niets van als je niet wil
dansen. Met groot ongeloof kijken ze aan op een manier alsof je niet
normaal bent en misschien is dat ook wel zo.
Je zou zeggen en denken dat het dansen de Cubanen in de
genen zit, niets is minder waar. Het zit ‘em in de cultuur. Anders is
het niet te verklaren dat zowel ‘wit’ als ‘zwart’ hetzelfde
ritmegevoel en lenigheid bezitten. Het leuke is namelijk dat er in Cuba
echt sprake is van een multiraciale samenleving: het gaat van wit tot
zwart inclusief alles wat er tussenin ligt. De witte zijn de
afstammelingen van de Spanjaarden en het zwarte komt van de Creolen, die
ooit eens zijn ‘geïmporteerd’ als slaven. Het voordeel wat Cuba wel
heeft ten opzichte van de Nederlandse multiculturele/raciale samenleving
is dat in Cuba iedereen arm is en dat geeft toch een soort van
verbondenheid.
Terug naar het dansen…..zoals ik al zei, het moet in
de cultuur zijn opgesloten, anders kunnen de ‘witte’ Cubanen niet
dansen. Onderhand weten we wel waar het allemaal om draait, los zijn in de
heupen en kont! Als je dan ook nog eens voorover kan bukken heb je het
helemaal gemaakt want dat doen ze het liefst. Dat is het grote geheim van
de Cubaanse vrouw. Als je dit eenmaal een keer hebt meegemaakt kan ik mij
zo voorstellen dat je na terugkomst in Nederland alleen maar
hoofdschuddend naar dansende vrouwen kijkt.
De maaltijden
“Unless meals are included in your tor package, you’ll find eating a
daily problem in Cuba, a reflection of the general food shortages in the
country”, kopt de ‘lonely planet’ onder het onderwerp ‘food’.
“Wat maakt
een vakantie geslaagd?” Nu is dat voor een ieder natuurlijk anders, maar
als ik die vraag voor ons viertjes mag beantwoorden is dat de
randvoorwaarden goed moeten zijn. Dat betekent voor ons een ietwat
tropische temperatuur, dat we in ieder geval een lekker biertje moeten
kunnen drinken en lekker kunnen eten.
Nu zit dat
met die temperatuur en het biertje wel goed in Cuba, daarentegen is het
lekker kunnen eten een probleem en dat is nog een understatement; wat dat
betreft kunnen we de mening ‘planet’ alleen maar onderschrijven. Laat
me aan de hand van onze ervaringen in Cienfuegos een beeld scheppen van de
Cubaanse keuken.
Aangezien de
‘planet’ een meer dan lovende recensie had geschreven over Restaurante
Doña Yulla leek het ons handig om geen risico’s te nemen en deze wijze
raad op te volgen.
“It’s one of the best, with attractive decor and friendly staff”;
op deze manier omschreef de ‘planet’ het restaurant. Ook deze keer werd weer bevestigd dat de mening van
de ‘planet’ niet altijd overeenkomt met die van ons.
‘Friendly
staff’; dat waren ze in ieder geval tot op het moment dat wij besloten om
daar te eten, daarna leek het erop dat meneer Aart, jawel, die norse man
uit Sesamstraat, zijn gelijke had gevonden hier in Cienfuegos. Voor
diegene die Sesamstraat nog nooit heeft gezien of het zich niet meer kan
herinneren, zodra Tommie, Inimienie of Pino ook maar iets doen wat meneer
Aart niet aanstaat, dan kan Aart (Staartjes) op de meest onhebbelijke
manier reageren en is de onredelijkheid zelve.
“With
attractive decor”, zelfs nu nog vraag ik mij af wat ze daar in godsnaam
mee bedoelen. Er was plaats voor zes tafeltjes, de tl-verlichting brandde
volop, de muren waren voorzien van scheuren en het plafond kon wel een
likkie verf gebruiken.
Het ‘one
of the best’ ging in z’n geheel niet op. Nadat de ober vier cuba
libres op tafel had gezet begon hij, naar wij dachten, de specialiteiten
op te noemen, al hadden we wel vraagtekens bij het feit dat de ober ook de
gebakken rijst bij de specialteiten noemde. “fried rices, steak jambon,
fried bananas y papas fritas”, verder kwam de beste man niet. Op de
vraag of we de kaart mochten zien, herhaalde hij het rijtje nog eens. Wat
bleek, juist ja, dat was de gehele kaart. Na de cuba libre naar achter te
hebben gegooid bedankten we voor de eer en gingen verder opzoek.
Bij het
volgende restaurant zag de kaart er wel aardig uit. Acht hoofdgerechten en
wat side dishes. Bij het bestellen van een pollo (kip voor de niet
spaanssprekende onder jullie) bleek de pollo uitverkocht te zijn, waardoor
vijf van de acht gerechten niet meer bestelbaar waren. Dus bij nader
inzien bleek het einige wat over bleef een soort schnitzel te zijn en dat
in drie verschillende vormen. Nee, het eten was een feest in Cienfuegos,
not! Overigens hadden ze wel een heerlijk kaasplateau’tje.
Denk niet
dat dit probleem zich alleen voordoet in Cienfuegos. Buiten de grote
beachresorts, zoals o.a. Varadero, om,
waar echt alles te krijgen is wat een toerist zich zou willen wensen, is
het eten en het vinden van een fatsoenlijke maaltijd één groot drama!
Maar waar
gaat het eigenlijk allemaal om, waarom bezoek je deze webstite, juist, wat
hebben de ‘Avonturiers uit het Haarlemsche’ deze twee weken
meegemaakt.
Het vertrek
Zondag 9
februari,
Omstreeks acht uur in de morgen ontmoette Dick en ik elkaar op Schiphol; voor het
eerst maakten we de grote oversteek met z’n tweetjes. De reden is
misschien nagenoeg bekend, maar voor degene die niet geheel op de hoogte
is van deze actie, de uitleg. Ergens in 2001 stond definitief vast dat de
gebroeders Boelhouwer voor een paar maanden Nederland zouden verlaten om
een wereldreis te maken. Sterker, op 2 maart van dat jaar stonden ze met
Dick, die had besloten dat hij zeker wilde aanhaken, hetzij helemaal,
hetzij voor een bepaalde tijd, in Studio eigenlijk al een reisroute te
maken. Dat dit enigszins opportuun was, bleek wel uit het feit dat Mikey
minder dan 24 uur later mede zwanger was van wat nu zijn prinsesje Zoë
is. Aangezien Jack het plan doorzette, leek het Dick en mij wel aardig om
in ieder geval gezamenlijk zijn wereldreis aan te vangen.
Dit resulteerde
dus in de reis naar Zuidelijk Afrika. Bij terugkomst uit Afrika waren wij
er ook van overtuigd dat het nog leuker zou zijn als we ook Jack’s
wereldreis gezamenlijk zouden eindigen. Aangezien ondertussen besloten was
dat Jack en André de laatste drie maanden zouden doorbrengen in onder
andere Thailand, Australië, Amerika en Cuba, sloten wij aan. Het gevolg
was dat Dick en ik vanuit Nederland op Havana zouden vliegen, terwijl Jack
en An Havana vanuit Las Vegas zouden bereiken.
Na een bakje
koffie (ook wij worden iets ouder) in café Amsterdam en de noodzakelijke
inkopen was het omstreeks 10.30 uur boarden. De vlucht verliep eigenlijk
boven verwachting; in vergelijking genoeg beenruimte, aardige bediening,
een leuke film en een uurtje slapen.
Rond 19.15
uur, na een vlucht van ruim 14 ½ uur, kwamen we aan op Havana, redelijk
snel de douane door, om neer te ploffen bij een drinkgelegenheid aan het
begin van de aankomsthal, in afwachting van de jongens. Ik zal jullie
besparen over het hoe, wat en waarom, maar uiteindelijk kwamen Jack en An
over elven bij ons in de juiste aankomsthal aan.
De jongens
zagen er allebei goed uit, diep gebruind, zeg maar gebronsd, goed
gehumeurd, enigszins verreist, lichte buikvorming en een gezonde dorst.
Overigens zou later op de vakantie blijken dat de lichte buikvorming er
wel toe had geleid dat er alleen nog maar foto’s vanaf de borstkas
mochten worden genomen. Voor de sentimentele onder jullie, ja het was meer
dan goed om mijn broer na negen weken weer te zien en nee, ik hoefde geen
traantje weg te pinken. Dat deze ontmoeting werd opgevrolijkt met een paar
biertjes hoef ik niemand te vertellen.
Ruim na
middernacht kwamen we aan bij ons hotel, gelegen in centro Habana. Hoewel
de vermoeidheid aardig begon toe te slaan, leek het ons juist verstandig
om deze vermoeidheid te weerstaan en een drankje te gaan nuttigen.
Aangezien we niet de moeite wilden nemen om de buurt te verkennen, streken
we neer bij de eerste de beste kroeg en hoe kan je anders de aankomst in
Havana markeren dan met een cuba libre. Wat voor een rum er werd
geschonken konden we niet definiëren. maar de gedachte kwam snel op dat
dit gewoonweg ‘wikkie’ Cuba moest zijn; zelf gestoken rum waarbij je
door het toevoegen van een klein beetje cola en wat lime niet weet wat
voor een vuurwater je drinkt. En
natuurlijk wilde iedereen met ons een praatje maken, of het nu was uit
gezelligheid of uit pure winstbejag, wij waren wel de gevierde jongens van
de kroeg. Uiteindelijk zocht Dick om 02.15 uur zijn bedje op, hielden Jack
en ik het toch nog tot iets over vijven uit, terwijl An uiteindelijk twee
chica’s later om 08.00 uur zijn hotelkamer binnen liep. Overigens
bedroeg onze rekening us$ 94, waarbij de aantekening gemaakt moet worden
dat een cuba’tje tussen de us$ 2 en 3 kostte; tel uit je winst.
Guantanamera, Guajira Guantanamera
Maandag 10
februari,
Met het
gevoel alsof er vijf Cubaanse vrachtwagens over mij heen waren gereden
werd ik deze eerste ochtend in Cuba wakker en ik kan jullie verzekeren dat
een
Cubaanse vrachtwagen hetzelfde aanvoelt als één uit Nederland. Gelukkig
was ik niet de enige die zich ietwat beroerd voelde.
Het ontbijt
maakten we rond tienen met z’n viertjes nog mee, maar An moest zijn
nachtelijke escapade in evenwicht brengen met zijn geest en lichaam, dus
kroop na het ontbijt voor een klein uurtje zijn bed weer in.
Met z’n
drietjes, oude tijden herleefden, gingen we Havana verkennen met als
doel in ieder geval een huurauto proberen te regelen. Het is toch wel
opvallend, maar ongetwijfeld verklaarbaar gezien het gezelschap, dat ik op
een of andere manier in een gelegenheid beland waarbij de eerste
bestelling bestaat uit twee daiquiri’s en een sangria. Dat het niet bij
deze ene bestelling bleef behoeft ook geen uitleg. Ondertussen hadden we
wel alvast een auto geregeld.
Even na
15.00 uur pikten we An op en de verkenning van Havana werd voortgezet. La
Habana, zoals de Cubanen Havana noemen, is het politieke, economische en
culturele middelpunt van Cuba. Hoewel het oude centrum La Habana Vieja
1982 door de UNESCO op de lijst van World Heritage Site werd geplaatst,
met als gevolg dat er miljoenen guldens beschikbaar werden gesteld voor de
restauratie van het oude centrum, is de stad eigenlijk vergane glorie. De
stad doet niet alleen Spaans aan, maar is het ook. De Paseo de Marti is
bijna een kopie van de Ramblas in Barcelona. Een brede wandelboulevard met
aan weerszijde bomen, geflankeerd aan beide zijden door een eenrichtingsweg
waaraan hoge imposante koloniale huizen grenzen; koloniale huizen met
colonnades, brede galerieën, hoge zware deuren en langwerpige ramen met houten
louvredeurtjes, voorzien van smalle gietijzeren balkons. In één woord
fantastisch, maar…..
Je kan
eigenlijk wel zeggen dat er iets van achterstallig onderhoud is en dan
druk ik het nog zacht uit ook. Hier en daar zijn de restauratiewerkzaamheden nog steeds aan de gang, maar in feite kan de hele stad wel
een stuc-laagje en een likkie verf gebruiken. Sommige delen zijn gewoon
puinzooi, dat blijkt wel uit het feit dat jaarlijks ongeveer 300 gebouwen
instorten.
Toch heeft
de stad iets; het is een gevoel dat moeilijk onder woorden te brengen is.
Het heeft een uitstraling van relaxedheid, van genieten, gelukkig zijn
ondanks de armoede, de muziek komt uit alle hoeken van de stad, geeft je
haast een sensueel gevoel.
In de
namiddag bereikten we Plaza de Armas en maakten voor het eerst kennis met
de Cubaanse manier van leven. Gezeten op één van de terrasjes onder een
heerlijk zonnetje, genietend van een lekker koud biertje, begon één van
de vele bandjes die Cuba rijk is, heerlijke traditionele ‘son’ muziek
te spelen; denk aan de Buena Vista Social Club, maar dan live. Vooral het
aanslaan van de eerste tonen van ‘Chan Chan’ gevolgd door een
ingehouden mannenstem die op een haast heerlijke romantische manier het
couplet “De Alto Cedro voy para
Marcané, Luego a Cueto voy para Mayari” inzette was een genot om te
horen, hoewel.……. Aangezien bijna iedere band ‘Chan Chan’ en
Guantanamera’ op het repertoire heeft staan, word je er op een gegeven
moment ook niet meer vrolijk van.
Na een
middelmatige tot slechte avondmaaltijd begon de vermoeidheid en de jetlag
toe te slaan bij een ieder behalve natuurlijk bij Jack. Toch zag Jack in dat
het’ beter’ was voor zijn lichaam om rust te pakken, dus eindigde de
avond omstreeks 23.30 uur met Ajax – Feyenoord integraal op de tv op de
hotelkamer.
De tien-seconden-regel
Dinsdag 11
februari,
In het
boksen heb je de acht-seconden-regel; acht seconden liggend op de grond
doorbrengen en je bent knock out. In het basketbal kennen ze de
vijf-seconden-regel; je mag maximaal 5 seconden onder de bucket vertoeven,
anders word je afgefloten terwijl de keeper in het voetbal de bal
officieel maar 6 seconden in zijn handen mag hebben. Hier in Cuba hebben
ze de tien-seconden-regel.
“Hey
Boelhouwer, de wat-regel?” Je hebt hier de tien-seconden-regel en ik
moet zeggen, de regel is vrij simpel. Kijk langer dan 10 seconden naar een
vrouw en ze denken dat je geïnteresseerd bent. Nee, dan bedoel ik niet
dat ze denken dat je haar leuk vindt, zoals wij vrouwen in Nederland leuk kunnen
vinden en ik bedoel ook niet dat ze geloven in liefde op het eerste
gezicht, nee, geïnteresseerd zijn heeft alleen betrekking op het hebben
van sex en naar het schijnt kost je het dan in ieder geval wat dollars.
Tien seconden iemand aankijken betekent gewoon dat je, afhankelijk van de
afstand die overbrugd moet worden, binnen de kortste keren een chica naast
je heb staan die geheel spontaan geïnteresseerd is in hoe je heet, waar
je vandaag komt en die vooral wel een biertje zou lusten. Aangezien je
niet snel van ze af bent, sla je jezelf iedere keer weer voor het hoofd
vanwege het feit dat je niet tot acht kan tellen (de veiligheidsmarge in
deze bedraagt 2 seconde). Overigens geldt deze regel niet voor heel Cuba;
in Santiago de Cuba zouden we later deze week er achter komen dat ze daar
de vijf seconden regel hanteren.
De dag begon
trouwens in Havana. De familie Vinke had voor de tienen de gereserveerde
wagen opgepikt, zodat we klokslag 10.00 uur het Parkview hotel verlieten.
De eerste vraag die rees was hoe Havana uit te geraken. Met An als
navigator naast Dick, de ‘driver’ van deze vakantie, leek het er in
eerste instantie op dat we vlot op pad konden gaan. Nu zullen jullie wel
denken dat als je de wegwijzerborden volgt je er vanzelf wel komt, maar
die opmerking gaat in Cuba niet op: er zijn namelijk bijna geen bewegwijzeringborden. Zo kan het dus gebeuren dat als je een toevallig aanwezig
bewegwijzeringbord volgt, je op een rotonde wordt aangehouden door een Cubaan die
dan vertelt dat het echt de verkeerde afslag is.
Dat is dus
ook wat ons gebeurde. Hoewel André zich als navigator meer dan
verdienstelijk had gemaakt, moesten we onze nieuwe Cubaanse vriend wel aan
boord nemen, wilden wij op de autopista richting Cienfuegos geraken. We
reden zo’n tien minuten en je begon je af te vragen wanneer onze vriend
zou uitstappen opdat we eindelijk de autopista hadden bereikt. Datzelfde
dacht ik nog steeds toen we al twintig minuten hadden gereden, terwijl
onze vriend volop aanwijzingen zat te geven aan Dick. Na iets langer dan
een half uur riep hij in zijn beste Engels “alto, stop, bridge, right,
autopista”, wat hij tijdens het uitstappen herhaalde. Ook had hij een
gouden tip voor ons: “Cienfuegos, mucho chicas, dos condomos.” Ik denk
dat ik dat niet hoef te vertalen. Met 10 dollar voor de moeite en voor een
taxi terug namen we afscheid van onze Cubaanse vriend en konden tot geen
andere conclusie komen dat de mensen in Cuba aardig zijn. Na bijna 4,5
uur, ruim 250 km verder en een meer dan opmerkelijke rit kwamen we aan in
Cienfuegos.
In het
centrum aangekomen werden we direct aangesproken door een zogenaamde
jinetero; een soort kleine zelfstandige, die zijn geld verdient met het
bemiddelen en aanbieden van slaapruimte bij families thuis. Omdat je alles
een keer moet hebben meegemaakt, gingen wij samen met de jinetero op zoek
naar ‘habitación particular’. Na een aantal rondjes door Cienfuegos
te hebben gereden, een tweetal huizen te hebben bekeken, slaagden we bij
ons derde bezoek. Met open armen werden we ontvangen. Voor us$ 25 per
kamer hadden we een prima ruimte en voor us$ 1 extra werd onze auto ’s
nachts bewaakt door een klein zelfstandig eenmansbewakingsbedrijfje;
iedereen in Cuba doet iets om maar wat extra dollars bij elkaar te
sprokkelen.
Na het
avondeten gingen we op zoek naar wat avondvertier. Na een wandelingetje
richting de hoofdstraat van Cienfuegos dachten we in eerste instantie dat
de avond afgelopen zou zijn; niets was minder waar. Aangekomen bij Paseo
del Prado werden de woorden van onze Cubaanse vriend uit Havana
bewaarheid. Het leek wel alsof vrouwelijk Cienfuegos was uitgelopen om een
kleine bijverdienste te bewerkstelligen. Mocht je nu denken dat
Cienfuegos deze mooie dag in februari overlopen werd door toeristen, moet
ik je teleurstellen. Behalve de ‘Avonturiers uit het Haarlemsche’
waren er bijna geen toeristen te bekennen. Het leverde in ieder geval
buiten de nodige humor ook een viertal verwonderde gezichten onzer zijde
op.
Navraag
leerde dat de place to be in Cienfuegos de openluchtdiscotheek Costa Sur
was. Het spreekt dan ook voor zich dat we die gelegenheid met een bezoekje
moesten vereren. Het betreden van de openluchtdiscotheek Costa Sur was een
bijzondere ervaring. We kwamen aangereden met de taxi en het was een drukte
van jewelste, met dien verstanden dat ongeveer 85% van de wachtenden
bestond uit vrouwen/meisjes. Alsof er voedselpakketten werden uitgereikt,
zo stonden tientallen meiden voor het hek te wachten en te dringen om naar
binnen te komen. In eerste instantie snapten we niets van deze
ondoorzichtigheid, maar al snel bleek dat de meiden een man nodig hadden
om binnen te komen, met als gevolg dat er bijna gesmeekt werd om als
escorte te dienen.
Eenmaal binnen, maakten we al snel kennis met de
Cubaanse manier van in het leven staan: proberen iemand op te pikken en
dansen. Voor we het wisten waren we omringd door alleen maar vrouwen die
al dansend indruk probeerden te maken. Nu gaat ze het dansen meer dan goed
af en sommige wisten ook indruk te maken, alleen het eeuwige gezeur om een
drankje ging snel tegenstaan. Zoals ik al eerder schreef, het was in de
Costa Sur dat we erachter kwamen dat hier in Cuba de tien-seconden-regel
geldt; omdat we daar als naïeve Hollandse ‘boeren’ om ons heen
stonden te kijken, genietend van al wat voor ons afspeelden, kwamen we
regelmatig in de problemen. Het kostte dan ook een aantal lauwe biertjes
om de meiden weer te laten vertrekken of om in ieder geval er voor te
zorgen dat ze niet meer tegen je zaten op te rijen. Nu is het tegen je op
rijen op zich niet verwerpelijk als je een avondje uit bent, maar geloof
het of niet, ook dat gaat vervelen en zelfs irriteren.
Aangezien de
vermoeidheid bij de familie Vinke had toegeslagen eindigde de avond iets
na 01.00 uur. De conclusie van die geheel: de Cubaanse vrouw kan
‘aardig’ dansen en gaat inventief om met het begrip kleine
zelfstandige ondernemer.
Solo drinking?
Woensdag12
februari,
Het zal
ongeveer 10.00 uur zijn geweest, dat we met een dikke knuffel (anders kwam
ik niet weg) afscheid namen van onze bejaarde gastvrouw: op naar Camagüey.
Daar Dickie het Cubaanse verkeer volledig onder controle had, zaten we
binnen no time weer op de autopista. Nu doet zich het leuke voor dat de
snelweg eindigt bij iedere stad, om aan de andere kant weer te beginnen;
het gevolg is dat je dwars door de stad moet en dat levert wel wat
problemen op aangezien ook hier geen bewegwijzeringborden staan. Maar ook hier
is een Cubaanse oplossing voor.
We kwamen
aanrijden bij Santa Clara en stonden voor de keuze links of rechts. Naast
ons verscheen een tweetal jongens op de fiets. Nadat An in zijn beste
Spaans had gevraagd naar de autopista was het enige antwoord van de
jongens: “follow”, gevolgd door het bekende handgebaar. Alsof we
opeens midden in de Tour de France zaten, reden we als een
ploegleidersauto achter de jongens aan, die bezig waren met een heuse
ploegentijdrit, dwars door stad, elkaar aflossend van de kop, het zweet op
hun voorhoofd, volledig in de beugels. Een kwartier later kwamen we aan
bij de afslag richting de autopista. Als kleine beloning voor de geleverde
(sport)prestatie deden we een bijdrage in het levensonderhoud, de jongens
meer dan tevreden achterlatend.
Naar mate we
dichterbij Camagüey kwamen hadden we zoiets van ‘ze zullen ons hier
toch ook wel opwachten om ons door de stad te loodsen’. En ja hoor, bij
het einde van de autopista werd er voor een stoplicht op het raampje
geklopt: “centro?” “Si”, en nu reden we achter een motor aan. Deze
Cubaanse gastvrijheid was ook maar goed ook, want Camagüey is een echt
doolhof. Om in vroegere tijden de piraten het zo moeilijk mogelijk te maken, leek
het de bewoners van het oude Camagüey wel handig om de stad op de meest
onlogische wijze in te delen. Zonder dat we het wisten stonden we
plotseling in het centrum van de stad.
Aangezien we
wel toe waren aan een versnapering, werd de auto geparkeerd en een kroeg
gezocht. Zoals een goede Cubaan betaamd, wisten de jongens van de motor
ook natuurlijk een café; en dat hebben we geweten. We waren beland in Bar
El Cambio, dat bekend staat, althans volgens de eigenaar, als
de plek waar je de beste cuba libre van Camagüey kan krijgen; en dat
hebben we geweten. Ondertussen verschenen de eerste chica’s en hielden
onze nieuwe Cubaanse vrienden en vrienden van onze nieuwe vrienden ons
gezelschap, waarvan er één op zijn motor ging zoeken naar geschikte
accommodatie. Aangezien dat niets werd en we toch ook wel van enige luxe
houden, namen we na een ‘paar’ cuba’tjes onze intrek in het Gran
Hotel. Om te recupereren zouden we een uurtje op bed gaan liggen; dat
werden er dus drie!?
Om een
uurtje of half tien werd het tijd om te eten en waar kan je dat beter doen
dan ik het centrum. Dus was het op zoek naar een restaurantje. Na 100 meter
te hebben gelopen hadden we in ons gevolg twee chica's; dit aantal was na
120 meter verdubbeld om na 400 meter uit te groeien tot een heuse
hofhouding van ruim twintig chica’s. Aangezien bij ons opeens de twijfel
begon toe te slaan of we in het centrum nog wel iets konden eten, deed ons
dat besluiten om terug te keren naar het hotel-restaurant. Gezien de
vasthoudendheid waarmee de gemiddelde Cubaanse chica gezegend is,
betekende dit dat ook onze gehele hofhouding besloot om richting het hotel
te lopen.
En daar
zaten we dan, met z’n viertjes aan tafel en een groep van ongeveer
dertig chica's voor de deur, waarvan ongeveer vijftien met hun gezicht tegen
de ramen van het restaurant gedrukt om maar enigszins oogcontact te
krijgen met de vier avonturiers uit het Haarlemsche. Dat dit gepaard ging
met het kloppen op het raam spreekt natuurlijk voor zich. Dit werd André
iets te gortig, wat hem deed besluiten om na het eten de avond de avond te
laten en zijn bedje op te zoeken.
De familie
Boelhouwer was niet uit het lood geslagen en doken samen met onze nieuwe
Cubaanse vriend het nachtleven van Camagüey in; om precies te zijn het
cabaret van El Colonial. Aangezien ons loopje naar het cabaret maar een
meter of 300 was, bleef ons gevolg beperkt tot een tiental chica’s.
De
entree van El Colonial was weer even ondoorzichtig en bijzonder als in de
Costa Sur. Toch was er nog wel een verschil. Waren het in de Costa Sur
voornamelijk jongen chica’s die iets van je wilde, in El Colonial waren
de vrouwen, ik zeg nadrukkelijk vrouwen, terughoudender. Gezeten aan een
tafeltje met een lekker koud biertje, omringd door de nodige en zeer
aantrekkelijke chica’s, konden Jack en ik voor het eerst echt bijpraten
zonder om de haverklap gestort te worden. Nu is het niet zo dat geen van
de vrouwen ‘interesse’ toonden; de keren dat de vraag “solo drinking,
only tok, tok, tok (lees talk, talk, talk), no bailer” werd gesteld is
niet op twee handen te tellen, maar zodra je aangaf dat je in gesprek was,
geen chica Cuba wilde, je in het ‘bezit’ was van een chica Ollanda,
tijdens het ‘no bailer’ op je knie wees en er een pijnlijk gezicht bij
trok, werd je weer met rust gelaten. Voor het eerst op deze vakantie geen
irritatie in een Cubaanse uitgaansgelegenheid.
Hoewel we
bij het naar ‘huis’ gaan nog flink de pas er in moesten houden om twee
niet onappetijtelijke chica’s van ons af te schudden, kwamen we na
vieren ‘veilig’ bij ons hotel aan. Conclusie van dit geheel: Cubaanse
vrouwen kunnen als ze echt willen zich wel inhouden, het Cubaanse dansen
blijft sensueel en opwindend en we waren op de hoogte gebracht van het
feit dat in een naburig stadje, Playa Santa Lucia, morgenavond carnaval
was, maar daar later meer over godzijdank.
In Cuba the music
flows like a river
Donderdag 13
februari,
Deze woorden
schreef Ry Cooder als voorwoord voor het album dat hij produceerde voor de
Buena Vista Social Club. Ergens in een restaurantje in Santiago de Cuba
begreep ik pas wat hij met zijn woorden bedoelde. Hoewel we op onze reis
al eerder talloze live bandje hebben zien optreden, het bandje wat we deze
avond mochten aanschouwen was van een dusdanig hoge kwaliteit dat zeker
Dick en ik gewoon weg zaten te zwijmelen. De stem van de vrouwelijke
zanger bracht ons in vervoering, het gitaarspel was als of je engelen
hoorden spelen……..commandante Che Guevara……wat een stem, wat een gitaarspel, al
deed het ons wel beseffen dat als we eenmaal weer in Nederland zouden zijn
en deze muziek op de radio gedraaid zou worden, we toch snel een
cd’tje (en dan niet de Buena Vista Social Club) zouden opzetten, maar
toch……..
De dag begon
zoals te verwachten was in Camagüey, waar we na een heerlijk ontbijtje,
richting Santiago de Cuba vertrokken. Santiago, de stad van de muziek en
dans bij uitstek. Het lag in de bedoeling dat we minimaal twee dagen
zouden blijven. Richting het zuiden van Cuba rijdend, veranderde ook het
landschap. Waar we eerst bijna alleen maar suikerriet, af en toe
afgewisseld met bananenbomen en tabaksplanten zagen, gingen we nu de
bergen in. Opeens werd het Cubaanse landschap wel aangenaam.
De
‘planet’ waarschuwde ons er al voor: lack of accomodation, te kort aan
accommodaties. Dat gold dus ook voor ons! Na tevergeefs geïnformeerd te
hebben bij vier hotels, hadden we bij de vijfde geluk; althans voor één
nacht, mogelijk twee of drie, maar dat konden ze pas de volgend dag
vertellen. We waren in ieder geval blij dat we iets hadden gevonden, de
volgende dag zouden we wel verder kijken.
Tijdens de verkenning van Santiago had ik al snel
het idee dat als iemand het waagt om te beweren dat Santiago een prachtige
Spaans aandoende koloniale stad is, waarvan de muziek door de straten
vibreert en de Caribische smeltpot tropisch aandoet dan ben ik
genoodzaakt om serieus aan de persoon’s geestelijk vermogen te
twijfelen: wat een puinzooi!
Nu hadden we
ook de pech dat ons hotel enigszins uit de richting van het centrum lag
zodat het ongeveer 4 km lopen was naar het centrum. Hier deed zich ook het
merkwaardige voor dat geen taxi voor ons wilde stoppen, dus moesten we
lopend. Het centrum hebben we dan ook niet gehaald. Afgeschrikt door de
ellende zijn we op het Plaza de Dolores maar wat gaan drinken; wat moet
een man anders. Achteraf was het onze redding want nu konden we tenminste
wel een fatsoenlijke maaltijd nuttigen onder het genot van top muziek…..commandante,
Che Guevara……
De
avond/nacht werd doorgebracht in Tropicana Santiago, iets wat wij een
discotheek noemen. Dit is een verhaal wat eigenlijk niet te beschrijven is,
een verhaal waarbij plezier en irritatie bijna flinterdun tegen elkaar
aanliggen, ondanks dat we enorm gelachen hebben.
Bij
aankomst in de Tropicana verscheen uit het niets Louis, een lokale
jinetero, die wel het een en ander voor ons zou regelen, zonder dat we
daar overigens een keuze in handen. Waar andere toeristen moesten wachten
op de bereidwilligheid van de caissière, waren wij onder begeleiding van
Louis en een paar chica’s zo binnen; dit leverde hem dan ook de bijnaam
King Louis op. Op zich allemaal wel leuk, maar koning Louis wilde over
iedere actie controle uitvoeren, zo mochten wij niet eens zelf bestellen,
alles liep via de koning, die of één van zijn chica’s of zijn
rechterhand de drankjes liet halen.. Nu is dat op zich ook nog wel leuk,
maar als Luke naar de wc ging, koning Louis hem mistte en de wc opdook om
te controleren waar Luke was en of bleef, kan je niet anders concluderen
dat dit te ver ging en enigszins irritatie verhogend was. Het eerste wat
we dachten is dat hij op die manier geld achterover drukte, maar dat was
niet het geval. Waarom hij allemaal wel deed is nog steeds een raadsel,
misschien wel om de gratis drankjes die hij kreeg.
Even
tussendoor; Ik hoor jullie denken: “wie is in godsnaam Luke?” Waarom
weet ik niet, maar het was in Cienfuegos dat we valse namen gingen
gebruiken. Zodoende heette Jack de gehele vakantie Luke, Dick was Dave,
maar soms Davey (op een of andere manier geloofden niet alle chica’s
dit), Mikey ging door het leven als Charlie en André was t/m Santiago nog
gewoon Andrew, maar werd later Nicolai (????). Niet dat het allemaal wat
uitmaakte want de chica’s presteerden het om rustig voor een vijfde keer
je naam te vragen.
“En de
chica’s, hoe waren die?”, hoor ik Terry en Arthur al zeggen. Om
eerlijk te zijn, in één woord fantastisch. Fantastisch niet in de zin
van beeldschoon, maar eerder in de zin dat we enorm gelachen hebben om ze.
Zo was er hier één die waar normaal gesproken om een biertje gevraagd
werd (“If possible, you buy beer for me”) het presteerde om om een
kippepoot te vragen en we hebben de vrouwelijk vibrator ontmoet, met ander
woorden, ze kon haar kont zo laten schudden dat het op een….precies! Ze
was trouwens ook behoorlijk lenig, wat wel bleek toen ze haar been in
An’s nek gooide. Aangezien ze gekleed was in een ietwat korte jurk met
daaronder een aansprekende string, gunde ze daarmee de rest 'onbedoeld'
een kijkje in haar eigen spreekwoordelijke keuken. En als we eerlijk
moeten zijn, An had het slechter kunnen treffen.
De avond
eindigde voor Dick en Mikey om een uurtje of vier, die van Jack om 05.00
uur en An was weer een half uurtje later thuis.
Back on the road
again
Vrijdag 14 februari,
“Glasgow……we’ve been all around Europe and I must say, it’s
good to be back home”, zei Jim Kerr ergens in 1996 voordat Simple Minds
een medley inzetten van ‘Roadhouse blues’ en ‘On the road again’
als intro op ‘Waterfront’. Nu we bijna iedere dag wel spreekwoordelijk achter
het stuur kruipen, kan ik de woorden van Kerr begrijpen. Het zou lekker
zijn als we nu eens voor een paar dagen ergens konden blijven en dat was
nu precies het einddoel van vandaag.
We
vertrokken vroeg uit Santiago om in één keer door te rijden naar Playa
Santa Lucia, wat onze thuisbasis zou gaan worden voor zeker de eerste drie
dagen. We waren na de puinzooi van Santiago tot de conclusie gekomen dat
we het strand eerder nodig hadden dan we hadden verwacht.
Gezien het
feit dat de nachtelijke operatie van de heren Vinke en Boelhouwer iets wat
was uitgelopen, maakte ik voor deze rit promotie; gezeten naast hem, had
ik de eer om onze held Dick niet alleen gezelschap te houden, maar ook nog
eens van de essentiële weginformatie te voorzien. Terwijl de beide heren
bij het verlaten van Santiago de ogen al hadden gesloten, genoten Dick en
ik van het leven op en langs de weg. De trip verliep eigenlijk zonder
problemen, al moesten we bij Las Tunas een rondje extra maken, aangezien
de weg natuurlijk niet stond aangegeven. Rond 18.00 uur kwamen aan in
Playa Santa Lucia.
We hadden
het nooit van onszelf gedacht, laat staan verwacht: we lopen momenteel met
een gekleurd armbandje in de rondte in een all-inclusive hotel genaamd
Amigos de Mayanabo. Maar zeg nu eens eerlijk, waar vind je nog geschikte
accommodatie voor us$ 40 waarbij het eten en drinken gratis is? Eigenlijk
komt het er momenteel op neer dat als je het niet doet je een dief bent
van je eigen portemonnee.
Na een
aantal cuba’tjes, het avondeten, het uitbuiken en uurtjes slaap op de
kamer, was het de hoogste tijd om Playa te gaan verkennen. Om 23.30 uur
verlieten we onze kamer om een biertje te drinken. De verrassing was groot
toen bleek dat het carnaval van Santa Lucia nog in volle gang was.
Als we het
in Cuba over carnaval hebben, denk dan niet dat de lokale feestgangers
zich hullen in een boerenkiel of een bloemetjesgordijn, kijk niet uit naar
een kleurige optocht, verwacht vooral ook geen Vader Abraham, Drie Pinten
of Huub Hangop en reken er ook niet op dat deze mensen een polonaise
lopen. Maar verwacht aan de andere kant ook geen Braziliaans carnaval met
optochten, schaars geklede vrouwen met veren en de samba.
Nee,
carnaval op Cuba is wat dat betreft ‘down to earth’; salsa y bailer,
alles draait om het dansen; bij de eerste klanken begint de heup te wiegen en het hele lichaam en dan specifiek de kont volgt dan al snel.
De taferelen waren uniek. Volgepakte salsa-tenten met live muziek, waar
het bier tussen de 0, 40 en de 1 dollar kostte en waar stilstaan haast een
zonde was. De mensen komen, zoals we later leerden, vanuit een straal van
ruim 150 km rondom Playa naar het carnaval, wat dat betreft deed het
denken aan Beachpop, maar dan met vrouwen die wel kunnen dansen.
Zoals Cuba
betaamd werden we ook hier al snel ingesloten door welwillende chica’s.
Het werd dan ook snel een sport ergens te gaan staan, de stopwatch in
te drukken om dan na een minuut te raden hoeveel chica’s ‘interesse’
hadden. Toch was de eerste avond een soort van leerproces voor ons ietwat
nuchtere Hollanders. Aangezien ook hier af en toe de irritatie toesloeg,
was het bijna onbegonnen werk om de chica’s duidelijk te maken dat je
geen interesse had. Waar je er net één had ‘weggestuurd’ stonden de
volgende vijf al klaar om de positie in te nemen. Later in de nacht kwamen
we erachter dat het vruchten afwerpt als je een vast groepje chica’s om
je heen verzameld, aangezien de rest je dan niet lastigvalt. Wat dat
betreft zijn er regels in het Cubaanse: schiet niet onder iemand anders
duiven! Het was ook een mooie manier om van je half lauwe biertjes af te
komen, aangezien de chica’s bijna alles drinken wat vloeibaar is en op
bier lijkt. Een prettige bijkomstigheid was dat ze je nog dankbaar waren
ook. Een ander voordeel was dat ze met liefde nog biertjes gingen halen,
het enige wat je moest doen was wat geld in hun handen stoppen en
‘cristal, quattro’ roepen; cristal is het heineken van Cuba en quattro
stond voor het aantal dat we nodig hadden. En dat alles dus voor de prijs
van een paar lauwe biertjes: pracht land dat Cuba!
Rond 04.30
uur liep de avond op zijn einde en werd het de hoogste tijd om naar ‘huis’
te gaan. Om te voorkomen dat de chica’s ons achtervolgden, gaven we ze
wat geld om te eten en zodoende kwamen we heelhuids aan bij ons hotel: wat een
feest!
Bailer
Zaterdag 15
februari,
De eerste
dag waarop we rustig aan konden doen en dat hebben we ook gedaan, althans
overdag, de avonden zijn zoals ik al schreef een ander verhaal. Doordat de
zon zich had verstopt achter een dik wolkendek, kregen we pas ’s middag
de mogelijkheid om, gelegen aan de rand van het zwembad, aan de kleur te
werken. Het blijft een heerlijkheid om gewoonweg niets te doen behalve
luieren.
Na een
lekkere borrel op het terras in de namiddag, een overdadig buffet, een
‘uurtje’ uitbuiken op de kamer, was het de hoogte tijd om ons in het
strijdgeweld te gooien; bepakt en gezakt werd het carnavalterrein
bestormd.
Zoals overal
ter wereld, ook hier in Playa worden de avonden al snel hetzelfde met dien
verstande dat we wel een nieuw groepje chica’s moesten vinden, maar dat
leverde eigenlijk geen probleem op. Zodoende konden we ons enigszins vrij
rondbewegen op het festivalterrein, terwijl de biertjes verzorgd werden.
Ook deze avond deden we het licht uit en ‘totaal’ uitgeput van het
dansen zochten we ons bedje op!
Montecristo A
Zondag 16
februari,
Wonderbaarlijk
genoeg stond er deze ochtend geen wolkje aan de lucht, dus zat er niets
anders op om na het ontbijt richting het strand te lopen. Zoals verwacht
was het een typische stranddag met als hoofdingrediënt vooral niet moe
worden en dat viel niet mee?!
Het
hoogtepunt van de dag kwam op naam van een sigarenverkoper. Met
voorzichtigheid en terughoudendheid, omringd door uiterste
geheimzinnigheid, bood hij uiteindelijk ons sigaren aan en nadat wij
hadden gezegd dat we geïnteresseerd waren kwam hij tien minuten later
terug met de handelswaar. Het illegaal verkopen van sigaren is in Cuba
strafbaar en dan moet je tegelijk denken aan gevangenisstraf. Na de
bruikbare tips, gegeven door de ‘planet’, op de sigaren te hebben
losgelaten (de sigaar rollen, letten op kleurverschil, gladgestreken
sigaar, geen naden van de tabaksplanten, knijpen in de sigaar), kochten we
twee kisten originele, naar wij hopen, montecristo’s, waaronder een kist
montecristo A; de keizer der sigaren. Aangezien we nog een aantal kisten
nodig hadden, lag het in de bedoeling dat de verkoper de rest van zijn
handelswaar zou ophalen. Met een glimlach van oor tot oor, waarschijnlijk
veroorzaakt door de verkoop van twee kisten sigaren, vertrok de
sigarenverkoper om niet veel later terug te komen. Of hij vertrouwde de
boel niet, of hij heeft ons troep verkocht, of hij is opgepakt of….. in
ieder geval hebben we hem nooit meer gezien.
Rond
middernacht vertrokken we richting het carnaval. Je kon merken dat het op
zijn einde liep. Hoewel het nog steeds druk was, waren er beduidend minder
mensen aanwezig dan de avonden daarvoor. Het groepje chica’s van de
eerste avond was er ook weer, dus hoefden we ons niet in te spannen om
‘bescherming’ te zoeken; ze boden zich vrijwillig aan! Voor degene die
denken dat we misbruik van de meiden maakten, wil ik opmerken dat de
chica’s buitengewoon tevreden waren. Waar en van wie krijg je nu nog een
biertje, een sigaretje, kauwgom, geld voor een kippetje, deze avond zelfs
een roos, mag je dansen met natuurtalenten zonder dat daar een
tegenprestatie tegenover moet staan? Precies, het is maar goed dat de
‘Avonturiers uit het Haarlemsche’ het hart op de goede plaats hebben
zitten. Overbodig om
te zeggen, het licht werd ook deze avond door ons uitgedaan!
Puinzooi alom
Maandag 17
februari,
Na een
overheerlijk ontbijtje was het de hoogste tijd om na twee autoloze dagen
maar weer eens een ritje te maken. Het einddoel stond vandaag nog niet
vast. Afhankelijk van hoe zeer we zouden opschieten lag het in de
bedoeling dat we of (met tegenzin) in Santa Clara zouden overnachten of
door zouden rijden naar Varadero, waar we uiteindelijk naar toe wilden.
Na ruim 300
km werd ergens in de troosteloze omgeving van Jatibonico de knoop doorgehakt:
we lagen voor op schema, dus werd Varadero ons einddoel. Het eerste deel
van trip verliep overigens vrij relaxed, voor het tweede deel moesten we
de autopista verlaten om de ‘binnenlanden’ van Cuba te doorkruizen.
Hoewel de wegen niet echt in slechte doen waren, schoten we minder snel op
dan dat we gedacht hadden. Daarentegen was het leven langs de weg weer
fenomenaal. Ook de bijzondere manier van landbewerking maakte diepe indruk
op ons. Om de grond blijkbaar vruchtbaar te maken steken de Cubanen na de
oogst het laatste deel van het suikerriet in de brand en daar rij je
dan…ene moment heb je voluit zicht, op het andere moment rijd je 100
meter door dikke rookwolken waarbij je geen hand voor je ogen ziet, want
het maakt de Cubaan niet uit als de suikerrietvelden doorkruist worden
door een weg.
Toch hebben
we ook momenten van verdriet, treurnis, leed en pijn gekend tijdens deze
trip van ruim 600 km. De onvoorstelbare puinzooi die we tijdens het tweede
deel van onze trip hebben mogen aanschouwen deed ons alleen het hoofd
droevig schudden en zorgde spontaan voor de spreekwoordelijke tranen in
onze ogen. Je vraagt je toch af hoe iemand hierin kan leven. Nu hebben we
al de nodige ellende gezien in Mozambique en het is niet dat Cuba het
daarbij redt maar het komt dichtbij. Zoals ik al eerder schreef, het
communisme heeft de Cubanen niet dat gebracht waarop ze hadden gehoopt.
Even na
zessen reden we na een rit van ruim 8,5 uur Varadero binnen; het belofte
land was eindelijk daar. Het beloofde land zoals we Varadero nog zagen toen
in de puinhopen van Santiago stonden, althans dat dachten we in eerste
instantie nog, maar daar zouden we later nog wel op terugkomen. Hoewel we
het niet hadden verwacht, was het vinden van een hotel een hels karwei,
dit ondanks de aanwezigheid van hotels met tussen de 400 en 500 kamers. Na
vijf overvolle hotels kwamen we uit bij het Varadero International hotel:
onze thuisbasis voor de komende vier dagen.
Omdat de
reis van vandaag enigszins zijn sporen had achtergelaten, besloten we in
de hotelbar met z’n drietjes (An was vroeg naar bed) de avond af te
sluiten. De barkeeper, die later onze amigo zou worden, begreep dat wij
een lichamelijke oppepper nodig hadden en schonk cocktails in die
eigenlijk alleen maar uit rum bestonden. Zo presteerde hij het om met één
blikje cola zes glazen cuba libre te vullen; dan weten de deskundige onder
jullie dat het glas dus voor ongeveer 4/5 gevuld was met rum. Om de
feeststemming te verhogen vulde hij de glazen nadat ze half geledigd waren
vrolijk bij met een flinke scheut rum. Wat dat betreft kijken ze hier in
Cuba niet op een fles rum meer of minder. Mocht Theo Miedema dit overigens
lezen, wil ik ‘em bij deze aanraden om eens een studiereis te maken
richting Cuba; je weet nooit waar het goed voor is. Na een aantal
cocktails verlieten we de bar met lood in onze slippers. De rum had er
aardig ingehakt en had z’n uitwerking niet gemist.
’n Juichtoon dav’re langs de velden,
Voor ons dierbaar Rood en Wit
Dinsdag 18
februari,
Bij het
ontwaken uit ons schoonheidsslaapje, speelden de wedstrijdzenuwen direct
op. Vandaag was het de dag van de 3e wedstrijd in de Champions
league; met andere woorden Arsenal FC – AFC Ajax stond op het programma.
Dan is bij deze ook tegelijk de vraag beantwoord waarom we een hotel uit
het betere segment hadden gekozen. Juist, we waren op zoek naar in ieder
geval een kamer met tv en ESPN (de voetbalzender bij uitstek buiten
Europa).
Vanochtend
kwamen we laat op gang, met als gevolg dat we het ontbijt hadden gemist.
Op zich geen ramp, dan maar een vervroegde lunch. Na op ons gemak
gedouched en het internet afgestruind te hebben, gingen we nog voor het
middaguur opzoek naar een lunchlocatie.
Aangezien
het enigszins bewolkt was, streken we neer aan het zwembad, alwaar de
grill al voor ons was aangestoken. Naast een overheerlijke verse gegrilde
visplateau, werden, en hoe kan het ook anders, de eerste flessen bier van
de dop ontdaan. Het leven kan soms aangenaam zijn.
Omstreeks
14.30 uur lieten we de lunch en het zwembad voor wat het was en zochten
onze kamer op voor de kraker van de middag. In tegenstelling tot wat
eerder was aangekondigd, moesten de Avonturiers uit het Haarlemsche het
doen met een live-verslag van Barcelona – Inter; teleurstelling alom.
Maar gelukkig was daar Japie Boelhouwer. Vanuit Nederland werden we via de
sms-diensten op de hoogte gehouden en maakte vaders zijn bijnaam, de man
die sneller sms-t (ik sms, jij sms-t, wij sms-en) dan zijn schaduw,
volledig waar. Al zou het leuker zijn geweest als hij niet had gedacht dat
hij ons kon dollen met het doorgeven van de verkeerde ruststand, maar dit
is een heel ander verhaal. Gelegen op ons bed, onder het genot van een
koud biertje, beleefden we spannende tijden. Hoewel de barkeeper na het
zoveelste rondje bij god niet meer wist wat ons nu allemaal bezig hield op
onze kamer, bleef hij in een rap tempo vriendelijk de flessen ontdoppen.
Uiteindelijk
moesten we het doen met een samenvatting na afloop van Barcelona.
Tevredenheid heerste in het Cubaanse, na een welverdiend gelijkspel van
onze ‘Dappere strijders, fier en koen’. Overigens durfde de barkeeper pas na het zoveelste rondje te vragen
waarom we nu in een hoog tempo bier kwamen halen en de teleurstelling was
van zijn gezicht af te lezen dat het slechts om voetbal ging en dat niet
een chica in het spel was.
De avond
werd in de hotelbar afgesloten op haast traditionele wijze: met een
cocktail, de één een cuba’tje, de andere een daiquiri en dan vooral
veel.
Een avondje stappen….not!
Woensdag 19
februari,
Het vermaak
tot aan het avondeten bestond maar uit twee dingen: genieten van een strak
blauwe hemel op het strand en de Champions League-westrijd Real Madrid –
Borussia Dortmund met een biertje erbij. Blijkbaar had het bierverhaal van
de dag daarvoor de ronde had gedaan, want zonder nader uitleg of
verwonderde gezichten werden de flesjes ontdopt geleverd.
Voor het
eerst sinds onze aankomst in Varadero, gingen we buiten ons hotel eten.
“Leuk, Mikey, maar waarom niet eerder?”, hoor ik sommige van jullie al
zeggen. Varadero is ongeveer 20 km lang en bestaat aan de zeekant uit een
aaneenschakeling van grote tot zeer grote hotels. Nu zou je zeggen, waar
hotels zijn, zijn toeristen; waar toeristen zijn, is een avond/nachtleven.
Niets is minder waar. Aangezien ruim 90% van de hotels all-inclusieve
zijn, de rest van de hotels één of meerdere goede restaurants bezitten,
is het ’s avonds een drama in Varadero. De meeste toeristen blijven
centenpikkers; de gedachte “waarom zou je het stadje ingaan als je een
drankje gratis op je hotelcomplex kan krijgen” heerst in Varadero. Het
was dan ook niet verwonderlijk dat het stadje uitgestorven was. Hoe kan
het anders zijn dat je in een stad met ongeveer 10.000 hotelkamers bij een
restaurantje zonder problemen een tafeltje kan krijgen.
Het zal
jullie dan ook niet verbazen dat ook het nachtleven hier in Varadero zich
afspeelt op de hotelcomplexen, dus sloten ook wij onze avond af in de
hotelbar.
Hoezo decadent
Donderdag 20
februari,
Het was
vroeg op, aangezien we om een uurtje of acht zou worden opgepikt om te
gaan vissen. Snel ontbijten, om ons daarna te melden op een van de
fauteuilles in de lobby, in afwachting van de ‘visbus’. Maar ook hier
in Cuba gaat het manaña, manaña op, dus werden we drie kwartier later
dan afgesproken opgehaald.
Eenmaal op
de boot aangekomen, kregen we al vertrouwen. Niet in het feit dat we nu
iets groots zouden gaan vangen, maar eerder dat het wel een lekkere dag
zou gaan worden. De koperen ploert had zich al gemeld en een lekker
briesje maakte het geheel meer dan aangenaam, hoewel één van ons dit
allemaal voor een groot deel aan zich voorbij heeft zien gaan, aangezien
het bankstel in de kajuit niet alleen een rustgevende uitwerking had, maar
ook nog eens verleidde tot het ogen dicht doen.
Het vissen
was niet veel, ondanks vijf aardige tot zeer aardige barracuda’s. Nee,
het vissen was zeker niet het hoogtepunt van de dag, dat kwam op rekening
van het opduiken van de lobsters (in gewoon Nederlands zou dat kreeften
betekenen). Rond het middaguur doken twee van de bemanningsleden het water
in en lieten zich voortslepen door de boot. Bij het signaleren van een
kreeft werd er gedoken met maar één doel: lobster voor lunch. Nu zullen
jullie wel denken “is dat nu zo bijzonder”, en dan moet ik antwoorden:
ja! Aangezien de mannen doken met alleen een snorkel, de kreeften zich op
een diepte van ongeveer 10 meter bevonden en de boot toch een aardige
snelheid ontwikkelde, was dit alles gewoon een spektakel om te zien. Het
eindresultaat mocht er ook niet om liegen: een stuk of twintig kreeften.
Zodoende
zaten we ietwat decadent tijdens de lunch aan de gekookte kreeft met on
the side een cuba’tje. We kwamen tot de conclusie dat deze levensstijl
wel bij ons past en dat we die eigenlijk ook wel verdienen.
De middag
stond in het teken van het genieten; de één deed zijn ogen dicht, de
ander stond te genieten van het zonnetje, terwijl er ondertussen ook nog
werd ‘gevist’. Rond drieën zat de visdag erop en gingen we terug naar
ons hotel. Hoewel het te laat was om nog het strand op te gaan, vonden we
in het terras een goed alternatief.
Voor het
avondeten doken we wederom Varadero zelf in. Na een originele Cubaanse
kaasfondue, de huisband duidelijk te hebben gemaakt dat een romantisch
liedje voor ons niet was weggelegd, was het uitbuiken met een cocktailtje
in de hotelbar.
Zon, Zee & Zuipen
Vrijdag 21
februari,
De laatste
hele dag in Varadero en die werd doorgebracht zoals een vakantiedag in
Cuba eigenlijk ook doorgebracht zou moeten worden: ontbijten, strandje
pakken, VI’tje lezen, af en toe de ogen sluiten, watertje drinken,
afkoelen in de zee, foto’tje nemen van de omgeving, hapje eten, muziek
luisteren, maar bovenal genieten van een heerlijk zonnetje. Eigenlijk
hebben we het behoorlijk druk gehad op onze laatste dag.
In de loop
van de middag verplaatste ons gezelschap zich richting het terras om een
biertje te drinken, een man kan natuurlijk niet alleen op water en een
klein hapje leven. Al snel werd het biertje gelaten voor wat het was en
kwamen de eerste cocktails op tafel, iets wat onderhand een traditie is
geworden voor ons in Cuba. Het liep allemaal iets anders dan anders, met
als gevolg dat we rond 22.00 uur erachter kwamen dat we nog iets moesten
eten; een vlugge hap in de grillbar was ons deel.
Een andere
traditie werd ook in ere gehouden: een cocktailtje voor het slapen gaan.
Aangezien onze ‘amigo’ weer achter de bar stond, wederom glazen rum
met een beetje cola voor de kleur. Dat het uiteindelijk toch nog een
uurtje of twee werd, was meer te danken aan onze gezonde lichamelijke
gesteldheid dan aan onze barkeeper, die er echt alles aan deed om ons van
de barkruk te laten afvallen.
Cuba’tje
Zaterdag 22
februari,
Aangezien we
pas om 12.00 uur moesten uitchecken deden we het rustig aan deze ochtend.
Op ons gemak ontbeten, het laatste nieuws op het internet bekeken, maar
vooral ‘traquila’ gedaan.
Na het
middag uur vertrokken we richting La Habana, genieten voor de laatste maal
van het Cubaanse leven langs de weg. Het spreekt haast voor zich dat we
weer taferelen hebben mogen aanschouwen, die je bijna nergens anders in de
wereld mag en kan zien. We zakte langzaam, de kustlijn volgend, af naar
Havana.
In de
namiddag kwamen we aan in Havana. Het leuke van Cuba is dat je bij na
zo’n rondreis bij het bereiken van Havana niet in die voor een hoofdstad
typische drukte beland. Wat dat betreft is Havana redelijk relaxed. Zonder
problemen en uiterst ‘traquila’ stuurde Dick de auto dwars door het
centrum van La Habana Vieja.
Hoewel we in
Playa Santa Lucia al twee kisten sigaren hadden gekocht, moesten we in
ieder geval deze middag nog vier extra kisten scoren. En zoals
gebruikelijk is in dit soort landen hoef je niet lang te wachten voordat
iemand iets aanbiedt. Nu ging het niet anders. Aangezien we geinteresserd
waren, maar eerst nog moesten overleggen wat we nu precies wilden kopen,
liet de beste man ons alleen; niet uit beschaafdheid, maar meer vanwege
het feit dat achter ons een politieman ten tonele was verschenen. Toen die
eenmaal verdwenen was kon er zaken worden gedaan. Op zijn verzoek liepen
we mee naar zijn ‘kantoor’. Op Miami Vice-achtige wijze (waar heb ik
dat meer meegemaakt?) doken we het centrum in. Als de dood om gepakt te
worden door de politie, gingen we dwars door een shoppingmall, links af
een steegje in, dwars door twee winkels, oversteken naar een andere
shoppingmall, rechts af de straat in, waar we uiteindelijk een huis
indoken om drie hoog achter te eindigen met negen man in ons gevolg,
terwijl in de huiskamer oma en moeders met drie kinderen op ons stonden te
wachten. Uit alle hoeken en gaten van de flat kwamen sigarenkisten te
voorschijn. Omdat Dick Montecristo’s no 5 wilde hebben, werd deze kist
aan de overkant van de gang even opgehaald. Net als in Playa deed ik mij
voor als zijnde een sigarenexpert en begon de kleur van de sigaren nader
te bekijken. Mijn opmerking “lookie, lookie, hé”, veroorzaakte alleen
maar een gelach van onze Cubaanse kleine zelfstandigen. Dat de Cubaan op
dit soort expertise berekend is, bleek uit het feit dat alles wat de
‘planet’ voorschrijft om een miskoop te verkomen, deze jongens uit hun
zelf al deden. Mochten we zijn opgelicht, kunnen we ons in ieder geval zelf
geen verwijt maken. Nadat de deal was gesloten, verlieten we onder
begeleiding het pand, zeg maar gerust bouwval.
Het was
onderhand de hoogste tijd voor een versnapering. Om La Habana nog beter
te leren kennen, leek het ons een goed plan om diverse café’tjes aan te
doen en dan bij voorbaat daar te komen waar muziek werd gespeeld.
Even dreigde
de feeststemming in een dip te geraken. Hoewel we lekker aan de
cuba’tjes zaten, weer aandacht hadden van de nodige chica, zaten we mijn
inziens er een beetje doorheen. Totdat Sietse en zijn vriendin kwamen
binnenlopen. Beide hadden we eerder ontmoet in Varadero en hun gezelschap
stuwde ons naar grote hoogte. Dan bedoel ik niet dat we een etage hoger
gingen zitten, maar meer dat de cuba-consumptie ‘ietwat’ aantrok. Al
pratend met elkaar werd er doorlopend besteld; de ene cuba was nog niet
leeg, af de andere stond er al. Zoals we onderhand wel al gewend waren
moesten Sietse en zijn vriendin vroegtijdig afhaken en kon hij niet meer
dan met verwondering staan kijken van het consumptiegehalte. Voor de
negatievelingen onder jullie die dan tegelijk weer denken dat wij alleen
maar kunnen zuipen, sorry, er zijn ook mensen die gewoon niet veel drinken
en daar was Sietse er één van.
Om een
uurtje of elf verlieten we het café om wat te gaan eten; wederom een
prachtavond en dat was wel aan het lichaam en dan specifiek de benen te
voelen. Aangezien Jack en An een paar uurtjes later om 04.30 uur door een
taxi zouden worden op gehaald om richting het vliegveld te vertrekken (hun
vlucht vertrok om 07.00 uur), eindigde de avond ook bij de broodjeszaak.
Don’t dream, its
over
Zondag 23
februari,
Na eerst op
ons gemak te hebben ontbeten, doken we het centrum van Havana in: we
hadden een missie. Gisterenavond had Sietse ons ervan overtuigd om een
ritje te maken met een paardenkoets en dat was deze middag dan ook ons
doel.
Eenmaal in
de koets gezeten was het Dick die zei wat ik dacht: “Na all-inclusive te
hebben gezeten, kan dit er ook nog wel bij.” Als twee echte toeristen
lieten we ons door een zwaar bewolkt Havana vervoeren. Van de omgeving
rondom het centrum gelegen kregen we echt de tranen in onze ogen; wat een
puinzooi. Na een uur te hebben rondgereden werden we weer in het centrum
afgezet.
Zodoende
zaten we om 13.30 uur al aan een cuba libre en een mojito; ja, je moet
toch wat op zo’n laatste dag. Met op de achtergrond de onderhand al zo
vertrouwde Cubaanse muziek, natuurlijk live gespeeld, lieten we onder het
genot een aantal traditionele drankjes nog eens de vakantie de revue
passeren.
Om 17.00 uur
was het tijd om naar het vliegveld te vertrekken., de taxi stond al klaar.
We waren nog geen minuut onderweg of door de luidsprekers klonk
waarschijnlijk de grootste hit van Crowded House. ‘Hey
now, hey now, don’t dream its over, hey now, hey now…’, Dick en
ik keken elkaar aan en konden gelijktijdig niets anders zeggen dan “hoe
toepasselijk”. Met weemoed keken we naar de straattaferelen die voor
onze ogen ontsprongen.
Tegen de
verwachting in duurde het bij het inchecken langer dan dat we verwacht
hadden. Vrij snel de douane door, om bij de beperkt aanwezige
souvenierswinkeltjes een originele Cubaanse honkbalpet te scoren. Om 20.45
uur verliet de Martinair-boeing met een half uur vertraging uiteindelijk gate
B9 om niet veel later het luchtruim te kiezen.
Eén groot feest!
Maandag 24
februari
Het was
09.30 uur in de ochtend toen we het vliegtuig mochten verlaten naar
wederom een zeer prettige vlucht. Niet dat we ook maar een minuut onze
ogen hebben kunnen sluiten, maar de vliegtijd bedroeg maar 8 uur en een
kwartier. Toch wel lekker, windje mee.
Hoewel Jack al een uur eerder was geland, was de
blijdschap van zijn thuiskomst nog op de gezichten van papa en mama
Boelhouwer en natuurlijk zijn eigen Debbie af te lezen; wat een feest.
Zijn terugvlucht via Cancun, Miami en Frankfurt was wat minder prettig
verlopen, maar daar was al op gerekend en mocht de pret van het thuiskomen
niet drukken. Voor Mikey was het ook feest. Waar Zoë bij het vertrek nog
vrolijk haar gezicht wegdraaide toen ik een zoen wilde geven, ramde ze,
gezeten op de arm van opa, uitgelaten op het glas toen ze papa aan de
andere kant zag aankomen. Zoals jullie waarschijnlijk wel begrijpen, moest
papa een traantje wegpinken.
Ik zit nog
met één laatste vraag: “kan of moet ik Cuba aanraden als een
vakantiebestemming waar je zeker naar toe moet gaan.”
Ik weet het
niet. Ik zou zeker iedere vrijgezelle man, jong of oud, dat maakt in het
Cubaanse niets uit, aanraden om eens een bezoekje te brengen aan Cuba en
dan is het niet vanwege haute cuisine waar de Cubaanse keuken voor staat.
Ben je niet vrijgezel, lijkt naar Cuba gaan voor sigaren en de rum
misschien wel aantrekkelijk, maar als ik eerlijk moet zijn is dat het
allemaal niet waard.
“En voor
vrouwen?”, is dan de logische vraag. Tenzij je jezelf belachelijk wil
maken op de dansvloer is er mijn inziens geen speciale reden om naar Cuba
te gaan. Hoewel ik geen objectief oordeel kan geven over de Cubaanse man,
lijkt het mij voor vrouwen, die meestal toch wel iets van diepgang in een
(vakantie)relatie willen hebben, een groot probleem, aangezien de
meerderheid van de Cubanen geen Engels spreken.
“Maar hoe
zit het dan met de cultuur en het landschap?” Daar kan ik kort en
krachtig over zijn: cultuur is er niet en in Nederland hebben we een
mooier landschap en dat zegt al genoeg.
Maar……….het
is en blijft vreemd want toch hebben we twee fantastische weken gehad,
prachtige herinneringen aan Cuba overgehouden en ben ik blij dat ik er ben
geweest! Met andere woorden, zelfs nu we thuis zijn, kan ik het land nog
niet plaatsen. Wat ik wel weet is dat plezier en irritatie dicht bij
elkaar kunnen leggen en dat de mensen en het leven, wat dat ook mag zijn,
Cuba maken.
Ben je door
het bovenstaande nog niet afgehaakt of juist enthousiast geworden, heb ik
één tip: ga zo snel mogelijk naar Cuba. Aangezien Fidel niet het eeuwige
leven heeft, het nog moet worden bezien of een directe opvolger ook zijn
heil zoekt in het communisme en de Amerikanen staan te trappelen om het
land eindelijk ‘over te nemen’, is het raadzaam nu te gaan, nu Cuba
nog echt Cuba is en Cuba geen aftreksel is van wat de Amerikaan graag ziet
als ideaal vakantieland.
Adios,
De Avonturiers uit het Haarlemsche
februari 2003
Santiago de Cuba, Varadero & Vijfhuizen
Go back to the
top of the page |