|
home>reisverhalen>mexico/guatemala
Definitief
toegetreden tot de ‘back-pack elite’
La Ruta Maya; voor een groot deel hebben
we de Maya's in
hun voetsporen gevolgd. Van het wonderschone Chichen Itzá, tot het in de
jungle gelegen Palenque, tot aan één van de grootste Mayasteden, diep
verscholen in het oerwoud, Tikal. Maar ook hebben we de hoogtepunten van
andere Mexicaanse culturen bezocht: het Tempelcomplex Teotihuacán
(Azteken)en Monte Albán, het culturele en godsdienstige middelpunt van de
Zapoteken.
Maar Mexico en Guatemala is meer; koloniale steden,
adembenemende natuur, heerlijke stranden en vooral een relaxte sfeer.
Voor
het eerst op een vakantie bestond onze communicatie met het thuisfront
niet alleen uit het bellen, maar voornamelijk uit het gebruik van e-mail.
Niet dat hotmail nog niet tot
ons was doorgedrongen, maar de gelegenheden die uitnodigen tot het
versturen van een e-mail waren, in tegenstelling tot onze eerder
bestemmingen, in Mexico en Guatemala wel veelvuldig voor handen. Dat het
gebruik van e-mail voor reisverslagen in de beginschoenen stond is mijn
inziens te merken aan de iets wat chaotische en ondoordringbare wijze van
schrijven waarbij een overzicht van wat wij op vakantie hadden gedaan
volledig verdwenen was. Vandaar dat het reisverslag herschreven is aan de
hand van de e-mailtjes en mijn dagboek.
Of ik daarin ben geslaagd moet een
ieder voor zichzelf uitmaken, want aan het eind van het verhaal wordt de
mogelijkheid geboden om de originele e-mailtjes te lezen. Ik kan niets
ander nog zeggen dan: “veel leesplezier.”
Tekst & foto's: Michael Boelhouwer
 De
grens over: Mexico
Estados Unidos Mexicanos;
nationale feestdag is 16 september (Onafhankelijkheidsdag); de hoofdstad
is Ciudad de México (Mexico-Stad); 94 miljoen inwoners (geschat 2002); de
officiële taal is het Spaans, binnen de Indiaanse talen worden nog eens
59 taalgroepen onderscheiden; de munteenheid is de Mexicaanse pesos;
thans is de overgrote meerderheid van de bevolking (ca. 92%)
rooms-katholiek; kleine minderheden vormen de protestanten, de joden en
aanhangers van andere godsdiensten; staatsinrichting: volgens de huidige
grondwet uit 1917 is Mexico een federale democratische republiek met grote
autonomie voor de staten, de uitvoerende macht is in handen van een
president (direct gekozen voor een periode van zes jaar, de wetgevende
macht berust bij het parlement; economie: landbouw, mijnbouw en de winning
van aardolie zijn de belangrijkste economische sectoren.
Playa
del Carmen
De vacance begon uitermate goed met ons verblijf op
Playa del Carmen. Dat dit heeft geresulteerd in een nominatie voor ‘het
beste strand ter wereld’ is gezien onze interesses en achtergrond niet
zo vreemd. Playa is een uiterst relaxed dorp waar het echte grote
toerisme, zoals in Cancun, nog niet heeft toegeslagen. Bij uitstek is
Playa goed om een vakantie te beginnen. Tranquilo een strandje pakken,
biertje drinken – bij voorkeur een bucket Sol –, wat eten en je vooral
overdag niet druk maken; dat gebeurde ’s avonds wel!
Hoe anders kan het, dat André Vinke in Playa het
onmogelijke heeft gepresteerd. Nu is dronken worden in een tropisch
omgeving als Playa op zich niet om over naar huis te schrijven, maar twee
keer dronken worden op dezelfde avond is dat wel!
Na twee stranddagen kwam de drang van het
cultuursnuiven naar boven. Daar de Vinkes nog niet de behoefte hadden om
hun algemene kennis te verhogen, werd het cultuursnuiven direct het
traditionele Boelhouwer-uitje.
In
een gehuurde rode VW Kever cabrio, was Chichen Itza ons einddoel. Met
ongeveer 230 kilometer voor de boeg, vertrokken we ’s ochtends vroeg
omdat we later bij Chichen Itza de grote toeristen-meute voor wilden
blijven. Dat onze trip niet zonder slag of stoot zou verlopen sprak al
bijna voor zich, gezien onze eerdere ervaringen in den vreemde. Na
ongeveer 140 kilometer sloeg het noodlot, wat wij al geruime tijd zagen
aankomen, dan ook toe. Bij kilometerpaal 217 stonden wij zonder benzine.
Dat dit in de middle of nowhere gebeurde was ook al voor Jack en mij geen
verrassing. Voor de slimmerds onder ons die denken dat de broertjes
Boelhouwer bijzonder eigenwijs zijn geweest door te laat te tanken, zal ik
op voorhand al de aantekening maken dat we vanaf het vertrek uit Playa del
Carmen tot op het punt van stilstand, in casu kilometerpaal 217, geen
tankstation zijn tegengekomen. Om een heel lang verhaal kort te maken: een
lift gekregen tot aan het begin van een tolweg, van de aanwezige mannen
een jerrycan met benzine meegekregen, lift terug naar kilometerpaal 217 en
de auto aftanken bij het begin van de tolweg. Dat het aftanken door middel
van emmers benzine gebeurden, verraste de gebroeders Boelhouwer al lang
niet meer. Na ongeveer 4½ uur, zonder verdere kleerscheuren kwamen we aan
bij Chichen Itza.
Chichén Itzá
De
zon stond al hoog aan de hemel toen Jack en ik de archeologische site
betraden. Chichén Itzá is rond het jaar 550 na Chr. door de Maya’s
gesticht gedurende de Laat Klassieke periode – 500-900 na Chr. – en
was in de 10e eeuw de belangrijkste stad van Yucatan. Rond 1100 na Chr.
werd de stad binnengevallen door de Toltecs. Nadat een Toltecleider zijn
politieke hoofdstad verplaatste van Chichén Itzá naar Mayapán werd
Chichén Itzá, ondanks dat het nog wel de religieuze hoofdstad was, in de 14e
eeuw om onduidelijke redenen verlaten.
Komend
uit het entree/museum dook als eerste voor ons op El Castillo. Ook wel
bekend onder de naam ‘Piramide van Kukulcan’ is deze piramide ongeveer
30 meter hoog, gebouwd naar de betekenis van de zonnekalender. Op El
Castillo heb je vanaf de ‘achterkant’ een prachtig uitzicht op de
Groep van de Duizend Kolommen, Tempel van de Krijger en de Tempel van
Chac-Mool, alle drie grenzend aan Yucataanse Jungle.
Zwetend,
opzoek naar ieder spoortje van schaduw, verlangend naar koud water,
verkende wij Chichen Itza verder. Via de Ossuary – de tempel van de Hoge
priesters –, la Casa Colorada liepen we naar El Caracol –
Observatorium – Het observatorium is misschien wel archeologisch gezien
het belangrijkste gebouw in Chichen Itza. Met de drie vensters, die
corresponderen met bepaalde standen van Venus en de zon, wordt aangetoond
dat de Maya’s hun tijd met betrekking tot de astrologie ver voor waren.
We
vervolgden onze weg via de Groep van de Duizend Kolommen naar de Heilige
Cenote; een diepe bron waarin slachtoffers werden gegooid als offers voor
de regengod Chac. Na een, ons van de uitdrogingsdood reddend drankje
genomen te hebben, vervolgde we onze weg, via het Ball Court
–balspelveld – richting de uitgang.
Behoorlijk
onder de indruk van alle opgedane indrukken startte Mikey de Kever cabrio.
Dachten Jack en ik dat we alle ellende met onze automobiel al achter de
rug hadden, scheurde tot overmaat van ramp de linnen kap van de Kever. Zo
kwam het dat Jack ongeveer 2 uur met zijn handen buitenboord heeft gezeten
om de kap strak te houden. Gezien Jacks regelmatige negatieve reactie,
schijnt het vasthouden van een linnen kap geen pretje te zijn.
Terwijl de gebroeders Vinke die dag niets meer
hebben gedaan dan……niets, kon de familie Boelhouwer bij terugkomst in
Playa niets anders concluderen dat ze een avontuurlijke en hoogst
interessante dag hadden meegemaakt.
De laatste avond in Playa werd afgesloten in
Boelhouwer/Vinke stijl. Na weer een voortreffelijke maaltijd en
overheerlijke live salsa muziek in Karen’s Kitchen sloten we de avond af
in één van de discotheken die aan het strand ligt. Met het barpersoneel
op de klanken van ‘Tequila’ op de bar, genoten we al dansend van ons
ijskoude cerveza’tje. Bijna kwam het ‘Witte Spoor’ in André naar
boven, maar nu wist de rest hem te behoeden van een grote fout.
Aangeschoten, maar voldaan liepen we omstreeks 04.00 uur richting the Blue
Parrot Inn, ons tijdelijke thuis in het overzeese Mexico.
Mexico City
Woensdagochtend zijn we naar Mexico City gevolgen.
Wat kan ik over Mexico City zeggen; het is groot, heel erg groot. Ongeveer
¼ van de totale bevolking van Mexico woont in of in de omgeving van
Mexico City. Het straatbeeld wordt gedomineerd door de VW Kever. Al dan
niet omgebouwd tot taxi, voor mijn gevoel is 1 op 3 wagens hier een Kever.
De armoede is groot en meer zichtbaar dan in iedere
andere grote wereldstad. Waar je ook loopt, over komt je zwevers en
bedelaars tegen wat dat met zich meebrengt is dat de sfeer hier en daar
dan ook grimmig is. Het gevolg daarvan is dat alles wat iets van waarde
vertegenwoordigt – cafés, banken, winkeltjes, reisbureaus,
supermarkten, etc. – dag en nacht verdedigd wordt door bewakers. Als ik
het over een bewaker heb, heb ik het niet over de pathetische lange slome
teddybeer die in Studio ‘het fort’ staat te verdedigen, ik heb het
niet over de platte petten in Rotterdam die pas met scherp schieten als er
tien dronken hooligans op ze staan in te beuken, nee, ik heb het over
mannen met bivakmutsen en machinegeweren en nog meer machinegeweren.
“This is South America”, een mensenleven is hier weinig waard. Echt
waar, ze staan hier dag en nacht en overal. Je kunt je voorstellen dat de
heren bewakers geen makkelijke jongens zijn.
Zoals een goed toerist betaamd zijn ook wij de eerste
twee dagen die plekjes afgegaan die een echte toerist ook zou bezoeken: El
Zócalo – het hart van Mexico City – met de aangrenzende ruines van
Tenochtitlán – de hoofdstad van de Azteken dat door de Spaanse
conquistador Cortes in 1520 werd verwoest –, het Bosque de Chapultepec,
Monumento a la Independencia El Angel, het Museo Nacional de Antropolica
dat een schitterend overzicht geeft van de geschiedenis van de
verschillende oude Mexicaanse indianenvolken, een uurtje in de metro omdat
Dick ons de verkeerde kant opstuurde en natuurlijk de culinaire
hoogtepunten als het Hard Rock Café, KFC en McDonalds.
We zaten met ons hotel in de Zona
Rosa. Nee, dat is
niet hetzelfde als het Red Light District, al lijkt de naam er wel op,
nee, Zona Rosa is één van de betere wijken in Mexico City en tevens het
centrum voor het uitgaansleven. Dat waar we hoopten met het boeken van het
hotel, kwam natuurlijk niet uit: het nachtleven viel zwaar tegen. Verder
dan de lokale versie van Hooters, ja wel, de caféketen waar de
bediensters in een string lopen, kwamen niet. Nu moet ik bekennen dat 3
uur per avond naar een string kijken ook gaat vervelen, dus om over naar
huis te schrijven was het allemaal niet.
Op de ochtend van onze derde dag in Mexico City,
vertrokken we vroeg met de bus richting Teotihuacán, dat ongeveer 50
kilometer ten noordoosten van Mexico City ligt. Met een lokale bus, waar
de uitlaat in zijn geheel onder vandaan was gevallen, gezien de enorme
rookwolk die we constant achter ons hadden hangen, kwamen we omstreeks
10.00 uur aan in Teotihuacán.
Teotihuacán
De ‘Stad van de Goden’ is in tegenstelling tot
wat veel mensen denken, niet gesticht door de Azteken. Een nog onbekend
volk, maar wel de eerste grote beschaving van Centraal Mexico, bouwde
tussen omstreeks 100 en 600 na Chr. Teotihuacán uit tot misschien wel het
grootste pre-Hispanic Rijk. In de 7e eeuw werd de stad geplunderd en verwoest.
De zon stond al hoog aan de hemel, ondanks onze
vroege aankomst bij de ingang van het complex. Als eerste bezochten we La
Ciudadela met de Templo de Quetzalcóat. Hier en daar kun je de originele
kleuren zien, die ooit deze tempel rood met geel, blauw en groen kleurde.
In het Museo Nacional de Antropologia is trouwens een reconstructie van
een deel van de Templo de Quetzalcóat te zien. Van de oorspronkelijk
zeven terrassen (niveaus) zijn de vier nog bewaard gebleven terrassen rijk
versierd met gebeeldhouwde slangenkoppen getooid met een kransen van
veren.
Vanaf hier liepen we over de bijna vijf kilometer
lange Avenida de los Muertos, de dodenweg, richting de 61 meter hoge Pirámide
del Sol. Op het toppunt van haar macht, toen er ongeveer 200.000 mensen
woonden in Teotihuacán, werd de Dodenweg geflankeerd door meer dan
honderd tempels, religieuze gebouwen en paleizen.
Lopend over de Avenida de los
Muertos, aan je
rechterhand de Pirámide del Sol, voor je de Pirámide de la Luna, komt er
een gevoel van grootsheid over je heen. De piramiden toren met 61 en 70
meter hoog boven het landschap uit. Aangezien we hier wel te maken hebben
met vier meer dan sportieve Hollandse jongens, die altijd opzoek zijn naar
het avontuur, werden de beide piramide in een straf tempo bestormd en
overwonnen. Het uitzicht vanaf vooral de Pirámide de la Luna over de
Avenida de los Muertos is er
één die je niet snel zal vergeten: overweldigend!
Oaxaca
Om 7 uur ’s ochtend namen we vanuit Mexico City
de Servico Plus Service van Cristóbal Colon Autobusso richting Oaxaca. Na
een zes uur durende rit, kwamen we in de middag aan op onze bestemming.
Slenterend door de straatjes besef je dat Oaxaca
is, zoals eigenlijk heel Mexico zou moeten zijn: Spaanse bouwstijl,
relaxed, aangenaam temperatuurtje en volop leven op straat. Gezeten op een
terras genoten we van een heerlijk koud welverdiend biertje en van het
leven zoals dat aan ons voorbij trok. Na een heerlijk avondmaaltijd konden
we niets anders doen dan ons terras, aan het Zócalo, weer opzoeken. Dat
buitenleven is wel wat voor ons.
Plotseling brak er op ons deel van het terras een
ware ‘mariachi-oorlog’ uit tussen drie ‘rivaliserende’ bandjes. Om
beurten speelden de soms wel uit tien man bestaande mariachi bandjes,
gekleed in hun cowboyachtige pakken, Mexicaanse en Spaanse liedjes om de
gunsten en het geld van de genietende toeristen.
Monte
Albán
De volgende ochtend vertrokken met de taxi richting
van de oude Zapotec hoofdstad Monte Albán. Gebouwd op een kale heuvel,
400 meter boven Oaxaca uitstekend geeft Monte Albán een spectaculair
weids vergezicht van de omgeving. Omgeven door temples, piramides en een
paleis, was het 300 meter lange en 200 meter brede Gran Plaza het centrum
van de stad. Hier vind je ook de beroemde Danzantes uitbeelding. Volgens
archeologen zijn het beeltenissen van gevangen en Zapotec-leiders. Hiëroglifische
datums en mogelijk namen die bij de afbeeldingen staat is het vroegst
bekende schrift in Mexico.
Met de zon hoog aan de hemel leek het ons wel een
sportieve uitdaging om lopend af te dalen. Dat we de volgende dagen
behoorlijk last zouden krijgen van de scheenbenen wisten we op het moment
van besluiten nog niet.
Met de nachtbus vertrokken we richting het zuiden
om uit te komen in San Cristóbal de las Casas. Na een meer dan
comfortabele busrit van 12 uur belandden we ’s ochtend vroeg in het hart
van Zapatistenland. In 1994 kwamen de Zapatisten in het wereldnieuws door
San Cristóbal over te nemen. In de daarop volgende dagen werden ongeveer
150 Zapatisten gedood door het Mexicaanse leger. Teruggetrokken in de
jungle bleven de Zapatisten onderleiding van een gemaskerde persoon (nee,
niet Zorro) onder de naam Subcomandante Marcos verder gaan met de strijd.
Wat dan ook niet verbazingwekkend is, is dat je in San Cristóbal overal
gemaskerde poppetjes en T-shirtjes met de beeltenis van Subcomandante
Marcos word aangeboden.
San Cristóbal de las Casas
Na de lunch genuttigd te hebben op het Plaza Civica
gingen Jack en An opzoek naar een internetcafé. Achterblijvend met Dick
op het terras, hadden we hier, net als in de rest van Mexico, last van
bedelende jonge kinderen. Nu is en blijft het behoorlijk triest om te zien
dat kinderen vanaf een jaartje of drie moeten bedelen om te voorzien in
hun levensonderhoud, maar zelfs de meest doorgewinterde wereldverbeteraar
wordt er wel eens moe van. Gelukkig maak je vaak na twee ‘no gracias’
duidelijk dat je niets wilt geven, maar hier in San Cristóbal werden wij
uitgescholden. Na twee opdondertjes weggestuurd te hebben werden we
uitgescholden voor ‘hija de puta’, hoerenzoon voor de niet-
Spaanssprekende onder ons. Zoals jullie begrijpen moesten die twee lopen
voor hun leven al hadden ze mazzel dat ze niet de twee sportiefste van ons
reisgezelschap hadden uitgescholden.
Echt tijd om te verdwalen in de karakteristieken
straten en steegjes van het met pasteltinten gekleurde San Cristóbal
hadden we niet. Net toen we ons lopend wilden gaan vervelen, werd ons een
toertje naar de Cañon del Sumidero aangeboden.
Cañon del Sumidero
Nog geen kwartier later zaten we in een grote
Amerikaanse Van richting de Cañon. De bergweg richting de Cañon leek een
kopie van de bergetappe naar Alpe de Huez. Met het gevoel dat we eigenlijk
naar de Touruitzending van Studio Sport zaten te kijken, passeerde het
adembenemende uitzicht voor onze ogen. Totdat een raar geluid ons oor
teisterde: lekke band! Daar stonden wij dus in de middle of nowhere (waar
heb ik dat eerder gelezen en gehoord?). Tot onze grote verrassing hadden
we geen lekke band maar waren er bouten van een achterband afgebroken. Na
bouten van de beide voorbanden ‘geleend’ te hebben vervolgden we, met
een iets minder lekker gevoel, onze weg. Dat we de Cañon heelhuids
haalden, was voor Mikey toch nog een reden om er bij de chauffeur op aan
te dringen dat hij voor een drietal bouten moest gaan zorgen voordat we de
terugreis zouden aanvangen.
Met een soort speedboot voeren we op de Rio Grijalva
dwars door de imposante Cañon del Sumidero. In het begin nog glooiend
maar al snel trokken de steile rotswanden recht omhoog. Met een maximale
hoogte van ruim 1200 meter is de Cañon ‘fucking impressive’. In een
heerlijk middagzonnetje genoten we van het uitzicht en de natuurlijke
bewoners van de Cañon: pelikanen, gieren, apen en zelfs krokodillen.
Terug in San Cristóbal moesten we tot de conclusie
komen dat het hier toch echt onmogelijk was om, net als in Oaxaca, lekker
op een terrasje te zitten en te genieten van het leven. Ook het avondleven
stond hier op een laag pitje tot grote teleurstelling van ons en in het
bijzonder Jack, die San Cristóbal had uitgekozen om toevallig jarig te
zijn.
Omdat deze reis toch al zo voorspoedig verliep,
hadden we ook op onze laatste dag in San Cristóbal weer een meevaller.
Oorspronkelijk zouden we vanuit Palenque, onze volgende reisbestemming, de
net buiten de stad liggende ruines, Agua Azul en de Misol Ha bezoeken,
ware het niet dat onze huistouroperator in San Cristóbal een perfecte
aanbieding had. Hij zou ons niet alleen naar Palenque brengen maar tijdens
de rit ook langs de toeristische attracties rijden; ‘An offer you
can’t refuse’
Onze rit naar Palenque werd gekenmerkt door de vele
militaire wegblokkades. Duidelijk werd dat de militairen de Zapatisten
serieus namen gezien de zwaarbewapende militairen die iedere beweging in
de gaten hielden.
Aqua
Azul & Misol Ha
Als eerste bezochten we Agua
Azul. De Cascadas Agua
Azul bestaat uit verscheidende helderwitte watervallen die in turquoise
poelen donderen en omgeven wordt door jungle. Een adembenemend gezicht,
als je vanaf het hoogste punt stroomafwaarts naar de trapwatervallen
kijkt.
Hierna vervolgde we onze weg naar de Misol Ha, een 35 meter hoge
waterval. Dat ik de enige was die de beide watervallen kon waarderen bleek
wel uit feit dat de rest het niets meer vond dat toeristische uitbuiting
van ‘toevallig’ een mooi plekje. Volgens mij blijft iets wat mooi is,
toch echt mooi!
Palenque
Na
de lunch vertrokken we naar de ruïnes van Palenque. De ruïnes liggen in
een prachtig gebied, in de nabijheid van bergen en omgeven door een
groene, dampende jungle. Er bestaan bewijzen dat Palenque reeds 1500 jaar
geleden bewoond werd. Slechts enige tientallen van de ongeveer 500
bouwwerken zijn momenteel blootgelegd. De tempels, het paleis en de andere
bouwwerken worden omgeven door de jungle wat Palenque maakt tot een
fascinerende archeologische site. Wandelend door de nog onaangetaste
jungle, vinden we nog ruïnes die nog bijna geheel overwoekerd zijn. Vanaf
de Templo da la Cruz, met recht voor ons de Templo de los Inscripciones
hadden we een prachtig zicht over de ruïnes De Templo de los
Inscripciones, ongeveer 25 meter hoog en bestaande uit verschillende
plateaus, is beroemd geworden
om zijn Maya hiërogliefen die de geschiedenis van Palenque beschrijven.
Doordat de tempel gerestaureerd werd, was het onmogelijk om deze nader te
bekijken. Tegenover de Templo de los Inscripciones ligt El Palacio. Van
de vierkante toren van het Paleis wordt gedacht dat het gebruikt werd als
een soort sterrenwacht.
In
het stadje Palenque aangekomen, wisten we direct al dat we hier niet lang
zouden blijven. Het troosteloze en armmoedige aanblik van dit stadje, was
niet bevorderlijk voor onze feeststemming. Dat wij die stemming ’s
avonds niet tot uiting konden laten komen, kon je dan ook niet een
verrassing noemen. Vroeg naar bed was de enige oplossing om de avond
enigszins door te komen. Aan de andere kant was dat ook misschien wel
nodig, want de volgende dag zouden we vroeg vertrekken richting Guatemala.
’s
Ochtends om 6 uur vertrokken we onder politiebegeleiding uit Palenque. Het
was de bedoeling dat we in het begin van de avond zouden aankomen in
Flores – Guatemala – . Met een politie wagen voor ons en een licht
pantservoertuig achter ons gingen we op pad naar de grens met Guatemala.
Zonder dat we het wisten hadden de vier Hollandse helden ook een
toeristisch uitstap naar Bonampak geboekt.
Bonampak
Rond
een uur of 11 in de ochtend bezochten we de ruïnes van Bonampak. Het
bijzondere van Bonampak zijn de deels ongeschonden gebleven
muurschilderingen. Ook drie licht beschadigde steale’s, waarop de
heldendaden van de Maya-koningen van Bonampak staan afgebeeld, zijn meer
dan de moeite waard.
Vanuit Frontera Corozal vertrokken we met de boot
richting Bethel. Op de Rio Usumacinta, die voor een deel de Mexicaanse
grens met Guatemala vormt, kregen aan boord de paspoortcontrole. Na 3
kwartier varen waren we aan gekomen bij Bethel, waar we voor het eerst
voet op Guatemalteekse grond zetten. Ergens midden in het ‘dorpje’
stond een immigratiekantoor.
Heb je nog niet genoeg foto's
van Mexico (en dan specifiek de Maya ruines) gezien, volg dan de
onderstaande link naar de fotopagina van Mexico voor 18 extra foto's.
Meer
foto's Mexico
 De
grens over: Guatemala
República de Guatemala; nationale feestdag is 15
september (Onafhankelijkheidsdag); de hoofdstad is Ciudad de Guatemala (Guatemala-Stad);
11 miljoen inwoners (geschat 2002); de officiële taal is het Spaans,
daarnaast worden er 22 inheemse talen gesproken; de munteenheid is de
quetzal; De bevolking is in hoofdzaak rooms-katholiek (65%) of protestant
(33%). Staatsinrichting: Volgens de grondwet van 1986 berust de wetgevende
macht bij het Nationaal Congres, via directe verkiezingen voor vijf jaar
gekozen, de uitvoerende macht berust bij de president en een ministerraad.
De president wordt door het volk gekozen voor vijf jaar; economie: Vanouds
is de Guatemalteekse economie gebaseerd op de export van
landbouwproducten, m.n. koffie, katoen, suiker, bananen en vlees.
Bethel
Om Guatemala officieel binnen te mogen komen moesten
we $ 5,- de man betalen. Daar dit ons enigszins ‘illegaal’ leek, dacht
Dick dat het wel aardig zou zijn om onze nieuw opgedane Guatemalteekse
vrienden te vragen om een rekening. Nu moet je weten, dat we na 13 dagen
rond gereisd te hebben in een Spaanstalig land er van overtuigd zijn, dat
een ieder wel weet dat ‘la quenta’ een rekening is. Toch hielden onze
Spaanstalige vrienden het ongeveer 10 minuten vol om net te doen alsof ze
bij god niet wisten wat ‘la quenta’ betekende. Na die 10 minuten werd
de man die duidelijk de hoofdverantwoordelijke was voor deze zwendel het
zat. De aap kwam uit de mouw, als wij een ‘la quenta‘ wilde hebben dan
kostte het ons $10, nu maar $5, waarom zo’n ‘big deal over een ‘la
quenta’? Zoals vaker in dit soort gevallen weten de zwendelaars dat de
praktische oplossing altijd beter is voor een ieders portemonnee, dus voor
$5 de man betraden wij met een visa stempel in onze paspoorten officieel
Guatemala.
We hadden ongeveer 1½ uur de tijd voordat de bus zou
arriveren, waarmee we richting Flores zouden gaan. Om het wachten te
veraangenamen, gingen we maar een hapje eten in het enige ‘restaurant’
dat Bethel rijk is. Hier kregen we een staaltje van Guatemalteekse efficiëntie
te zien. Na de bestelling opgenomen te hebben, verdween de
restauranteigenaar weer in zijn hangmat om zijn ogen voorlopig te sluiten.
Het grote probleem voor hem was dat na vijf minuten de muziek was
afgelopen. Al slingerend pakte hij een nieuw cassettebandje van de bar om
deze in dezelfde slingerbeweging in de radiocassetterecorder te stoppen om
bij de volgende passage het bandje aan te drukken.
Na twee uur wachten, ging het gerucht dat de bus pech
had en later zou komen. Na drie uur was het zeker dat de bus pech had en
na vier uur ging het verhaal dat de bus niet meer zou komen. Paniek alom
bij de gestrande toeristen! Bethel is nu niet de ‘most fun place in the
world’. Dus samen met de andere gestrande metgezellen gingen we maar aan
het bier.
In ons gezelschap bevonden zich twee ‘goede’
Duisters, twee ‘niet domme’ Belgen, twee ‘niet vechtende’ Engelsen
en een Nederlandse, Saskia. Met z’n elven moesten we van het slechte het
goede maken, zeker toen duidelijk werd dat de bus, die onderhand was
gearriveerd, pas om 3.30 uur
de volgende ochtend zou vertrekken. Het werd één groot feest in het café
van Big Mama; de tafel werd volgegooid met bier en onze Engelse vriend
liet de vodka rondgaan. Op één of andere manier creëert ellende een gevoel
van saamhorigheid.
Mazzel, als je het mazzel kan of wilt noemen, hadden
we dat de buschauffeur ons had aangeboden om te overnachten in de bus
Maar misschien wel het ergste was het snurkgeluid van
de rest die wel konden slapen; ik zal geen namen noemen maar twee andere
broers waren er luidruchtig bij betrokken.
Onze
rugzakken worden boven op een oude Amerikaanse schoolbus gegooid. Deze
door Amerika afgedankte bussen zie je overal in Guatemala.
In een bus waar plaats was voor niet meer dan 30 man,
telde ik op een gegeven ogenblik 68 personen aan boord. Dat dit soort
bussen in de ‘back packers volksmond’ chickenbusses genoemd worden
werd mij ook wel duidelijk gedurende de reis. De kippen zaten niet alleen
links van mij, maar ook rechts, voor mij en achter mij terwijl de kippen,
die zich onder mijn stoel bevonden, het nodig vonden om elkaar te lijf te
gaan. Met de varkens op het dak, de kippen en de geiten in de bus,
verplaatste de overvolle bus zich met een snelheid die niet echt
verantwoordelijk was gezien de conditie van het wegdek. Waar een snelheid
van 20 km/u eigenlijk al te veel van het goede was, zag onze chauffeur
kans om de snelheid op te voeren naar ongeveer 70 km/u. Na 4 uur in de
overvolle bus, met vijf zittend op een houten bank waar eigenlijk alleen
maar ruimte was voor Mikey of twee Guatemalteken, kwamen geradbraakt aan
in Flores.
Bij aankomst in Flores had ik het gevoel dat ik na
deze nacht en de busrit definitief was toegetreden tot de ‘back-pack
elite’ en vroeg mezelf af:
Vond je het leuk?
Ja.
Vond je het echt leuk?
Nee!
Had je het willen missen?
Nee!!!!
Tikal
Direct na aankomst werd ons door de loopjongens van
de reisbureautjes vervoer richting Tikal aangeboden. Na lang onderhandelen
boekten we niet alleen de trip naar Tikal, maar ook alvast onze busrit
naar Guatemala City. Samen met onze Engelse vrienden Mark en Vicky reden
we in de namiddag naar Tikal, wat volgens de ‘kenners’ de meest
spectaculaire Maya-stad moest zijn.
Ongeveer 700 voor Chr. vestigden de eerste Maya zich
in Tikal. Het verval zette zich aan het begin van 10e eeuw in
en hield nauw samen met de opkomst van Chichen Itza wat rond dat tijdstips
de belangrijkste Maya-stad was.
We hadden ons intrek genomen in het Tikal
Inn. ’s
Middags hadden, na het verkennen van de omgeving, eigenlijk alleen maar in
het zwembad gelegen want het was hier midden in de jungle van El Petén
over de 40 graden.
’s nacht werden we wakker gehouden door het haast
beangstigende geluid van howling monky’s. De reden dat we juist voor een overnachting in het afgelegen Tikal
hadden gekozen, lag in het feit dat we de zonsopgang vanaf één van de
tempels wilden meemaakte. Om vijf uur ’s ochtends gingen wij dan ook op
pad.
Uit het niets sprong er bij de ingang een parkwachter
voor onze neus. Ons in het gezicht schijnend met een redelijke felle
zaklantaarn, maakte hij duidelijk dat wij wat hem betrof niet zo vroeg het
park in konden. Op zich niets mee, behalve dat er dan voorzichtig met wat
dollars geritseld moest worden. De verbazing was groot toen hij deze
steekpenningen afwees; om zes uur konden we terugkomen.
Een uur later betraden we de archeologische site. Het
overweldigende Tikal, dat nog deels overwoekerd is ligt verscholen in een
ondoordringbare tropische jungle. De oude Maya stad maakt deel uit van het
gelijknamige Nationale Park dat een oppervlakte beslaat van 575 vierkante
kilometer. Eens besloeg de oude stad een oppervlakte van naar schatting
100 km2. Bij opgravingen in loop van de laatste 30 jaar heeft
men slecht 15 km2 aan de jungle kunnen ontworstelen. Maar ook
binnen dit kleine gedeelte – het hart van Tikal – staan meer dan 3000
gebouwen en meer dan 200 stenen monumenten. Vanaf de hoger gelegen
Noord-Acropolis kregen we een indrukwekkend zicht op het centrum van Tikal,
Plaza Grande – het Grote Plein –.
Het Plaza Grande vormt ook het decor van twee rijk
geornamenteerde en imposante tempels; Templo I is 38 meter hoog, terwijl
Templo II de hoogte van 44 meter haalt. In 1961 stuitten archeologen bij
opgravingen onder Templo I op een graf. Na onderzoek bleek het te gaan om
het graf van Ah Cacaw, de grootste vorst die de stad ooit gekend had. Met
zijn troonsbestijging begon voor Tikal een tijdperk van hernieuwde
expansie. Niet alleen herstelde hij de militaire suprematie van het rijk,
maar hij was ook verantwoordelijk voor de bouw van Tempel I en II.
Het geeft een niet te beschrijven gevoel als je boven
op Tempel I staat en rondom over Tikal heen kijkt. Dit alles werd
overweldigender doordat we de enige toeristen waren in ons gezichtsveld en
de serene rust die alleen doorbroken werd door gekrijs van vogels.
Via een aangegeven route liepen we naar Tempel IV.
Met 64 meter het hoogste gebouw in Tikal maar tevens ook het hoogste
pre-Columbiaanse bouwwerk van het westelijk halfrond. De ruïne van de
grootste Tempel torent met zijn 64 meter nog steeds hoog uit boven de hoge
mahonie-, ceder- en sapotillebomen van één van de dichtste jungles van
Midden-Amerika.
De bouw werd afgerond tijdens de regering van Ah
Cacaw’s zoon Yaxkin. Deze was samen met zijn zoon Chitam, bouwer van
Tempel III, er verantwoordelijk voor dat Tikal uitgroeide tot een grote
stad met naar schatting 40.000 inwoners.
Vanaf de piramide El Mundo Perdodo – De verlaten
Wereld –het oudste Maya bouwwerk in Tikal, heb je echt een fantastisch
uitzicht op alle vijf de Tempels. Kijkend naar de tempels, met in je
achterhoofd dat de dak-kamen ooit eens waren afgewerkt met wit stucwerk en
beschilderd met rood, groen, blauw en geel, besefte je de grootsheid van
het oude Tikal.
Op weg naar de uitgang bezochten we de laatste
tempel. Tempel V werd op het moment dat wij in Tikal waren, gerestaureerd,
terwijl bij Tempel III voorbereidingen werden getroffen. Wat dat betreft
is het goed om te zien dat de Guatemalteken verantwoordelijk omgaan met
hun culturele verleden.
De volgende dag reden we terug naar Flores. Vanaf het
tegen Flores aangelegen Santa Elena vertrokken we later op de dag voor de
tien uur durende nachtelijk busrit naar Guatemala City.
Guatemala
City
’s Ochtends vroeg kwamen we aan in Guatemala City.
We pakten onze rugzakken en zonder ergens bij stil te staan gooiden we die
voor de bus op de stoep neer. Een moment van onachtzaamheid aan onze kant,
de vingervlugheid van de professional en één rugzakje werd gestolen;
drama alom. Het moment was er ook rijp voor; net een niet zo comfortabele
busrit van 9,5 uur achter de rug, niet meer echt scherp en iedereen schoot
een andere kant op. Ondertussen wel de paspoorten van de familie Vinke
gestolen met daarnaast een credit- en eurocard, de vliegtickets en nog wat
persoonlijke spullen. Een dure, hele dure les voor de toekomst; dit zal
ons niet meer gebeuren.
Met de hulp van Saskia, die we hadden leren kennen
tijdens ons ‘verblijf’ in Bethel, konden we aangifte doen bij de
politie. Achteraf gezien viel het aangifte doen eigenlijk wel mee; geen
machoachtige Spaanse taferelen, maar gewoon begrip.
Antigua
Met de lokale bus gingen we naar Antigua Guatemala,
zoals het stadje officieel heet. Je hebt van die plaatsen op de wereld
waar je, je direct bij aankomst al thuis voelt. Antigua is één van die
plaatsen.
Antigua, dat tot de catastrofale aardbeving in 1773
de hoofdstad van het land was, is een schilderachtig stadje waar de sfeer
van het verleden goed bewaard gebleven. Op een of andere manier gaat de
tijd hier langzaam. Nu vormt deze haast pittoreske plaats met zijn
hobbelige keienstraatjes één openluchtmuseum met tientallen
oud-koloniale gebouwen waarvan hun geschondenheid juist het
schilderachtige versterkt. De ligging tussen de drie majestueuze vulkanen
Agua, Fuego en Acatenango is werkelijk fantastisch.
Aangezien we door de diefstal van de paspoorten niet
meer zeker waren over ons verblijf in Guatemala en maandag zomaar de
laatste dag kon zijn, besloten we maar ‘s middags de Pacaya, die hoog op
ons lijstje stond, te beklimmen. Waarom de Pacaya hoog op ons lijstje
stond, weet ik tot op de dag vandaag nog steeds niet.
Vulcán Pacaya
Om 13.00 uur vertrokken we in
een-niet-al-te-vertrouwen bus richt de Vulcán Pacaya. Met verbazing sloeg
ik onze chauffeur gade hoe hij tijdens de beklimming van de Pacaya soms
met wonderbaarlijke stuurmanskunsten de bus naar het eindpunt toverde. Bij
het verlaten van de bus begon het zachtjes, maar aanhoudend, te regenen.
De Pacaya staat bekend, of liever gezegd, berucht om de gewapende
overvallen op toeristen die hier regelmatig plaatsvinden. Ter beveiliging
gingen er op onze tocht dan ook twee bewapende politieagenten mee naar de
top.
Tijdens de beklimming had ik het vooral op het
laatste stuk moeilijk. In het fijne lava gruis was het drie stappen
vooruit, twee terug. Na twee uur, al scheldend, biddend, mijzelf hard op
moed inpratend en hopend dat de beklimming niet meer lang duurde kwam ik
vermoeid boven met in mijn kielzog Dick. Bij aankomst op de top van de
Pacaya moest Mikey bijna zijn achternaam wijzigen in Jackson. Niet omdat
ik zo lekker danste op de vulkaan, maar vanwege het feit dat óók ik
bijna een zuurstoftent nodig had om enigszins op adem te komen. We werden
trouwens opgewacht door een fit ogende Jack en An.
De beloning voor het ploeteren kwam niet alleen in de
vorm van het adembenemende en indrukwekkende uitzicht, maar eigenlijk meer
door de omstandigheden boven op de top. Doordat de regen kontakt maakte
met de warme ondergrond werden we omgeven van de stoom. Met zwavellucht in
de neus, op de achtergrond het donderen van de hemel, de elektriciteit
knetterend tussen de vingertoppen, konden we in spelonken in de grond de
lava onder onze voeten zien stromen, wat een behoorlijk imponerende indruk
op ons maakte. Het feit dat de elektriciteit in de lucht zat, zorgde voor
een meer dan komische noot: één van de medebeklimmers had enigszins lang
haar, wat door de elektriciteit rechtop stond.
Ook dit keer bewees ik tijdens de afdaling maar weer
eens, dat Mikey geen klimmer maar een daler is. Op volle snelheid moest
zelfs onze gids lossen uit de kopgroep zodat ik als eerste over de finish
ging. Onderhand zeiknat geregend, zocht ik, enigszins verkleumt, snel de
bus op.
Dat onze chauffeur nog steeds in een bloedvorm was
bewees hij wel op de terugreis. Optimaal gebruikmakend van de afdalingen,
vlogen we de laatste tien kilometer, overhellend in de bochten, over het
asfalt zonder ook maar één millimeter gas te geven.
In Antigua aangekomen, kon het niet anders zijn dan
dat we onszelf trakteerden op een welverdiende double Whopper con queso.
Onder een wel verdiende warme douche stelde ik mijzelf de volgende, toch
wel reële, vragen:
Vond je het leuk?
Ja.
Vond je het echt leuk?
Nee!
Had je het willen missen?
Nee, voor geen goud!!!
Ondanks dat Antigua het hart is voor de Spaans
lerende toerist zijn de restaurants en cafés ’s avonds niet goed
gevuld. De ontmoetingsplek bij uitstel tegenwoordig zijn de internetcafé.
In café Bagdad vonden wij ons thuis. Met een biertje op de binnenplaats,
genietend van de zwoele temperatuur, wachtend op degene die surft op het
‘net’.
Door de diefstal zaten we te lang vast in Antigua. De
dagen gingen langzaam voorbij, de avonden waren voor ons gevoel hetzelfde
en zelfs het ontbijt bij het meer dan relaxte Condesa ging ons op een
gegeven ogenblik tegenstaan. Dit alles omdat we niet verder konden.
Onderhand waren we de afgelopen week dagelijks in Guatemala City te
vinden. Niet omdat de Nederlandse Consul of British Airways problemen
opleverden, de grote boosdoener van de bureaucratie van Guatemalteekse
immigratiedienst. De ene dag om er achter te komen dat alle ambtenaren
vanwege de verkiezingen vrij waren, de andere dag omdat we een half uur te
laat bij de dienst waren, en ga zo maar door. Aangezien het openbaar
vervoer met de overbekende Amerikaanse schoolbus behoorlijk onderhavig is
aan vrije concurrentie hebben we heel wat hachelijke busritten meegemaakt
tijdens onze bezoekjes aan ‘Guaty’. Eindelijk, na vijf dagen was alles
afgerond en konden we met een gerust hart en een visa voor de beide heren
Vinke afreizen naar Panajachel.
Panajachel
“Wat doe ik hier in godsnaam”, was nog net niet
mijn eerste gedachte toen we voor de eerste keer, opzoek naar slaapruimte,
door het meer dan toeristische Panajachel liepen. Achteraf bleek ons
bezoek aan Pana, zoals het dorpje in de volksmond heet, gewoon een goede
keuze te zijn geweest.
Panajachel ligt in een romantisch decor aan de oevers
van het door drie vulkanen omringde Lago Atitlán. De reflectie van de
vulkanen en de wolken op het wateroppervlak van Lago Atitlán maakt het
uitzicht fascinerend. Het stadje zelf is niet bijzonder, des te meer de
omliggende dorpjes die per boot zijn te bezoeken. Gringotenango – Plaats
van Buitenlanders – of te wel Pana vormt de ideale uitvalbasis om de
omgeving te verkennen.
De
volgende dag pakten wij dan ook de boot om achtereen volgens San Pedro La
Laguna, Santiago Atitlán en San Catarina Palopó te bezoeken. In
tegenstelling tot Panajachel zie je hier geen straten vol kraampjes met
koopwaar voor toeristen, ondanks dat ze in deze dorpen puur leven van het
toerisme. Het lijkt alsof de tijd in deze dorpen stilstaat; er zijn amper
auto's, geen brommertjes, geen moderne winkels, restaurants of hotels.
Waar je ook maar kijkt zie je mannen en vrouwen in kleurige traditionele
kleding. Elk dorp heeft zijn eigen kleuren en eigen details. In de schaduw
van de vulkanen doen de vrouwen de was in het meer, de oevers worden
gebruikt om alles er te laten drogen.
Genietend
van een namiddag zonnetje, later van de zonsondergang brengen we de
avonden door op het terras van Sunset Cafe. Met op de achtergrond live
akoestische Spaanse muziek, uitkijkend over het kratermeer Atitlán, in de
hand een lekker koud biertje en op tafel overheerlijke pollo fejitas,
konden we niets anders dan genieten van het leven.
Chichicastenango
Met
de minibus gingen we naar het 30 kilometer verder opgelegen
Chichicastenango. Iedere zondag wordt hier een markt gehouden. Duizenden
indianen uit de hele streek stromen samen om op de markt hun groente,
fruit, vlees, bloemen, maskers, zelfgemaakte kleding, stoffen en spreien
te verkopen. Chichicastenango is dan één groot en oogverblindend
kleurenfestijn.
Gezeten
op de trappen van de Santo Tomás-kerk hadden we een prachtig uitzicht
over de bedrijvigheid die voor ons ten toneel werd gespreid. Ook op de
trap van de kerk was er volop drukte, dronken mannen probeerde enigszins
bij te komen zonder in slaap te vallen, wierook brandde overal, bloemen
sierde de onderste treden terwijl zonder dat wij het wisten een uitvaart
aan de gang was in de kerk zelf.
Na
‘harde en moeilijke’ onderhandelingen, de nodige inkopen – houten
maskers en André een origineel handgeweven Bafana Bafana shirt –,
nagenietend van de kleurenpracht en het volksfestijn verlieten we de markt
van Chichicastenango om onze laatste avond in Guatemala door te brengen
aan de oevers van Lago Atitlán.
Maandagochtend
vertrokken we met de bus vanuit Panajachel om via Antigua, Guatemala City
met het vliegtuig te landen in Cancun, om te eindigen op het strand van
Playa del Carmen. Oorspronkelijk zouden we in Mexico terugkeren via Copan – Honduras – en Belize maar de diefstal
had het hele reisschema in de war gegooid. Om de vakantie met een
lichtpuntje te beëindigen hadden besloten om twee dagen eerder naar Playa
af te reizen.
Playa del Carmen
Achteraf
gezien waren dat twee dag te vroeg. Playa was veranderd in een Amerikaans
beachresort. Nu is het misschien leuk om één dag luidruchtige jonge
Amerikanen aan de bar te mogen aanschouwen, maar als het langer duurt dan
één dag ben je in staat om ze persoonlijk allemaal van de bar af te
slaan. De vergelijking met de bevolking rondom de Middellandse Zee wordt
door Mikey al snel getrokken en wie mij kent weet dat, dart geen goed
signaal is. Met andere woorden: het is en blijft een kutvolk!
Tulum
Op
de ochtend van de laatste hele dag ben ik nog naar Tulum geweest; de rest
lag hun roes uit te slapen van de tequila die ze de avond daarvoor hadden
genuttigd. Met de lokale bus binnen een uur van Playa naar Tulum gereden.
Het was weer een verademing om in een bus te zitten waar je zonder met je
benen beklemd te raken tussen de leuningen, normaal in kon zitten.
De
reisgidsen waarschuwen je al voor Tulum: “don’t expect majestic
pyriamids like those at Chichen Itza”. De pracht van Tulum ligt
voornamelijk in de ligging. De stad is gebouwd op de rand van de klif,
witte stranden aan de voet van de rotsen met de turquoise gekleurde zee op
de achtergrond.
Een
ding is wel zeker, Tulum is niet spectaculair maar is wel de moeite waard.
Net
voordat de volgepakte bussen uit Cancun arriveerden was ik al weer
vertrokken. Terwijl ik te voet terug liep ik naar de entree van de site,
zag ik voladores al draaiend zwevend naar beneden komen.
Vrijdag
28 mei was de dag van de terugreis. Met British Airways, waar we trouwens
zeer over te spreken waren en zijn, vlogen we via Londen Gatewick, terug
naar Amsterdam.
Al
met al een vakantie om nooit meer te vergeten!
Heb je nog niet genoeg foto's
van Mexico en/of Guatemala gezien, volg dan de
onderstaande link naar de fotopagina van Mexico en/of Guatemala voor extra foto's.
Meer
foto's van Mexico
Meer
foto's Guatemala
Middels de onderstaande link, word je de mogelijkheid
geboden om de originele e-mails, weliswaar zonder foto's, te lezen. Mocht je
er nog geen genoeg van hebben, dan raad ik je het zeker aan!
Mexico,
de originele e-mails
Go back to the
top of the page
|