|
home>reisverhalen>new york
An unquenchable thirst for New York
Andere grote wereldsteden zijn misschien de hoofdstad
van hun land; New York ziet zichzelf als de hoofdstad van de wereld en
laat dat op haast arrogante wijze door grote banierem, hangend door de
hele stad, ook weten. En terecht, de 'City that never sleeps' is ook
groots en laat zich niet vergelijken met welke andere stad stad ter
wereld. Alleen al de majestueuze skyline, volledig gedomineerd dppr
wolkenkrabbers met hier en daar nog sporen van het oude New York, is one
of a kind en fenomenaal.
Voor het eerst een stedentrip als vakantie. Ik weet
het, niet wat jullie normaal zouden verwachten van de broertjes
Boelhouwer, maar de studieperikelen van Jack lieten dit jaar niet veel
anders toe. Een stedentrip, te kort om nog naar huis te mailen dus is
alles in het oude vertrouwde zwarte boekje genoteerd en eenmaal thuis
volledig uitgewerkt. Of het een onderhoudend verhaal is geworden moeten
jullie zelf maar beoordelen. Ik kan niet veel meer zeggen dan: veel
plezier! Tekst: Michael Boelhouwer
Foto's: Debbie Ongena, Jack & Michael Boelhouwer
 De
grens over: Verenigde Staten
United States of America; nationale feestdag is 4 juli
(Onafhankelijkheidsdag); de hoofdstad is Washington D.C.; 265 miljoen
inwoners (geschat 2002); de officiële taal is het Engels, daarnaast is
momenteel in vooral de zuidelijke staten Spaans de meest gesproken taal;
de munteenheid is de dollar; de bevolking is hoofdzakelijk rooms-katholiek
(28%) of protestant (56%); staatsinrichting: een democratische republiek
waarbij de uitvoerende-, wetgevende- en rechtelijke macht gesplitst zijn,
de president wordt voor vier jaar gekozen middels directe verkiezingen;
economie: deze berust in hoge mate op de beginselen van de vrije markt en
het particuliere ondernemerschap, waarbij de invloed van de overheid tot
een minimum is beperkt, de enorme uitgestrektheid, de vele mogelijkheden
voor de landbouw, de aanwezigheid van vrijwel alle belangrijke delfstoffen
en een ondernemende en vindingrijke bevolking, die juist naar het land was
gekomen om zich materieel te verbeteren, hebben het land tot de machtigste
economische natie ter wereld gemaakt.
New York
Wat een wereldstad en hoewel ik er maar vier dagen ben
geweest denk ik nu dat er geen stad in wereld is die meer indruk op mij
zal maken dan New York City. Dit is ook voor het eerst dat ik bij een
vertrek uit een stad de gedachte had dat ik hier wel langer had kunnen
blijven. Normaal ben ik een stad na twee á drie dagen wel zat, maar in
The Big Apple hunkerde ik naar meer. Het is een stad waar slenteren leuk
kan zijn, je je ogen uit blijft kijken en waar overal wel wat is te beleven.
Maar New York is meer dan alleen het Statue of Liberty, het Empire State
Building, Downtown Manhattan en Central Park.
Ik had altijd het idee, noem het een vooroordeel, dat
NYC de stad was waar iedereen haast heeft, waar tijd geld is, waar
zelfstandigheid en egoïsme hoogtij vieren, waar niemand omkijkt naar zijn
medemens. Het was dan ook een verrassing dat New Yorkers gewoon de tijd
namen voor zoekende toeristen, altijd bereid waren om te helpen, gewoon
een praatje met je maakten en geïnteresseerd waren in waar je vandaan
komt.
Ik kan mij dan ook niet voorstellen dat ik nooit meer
zal terugkomen, al zal mijn volgende bezoek in de tijd vallen dat de zon
volop zal schijnen. Want NYC zal nog meer indruk maken als de zon schijnt,
als je met een strak blauwe hemel op het Empire State kan staan en uit kan
kijken over New York, dat je in je korte broek kan genieten van een
afgeladen Central Park om daar op The Great Lawn een zelf samengestelde
picknick te nuttigen, ’s avonds met een ondergaand zonnetje gezeten in
Yankee Stadium genieten van partijtje baseball of met een hotdog, staand
in Battery Park genieten van het uitzicht op het Vrijheidsbeeld.
Ik zal hier zeker terugkomen; New York is just
‘fucking’ brilliant, and that’s the way you spell New York, right on!’
God bless our troops
Zondag 21 oktober,
Dat we op deze dag om 8 uur hadden verzameld op Schiphol kende maar
één reden: we hadden een vlucht naar de Verenigde Staten, dus dat konden
wel eens lange inchecktijden worden. Niets was minder waar. Buiten dat we
bij de gate werden ‘ondervraagd’ door een parodie op de Duitse
Siegerheits Dienst en dat ons paspoort werd gescand was er eigenlijk geen
oponthoud. “Dan moet het zeker in New York gebeuren”, was onze eerste
reactie. Wederom kwamen we bedrogen uit; bijna geen oponthoud.
Het U.S. Department of Justice, waaronder ook de douane
tegenwoordig valt, heeft een heus geheim wapen ingezet sinds 11 september
2001. Het geheime wapen van de V.S. bestaat uit, naast dat er een foto van
je wordt genomen en van beide wijsvingers een afdruk, de oprechtheid van
de mens en het I-94W formulier. In de preventie om een terroristische
aanslag te voorkomen moeten een zevental vragen worden beantwoord,
waaronder: heeft u toelating tot de V.S. gezocht om zich met criminele of
immorele activiteiten bezig te houden. Je moet toch wel een paar keer van
een roltrap zijn gevallen als je deze vraag met ja beantwoord. Vraag 3 zal
ongetwijfeld tot problemen leiden bij minimaal een kwart van iedere
Lufthansa vlucht die Amerika aandoet: Bent u ooit betrokken geweest bij
spionage of sabotage; of activiteiten van terroristische aard; of
rassenmoord; of, tussen de jaren 1933 en 1945, op een of andere wijze
deelgenomen aan de vervolging van personen, in samenwerking met het nazi
bewind van Duitsland of zijn bondgenoten. Tot echte grote problemen zal
het nog nooit hebben geleid want als ze het destijds nicht haben gewusst,
weten ze het tegenwoordig al helemaal niet meer. Bij het lezen van die
vragen ga je toch serieus twijfelen aan de Amerikaanse douane en
immigratiedienst.
Vooraf had ik een lijstje gemaakt met waar zonder een bezoek
aan New York niet compleet zou zijn: een hotdog eten op straat, riding the
subway, in de taxi met een ‘brother’ achter het stuur en een wandeling
in Central Park.
Bij het verlaten van het vliegveld kreeg ik bij de
taxistandplaats al snel in de gaten dat het bijna gods onmogelijk was om
een taxi te pakken waar geen ‘brother’ achter het stuur zat. Een
bescheiden schatting mijnerzijds leert dat 75% van de New Yorkse taxi's
bestuurd worden door onze negroïde vrienden, 20% is van Indiase afkomst,
met of zonder tulband en 5% is overige categorie.
Het grappige is dat in tegenstelling tot in Nederland
de Amerikaanse taxichauffeur geen praatje maakt met zijn klanten. Het
wonderbaarlijke blijft de glasplaat (inclusief doorgeefluik) tussen de
chauffeur en zijn klanten. Toch was deel 1 van de ‘verplichte kost’
vervuld!
Zonder dat je het eigenlijk merkt rij je New York City
in en hoe dichter je bij Manhattan, het hart van de stad, komt hoe drukker
het verkeer wordt. Wat opviel waren de vele supportbetuigingen, niet aan
Bush, niet aan het gevoerde Irak/Afghanistan-beleid, maar wel aan de
strijdkrachten, de jongens die daar gelegerd zijn; God bless our troops
was de veelbetekenende tekst op het achterruit van een pick-up die ons
passeerde.
Ons hotel, het Milford Plaza, gelegen in het Theater
District, aan Eight Avenue, 600 meter van Times Square was een meer dan
keurig hotel. Na het inchecken, uitpakken en het vaststellen van wat onze
eerste bestemming zou worden, kwam de onvermijdelijke vraag: de eerste
indruk? Deb kwam niet verder dan “mwahhh……., Broadway is wel gaaf”
terwijl ik niet verder kwam dan dat ik het eigenlijk wel een oude bende
vond; Jack verbeterde mij terecht tot een oude teringzooi. Gelukkig zouden
we daar nog van terugkomen.
Onze eerste wandeling in New York leidde ons binnen 5
minuten naar Times Square. Voor het eerst kreeg ik het idee dat we in de
wereldstad New York stonden. Hoewel ik mij nog afvraag wat er eigenlijk
mooi is aan al dan niet oplichtende reclameborden, mega tv schermen en
beeldschermen die 24 uur per dag het nieuws spuwen, blijft het een
prachtig gezicht; the city that never sleeps!
Vanaf hier gingen we aan de hand van een plattegrond
op zoek naar het hoogste gebouw van New York. Normaal gesproken zou een
gebouw dat ruim 360 meter boven de grond uittorent met gemak waar te nemen
zijn, maar niet hier in Manhattan. Met alle ‘kleine’ gebouwen in de
omgeving kan je omhoog kijken wat je wil. Dus stonden we plotseling nabij
het Empire State Building. Opeens kwam het straatbeeld mij bekend voor.
Blijkbaar waren we, toen we met de taxi vanaf het vliegveld kwamen, langs
het Empire State gereden zonder dat we het wisten. Deed mij tegelijk denken
aan de vakantie in Ecuador. Ook daar hebben we het gepresteerd om langs de
twee hoogste vulkanen (6 km) van het land te rijden zonder het op te
merken.
Ondanks dat we, al slingerend door de gewelven van het
Empire State, er ruim 90 minuten voor nodig hadden alvorens we bij de lift
aankwamen, hadden we geen minuut getwijfeld om de rij te verlaten; dat
lieg ik, Jack heeft het twee keer geopperd omdat hij een droge keel kreeg.
Met een geschatte snelheid van 366 meter per minuut
(dit is overigens vrij accuraat) schoten we naar de 80e verdieping om daar
de volgende lift te nemen om de laatste 6 etage te overwinnen; je kon voor
de laatste etappe ook de trap bestormen, maar dat leek ons toch enigszins
overdreven. En daar sta je dan op 340 meter hoogte over de stad uit te
kijken en ondanks dat het bewolkt was en daarnaast behoorlijk winderig
(understatement) was het uitzicht maar met één woord te beschrijven:
fenomenaal.
“What do you think of the view of the Empire
‘fucking’ State Building”, vroeg een ‘brother’ aan mij nadat hij
Mikey erop had betrapt dat ik voor ongeveer de twintigste keer de camera
liet klikken. “The view is really great, but it’s a bit windy”, was
mijn antwoord. “Hahahaha, if you think this is windy, you should come
here in the winter, when you’re ass is freezing off”, voegde hij me
toe terwijl ik mijn handen begon warm te blazen.
Voor het uitzicht van het Empire State schieten de
meeste woorden te kort en valt het niet te vergelijken met welk uitzicht
over een stad dan ook. Hoewel ik
ondertussen al heb mogen genieten van veel bijzondere en uiteenlopende
uitzichten, kent het uitzicht over New York niet zijn gelijken. ‘The
city that never sleeps’ is in één woord majestueus. Gebouwen, waar je
net nog was langs gekomen, waarvan je dacht dat die al tot de wolken
kwamen, bleken klein te zijn bij degene waardoor ze omringd werden. Wat
een stad! The Big Apple is groots en nu al moesten we onze indruk
bijstellen.
Vanaf het Empire State vertrokken we per taxi met een
Amerikaans-Duits-Syrische taxidriver (zijn beste vriend was een jood?!)
richting het Hard Rock Cafe voor een avond ongegeneerd Amerikaans vertier:
bier, grote stukken vlees, midstream rock door de boxen en baseball op de
tv-schermen; wat wil een man/vrouw nog meer op zijn eerste dag? Nou, Deb
wist het wel….
“Can I smoke?”, was de overbodige vraag. Het gevolg
was triest, behoorlijk triest zelfs als je het mij eerlijk vraagt, maar
daar sta je dan met z’n tweetjes buiten (je laat Deb ook niet alleen
staan) een sigaretje te roken; buiten, waar de temperatuur allang niet
meer aangenaam was en je jezelf afvroeg wat je in godsnaam buiten deed en
waarom je nog rookt. Vier uur en twee sigaretjes later vertrokken we
richting ons hotel.
De eerste dag zat er pas op, Bono zong het, wij dachten
het alle drie: "But you've got an unquenchable thirst for New York………..
New York, New York!"
Let me take you down, cause I'm going to, Strawberry Fields
Maandag 22 oktober,
Het is niet zo dat ik John Lennon zie als mijn idool, als een muzikale god
of zelfs als mijn Messias die mij alsnog zal verlossen van
Nederlandstalige rotzooi en het overgrote deel van de huidige dance, laat
staan dat hij mij verlost van al die girls- en boybandjes die momenteel de
hitparade bestijgen. Het is ook niet zo dat zijn muziek of die van The
Beatles mijn gehoor wekelijks verrijkt, laat staan dagelijks, of dat één
van zijn teksten op het irritante af mijn geheugen teistert; geen van
alle. Toch is het een feit dat Lennon samen met McCarthy de hedendaagse
muziekgeschiedenis hebben geschreven; de grondleggers van alles wat tot nu
tot met muziek heeft te maken en dat ik hun muziek meer dan waardeer en
dan druk ik mijzelf nog zacht uit.
Het geeft dan ook een speciaal gevoel als je, staand op
Strawberry Fields, het mozaïek met het woord 'Imagine' stiekem vluchtig
aanraakt, uitkijkend op Dakota Building, de plek waar Lennon op 8 december
1980 werd neergeschoten, even je ogen sluit en in je hoofd de tekst hoort,
"nothing is real, and nothing to get hung about, Strawberry Fields
forever."
De dag begon met het aantrekken van mijn loopschoenen.
Vanaf het moment dat New York geopperd werd als eindbestemming voor een
korte vakantie bleef maar één ding in mijn hoofd zitten: hardlopen in
Central Park. Waarom dat opeens een obsessie is geworden, is mij in deze
volkomen onduidelijk of het moet zijn dat Central Park de finish is voor
de New York City Marathon. Hoewel ik wekelijks een respectabel aantal
kilometers afleg, moet ik eerlijk bekennen dat een marathon lopen voor mij
nog te hoog gegrepen is en op het moment ook niet aan de orde is.
Rustig inlopen over Eight Avenue en als je dan denkt
dat je de enige bent die op dat tijdstip door de ‘streets of New York’
loopt heb je het mis, al werd het behoorlijk drukker toen ik Central Park
bereikte. Nu had ik al verwacht dat ik de nodige collega-lopers zou tegen
komen, maar het aantal overschreed mijn verwachting. Hoewel het lopen
behoorlijk gestructureerd is, doordat de left lane van de Parkdrive
gereserveerd is voor lopers en fietsers, zijn de sportbeoefenaars ietwat
minder gestructureerd. Je komt met recht Jan-en-alleman tegen onderweg:
van de ‘echte serieuze’ loper tot de goedwillende, van oma in een fel
gekleurd aerobics-outfit tot de power-lopers (voor de onwetende onder ons:
flink doorwandelen, met voorkeur lichte gewichten in de hand), van de
wandelaar tot een vrouw die al hardlopend haar hond uit liet, van de big
mamma’s die amper vooruit kwamen tot aan, juist, Michael Boelhouwer.
Dus liep ik via de behoorlijk heuvelachtige en dus
tegenvallende East Parkdrive langs The Dairy, The Mall, het Metropolitain
Museum, het Reservoir (bekend uit de Marathon Man en The Devil’s
Advocate), East Meadow (Die Hard III), Conservatory Garden, The Mount (de
naam zegt al genoeg; slopend), Harlem meer, The Cliff (berg af, dus
heerlijk, ware het niet dat…), The Great Hill (slopend in het kwadraat),
Great Lawn, Strawberry Fields om uiteindelijk 11,5 km en iets minder dan
een uur later weer bij mijn startpunt aan te komen.
Na een welverdiende douche gingen we op pad. Vandaag
zou het Statue of Liberty met een bezoek vereerd worden. Ik schrijf expres
‘zou’ want het liep heel anders. Aangekomen bij de kade, kochten we
als eerste een kaartje voor de overtocht om daarna het einde van de ‘rij
der wachtenden’ op te zoeken. Hier kwam een groot probleem naar voren.
De ‘rij der wachtenden’ strekte zich niet uit tot achter een groep
struiken die ons het volledige uitzicht ontnam, maar maakte een tweetal
bochten om daarna in een rechte lijn richting het einde van het park te
begeven, om zich daarna nog een lus te maken; niet overdreven maar als de rij
zich tussen de 800 meter en 1 km uitstrekte lieg ik niet. Al snel kwamen
we tot de conclusie om het Amerikaanse gezegde “sometimes you have to
take your loss” in praktijk te brengen en die 30 dollar af te schrijven,
ware het niet dat bij nadere bestudering de tickets een half jaar geldig
zijn. We besloten dan ook om twee dagen later terug te komen, aangezien de
weersverwachtingen voor de dag van morgen regen aangaf. Het was nu tijd
onder het genot van een heerlijk zonnetje downtown af te zakken.
Al lopend kwamen we aan bij Ground Zero, waar het
aangrijpende verhaal van die ene dag in september nu drie geleden, verteld
wordt door een enorme bouwput, de fier wapperende Amerikaanse en New
Yorkse vlag en plaquettes met foto’s en de namen van alle omgekomen
‘helden’ van die dag. En als je hier staat en kijkt naar een foto van
de New Yorkse skyline met de Twin Towers vraag je jezelf af hoe het zover
had kunnen komen en dat de wereld eigenlijk gek is geworden.
Voor een vroege lunch vertrokken we op Jack’s verzoek
richting Chinatown. Hoewel er een behoorlijke ophef over wordt gemaakt is
Chinatown nu niet wat je ervan zou verwachten. Dat geldt overigens ook
voor Little Italy dat trouwens wel heel ‘little’ wordt aangezien en de
Chinese en de Joodse gemeenschap steeds verder oprukken. Het grappige is
wel dat je niet de verkeerde straat in moet lopen want dan bestaat de
mogelijkheid om van Chinatown zo maar Little Italy binnen te stappen. We
hebben overigens wel een overheerlijke en overdadige Chinese lunch mogen
nuttigen.
Lopend in een heerlijk zonnetje hadden we besloten om
het middagprogramma te vullen met de Brooklyn Bridge. Vanaf de brug,
voltooid in 1883, op dat moment de grootste hangbrug ter wereld en de
eerste die van staal was gemaakt, heb je niet alleen een weergaloos
uitzicht op de East River en Lower Manhattan alwaar de skyscrapers de
lucht in schieten, maar ook op Lower en Middle Midtown met als grote
blikvangers het Empire State Building en het Chrysler Building.
Zo vader, zo zoon; en daar loop je dan op de Brooklyn
Bridge, om je nek Jack’s fotocamera, in de aanslag aangezien je geen
plaatje wil en kan missen, in je hand de videocamera omdat je het
thuisfront had beloofd New York door je eigen ogen te laten zien. Word je
daar blij van, nee niet echt, maar aangezien Jack zich tegenwoordig onder
de mooi-weer-fotografen schaart en je toch wel een paar foto’s van de
Big Apple wil hebben, neem je noodgedwongen het gehele visuele aspect maar
onder handen. Dus liep Mikey de rest van de dagen in New York als een
kloon van zijn geliefde vader in de rondte.
Bij de eerste toren stonden we stil en keken achterom
richting Manhattan en de woorden van de dichter Walt Whitman over het
uitzicht wat we nu hadden schoten door mijn gedachte: ”het beste,
doeltreffendste medicijn voor mijn ziel” en ik moest die mening delen.
Jack kon mijn mening op dat moment misschien ietwat minder delen aangezien
hij al lopend tot de ontdekking kwam dat de brug toch iets hoger was dan
hij had gedacht en dat levert iemand met hoogtevrees een ‘klein’
probleem op. Vandaar dat Deb en ik, Jack achterlatend, met z'n tweetjes de
East River lopend overstaken met als doel de tweede toren, genietend van
het fantastische uitzicht.
Met de metro gingen we terug naar Times Square. De
metrostations zijn overigens één voor één een grote puinzooi. Nu begrijp
ik dat ook Mayor Michael Boomberg ‘zijn’ geld ook maar één keer kan
uitgeven en dat het politieapparaat daar een groot deel van opslokt, maar
hier en daar één station per jaar opknappen is echt geen weggegooid
geld; het lijkt af en toe wel een getto. Een schril contrast met andere
grote wereldsteden met een metro zoals Parijs, Londen, Madrid en dan
hebben we het nog maar niet over Singapore.
Deb was overigens al de hele dag zenuwachtig, want
vanavond stond game 5 Boston Red Sox – New Yankees op het programma dus
we moesten maar vroeg de kroeg in om een plaatsje achter de televisie te bemachtigen. Nu moet ik eerlijk zijn als ik zeg dat ik voor deze avond
eigenlijk geen bal aan honkbal vond, ik het niet snapte en vond dat het in
feite ook nog een sport voor bejaarden was; in welke andere sport kan je met
je 40e nog professioneel op het allerhoogste niveau acteren en ook nog
eens geadoreerd worden. Maar ja, je wilt je ‘schoonzusje’ ook wel eens
een plezier doen dus ging ik mee in het circus…….en gelukkig maar.
De zoektocht naar een fatsoenlijke bar waar we en de
Yankees konden zien en misschien ook nog wat konden eten begon bij ESPN
Zone, een themabar zoals dat tegenwoordig heet van de gelijknamige
sportzender. Wat ik hier zag ontsteeg elk voorstellingsvermogen van hoe
een sportsbar eruit moet zien: drie verdiepingen met tussen de 70 à 80
televisieschermen variërend van monitors, flatscreens en een
projectiescherm van 4 meter bij 4 meter (everything is bigger in America).
Waar je ook stond, je hoefde niets van de wedstrijd te missen. We stonden
dan ook niet verbaasd dat wij niet de enige waren; afgeladen en wij konden
op zoek naar een andere gelegenheid. Twee (thema)bars verder en we kwamen
tot de conclusie dat een doodnormale kroeg een betere plek was om een
plaatsje te zoeken; het werd dus een Irish pub met de naam Whistle ’n
Pig alwaar we al snel ingeburgerd waren en vrienden hadden gemaakt.
‘Who’s your Daddy?’ vroegen de zelfgeschreven
borden in Fenway Park Stadium, de thuisbasis van de Boston Red Sox, zich
af. Volgens onze nieuwe Iers-Amerikaanse vrienden was dat zeker niet David
Ortiz van de Sox, maar de bij leven al legendarische Derek Jetter van de
Yankees. Lang zag het ernaar uit dat hun voorspelling ook uit zou komen
totdat Ortiz in de achtste inning anders besliste. Boston won de vijfde
wedstrijd.
Het wonderbaarlijke is wel dat de Yankees- en Red Sox
fans in één café naar hun favoriete club kunnen kijken zonder dan ze
concessies hoeven te doen aan het uiten van hun voorkeur of dat nu in de
vorm puffen, steunen, kreunen, juichen of de overtreffende trap daarvan
gaat. Nu is het ook niet zo dat ze elkaar feliciteren of sterkte toewensen
na afloop, maar men laat elkaar vooral in hun waarden. Dat is voor iemand
uit het kleine Nederland die jaarlijks de Rotterdamse haat op de tribunes
van een vervallen Kuip moet aanschouwen als de Amsterdamse rivaal
langskomt een zeer vreemde maar prettige gewaarwording
De avond eindigde na een behoorlijk aantal biertjes al
vroeg met een kater, aangezien wij nu ook Yankee-fans zijn geworden.
Misschien komt het wel door de overeenkomsten tussen het ons geliefde Ajax
en de New York Yankees; de grootste club van het land, imposante
successen, voorloper op vele gebieden en daarom gehaat door velen.
Maar ja, waar gaat het om aan de einde van de dag,
juist : ‘Who’s your Daddy?’, David Ortiz!
This ‘Sox’s’
Dinsdag 23 oktober,
Gezien het feit dat de regen vandaag niet van de lucht was, besloten we
deze ochtend rustig aan te doen en om na het ontbijt het Metropolitan Musuem
of Art, in de volksmond the Met genaamd, aan te doen. De collectie van the
Met wordt beschouwd als de uitgebreidste ter wereld en waarom ook niet…everything
is bigger in America!
En als je dan bijvoorbeeld de Egyptische afdeling (hier
ligt toch onze voorkeur) gaat vergelijken met die van het Louvre of die
van Leiden (wordt in de wereld zeer hoog aangeschreven), kom je al snel
tot de conclusie dat je niet mag vergelijken; zo uitgebreid en met enkele
topstukken die zelfs niet zouden misstaan in het Egyptisch museum van
Cairo. Het hoogtepunt is de tempel van Dendur die, net als de tempel die
staat in het oudheidkundig museum van Leiden, is geschonken door Egypte
vanwege de bijdrage die Amerika heeft geleverd aan het behouden van het
Egyptisch erfgoed ten tijde van de bouw van de Aswandam.
Achter de Egyptische vleugel ligt de ‘American wing’
en dat bezorgt je meteen een culture shock aangezien hier de meest
zeldzame en compleetste verzameling baseball cards, inclusief het duurste
‘kaartje’ met een waarde van ongeveer $ 350.000, ten toon wordt
gesteld. Het zet je aan het denken als je klaarblijkelijk de Amerikaanse
kunst kan samenvatten in één ding: baseball cards?!
Everyting is bigger in America. Het is dan ook niet
verbazingwekkend dat, waar ieder ander groot museum één of twee
Rembrand’s, twee Van Gogh’s, Goya’s ect in zijn bezit heeft, the Met
gewoon twaalf schilderijen van Rembrand naast elkaar heeft hangen, zalen
vol met Van Gogh, Vermeer, Monet, Cézannes, Rubens, Van Dijck, Matisse en
natuurlijk een ‘paar’ beelden van Rodin.
Hoewel de middeleeuwen het Amerikaanse continent toch
echt voorbij zijn gegaan is het logisch dat ze dan ook een complete
middeleeuwse afdeling hebben inclusief een compleet uitgeruste ruiterij
met uiterst zeldzame harnassen. En wat te denken van de afdeling
muziekinstrumenten (welk museum heeft in godsnaam een muziekafdeling?!)
met een drietal violen van de hand van de meester: Stradivarius. Everything
is bigger in America!
Nadat we hadden genoten van een rustige wandeling in
een haast verlaten Central Park, wat volgens ons toch echt bezocht moet
worden met de zon hoog aan de hemel in plaats van de motregen die wij
mochten beleven, moesten wij onze prioriteiten stellen; in ieder geval ik.
In de zoektocht naar een cadeautje voor Zoë, zouden we
het wereldvermaarde F.A.O. Schwartz (ja, die met die piano op de grond)
een bezoekje brengen, ware het niet dat deze wegens verbouwing een paar
maanden dicht was om te kunnen openen vlak voor kerst.
Rijkdom heeft
iets (Ja, dat begrijp ik Boelhouwer,
rijkdom is geld, geld is vrijheid, vrijheid is dat wat een ieder zoekt;
dan begrijp ik dat rijkdom iets heeft!), rijkdom intrigeert, heeft een
aantrekkingskracht, zelfs op iemand die niet geobsedeerd is door geld. Zo
lopend over Fifth Avenue zie je wat je met rijkdom kan doen en wat het kan
betekenen. Nog meer dan de Champs Elysee, zelfs nog meer dan Orchard Road
in Singapore straalt Fifth Avenue rijkdom uit. Met alle grote modemerken
vertegenwoordigd, statige hotels zoals het Plaza, het Peninsula en het St.
Regis, Trump Tower, het warenhuis Bergdorf Goodman, juweliers als Cartier,
Tiffany’s en De Beers, is Fifth Avenue het winkelparadijs van de
rich and famous. Juist dat maakt zelfs van een ietwat minder gefortuneerde
Michael Boelhouwer een voyeur en dat bedoel ik met ‘rijkdom heeft
iets’.
Met de taxi en een ‘brother’ ging de zoektocht
verder. We lieten ons afzetten op de hoek van Broadway en 85th street;
Broadway voor degene die dat niet weten doorkruist eigenlijk Manhattan
diagonaal van noord naar zuid. Zo lopend over Broadway, denkend dat dit
bijna 400 jaar geleden gewoon de Breede Wegh was, dacht ik dat al die New
Yorkers ons toch eigenlijk wel dankbaar mochten zijn. Hoewel Jack, Deb en
ik er natuurlijk niet persoonlijk verantwoordelijk voor waren, zijn het
onze landgenoten geweest die aan de bakermat stonden van wat toen nog New
Amsterdam heette, het huidige New York. Want als, ja wel het is tijd voor
een stukje geschiedenis, Peter Minuit in 1626 de lokale Algonkin indianen
niet in de maling had genomen door het eiland wat nu Manhattan heet te
kopen voor $24 aan kralen, had New York niet bestaan. De permanent
gevestigde handelspost groeide uit tot een stad. Even een zijspoor:
uiteindelijk werden ook wij in de maling genomen en wel door de Engelsen
met wie wij New Amsterdam ruilde voor een stuk land in Zuid-Amerika, juist
ja het hedendaagse Suriname.
En als je dan denkt dat de mensen hier in NYC ons
dankbaar zijn, vergeet het maar, we werden in Uptown Manhattan niet echt
als helden binnengehaald en de speelgoedzaak waar we opzoek naar waren was
onderhand veranderd in een dierenspeciaalzaak; ook daar werden we niet
gelukkig van. Het kwam dus allemaal neer op de laatste dag en Toys ‘r Us.
De wereld is zo groot, maar ook zo klein; anders kan je
het niet verklaren dat tijdens ons bezoek aan de Big Apple Richard en Dona
een paar straten verderop hun kampement hadden opgeslagen voor hun 8 daags
verblijf in NYC. Sinds zijn vertrek uit Studio hadden we elkaar niet zo
vaak meer gezien dus was het tijd om bij te kletsen en waar kan je dat
beter doen dan in een Italiaans restaurantje op 46th street, bij
ingewijden beter bekend als ‘Restaurant Row’.
Onder het genot van een biertje en een hapje eten
werden de belevenissen, ervaringen tot nu toe en het metrogebruik
besproken. Één ding moet ik zeker kwijt en dat is de tip van
Richard:
mocht je in het bezit zijn van een paar krukken, neem ze mee richting de
States en trek profijt van de situatie en dan bij voorkeur bij
toeristische attracties. Wat wil het geval, Richard was vlak voor zijn
vakantie geopereerd aan zijn knie en bewoog zich voort door NYC op
krukken. Laat de doorsnee Amerikaan nu begaan zijn met de minder valide
medemens die deze aardbol bevolkt, zodat ze bij de meeste toeristische
attracties werden voorgelaten.
Ook deze avond stonden we onder grote tijdsdruk. Game 6
stond vanavond op het programma en gelukkig zagen ook Dona en Richard het
belang in van deze wedstrijd; sterker, ze hadden eerder in de week al de
buurt verkend en wisten precies waar we een kroeg konden vinden met de
nodige beeldschermen. Het was net een avond in Studio: de mannen aan de
Budweiser, voor mevrouw Ongena een ‘Debbie’ en Dona verruilde het bier
halverwege de avond voor een drankje met vodka. Ik moet in ieder geval wel
kwijt dat je ongelooflijk moet pissen (sorry voor het taalgebruik, maar
het is niet anders) van Budweiser; je was nog niet terug van de toilet of
na de eerste slok had je alweer aandrang.
“En de wedstrijd, want daar kwamen jullie toch
voor?”, is een logische vraag. Terwijl de New York Post vanochtend al
opende met de veelzeggende woordspelling ‘This Sox’s’, draaide game
6 op een nog groter drama aangezien Red Sox pitcher Curt Shilling de
gehele Yankees slagploeg zwaar onder de duim hield. Hoewel deze meer dan
gezellige avond (Rich & Dona, we moeten maar eens vaker in het
buitenland afspreken) een Yankees-overwinning verdiende mocht het niet zo
zijn; This really Sox’s!
Run Forest run
Woensdag 24 oktober
De dag begon vroeg aangezien we voordat het middag uur zou verstrijken het
Vrijheidsbeeld en Ellis Island met een bezoekje vereerd moesten hebben.
Hoewel we de vorige dagen grote problemen hadden om de rijrichting van de
metro te bepalen, moest ik vandaag Dona gelijk geven als het gaat om de
simplistische wijze hoe het een en ander nu eigenlijk in elkaar zat. Bij
het Battery Park aangekomen ging het in een straf tempo door naar kade
waarvan onze boot ons zou brengen achtereen volgens naar het Statue of
Liberty en Ellis Island. Gelukkig had het vroege tijdstip invloed op het
aantal aanwezige toeristen; met andere woorden, we konden zo doorlopen
naar de boot en nog geen vijf minuten later ‘we set sail to’ het
Vrijheidsbeeld.
En wat voor een imposant beeld krijg je van Manhattan,
ongeëvenaard, fenomenaal en indrukwekkend. De gebouwen lijken langzaam de
hoogte in te willen klimmen, statig naast elkaar, zonder onder te willen
doen voor elkaar en hoewel de architectuur verschillend is, passen de
gebouwen naadloos in elkaar en maken Manhattan in één woord groots.
Als je de andere kant opkeek kwam langzaam het Statue
of Liberty in het zicht. Het beeld van Lady Liberty, met de in het
voetstuk gegraveerde veelzeggende woorden “Geef mij uw vermoeide, uw
arme, uw bijeengekropen massa’s die smachten naar vrijheid’ is
misschien wel het internationale symbool voor die vrijheid. Hoe dichter je
bij Liberty Island kwam met de boot, hoe indrukwekkender het
Vrijheidsbeeld werd.
Toch schreef de Planet al waarschuwend: "keep in
mind, the view of Manhattan from the crown isn't any more or less
spectacular than the one from ground level. Met dit in je
achterhoofd is een mogelijk dilemma over het al dan niet beklimmen van
Lady Liberty al snel teruggebracht tot een .....precies, een simpele
oplossing. Om 354 treden te bestormen voor hetzelfde uitzicht vond ik
eigenlijk toch wel een beetje te veel van goede. Voor de Deb was er al
helemaal geen dilemma, het was geen moment in haar opgekomen om 354 treden
klimmen om dan tot een hoogte van 93 meter te komen. We hebben dan ook met
z’n drietjes vanaf de grond genoten van het immense groene beeld.
Ellis Island, wat 5 minuten varen vanaf Liberty Island
ligt, verteld het verhaal van de Amerikaanse emigranten; tussen 1892 en
1954 zijn hier bijna 17 miljoen mensen gepasseerd en kunnen momenteel ruim
100 miljoen Amerikanen (bijna de helft van de Amerikaanse bevolking) hun
herkomst terugvoeren tot Ellis Island. In hoogtij dagen kwamen hier 5000
man per dag aan, mensen die alles hadden achtergelaten om hun geluk te
beproeven in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Het verhaal wordt
grotendeels verteld aan de hand van foto’s. Een elektronische database
leert ons dat er momenteel 3,2 miljoen ‘Nederlanders’ wonen in
Amerika; een schijntje ten opzichte van de 30 miljoen Amerikanen van
Duitse afkomst. Hoewel Ellis Island niet echt bijzonder is als
bezienswaardigheid, is het wel een ‘landmark’ voor de Amerikaanse
geschiedenis die centraal staat voor de grootste volksverhuizing in de
wereldgeschiedenis.
Met de subway weer terug naar Times Square om de
allerlaatste inkopen te doen en zodoende ook de zoektocht naar een cadeau
voor Zoë af te sluiten. Ook was het de laatste kans om nog een hapje te
eten in de Verenigde Staten van Amerika en het is niet te geloven, wel
weer typisch Amerikaans, maar je kan blijkbaar een geheel restaurant
bouwen om de film Forest Gump en dat is hier dan ook gebeurd tot in de
kleinste details.
Rond 15.00 uur liepen we richting ons hotel om onze
bagage te pakken. Waar we op de heenreis volop ruimte hadden in onze
tassen vertrokken we behoorlijk bepakt en gezakt met de taxi richting JFK.
Aangezien het tijdstip dat we vertrokken waarschijnlijk het meest
ongunstige was, bereikten we JFK Airport, na kris kras door Manhattan te
zijn gescheurd, net binnen het uur.
Het was een chaos bij het inchecken. Delta had besloten
om voor alle intercontinentale vluchten precies 4 balies te openen. Dat
zou toch op Schiphol onmogelijk zijn, maar het werkte de irritatie
behoorlijk in de hand. Hoewel we ruim op tijd uit NYC vertrokken hadden we
precies 20 minuten over om nog een drankje te drinken. Wat ik persoonlijk
een prachtig verhaal blijf vinden is dat we met een vertraging van bijna
40 minuten het lucht kozen, de ‘estimated flighttime gelijk was aan de
tijd vermeld op ons vluchtschema en die we ook daadwerkelijk hebben
gevlogen en dat we toch precies op tijd landden op Schiphol. Ik ben geen
wiskundig genie, maar iets klopt er niet.
De terugreis
Donderdag 25 oktober,
Voor mij persoonlijk was de terugvlucht een drama; aangezien we in de tijd
vooruit waren gegaan en ik niet had kunnen slapen, had ik de volgende dag
het gevoel dat ik de nacht had overgeslagen. Wat beter en dat is een
understatement verging de vlucht voor mijn reisgezelschap. Deb, hoe kan
het anders, had de hele vlucht geslapen en Jack die voorheen in elk voer-
en/of vaartuig waar maar enigszins beweging is zat kon slapen behalve in
een vliegtuig, presteerde het om ook de gehele vlucht in dromenland door
te brengen.
“Hoe was nu zo’n vakantie met z’n drietjes?”,
is de meest logische vraag die ik moet beantwoorden. Het enige wat ik kan
zeggen is: “wat mij betreft kunnen we binnenkort alweer boeken voor een
stedentrip volgend jaar.”
Go back to the
top of the page |