Israël & Jordanië 1997 
Around the world I Australië I Cambodja I China I Cuba I Ecuador I Egypte I Israël I Mexico/Guatemala I Myanmar I Peru I Thailand I Verenigde Staten I Vietnam I Vietnam/Cambodja I Zuidelijk Afrika I Zuidoost Azië
New York
Home I Foto's I Gastenboek I Reisverhalen I Links I Need your support

De hoofdrolspelers:
Jack Boelhouwer
Theo Dekker
Dick Vinke
André Vinke
en Michael Boelhouwer

 

home>reisverhalen>israël

Believe me, it’s the truth

Israël, een vakantiebestemming waar je heden ten dagen nog wel een tweede, derde en zelfs een vierde keer over zou nadenken. In 1998, het jaar dat wij gingen, speelde het geweld niet; althans, niet dat wij wisten. Toch blijft Israël een pracht vakantiebestemming met zon, zee, strand, nachtleven en vooral veel cultuur. Israël, Het Heilige Land, en dat merk je aan iedere stap die je zet in Jeruzalem. Daarnaast is Eilat een perfecte uitvalbasis voor een trip naar Petra, Jordanië; één van die plekjes ter wereld, waar je ooit moet hebben gestaan! 

Een onoverzichtelijk dagboek is de basis voor dit verhaal. Aangezien ik destijds om een of andere onduidelijke reden de belevenissen niet per dag beschreef, maar eerder, los van historische volgorde, wat in mij op kwam, heeft het enige moeite gekost om de zaken op een rij te kunnen zetten. Het is uiteindelijk gelukt en over het resultaat ben ik meer dan tevreden: Israël & Jordanië was een gedenkwaardige vakantie!

Tekst & foto's: Michael Boelhouwer

Het reisschema van dag tot dag
   29 oktober: Amsterdam – Eilat
   30 oktober: Eilat
   31 oktober: Petra (Jordanië)
  1 november: Eilat (duiken)
  2 november: Eilat - Jeruzalem
  3 november: Jeruzalem - Eilat
  4 november: Eilat
  5 november: Eilat - Amsterdam

 


De grens over: Israël

Medinat Jisraeel (Hebreeuws); de nationale feestdag wordt gevierd op de 5de Ijar, de onafhankelijkheidsdag (Jom Ha‘azmaoet) ieder jaar wisselend; de hoofdstad is Jeruzalem; 6 miljoen inwoners (geschat 2002); er zijn twee officiële talen: het (modern) Hebreeuws en het Arabisch. Het modern Hebreeuws (ook wel Ivriet genoemd) wordt door vrijwel de gehele joodse bevolking gesproken; de munteenheid is de sjekel; van de bevolking hangt 82% het joodse geloof aan, ca. 14% de islam, 2,7% het christendom en 1,7% van de bevolking zijn Druzen; staatsinrichting: de republiek Israël is een parlementaire democratie. Als haar staatshoofd fungeert een president. De uitvoerende macht berust bij de premier en de andere ministers, die samen de regering vormen, de Knesset bezit wetgevende macht en wordt gekozen voor vier jaar; economie: de samenstelling van het bnp was in 2000 als volgt landbouw 4% (4%), industrie, mijnbouw en bouwnijverheid 38% (29%), overheid, dienstverlening en transport 58% (67%).


 

Ongebruikelijk vertrek

Woensdag 29 oktober,
Het was geen gewoonlijke start van een vakantie. Nadat we vorig jaar de haast traditionele Ierse visvakantie hadden ingeruild voor een ‘visvakantie’ in een willekeurig zonnig land, waren we al andere begintijden gewend, maar een vertrek om 03.30 uur ’s nachts hadden we nog nooit meegemaakt; nu dus wel………

Nadat ik mijn dagboek had herschreven tot iets wat voor een ieder leesbaar en overzichtelijk was, kwam ik bij het nalezen erachter dat het reisverslag onderhand uit 12 pagina bestond. Nu is dat op zich niet zo verwonderlijk, ware het niet dat ongeveer 10 van de 12 pagina’s gingen over zon, zee, strand, eten, drinken en vooral niets beleven behalve zon, zee, strand, drinken en bovenal drinken. Plotseling schoten mijn gedachten naar een opmerking die een vriendinnetje plaatste bij een soort gelijk reisverslag vanuit Ecuador: “Wel geweldig dat je 4 pagina's vol kan kletsen over 4 dagen zuipen, beachen en kaarten!! (hoezo net een wijf?!)”

Die opmerking heeft mij ertoe gebracht om alleen de culturele hoogtepunten te vermelden op deze reispagina. Mocht je nu echt benieuwd zijn naar de zon-zee-strand-eet-en-drink-verhalen, aan het eind van deze pagina wordt de mogelijkheid geboden om alle ins and outs, weliswaar zonder foto’s, te lezen.

 


Even de grens over: Jordanië

Al-Mamlakah al-Oerdoennijjah al-Hasji-mijjah (Het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië), de nationale feestdag is 25 mei (Onafhankelijkheidsdag); de hoofdstad is Amman; 4,8 miljoen inwoners (geschat 2002); overal in Jordanië wordt het ‘Jordaans’ of ‘Syrisch’ Arabisch gesproken; de munteenheid is de Jordaanse dinar; ruim 93% van de bevolking is de soennitische richting van de islam toegedaan en volgt daarin de sjafi‘itische rechtsschool; 3% zijn sji‘ieten; staatsinrichting: Aan het hoofd van het koninkrijk staat een constitutioneel monarch die onschendbaar is. De troonopvolging is erfelijk bepaald en voorbehouden aan mannen. De uitvoerende macht berust bij de Koning, die de minister-president benoemt en kan ontslaan en opperbevelhebber van het leger is, de wetgevende macht berust bij de Koning en de Nationale Vergadering; economie: mijnbouw, landbouw en toerisme


 

Petra

De grens bij AkabaEen verrassing voor iedereen

Vrijdag 30 oktober,
Voor aanvang van de reis naar Petra moest ik eerst twee aspirientjes slikken om enigszins normaal te kunnen functioneren. Van de reis naar de grens heb ik niets meegemaakt. Volgens de rest lag ik toen te snurken; zo erg, maar niemand durfde er ook maar iets van te zeggen.  Pas toen de Jordaanse grens (Arava Border) in het zicht was, werd ik  wakker. Toch een vreemde gewaarwording; je mag alleen maar lopend de grens over. Israëlische bussen mogen niet in Jordanië, hetzelfde geldt voor eten wat je meebrengt. Overigens geldt hetzelfde als je vanuit Jordanië naar Israël reist. Alle bagage moest open en werd gecontroleerd. Dit ging naar mijn mening vrij snel. Over de grens stond een Jordaanse bus klaar om ons naar Petra via de King's Highway te vervoeren. Ook van die reis heb ik weinig meegemaakt, al schijnt het dat we door de Wadi Mousa (de vallei van Mozes) zijn gereden, wat best wel indrukwekkend moest zijn geweest. Maar ja, de één pakt zijn schoonheidsslaapje ’s avonds, de ander pakt een extra uurtje ’s ochtends.

De SiqVanaf het vertrekpunt zijn we onder begeleiding van de Jordaanse gids Hani naar het begin van kloof, de Siq, gelopen die ons moet leiden naar de oude stad van Petra. Door de ongeveer 6 á 8 meter brede Siq liepen we dwars door de bergen. Dit is zo ongelofelijk indrukwekkend dat het haast onmogelijk is dit onder woorden te brengen; je loopt dwars door een kloof waar aan beide kanten de berg loodrecht omhoog schiet. Door recente opgravingen is een waterafvoer blootgelegd, die door de gehele Siq loopt. Daarnaast is een deel van de oude geplaveide weg ontdekt, waarvan archeologen denken dat de gehele Siq destijds geplaveid was. De verwachting is dat er nog meer ontdekkingen zullen worden gedaan naarmate het afgraven verder reikt. Zo'n 30 meter voor het einde van de kloof hielden we halt en vertelde onze gids dat er om de hoek een verrassing lag te wachten voor iedereen. Als je dan de laatste 30 meter aflegt zie je langzaam een enorm bouwwerk door het einde van de Siq steeds groter worden.

Aan het eind krijg je een volledig overzicht van de Khasneh Al Faroen (De schat van de Farao). Uit het roze/rood gesteente is deze tempel gehakt. Zo verschrikkelijk indrukwekkend dat hier echt geen woorden voor zijn behalve groots, imposant, kolossaal, adembenemend en machtig. Veertig meter hoog en puntgaaf. Waarvoor de Khasneh heeft gediend is tot op de dag van vandaag nog niet echt bekend. De meningen lopen uiteen.

Dat hier de nodige foto's genomen moesten worden spreekt voor zich. Na de uitleg van Hani, de foto's, het portretteren van Jack, de groepsfoto en het daadwerkelijk bezichtigen gingen we verder de binnensiq in.

Khasneh al FaroenHet was echt ongelofelijk en de vraag komt dan op, wie er in godsnaam op deze grote hoogte tempels c.q. graftombes heeft uitgehakt. Wat heeft deze mensen hier toe bewogen. De eerste vraag is makkelijk te beantwoorden, het waren de Nabateeërs, maar het waarom…. En dan te bedenken dat ze ongeveer tussen 400 en 300 voor Chr. geen normaal gereedschap hadden. Als je dan beseft dat de bouwwerken als het ware gepolijst zijn, wordt de architectonische prestatie alleen maar groter. Naast de Khasneh was ook het uitzicht op de diverse koningstombes (o.a. De Paleis Tombe, Corinthische Tombe en de Urnen Tombe) weergaloos. Jack merkte dan ook terecht op dat dit alles indrukwekkender was dan het Dal der Koningen. Zo mooi, zo groots zo.........

Na het bezichtigen gingen we in marstempo terug naar het startpunt. Door de hitte was het afzien en kwamen we enigszins doordrenkt bij het eindpunt aan. Hier moesten we nog dik een half uur wachten op de rest, waarna we met de bus naar een hotel gingen voor een ietwat late lunch. 

Na een meer dan goede lunch gingen we naar Mozes Spring. In een stenen hutje was een waterbak. Onze gids begon serieus het verhaal te vertellen van Mozes en het slaan met een stok op de rots, waarop enig moment water uitkwam, dit alles om de Joden te redden. Volgens de Jordaniërs speelde dit alles af op de plaats waar wij stonden. Dan praat je toch over een heilige plek, of niet. Niet dus, althans niet voor een lokale sloeber die tijdens het verhaal van de gids met een jerrycan binnen kwam lopen en die te midden van ongeveer 50 toeristen vulde in de Mozes Spring. Verbazing en hilariteit alom; voor ons hield het op en konden we het verhaal, en dus ook de gids, niet meer serieus nemen. 

De Koninklijke TombesNa dit meer dan hilarische moment ving de terugreis aan. De tocht die ons door onder andere de Wadi Rum (ooit had hier Lawrence van Arabië, volgens de overlevering ‘the man who liked it from behind’, zijn kampement) voerde heb ik persoonlijk niet meegemaakt; heerlijk geslapen. Voordat we de Arava grens overstaken kregen we nog een citytour door Akaba wat naar onze mening niet iets toevoegde aan deze excursie. Wat wel opviel was dat Akaba, in tegenstelling tot wat wij hadden verwacht, schoon was. De Jordaanse grenscontrole ging vrij snel. Daarentegen was het een drama bij de binnenkomst van Israël. Eerst werden we nutteloos ondervraagd (waar kom je vandaan, met wie, hoe, wat, waar ken je ze van.......) door de douane, die vrijwel alleen uit vrouwen bestond. Daarna door de metaaldetector waar Jack zelfs zijn schoenen moest uitdoen om er doorheen te komen om te eindigen bij de paspoortcontrole. Zo waren we, na nog eerst een definitieve eindcontrole bij de poort, na ongeveer drie kwartier op Israëlisch grondgebied.

 

Jeruzalem

De Israëliërs bereiken met Yad Vashem wat ze wilden bereiken

Zondag 2 november,
We werden vandaag om 07.00 uur opgepikt voor onze 2-daagse trip naar Jeruzalem. waar we onderweg nog zouden stoppen bij de Dode Zee. Van het eerste deel van de reis hebben we weinig meegemaakt. Dit was wel de snurkbus naar het heilige land, en dan hou je wel de boel de boel! Om 09.30 uur kwamen we aan bij Ein Bokek, een badplaats aan de Dode Zee. Uit de bus en je snel klaarmaken voor de ultieme zwemervaring.

Drijvend in de Dode ZeeHet is een onwerkelijke ervaring: je laten vallen en blijven drijven! Het is iets ongelofelijks en het was natuurlijk wachten op het moment dat André drijvend zijn zwembroek naar beneden zou trekken en ja hoor, hij stelde ons niet teleur. Binnen de kortste keer verscheen André’s zwembroek boven het water. Aan de rand van het water word je al gewaarschuwd om vooral geen slokje Dode Zeewater te proberen en dat er irritatie kan ontstaan bij wondjes. Ik moet eerlijk zeggen, ze hadden niet gelogen. Niet dat ik zo bijdehand ben geweest om te proeven maar het schaafplekje op mijn knie had ik liever niet gehad. Daarnaast is het water zo verschrikkelijk zout dat het een raar glad laagje vormt op je huid.

Na drie kwartier een baantje te hebben getrokken, het zout onder de douche van je afspoelen, was het tijd om verder te gaan. De bus, waarvan wij onderhand de achterkant in ons bezit hadden, werd gebruikt als drooghok; hier een handdoek, daar een sportbroekje etc. Een duidelijke afsplitsing in de groep had zich voorgedaan en daar waren wij niet rouwig om gezien de ruimte die wij tot onze beschikking hadden.

Onderweg in de Judea Woestijn passeerden we nog Massada, de rots waar Koning Herodus een paleis had laten bouwen en waar de Zeloten massaal zelfmoord pleegden tijdens de Romeinse belegering. 

Omdat er tijd over was, gingen we via een omweg naar de Wadi Kelt, waar het klooster  van St. George Choziba in de middle of nowhere in een kloof ligt.

Uitzicht op de oude stadNa deze tussenstop reden we vrij snel Jeruzalem vanuit het oosten binnen, door de Arabische Wijk om te eindigen op de Olijfberg. Vanaf hier hadden we een onbeschrijfelijk uitzicht op de oude stad van Jeruzalem. Voor ons op de Olijfberg lagen duizenden graven van Joden, Mohammedanen en Christenen, aangezien de Olijfberg de plaats is waar volgens deze gelovigen de wedergeboorte van hun profeet zal verschijnen. Aan de overkant zie je de ommuurde stad met de Rotsmoskee met de gouden koepel, de Al Aksa moskee (de derde heilige moskee volgens de Islam), het Tempelplein en de Leeuwenpoort. Een prachtig historisch gezicht!

Op de Olijfberg aan de rechterkant keken we op de 'Lieve heer weent' kerk en Gethsemane met de olijftuin, waar Jezus het laatste avondmaal gebruikte en werd gearresteerd. Via een afdaling liepen we naar de voet  van de Olijfberg waar vanaf we met de bus richting het restaurant reden om de lunch te nuttigen. Opvallend was het passeren van de vele jeugdige soldaten; volledig bewapend, zich gedragend alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Dat is het misschien in Israël, voor ons nuchtere Nederlander een vreemde gewaarwording.

Yad VashemNa het eten gingen we naar Yad Vashem, het gedenkcomplex waar de Joden de slachtoffers van de holocaust herdenken. En alsof het voorbestemd was, begon het ook nog eens te regenen. Als je door Yad Vashem loopt word je echt stil en ga je denken hoe dit ooit heeft kunnen gebeuren. Indrukwekkend is niet echt het juiste woord, maar toch. Vooral het gedenkteken voor de anderhalf miljoen vermoorde kinderen, de 'zaal der zieltjes', was in en in triest. Wat ook indruk maakte was de Rememberence Hall waar de koele cijfers van de holocaust werden getoond; het is echt niet voor te stellen dat de mensheid dit allemaal heeft laten gebeuren. De Israëliërs bereiken met Yad Vashem wat ze wilden bereiken: 'het gevoel van dit mag nooit meer gebeuren'. Emotioneel werd ik, en ik niet alleen, toen de gids haar, doorsnee (?!), verhaal van een joodsmeisje tijdens de tweede wereldoorlog vertelde. De gruwelijke schokkende voorstellingen zagen we in het museum. 

KlaagmuurHierna vertrokken we naar het Caesar hotel om in te checken en te eten. Na een meer dan goede avondmaaltijd gingen we op avondtour, waarvoor trouwens wel extra betaald moest worden. Als eerste stopten we bij de Munaron, de zeven-armige kandelaar, het nationale symbool van Israël tegenover de Knesset. Toen was het door naar de oude stad, die we betraden via de Zion-poort. Nu is de oude stad niet de juiste benaming, daar het joodse gedeelte na de verovering van Jeruzalem in 1967 in z'n geheel opnieuw is opgebouwd. Via opgravingen uit de byzantijnse tijd kwamen we bij de Klaagmuur. Een prachtige gezicht; de muur vol met orthodoxe joden gekleed in het zwart, biddend tot hun god. De Klaagmuur is voor de joden de plek waar ze het dichtste bij god zijn. Dit was tevens het einde van de rondrit.

Onderweg werden we afgezet in de 'binnenstad' van Jeruzalem om een biertje te drinken. Op het moment dat we opstonden keek de hele bus om met een blik van 'daar gaan ze weer, zeker bier drinken'. Het werd mijn inziens een persoonlijk drama. Geen normale kroeg te vinden, maar wel hele obscure tenten zoals The Underground (waar ik nog geen eens de bar durfde aan te raken) en The Blue Deep, onderhand beter bekend in het Haarlemse trekkerswereldje voor Avonturiers als 'De Blauwe Ster'. Dit was nog wel enigszins schoon maar zeker niet om over naar huis te schrijven. Alleen Jack vond het natuurlijk een topper en dat zet je te denken. Om 01.30 uur waren we, na een vrij snelle taxirit (ongeveer 80 km/uur door de binnenstad) met knalharde Madonna muziek, terug bij ons hotel.

 

Alsof je door het oude testament bladert

Orthodoxe Joden bij de KlaagmuurMaandag 3 november,
We zouden wat later beginnen was ons verteld; niet dus! Om 06.45 uur werden we wakker gebeld, ontbijten en 08.00 uur zaten we in de bus, waar we overigens nu een eigen (achter)ingang hadden! We begonnen bij 'Lieve heer weent' kerk  en Gethsemane; een indrukwekkende kerk met prachtig muurmozaïek.

Via de Mestpoort betraden we de oude stad om bij de Klaagmuur uit te komen. Het was een ander gezicht dan de avond daarvoor. Nu meer gevarieerd qua gelovigen en er waren enkele barmitswa's. Uniek en voor ons totaal niet voor te stellen, maar tekenend voor Israël, was een soldaat bij de Muur, volledig in trance, biddend met het kastje op zijn voorhoofd, leren bindsels om zijn linkerarm terwijl onder zijn bidhemd een pistool en een M 16 machinegeweer te zien was.

RotsmoskerrVanaf de Klaagmuur liepen we omhoog naar het Tempelplein, waar de Al Aksa-moskee (na de moskee in Mekka en Mecana de belangrijkste heilige moskee in de Islam) en de Rotsmoskee zich bevinden. Vooral de Rotsmoskee is indrukwekkend, met een schitterend interieur waarbij de Joodse en Christelijke kerken schril af steken. Voor de Rotsmoskee kregen we onze Joodse Gids uitleg over de vroege geschiedenis van het Tempelplein en de Rotsmoskee. Even een stukje geschiedenis: de Rotsmoskee is gebouwd op de plek waar Mohammed, gezeten op een gevleugeld paard naar de hemel opsteeg. In de moskee is een haar van de baard van Mohammed te bezichtigen; je kan je voorstellen dat dit voor de doorsnee Mohammedaan toch wel een behoorlijk religieuze plek is. Onze gids deed dit allemaal af als zijnde onzin; paarden vliegen niet en die haar kan van iedereen zijn. Hoe anders is de benadering van een Moslim. In de Rotsmoskee stond een Arabische gids zijn groep ook te vertellen over het opstijgen van Mohammed en benadrukte dit met de opmerking: “believe me, it’s the truth”. En dat is ook tegelijk het probleem van Jeruzalem. Een smeltpot van religies die elkaar niet het licht in de ogen gunnen.

Vanaf het Tempelplein hadden we een goed overzicht op de Olijfberg. Vanaf hier liepen we richting de Via Dolorosa. Hier volgden we de lijdensweg van Jezus, vanaf het begin, langs de negen staties, dwars door de Arabische wijk, tot aan de kerk van het Heilige Graf. In de kerk van het Heilige Graf hebben we de laatste vijf staties bezichtigd; de kruisigingsplek, de zalving steen en het graf van Jezus, de heiligste plek voor een Christene. Hoewel ik volkomen atheïst ben, moet ik eerlijk zeggen dat deze religieuze bezienswaardigheden wel een speciale uitwerking op mij hadden.

De Olijfberg, gezien door de GoudenpoortMet de bus gingen we na het verlaten van de oude stad naar Bethlehem waar we de geboortekerk van Jezus bezochten. In Bethlehem, wat tegenwoordig onder Palestijns zelfbestuur staat, nuttigden we ook de lunch. Na het eten stond een nutteloze, overbodige en commerciële excursie naar het NDC (diamantencentrum) op het programma. Op het scheppen van een bruine diamant door Dick na, was dit het grote dieptepunt van deze twee-daagse trip. Hier namen we afscheid van onze gids, een aardige vrouw, overtuigd van de Joodse zaak, scherp in de stelling Jood/Islam/Christenen. Misschien wel te scherp en te eenzijdig, maar wel kundig en een groot verteller.

Nadat onze buschauffeur de privé-ingang had geopend was het op weg naar Eilat. In een recordtijd reden we terug, waar wij overigens natuurlijk bijna niets van hebben meegemaakt want we zaten wederom in de snurkbus.

In ons hotel werd onder genot van een biertje en een vodka-jus het Joodse vraagstuk grondig doorgenomen. We kwamen tot dezelfde conclusie: lopen in Jeruzalem is alsof je door het oude testament bladert. Een smeltkroes van geloven die elkaar, zo op het eerste gezicht, ook nog verdragen. Als atheïst zijn de meeste heilige plaatsen gewoon mooie en indrukwekkende gebouwen, al hangt het geloof wel in de lucht. En ondanks de vele militairen hebben wij ons geen moment onveilig gevoeld.

 

Het vertrek vanuit het Heilige Land

Woensdag 5 november,
Om 13.30 uur werden we opgehaald voor de 50 minuten durende trip naar Ovda. De eerste grote tegenvaller was een feit. We zouden een tussenlanding maken op Tel Aviv, wat ons de nodige extra tijd zou kosten. De 2e tegenvaller was dat we niet bij elkaar zaten. Als klap op de vuurpijl waren de douane formaliteiten een groot drama; onnodig en buitengewoon irritant met natuurlijk het grootste slachtoffer André Vinke. Jack en ik waren er wel vrij snel doorheen. Quasi kwaad kijken, kort antwoorden en geen nadere uitleg geven was blijkbaar de oplossing. Zelf heb ik maar twee woorden gezegd: yes en Caesar, Jack deed vakkundig de rest van het werk. 

Uiteindelijk kwamen we 22.10 uur aan op Schiphol, het einde van een memorabele vakantie.

 

Middels de onderstaande link, word je de mogelijkheid geboden om het gehele verhaal, weliswaar zonder foto's, te lezen. Mocht je er nog geen genoeg van hebben, dan raad ik je het zeker aan!

Israël, het gehele verhaal

Go back to the top of the page

Kijk eens verder, want jij maakt wel degelijk het verschil
Steun

KWF KANKERBESTRIJDING


laatste update: 1 januari 2005

Copyright © 2004 - 2007 Michael Boelhouwer  All rights reserved