
De hoofdrolspelers:
Jack Boelhouwer
Theo Dekker
Dick Vinke
André Vinke
en Michael Boelhouwer





|
|
home>reisverhalen>israël
Believe me, it’s the truth
Israël, een vakantiebestemming waar je heden ten
dagen nog wel een tweede, derde en zelfs een vierde keer over zou
nadenken. In 1998, het jaar dat wij gingen, speelde het geweld niet;
althans, niet dat wij wisten. Toch blijft Israël een pracht
vakantiebestemming met zon, zee, strand, nachtleven en vooral veel
cultuur. Israël, Het Heilige Land, en dat merk je aan iedere stap die je
zet in Jeruzalem. Daarnaast is Eilat een perfecte uitvalbasis voor een
trip naar Petra, Jordanië; één van die plekjes ter wereld, waar je ooit
moet hebben gestaan!
Een onoverzichtelijk dagboek is de basis voor dit
verhaal. Aangezien ik destijds om een of andere onduidelijke reden de
belevenissen niet per dag beschreef, maar eerder, los van historische
volgorde, wat in mij op kwam, heeft het enige moeite gekost om de zaken op
een rij te kunnen zetten. Het is uiteindelijk gelukt en over het resultaat
ben ik meer dan tevreden: Israël & Jordanië was een gedenkwaardige
vakantie!
Tekst & foto's: Michael Boelhouwer
De grens over: Israël
Medinat Jisraeel (Hebreeuws); de nationale feestdag
wordt gevierd op de 5de Ijar, de onafhankelijkheidsdag (Jom Ha‘azmaoet)
ieder jaar wisselend; de hoofdstad is Jeruzalem; 6 miljoen inwoners
(geschat 2002); er zijn twee officiële talen: het (modern) Hebreeuws en
het Arabisch. Het modern Hebreeuws (ook wel Ivriet genoemd) wordt door
vrijwel de gehele joodse bevolking gesproken; de munteenheid is de sjekel;
van de bevolking hangt 82% het joodse geloof aan, ca. 14% de islam, 2,7%
het christendom en 1,7% van de bevolking zijn Druzen; staatsinrichting: de
republiek Israël is een parlementaire democratie. Als haar staatshoofd
fungeert een president. De uitvoerende macht berust bij de premier en de
andere ministers, die samen de regering vormen, de Knesset bezit
wetgevende macht en wordt gekozen voor vier jaar; economie: de
samenstelling van het bnp was in 2000 als volgt landbouw 4% (4%),
industrie, mijnbouw en bouwnijverheid 38% (29%), overheid, dienstverlening
en transport 58% (67%).
Ongebruikelijk
vertrek
Woensdag 29 oktober,
Het
was geen gewoonlijke start van een vakantie. Nadat we vorig jaar de
haast traditionele Ierse visvakantie hadden ingeruild voor een
‘visvakantie’ in een willekeurig zonnig land, waren we al andere
begintijden gewend, maar een vertrek om 03.30 uur ’s nachts hadden we
nog nooit meegemaakt; nu dus wel………
Nadat
ik mijn dagboek had herschreven tot iets wat voor een ieder leesbaar en
overzichtelijk was, kwam ik bij het nalezen erachter dat het reisverslag
onderhand uit 12 pagina bestond. Nu is dat op zich niet zo verwonderlijk,
ware het niet dat ongeveer 10 van de 12 pagina’s gingen over zon, zee,
strand, eten, drinken en vooral niets beleven behalve zon, zee, strand,
drinken en bovenal drinken. Plotseling schoten mijn gedachten naar een
opmerking die een vriendinnetje plaatste bij een soort gelijk reisverslag
vanuit Ecuador: “Wel geweldig dat je 4 pagina's vol kan kletsen over 4
dagen zuipen, beachen en kaarten!! (hoezo net een wijf?!)”
Die opmerking heeft mij ertoe gebracht om alleen de
culturele hoogtepunten te vermelden op deze reispagina. Mocht je nu echt
benieuwd zijn naar de zon-zee-strand-eet-en-drink-verhalen, aan het eind
van deze pagina wordt de mogelijkheid geboden om alle ins and outs,
weliswaar zonder foto’s, te lezen.
 Even de grens over: Jordanië
Al-Mamlakah al-Oerdoennijjah
al-Hasji-mijjah (Het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië), de nationale
feestdag is 25 mei (Onafhankelijkheidsdag); de hoofdstad is Amman; 4,8
miljoen inwoners (geschat 2002); overal in Jordanië wordt het
‘Jordaans’ of ‘Syrisch’ Arabisch gesproken; de munteenheid is de
Jordaanse dinar; ruim 93% van de bevolking is de soennitische richting van
de islam toegedaan en volgt daarin de sjafi‘itische rechtsschool; 3%
zijn sji‘ieten; staatsinrichting: Aan het hoofd van het koninkrijk staat
een constitutioneel monarch die onschendbaar is. De troonopvolging is
erfelijk bepaald en voorbehouden aan mannen. De uitvoerende macht berust
bij de Koning, die de minister-president benoemt en kan ontslaan en
opperbevelhebber van het leger is, de wetgevende macht berust bij de
Koning en de Nationale Vergadering; economie: mijnbouw, landbouw en
toerisme
Petra
Een verrassing voor iedereen
Vrijdag 30 oktober,
Voor aanvang van de reis naar Petra moest ik eerst twee aspirientjes
slikken om enigszins normaal te kunnen functioneren. Van de reis naar de
grens heb ik niets meegemaakt. Volgens de rest lag ik toen te snurken; zo
erg, maar niemand durfde er ook maar iets van te zeggen. Pas toen de
Jordaanse grens (Arava Border) in het zicht was, werd ik wakker. Toch een vreemde gewaarwording; je mag alleen maar lopend
de grens over. Israëlische bussen mogen niet in Jordanië, hetzelfde geldt
voor eten wat je meebrengt. Overigens geldt hetzelfde als je vanuit
Jordanië naar Israël reist. Alle bagage moest open en werd
gecontroleerd. Dit ging naar mijn mening vrij snel. Over de grens stond
een Jordaanse bus klaar om ons naar Petra via de King's Highway te
vervoeren. Ook van die reis heb ik weinig meegemaakt, al schijnt het dat
we door de Wadi Mousa (de vallei van Mozes) zijn gereden, wat best wel
indrukwekkend moest zijn geweest. Maar ja, de één pakt zijn
schoonheidsslaapje ’s avonds, de ander pakt een extra uurtje ’s
ochtends.
Vanaf
het vertrekpunt zijn we onder begeleiding van de Jordaanse gids Hani naar
het begin van kloof, de Siq, gelopen die ons moet leiden naar de oude stad
van Petra. Door de ongeveer 6 á 8 meter brede Siq liepen we dwars door de
bergen. Dit is zo ongelofelijk indrukwekkend dat het haast onmogelijk is
dit onder woorden te brengen; je loopt dwars door een kloof waar aan beide
kanten de berg loodrecht omhoog schiet. Door recente opgravingen is een
waterafvoer blootgelegd, die door de gehele Siq loopt. Daarnaast is een
deel van de oude geplaveide weg ontdekt, waarvan archeologen denken dat de
gehele Siq destijds geplaveid was. De verwachting is dat er nog meer
ontdekkingen zullen worden gedaan naarmate het afgraven verder reikt.
Zo'n 30 meter voor het einde van de kloof hielden we halt en vertelde onze
gids dat er om de hoek een verrassing lag te wachten voor iedereen. Als je
dan de laatste 30 meter aflegt zie je langzaam een enorm bouwwerk door het
einde van de Siq steeds groter worden.
Aan
het eind krijg je een volledig overzicht van de Khasneh Al Faroen (De
schat van de Farao). Uit het roze/rood gesteente is deze tempel gehakt. Zo
verschrikkelijk indrukwekkend dat hier echt geen woorden voor zijn behalve
groots, imposant, kolossaal, adembenemend en machtig. Veertig meter hoog
en puntgaaf. Waarvoor de Khasneh heeft gediend is tot op de dag van
vandaag nog niet echt bekend. De meningen lopen uiteen.
Dat hier de nodige
foto's genomen moesten worden spreekt voor zich. Na de uitleg van Hani, de
foto's, het portretteren van Jack, de groepsfoto en het daadwerkelijk
bezichtigen gingen we verder de binnensiq in.
Het was echt
ongelofelijk en de vraag komt dan op, wie er in godsnaam op deze grote
hoogte tempels c.q. graftombes heeft uitgehakt. Wat heeft deze mensen
hier toe bewogen. De eerste vraag is makkelijk te beantwoorden, het waren
de Nabateeërs, maar het waarom…. En dan te bedenken dat ze ongeveer
tussen 400 en 300 voor Chr. geen normaal gereedschap hadden. Als je dan
beseft dat de bouwwerken als het ware gepolijst zijn, wordt de
architectonische prestatie alleen maar groter. Naast de Khasneh was ook
het uitzicht op de diverse koningstombes (o.a. De Paleis Tombe,
Corinthische Tombe en de Urnen Tombe) weergaloos. Jack merkte dan ook
terecht op dat dit alles indrukwekkender was dan het Dal der Koningen. Zo
mooi, zo groots zo.........
Na
het bezichtigen gingen we in marstempo terug naar het startpunt. Door de
hitte was het afzien en kwamen we enigszins doordrenkt bij het eindpunt aan.
Hier moesten we nog dik een half uur wachten op de rest, waarna we met de
bus naar een hotel gingen voor een ietwat late lunch.
Na een meer dan goede
lunch gingen we naar Mozes Spring. In een stenen hutje was een waterbak.
Onze gids begon serieus het verhaal te vertellen van Mozes en het slaan
met een stok op de rots, waarop enig moment water uitkwam, dit alles om de
Joden te redden. Volgens de Jordaniërs speelde dit alles af op de plaats
waar wij stonden. Dan praat je toch over een heilige plek, of niet. Niet
dus, althans niet voor een lokale sloeber die tijdens het verhaal van de
gids met een jerrycan binnen kwam lopen en die te midden van ongeveer 50
toeristen vulde in de Mozes Spring. Verbazing en hilariteit alom; voor ons
hield het op en konden we het verhaal, en dus ook de gids, niet meer
serieus nemen.
Na dit meer dan
hilarische moment ving de terugreis aan. De tocht die ons door onder
andere de Wadi Rum (ooit had hier Lawrence van Arabië, volgens de
overlevering ‘the man who liked it from behind’, zijn kampement)
voerde heb ik persoonlijk niet meegemaakt; heerlijk geslapen. Voordat we
de Arava grens overstaken kregen we nog een citytour door Akaba wat naar
onze mening niet iets toevoegde aan deze excursie. Wat wel opviel was dat
Akaba, in tegenstelling tot wat wij hadden verwacht, schoon was. De
Jordaanse grenscontrole ging vrij snel. Daarentegen was het een drama
bij de binnenkomst van Israël. Eerst werden we nutteloos ondervraagd
(waar kom je vandaan, met wie, hoe, wat, waar ken je ze van.......) door
de douane, die vrijwel alleen uit vrouwen bestond. Daarna door de
metaaldetector waar Jack zelfs zijn schoenen moest uitdoen om er doorheen
te komen om te eindigen bij de paspoortcontrole. Zo waren we, na nog eerst
een definitieve eindcontrole bij de poort, na ongeveer drie kwartier op
Israëlisch grondgebied.
Jeruzalem
De Israëliërs bereiken met Yad Vashem wat ze wilden
bereiken
Zondag 2 november,
We werden vandaag om 07.00 uur opgepikt
voor onze 2-daagse trip naar Jeruzalem. waar we onderweg nog zouden
stoppen bij de Dode Zee. Van het eerste deel van de reis hebben we weinig
meegemaakt. Dit was wel de snurkbus naar het heilige land, en dan hou je
wel de boel de boel! Om 09.30 uur kwamen we aan bij Ein Bokek, een badplaats
aan de Dode Zee. Uit de bus en je snel klaarmaken voor de ultieme
zwemervaring.
Het
is een onwerkelijke ervaring: je laten vallen en blijven drijven! Het is
iets ongelofelijks en het was natuurlijk wachten op het moment dat André
drijvend zijn zwembroek naar beneden zou trekken en ja hoor, hij stelde
ons niet teleur. Binnen de kortste keer verscheen André’s zwembroek
boven het water. Aan de rand van het water word je al gewaarschuwd om
vooral geen slokje Dode Zeewater te proberen en dat er irritatie kan
ontstaan bij wondjes. Ik moet eerlijk zeggen, ze hadden niet gelogen. Niet
dat ik zo bijdehand ben geweest om te proeven maar het schaafplekje op
mijn knie had ik liever niet gehad. Daarnaast is het water zo
verschrikkelijk zout dat het een raar glad laagje vormt op je huid.
Na drie kwartier een
baantje te hebben getrokken, het zout onder de douche van je afspoelen,
was het tijd om verder te gaan. De bus, waarvan wij onderhand de
achterkant in ons bezit hadden, werd gebruikt als drooghok; hier een
handdoek, daar een sportbroekje etc. Een duidelijke afsplitsing in de
groep had zich voorgedaan en daar waren wij niet rouwig om gezien de
ruimte die wij tot onze beschikking hadden.
Onderweg in de Judea
Woestijn passeerden we nog Massada, de rots waar Koning Herodus een paleis
had laten bouwen en waar de Zeloten massaal zelfmoord pleegden tijdens de
Romeinse belegering.
Omdat er tijd over was,
gingen we via een omweg naar de Wadi Kelt, waar het klooster van St. George Choziba in de middle of nowhere in een kloof
ligt.
Na
deze tussenstop reden we vrij snel Jeruzalem vanuit het oosten binnen,
door de Arabische Wijk om te eindigen op de Olijfberg. Vanaf hier hadden
we een onbeschrijfelijk uitzicht op de oude stad van Jeruzalem. Voor ons
op de Olijfberg lagen duizenden graven van Joden, Mohammedanen en
Christenen, aangezien de Olijfberg de plaats is waar volgens deze
gelovigen de wedergeboorte van hun profeet zal verschijnen. Aan de
overkant zie je de ommuurde stad met de Rotsmoskee met de gouden koepel,
de Al Aksa moskee (de derde heilige moskee volgens de Islam), het
Tempelplein en de Leeuwenpoort. Een prachtig historisch gezicht!
Op de Olijfberg aan de
rechterkant keken we op de 'Lieve heer weent' kerk en Gethsemane met de
olijftuin, waar Jezus het laatste avondmaal gebruikte en werd
gearresteerd. Via een afdaling liepen we naar de voet van de Olijfberg waar vanaf we met de bus richting het restaurant
reden om de lunch te nuttigen. Opvallend was het passeren van de vele
jeugdige soldaten; volledig bewapend, zich gedragend alsof het de
normaalste zaak van de wereld was. Dat is het misschien in Israël, voor ons
nuchtere Nederlander een vreemde gewaarwording.
Na
het eten gingen we naar Yad Vashem, het gedenkcomplex waar de Joden de
slachtoffers van de holocaust herdenken. En alsof het voorbestemd was,
begon het ook nog eens te regenen. Als je door Yad Vashem loopt word
je echt stil en ga je denken hoe dit ooit heeft kunnen gebeuren.
Indrukwekkend is niet echt het juiste woord, maar toch. Vooral het
gedenkteken voor de anderhalf miljoen vermoorde kinderen, de 'zaal der
zieltjes', was in en in triest. Wat ook indruk maakte was de Rememberence
Hall waar de koele cijfers van de holocaust werden getoond; het is echt
niet voor te stellen dat de mensheid dit allemaal heeft laten gebeuren. De
Israëliërs bereiken met Yad Vashem wat ze wilden bereiken: 'het gevoel
van dit mag nooit meer gebeuren'. Emotioneel werd ik, en ik niet alleen,
toen de gids haar, doorsnee (?!), verhaal van een joodsmeisje tijdens de
tweede wereldoorlog vertelde. De gruwelijke schokkende voorstellingen
zagen we in het museum.
Hierna
vertrokken we naar het Caesar hotel om in te checken en te eten. Na een
meer dan goede avondmaaltijd gingen we op avondtour, waarvoor trouwens wel
extra betaald moest worden. Als eerste stopten we bij de Munaron, de zeven-armige kandelaar, het nationale symbool van Israël tegenover de
Knesset.
Toen was het door naar de oude stad, die we betraden via de Zion-poort. Nu
is de oude stad niet de juiste benaming, daar het joodse gedeelte na de
verovering van Jeruzalem in 1967 in z'n geheel opnieuw is opgebouwd. Via
opgravingen uit de byzantijnse tijd kwamen we bij de Klaagmuur. Een
prachtige gezicht; de muur vol met orthodoxe joden gekleed in het zwart,
biddend tot hun god. De Klaagmuur is voor de joden de plek waar ze het
dichtste bij god zijn. Dit was tevens het einde van de rondrit.
Onderweg werden we
afgezet in de 'binnenstad' van Jeruzalem om een biertje te drinken. Op het
moment dat we opstonden keek de hele bus om met een blik van 'daar gaan ze
weer, zeker bier drinken'. Het werd mijn inziens een persoonlijk drama.
Geen normale kroeg te vinden, maar wel hele obscure tenten zoals The
Underground (waar ik nog geen eens de bar durfde aan te raken) en The Blue
Deep, onderhand beter bekend in het Haarlemse trekkerswereldje voor
Avonturiers als 'De Blauwe Ster'. Dit was nog wel enigszins schoon maar
zeker niet om over naar huis te schrijven. Alleen Jack vond het natuurlijk
een topper en dat zet je te denken. Om 01.30 uur waren we, na een vrij snelle
taxirit (ongeveer 80 km/uur door de binnenstad) met knalharde Madonna
muziek, terug bij ons hotel.
Alsof je door het oude testament bladert
Maandag
3 november,
We zouden wat later beginnen was ons
verteld; niet dus! Om 06.45 uur werden we wakker gebeld, ontbijten en
08.00 uur zaten we in de bus, waar we overigens nu een eigen
(achter)ingang hadden! We begonnen bij 'Lieve heer weent' kerk en
Gethsemane; een indrukwekkende kerk met prachtig muurmozaïek.
Via de Mestpoort
betraden we de oude stad om bij de Klaagmuur uit te komen. Het was een
ander gezicht dan de avond daarvoor. Nu meer gevarieerd qua gelovigen en
er waren enkele barmitswa's. Uniek en voor ons totaal niet voor te
stellen, maar tekenend voor Israël, was een soldaat bij de Muur, volledig
in trance, biddend met het kastje op zijn voorhoofd, leren bindsels om
zijn linkerarm terwijl onder zijn bidhemd een pistool en een M 16
machinegeweer te zien was.
Vanaf
de Klaagmuur liepen we omhoog naar het Tempelplein, waar de Al Aksa-moskee
(na de moskee in Mekka en Mecana de belangrijkste heilige moskee in de
Islam) en de Rotsmoskee zich bevinden. Vooral de Rotsmoskee is
indrukwekkend, met een schitterend interieur waarbij de Joodse en
Christelijke kerken schril af steken. Voor de Rotsmoskee kregen we onze
Joodse Gids uitleg over de vroege geschiedenis van het Tempelplein en de
Rotsmoskee. Even een stukje geschiedenis: de Rotsmoskee is gebouwd op de
plek waar Mohammed, gezeten op een gevleugeld paard naar de hemel opsteeg.
In de moskee is een haar van de baard van Mohammed te bezichtigen; je kan
je voorstellen dat dit voor de doorsnee Mohammedaan toch wel een
behoorlijk religieuze plek is. Onze gids deed dit allemaal af als zijnde
onzin; paarden vliegen niet en die haar kan van iedereen zijn. Hoe anders
is de benadering van een Moslim. In de Rotsmoskee stond een Arabische gids
zijn groep ook te vertellen over het opstijgen van Mohammed en benadrukte
dit met de opmerking: “believe me, it’s the truth”. En dat is ook
tegelijk het probleem van Jeruzalem. Een smeltpot van religies die elkaar
niet het licht in de ogen gunnen.
Vanaf
het Tempelplein hadden we een goed overzicht op de Olijfberg. Vanaf hier
liepen we richting de Via Dolorosa. Hier volgden we de lijdensweg van
Jezus, vanaf het begin, langs de negen staties, dwars door de Arabische
wijk, tot aan de kerk van het Heilige Graf. In de kerk van het Heilige
Graf hebben we de laatste vijf staties bezichtigd; de kruisigingsplek, de
zalving steen en het graf van Jezus, de heiligste plek voor een Christene. Hoewel ik volkomen atheïst ben, moet ik eerlijk zeggen dat
deze religieuze bezienswaardigheden wel een speciale uitwerking op mij
hadden.
Met de bus gingen we na het
verlaten van de oude stad naar Bethlehem waar we de geboortekerk van Jezus
bezochten. In Bethlehem, wat tegenwoordig onder Palestijns zelfbestuur
staat, nuttigden we ook de lunch. Na het eten stond een nutteloze,
overbodige en commerciële excursie naar het NDC (diamantencentrum) op het
programma. Op het scheppen van een bruine diamant door Dick na, was dit
het grote dieptepunt van deze twee-daagse trip. Hier namen we afscheid van
onze gids, een aardige vrouw, overtuigd van de Joodse zaak, scherp in de
stelling Jood/Islam/Christenen. Misschien wel te scherp en te eenzijdig,
maar wel kundig en een groot verteller.
Nadat onze buschauffeur
de privé-ingang had geopend was het op weg naar Eilat. In een recordtijd
reden we terug, waar wij overigens natuurlijk bijna niets van hebben
meegemaakt want we zaten wederom in de snurkbus.
In ons hotel werd onder
genot van een biertje en een vodka-jus het Joodse vraagstuk grondig
doorgenomen. We kwamen tot dezelfde conclusie: lopen in Jeruzalem is alsof
je door het oude testament bladert. Een smeltkroes van geloven die elkaar,
zo op het eerste gezicht, ook nog verdragen. Als atheïst zijn de meeste
heilige plaatsen gewoon mooie en indrukwekkende gebouwen, al hangt het
geloof wel in de lucht. En ondanks de vele militairen hebben wij ons geen
moment onveilig gevoeld.
Het vertrek vanuit het Heilige Land
Woensdag 5 november,
Om 13.30 uur werden we
opgehaald voor de 50 minuten durende trip naar Ovda. De eerste grote
tegenvaller was een feit. We zouden een tussenlanding maken op Tel Aviv,
wat ons de nodige extra tijd zou kosten. De 2e tegenvaller was dat we niet
bij elkaar zaten. Als klap op de vuurpijl waren de douane formaliteiten een
groot drama; onnodig en buitengewoon irritant met natuurlijk het grootste
slachtoffer André Vinke. Jack en ik waren er wel vrij snel doorheen.
Quasi kwaad kijken, kort antwoorden en geen nadere uitleg geven was
blijkbaar de oplossing. Zelf heb ik maar twee woorden gezegd: yes en
Caesar, Jack deed vakkundig de rest van het werk.
Uiteindelijk kwamen we 22.10 uur aan op Schiphol, het einde van een memorabele vakantie.
Middels de onderstaande link, word je de
mogelijkheid geboden om het gehele verhaal, weliswaar zonder foto's, te
lezen. Mocht je er nog geen genoeg van hebben, dan raad ik je het zeker
aan!
Israël,
het gehele verhaal
Go back to the
top of the page
|