Vietnam,Cambodja & Thailand 2002/2003 

Around the world I Australië I Cambodja I China I Cuba I Ecuador I Egypte I Israël I Mexico/Guatemala I Myanmar I Peru I Thailand I Verenigde Staten I Vietnam I Vietnam/Cambodja I Zuidelijk Afrika I Zuidoost Azië
New York
Home I Foto's I Gastenboek I Reisverhalen I Links I Need your support

De hoofdrolspelers:
Jack Boelhouwer
Debbie Ongena
Dick Vinke
en André Vinke

 

 

home>reisverhalen>vietnam, cambodja & thailand 2003

Het leven is nog niet zo slecht

Zuidoost Azië, van oost naar west. Drie landen, all same same but different. Per boot door de Mekong Delta: het groene hart van Vietnam. De Khmer tempels van Angkor, de hoofdstad van het oude Cambodja. Cambodja waar het toerisme nog moet doordringen. De Thaise eilanden, het middelpunt van relaxedheid en feesten, waar het toerisme hoogtij viert. Drie landen, van oost naar west, teveel tegenstellingen.....

Om het thuisfront enigszins op de hoogte te houden over zijn wel en wee, heeft Jack waar mogelijk intensief e-mailverkeer gehad. Dit heeft er mede toe geleid dat van de gehele reis de gebeurtenissen opgetekend zijn. Na terugkomst zijn de mailtjes herschreven. Ik kan niet veel meer zeggen dan: geniet!

Foto's & tekst: Jack Boelhouwer

 

Het reisschema van dag tot dag
    7 december: Amsterdam - Frankfurt - Bangkok
    8 december: Bangkok
    9 december: Bangkok - Ho Chi Minh City
  10 december: Ho Chi Minh City - Chau Doc
  11 december: Chau Doc - Cantho 
  12 december: Cantho - Mytho 
  13 december: Mytho - Ho Chi Minh City 
  14 december: Ho Chi Minh City
  15 december: Ho Chi Minh City - Phnom Penh
  16 december: Phnom Penh 
  17 december: Phnom Penh - Siem Reap
  18 december: Siem Reap 
  19 december: Siem Reap - Bangkok - Koh Chang
  20 december: Koh Chang
  21 december: Koh Chang
  22 december: Koh Chang
  23 december: Koh Chang - Koh Samet
  24 december: Koh Samet
  25 december: Koh Samet
  26 december: Koh Samet
  27 december: Koh Samet
  28 december: Koh Samet - Pattaya
  29 december: Pattaya
  30 december: Pattaya
  31 december: Pattaya
         1 januari: Pattaya
         2 januari: Pattaya
         3 januari: Pattaya
         4 januari: Pattaya
         5 januari: Pattaya - Bangkok - Sydney

Azië

Van 7 december 2002 tot 5 januari 2003 gaat de reis door Azië. Achtereenvolgens komen Vietnam, Cambodja en Thailand aan bod.

Vietnam bezoek ik eigenlijk om mijn reis uit 1998 af te maken. Toen ben ik in Hanoi begonnen en geëindigd in Ho Chi Minh City en was er simpelweg helaas onvoldoende tijd om de Mekong Delta op de juiste manier te bezoeken.

Cambodja is voor mij een nieuwe bestemming. Met Angkor, een plek die reeds geruime tijd op mijn lijst staat, binnen de landsgrenzen is het tevens een logisch station op weg naar Thailand waar ik de feestdagen eindelijk eens onder tropische omstandigheden zal doorbrengen.

7 december 2002

Vandaag begint na Afrika en Zuid-Amerika het laatste gedeelte van mijn reis welke mij door Azië, Australië en Noord-Amerika zal leiden. Over bijna drie maanden, om precies te zijn 80 dagen, op 24 februari 2003 kom ik om 09.35 uur terug in Amsterdam.

De reis begint met een vlucht van 1½ uur van Amsterdam naar Frankfurt. Op Frankfurt International Airport heb ik een wachttijd van drie uur. Deze tijd breng ik door met een biertje in een bar. De vlucht naar Bangkok met THAI (THai Airways International) duurt elf uur en is, met dank aan Mandy, zeer comfortabel.

 

8 december 2002

Om 08.00 uur kom ik aan op Don Muang, Bangkok International Airport. De Douane en het verkrijgen van bagage gaat, zoals gewoonlijk, zeer snel. Ik neem de taxi naar het Plaza Hotel, waar ik om 10.00 uur arriveer. Het is, ook zoals gewoonlijk, warm en zeer benauwd. Het spreekwoordelijke dekbedje overvalt je direct.

Na het inchecken ga ik 's middags op pad. Eerst traditioneel bij Silom Village lunchen en dan met de boottaxi over de Chao Praya richting Wat Pra Kao. Eigenlijk wil ik wat aanvullende foto's nemen, maar vanwege het slechte weer, snel overslaand naar langdurig regen, komt het er niet van. Nadat het droog is ga ik op de terugweg op het terras van het Oriental Hotel wat relaxen. Doet me direct denken aan een goede vakantie met Mike, André en Dick.

's-Avonds ga ik richting het welbekende Patpong om een biertje te drinken.


De grens over: Vietnam

Viêt Nam Công Hòa Xa Hôi Chu’ Nghiã (Socialistische Republiek Vietnam); de nationale feestdag is 2 september; de hoofdstad is Hanoi; 74,5 miljoen inwoners; de officiële taal is het Vietnamees; de munteenheid is de dong (VND); de drie traditionele religies zijn het boeddhisme (Mahayana-boeddhisme), waartoe ca. 55% van de bevolking behoort, het tauïsme en het confucianisme; staatsinrichting: de nieuwe grondwet betekende een radicale breuk met de oude, communistische grondwet van 1980, hoewel de leidende rol van de Communistische Partij van Vietnam (CPV) gehandhaafd bleef, werd de macht van de Nationale Assemblée (het parlement), de premier en zijn kabinet, en de president aanzienlijk uitgebreid; economie: aardolie en -gas, bosbouw- en visserijproducten en in toerisme.


 

9 december 2002

Om 06.30 uur ga ik met de taxi naar het vliegveld. Om 08.50 uur vertrekt het vliegtuig richting Vietnam om uiteindelijk één uur later in Ho Chi Minh City (Saigon) te landen.

The streets of HCM CityHo Chi Minh City is met bijna vijf miljoen inwoners de grootste stad van Vietnam maar niet de politieke hoofdstad. Dat is Hanoi. Ho Chi Minh is wel de culturele en commerciële hoofdstad. Vanwege de koloniale huizen en de brede straten met baguettestalletjes hangt in de stad een plezierige Aziatisch-Franse sfeer.

Van mijn vorig bezoek met Mike, André en Dick weet ik nog dat de Douane een tijdje zal duren, maar dit slaat alles! Om 12.30 uur kan ik door en, uiteraard, staat mijn bagage al klaar. Maar dat is ook het geval voor de overige honderden mensen die nog bij de Douane staan. Wat een puinzooi, tassen, koffers, rugzakken, dozen en fietsen verspreid over de hele hal, soms opgestapeld, soms zo maar ergens neer gesmeten. Het kost me uiteindelijk een half uur om mijn rugzak terug te vinden. Is dit nu Vietnamese efficiency????

Ik neem direct een taxi. Van André heb ik een kaartje gehad van Nhu Lan, een, volgens hem, goed hotel. Het kaartje laat ik aan de taxichauffeur zien. Deze verzekert mij echter dat het hotel niet meer bestaat. Vanwege herbebouwing is de gehele wijk afgebroken. Dit geldt trouwens ook voor het Sinhcafé. Maar, niet getreurd hij weet gelukkig nog een ander, ja zelfs beter hotel met verschrikkelijk aardige mensen, hele mooie kamers en in een zeer goede buurt. Kan niet beter, ik ben, volgens hem, bij de juiste Vietnamees terecht gekomen en heb meteen een vriend voor het leven. Uiteraard, ik ben tenslotte al eerder in Ho Chi Minh City geweest, vertrouw ik hem niet maar dat kan ik hem niet goed duidelijk maken. Mijn Vietnamees laat me duidelijk in de steek! Echter, mijn strategie is al bepaald dus ik laat me gewoon bij "zijn" hotel afzetten. Ziet er goed uit, maar toch. Als ik de kamer ga bekijken heb ik mijn Planet al bij de hand. De receptioniste, een klein Vietnamees vrouwtje, loopt met me mee om de kamer te tonen. Op de kamer laat ik haar een platte grond van Ho Chi Minh City zien, en wijs aan waar ik eigenlijk naar toe wil. Zij spreekt een klein beetje Engels. Precies genoeg om mij te helpen. Waar ik naar toe wil is volgens haar geen enkel probleem. Het toeval wil dat het hotel niet alleen van een familielid is maar dat haar hotel ook nog eens tot de filialen van Sinhcafé behoord. Terug in de lobby heeft mijn bedriegende taxivriend mijn rugzak reeds binnengebracht en is juist met de hoteleigenaar zijn commissie aan het afrekenen. Helaas, vette pech voor hem. Verwijzend naar het meisje confronteer ik hem met het feit dat hij, laat ik het netjes zeggen, niet de waarheid heeft verteld. Stotterend en met grote tegenzin sleept hij mijn rugzak weer naar de auto. Binnen vijf minuten sta ik in de lobby van het juiste hotel. Ik geef hem vijf dollar voor de rit, twee dollar te weinig maar dat is, wat mij betreft, “part of the game”.

André heeft absoluut niet overdreven. Goed hotel, goede kamer, verschrikkelijk aardige mensen en uiterst goede locatie, direct om de hoek bij het Sinhcafé. Ik check in en ga naar het Sinhcafé. Hier boek ik een vierdaagse tour naar de Mekong Delta voor maar US$25. Een absolute prijzenpakker, want daarvoor heb ik drie overnachtingen en vier dagen vervoer, zowel over land als over water. Een authentieke backpacker kan geen betere deal sluiten.

In Nederland hebben André, Dick en ik al afgesproken om per boot van Ho Chi Minh City naar Phnom Penh te gaan. Helaas is het verkrijgen van een visum voor entree over land in Cambodja in het weekend niet mogelijk. Om onnodig tijdverlies te voorkomen regel ik drie vliegtickets, van Ho Chi Minh City naar Phnom Penh. Voor mezelf heb ik aanvullend nog een vlucht van Siem Reap naar Bangkok aangeschaft. Overigens was de keuze simpel. Of 15 tot 18 uur per bus naar Koh Chang of 1 uur vliegen en 4 uur bus. Maar ik vind het ook leuk om Debbie van het vliegveld op te halen.

's Avonds doe ik geen domme dingen met mijn tijd. Ik ga naar de Allez-Boo, de meest gezellige bar in de omgeving van het Sinhcafé. Hier loop ik tegen een paar Canadezen aan die de volgende dag met mij dezelfde trip maken.

 

10 december 2002

Om 08.00 uur ben ik bij Sinhcafé aanwezig. De trip naar de Mekong Delta, de vruchtbaarste en dichtstbevolkte regio van Vietnam, begint. Het blijkt een leuke internationale groep te zijn: Noren, Australiërs, Zwitsers, Canadezen, Japanners en een Hollander, ik dus. Vanuit Ho Chi Minh City vertrekken we eerst naar My Hiep. Een busrit van drie uur. Daar varen we met een uitgeholde boomstam door Rung Tram, één van de laatste oorspronkelijke regenwouden in Vietnam. Tijdens de Amerikaanse oorlog was dit de plaats van Xeo Quyt, een militaire basis van de Vietcong op nog geen twee kilometer van een Amerikaanse militaire basis. Hier verbleven tien Vietcong generaals die verantwoordelijk waren voor het gehele offensief tegen de Amerikanen. Enkel als je er door heen vaart, overigens de enige manier om er te komen, kan je pas beseffen dat het, in ieder geval voor ons westerlingen, een ondoordringbaar stukje aarde is. Apart. Hierna gaat de bus door naar Chau Doc. Chau Doc (99.000 inwoners) ligt aan de Cambodjaanse grens. Hier overnachten we.

 

11 december 2002

Om 07.30 uur bezoeken we de drijvende huizen van Chau Doc. Met een roeiboot “Vietnamese stijl”, een Vietnamees staat achterop en roeit staand kruislings twee peddels, worden we rondgeleid. Onder deze drijvende huisjes, meestal volgens Vietnamese traditie bewoond door vier generaties, bevinden zich stalen kooien waarin vis wordt gekweekt in de eigen natuurlijke omgeving. Deze vis, gehouden voor de verkoop, eet zogezegd met de familie mee want het wordt gevoed met allerlei "leftover". Het is waarschijnlijk overbodig te vermelden dat het er verschrikkelijk naar vis stinkt. Lekker wonen. Ook een, nietszeggend, bezoek aan een Cham dorp staat op het programma.

In de middag bezoeken we een tweetal pagodes. Eén van de twee, Chua Xu, ligt hoog tegen een berg, Nui Sam. Dat is klimmen geblazen bij 30 graden Celsius, maar het is het waard. Op de top heb je een prachtig zicht over het grensgebied met Cambodja.

Hierna rijden we door naar Cantho, met 330.000 inwoners de grootste stad en tevens centrum van de Mekong Delta. Een uitgebreid kanalen- en rivierensysteem zorgt voor verbinding met de gehele delta. Hier overnachten we in het Saigon Pink Hotel. Teleurstellend is dat alles circa 22.30 uur gesloten is.

 

12 december 2002

Vroeg opstaan wordt een gewoonte. Om 07.00 uur beginnen we met een bezoek aan Cai Rang (6 km buiten Cantho), de grootste drijvende markt van de Mekong Delta. Een absolute bezienswaardigheid. Ik zie honderden bootjes, groot, klein, gemotoriseerd, met zeil en zelfs een vlot op olievaten met een tent erop. Indrukwekkend! Wat het ook leuk maakt is dat er bijna geen toeristen zijn.

In het midden van de markt stappen we over op een ietwat grotere boot voor een tocht door het uitgebreide netwerk van rivieren en kanalen. Wat volgt zijn onafzienbare rijstvelden, afgewisseld door suikerriet-, kokosnoot- en fruitplantages. Het grootste deel van het dagelijks leven speelt zich op en langs het water af. Vietnamezen die leven, met een gezin, in een roeiboot, die een dag later wordt gebruikt om te vissen of groente te verkopen. Of je ziet een vrouw de was doen, een tiental meter verder staat een gezin in het water zich uitgebreid in te soppen terwijl iets verderop het eten voor de dag wordt gewassen. Wat een taferelen. Een adembenemende tocht van vijf uur.

De boottocht eindigt in de buurt van Tam Nong. Hierna vertrekken we met de bus naar Mytho (169.000 inwoners). Circa 20.00 uur komen we daar aan. Hier overnachten we. 's Avonds drink ik nog een lekker biertje. Alhoewel hier al meer te doen is dan in Chau Doc is het onmogelijk om het later dan 24.00 uur te maken.

 

13 december 2002

Eindelijk. Een ochtend vrij. Vrij om te doen en laten wat je wilt. Niets op het programma. Ik kies ervoor om eerst lekker wat langer op bed te blijven om dan later nog een uurtje door Mytho te lopen. Uiteindelijk vertrekken we om 12.00 uur richting Ho Chi Minh City waar ik circa 15.00 uur wederom mijn intrek neem in Nhu Lan Hotel. Ik regel meteen ook een kamer voor André en Dick die deze middag arriveren. Zij vliegen via Singapore naar Ho Chi Minh City. We hebben om 17.00 uur afgesproken in het Sinhcafé, een voor ons logisch meetingpoint. Ik zit net een half uurtje aan het bier als zij, in tegenstelling tot wat ik had verwacht, beiden fit binnenstappen.

Het weerzien is hartverwarmend. Het is direct ouwe-jongens-krentenbrood en de flessen komen dan ook direct op tafel. Het is te gezellig en we verliezen de tijd uit het oog. Dit wordt duidelijk op het moment dat de eigenaar van ons hotel komt kijken waar ik blijf met de gasten voor de gereserveerde kamer. Hij wil deze namelijk doorverhuren daar hij niet meer gelooft dat iemand komt. Het is grappig en aandoenlijk tegelijk om het moment van wederzijdse herkenning mee te maken. De eigenaar, een klein Vietnamees mannetje, springt direct Dick om de nek en geeft André een por van vriendschap. Hij is "velly appy" om “his fliends” terug te zien.

's Avonds gaat het feest door en hangen wij rond in de vermaarde uitgaansbuurt rond om het Sinhcafé. Biertje hier, biertje daar en later nog een likje Wodka-Redbull. André merkt overigens al snel op dat hij het idee heeft dat er een razzia heeft plaatsgevonden onder de vrouwelijke employees. Er is er dus bijna geen enkele te zien! Rond de klok van 03.00 uur gaat het licht uit. De eerste stap is gezet.

 

14 december 2002

Bij het wakker worden is een driekoppige punthoofd onze beloning. Waarschijnlijk hadden we dit al voorzien want we hebben in Nederland al besloten dat we de eerste zaterdag zouden gebruiken om te relaxen. André en Dick weten precies de plek waar we dat kunnen doen. Dus op naar The International Club, een healthclub met zwembad, sauna en stoombad. Overigens blijkt tijdens de taxirit dat het straatbeeld niet is veranderd. Het is nog steeds een wirwar van brommertjes met hier en daar een auto.

De temperaturen zijn van dien aard dat zitten of lopen in de zon op sommige momenten niet te doen is. Dus een dip in the pool is voor ons een zegening. Liggend op een bedje, in de schaduw met een biertje, maakt het leven op dit soort momenten wel erg aangenaam.

's Avonds blijft Dick in het hotel achter. Hij voelt zich niet geheel fit en heeft wat slaap nodig. André en ik verplaatsen ons, uit nostalgie, naar de Apocolypse Now, een bar die wij al in het verleden hebben verkend. Hier is het gigantisch druk. Niet alleen met feestende toeristen maar ook met een flink aantal vrouwelijke Vietnamese kleine zelfstandigen. We horen nu, zoals André al heeft opgemerkt, dat er inderdaad vanuit de regering is ingegrepen. Dus nachtclubs zijn na 01.00 uur gesloten en slechts enkele kleine barretjes in de "toeristenzone" mogen open blijven. Om 04.00 uur zijn we dan toch gedwongen om te stoppen met het stimuleren van de plaatselijke economie. Het vliegtuig naar Phnom Penh gaat deze ochtend namelijk nogal vroeg.

Heb je nog niet genoeg foto's van Vietnam gezien, volg dan de onderstaande link naar de fotopagina van Vietnam voor extra foto's.

Meer foto's Vietnam

 


De grens over: Cambodja

Preah Réchéanachâkr Kampuchea (het Koninkrijk Kampuchea); nationale feestdagen zijn 9 november (Onafhankelijkheidsdag), en 13 april (het traditionele nieuwjaarsfeest); de hoofdstad is Phnom Penh; 11,4 miljoen inwoners (geschat 2002); de officiële taal is het Khmer; de munteenheid is de riel; ca. 90% van de bevolking hangt het boeddhisme aan (sinds 1989 weer staatsgodsdienst).; staatsinrichting: volgens de grondwet is Cambodja een constitutionele monarchie met een democratisch meerpartijensysteem; economie: steunt voornamelijk op de landbouw


 

15 december 2002

Na een vlucht van 30 minuten komen we aan in Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja. Phnom Penh, met bijna één miljoen inwoners, is de culturele, commerciële en politieke hoofdstad van Cambodja. Gelegen aan een driesprong van rivieren, waaronder de onvermijdelijke Mekong, is de ligging van de stad prachtig. De Franse invloed is hier duidelijk te zien aan de breed ontworpen boulevards en villa’s. Ook aan de mogelijkheid om op terrassen een croissantje of baguette te bestellen is de Franse slag herkenbaar. Verrassend is te zien dat de stad zowel druk door auto’s, brommers en cyclos bereden wegen heeft als rustige kleine zandweggetjes (!). Het geheel is stedelijk maar doet landelijk rijk aan. Het Koninklijk Paleis heeft een prominente plaats in het straatbeeld. De mensen zijn, zoals bijna overal in Azië, zeer vriendelijk.

Onze residentie is het Riverstreet Hotel. We hebben een mooie, ruime kamer met drie kingsize bedden, een goede badkamer en uitzicht over de Mekong. En dit alles voor US$25 per dag. Voor ons, rijke Europeanen, is het niet goed dat in het dagelijkse leven de Amerikaanse dollar gebruikt. Hierdoor is alles ten opzichte van bijvoorbeeld Vietnam twee tot driemaal zo duur.

In de middag, terwijl we op terras zitten, regelen we de tocht per expressboot naar Siem Reap (US$25). ’s Avonds wordt het vervoer voor de volgende dag naar Choeung Ek (één van de beruchte Killing Fields) geregeld. Eén van de obers van de bar annex restaurant van ons hotel is namelijk een, zoals hij dat zelf noemt, "businessman". Niet alleen verzorgt hij het eten, drinken of vrouwelijk schoon maar hij verzorgt ook vervoer in en rond Phnom Penh. Hij en zijn vrienden hebben namelijk brommertjes waarmee ze ons wel willen rondrijden. Voor US$10 kunnen wij de hele dag van hun diensten gebruik maken.

’s Avonds blijven we hangen in de bar op de eerste verdieping van het hotel. Zittend op barkrukken, leunen we op een stenen balustrade en kijken we uit over de oever van de Mekong. Het is druk op straat. Brommertjes en auto’s rijden af en aan en langs de rivier krioelt het van de voetgangers. Hier volgen we per SMS, door Jaap en Terry verzorgt, de wedstrijd Ajax - PSV. Op het moment dat wij, met onze Vietnamese businessman, bij de goal voor 2-2 snel nog wat extra te drinken bestellen en de polonaise inzetten, komt de klap hard aan bij 2-3. Leuk hoor die techniek, maar deze klap kwam dubbel aan.

 

16 december 2002

Vandaag gaan we cultureel op pad. Om 10.00 uur worden we door onze ober en zijn vrienden per brommer opgehaald. We rijden in één uur naar het Choeung Ek Memorial, de erfenis van Ome Pot. De rit is een onbeschrijfelijk avontuur. Drie kleine Cambodjaantjes met drie grote gezonde Hollandse jongens achterop, rijdend over dirtroads, slingerend tussen regengaten, ondertussen tegenliggers, mensen die oversteken en al het mogelijke loslopend vee ontwijkend. Helemaal top. En dan wat je onderweg tegenkomt. Zo zie je een brommer met geslachte varkens achterop, het bloed er nog vanaf druipend, dan weer één met hoog opgestapeld huishoudelijke artikelen met daartussen een hoofd van de bestuurder en natuurlijk mag een kippenbrommer niet ontbreken. FENOMENAAL!

Aangekomen bij Choeung Ek bekruipt je een onbehagelijk gevoel. Van 1975 tot 1979 wordt Cambodja geregeerd door het ultra-communistische Khmer Rouge Regime, geleid door Pol Pot, Broeder Nummer 1. Tijdens deze periode verdwijnen 1 tot 2½ miljoen Cambodjanen, velen vermoord, anderen sterven door ziekten of door de hongerdood. Velen eindigden op zogenaamde ‘killing fields’, welke over het gehele land gevonden worden.

Choeung Ek is gedurende deze periode het dodelijke eindpunt van meer dan 17.000 mensen, waaronder negen westerlingen, uit Security Prison 21 (S-21). Om verspilling van kostbare kogels te voorkomen worden de slachtoffers meestal doodgeknuppeld. Choeung Ek Memorial is een groep van massagraven en een gedenkteken. Het gedenkteken zelf is al luguber; een hoog vierkant gebouw met gigantische ramen waardoor je enkele verdiepingen kunt zien. Iedere verdieping is volledig gevuld met schedels van opgegraven skeletten. Een beeld dat je doet rillen, en dat bij een temperatuur van pak ‘em beet 35 graden Celcius. Na deze ervaring kan een bezoek niet aan S-21 niet uitblijven.

Na wederom een fantastische rit achterop de brommer van onze ober komen we aan bij de voormalige gevangenis S-21. In 1975 nemen veiligheidstroepen van Pol Pot Tuol Svay Prey High School als Security Prison 21 (S-21) in gebruik. Al snel is dit de grootste gevangenis in het land waar gemarteld wordt. Op het trieste hoogtepunt zijn er zelfs gemiddeld 100 slachtoffers per dag.

S-21 wordt in 1979 door de Khmer Rouge verlaten en sindsdien is de voormalige gevangenis een museum, het Tuol Sleng Genocide Museum. Het museum is bewust in dezelfde staat gelaten en dient als herinnering aan de waanzin van het Khmer Rouge regime. Zo aan de buitenkant is er niets abnormaals; gebouwen van twee verdiepingen met een grasveld in het midden. Maar eenmaal binnen zie je beelden van horror. Verroeste bedden, ingenieuze martelwerktuigen en muur na muur vol met zwart/wit-portretten van gemartelde gevangen. Deze foto’s zijn het gevolg van de lugubere hobby van Pol Pot waarbij iedere Cambodjaan zowel voor als na een marteling op de gevoelige plaat wordt vastgelegd. De foto's die we daar zien doen je maag rond draaien. Mensen zo zien lijden, koppen in het water met de handen geboeid, mensen aan elkaar geschakeld met armen op de rug op de rug liggend. Afschrikwekkend! Een bezoek aan Tuol Sleng is een absolute deprimerende ervaring!

De middag gaan we te voet naar het Koninklijk Paleis en de Zilveren Pagode te bezoeken. Het Koninklijk Paleis is schitterend en doet ons in alles denken aan de Wat Prah Kaew in Bangkok. Wij komen tot de conclusie dat die in Phnom Penh ons beter bevalt; ruimtelijker, groener en veel vriendelijker. De Zilveren Pagode (Wat Preah Keo) verdient zijn naam omdat de vloer bedekt is met 5000 zilveren tegels van 1 kg.

Op de terugweg vergapen we ons aan het straatleven. Overal zijn de bekende kleine straatrestaurantjes met hun plastieke tafeltjes en stoeltjes, verkopers van fruit zoals jackfruit of lychees en manden vol met gefrituurde insecten.

's Avonds pakken we ons oude ritme op en maken we er gewoon weer een echt gezellige avond van.

 

 

17 december 2002

Om 07.00 uur vertrekken wij per expressboot naar Siem Reap (spreek uit See-em Ree-ep). Echter voordat we door de taxi worden opgepikt trekken enkele tientallen Cambodjanen onze aandacht. Zij staan schuin voor ons langs de waterkant van de Mekong en doen gezamenlijk op Cambodjaanse tonen aan ochtendgymnastiek. Een onhollands amusant gezicht.

Siem Reap ligt in het noorden van het land. Vanaf Phnom Penh is het, eerst over de Mekong en dan over het Tonle Sap-meer, vijf uur varen. Vanwege de korte afstand (zes kilometer) tot Angkor, de hoofdstad van het oude Cambodja, is het dé uitvalbasis om één van de wereldwonderen te bezoeken.

Vanaf de boot zie je weelderig begroeide oevers, afgewisseld met een enkel huisje aan je voorbij glijden. Aangekomen bij de pier van Siem Reap wordt de boot eenvoudig het land op gevaren waarna we door een haag van schreeuwende en duwende mensen heen moeten. Allen proberen je ervan te overtuigen dat hun hotel toch echt de beste is. Wij hebben echter in Phnom Penh al wat geboekt, zodat we uitkijken naar “onze” taxi. Maar wat blijkt, er staan twee uiterst vriendelijke jongens met een bordje voor Mister Andrew. Problemen dus, want beiden zijn overtuigd dat zij ons komen ophalen. Wij hebben geen voorkeur dus we laten het lot beslissen. Met een mooie Hollandse "ie wie waai weg" en een vingertje van borst naar borst kiest Mister Andrew er één uit. De ander druipt teleurgesteld af. Onderweg blijkt dat het door ons geboekte hotel ongunstig ligt en we besluiten een andere te zoeken. Na drie pogingen belanden we voor US$25 uiteindelijk in het Royal Hotel. Beschreven als een schoon en vriendelijk middenklashotel met a/c, kabel TV en heet water komt het ons toch ietwat smoezelig over maar ..... het ligt wel in het centrum (wat je eigenlijk geen centrum mag noemen) van de stad (wat je eigenlijk geen stad mag noemen).

Wederom is het zeer warm. Later op de dag nestelen wij ons op het terras van de Red Piano waar we in grote rotanstoelen de dag op gepaste wijze een vervolg geven. Hier trekken de Gebroeders hun strijdplan voor de komende tijd. Ik ga donderdag per vliegtuig naar Bangkok om Debbie op te halen en dan door te gaan naar Koh Chang. André wil naar het strand van Sihanoukville in het zuiden van het land. Dick wil geen risico nemen en naar Thailand. Hij is moe, wil goed strand, lekker eten en goed drinken. Uiteindelijk overwint common sence en gaat de reis naar Thailand. Hiertoe kopen zij bustickets naar de grens bij Poipet en van daar uit zien ze wel. Volgens de travelagency een rit van zeven uur, volgens ooggetuigen echter tien uur. Enkele biertjes later komt dan toch de bezinning. Nee, met de bus direct naar Bangkok (15 tot 17 uur) is beter. Ditmaal wordt André erop uit gestuurd om de tickets om te wisselen. Is geen probleem en wordt zo geregeld. Echter weer een paar biertjes later blijkt ook dit niet de juiste keuze. Vliegen met Jack naar Bangkok en dan met de bus naar Hua Hin, dat is de enige juiste oplossing en zo wordt het ook geregeld. Driemaal is scheepsrecht geldt dus ook voor de allerbesten!

 

18 december 2002

Vandaag is het voor mij een grote dag. We bezoeken de monumenten, je mag het geen ruïnes noemen, van Angkor, de hoofdstad van het oude Cambodja. Voor mij is dit één van de plekken waar ik gestaan moet hebben. Het tempelcomplex van Ankor, een door de UNESCO beschermd wereldmonument, dateert uit de 9e tot 13e eeuw en is het absolute hoogtepunt van de Khmerbeschaving.

Het pronkstuk en dé toeristische attractie is Angkor Wat en schijn je bij zonsopgang te moeten zien. Dus de dag begint vroeg en onze chauffeur staat al om 05.30 uur voor de deur. De tempel, en tevens mausoleum voor de bouwer Suryavarman II, beslaat een oppervlakte van 1.500 x 1.300 meter, en is de grootste en best bewaarde van het gehele complex.

Hierna gaan we naar Angkor Thom. We komen binnen door de Zuidelijke Ingang. De stad heeft vijf ingangen, ieder 20 meter hoog, die gekroond worden door vier gigantische lachende stenen Boeddhagezichten, elk gericht naar één van de windstreken. Voor iedere ingang staan grote beelden van 54 goden (linkerkant) en 54 demonen (rechterkant). Angkor Thom (betekend Grote Stad) beslaat een oppervlakte van 10 km² en is aan het einde van de 12e eeuw gebouwd. Het centrum van de stad is The Bayon.

Bayon, na Angkor Wat het meest populair, is gebouwd aan het eind van de 12e eeuw. Het is een tempel van zandsteen met 54 torens versiert met 216 lachende Boedha-gezichten.

Ta Prohm is de volgende die op het programma staat. Deze tempel is vrij bijzonder. Om nog iets van het romantische beeld te behouden is deze tempel ongemoeid gelaten en niet bevrijdt van het woekerende oerwoud.

Het archeologisch belang en de indruk die het op mij maakt plaatst Angkor in dezelfde categorie als de piramiden van Egypte of Machu Picchu in Peru. Het is een fantastische dag maar ondraaglijk warm; 35 tot 40 graden en geen zuchtje wind. We lopen helemaal leeg, drinken water tot we erbij neervallen en voelen ons toch nog geheel uitgeknepen. Dat de gemiddelde Cambodjaan ook van een situatie gebruik kan maken blijkt uit het feit dat we op een gegeven moment een voor Azië ongekend bedrag van US$2 voor 1½ liter water betalen. Wat uiteindelijk rest zijn drie getekende Hollandse jongens in het Cambodjaanse die het rondom 13.00 uur wel genoeg vinden. Op het moment dat onze chauffeur weer een monument verder wil geven wij aan dat we nog maar één ding willen bezoeken en dat is een zwembad. Zo gezegd, zo gedaan. Onze taxivriend weet een hotel met zwembad zodat wij de rest van de dag heerlijk in het water dobberen of in de schaduw van een palmboom op een bedje liggen. Muziekje luisteren, koud biertje erbij en, niet onbelangrijk, lekker te eten. Genieten!

De avond brengen we wederom door in de luie rotanstoelen van de Red Piano waar we ons vochtgehalte weer op peil brengen afgewisseld met Samosas (= Cambodjaanse variant op springrolls). We eindigen deze avond in de The Angkor Wat?, een eigenlijk toch wel trieste bar.

Heb je nog niet genoeg foto's van Cambodja (en dan specifiek de Khmer tempels) gezien, volg dan de onderstaande link naar de fotopagina van Cambodja voor extra foto's.

Meer foto's Cambodja

 


De grens over: Thailand

Prades Thai of Muang-Thai  (land van de vrijen); nationale feestdag is 5 december (verjaardag van de koning); de hoofdstad is Bangkok; 60 miljoen inwoners (geschat 2002); de officiële taal is het Thai, dat de moedertaal is van ca. 90% van de bevolking; de munteenheid is de baht; de staatsgodsdienst is het boeddhisme (Hinayana- of Theravada-boeddhisme), dat door ca. 95% van de bevolking wordt beleden; staatsinrichting: Thailand is een constitutionele monarchie, de invloedrijkste functie is die van de premier, die verstrekkende bevoegdheden heeft, in de praktijk spelen militairen echter een doorslaggevende rol in het politieke leven; economie: landbouw, visserij, toerisme


 

19 december 2002

Om 09.30 uur vliegen we van Siem Reap naar Bangkok. Onze, overigens goede, tijd in Cambodja zit erop. In 30 minuutjes staan we al weer aan de grond. Debbie is diezelfde ochtend om 05.00 uur aangekomen en wacht ons op. Direct bij aankomst boeken de Gebroeders een taxi naar Hua Hin, een badplaats 200 km ten zuiden van Bangkok. Debbie en ik vertrekken per taxi naar de Eastern Terminal voor de bus richting Koh Chang. Een flinke rit; één uur met de taxi, vijf uur met de bus en uiteindelijk nog één uur met de boot. Resultaat: een aankomsttijd van 21.15 uur, maar ........... dan heb je ook wel wat!

We nemen onze intrek in het Sea View Resort Koh Chang, aan het strand van Hat Kai Bae, aan de westkust van het eiland. Onze bungalow is deze keer van meer dan uitstekende kwaliteit.

 

20 t/m 22 december 2002

Koh Chang (Olifanten Eiland) is het grootste van de 52 eilanden die samen het Nationaal Park Koh Chang vormen en nog nauwelijks toeristisch. Het is de ideale plaats voor wie wil genieten van de eenvoud (?) van het strandleven en wordt tegen overbebouwing beschermd door zijn status als Nationaal Park.

Koh Chang is een paradijs. Vanuit onze bungalow zien we een hagelwit strand van poederzand terwijl we uitkijken over een kristalheldere zee met vlak voor de kust een eiland groen van de palmbomen. Geen wolk aan de hemel. Een plaatje om naar te kijken!

Onder het motto van “met de voeten in het zand, een biertje in de hand, komt een Haarlemse jongen door het Thaise land”, geven wij ons over aan de simpele dingen in het leven. We hebben onder een groepje palmbomen twee ligbedjes geregeld en houden ons bezig met relaxen, lezen, muziek luisteren, een beetje geinen en op zijn tijd een lekker drankje. Uiteraard ontzeggen wij ons de geneugten van de Thaise keuken niet. Tenslotte is een lekkere Tom Yam, een rode, een groene curry of een noodlesoep altijd een feest.

De avonden zoeken wij ons heil op het strand in het verlengde van onze Resort. De temperatuur is zalig. Overal zijn er bamboe beachbarretjes die gezellig gevuld zijn. Het is niet te druk en zeker niet te rustig. Muziek galmt uit boxen, fakkels staan als bakens in het zand gestoken en de geur van heerlijke specerijen komt je tegemoet. Barbecue of gewoon uit de keuken, vlees of catch of the day, gamba’s of kreeft. Het is iedere keer weer een feest.

Een speciale aanbeveling verdient de direct naast ons gelegen Porn Bar, the hottest place on the beach. Hier is het iedere avond blote voeten, korte broek, keiharde bas, sterren aan de hemel en dansende mensen. Topavonden dus.

 

23 december 2002

Vandaag vertrekken we van Koh Chang naar Koh Samet, ons verblijf voor de kerstdagen. Ondanks dat de afstand niet zo groot is, neemt de reis redelijk veel tijd in beslag. Eerst één uur met de boot naar het vaste land, daarna vanuit Trat een busreis van drie uur, een songthaew van bijna één uur en uiteindelijk 45 minuten met de boot vanuit Ban Phe, waarbij één en ander uiteraard niet op elkaar aansluit.

Na aankomst op Koh Samet nemen wij een pick-up die, tot mijn grote schrik, niet naar links gaat, naar Diamond Sand Beach, maar naar rechts, naar Samet Cliff Resort aan Nanai Beach. Daar waar ik me verheug op een hernieuwde kennismaking met het Hemelse van Ploy Talay ga ik rechtstreeks naar de Thaise Hel toe. Onze verblijfplaats, geboekt in Peru via internet omdat er weinig plaats zou zijn met de Kerst, ligt op een onbekend verschrikkelijk stuk van het eiland waar niemand is of wil zijn. Een troosteloos stuk strand, geen andere mensen en geen mogelijkheid tot avondleven. Ik kan spreekwoordelijk wel door mijn hoeven gaan. Deze situatie is, zeker na Koh Chang, niet bevorderlijk voor het humeur.

We besluiten in te grijpen en gaan toch naar White Sand Beach op zoek naar een bungalow. Volgens ingewijden zal dit problemen opleveren omdat de kerstdagen aanstaande zijn, maar wij wagen het er toch op. Na flink zoeken, vragen en onderhandelen vinden wij een vriendelijke onderkomen voor de komende vijf dagen bij Saikaew Villa. Een bungalow direct aan het strand voor slechts 500 Bath. Een koopje!

We hebben het direct naar ons zin. Op het strand komt de gezelligheid je tegemoet, overal barretjes en restaurantjes. ’s Avonds eindigen we in de Silversand Bar, een drukke supergezellige openluchtdiscotheek boven op een rots, waar mensen op de tonen van dansmuziek bewegen of simpel op matjes met kaarslicht op het strand genieten van de omgeving. Het paradijselijke avondgevoel.

 

24 t/m 27 december 2002

Koh Samet, een eiland van 6 km lang en 3 km breed, is de populairste bestemming aan de oostelijke kust van Thailand voor mensen die op zoek zijn naar goedkope accommodatie, sneeuwwitte stranden en helderblauw zeewater.

In vergelijking met mijn vorige bezoek in 1997 met Mike, André en Dick is het eiland explosief gegroeid. De echte backpackersfeer is er duidelijk niet meer te vinden. Ondanks dat vind ik het nog net zo geweldig.

Overdag heerst er op het strand een gezellige relaxte drukte en klinkt overal muziek. De temperatuur is heerlijk en we genieten van de zon, liggen op een bedje of zwemmen wat in de zee. Hier trekken wij ons ritme van Koh Chang met volle overgave door. Simpel leven, voeten in het zand, linkerhand omhoog betekend één biertje, rechterhand omhoog de menukaart. Nee, de Thai weet de simpelheid van het leven nog op de juiste waarde in te schatten. En wij waarderen dat!

’s Avonds ontwaakt het strand en komt tot leven. Bij Ploy Talay, waar ik tijdens mijn eerste bezoek een bungalow huurde, heerst een lekkere, absoluut gezellige, drukte. Tafeltjes in het zand, een boot met uitgestald al het mogelijke versgevangen vis, overal de lucht van de typische Thaise specerijen en barbecue en matjes op het zand met kleine tafeltjes en kaarslicht om bij uit te buiken. Super. Verder op het strand, daar waar voorheen alleen plaats was voor een illegale nachtelijke barbecue, zijn nu ook allemaal bungalowtjes en drie fantastische nachttenten. Onze verkeur gaat duidelijk uit naar de Silversand bar, een openluchtdiscotheek “tropical style”. Een relaxte tent direct aan het strand waar je op de tonen van muziek kunt eten, dansen of gewoon aan Japanse tafeltjes op matjes liggend genieten van het feit dat je in dit jaargetijde op een Aziatisch eiland bent. Het is veruit de drukste locatie. Een absolute feesttent! Onze eerste avond hebben we direct bal tijdens de Monday Night Madness Party. Hier valt niets nader te omschrijven omdat de naam het hele verhaal al omvat. Gekkenhuis!

De Kerstdagen hier vieren is speciaal. Geen regen, kou of donkere dagen. Geen mensen gekleed in dikke winterjassen die zich naar huis haasten. Gewoon heerlijk in je korte broek genieten van al het fijne de zon kan bieden. Wat mij betreft krijg je hier meer het idee dat het Kerstmis is dan thuis. De hele dag hoor je kerstliedjes, is het overal versierd, zie je Thaien met kerstmutsen en komt zelfs op het strand versierde kerstbomen tegen. Soms echte bomen en soms Thaise namaak. Het kerstfeest begint op Kerstavond met een White Winter Wonderland Christmas Eve Party. Een feest met vuurwerk, dansen, als kabouters verklede Thaien die om 24.00 uur langs komen om je een "melly klismas" te wensen en, hij mag niet ontbreken, een echte Kerstman die cadeautjes uitdeelt. Helemaal geweldig. Vele nationaliteiten, samen dansen, praten, plezier maken. Dit is, in het klein dan, het echte principe van vrede op aarde.

 

28 december 2002

Om 09.00 uur vertrekken Debbie en ik per boot van Koh Samet naar Ban Phe. Van hieruit regelen we een minibusje naar Pattaya (twee uur). Ik heb André en Dick via SMS laten weten circa 12.00 uur in Hotel Sunshine Garden te zijn. Dit is onze meer dan uitstekende residentie voor Oud en Nieuw en door André reeds in Nederland geboekt.

De Gebroeders volgen al snel en het weerzien is, ik kan het niet anders omschrijven, bacchanaal en supergezellig. Belevenissen van de laatste dagen worden uitgewisseld en het duurt niet lang of de hotelbedienden zijn bekend met onze aanwezigheid.

‘s Avonds gaan we met de songthaew het uitgaansleven van Pattaya in. We laten ons afzetten bij "Walkingstreet", the place to be. Er zijn verschrikkelijk veel mensen op de been. Onvoorstelbaar, viert dan niemand Kerst en Oud en Nieuw gewoon thuis. Het is een straat met allemaal farangbarretjes, Go-Go bars, disco's, eettentjes, karaoke-barretjes, Thai boksen, you name it and it’s there. Alles is groter, terwijl het er best netjes uitziet allemaal. Geen smeerboel, dat zeker niet.

 

29 december 2002 t/m 4 januari 2003

Pattaya, ook wel “Patpong aan zee” genoemd, ligt 147 km ten zuidoosten van Bangkok. Chaotisch en bekend om zijn drukke nachtleven is het al jarenlang een trekpleister voor vele toeristen.

Thuis heeft iedereen ons afgeraden om hier naar toe te gaan. Het zou te toeristisch zijn, het zou niets voor ons zijn enz. enz. Maar voor ons juist een reden om te gaan. Tenslotte kun je alleen maar meepraten als je er geweest bent.

Alhoewel het moeilijk is voor te stellen dat dit eens een rustiek plaatsje was met idyllische stranden kan ik na één dag zeggen dat Pattaya ons positief verrast. We zitten in Noord-Pattaya waar het wat rustiger is. Overdag gebeurt er niet veel. Maar wees eens eerlijk dat zou ook niet gezond zijn bij deze temperaturen. We proberen op een bedje op te drogen, hangen aan en in het zwembad, nemen als lunch een curry of een overheerlijke noodlesoep en drinken tussendoor hier en daar een biertje of een Whiskey Cola. Overigens dankt Debbie hier haar bijnaam van Madam WC aan. Ondanks dat we niet op een bountystrand met ons voeten in het zand zitten vinden wij dat het leven ons momenteel niet zo slecht behandeld.

Tijdens deze dagen doen André en ik goede zaken. Wij lezen veel over Australië en plannen onze aankomende maand daar. Wat volgt is een flinke trip die loopt van Sydney, Melbourne, Adelaide, Alice Springs, Cairns, Surfers Paradise, Byron Bay en weer terug naar Sydney.

De treinreis van Adelaide naar Alice Springs met de beroemde Ghan boeken wij telefonisch letterlijk vanuit het zwembad van ons hotel. Over technologie gesproken!

Maar …. als de zon ondergaat komt het rustige Pattaya tot leven en zijn eten, drinken en plezier maken hét tijdverdrijf. Het is dus tijdens de avonden voor ons goed toeven. We hebben zo onze klassiekers. Van 20.00 uur tot minimaal 22.00 uur Happy Hour in onze favoriete Go-Go bar, daarna eten bij een Italiaan of het Hard Rock Café. Vervolgens Walkingstreet in even langs de meiden van de Cheers Cocktailbar voor een aantal spelletjes onder het genot van een versnapering en uiteindelijk op de weg terug de Marine Disco in. Voordat je het weet is het 02.00 uur en dus sluitingstijd! Voor die enkeling die zich onder de plaatselijke bevolking beweegt kan het dan nog wel eens wat later worden!

Ook Oud en Nieuw vieren we in Walkingstreet. Mega veel, om een Bekende Nederlander te citeren, mensen op straat. Beregezellig. Alle eettenten, farangbarretjes en noem maar op zitten vol. Om 24.00 uur, met de champagne fles in de hand, op onze slippers, korte broek kijken naar fantastisch en ongeëvenaard vuurwerk.

 

5 januari 2003

Vandaag neem ik, althans voor dit moment, afscheid van Azië. André en ik vertrekken om 04.00 uur met de taxi naar Don Muang, Bangkok International Airport, om het vliegtuig naar Sydney te nemen. Het is ook de ochtend na de nacht van een Happy Hour met nogal veel Wodka-Orange. Erg fit voelen we ons dan ook zeker niet. Het is ook het moment om afscheid te nemen van Debbie en Dick. Beiden zullen een dag later naar Nederland terugkeren.

Na zeventien dagen Thailand kan ik enkel zeggen dat het fantastisch was. Ik had nooit gedacht dat ik het zou kunnen, zon, zee, eten en drinken. Zeventien dagen achter elkaar een bruin leven. Niets doen, geen activiteiten, alleen maar luieren en .... ja wat eigenlijk?? Nog nooit gedaan, maar ............... I LOVE IT!!!!!!!! Na Afrika en Peru, waar ik alleen maar dagenlang op pad ben geweest en voor dit soort dingen geen tijd heb gehad, is dit een welkome afleiding. FANTASTISCH!

 

Indien je de eerdere links hebt gemist, het volgende: heb je nog niet genoeg foto's van Vietnam, Cambodja of Thailand  gezien, volg dan één van de onderstaande links voor meer foto's.

Meer foto's Vietnam     

Meer foto's Cambodja

Meer foto's Thailand

Wil je doorgaan met Jack's Around-the-world-in-vijf-maanden-trip, klik op de onderstaande oranje link om verder te gaan.
In alle andere gevallen, kies uit het landenoverzicht boven aan de pagina.

Australië - 5 januari t/m 4 februari

 

Go back to the top of the page

Kijk eens verder, want jij maakt wel degelijk het verschil
Steun

KWF KANKERBESTRIJDING


laatste update: 1 januari 2005

Copyright © 2004 - 2007 Michael Boelhouwer  All rights reserved