| Around
the world I Australië I Cambodja
I China I Cuba I Ecuador
I Egypte I Israël
I Mexico/Guatemala I Myanmar
I Peru
I Thailand I Verenigde
Staten I Vietnam I
Vietnam/Cambodja I Zuidelijk Afrika
I Zuidoost Azië New York Home I Foto's I Gastenboek I Reisverhalen I Links I Need your support |
De hoofdrolspelers: Special guest: |
home>reisverhalen>vietnam, cambodja & thailand 2006 Same, same
|
|
Maandag 17 april (zon, 31 graden)
Vroeg op. Rond zevenen zaten we al te ontbijten bij Sinh Cafe, aangezien
onze bus ook vanaf daar zou vertrekken. Hoewel we dus ruim op tijd
aanwezig waren, hadden we bijna nog onze bus gemist. Door de ondoorzichtige manier van omroepen hadden we pas bij navraag door dat
de bus op het punt van vertrekken stond. Nog steeds snap ik niet dat je
een bus met eindbestemming Mui Ne, omroept als de bus naar Phan Thiet, een
stadje wat ongeveer 22 km voor de eindbestemming ligt.
Na een wereldreis van bijna 5 uur kwamen we aan in Mui Ne. Dat de reis zolang duurde had niet veel te maken met de afstand, ongeveer 210km, maar meer met de opstoppingen in en om HCM City; niet alleen de hoeveelheid brommertjes is toegenomen, maar ook het aantal auto's, bussen en vrachtwagen is dramatisch gestegen.
Na ingecheckt te hebben, vonden we ons al snel terug aan het zwembad. Wat kan een bedje en af en toe een overheerlijke duik in het water een relaxgevoel verzorgen; een welverdiend relaxgevoel! Aangezien ik ook weer niet te lang kan stil zitten en liggen, Jack & Deb al een welverdiend middagdutje deden, mijn hardloopschoenen mij zachtjes riepen, kon ik niets anders doen dan toe te geven en een uurtje te gaan hardlopen.
‘Peaceful Mui Ne Beach is a long and beautiful
stretch of white sand’, laat de Lonely Planet optekenen in hun
Vietnam-gids. De romantiek van de Planet is snel verdwenen als je voorbij
het laatste en nabij gelegen resort bent gelopen en bij de huizen van de
locale vissers bent aangekomen; wat een puinzooi! Maar niet alleen de
bende van de vissers deed de beschrijving van de Planet teniet, ook
de breedte van het strand of liever gezegd, het ontbreken van iets dat op
een strand lijkt maakt de omschrijving ietwat lachwekkend. Wat wel een
paradijselijk gevoel geeft is de palmboomrij langs het strand, maar
aangezien ik mij toch wel iets vergist had in de heersende warmte had ik
op de laatste 5,5 km geen oog meer voor de tropisch aandoende palmenrij.
Daar het momenteel geen hoogseizoen is, was ons hotel bijna uitgestorven zodat we op de brommer richting het ’centrum’ zijn gegaan om daar bij Golden Sand Saloon wat te gaan eten. Na een overheerlijke diner, cocktails ter afsluiting bij de Breeze Break Bar gingen we voldaan richting ons hotel.
Dinsdag 18 april (zon, 32 graden)
Aangezien een lichamelijke inspanning en Debbie haast niet samen gaan,
zijn Jack en ik na het ontbijt samen een wandeling gaan maken langs het
tropische ’strand’ van Mui Ne. Ook Jack moest bekennen dat de
romantiek verdwenen was, als de romantiek er ooit al was geweest.
Als je vaker hebt gereisd ben je door schade en schande wijs geworden, ben je er onderhand achter dat het merendeel van de tripjes die je maakt soms wel eens kunnen tegenvallen, ben je erachter gekomen dat vaak de reis naar de eindbestemming interessanter is dan de gewilde eindbestemming. Vandaag was het niet anders.
Bij het afsluiten van ons reisje naar Mui Ne was een tourtje langs de toeristische hoogtepunten van Mui Ne en omgeving ingesloten. Jack had een vooruitziende blik, ik wilde sowieso gaan en Deb voelde zich waarschijnlijk verplicht om mee te gaan aangezien ze niet op het laatste moment ook kon afzeggen. We gingen o.a. naar de white sand dunes. Gelukkig was de rit erna toe al een belevenis, want het leven op en langs de weg is en blijft bijzonder hier in Vietnam; geen moment verveel je jezelf.
De white sand dunes zijn ’best’ wel leuk, toen ik
de foto’s terug zag leek het zelfs fantastisch maar dat was het niet
echt. ”Be sure to try the sand-sledding”, kopt de Planet dikgedrukt.
Dat heb ik geweten; eenmaal op de top gaf de kleine jongen, die ons
begeleidde tot aan de top, aan waar we naar beneden konden glijden.
Kijkend naar beneden brak het zweet mij al snel uit gezien de hellingshoek
die toch al snel steiler was dan 90 graden. Maar ja, je komt niet voor
niets naar de lokale duinen dus stortte ik mij met veel geweld naar
beneden, de ogen voor de zekerheid maar dichthouden........totdat ik
plotseling stilstond. Bleek dat ik met de snelheid van een slak halverwege
de berg stil kwam te staan en ik al peddelend en zandscheppend naar
beneden moest.
Deb had dit alles al niet meer meegemaakt. Nadat we een honderd meter hadden gelopen en onze begeleider, een jongetje van een jaar of zes, ons een keuze liet maken tussen twee zandduinen, gaf Deb zonder enige gene de kleine jongen twee middelvingers, draaide zich om en liep al rokend terug naar de jeep.
Bij de volgende toeristische tussenstop ging Deb verder met het maken van psychologische slachtoffers; nu was de jeepbestuurder aan de beurt. Bij het bezichtigen van roodkleurige zandrotsen, kreeg deze beste man een middelvinger aangezien hij had geprobeerd om Deb een heuveltje van ongeveer tien meter hoogte te laten beklimmen. Binnen 10 seconden zat ze weer op haar vertrouwde plaats in de jeep. Nu moet ik eerlijk zeggen dat de rotsformatie niet echt de moeite was om te stoppen, maar om dan met je middelvinger te gaan zwaaien.......
Uiteindelijk ging de tocht verder langs een niet bezochte Boeddha, een niet bezochte vismarkt, de wel bezochte haven en de niet bezochte schietbaan. Op het eind van de middag kwamen we weer terug bij ons hotel waar Jack onderhand al door huilende kinderen, zingende en iets teveel drinken Amerikaanse Vietnamezen bij het zwembad was weggepest.
Never change a winning team, dus ook deze avond werd doorgebracht bij de Golden Sand Saloon en de Breeze Break Bar.
Woensdag 19 april (zon, 31 graden)
Kan je spreken van een tegenvaller als uiteindelijk het vervangende
programma precies dat is wat je eigenlijk in eerste instantie al had
moeten doen? “ Wat bedoel je nu eigenlijk, Boelhouwer? Stop eens met die
relativerende onzin”. Sorry, wat ik bedoelde te zeggen is dat we best wel
teleurgesteld waren dat we niet vijf dagen de Mekong in konden en dat we
daar voor in de plaats maar het strandreisje hadden geboekt. Achteraf was
het helemaal perfect. Even uitrusten in Mui Ne heeft ons goed gedaan,
daarnaast heeft het Jack en mij een kleurtje bezorgd. Deb was ietwat
minder blij aangezien zij verbrande knieën en teveel muggenbeten heeft
overgehouden aan ons ‘avontuur’.
De terugreis richting Saigon, zoals alle
Vietnamezen HCM
City nog steeds noemen, was er weer eentje om niet te vergeten. Ik kan het
niet vaak genoeg zeggen, maar het straatbeeld blijft onbeschrijfelijk
mooi. Plots wijst Jack mij erop dat zonder dat we het door hebben, al de
tijd dat we al in de bus zitten en de 1A snelweg volgen aan beide kanten
bebouwing is. De 1A is een moderne levensader, niet alleen vanwege het
vervoer erover, maar zelfs nog meer voor de mensen die erlangs wonen.
Vanuit Mui Ne is het ongeveer 210 km naar Saigon, daarvan volgen we
ongeveer 190 km de 1A, die in het Noorden bij de Chinese grens begint en
Hanoi met HCM City verbindt. En als ik erop ga letten blijkt dat zeker 80
a 85% volgebouwd is langs de ’snelweg’; huizen worden afgewisseld met
winkels, veel restaurantjes, rustplaatsen, benzinestations en fabrieken.
Echt fascinerend, een winkelstraat van ongeveer 190km?!
De ochtend hebben wij dus aan het zwembad doorgebracht, de middag in de bus en de avond in Allez Boo. Onderhand zijn we daar al stamgasten geworden tot groot plezier van de barmeiden: “You drink a lot of beer, I like!” Wat kan het leven ook mooi zijn……
|
Donderdag 20 april (zon, 34 graden)
“She was a gentle child, she worked in the peaceful surroundings of Chi
Cu. She became a hero, when she killed American soldier……” De
patriottische ondertoon maakt direct de verhoudingen duidelijk: niemand
vertelt de Vietnamezen hoe de strijd tijdens de Vietnamoorlog uiteindelijk
is verlopen!
De video bij de Cu Chi tunnels doet een oud Amerikaans echtpaar vluchten; gelukkig hoefden ook wij de video niet af te kijken want van het propagandistisch communistisch geleuter word je niet echt vrolijk. Het verhaal achter de tunnels is onderhand wel bekend. Destijds vocht de Vietcong een oorlog vanuit de tunnels nabij Saigon zonder dat de Amerikanen een passend antwoord op de aanvallen hadden. Verder dan het veelvuldig bombarderen van het gebied zijn ze niet gekomen. De restanten van de tunnels zijn niet meer benaderbaar voor de toerist, een aangepaste tunnel (2x zo breed als het origineel) is de trekpleister.
Zoals verwacht liet Jack mij al in steek nog voordat we aan de afdaling in de tunnel begonnen. Deb nam nog wel de moeite om in de tunnel te kijken maar daar bleef het ook bij, dus was Mikey de enige die het toch wel benauwde huzarenstukje voltooide. Waar normaal de beloning de moeite waard zou moeten zijn, hield ik aan dit avontuur een oververhit hoofd, een zeiknat T-shirt en licht geschaafde knieën over. Niet echt de beloning die ik voor ogen had, maar ik had wel een beperkte indruk gekregen hoe het ooit zou moeten zijn geweest.
De dag begon overigens vroeg, rond 7.30 uur vertrok de
bus richting Cao Dai om ons na het volgen van de middagdienst richting de
tunnels te brengen. Een paar jaar geleden hadden Jack en ik deze trip al
gemaakt, maar voor Deb was het allemaal nieuw.
Cao Dai, een mix van geloven, een uiterst kleurrijke kerk, niet speciaal, wel bijzonder. Zeker toen de dienst aanving, het gezang met op de achtergrond het typische Aziatische ‘gepingel’ begon en de in diverse kleuren gestoken gelovigen in formatie de kerk betraden.
Na de lunch vertrokken we dus naar de tunnels om uiteindelijk weer in die constante stroom van brommertjes te eindigen in HCM City.
De dag werd besloten bij Allez Boo, een thuis in het verre Saigon, waar ze onderhand begrijpen dat Nederlanders hun bier ”very, very, very cold” willen en dat dat het beste te bereiken is door ze in een bucket vol met ijs te bezorgen!
Vandaag, vrijdag, gaan we een citytourtje door Saigon doen, maar later daar meer over. Morgen vertrekken we richting de Mekongdelta voor een 3-daagse trip die eindigt in Phnom Penh. Vandaar is het nu nog even onduidelijk, gezien het feit dat de rustdagen in Mui Ne duidelijk zijn bevallen, is het de bedoeling om in ieder geval een extra rustdag ergens in Cambodja in te lassen.
Veel plezier in Nederland en tot de volgende keer
Jack, Deb ’de middelvinger’ & Michael
Ho Chi Minh City
21 april 2006
"...A hill near the DMZ, not so long ago, when
suddenly, it was just after five o'clock... In came some 122 (mm) rockets.
People that you had seen just a few minutes ago, suddenly were all dead;
and you realize that it could have been you..."
Schijnbaar zomaar een tekst bij een foto in het War Remnants Museum. Het is ook een van de vele teksten, maar deze is afkomstig van Larry Burrows.
Larry Burrow was de verantwoordelijke fotograaf die de Vietnamoorlog in beeld op indrukwekkende wijze de Amerikaanse huiskamers binnenbracht. Als correspondent van Life Magazine drukte hij met zijn reportage 'With a brave crew in a deadly fight' de Amerikanen keihard met de neus op de feiten.
Als oorlogsfoto's al mooi kunnen zijn, maakte Burrows briljante foto's, zelden heb ik meer indrukwekkende foto's gezien dan deze. Nu zeggen foto's vaak meer dan duizend woorden, Burrows brengt die woorden tot waarheid met zijn legendarische zwart-wit reportages. Door zijn lens is de wanhoop, de ellende, de vermoeidheid, en de gruwel van een oorlog te zien.
Hoewel Vietnam onlosmakelijk verbonden is met de oorlog, is het land hard op weg om te breken met het verleden. Het land is aan het veranderen om een nieuwe toekomst op te bouwen. Als ik naar de veranderingen kijk, de snelheid waarmee het gaat, ben ik bang dat als ik over nog eens 8 jaar terug zou gaan, ik sommige delen van het land niet meer zal herkennen.
Maar waar gaat het allemaal om, precies…wat hebben we meegemaakt.
Vrijdag 21 april (zon, 35 graden)
Vandaag zijn we Saigon verder gaan bezichtigen en om niet te veel
problemen op onze hals te halen hadden we ons aangesloten bij een
citytourtje. Niet hetgeen wat je echt wilt, maar anders moet je in die
hitte zelf op pad gaan en dat sprak ons ook niet tot onze verbeelding.
De eerste pagode die we bezochten, de Giac Lam Pagoda, naar het schijnt de oudste in HCMC, was onzin! Sorry dat ik iemand anders heiligdom als onzin benoem, ik wil zeker niet kwetsen, maar het was gewoon rotzooi.......onzin rotzooi.
Met de bus door China Town om de Binh Tay markt te bezoeken. De markt is met één woord gewoon briljant. Wat kan men hier een rotzooi kopen. Het tart iedere beschrijving wat je hier allemaal kan vinden, maar als je toevallig goedkope slippers zoekt, alle kleuren, maten en hoeveelheden....te belachelijk voor woorden. Dat gaat trouwens voor alles op. Of het nu om haarspelden, rugzakken, tassen, shampoos, koekjes, kruiden, wierrook, snoep, gedroogde garnalen, ventilatoren, plakband, stopkontakten, speelgoedberen, klokken, eetstokjes, pennen, schrijfblokken of theekoppen gaat, alles is er in hele grote hoeveelheden. Jullie begrijpen wat voor een chaos dat oplevert...briljant!
Na een goede lunch, begon de middag met het War Remnants Museum………..zoals ik hierboven al schrijf: indrukwekkend. Eigenlijk had alleen de tijdelijk tentoonstelling, met als rode draad het werk wat diverse oorlogsfotografen hadden verricht tijdens de Vietnamoorlog, moeten bekijken. Deze geeft op een dusdanige doordringende wijze de oorlog weer, dat gruwelbeelden juist niet nodig zijn om te begrijpen wat voor een ellende in Vietnam heeft plaatsgevonden.
Hoewel het misschien een eenzijdige kijk op de hele
Vietnamoorlog geeft, zijn de gebruikte foto in de permanente
tentoonstelling te gruwelijk voor woorden. Aan de andere kant, soms zijn
foto's van verminkte kinderen nodig om mensen te overtuigen van alle
ellende en als dat het doel is, dan zijn ze daarin
geslaagd……indrukwekkend!
Hierna terug de bus in om de Notre Dame Cathedral en het Centrale Postkantoor te bezoeken; zonde van onze tijd, maar je ziet de stad wel weer op een andere manier en dat vergoedt dan weer veel.
De avond werd al snel als alle andere, genoeg bier, eigenlijk wederom teveel bier, en te laat, maar ja, je bent op vakantie of niet. Het is niet echt een rot leven wat we hebben.
Zaterdag 22 april (‘s ochtend zon, ’s middag 3
kwartier stortregen, 32 graden)
Het werd vanochtend een emotioneel afscheid bij het verlaten van ons hotel
in HCM City. Afscheid met pijn in het hart, maar we vertrokken niet eerder
dan dat Vinh beloofde dat als hij naar Nederland zou komen hij met Jack
naar de Keukenhof zou gaan. Jullie moeten weten dat hij geobsedeerd is van
de Keukenhof en er van de Keukenhof een tweetal posters van ongeveer 2mx4m in de lobby van
het Nhu Lan Hotel hangen.
Vandaag gingen we richting de Mekong, de rivier die voor vele landen waardoor de Mekong stroomt een levensader is. De Mekong, ruim 4900 meter lang, ontspringt in het Tanglhagegebergte in China en loopt achtereenvolgens door China Myanmar, Laos, Thailand, Cambodja, Vietnam en mondt met een delta uit in de Zuid-Chinese Zee. Na een busrit van onderveer 2,5 uur werd het tijd om de bus in te ruilen voor een boot. Hoewel we ons vanaf dat moment over het water verplaatsten, is het leven langs en op de rivier te vergelijken met dat langs de weg. In een woord gewoon briljant.
Na een boottrip van ruim 3 uur gingen
we per bus naar ons
hotel, maar niet voordat we de Mekong met de ferry moesten oversteken. Dat
werd al een avontuur op zich. Niet zozeer dat we ons leven in de
waagschaal gingen stellen, maar een ferry-oversteek is een belevenis.
Dezelfde stroom brommertjes moet blijkbaar in Can Tho ook de rivier over
dus krijg je al snel een bomvolle ferry, een combinatie van vrachtwagens,
brommertjes en voetgangers.
Twintig meter voordat we de kade hadden bereikt, startte de eerste vrachtwagen al zijn motor, direct gevolgd door een boot vol met brommertjes. Gelukkig staan wij als voetgangers op het bovendek wat voorzien is van de nodige luchtroosters, anders waren binnen 1 seconde alle goede bedoelingen die ik sinds ik gestopt ben met roken (nu anderhalf jaar geleden) had, in een keer tenietgedaan. het geeft direct ook aan, waarom de meeste Vietnamezen met een kapje of een sjaal voor hun mond op de brommer zitten.
Na ons geïnstalleerd te hebben in een hotel wat Jack omschreef als een bunker, was de avond vrij te besteden… de stad in om te eten! Hoewel we het liever niet doen op vakantie, ontkwamen we er deze keer niet aan: een brommertaxi. Hoewel de meeste Mekong-tourtjes Can Tho aandoen, is het voor de lokale Vietnamezen blijkbaar nog steeds een bijzonderheid om een drietal blanken in een brommertaxi te zien zitten en als ik eerlijk ben kan ik het nog begrijpen ook; volgens mij zag het er niet uit. Zeker toen hij weg reed bij ons hotel tegen het verkeer in. “Don’t matter mister, see where riding”, terwijl teveel brommerkoplampen recht op ons afkwamen. De hilariteit werd ook nog eens versterkt door het feit dat de vooroorlogse brommer, die waarschijnlijk zijn waarde al had bewezen op de Ho Chi Minh trail, niet genoeg trekkracht had om snel opgang te komen. Het gevolg moge duidelijk zijn, lachende, zwaaiende, wijzende en verbaasd kijkende Vietnamezen die ons volgden. Wat je dan krijgt is op zich al een komisch tafereel. Een brommertaxi met drie blanken met daar achter ongeveer 6 rijen dik Vietnamezen op hun brommertjes.
Overal zijn brommertjes. Ook hier in Can Tho zijn weer
overal brommertjes. Zelfs na ruim een week in Vietnam te zijn, blijf ik
mijzelf verbazen, blijf ik mijn ogen uitkijken. Wij zaten bij het
avondeten op de eerste rang. Gezeten op het balkon van restaurant Nam Bo,
uitkijkend over het voor ons gelegen kruispunt, bleef die constante stroom
van brommers langskomen. Nu in de vorm van ontstoken koplampen.
De hoeveelheid is en blijft verbazingwekkend. Maar ook de manier van rijden, sommige doorkruizen het verkeer met ware doodsverachting, maken inhaalmanoeuvres waarop Michael Schumacher en Fernando Alonso jaloers zouden zijn, anderen zitten op hun brommertjes alsof ze aan het touren zijn, wat volgens mij de meeste gezinnetjes ook doen hier in Vietnam: in de avond even een blokje om!?
Ook de terugreis naar ons hotel werd weer een optocht waar een doorsnee hulp-Sinterklaas, als mede de echte, jaloers op zou zijn geweest. Het leek wel of we heel Can Tho achter ons aan hadden rijden.
Wat mij betreft was de eerste dag in de Mekong fantastisch; nu vind ik 'bootje varen' in Nederland al leuk, hier in Vietnam is het net iets meer bijzonder.
Zondag 23 april (zon, 30 graden)
Na vroeg een ontbijt te hebben gepakt, maakten wij ons op om naar de Cai
Rang floating market te gaan. De floatingmarket was fantastisch; een chaos
waarbinnen blijkbaar orde was, gezien het gemak waarmee onze boatdriver
zijn boot door het doolhof van roeiboten en gemotoriseerde boten van
diverse grootte manoeuveerde. Overal handel, overal mensen druk in de weer
om iets te verkopen, overal mensen rustig in afwachting tot iemand iets
koopt, overal mensen en bootjes.
Onze boatdriver was overigens niet de enige die zijn boot beheerste, zonder beheersing is het trouwens snel met je handel afgelopen, denk ik. Wat trouwens opvalt is de relaxedheid waarmee men elkaar benadert hier op het water. Geen scheldende verkopers, geen gebarenmakende kopers, geen rood aangelopen boatdrivers. Net als in het verkeer, gaat iedereen met respect met elkaar om en geeft men elkaar ook de ruimte. Wat dat oplevert is in mijn ogen niets meer of minder dan een dagelijks spektakel op het water.
Omdat zo'n dag ook gevuld moet worden, heeft onze
reisorganisatie een bezoekje aan een rijstfabriek toegevoegd;
interessant? mwah! leuk? niet echt, maar je moet de dag toch doorkomen.
Aangezien wij een ander programma hadden dan de rest van de bus, waren wij weer afgezet bij ons hotel voor een rustpauze van ruim 2 uur; niet echt wat Sinh Café had beloofd, maar aan de andere kant konden we wel weer even bijkomen en ons op de hoogte stellen van het nieuws via internet.
Met een andere bus vertrokken wij rond halfvijf richting Cau Doc. Ik zat mijzelf tijdens de busrit net weer te verbazen over het verkeer en dan met name de vele brommertjes toen op dat moment in mijn linkeroog een blauwe auto ons op de te smalle weg probeert te passeren. Twee seconden later hoorde ik een schreeuw terwijl ik in mijn rechteroog onze bus een brommertje zag aanrijden. Gelukkig bleef het allemaal bij wat pijn in het hoofd, schaafwonden, een smerige broek en een verontschuldigende buschauffeur, maar het is haast onvermijdelijk als je naar het verkeer kijkt.
Maar wat maakt daarnaast zo’n busritje leuk en dragelijk: New Gold Dream op je Ipod, foto’s van Zoë en Megan op de digitale camera en een live-verslag via de sms van F’noord- Ajax: 2-4, 2x Huntelaar!
We zijn onderhand met z’n viertjes, sinds we in de Mekong vertoeven hebben we vrienden gemaakt met Gavin, Amerikaan en voor 5 maanden op reis. Aangezien hij dezelfde route heeft als wij tot aan Siem Reap heeft hij maar besloten, in goed overleg, om aan te haken, zodoende delen Gavin en ik een kamer.
Heb je nog niet genoeg foto's van China gezien, volg dan de onderstaande link naar de fotopagina van Vietnam voor extra foto's.
|
De grens over: CambodjaPreah Réchéanachâkr Kampuchea (het Koninkrijk Kampuchea); nationale feestdagen zijn 9 november (Onafhankelijkheidsdag), en 13 april (het traditionele nieuwjaarsfeest); de hoofdstad is Phnom Penh; 11,4 miljoen inwoners (geschat 2002); de officiële taal is het Khmer; de munteenheid is de riel; ca. 90% van de bevolking hangt het boeddhisme aan (sinds 1989 weer staatsgodsdienst).; staatsinrichting: volgens de grondwet is Cambodja een constitutionele monarchie met een democratisch meerpartijensysteem; economie: steunt voornamelijk op de landbouw
Maandag 24 april (zon, 34 graden)
Het ochtendprogramma bestond uit een boottocht langs lokale
visserkwekerijen. Nu zijn wij in westen zo slim (denk ik) om dat gezien de
stankoverlast niet onder je huis te doen. Hier in Vietnam denken ze daar
dus beduidend anders over, dus krijg je een eindeloze rij 'woonboten' met
daaronder een viskwekerij. Het levert allemaal wel weer typische
Aziatische taferelen op, maar soms met een ondragelijke stank.
Rond 9 uur vertrokken we per boot richting de grens met Cambodja, een tocht dat net iets meer dan 2,5 uur duurde. Wederom spectaculair schouwspel langs de rivier, afgewisseld met rust en schitterende natuur.
De grens over ging eigenlijk wel vrij snel. Aan de ene kant je gezicht laten zien, grens over om ook aan de andere kant je gezicht te laten zien.
Hoewel de folder van Sinh Café een 'fastboat' beloofde vanaf de grens richting Phnom Penh, hadden ze nog net niet de berenboot met aan het stuur kapitein Brombeer gestuurd. Ook het gemêleerde gezelschap wist nu onderhand niet meer hoelang de boottrip nu eigenlijk zou gaan duren. Het varieerde tussen de 1 en de 3 uur; het werden er uiteindelijk 2,5 en een beetje.
Aangezien het binnenin al snel niet meer om uit te houden was, verplaatsten de meeste van ons zich richting de buitenkant, zodat de bijna drie uur durende trip al snel veranderde in een gezellig onderonsje waarbij je ook nog eens een kleurtje kon opdoen. Al was een factor 20 noodzakelijk aangezien de koperen ploert hoog stond, maar een zacht briesje en een koud 'drankje' hielden ons enigszins koel.
Vanaf de pier was het nog 2 uur met de bus richting
Phnom Penh. De weg, die de naam weg eigenlijk niet mag hebben, deed mij
herinneren aan goede oude tijden, specifiek een busrit van Bethel naar
Guatemala City. Ook nu weer werd het asfalt afgewisseld met diepe tot zeer
diepe gaten, zodat we al slingerend richting de hoofdstad van Cambodja
onze weg vervolgden. Maar verbetering is in zicht. Klaarblijkelijk beseft
de overheid dat infrastructuur belangrijk is voor de economie, zodat
grootschalig onderhoud en verbetering gaande is.
“Mikey…….Gavin is happy!” Of Gavin nu blij was met het hotel, dat we de kamer weer deelden, dat we eindelijk in Phnom Penh waren aangekomen of met de net door de tuk-driver verstrekte ‘pot’, ik heb het hem maar niet gevraagd, maar gezien de snelheid waarmee de grote vloeitjes te voorschijn kwamen, kon ik het wel raden. We zitten momenteel in een perfect hotel, een paar minuten wandelen vanaf de rivier, vlak bij het koninklijk paleis, in de buurt van allemaal eet- en drinktentjes. En omdat Gavin en ik het zo gezellig hebben, ik Jack en Deb een beetje de ruimte wil geven, zijn wij ook hier Phnom Penh ‘roommates’.
Morgen gaan we Phnom Penh echt verkennen.
Veel plezier in Nederland en als jullie plezier hebben,
hebben wij het ook….
Jack, Debbie ‘de Middelvinger’ & Michael
24 april 2006
Phnom Penh
Je loopt het Tuol Sleng Museum uit en je vraagt je af wat mensen soms in godsnaam beweegt, hoe het kan dat de mensheid in herhaling valt. Je vraagt je nog niet eens meer af waarom verschillende landen elkaar de oorlog verklaren, maar je vraagt je wel af wat mensen beweegt om hun eigen volk, hun eigen mensen, hun eigen bloed af te slachten.
Tuol Sleng Museum, gevestigd in
det voormalige Tuol
Svay Prey Hogeschool, stond tijdens de zwarte, (bloedrood zou beter zijn)
bladzijde uit de Cambodjaanse geschiedenis, dat Khmer Rouge aan de macht
was (1975-1979), beter bekend als S-21, Security Office 21. Pol Pot's
veiligheidsdienst had de school veranderd in 's lands grootste
detentie- en martelkamp van het land; voor ruim 17.000 Cambodjanen was
deze gevangenis de laatste gruwelijke stop voordat ze de dood vonden in
het nabij gelegen vernietigingkamp Choeung Ek, wat wij tegenwoordig beter
kennen als één van de Killing Fields.
Degenen die trouwens al de dood vonden tijdens de wrede martelingen werden 'begraven' in massagraven op het schoolterrein en terwijl ik uitkijk over het terrein bekruipt een beangstigend gevoel mij, een gevoel wat ik al eerder had, een misselijkmakend gevoel, een gevoel van ongeloof en onbegrip.....hetzelfde gevoel had ik een aantal jaren geleden toen we door Yad Vashem in Jeruzalem liepen.
Het waarom? In het kort: Khmer Rouge, met als leider Pol Pot, wilde van Cambodja een autarkische communistische landbouwstaat schapen naar Chinees model, een staat zonder bezit, geld, onderwijs, privé-bezit, godsdienst, maar bovenal zonder buitenlandse inmenging. Een groot deel van de onvoorstelbare gevolgen zijn terug te brengen tot Pol Pot's, in dit opzicht, legendarische woorden: "When we have rice, we can have everything, When the people have stilles their hunger, we will have rice for export and we will be able to import products." De wederopbouw van Cambodja richtte zich volledig op de landbouw, en dan met name op de verbouw van rijst. Gevolg: grootschalige landverhuizingen van stedelingen, de 'boeren' hadden de wijsheid en de macht, executies van hoger opgeleiden, oude machthebbers en critici en een land op de rand van de afgrond en dit alles te danken aan één man....Pol Pot.
Pol Pot, de man die persoonlijk verantwoordelijk is
voor de dood van zeker 2 miljoen Cambodjanen (sommige spreken zelfs van
ruim 2,5 miljoen, andere weer van 1 miljoen), het grootste gedeelte door
verhongering en ziektes, de rest door executies. Door zijn geestdrift komt
de 'beste' man met Cambodja op een zesde plaats (dat is balen, doe je je
best, val je nog net buiten de top 5) in de top 10 van de grootste
genocide; daarbij moet ik wel vermelden dat deze lijst, samengesteld door
de Amerikaanse professor Rummel in zijn boek 'Death by Government', ietwat
gedateerd is en stamt uit 1998. De ranglijst wordt aangevoerd door (3e)
Duitsland met als aanvoerder Adolf H. met ruim 20 miljoen doden, (2e)
China met als kopman Mao Tse-Tung is goed voor bijna 35 miljoen doden en
de onbetwiste winnaar is Rusland (gefeliciteerd kameraden) met 62 miljoen
niet-gefortuneerden.
Nu zullen jullie misschien wel zeggen, ja maar, dit lijstje is niet fair. In landen als China en Rusland wonen tenslotte een heleboel mensen, zodat een beetje zuivering meteen ook flink aantikt in aantallen slachtoffers, dat kleine landen op die manier nooit kunnen winnen. Zit iets in, maar geen nood, want Rummel heeft ook uitgerekend wat, in verhouding tot de grootte van de onderdrukte bevolking in kwestie, de dodelijkste regimes zijn geweest. In dat lijstje komt de Khmer Rouge op de eerste plaats. Toch nog een succesje dus voor Pol Pot. Dat zet je aan het denken wat er mogelijk zou zijn geweest als Pol Pot een Chinees of een Rus was geweest.
"Boelhouwer, je moet niet spotten met zoveel ellende", hoor ik sommige van jullie zeggen en denken. Gelijk hebben jullie, maar als je een dag als vandaag meemaakt, als je door Tuol Sleng Museum loopt, als je staat bij de Killing Fields van Choeung Ek, dan moet je haast wel cynisch denken, want anders loop je de hele dag met tranen in de rondte. Overigens, pas in 1998, een paar maanden na de dood van Pol Pot is het eigenlijk pas over met Khmer Rouge, 23 jaar na het begin van alle ellende!
‘Sex with children is a crime’ schreeuwt de
gezamenlijke advertentie van Unicef en de nationale politie op de
achterkant van de Siem Reap Angkor Visitors Guide, een gratis onder
toeristen verspreidt informatie boekje. ‘Mocht je enige informatie
hebben met betrekking tot sexueel misbruik of exploitatie, word je
gevraagd om deze informatie over te dragen aan de politie'………en
terecht.
Maar kunnen we dan a.u.b. ook wat doen aan die eindeloze rij kleine kinderen, tussen de leeftijd van 5 en 8 jaar, met baby’s op hun arm, die lopen te bedelen in het centrum van Siem Reap, want mijn inziens is misbruik maken van je eigen kinderen, haast net zo erg als sexueel misbruik.
Nabij de Bayon kwamen we toevallig in gesprek met Robin Scott, Amerikaan, producent en director, voor ruim 6 maanden in Siem Reap en Angkor om een nog te filmen documentaire over Cambodja te maken. Het ging al snel over de schoonheid van Angkor en de keerzijde. Waar je in Phnom Penh geen bedelaar tegenkomt, wordt Siem Reap overspoeld; bij voorkeur gehandicapten en veel, zeer veel kleine kinderen met baby.
Hij beaamde de keerzijde. Als je 6 maanden in Siem Reap woont en leeft zie je ’s ochtends de moeders en vaders op hun gloednieuwe brommer boodschappen doen terwijl zij met diezelfde brommer ’s avonds hun kinderen afzetten om te bedelen.
Maar waar gaat het allemaal om, precies, dat jullie te weten komen wat we de afgelopen dagen hebben gedaan. ww.opreismetjackenmike.nl
Dinsdag 25 april (zon, 36 graden)
Deze ochtend gingen we met onze tuk-drivers, die trouwens perfect Engels
spreken en het nodige weten te regelen, op pad. Zoals ik de vorige mail al
vertelde, bestaat de groep uit vier personen; de familie Boelhouwer/Ongena
is uit gebreid met Gavin. Van Amerikaanse afkomst, woonachtig in New York,
nog geen 20 jaar, 4 maanden alleen op reis en zijn moeder was maar wat
blij dat hij met drie Dutchmen optrok; gaf haar een veilig gevoel.
Als eerste bezochten we, na wederom een fantastische rit door de buitenwijken en het platteland van Phnom Penh, het vernietigingkamp Choeung Ek, één van de vele Killing Fields. Hier loop je dus daadwerkelijk over de botten, over de restanten van degene die hier een verschrikkelijke dood vonden. Als je al die kuilen ziet, als je het verhaal van onze gids aanhoorde dan krijg je het koud van binnen.
Terug met de tuk naar Phnom Penh, terug om het Tuol Sleng Museum te bezoeken. Wanneer je door de voormalige gevangenis loopt en je nog steeds de werktuigen ziet die men destijds gebruikte voor het vastbinden van de gevangenen, de foto’s van doodgemartelde mensen op de muren, dan kan je alleen maar stil worden. Zoals ik al eerder schreef, 17.000 mensen zijn hier gemarteld, zijn hier mensonwaardig behandeld, om niet veel later (vaak) doodgeknuppeld te worden bij het vernietigingskamp Choeung Ek. Hoe langer je hier rondloopt hoe droeviger je wordt.
Genoeg ellende moesten we
gedacht hebben, eerst een
overheerlijke lunch, daarna naar het Koninklijk paleis en de Zilveren
Pagode. Doet je in alle opzichten denken aan de Wat Prah Keaw in Bangkok;
in mijn ogen typische Aziatische bouw, kleurige, veel goud, oranje met
groene daken...briljant.
De wandeling langs de rivier leverde trouwens weer prachtige eettaferelen op: stalletjes waar kevers, weliswaar geroosterd, in alle soorten en maten te koop werden aangeboden. Net als in China vroegen we ons af wat iemand nu ertoe brengt om een kever ten grootte van een appel te kraken en op te eten. Laten we het maar op een cultuurverschil houden.
De avond was er een om nooit meer te vergeten. Ergens tijdens de dag had Gavin met z’n typisch grote Amerikaanse ‘bek’ gevraagd aan Ya (de leider van de tuk-brigade) of we niet 'original' Khmer food konden eten vanavond. Ya zou ons om zeven uur ophalen met zijn vriend.
Ya had deze keer geen helm en motorhandschoenen aan;
“I’ve done my hear”, Gavin en ik vielen bijna van het lachen uit de
al rijdende tuk. Pas bij ons restaurant, dat we via-via-via-via-straatjes
bereikten, begrepen we waarom hij zijn haar had gedaan. Hij en zijn vriend
schoven gezellig aan. Het verklaarde meteen ook waarom hij en z’n vriend
nette kleren aanhadden. Het werd dus een originele Khmer-maaltijd en niet
een in elkaar gezet toeristisch toneelstukje; sterker, we waren de enige
vier blanken in een straal van ongeveer 2 km. We zouden Cow-soup gaan
eten, koeien-soep. Eerst nog huivering, maar nadat alle ingrediënten op
tafel kwamen, Ya de grote soeppan vulde met dezelfde ingrediënten,
langzaam een overheerlijke lucht uit de pan rees, waren we al snel
overtuigd. Overheerlijk!!! Iedereen die mij kent weet dat ik zeker
terughoudend ben als het gaat om experimentele oosterse gerechten, maar
dit was waarschijnlijk een van de lekkerste maaltijden die ik ooit heb
gegeten. En terwijl de 640ml flessen heiniken en tiger over de tafel
vlogen, Ya de soeppan bleef vullen, de mooiste verhalen over tafel gingen
beleefden we met z’n zessen een prachtavond......om nooit meer te
vergeten!
|
Woensdag 26 april (zon 35 graden)
Het was rond 08.00 uur. Plots stonden we vast. “What Jack, a traffic jam
in Cambodia, ha, that’s a good one”. Toen het stil bleef verlegde
Gavin zijn aandacht vanaf zijn mobiele Blackberry telefoon naar wat om ons
heen gebeurde; het lachen verging hem. We stonden dus in de file en het
zag er niet goed uit. Onze chauffeur, we hadden een taxi gehuurd om ons
naar Siem Reap te brengen, voelde zich ook ongemakkelijk, want hij wist
ook niet precies wat er aan de hand was, laat staan dat hij ons duidelijk
kon maken wat er gebeurde. Precies, hij spraken precies één woord Engels: hello.
Met handen en geluid probeerde hij duidelijk te maken
wat er gebeurd was en voordat we het wisten zaten we in NCRV’s Hints.
Gelukkig had de beste man talent (of wij waren gewoon goed), want de
handeling beeldde een ongeluk uit. Toen hij zijn eigen verhaal ging verifiëren
bij een passerende fietser zaten we plots weer terug in het spelletje
Hints. Maar met een zowel soepele als doeltreffende ‘gggggggrrrrrrr’,
terwijl één hand en onderarm een gravende beweging maakte, wisten we dat
er gegraven werd; wegonderhoud!
De geïrriteerde gezichten en het feit dat we al een uur onderweg waren deden de beste man omkeren. Om ons dat duidelijk te maken belde hij zijn vriendin, die hij Gavin liet uitleggen dat we via een andere weg richting Siem Reap zouden gaan.
Na een rit van ruim 5,5 uur kwamen we aan in Siem Reap. Snel een hotel met een zwembad geregeld, om daarna wat te gaan eten.
“Promised you a miracle, Belief is a beauty thing, Promises promises, As golden days break wondering.” Terwijl Simple Minds zacht maar overduidelijk voor de ware liefhebber op de achtergrond klonk, keken we uit over Pubstreet vanaf het balkon de Red Piano Bar. Voor mij niets bijzonders, volop restaurants en bars, overal mensen op straat. Voor Jack was het verbazing alom; drie jaar geleden toen hij hier met de Vinke’s was, moesten ze hun best doen om zich te vermaken, terwijl het momenteel zo is dat je je best moet doen om je niet te kunnen vermaken. Met Siem Reap voorop, is Cambodja hard op weg om te veranderen en aansluiting te vinden bij sommige omringende landen zoals Thailand.
Donderdag 27 april (zon, 40 à 45 graden)
"Bij Angkor, daar staan....ruines van zo'n pracht....dat, op het
eerste gezicht, je vervult raakt met diepe bewondering en je jezelf niet
anders kan afvragen dan wat er geworden is van dit machtige ras, zo
geciviliseerd, zo verlicht, de scheppers van deze gigantische
bouwwerken", laat de Franse ontdekker Henri Mouhot optekenen in zijn
boek Voyage à Siam et dans le Cambodge.
Hoewel Mouhot algemeen de erkenning heeft gekregen als ontdekker van Angkor, is onderhand vast komen te staan dat voor hem al de nodige reizigers Angkor hadden aangedaan. Maar juist zijn boek, vol gedetailleerde beschrijvingen en vele pentekeningen, laat Europa voor het eerst kennis maken met de verloren stad van Cambodja.
Eerst even een stukje geschiedenis om alles in perspectief te plaatsen. In 802 was Jayavarman II de eerste koning die zich vestigde in de omgeving van wat we nu Angkor noemen. Het is echter een afstammeling (de zoon van de neef van zijn zoon; volgen jullie het nog?) Yasovarman die tussen 889 en 910 de eerste stad van Angkor stichtte. Bijna 200 jaar later komt Suryavarman II aan de macht die verantwoordelijk is voor de bouw van Angkor Wat, het heiligdom dat geweid is aan Vishnu en ongeveer 200 hectare beslaat. Iets meer dan 30 jaar na de dood van Suryavarman II wordt Jayavarman VII koning en hij wordt gezien als de grootste koning in de Khmer-geschiedenis. Niet alleen werd tijdens zijn heerschappij Angkor Thom, Ta Phrom, Preah Khan en Banteay Kdei gebouwd, maar zijn rijk strekte zich uit over een groot deel van Zuidoost-Azië, waaronder het hedendaagse Cambodja en grote delen van Laos en Vietnam. Na zijn dood in 1219 raakte het Khmerrijk in Angkor stilaan in verval en uiteindelijk wordt de hoofdstad verhuisd naar het huidige Phnom Penh.
Vandaag
was het dus de grote dag. Jack schreef het al drie jaar geleden na zijn
bezoek aan Angkor, maar het is dus één van die plekken waar je eigenlijk
gestaan moet hebben.
Vanochtend gingen we om 05.00 uur met de tuk op pad. Waarom zo vroeg? De zonsopgang bij Angkor Wat moet je, als je ook maar even de kans hebt, gezien hebben. Niets was gelogen, een meer dan bijzondere ervaring. Zoals voor wat mij betreft de hele dag een bijzonder ervaring was.
Via de South gate van Ankor Thom redden we naar de Bayon. Angkor Wat was briljant, maar qua schoonheid viel het in het niet bij de Bayon: magistraal. De afbeeldingen en de bouw zijn gewoonweg majestueus. Op één of andere manier dwingt dit imposante bouwwerk je gewoon tot het nemen van foto’s. Als je denkt dat je klaar bent, je weg wil lopen, je toch nog voor de zekerheid even omkijkt, wordt je gedwongen om gewoon weer je camera te pakken om nog maar een paar foto’s te nemen.
De Bayon komt wat mij betreft in de top vijf van meest indrukwekkende bouwwerken ter wereld, naast Abu Simbel, de absolute nummer 1, de piramiden van Gizeh, Petra en de Grote Muur. Praat je over schoonheid dan wint, als je van winnen kan en mag praten, Abu Simbel met een bandlengte voorsprong.
Hierna bezochten we de Ta Prohm, grotendeels nog overwoekerd met bomen. Het geeft een ruwe schets van hoe het er ooit allemaal hier in Angkor uit heeft moeten zien; briljant!
Dit
was voor mijn reisgezellen de laatste tempel. Voor Jack, Deb en Gavin werd
het de hoogste tijd om het zwembad op te zoeken. Ik gaf niet op. Hoewel
het kwik onderhand to boven de 40 graden was gestegen, ik totaal geen
droog stukje T-shirt aan mijn lijf had, liet ik de tuk-driver, tegen zijn
zin in, naar Phnom Bakheng rijden. Deze weinig bezochte tempel, bereikbaar
na een ietwat steile klim, geeft een prachtig uitzicht over Angkor.
Hierna terug naar Angkor Wat om de laatste details, die we in de ochtend waren vergeten, vast te leggen. Het was pas twee uur maar ik zat er helemaal doorheen. In de aanloop naar deze vakantie las ik het reisverhaal van Jack van drie jaar geleden voor de zoveelste keer terug en was nog steeds teleurgesteld in ‘em. Jack, bekend staande om zijn historisch besef en zijn voorliefde daarvoor, presteerde het om gewoon Angkor in de middag te verlaten. Nu pas begreep ik het, het is hard werken om het de ochtend al vol te houden met deze hitte, laat staan nog de middag. Totaal gesloopt gaf ik de tuk-driver iets over tweeën de sporen; op naar het zwembad.
Een briljante dag, de grootsheid en schoonheid van Angkor heeft mij doen verbazen. Wat dat betreft voel ik mijzelf vereerd dat ik hier in Angkor heb mogen rondlopen.
Na ‘s middags nog bij het zwembad te hebben gelegen, namen we ‘s avonds afscheid van Gavin. Hij zou oorspronkelijk nog twee dagen blijven maar had bij nader inzien besloten om toch maar de volgende dag door te vliegen naar Laos. Gavin....Running & Stand Still....we hebben behoorlijk gelachen om en vooral met hem.
Vrijdag 28 april (zon, 40 graden)
Vandaag voor het eerst in Cambodja rust, het was vandaag een pool-dag.
Rustig ontwaken rond zeven uur, wat momenteel uitslapen is. Na het ontbijt
ontspanning aan, om en in het zwembad. Rond het middag uur met de tuk erop
uit om een souvenir te kopen en wat te gaan eten bij Dead Fish Tower
Hier gebeurde iets bizars, Jack, Deb en Gavin hadden er gisteren al gegeten toen ik in mijn eentje nog in Angkor zat, Gavin was helemaal ondersteboven en terecht. Midden in het restaurant was een soort diepe bak, waarschijnlijk 4 à 5 meter lang, in een l-vorm, twee meter breed met daarin 12 krokodillen waarvan de grootste toch al snel een meter of 2,5 meette......bizar! Wel lekker gegeten trouwens!
De namiddag werd vandaag aan de pool doorgebracht. Ontspanning alom dus en dat is ook iets wat we wel hebben verdiend na al dat reizen.
Morgenochtend vliegen we naar Thailand, Bangkok om precies te zijn. Eerst na Ayutthaya om daarna richting Samet af te zakken. Het ziet er goed uit voor ons!
Het veel plezier in Nederland, we hopen op wat beter
weer voor jullie maar in ieder geval zo rond 8 mei, lijkt ons wel fijn.
Groetjes en liefs,
Jack, Deb ‘Biereco’* & Michael
28 april 2006
Siem Reap
*eerst ‘rijdt’ ze een ligbedje finaal in elkaar, daarna vervuild ze het hele terras door een vol blikje fanta om te gooien om af te sluiten met de verwoesting van een bijzet tafeltje; dit alles, niet gelogen, binnen 3 minuten?!
Heb je nog niet genoeg foto's van China gezien, volg dan de onderstaande link naar de fotopagina van Cambodja voor extra foto's.
|
De
grens over: ThailandPrades Thai of Muang-Thai (land van de vrijen); nationale feestdag is 5 december (verjaardag van de koning); de hoofdstad is Bangkok; 60 miljoen inwoners (geschat 2002); de officiële taal is het Thai, dat de moedertaal is van ca. 90% van de bevolking; de munteenheid is de baht; de staatsgodsdienst is het boeddhisme (Hinayana- of Theravada-boeddhisme), dat door ca. 95% van de bevolking wordt beleden; staatsinrichting: Thailand is een constitutionele monarchie, de invloedrijkste functie is die van de premier, die verstrekkende bevoegdheden heeft, in de praktijk spelen militairen echter een doorslaggevende rol in het politieke leven; economie: landbouw, visserij, toerisme.
And the city don't know that the city is getting
Voordat ik mijn gedachte over Bangkok aan het papier
wilde toevertrouwen, had ik voor mijzelf al uitgemaakt dat ik het dit keer
niet over Thailand ging hebben in combinatie met vrouwen, sex en betalen.
Ik dacht voor mijzelf dat dit onderwerp wel was afgesloten. Waarom? Voor
mij gevoel hoort het hele sexgebeuren gewoon tot de Thaise cultuur,
sterker, het maakt deel uit van de Thaise identiteit. Nu begrijp ik dat
alle 'vrijgevochten' Nederlandse vrouwen op hun achterste poten zullen
staan, maar het is nu eenmaal zo. Patpong maakt net zoveel deel uit van
de Thaise cultuur als de Wat Arun, Wat Po en de Wat Phra Keaw. Net zoals
alle aangeboden namaakproducten deel uit maken van de Thaise identiteit.
Sex verkoopt in Thailand. Of je nu een vrouwtje of een mannetje bent, als
er geld valt te verdienen zijn de Thaien er als eerste bij.
One night in Bangkok and the world's your oyster
The bars are temples but the pearls ain't free
Zowel op Samet als in Pattaya heb ik teveel vrouwen/meiden gezien die volop genieten van hun nieuwe status, genieten van het goede leven dat ze dan voor een paar daagjes hebben. Trouwens, wie zijn wij om dat te veroordelen. Op de Amsterdamse wallen zitten heus niet alleen maar vrouwen achter de ramen die daartoe gedwongen worden. Sterker, een onderzoek heeft uitgewezen dat meer dan 80% met volle verstand en uit vrije wil daar geld zit te verdienen.
You'll find a god in every golden cloister
A little flesh, a little history
I can feel an angel sliding up to me
Wat ook wel grappig is dat iedereen hier in Thailand er ook totaal geen probleem van maakt. Niemand kijkt afwijzend, ook niet de gefortuneerde Thaien, zoals we die hebben gezien in het Hard Rock Café in Pattaya, niemand veroordeeld, of kijkt neer op die vrouwen. Wat dat betreft is het weer, in mijn ogen dan, een typisch hypocriete Europese kijk op de Thaise samenleving. Dan heb ik het natuurlijk niet over kinderen in combinatie met sex.
One night in Bangkok makes a hard man humble
Not much between despair and ecstasy
En juist dat is de reden dat ik er toch over schrijf. We
stonden in de Queen Castle. Ik kon toch niet het gevoel onderdrukken dat,
of de gemiddelde Thaise vrouw ongeveer met een cm of 10 gekrompen was, of
dat ze hier definitief het levenselixer hebben uitgevonden, of en dan moet
ik mij heel erg sterk vergissen, de gemiddelde leeftijd lag toch
echt rond de 16/17 jaar. Nu weet ik dat de Thaise vrouw er over het
algemeen behoorlijk jonger uitziet dan dat ze is, maar toch bekroop mij
een ietwat eng gevoel. En dat is dan tegelijk de paradox. Waar ik tien
jaar geleden vrouwen verveelt in hun ondergoed op het podium zag staan,
hadden deze meiden het gewoon naar hun zin. Waar tien jaar gelden er van
de twintig vrouwen maar één stond te dansen, vochten ze nu om de ruimte
en de aandacht. Zelfs nu ik het opschrijf blijft het een merkwaardig
fenomeen.
One night in Bangkok and the tough guys tumble
Can't be too careful with your company
I can feel the devil walking next to me
En om alles in perspectief te plaatsen, vlak voor het verlaten van de Queen vroeg een van die meiden waar wij vandaan kwamen. "Amsterdam", antwoordde ik, aangezien je in het buitenland niet moet gaan proberen om uit te leggen dat Nederland uit meer steden bestaat dan Amsterdam. "Ah, Amsterdam", terwijl een glimlach op het gezicht duidelijk werd. "Amsterdam...Red light district, Bangkok better!"
" Wat is dit nu weer?" Niets meer of minder dan Zoë, Megan, papa-praat.
We zaten 's avonds op het strand van Ploy te eten en blijkbaar vonden ze het nodig om Mikey muzikaal een plezier te doen. "Hello, hello", klonk Bono vragend, haast smekend. "Ola" hoorde ik onbewust mijn eigen Zoë roepen, alleen was dat mijn verbeelding. Vertigo is Zoë's favoriete nummer en ze zingt het thuis en in de auto dan ook hardop mee. Hoewel ze de tekst niet precies kent, kan ze perfect Bono's klanken na doen: "I can feeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel, feeeeeeeeeeeel." Jullie merken het al, ik mis mijn twee meiden! Eigenlijk doe ik dat al de hele vakantie, maar die avond bij Ploy had ik het echt even moeilijk.
Het is niet zo dat ik naar huis wil, maar ik kijk te
vaak even naar hun foto's op mijn telefoon. Vooral de momenten dat je
onderweg bent denk ik vaak aan ze, wat dat betreft zijn de lange bus- en
taxiritten dodelijk voor een vader die alleen op pad is. Gelukkig heb ik
Zoë dan ook nog niet telefonisch gesproken, alleen maar op de achtergrond
horen schreeuwen. Ze kwam op dat moment niet veel verder dan haar zusje
die ook zat te schreeuwen. Regelmatig heb ik tijdens deze vakantie mijzelf
al zien rondlopen met Zoë en hopelijk later ook met Megan. We zaten in de
Allez Boo in Saigon en daar zat een vader met zijn dochter; ik zag mijzelf
daar zitten met mijn meiden, je moet toch het goede voorbeeld geven denk
ik. Wat dat betreft hoop ik echt dat die twee meiden ook gek worden op
reizen en 'avontuur'. Overigens bleek de vader en de dochter in het echt
twee geliefden te zijn; ander soort romantiek.
Het klinkt vreemd gezien het bovenstaande, maar ik heb wederom een perfecte vakantie met Jack en Deb, sterker, dankzij beide kan ik dit allemaal volhouden, maar ik ben blij dat ik morgen richting huis vlieg, heerlijk weer mijn twee meiden en natuurlijk mijn grote meid weer vast te houden, als ze mij nog herkennen aangezien mijn kapsel ondertussen ietwat is aangepast.
Maar waar het allemaal om, precies, wat hebben we de afgelopen dagen allemaal meegemaakt.
Zaterdag 29 april (zon, 32 graden)
Vanochtend vlogen we binnen drie kwartier met Bangkok Airways vanuit Siem
Reap naar Bangkok. Het was in eerste instantie de bedoeling dat we op
Chiang Mai zouden vliegen, om daarna af te zakken richting Koh Samet via
Sukuthai, Ayutthaya en Bangkok. Dat feest ging niet door aangezien er
tegenwoordig niet meer vanuit Siem Reap op Chiang Mai wordt gevlogen. Na
een vlucht van nog geen drie kwartier stonden we op Bangkok Internatonal
Airport. Met de taxi naar Ayutthaya, waar we rond het middaguur aankwamen.
Het lijkt trouwens wel als de hitte ons eindelijk heeft achterhaald. Naarmate we rustiger aandoen overdag, hoe meer de vermoeidheid toeslaat. Voor de lunch zijn we het oude Ayutthaya in geweest, daarna heerlijk uitrusten bij de pool, want je moet het zo'n dag ook niet te gek maken.
We hadden bedacht om die avond de nightmarket in het oude Ayutthaya te bezoeken maar onze tuk-driver dacht daar iets anders over. Terwijl wij een andere markt bedoelden, bracht hij ons naar een 'nightmarket' aan de andere kant van de stad; vol leven en gezelligheid. Soms moet je jezelf laten verrassen en dat heeft hij dan ook gedaan. Al snel kwamen we terecht in de Cowboy Bar. Zoals de naam al zegt, een bar vol afbeeldingen van......nee, dus, afbeeldingen van indianen. Briljant, wie verzint zoiets.
Een gezellige zaterdagavond, 13 flessen (640ml) heineken verder en we pakten de tuk terug naar ons hotel; de nightmarket was onderhand uitgestorven.
Zondag 30 april (zon, 35 graden)
Vandaag stonden de tempels van Ayutthaya op het programma. Van tevoren
hadden we grofweg al een route uitgestippeld: Wat Ratburana, Wat Mahathat
en de Wat Phra Si Sanphet. We hadden Deb de keuze gegeven: of met de tuk
naar de eerste Wat en dan lopend verder of op de fiets richting de diverse
tempels. Aangezien ook deze vakantie geldt dat Debbie en fietsen niet
samen gaan, zaten we al vroeg deze morgen in de tuk. Het middagprogramma zouden
we dan tijdens de lunch nader invullen.
Als ik eerlijk moet zijn, nee, ik ga het anders formuleren. Als ik een tip mag geven: ga niet naar Ayutthaya als je pas in Angkor bent geweest; je kan dan al snel de verkeerde conclusie trekken en Ayutthaya het predikant 'no go' en puinzooi geven. Persoonlijk denk ik dat je dan de stad te kort doet, maar verwacht ook geen schitterende tempels. Maar als je verder kijkt, kan je je wel voorstellen wat voor een enorme rijkdom de oude Siamese koningsstad tijdens haar hoogtijdagen van 1350 tot 1767 heeft gekend.
Na de lunch hadden we een tuk geregeld, aangezien we een paar tempels buiten het oude Ayutthaya wilden bezoeken. Na de Wat Lokaya Sutha, Phu Khao Thong tempel, Wat Chai Wattanaram en de Wat Yai Chai Mongkhom hadden we het helemaal gehad. ‘We’ is trouwens niet het goede woord, want Jack en Deb hadden het al eerder gehad met de tempels. We waren tempel-moe en hoewel onze tuk-driver ons nog een tempel wilden laten zien gaven we hem opdracht om ons hotel op te zoeken.
In tegenstelling tot gisteren wilden we deze avond in de oude stad een nightmarket gaan bezoeken; het werd helmaal niets. Wel een markt maar voor de rest geen mogelijkheden om wat op een fatsoenlijke manier wat te eten of te drinken. Met een tuk naar de andere kant van de stad, naar de andere kant van de stad om de Cowboy Bar op te zoeken en de grote flessen heiniken die we onderhand wel zijn gaan waarderen.
|
Maandag 1 mei (zon, 35 graden)
Zelden heb ik Debbie zo ontdaan, zo van slag gezien, haast geshockeerd. De
vrouw die altijd wel een woordje terug heeft, de vrouw die altijd wel een
grote mond heeft, de vrouw die zich zelden laat afbluffen, de vrouw die
verantwoordelijk is voor de gevleugelde uitspraak "bokkie, bokkie,
behhhhhhhh". Die vrouw zat met haar glaasje drinken teruggetrokken in
een hoekje, ze voelde zich ongemakkelijk en schaamde zich.
Plaats van handeling: The Star of Love. Met een schijnbeweging had Jack ons gezelschap een paar minuten daarvoor onder het mom van een pitsstop for old times sake 'Suzie Wong' binnengeloodst. Dit was niets voor Debbie, de paniek was in haar ogen af te lezen. Datgene waarvoor Jack daadwerkelijk kwam naast een biertje drinken, liet op zich wachten daar een ietwat corpulente, doch vrolijke Brit al druk 'bezig' was. Nadat hij tevreden van het toilet kwam, konden we aan zijn opgeluchte gezicht zien dat het meisje niet alleen haar best had gedaan, maar ook nog eens geslaagd was in haar opzet. Beide tevreden, eigenlijk zit je ten alle tijden dan in een win-win situatie. Debbie kon het allemaal niet waarderen, dat werd versterkt toen de vriend van de ietwat corpulente maar vrolijke en opgeluchte Brit eerder bekende dat hij zich ook wat ongemakkelijk voelde met de aanwezigheid van een Europese vrouw. Jack en ik konden dit allemaal wel waarderen, al is Suzie Wong, Suzie Wong niet meer! Geen gordijntjes, geen vrolijke en olijke gezichten meer onder de barkruk, geen kunstkerstboom, geen tissues en geen natuurfilms meer op tv. Maar het was goed, de cirkel is rond; het is nog steeds 'same, same but different'.
We vertrokken vanochtend vroeg. Het lag in de bedoeling dat we met de tuk richting het busstation zouden gaan en vanuit daar met de bus richting Bangkok. We zaten nog geen seconde in de tuk of de vrouwelijk tuk-driver vroeg of we soms een taxi nodig hadden. Vanwege tijdbesparing en gemakzucht, werd de vraag gretig met ja beantwoord.
"Go home, change car", riep ze na een kort telefoontje; ze zou ons zelf wegbrengen. Onderweg werd een tweede telefoontje gepleegd. Verandering van plan hield dat in. We stopten bij een school en het derde telefoontje werd gepleegd. Niet veel later kwam d'r zus de school uitlopen, pakte haar auto en de backpacks werden overgeladen. Wat bleek, de zus werd gewoon uit het leslokaal getrokken om wat bij te verdienen. Zo zaten we niet veel later in de auto richting Bangkok.
Ruim vijf kwartier later stonden we in het Plaza,
onderhand Jack's tweede huis. Ik sta er overigens van te kijken dat hij
niet persoonlijk begroet werd of dat er naar zijn vrienden werd gevraagd.
Het Plaza is een perfect hotel. Keurige kamer en al het belangrijke op
loopafstand.
De avond werd doorgebracht op Patpong, hetgeen niet als verrassend beschouwd mag worden. Na twee jug's strawberry daquiri en een paar biertjes bij The Balcony, loodste Jack ons dus naar The Star Of Love. Voor het avondeten gingen we naar een andere hotspot van Bangkok: Somboom Fish Restaurant. Wat hebben we daar weer te veel en te lekker gegeten. Uiteindelijk kwamen we terecht in the Queen Castle, wederom zo'n hotspot. Altijd leuk om te zien, de meiden die hun uiterste best doen om henzelf te verkopen, lekker biertje erbij en je hebt pret voor tien. 'Bangkok, oriental setting, and the city don't know that the city is getting.'
Dinsdag 2 mei (zon, 40 graden)
Via Silom Road bereikten we deze dag het Oriental Hotel, vanwaar we de
taxiboot richting de Wat Phra Keaw namen. Vandaag stonden de toeristische
attracties van Bangkok op het programma, Eerst de Wat Phra Keaw en het
Paleis, daarna China Town om te eindigen bij de Wat Arun. Staan we bij de
pier zegt plotseling een ietwat op leeftijd zijnde Thai tegen Debbie:
"Madamme, you're too sexy." Dit had die beste man natuurlijk
nooit moeten doen, want niet veel later had Deb in de vorm van 'Sexy' een
nieuwe roepnaam en had Jack op de klanken van Shaggy voor Deb een nieuw
lijflied: "Hey sexy lady, you drive me crazy."
De Wat Phra Keaw blijf wat mij betreft iets schitterends. al moet ik er wel eerlijk bijzeggen dat ik vandaag niet echt mijn fotografeer-dag had. Het was onderhand bloedheet geworden, dan moet je toch al snel denken aan een graad of 39, 40 en ik merkte al snel dat de tempel-moeheid wederom toesloeg. Hoewel ik zeker nog wat kwaliteitsfoto's heb kunnen maken was het bezoek niet wat ik ervan hoopte, kon toch nog te weinig genieten. Dat was ook te merken, want in recordtijd 'vlogen' we binnen 10 minuten door het koninklijke paleis. Teveel tempels onderhand gezien.
De verlate lunch werd genuttigd in China Town; wat een drukte, wat een chaos en wat kan je er lekker eten. Het blijft altijd weer speciaal om hier te komen. Aangezien de vermoeidheid en de tempel-moeheid definitief had toegeslagen lieten we de Wat Arun voor wat het was en pakten de boot terug naar het Oriental Hotel.
Na een overheerlijk diner bij Samboon werd de avond vervolgd op Patpong; ouderwetse Thaise gezelligheid........
|
Woensdag 3 mei (’s ochtends bewolkt, ’s middags
zon, 38 graden)
Ik zal de eerste zijn die beaamd dat je niet in het verleden moet leven.
Een mens groeit, gaat mee met de veranderingen van de toekomst. Het
verleden moet je natuurlijk wel koesteren, het heeft je gemaakt tot wat je
nu bent; het heeft je gevormd met alle goede en slechte eigenschappen.
Neemt allemaal niet weg dat de hernieuwde kennismaking
met Koh Samet voor mij een totale desillusie was. Samet was voor mij de
eerste keer dat ik echt het avontuur opzocht in het buitenland. Zuidoost
Azië had toen nog iets magisch, iets avontuurlijks. Zuidoost Azië was
nog niet massaal ontdekt; Thailand was voor de backpackers en voor de
families Vinke & Boelhouwer.
Na het eerste bezoek aan Thailand stond Koh Samet synoniem voor een bounty island, het paradijs op aarde, wit strand, palmbomen scheiden het strand van de cabanna's, een verdwaald restaurant, nog niet verpest door de westerse wereld.
Tien jaar later. Samet is veranderd. Het is same same, but different; net als heel Thailand. Bijna niets doet mij meer herinneren aan het Koh Samet van tien jaar geleden. Natuurlijk, hier en daar is niets veranderd: de levenswijze is niet veranderd, de mensen zijn niet veranderd, de smerige zwerfhonden zijn niet veranderd, de houten bouwvallige strandstoelen zijn niet veranderd, de blauwgroene warme zee is niet veranderd, de rest wel.
Vanaf de pier is het nu één grote lange winkelstraat naar het strand (in mijn tijd, sprak hij weemoedig, was er niet meer dan een zandweg). Ik kan nu hier gewoon een tattoo of een gesteriliseerde piercing laten zetten, een hutje kost nu bijna lachend 2000 bath, het strand is een aaneenschakeling van restaurants, barretjes en cabanna's en zelfs de door Marcel Hijma zo vervloekte waterscootermaffia heeft hier een plekje bemachtigd.
Is er ook een voordeel? Jawel, ze kunnen hier wel een biertje koud krijgen; niet zo gek, aangezien iedere strandtent minimaal zes Amerikaanse ijskasten heeft staan vol met bier.
Maar, na een uurtje relaxen, een goed bordje noodles, een mixed fruit shake en een loopje naar de zee, kwam ik al snel tot de conclusie dat Samet 'het' nog steeds heeft. En als je jezelf later op de dag laat zakken in een van de verschrikkelijke houten strandstoelen, de zon langzaam ondergaat, je af en toe heerlijk wegdut, dan moet ik gewoonweg beamen dat dit eiland een toonbeeld van relaxedheid blijft.......heerlijk!
We zijn dus vanochtend met de taxi vanuit Bangkok
richting Koh Samet vertrokken. Ruim 2,5 uur later kwamen we aan bij de pier
van Ban Phe. Met de boot over en voor de lunch zaten we op Koh Samet.
Relatief snel hadden we een hutje gevonden. Waar we eerst lachend en
hoofdschuddend een aanbod voor een hutje van Bath 4000,- hadden afgewezen,
zijn we uiteindelijk terechtgekomen bij Saikaew Villa, voor de kenner
onder jullie, pal naast Ploy Talay. De avonden zijn hier op Hat Sai Keaw
ook wat anders geworden. Tegenwoordig wordt het strand omgetoverd tot een
grote eetzaal. Voor de restaurants worden grote rieten kleden gelegd met
daarop kussen en lage tafeltjes met kaarslichtjes; je eet dus als het ware
liggend met de zee op de achtergrond. Een betere setting kan je dus haast
niet krijgen, ware het niet dat je na verloop van tijd ook niet meer weet
hoe je nu precies moet zitten of liggen. Jullie zullen wel denken,
"wat een zeikerd ben je geworden, Boelhouwer", maar het waren
mijn medereisgenoten die mij hiervoor al waarschuwden en als eerste
begonnen te 'klagen'. En voor de voetballiefhebber heeft het management
van Ploy een beeldscherm van ongeveer 3mx2m buiten opgehangen zodat ESPN
de hele avond de premier league kan herhalen. Het enige wat hetzelfde is
gebleven was de overvolle tafel. Naar goed gebruik, in de Vinke/Boelhouwer-traditie,
hadden we de tafel volgegooid met te veel lekkere dingen. Een avond om
nooit meer te vergeten!
Donderdag 4 mei (zon, 36 graden)
Koh Samet, paradijs op aarde. En hoe breng je een dag door in het
paradijs? Ontbijtje, strandje pakken, boekje lezen, af en toe de ogen
sluiten, afkoelen in de zee, biertje drinken, strandwandelingetje maken,
hapje eten, muziek luisteren, maar bovenal genieten van een heerlijk
zonnetje. We hebben het dan ook druk gehad en wat kan die Deb Ongena
lekker onder de palmbomen, genietend van de schaduw, uitgebreid en languit
slapen; die komt fit thuis!
Onder het mom 'never change a winning team' werd de avond wederom doorgebracht bij Ploy.
|
Vrijdag 5 mei (bewolkt, 35 graden)
Rond negen uur namen we afscheid van Koh Samet. Ik had hier persoonlijk
nog wel wat langer kunnen blijven, blijkbaar bevalt het nieuwe Samet mij
wel goed. De relaxedheid van Samet is zoals ik al
eerder zei totaal niet veranderd. Het blijft hier heerlijk.
Met de boot over, om daarna met een minibus richting Pattaya te gaan. We zitten momenteel in het Sunshine Garden Hotel, een oude bekende van Jack. Niets mis mee, sterker, voor de prijs een meer dan goed hotel; keurige kamer en een overheerlijk zwembad.
De middag hebben we helemaal niets gedaan, af en toe een plons in het zwembad en voor de rest languit op het bedje. Het was overigens de middag bewolkt, voor het eerst op deze vakantie!
Volgens mij was het februari 2002, Faithless opende met Donny X wat overging in We Come 1; iedereen, maar dan ook iedereen stond te dansen. 2 December 1985, The Waterboys, op dat moment nog een vrij onbekend bandje, opende voor Simple Minds in Ahoy; Whole of the Moon en het dak ging er toen al vanaf. Later op die avond 'plukte' Derek Forbes aan zij bassgitaar, Waterfront werd in gezet, een tot de nok uitverkocht Ahoy was te klein, de spanning en adrenaline zorgde voor een uitbarsting bij het publiek, zeker toen Jim Kerr, met de lichten nog uit het publiek uitnodigde: "fly away.........fly away."
Niet vaak heb ik 'echt' het dak er spreekwoordelijk vanaf zien gaan. Deze avond gebeurde het. Voor de avond hadden we 'ons thuis in het buitenland' gepland: Hard Rock Café, goed eten, lekker biertje en live muziek. De Elizabeth band (wie noemt zijn band nu zo?) speelde de eerste twee sets behoudende Amerikaanse softe muziek. We hadden een VIP-tafel aan de rand van de kleine dansvloer. De tent zat vol met Europese mannen die hun 'moppie' hadden meegenomen; wat dat betreft is het op sleeptouw nemen van een gezelschapsmoppie hier in Pattaya nog meer gewoonte dan op de eilanden of in Bangkok.
Een tent vol moppies deed ons afvragen waarom wij geen moppie bij ons hadden. Ik hoor het Jacobse en Van Es zo zeggen: "Moppie? Iedereen heeft een moppie! Wij moeten ook een moppie hebben. Tatatatata chic chic, tatatatata........chic. Moet je kijken wat een mooi moppie." Hoewel Jack later Deb als zijn import-moppie betitelde, merkte Deb terecht op dat zij wel met haar moppie was.
Schijnbaar gaat na tien uur ook voor de 'gewone' Thaien de deuren open. Niet veel later, op het moment dat de band zijn derde set begon, was het Hard Rock Café afgeladen. Vanaf het moment dat de band 'Zombie' inzette ging het dak er vanaf. Overal stonden mensen te dansen, te zingen, te schreeuwen en op de tonen van YMCA werd ook de bar officieel als dansvloer in gebruik genomen. Nu zijn Jack en ik zeker geen dansers, sterker, we moesten het deze avond volledig van Deb hebben en zelfs zij stond niet echt te 'springen’. Dus danste de hele tent op ons tafeltje na, die overigens in het midden van het dansgeweld stond......Moet zeker een vreemd gezicht zijn geweest.
Na een overheerlijke maaltijd, een paar biertjes, wat whiskey-sprite en een rekening van bijna 7500 Bath verlieten we rond 02.00, sluitingstijd, het Hard Rock Café; zo hadden wij ook nog iets van een bevrijdingsdagfeestje.
Zaterdag 6 mei (30 graden ’s ochtends zon, namiddag
bewolking/regen/zon)
Vanochtend eerst ontspannen bij het zwembad doorgebracht. Hoewel het wel
weer veel te warm was, baalden we toch dat rond het middag uur bewolkt
werd en zelfs wat regendruppels voelden. Het gaf ons de gelegenheid om wat
te gaan eten. Mocht je nu een aversie hebben tegen alles wat met Duitsers
heeft te maken, ga dan niet in Pattaya-noord in een hotel zitten. Je hebt
hier gewoon een hele Duitse wijk. Waar je onderhand in heel Azië Engels
voetbal kan en moet zien, kan je hier in Pattaya de Duitse Bundesliga live
volgen. Een overheerlijk gevolg is dat ook de Duitse gruntlichkeit tot de
keuken is doorgedrongen, dus konden wij bij Anton een lekkere
Wienerschnitzel bestellen. Een waar genot voor de middaglunch.
Morgen is onze laatste dag. Het ligt in de bedoeling dat we rond 18.00 uur een taxi vanuit Pattaya zullen pakken die ons rechtsstreek naar het vliegveld zal brengen. Als we geen vertraging hebben zullen we iets over elf uur vanuit Bangkok vertrekken om dan 05.35 uur aan te komen op Schiphol.
Ik wil iedereen bedanken die met het sturen van e-mailtjes mij in ieder geval mentaal heeft ondersteund, wat dat betreft lijkt het schrijven van een reisverhaal haast wel een bevalling. In dat opzicht is Dick Vinke dan ook mijn litteraire-verloskundige, mijn dank is groot voor zijn reactie na het Cambodja-verhaal.
Voor de rest, we zien elkaar snel genoeg...
Jack, 'Sexy' Debbie & Michael
6 mei 2006
Pattaya
Zaterdag 6 mei (30 graden ’s ochtends zon, namiddag
bewolking/regen/zon)
Na een late lunch, je kan het ook een vroeg diner noemen werd de namiddag weer aan het zwembad doorgebracht. De regen was overgewaaid, de zon
kwam te voorschijn en de temperatuur was nog steeds goed!
’s Avonds met de sawngthaew (Thaise taxi) Pattaya in. Toen viel mij pas op hoeveel
farangbarretjes, gogo-bars, sex- en nightclubs er in Pattaya waren. Nu ben
ik zeker geen expert op uitgaansgebied, ik heb onderhand het nodige
gezien, maar nergens op deze wereld heb ik deze hoeveelheid gezien:
indrukwekkend. Vooral het gebied tussen Soi 1 en Soi 3, de hoeveelheid
barretjes en zeer zeker de hoeveelheid vrouwen is overweldigend.
Wat mij dan wel weer goed doet, is dat er gelukkig nog plaatsen zijn in
deze wereld waar als je 60 bent, je er totaal alleen voor staat, je nog
warmte, liefde en genegenheid kan vinden. Pattaya is zo’n plaats, hier
staan de meiden/dames met hun armen wijd om je dan op te vangen.
Eigenlijk is het niet veel meer dan een sociaal kuuroord….hulde!
|
Zondag 7 mei (38 graden, zon)
De laatste dag, in tegenstelling tot Jack en Deb vond ik het allemaal wel
best; terug naar huis! Ik was wat dat betreft de enige die in de namiddag
zingend ons hotel verliet: “olé, olé, we gaan naar huis toe, we gaan
naar Zoë toe, we gaan naar Megan toe.” Triest, ik weet het…….
De dag zijn we doorgekomen zittend en liggend bij het zwembad; het was
weer veel te warm. Nog wat laatste inkopen gedaan, backpack gepakt en een
laatste douche genomen. Halfzes vertrokken we per taxi richting Bangkok om
daar iets meer dan twee uur later aan te komen.
Rond kwart over elf in de avond meldde onze gezagvoerder zich ongetwijfeld
bij de verkeersleiding van Bangkok: “Bangkok Tower, KL878 is ready for
take-off.” Niet veel later koos de blauwwitte Boeing 747-400 het
luchtruim met als einddoel Amsterdam.
Maandag 8 mei (17 graden bij aankomst in Amsterdam
06:15uur)
Na een vlucht van 10 uur 41 minuten en 38 seconden precies, kwamen we aan
op Schiphol; thuis!
De vlucht zelf duurde zoals gewoonlijk te lang en hoewel de
KLM-stewardessen niet verzaakten tijdens deze vlucht en het audiovisuele
gedeelte meer dan vermakelijk was, zou ik het ook wel eens prettig vinden
om net als Jack en (vooral) Deb een paar uurtjes te kunnen slapen. Wederom
was ik de enige die, op een klein uurtje na, niet in slaap kon vallen.
Tegen alle verwachtingen in stond mijn ‘kleine’ prinsesje ook op ons te wachten. We wisten dat al onze ouders er zouden staan, maar de aanwezigheid van Zoë was een verrassing. Hoewel ze Jack als eerste om zijn nek vloog, liet ze mij, nadat ze door had dat ik een paar meter achter Jack liep, de rest van de tijd niet meer los: “ik heb je gemist……” Dat is het enige wat ik wilde horen!
Al met al wederom een fantastische reis, de hernieuwde kennismaking is bevallen en dat is een understatement!
Heb je nog niet genoeg foto's van China gezien, volg dan de onderstaande link naar de fotopagina van Thailand voor extra foto's.
Go back to the top of the page
|
Kijk
eens verder, want jij maakt wel degelijk het verschil
|
|
laatste update: 7 april 2006 |
Copyright © 2004 - 2007 Michael Boelhouwer All rights reserved |