Stadhuisklok (Orloj)
De eerste klok van het stadhuis dateert uit het begin van de 15de eeuw en
moest een fantastische technische prestatie zijn voor de tijd. Volgens de legende werd de klokkenmaker
Hanus door raadsleden blind gemaakt om te voorkomen dat hij ergens anders een dergelijke klok zou maken.
Het mechanisme gemaakt door Jan Táborsky tussen 1552 en 1572 is steeds functioneel.
Afgezien van het uitbeelden van de rotatie van de maan, de zon, planeten en sterren om de aarde, het
meest bekende element van de klok is, elk heel uur, een processie van de twaalf apostelen die in de
bovenste twee raampjes verschijnen.
Aan de weerskanten van de cirkel zijn beweegbare figuurtjes. De Dood trekt aan een bel en ondertussen
bekijkt hij in de andere hand de zandloper en knikt naar de Turk. De Turk schudt zijn hoofd, uitleggend
dat hij niet met hem meegaat. Hebzucht weegt haar beurs in haar hand en Ijdelheid bekijkt
zichzelf in de spiegel, beide tevreden knikkend. Het schouwspel wordt afgesloten door het kraaien van de haan.
In de onderste gedeelte zijn 12 medaillons met de tekens van de dierenriem, gemaakt door Josef Mánes (1865).
Openbaar
Vervoer:
Metrolijn B: Námestí Republiky
Metrolijn A: Mustek of Staromestská
