Rode hond (rubella) is te herkennen aan de platte, rode vlekjes die zich binnen een paar uur over het hele lichaam verspreiden en
aan de opgezette klieren in de nek. Het is een goedaardige kinderziekte die door een virus wordt veroorzaakt. Er is geen hoge koorts. De incubatietijd (tijd tussen de besmetting en het
uitbreken van de ziekte) ligt tussen de twee en drie weken. De ziekte is besmettelijk vanaf de eerste ziekteverschijnselen tot vijf dagen na het verdwijnen van de vlekjes. De vlekjes
zijn klein en roze-rood. Ze ontstaan het eerst in het gezicht, maar binnen een dag zitten ze ook op de buik en de rug. Na een dag kunnen de vlekjes in het gezicht alweer
wegtrekken, maar tegelijkertijd verschijnen ze weer op armen en benen. Zolang er sprake is van koorts moet het kind in bed blijven. Bij zwangere vrouwen die geen rode hond hebben gehad, kan
het virus tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap letsel aan de ongeboren vrucht veroorzaken. Tegenwoordig worden vrijwel alle kinderen ingeënt voor deze ziekte. Inentingen kunnen complicaties
veroorzaken. Slechte reacties op inentingen kunnen zijn: allergieën, wiegendood, auto-imuunziekten (MS), ADHD, autisme enz. (zie vooral boeken van Viera Scheibner,
Harris Coulter en Delarue, de auteurs laten zelfs zien dat na het inzetten van inentingen op grote schaal het aantal gevallen van die ziekte zelfs toeneemt en
dat allerlei gevallen van ernstige psychische verstoringen toenemen). Vele medici wereldwijd ondersteunen het inentingssysteem, vele daarvan in de overtuiging goed te doen,
maar veroorzaken daardoor vele van onze moderne welvaartsziektes en verstoren de natuurlijke afweer van kinderen tot ver in hun volwassen leven. De negatieve gevolgen na een inenting
kunnen bestreden worden met het homeopathische middel Thuja D6 (let op: dit middel mag nooit als oertinctuur gegeven worden, maar in een verdunning vanaf D6).
Er is een natuurlijk middel dat bij rode hond kan worden gebruikt: Echinaforce (Vogel).