IJsland 2007
de werkelijkheid zegt meer dan 1000 foto's

Zo begint de folder van de Smyril Line, en het is echt zo. Er zijn plekken op IJsland, die echt niet met foto's of film te verwoorden zijn, die moet je gewoon zien.


WEEK 1, van zaterdag 7 t/m vrijdag 13 juli

Na onze overnachting in Jelling, Denemarken, komen we tegen de middag aan in Hanstholm. Het regent en er staat veel wind, het wachten begint. Het is al er vrij druk in de haven, er staan zeker 36 campers en dan hebben we de anderen voertuigen nog niet geteld. In 2003 stonden we hier met ongeveer 8 campers, wat jeeps en andere voertuigen. Is dit een voorteken. De boot komt zo rond de klok van 6 uur de haven binnen varen. Naar ons gevoel duurt het uren voor dat de boot leeg is. De passagiers mogen niet mee in het voertuig aan boord, wij pakken onze bagage en gaan via de loopbrug. Onze hut is nog niet klaar, daarom gaan we maar achter op de boot zitten en zien we Peter naar ruim drie kwartier de camper aan boord rijden. Zodra je aan boord bent is het schip tijd, dat is een uur vroeger en om 20.45 (NL tijd 21.45) verlaat de NORRÖNA de haven. Wat zijn we in onze sas met onze 4 persoons hut, heel wat beter dan de couchettes. Daar slaap je gemiddeld met 6 of 9 personen, en de kans dat je gescheiden bent van de rest van de familie is aanwezig.

Op zondag varen we langs de Shetland eilanden, en dobberen rustig verder richting Faerøer. Hier komen we maandag ochtend om 6 uur aan in Tórshavn,een van de kleinste hoofdsteden ter wereld. Als we van boord zijn gaan we via een hoogvlakte richting Saksun, de weg door de vallei is prachtig maar erg smal. Saksun ligt bijna aan het eind van de weg aan een fjord. De huisjes met grasdaken lijken wel op te gaan in het landschap, helaas zijn de huisjes niet open. Het museum is pas in de middag open, maar ja als je al om half 5 wordt gewekt en om 6 uur van boord gaat let je niet op openingstijden.

In het nabij gelegen Oyrarbakki doen we de boodschappen, dit ligt op het eiland Eysturoy. Op weg naar Oyendarfjørdur, de weg is smal en er komt mist op zetten. In Oyendarfjrødur bekijken we de Rinkusteiner, deze stenen bewegen op de golven. Je moet wel goed kijken, daarom hebben ze er wat stokken neer gelegd zodat je het kan voelen. Ook zit er een ketting aan zodat je toch wat ziet bewegen. Via hoog gelegen weggetjes gaan we, deels door de mist, naar Gjógv. Dit is een schilderachtig dorpje en dankt zijn naam aan de 200 m lange zeekloof die als natuurlijke haven wordt gebruikt voor de vissersbootjes. Als we naar de punt van de rotsen lopen zien we wat Papegaaiduikers op zee.

We nemen wat te drinken in het kleine koffiehuis. En net als we heerlijk zitten te genieten van onze koffie en thee, komt de man met de hamer langs. We zijn het zat en gaan op zoek naar een camping. Op de Faerøer mag je niet wild kamperen en we houden ons er netjes aan. We besluiten de camping in Eidi te nemen, want de camping hier in Gjógv is te bereiken via een vrij smal straatje en de vraag is halen we die draai het straatje in? Via de 662, die slingert langs de voet van de Slættaratindur de hoogste berg van de Faeröer, gaan we naar Eidi. Door de dikke mist worden we ontnomen van de prachtige uitzichten, en de rotsen Rinsin en Kellingin. Dinsdag gaan we het eiland Vágar bekijken, deze bereik je via een tol tunnel. Deze tol moet je betalen als je het eiland weer verlaat, bij de lokale benzinepomp. Weg 40 loopt door alle grote dorpen die het eiland heeft, de dorpjes hebben allemaal wel wat om te bekijken. Zoals de kerk in Sandavágur met zijn van ver te onderscheiden vuur rode dak. Het interieur is eenvoudig zoals in veel lutherse kerken. Je hebt prachtige panorama's, grillig gevormde rotsen steken vanuit het water omhoog. Midvágar is de plaats waar enkele opnames werden gemaakt voor de film Barbara geschreven door de schoolmeester van dit dorpje Jørgen Jacbsen. We blijven weg 40 volgen tot we niet meer verder kunnen. Volgens de kaart is er een tunnel, maar er staat niet bij hoe hoog en je kan er niet keren. Dus besluiten we om bij de P. plaats terug te gaan en zo zien we de hele weg van de anderen kant. Na de lunch verlaten we het eiland en gaan een kijkje nemen in Vestmanna. Daarna naar de camping in Thórshavn, want morgen gaan we weer op de boot.

Woensdag, bekijken we de hoofdstad Tórshavn. De zon doet ons goed na de dagen met mist, en met veel plezier bekijken we het oude gedeelte van de stad, Tinganes. Het grote winkel centrum SMS stelt niet veel voor, het centrum van Tórshavn in klein maar wel gezellig. Omdat Lya Pippi's in verschillende talen verzamelt, gaan we natuurlijk ook naar de boekenwinkel om een Pippi in het Faerøers te kopen. En zo tikt de klok ons richting haven, we genieten van het zonnetje en zien de Norrona de haven binnen varen. Het aan boord gaan, is dezelfde procedure als in Hansholm. Wij gaan lopend de boot op, Peter met de camper. De kapitein is vandaag goed gemutst en bied ons een cruise aan. Hij vaart tussen de verschillende eilanden door. Het is prachtig, die grillige kust met die diepe groten we genieten er van.

Donderdag: IJsland verwelkomt ons met zonnig weer, dit was wel wat anders in 2003. Het duurt echt heel lang voor dat we door de douane zijn, komt dat door de drukte of hebben ze geen haast? Laten we het maar bij het laatste houden, maar één ding is zeker het is echt veel drukker dan de vorige keer. Tegen 12 uur rijden we Seydisfjördur uit en gaan op weg naar Egilsstadir, hier pinnen we wat geld en doen boodschappen. Even een tip: wil je de drukte ontlopen bij het geld pinnen want, men staat in de rij, net voorbij de Shell naar rechts gelijk links. Het eerste gebouw is een bank, en niet druk. Boodschappen doen we bij de Bonus. Dit is een van de goedkoopste winkels op IJsland. Deze zit op de splitsing van de 1, naar rechts en na ca 100/200 m zie je de bonus. Wij gaan terug en nemen de 92, het is een prachtige weg met mooie panorama's. Via de hoogvlakte Oddsskad (705) bereiken we Neskaupstadur een klein dorpje. Hier kan je een mooie wandeling maken langs de kust. We rijden weer terug en gaan de 90 op, gelukkig hoeven we niet helemaal via een onverharde weg langs de kust. Er is een tunnel gekomen die uitkomt bij Fáskrúdfjördur dit scheelt ongeveer 50 km hobbelen. We genieten van de uitzichten en de rust, natuurlijk maken we de nodige stops voor foto en film. In Stödvarfjördur is een klene gratis camping, hier gaan we de eerste nacht op IJsland doorbrengen.

Vrijdag de 13e, gelukkig zijn we niet bijgelovig. En gaan rustig aan onze dag beginnen, we ontbijten buiten en gaan tegen half elf op pad. We slingeren langs fjorden en steile wanden. Helaas wordt het weer steeds slechter, regen en veel wind. In Djúpiforgur gaan we tanken en doen de boodschappen. De wanden worden steeds hoger en steiler terwijl af en toe de zon er toch probeert door te komen. We stoppen regelmatig om van dit alles te genieten en voor foto's. Bij Almannaskard hoef je niet meer via de steile 16% bergpas, er is nu een tunnel gebouwd. Toch willen wij het uitzicht nog eens zien, dus gaan wij het onverhard op naar het uitzichtspunt. Om in Höfn te komen moet je dezelfde weg terug naar beneden en via de tunnel. In Höfn en omgeving is het verboden om wild te kamperen, toch zoeken we nog wat in de omgeving, maar helaas. Höfn is een klein plaatsje van waaruit je veel activiteiten kunt doen op de Vatnajökull, bij de VVV is ook het gletsjer museum, we overnachten op de camping.


WEEK 2 van zaterdag 14 juli t/m vrijdag 20 juli

Na de boodschappen, we kopen maar wat extra want het is morgen zondag, gaan we richting de grootste gletsjer van Europa, de Vatnajökull. We nemen, vanaf de ringweg, verschillende zijweggetjes en bekijken de verschillende uitlopers (gletsjers), een fantastisch gezicht. Zo komen we bij de Jökulsárlön, gletsjerlagune, waar stukken ijs in drijven die afbreken van Breidamerkurjökull. Je waant je hier in een andere wereld. Natuurlijk gaan we met een amfibie voertuig over het meer met de ijsbergen varen. Onze gids vertelt dat het ijs zo'n 1000 tot 1500 oud is en dat het zo tussen 3-4 jaar duurt voor dat de grote brokken in de zee aankomen. Het ijs is ook sterker dan gewoon ijs, we mogen allemaal het ijs voelen en vasthouden. Helaas duurt de tocht maar een half uur. Op de terugweg heeft het ijs ons ingesloten. De zodiak die met ons mee vaart maakt even een doorgang en zo kunnen we richting de kant varen. Telkens is het zicht anders, de brokken ijs proberen naar zee te komen maar door de opkomende vloed wordt het een gedrang in de smalle doorgang. We gaan richting het zwarte strand direct naast het meer. Hierop spoelen door de vloed ijsbrokken aan. De ijsbrokken op het strand zijn net diamanten op zwart stof. Zelf ga ik maar even zitten en geniet van al deze pracht, vannacht blijven we hier maar staan. In loop van de middag gaat de zon schijnen, nu is het plaatje compleet. Als we zitten te genieten aan de kant zien we zelfs verschillende zeehondjes tussen de ijsschotsen door zwemmen. De Noorse sterns vliegen af en aan. We gaan laat naar bed, van al dit moois krijgen we geen genoeg.


Zondag: De nacht was koud en als we de rollo's opendoen is het mistig. De huisjes aan de overkant van de boottochten, zijn bijna niet te zien. We gaan naar de Skaftafell, het regent en het ziet er niet uit dat het vandaag nog op zal klaren. Bij de Skaftafell kijken we in het informatiecentrum naar de film over de uitbarsting onder de Vatnajökull, indrukwekkend. We lopen toch door de regen naar de Skaftafellsjökull, een uitloper van de gletsjer. We zijn blij dat we goede kleding hebben. Na de lunch gaan we weer verder, we rijden over de Skeidarársandur een 30 km lange spoelzandvlakte. Dit is de grootste Sandur van IJsland. Hier ligt ook de grootste brug van IJsland met een lengte van 904 meter die de moeilijk te controleren Skeidára overbrugt. We rijden over zwarte vlaktes, en gelukkig wordt het weer beter. In Núpsstadur bekijken we het turfkerkje wat plaats biedt aan 8 personen. Vanaf het kerkje heb je ook een prachtig zicht op Lómagnúpur, een steile rots die vroeger in zee lag. Na vele stops komen we aan in Kirkjubæjarklaustur, en gaan op zoek naar het zwembad. Helaas is dat er niet meer in verband met nieuwbouwplannen. We rijden terug naar de rotonde en gaan links en tegenover de waterval vinden we een plek voor de nacht.

Maandag: In Kirkjubæjarklaustur doen we boodschappen en verschonen de camper. Probleempje, de klep van de vuilwatertank wil niet meer open. Al snel vinden we het probleem, er is een schroef los getrild. Een schroevendraaier en een beetje secondenlijm doen wonderen. De weg leidt ons langs lavavelden, zandvlaktes, canyons en kliffen, naar Vík. Als echte toeristen kijken we even in de wol annex souvenirshop, de gebruikelijke troep en veel te duur. In Vík volgen we het bord Reynisdranger, we komen aan bij een parkeerplaats en lopen vanaf daar naar het strand. Op de rotsen zitten papegaaiduikers en het strand is git zwart. We weten als je de andere kant van de berg wilt zien, je weg 215 moet nemen. Het is hier wel heel erg veranderd, in 2003 was het gewoon een zandweg met aan het eind een open plekje, nu is er een parkeerplaats en die staat vol. Niet alleen met auto's maar ook met de nodige bussen. We lopen naar het kiezelstenenstrand. Er zijn prachtige basaltformaties, holle en uit zee oprijzende rotsen. Natuurlijk ontbreken de papegaaiduikers ook niet, maar om ze nog dichter bij te zien rijden we naar Dyrhólaey. Dit is een 120m hoge kaap die boven het zwarte strand uitsteekt. De weg er naar toe is erg slecht, vol met kuilen en gaten. We parkeren de camper en nog geen paar meter van ons vandaan zitten de papegaaiduikers, op ons buik bekijken we deze koddige beestjes. Er worden de nodige foto's emaakt en je blijft maar naar ze kijken. Vooral het lopen is vreemd, ze wippen van het éne op het andere been. Achter ons bevinden zich rotsen waar de branding flink tegen aan beukt, en een brug van basalt. Het wordt langzaam vloed dus dat levert mooie beelden op. Er is nog een weg naar boven, hier kom je bij de vuurtoren en de uitstekende rots in de zee. We pakken de camper en gaan die richting uit, de weg is heel stijl, slecht en de bochten erg krap. Gelukkig komt niemand ons tegemoet. Boven heb je een prachtig uitzicht over het zwarte strand, vlak onder ons zitten de papegaaiduikers. We lopen richting de vuurtoren en zien dat er een flink stuk uit de rots geslagen is. Pas laat in de middag rijden we terug naar de 1, op zoek naar een plek voor de nacht. We vinden dat het moeilijker is dan in 2003, vaak hangt er een stuk draad voor het weggetje of er is een diepe gleuf. Zo komen we aan bij de Skogarfoss, de camping hier is behoorlijk druk. We rijden verder en vinden in Eyvindarhólar ( 2 huizen en een kerk) een plekje voor de nacht, de bewoners vinden het goed als we maar geen vuil achter laten.

Dinsdag: We hebben heerlijk geslapen onder het wakend oog van de kerk. Onze eerste stop is bij de Seljalandsfoss, dit is een 40 m hoge waterval waar je achter door kunt lopen. We klauteren over glibberige stenen, naar de achterzijde van de waterval. We worden hartstikke nat, en glibberen via de andere kant terug. Peter heeft als enige geen regenbroek en jas aan, die zetten we in de zon te drogen met een kop koffie als we terug komen bij de camper. We willen nu een stuk binnendoor steken, maar als we na een stuk rijden bij een brug komen is de brug niet meer dan een stuk geraamte met nog wat planken. Ook besluiten we om niet naar Landmannalaugar te gaan, dit hebben we de vorige keer gedaan, nu willen we toch wat meer tijd op Snæfellsnes doorbrengen. Bij weg 30 gaan we naar rechts richting de Gullfoss, de weg er heen is droog en slecht. Maar als we bij de Gullfoss (gouden waterval) aankomen weten we waarom die zo heet, de zon schijnt prachtig en dit maakt een mooie regenboog boven de waterval. De waterval valt in twee trappen naar beneden in een kloof van 2,5 km lang en 70 m diep. Vanaf hier gaan we naar de Geysir, deze spuiter is, door toedoen van de mens, helaas in ruste, maar de ernaast gelegen Strokkur spuit met regelmaat. De Strokkur vormt eerst een bol, dan denk je hij gaat spuiten. Maar nee, en als je het niet verwacht spuit die zo 20-30 m de lucht in, dit herhaalt die zo elke 5 a 10 minuten. Vanaf het bankje heb je een prachtig uitzicht over het veld, waar meerder bronnen en bubbelende poelen te vinden zijn.

De nacht brengen we door achter op de parkeerplaats bij de Geysir, s'avonds als het rustig is gaan we het allemaal nog eens heerlijk rustig bekijken. De zon schijnt prachtig door het spuitende water, en maken de nodige foto's.

Woensdag : Er zijn toch altijd mensen die vroeg op zijn, om 8 uur lopen er al mensen bij de Geysers, en niet zo weinig ook. Wij ontbijten met uitzicht op de spuitende Strokkur en gaan rustig op weg via de 35. Onder weg stoppen we bij verschillende kraters (o.a Kradur) en prachtige plekjes. In Hveragerdi zijn verschillende dingen om te bezichtigen. Onder andere de tuin van Eden en een groot geothermisch veld. En in de VVV zie je door een glazen vloer de breuklijn tussen Europa en Amerika. We vervolgen de 1 en gaan richting Reykjavík, en dan begint het te regen. Als we Reykjavík in komen wordt het wat droger, bij het Vikingschip in de haven kijken we even en bekijken de kaart van de stad om uit te zoeken waar de camping is. We besluiten eerst om toch wat van de stad te gaan zien. Als eerste de hoofdstraat door maar het begint weer hard te regenen, dus besluiten we maar om naar de camping te gaan. Het is erg druk op de camping, en nemen een van de laatste plekjes in. We gaan eens heerlijk uitgebreid douchen en wat was doen, wat huishoudelijk werk en de dag zit er weer bijna op.


Donderdag: Als we wakker worden horen we de regen op het dak, niet leuk maar dat kan je verwachten. Dus op weg naar de stad, na ca 2km zeggen de ruiterwissers, doe het zelf maar. Na onderzoek blijkt dat er een bout is los gerammeld, en dat we er één zijn verloren. Het wordt zo goed als het kan even door Peter zelf gemaakt, en we gaan weer op weg naar het centrum. Ook hier gaan we naar de boekenwinkel voor een Pippi, hier noemen ze haar Lina, dan naar de Hallgrimskirkja. Deze kerk is gebouwd in de vorm van een omgekeerde IJspegel, helaas kunnen we er niet in vanwege een concert. Dan gaan we naar Vulcano, hier laat men films zien over de verschillende uitbarstingen op IJsland en een soort tentoonstelling over vulkanen, maar hij is dicht. De folder en het meisje van de VVV vertellen toch echt iets anders, hij zou open moeten zijn. We nemen een broodje met koffie, hier loop je echt op leeg maar gelukkig smaakte het broodje prima. Verder op onderzoek in Reykjavík, onder andere naar de oude haven waar we de enigste trein van IJsland staat, en zo lopen we nog een tijdje door de stad en bekijken verschillende gebouwen. Daarna gaan we toch op pad want er moet nog een bout voor de ruiterwissers gevonden worden. We vinden een kleine garage die heeft er wel een en zet hem er in, dit alles voor de prijs van 0 ISKR. De nacht brengen we door in Gradur bij de vuurtoren, hier heb je een prachtig uitzicht over de baai van Reykjavík.

Alweer vrijdag en het regent en waait behoorlijk, we verlaten het plekje bij de vuurtoren en gaan naar weg 44. Deze gaat over in de 425, Jammer dat het slecht weer is, nu zien we weinig van de Hafnaberg dit zijn kliffen aan de zuidkust. We maken een stop bij de brug tussen de twee continenten, de Euroaziatischeplaat en de Noord- Amerikaanseplaat. We gaan weer verder hobbelen want het is geen asfaltweg meer, via Grindavik gaan we naar de 427 op ook dit is na enkele kilometers weer een gravel weg. Door de regen zie je de kust nauwelijks. Bij Krysuvík stoppen we, een plaats die bekend is om zijn heetwaterbronnen, stoomgaten, naar zwavel ruikende baden en kokende modderpoelen. Hier lopen we tussendoor naar boven, die modderpoelen blijven toch iets bijzonders hebben. We rijden dwars door Reykjavík terug en komen op de ring, vanaf hier gaan we naar Þingvellir. Daar kijken we bij het bezoekers centrum en bij het uitkijkpunt waar je over de vlakte kijkt, en duidelijk de breuk in het landschap ziet. Op de camping zoeken we een leuk plekje voor de nacht, het is zelfs een poosje droog, wie had dat nog verwacht.

WEEK 3 van zaterdag 21 juli t/m vrijdag 27 juli

Vanaf de camping gaan we gelijk naar de parkeerplaats bij Þingvellir, deze vlakte van het parlement is het nationale heiligdom van IJsland. Bij Þingvellir is duidelijk de breuklijn te zien in de Midden Atlantische rug, de geologische grens tussen Noord Amerika en het Europese continent. Als je door de kloof (de verzakking) loopt, loop je in niemandsland. Volgens metingen drijven de continenten ongeveer 1 a 2 cm per jaar uiteen. Als je verder wandelt zie je nog meer van die prachtige breukvlakken, de één gevuld met water de andere niet. Er zijn mensen die in zo'n breuk geld gooien, en een wens doen. Wij gaan verder om de kerk te bekijken, deze heeft een fris geschilderde binnenzijde en op het balkon staan voor de hoog geplaatste gasten fauteuils. Na onze vroege ochtend wandeling gaan we de weg 52 op, deze onverharde weg is goed te rijden. Soms wat kuilen en gaten, dan weer een stukje wasbord. Maar de omgeving is prachtig, steile wanden prachtige kleuren. Dan hebben we even een kritiek moment, ze hebben de weg omgeploegd en dat net op een stuk helling van 20%. Bij de derde poging komen we helemaal boven. We maken vele stops en maken de nodige foto's. Tegen de tijd dat onze maagjes beginnen te knorren komen we aan in Borgarnes. Vanaf hier gaan we naar het schiereiland Snæffelsnes, bekend als één van de 7 wereld wonderen van Jules Verne. Bij Raudamelsölkelda ligt de beroemdste en grootste minerale bron van IJsland, op de weg daar heen kom je langs fraaie basaltkolommen, zwarte steile bergen en dan ineens is het weer groen. Helaas is de bron opgedroogd, dus geen fles kunnen vullen met geneeskrachtig water, daar gaat onze handel. Het is een lange dag geweest en tegen 7 uur komen we aan in Arnarstapi.

Het is vandaag echt ZON- dag, de zon schijnt heerlijk en we gaan maar gelijk aan de wandel langs de kust. De kust is steil, grimmige vormen, en de zee beukt tegen de basaltpilaren. De Noorse sternen vliegen rondom je heen en de meeuwen schreeuwen er op los. Na de wandeling gaan we verder langs de kustweg 574, vanaf deze onverharde weg gaan we regelmatig naar de kust. Zo kijken we de vuurtoren op de Malarif, Vanaf deze vuurtoren zien we 2 orka's, het is echt goed kijken maar ze zijn het echt. Ook heb je hier een prachtig uitzicht op de rotsen Lóndranger. De Snæfellsjökull zit met zijn topje in de bewolking, de gletsjer heeft 3 pieken maar we zien er geen één. De heren beklimmen de steile krater van de vulkaan Sax holar, de dames zorgen in de tussentijd dat de tafel gedekt staat. Na de lunch gaan we naar Hellissandur, hier bevindt zich een heel klein zeemansmuseum. Wij verschonen de camper en gaan verder naar Ólafsvík, en gaan met dit mooie weer genieten als enigste gasten van het zwembad. Als we erom 4 uur uitgestuurd worden, men gaat sluiten, gaan we op zoek naar een plekje voor de nacht en daarvoor rijden we terug naar Hellisandur.

Maandag, de zon schijnt krachtig en dat maakt het landschap nog mooier, we vervolgen de kust weg. En komen langs prachtig steile bergen,de Kirkjufjell steekt loodrecht als een kerk omhoog. De kust zit vol met vogels, ons vogelboek wordt dan ook regelmatig gepakt. De weg gaat over een groot lavaveld, sommige stukken lava staan kaarsrecht omhoog. Stykkishólmer is de hoofdstad van Snæfellsness, hier informeren we naar de boot die naar de Westfjorden vaart. De eerste vaart voor ons is pas morgen middag, dus doen we dat maar niet. We gaan maar verder i.p.v. naar links gaan we naar rechts, dus moeten we maar over weg 55 terug, geen probleem. Zo komen we ook wel bij de op de 54 en gaan op zoek naar de Gullborgarhellar, grotten die pas in 1957 zijn ontdekt. Ze hebben volgens de boekjes mooie formaties stalactieten, we vinden na een poosje aan het weggetje een bordje dat wijst naar een lava vlakte. We gaan op pad, maar na dit ene bordje is er niets meer. Dan maar kijken we hoe het pad loopt. Al snel splitst het pad zich in verschillende kleine padjes. Zo lopen we ruim een uur over het lava veld, Zien we hele kleine grotten maar niet die met formatie stalactieten. Boven ons stapelen donkeren wolken zich op en we besluiten om terug te gaan naar de camper. Aan het Hlídarvatn vinden we een prachtige plek voor de nacht, de eigenaar wil er wel een kleine vergoeding voor 1000 ISKR. Dat is dit uit zicht wel waard, we bakken ons visje buiten, en onder het genot van een glaasje wijn nuttige we deze, heerlijk.

Dinsdag, via Borgarnes gaan we terug naar weg 50 op naar Reykholt, bij de Deildartunguhver stoppen we en kijken naar de heetste warmwaterbron van de wereld. Hij levert 180 ltr water van ca 97 graden per seconde, het water wordt gebruikt om de steden Akranes en Borgarnes van thermische verwarming te voorzien. Het stoomt en spuit achter de hekjes, de vloer is warm en het water wat door de bodem komt is goed heet. Er staan ook kassen en bij een kraampje kan je heerlijke tomaten kopen. In Reykholt kijken we bij het museum van de IJslandse sage schrijver Snorri Sturluson, en gaan dan op weg naar de Hraunfossar een waterval die 46 km onder het lavaveld doorloopt. Een stukje verder ligt de Barnafoss(kinderwaterval). Deze waterval is vernoemd naar een sage die vertelt dat er op kerstavond 2 kinderen in de waterval zouden zijn verdronken. Als je via de brug naar de overkant gaat, kom je op het lavaveld waar de Hraunfossar onder door loopt. We gaan rechtsom terug naar de ringweg, op de ring komen we langs de Grábrók een krater gelegen midden in een lavaveld. De weg voert ons over de pas Holtavörduheidi, er staat veel wind, en op verschillende plaatsen zijn ze aan de weg bezig. In Hrútafjördur zie je eindelijk de Noordelijke IJszee, bij de jeugdherberg kan je ook kamperen en genieten van de Hotpot achter het huis.

Woensdag: De wind is gelukkig gaan liggen, en we gaan weer heerlijk op pad. Als je de afslag 721 neemt kom je bij een prachtig steen kerkje, met een donker blauw plafond met gele sterren. Het is zeker even een stop waard, vroeger stond hier een van de eerste kloosters. Via Blöduós vervolgen we naar de ringweg, onderweg stoppen we bij een uitzichtpunt die over het dal kijkt. Op de splitsing in Varmahlód gaan we richting Saudákrókur, we stoppen niet bij Glaumbær hier zijn we al eens geweest en het is er ontzettend druk. Hólar is een historische plaats, het was vroeger één van de twee bisdommen. In Hofsós, aan de haven, vindt je leuke oude huisjes die dateren uit eind 17 eeuw. Hier genieten we van een ijsje in de IJslandse zon. Hierna gaan weer op weg naar Siglufjödur, via een prachtige weg steil langs de kust en door een smalle tunnel kom je in dit plaatsje aan. In de haven zijn verschillende camperplaatsen. Hier gaan we staan en bekijken het kleine stadje/ dorpje en het museum over de haringvangst.

Vandaag over een week gaan we weer op de boot, het geeft een gevoel van we willen nog zoveel zien. Het zonnetje schijnt magertjes en we gaan over de Lágheidi een 409 m hoge bergpas naar Ólafsfjördur. De weg is van gravel maar goed te rijden, het is een mooie weg en af en toe komen we een huis tegen. In Ólafsfjördur begint de mist binnen te dringen, wij gaan gauw verder over weg 82 die langs de kust gaat. We rijden door verschillende dorpjes, en stoppen zo nu en dan om van de mooie panorama's te genieten. Tegen het middag uur komen we aan in Akureyri. Deze tweede stad van IJsland hebben we de vorige keer uitgebreid bekeken. Nu doen we er wat boodschappen en lopen een rondje en gaan dan weer op weg. Over de ringweg komen we aan bij de Godafoss, de waterval der goden is maar 12 m hoog maar wel een mooie waterval. We willen vandaag naar Húsavík, om morgen een Walvissafari te gaan doen. Via de 85 gaan we naar Húsavík, als eerste gaan we even bij de VVV langs om te informeren naar het weer voor morgen. De dame vertelt dat ze slecht weer verwachten, dus dat we het beste vandaag nog walvissen kunnen gaan kijken. De volgende afvaart is om 20.15 uur, wel laat maar we besluiten om dat toch te doen. We moeten nog wel even wachten, dus gaan we maar eten en ons warm kleden voor de boot tocht. Om 19.45 melden we ons in de haven, en mogen we aan boord. De gids geeft ons pakken die we aan kunnen doen zodat we het niet koud hebben. We voelen ons net van die Michelin poppetjes maar het belangrijkste is, we hebben het niet koud. Na ruim een uur varen zien we in de verte de eerste pufjes, de boot vaart direct die kant op. We zien verschillende staarten van bultruggen, zelfs een die omhoog springt uit het water. Door de golven is het erg moeilijk om stil te staan en scherpe foto's te maken, want je hebt handen ook nodig om je vast te houden. Zo varen we ca 45 minuten rond op zoek naar meneer en mevrouw walvis. Dan zet de schipper weer koers richting de haven, waar we tegen 23.00 uur aankomen.Omdat het al zo laat is gaan we naar de camping, op de camping kletsen we nog wat na over de walvissen en eigenlijk vinden we alle vier dat de walvissafari in Andernes, Noorwegen, toch beter was. Maar het was toch wel de moeite waard.

Vrijdag: De zon staat hoog aan de hemel, dit is maar weer eens het bewijs dat het weer hier niet te voorspellen is. We vervolgen de kustweg (85) en dan de 824 op naar Ásbyrgi, dit is de grootste canyon van Europa, volgens sage is het een voet afdruk van het paard .Als je de smalle weg afrijd kom je op een parkeerplaats en vanaf hier kan je een wandeling maken. Op de terug weg bekijken we het informatiecentrum wat een leuke tentoonstelling heeft over de natuur in de omgeving. Na de lunch vervolgen we onze weg over de 864 deze weg is goed te rijden naar de grootste en krachtigste waterval van Europa de Dettifoss. Onderweg stoppen we verschijnende keren om van het bijzonder landschap te genieten. Vanaf de parkeerplaats van de Dettifoss klauteren we naar beneden. De waterval is enorm krachtig en stort met veel lawaai in een 44 m diepe kloof. Het water heeft een de grijs/bruine kleur, veroorzaakt door het gruis wat meegevoerd wordt voor zijn lange tocht. Het stuifwater van de waterval zorgt voor mooie plaatjes, we kunnen er geen genoeg van krijgen. Als je verder klautert kan je naar de Sellfoss lopen. Dat slaan we over omdat we dat de vorige keer hebben gedaan en de Dettifoss maakt veel meer indruk op ons. Vele foto's later klauteren we terug en gaan rechts de 864 op. De weg lijkt nog slechter dan de vorige keer. Nou weg noemt het maar wasbord, de camper wordt flink door elkaar geschut en zo rijden we een uur en komen dan weer op de ring. We gaan op weg naar Reykjahlíd bij het muggenmeer Mývatn. Als we in de buurt komen, komt de geur van rotte eieren je al tegemoet. Als eerste gaan we naar de VVV om te informeren naar een dagtocht naar de Askja, daar vertellen ze ons als je met meer dan 3 personen bent het goedkoper is om een auto te huren dan met de bus te gaan. We overleggen wat en besluiten dat te doen, je moet het reserveren bij het Hotel. Als we daar gaan informeren hebben ze alleen nog een Toyota Land cruiser, maar nog altijd goedkoper dan met de bus. En je kan heerlijk eigen dag indelen. Mývatn ligt in een nationaal park dat houd in dat je er niet wild mag kamperen, daarom gaan we naar de camping die achter het hotel ligt. Daar staat ook de Italiaanse NKC. Op één of andere manier denkt het meisje dat we daar ook bij horen, nou om eerlijk te zijn liever niet.

WEEK 4 van zaterdag 28 juli t/m vrijdag 3 augustus

Vannacht was het erg koud volgens ons de koudste van heel de vakantie, vanaf de camping gaan we eerst boodschappen doen zo kunnen we de hele dag in de omgeving op pad en hoeven we daar niet meer aan te denken. Dan gaan we even buiten Rekjahlíd bij een boerderij gerookte zalm halen, deze is erg lekker dat weten we nog. En we zijn toch van die zalm liefhebbers en omdat het vandaag onze trouwdag is maken we er vanavond iets bijzonders van. Als eerst nemen we een kijkje bij Grjótogjá, deze grot onder de breuklijn heeft een natuurlijke heet waterbron. Boven is duidelijk de breuklijn te zien, op de achtergrond zien we de Hverfjall. Vanaf deze vulkaan heb je een prachtig uitzicht over het gebied. We gaan verder naar Námaskard, dit is een groot thermisch gebied dat op de bergrug van Námafjall ligt. De heerlijke IJslandse parfum is natuurlijk ruim aanwezig, we lopen door het gebied met spuitende stoomgaatjes en pruttelende modderpoelen. Daarna gaan we naar het Krafla gebied, we klimmen de Viti op en lopen het rond. Jammer genoeg wordt het gebied op enkele plekken ontsierd door buizen van de Krafla centrale. Aan de andere kant van de weg ligt Leirhjúkur, dit gebied met onder andere modder poelen heeft ook prachtige lavavelden waar de rook nog van afkomt. Als we bijna terug zijn bij de camper begint het iets te regenen, dit zorgt voor een mooie regenboog boven het lavaveld. Bij terug komst in Rekjahlíd kiezen we vandaag voor de camping bij de splitsing, de camping is nog al vol en het terrein is erg hobbelig. Het is even zoeken voor we een geschikt plekje te vinden.

Zondag Askja dag, we staan vroeg op om kwart voor zeven en het belooft, als we naar buiten, kijken een prachtige dag te worden. Wel een lange dag want naar de Askja is het ruim 134 km en dan moet je ook nog terug. We gaan onze huur auto ophalen en laten daar de camper staan. Tegen half negen draaien we de F 88 op, de weg slingert door een van de grootste ononderbroken lavavelden van IJsland (6000 km²) ook wel het lavaveld van de misdadigers. Voor ons is het een grote zwarte woestijn, het is er dor en kaal. Al van ver zie je de Herdubreid een 1682m hoge tafelberg. Als je de boekjes moet geloven komt het maar zelden voor dat de top zichtbaar is. Wij hebben geluk de berg is in zijn geheel te zien. We vervolgen de weg over gestold lava, soms is de omgeving geel en dan is alles weer zwart. In wat voor wereld zijn we aangekomen? Je kan je voorstellen dat men hier trainde voor de wandelingen op de maan. Dan is daar de eerste rivier die we moeten door steken, we vinden het allemaal wel spannend om zo maar met de auto door een rivier te rijden, voor foto en film doet Peter dit graag nog een keer. Bij de Herdubreidarlindir ligt een soort oase, met wat bronnen en een camping. Hier houden we even een stop om koffie en een thee drinken. Gelukkig hebben we alles meegenomen, want er is hier niets. We gaan weer verder over prachtige velden. De weg is soms erg smal en de lavabrokken zorgen ervoor dat je om sommige stukken alleen even de lucht ziet en dan moet je even afwachten waar de weg heen gaat. Dan komt de 2e rivier oversteek. Deze is veel breder en stroomt harder dan de 1e,eerst even goed kijken en dan nemen we ook deze rivier. Gelukkig zijn we niet de enige die het meerdere keren voor de foto of film doen. We vervolgen de weg, soms kan je het landschap niet omschrijven. Zwart, geel af en toe wat groen en stilte.

Na ruim 4 uur komen we bij de Askja, hier is een camping en een paar hutjes. Hier gebruiken we de lunch, het is wel de vreemdste plek waar we ooit een boterhammetje genuttigd hebben. Achter de camping ligt de Drekagil, een prachtige kloof. We volgen het enige verkeersbord richting Óskjuvatn, de weg gaat over een groot lavaveld en we moeten nog 3x het water door rijden. We zetten de auto op de parkeerplaats en gaan op pad naar het meer en de viti. De wandeling is ruim drie kwartier over zwart lavazand, af en toe denk je waar ben ik in Gods naam. Als we aan de rand van de viti staan met daarin de Óskjavatn wordt je echt stil. Uiteraard is de vraag gaan we naar beneden de viti in om een bad te nemen in het vreemde blauw/wit water van de viti? Het is een behoorlijk steile wand van 70 meter diep. De anderen zijn vast besloten we gaan, Lya twijfelt erg die diepte en het is erg glad. Toch neemt ze het besluit om te gaan, want wanneer krijg je weer zo'n kans. De afdaling is steil en vreselijk, als je niet goed uitkijkt lig je zo beneden. Maar als je eenmaal beneden bent en omhoog kijkt en je ziet die kleine mensjes boven staan ben je trots op je zelf. Natuurlijk nemen we ook een duik in het water, heerlijk warm. Uiteraard ruiken we nu naar de heerlijke IJslandse parfum. Maar nu moeten we nog naar boven, dit is een flinke klim en regelmatig glijden we weer een stukje naar beneden. Boven genieten we nog even van het uitzicht en daarna gaan we terug naar de auto. Tegen 9 uur s'avonds komen we weer terug in Rekjahlíd. Bij het hotel leveren we de auto weer in en schuiven aan bij de BBQ in het restaurant. Daarna snel naar een camping. Wat een dag, een auto huren is niet goedkoop maar het is allemaal de moeite waard en ook nog in je eigen tempo, een aanrader.

Maandag: Na zo'n indrukwekkende dag, slapen we vandaag heerlijk uit. En gaan na de boodschappen genieten van Mývatn lagoon, heerlijk genieten in het warme, soms zeer warme water. Toch vinden we Blue lagoon bij Reykjavik beter, veel meer andere activiteiten erbij dan alleen maar het warmbad. In de middag gaan we toch verder en laten de Mývatn regio achter ons, ons doel is vandaag naar Vopnafjördur te rijden. De weg er naar toe is van gravel en de panorama's zijn prachtig, laat in de middag vinden we een plaatsje op een kleine camping. Hier is ook één of andere kindervoorstelling en men vraagt ons om de camper zo neer te zetten, dat die als windscherm kan functioneren. Waar het spel over gaat daar hebben we nu nog een discussie, waren het nou konijnen, muizen of eekhoorns? We zullen het nooit weten.

Vandaag is het alweer Dinsdag het wordt tijd dat we langzamerhand richting Seydisfjördur gaan, maar eerst gaan we over de hoogste pas van IJsland Hellisheidi. We voelen de camper flink heen en weer schudden, en als we de rollo's open doen is het erg mistig met veel wind en regen. Maar ja we moeten over de pas, de weg stijgt flink en je ziet geen hand voor ogen. Genieten van het uitzicht...... welk uitzicht, Nee eerder van "was ik maar vast beneden". Na een poosje komen we bij de ringweg en gaan richting Egilsstadir, hier doe we boodschappen en gaan dan via de 94 naar Borgafjördur. In Borgafjördur rijden we naar de haven, hier is een rots waar veel papagaaienduikers zitten en een verscheidenheid aan stenen en mineralen. Het weer wordt steeds slechter en we besluiten om de camper achter een rots in de haven te zetten en hier te overnachten. Het weer is zo slecht dat menig eigenaar van de bootjes in de haven komt kijken of alles nog goed vastzit. Vanuit de camper hebben we zicht op de papagaaienduikers, want weer of geen weer ze blijven vliegen.

Woensdag onze laatste vakantie dag op IJsland, het weer is er nog niet veel beter opgeworden en we gaan dan ook rustig op weg naar Egilsstadir. Hier doen we nog wat inkopen, en gaan dan over de berg naar Seydisfjördur. Je ziet ook anderen die kant op gaan en het is dan ook al aardig druk in Seydifjördur. Het is nog wat vroeg in de middag en we besluiten te gaan zwemmen, zo denken anderen er ook over. Het zwembad is niet zo groot, maar het is nu wel erg druk. We kletsen met Duitsers, Fransen en een Oostenrijker. Allen gaan morgen op de boot. Het slechte weer zorgt ervoor dat het stadje vroeg uitpuilt met toeristen. Wij zoeken buiten het stadje aan de fjord een plaatsje voor vannacht.

Donderdag 2 augustus, we gaan afscheid nemen van een prachtig land. En zijn vastbesloten om het zeker nog eens te bezoeken, misschien eens in de winter. Tegen negen uur zien we de Norröna de fjord in varen, en als we achter ons naar de bergen kijken zien we dat het vannacht zelfs gesneeuwd heeft. Na ons ochtend ritueel gaan we de camper leeg gooien, en ons maar melden in de haven. Dan begint het wachten weer, en de procedure van eerst de passagiers en een tijdje later de camper. Ruim drie kwartier te laat vertrekken we, als de boot de fjord uitvaart schijnt heerlijk de zon en kunnen we nog lang vanaf het dek genieten van IJsland.


Nu begint het dobberen weer, dit is echt vervelend. De boot is overvol en iedereen is natuurlijk vol met reisverhalen, op vele laptops zie je fraaie foto's. De boot stopt vroeg in de ochtend nog in Thórshavn om nog meer passagiers aan boord te laten. Dan vaart hij richting de Shetland eilanden waar hij s'avonds aankomt. De aankomst in Lerwick is een leuke onderbreking na een lange dag aan boord. Vele passagiers staan dan ook te kijken hoe een enkeling hier van boord gaat, en naar die paar die aan bood komen. Het is er echt Engels, enkele huisjes die tegen de helling op staan, zijn net de huisjes uit de Harry Potter film. Laat vertrekken we uit Lerwick, en we gaan op weg naar Denemarken, waar we zaterdag eind van de middag aan komen in Hansholm. Het duurt zeker een uur voor dat we van boord zijn, om precies te zijn 19.10 rijden we de camper van boord.


verslag in PDF
tablet/smartphone-versie
gastenboek - fotoboek - contact