|
Onthaasting
Lezing: Jeremia 23: 1-6 & Marcus 6: 30-44
In een tijd van 'verlangen naar ONTHAASTING'
hoeven we niet alleen aan deze vakantietijd te denken om ons te oefenen in rust.
Dat zou wat weinig zijn. Natuurlijk er zijn er heel wat mensen die met groot
verlangen uitzien naar het moment dat ze even het werk het werk kunnen laten en
zich er op verheugen een paar weken eens helemaal niets of eens iets helemaal
anders te doen. Gelukkig, die periode is voor veel mensen nu aangebroken, - dat
kun je aan het kerkbezoek ook wel merken. Maar onthaasten hoeft niet alleen aan
deze tijd van het jaar gebonden moeten zijn. Nu ik zelf net vakantie heb gehad
hebben en in Italië een geweldige hoeveelheid bijzonder mooie kerken bezocht
heb, ontdekte ik dat het juist die kerken zijn, die ons eraan herinneren dat ze
ooit werden gebouwd als plek om te leren hoe je rustig kunt worden, je kunt
onthaasten - in de ontmoeting met de Eeuwige. De liturgische bijeenkomst, de
kerkdienst dus, kan ook zo'n moment zijn waardoor je even alle balast van je
kunt afschudden. Hier moet je niets; maar al zingend, biddend, of gewoon in de
stilte leer je wat een mens tot mens maakt, in alle ontvankelijkheid en openheid
in de relatie tot God die onze tijd en ruimte overstijgt. Hier wordt tijd
vrijgemaakt voor de rust die we in ons drukke bestaan nodig hebben. Hier mag je
nadenken over die andere dimensie van het leven die er ook is, en waar je door
de week zo weinig of soms helemaal niet aan toe komt. Als Jezus zijn leerlingen
uitnodigt om tot rust te komen op een eenzame plaats, dan is dat ook een
aanwijzing voor óns, voor die gehaaste mens van vandaag. Ik zou willen
benadrukken dat -ook al beseffen we dat niet meer zo- dat liturgie een
mogelijkheid biedt om de tijd en je bestaan te heiligen. Dat zie je in elk geval
als je de schitterende bouwwerken uit de middeleeuwen bekijkt. Maar evengoed als
je kijkt naar een modern gebouw als de Kruiskerk, dat met liefde en inzicht is
gebouwd voor de generatie van de 20e en de 21e eeuw. Wie zich dat realiseert
ontdekt opeens dat het wat zwaar klinkende gebod uit de tien woorden: Gedenkt de
sabbat dat gij die heiligt… opeens een heel andere klank krijgt. Want heiligen
dat is apart zetten. Dat is niet altijd maar door jagen, maar halt houden: een
moment voor God en voor jezelf. Door de tijd te nemen, op zondag, of door de
week, vier je het leven, vieren die extra dimensie die kwaliteit aan ons leven
geeft. En wat je op zo'n moment ten diepste beleeft, je stille tijd, een moment
van bezinning, dat straalt ook uit op de rest van de dag, van de week. Daarom
ook ga je wellicht ook naar de kerk, om dat te ervaren. En dan kan het de ene
keer een lied zijn, een andere keer de preek, of zo maar een zin, die bij je
blijft hangen, maar je ervaart iets van die rust die een mens nodig heeft, zo,
dat je bestaan als het ware tegen het licht van de Eeuwige gehouden wordt en je
onder de indruk raakt dat die oude woorden van duizenden jaren geleden ook ons
hier en nu iets zeggen, je bemoedigen, sterken of troosten. In de beschrijving
van Marcus na de terugkeer van de discipelen, na hun gedane arbeid, spreekt
Jezus hen toe.
'En Hij zeide tot hen: Komt hier en gaat met Mij alleen naar een eenzame plaats
en rust een weinig. Want er waren velen, die kwamen en gingen, en zij hadden
zelfs geen tijd om te eten. En zij vertrokken in het schip naar een eenzame
plaats, alleen'.
Een weinig rust nemen betekent jezelf even afzonderen, dat is ten diepste ook de
betekenis van het woord heiligen… apart zetten… niet zoals de monniken dat
vroegen deden en zichzelf zo afzonderden dat ze niets meer van de wereld om hen
heen merkten. Nee, maar misschien zo, zoals die Koptische monnik in Egypte ons
een keer vertelde. Hij was een hard werkende man, die voor de boerderij van het
klooster zorgde. Dat betekende ook dat hij af en toe ergens heen moest om nieuwe
koeien aan te schaffen en nieuw materiaal om te melken. Als hij met al zijn
inkopen weer terug was, ging hij altijd een paar dagen naar een cel in de
woestijn om er tot rust te komen, om weer los te komen van de drukte van het
leven buiten het klooster. Rust een weinig, dan ben je daarna weer beter
toegerust voor de taken die op je wachten. Met dat beeld voor ogen versta ik ook
de woorden van Jezus die zijn discipelen aanraadt om nu even afstand te nemen,
want het was een komen en gaan van mensen, die allemaal iets wilden horen, of
zien van de rabbi met zijn leerlingen die een nieuwe leer verkondigden en mensen
kon genezen. Het was hen kennelijk zwaar gevallen, zodat Jezus hen uitnodigt in
het schip te gaan en de stilte te zoeken. Maar dat kan niet te lang duren, want
opnieuw weten de mensen hen te vinden. En dan volgt die tekst die ons heel erg
zou kunnen ontroeren als we de betekenis echt tot ons laten doordringen en als
je je inleeft in wat er daar aan de hand is:
En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare en werd met ontferming
over hen bewogen, omdat zij waren als schapen, die geen herder hebben, en Hij
begon hun vele dingen te leren.
De herder wordt in de bijbel gezien als degene die het volk de juiste weg moet
tonen. Zoals in Numeri Mozes aan God vraagt om iemand aan te stelen die het volk
leidt en thuisbrengt, anders wordt de gemeenschap als een kudde schapen zonder
herder. Een volk dat gaat dwalen en niet thuis komt. Schapen zonder herder, dus
zonder iemand die de weg wijst… die hen voorgaat op zoek naar het rustige water.
Het probleem dat hier gesignaleerd wordt en waar wij ons niet over verbazen is
dat er wel herders zijn, maar dat zij hun taak niet goed uitvoeren. In Jeremia
worden ze daar door God zelf op aangesproken. Dat is het bijzondere in die tekst
dat God belooft zelf in te grijpen en zijn volk zal verzamelen en het zal
weiden. Jeremia droomt met dat Messiaanse beeld dat kenmerkend is voor de
profeten: hij ziet iemand die uit de stam van David zal opkomen en als een
herder voor de kudde zal uitgaan. En in de manier waarop hij zijn volk leidt zal
de rechtvaardigheid van God zichtbaar worden. De toekomst droom van een wereld
van vrede en recht, daar waar de Messias verschijnt. Dan komt niemand meer te
kort, dan komt iedereen tot zijn recht. Welnu, met dat ene beeld 'dat Jezus de
mensen ziet als schapen zonder herder' wordt nu aangegeven wie Hij is. En gaan
we ook de rest van het verhaal die wonderlijke maaltijd verstaan. Wie dit leest
verwacht dat er een nieuwe toekomst zich baan breekt. Dan is er brood voor de
hongerigen en hoop voor de wanhopigen. Niet zozeer de kritiek op misleidende
herders, maar de evangelist vraagt alle aandacht voor wat Jezus de mensen leert
en geeft. Jezus ziet hen, heeft met hen te doen en begint hen te onderrichten.
En… In het groene gras krijgen ze in overvloed te eten. Wat tenslotte opvalt is
dat er bij Marcus niet veel meer nagepraat wordt over dit wonder. Wij zouden
misschien er nooit over uit gepraat raken als we zo iets zouden meemaken. Nee,
maar waar Marcus de nadruk op legt is dat Jezus zelf hier aangeeft wat de taak
en de verantwoordelijkheid van de leerlingen is. Zíj kregen immers de
verantwoordelijkheid om het volk te eten te geven...….Op die manier wordt de
volgende stap gezet in het wonderlijke leerproces van de leerlingen. Jezus leert
hén verantwoordelijkheid dragen voor de mensen en leert hen zien hoe dan het
onmogelijke mogelijk wordt. Daarover kunnen wíj ons verwonderen. En daarom ís
het een wonder, een teken van Gods goedheid, dat die mensen daar in het groene
gras te eten krijgen. De woorden van Ps. 23 klinken er opnieuw in door: Ik zal
hen leiden naar grazige weiden, naar waat'ren der rust. Een prachtig beeld dat
menigeen troost biedt ook in dagen van rouw, omdat een geliefde is gestorven
maar wetend van de zekerheid dat de Heer onze herder is. Grazige weiden. Een
mooi beeld. Maar daar gaat het in deze verhalen niet uitsluitend om. Als we dit
wonderverhaal goed verstaan dan zit er een appèl in, een oproep. Want het gaat
om wat de discipelen moeten doen na de rust die ze gehad hebben. Ze kunnen, tot
rust gekomen op deze dag weer verder met goede moed aan het werk. Dat is wat
Jezus hen en ons leerde: je voor elkaar in te zetten zo, dat niemand te kort
komt, en dat er genoeg is voor iedereen. Jezus laat de mensen in groepen van
honderd en vijftig zitten. In een vertaling trof ik: in pérken van honderd en
vijftig. In het Grieks staat er een woord dat je kunt vertalen met zo iets als
bloemenperken. Zo wordt hier door Marcus een beeld opgeroepen waar Jezus als
Herder verschijnt een beeld van een groen grasveld met daarin kleurrijke perken
vol mensen; een mooie tuin, een hof van Eden, het nieuwe paradijs. En dan geldt
wat we gaan zingen (gez. 57) zeven is voldoende, toen en nu; zeven is voldoende
alle dagen van ons leven, dank zij U!
|