Roodwitte celspin
(Dysdera crocata)
Familie van de Dysderidae. De vrouwtjes worden ongeveer 11-15 mm groot en de mannetjes 9-10 mm. De kop en de poten zijn rood-oranje en het lijf is beige-lichtbruin. Het achterlijf heeft een cilinderachtige vorm.
De Roodwitte celspin heeft zes in
plaats van de gebruikelijke acht ogen. Kenmerkend voor deze spin zijn de enorme
cheliceren (gifkaken).
Ze
eten hoofdzakelijk keldermotten en pissebedden. Pissebedden hebben een hard lijf
wat voor de meeste spinnen moeilijk door heen te komen is. Maar de gifkaken van
de roodwitte celspin breken er moeiteloos door heen.
Deze spinnen zijn in de nacht actief en bouwen geen web om hun prooi te vangen.
Overdag zitten ze in een gesponnen cocon. Het vrouwtje legt daar ook haar eieren
in.
Ze verschuilen zich op vochtige plaatsen, zoals tussen hout of afval, soms ook
wel in de tuinen onder de stenen. Van origine komen ze uit Europa maar ze komen
nu over de hele wereld voor.
Hoewel het zelden voorkomt dat ze mensen bijten, kan het toch eens voorkomen. De beet van de Roodwitte celspin is niet gevaarlijk, maar door die grote en sterke gifkaken kan het wel een pijnlijke beet worden met lokale zwelling.