| Op het eerste gezicht zou je zeggen dat de verschillende
merken auto's elkaar niet zoveel ontlopen. Meestal bestaan ze uit een
onderstel met vier wielen, een motor om het geheel aan te drijven, een
stuur om het een bepaalde richting in te sturen en wat stoelen of bankjes
om op te zitten. De oplossingen welke de Franse ontwerpers hebben
toegepast in de laatste 50 jaar om bepaalde zaken op te lossen, kom je
echter bij geen ander merk tegen.
De eerste Citroën in ons bezit is een Citroën Acadiane uit 1983. Voor
nog geen ƒ3.000,00 kocht Gerda dit wonder van techniek van een
handelaar/hobbyist uit Schagen. Met z'n tweecilinder boxer motortje, en
een top van tegen 110km/u (wind mee) heeft Gerda hier geregeld kris kras
mee door Noord-Holland gereden en zijn we zelfs een keer door de Belgische
Ardennen gestoken.
Na een bezoek aan de Citromobile in 1998 te Utrecht kreeg ik het echter
ook te pakken. Geen Eend, HY of Dyane maar een DS (of ook wel de
Snoek). Omdat je deze niet zoveel als Eenden of Dyane's op de
openbare weg ziet, dacht ik dat deze vrij zeldzaam waren. Niets blijkt
echter minder waar. Het parkeerterein van de Veemarkthallen in Utrecht
stond er vol van. Van de eerste modellen van rond eind jaren '50 tot de
laatste van midden jaren '70.
Na een eerste vluchtige blik in diverse autobladen bleken de DS'en knap
aan de prijs te zijn; ca. ƒ4.000,00 voor een volledig roestbak tot rond
ƒ30.000,00 voor een gerestaureerd exemplaar. Tot ik op een mooie dag een
vrij knappe DSpécial langs de weg zag staan. Nog geen drie weken later is
deze toen op mijn naam overgeschreven.
 |