PASSENDE VOEDING |
![]() |
|||
Koolhydraten, zoals suikers en zetmelen, horen niet thuis in het dieet van een patiënt met diabetes. Suikers zijn te vinden in tafelsuiker, druivensuiker, poedersuiker, etc. Deze drie voorbeelden bestaan voor 100% uit koolhydraten. Daarnaast bevat vooral fruit veel suikers. Zetmelen worden aangetroffen in aardappelen, rijst, brood, koekjes en alle overige graanproducten, maar ook in maïs. In een gezond lichaam zorgt de alvleesklier ervoor dat de bloedsuikerwaarden binnen de grenzen blijven. Dit gebeurt met insuline. De alvleesklier werkt heel simpel: het insulinekraantje is open of dicht. Als de bloedsuikerwaarden hoger dan het basisniveau zijn, dan is het kraantje open. De insuline zorgt ervoor dat de glucose (bloedsuiker) verwerkt wordt en uit het bloed verdwijnt. Zodra de bloedsuikerwaarden weer het basisniveau bereiken, gaat het kraantje weer dicht. Een normaal bloedsuikerniveau ligt tussen de 3.9 en 6.1 mmol/l. Bij een gemiddeld persoon verhoogt 1 gram glucose het bloedsuikerniveau met 0,3 mmol. Na het drinken van bijvoorbeeld sinaasappelsap stijgt de bloedsuiker zeer snel. Na het eten van een biefstuk, een stuk kaas, een grote klont boter en roergebakken andijvie stijgt de bloedsuiker nauwelijks, omdat deze voedingsmiddelen nauwelijks koolhydraten bevatten! Aardappelen en brood horen niet thuis in een dieet voor diabetes! Ze bevatten zetmeel. Zetmeel is een polysacharide, wat inhoudt dat het bestaat uit een lange keten van meer dan 1000 glucosemoleculen. Aardappelen, brood, koekjes e.d. zijn grote "bommen" druivensuiker! Er moet ook in mindere mate rekening gehouden worden met eiwitten. Door gluconeogenesis worden namelijk eiwitten omgezet naar glucose. Het diabetesdieet lijkt eigenlijk op het Atkinsdieet. Insuline-afhankelijke diabetes (diabetes type I) wordt negatief beïnvloed door bepaalde proteïnen in zuivelproducten. Deze vorm van diabetes begint meestal in de kindertijd. Proteïnen van koemelk stimuleren de productie van antilichamen, die op hun beurt de insuline-producerende cellen van de alvleesklier vernietigen. |
|
|||