|
In Europa ligt een
net van routes naar Santiago de Compostela.
Pelgrimswegen, die al van voor de Middeleeuwen
door honderden en duizenden zijn afgelegd.
Rond het jaar 1000 was Europa een lappendeken
van volkeren en talen. De verschillende stammen
zagen elkaar als concurrenten in de strijd om de
landbouw gebieden. Elk volk achtte zichzelf
superieur aan de andere stammen. Oorlogen en
veten beheersten het leven. Het Rijk van Karel
de Grote omstreeks 800 was een eerste aanzet tot
pacificatie, maar de weg naar het ene Europa zou
nog zeer lang zijn. De figuur van Karel de Grote
bleef eeuwenlang het symbool van de gehoopte
vrede.
Een van de middelen om de Europese eenheid en de
verbroedering van de volken en culturen te
bevorderen was de pelgrimage naar Compostela. De
pelgrims, uit alle delen van Europa op weg naar
het heiligdom in Spanje, symboliseerden de
Europeanen die zich tezamen inzetten voor het
ene doel: een welvarend en vredelievend
werelddeel. In alle grotere Europese steden
wezen de Jacobsstraten de richting van de stad
"op het veld van de sterren". Hieruit
komt de verwijzing 'het volgen van de
sterrenweg'. Dit geeft kenners het inzicht dat
in Nederland het pelgrimspad begint bij
Sint-Jacobiparochi. Sinds kort is er een route
uitgezet die op de gr654 aansluit richting
Santiago.
De Europese gemeenschap heeft de
Jacobswegen uitgeroepen tot de eerste Culturele
Route van Europa en stimuleert de ontwikkeling
ervan.
Sant-Yago betekent Sint Jacob. Jacobus, de broer
van Johannes, was een van de leerlingen van
Jezus van Nazareth. In de literatuur wordt vaak
gesproken over ' Jacobus de Meerdere', hierbij
zijn rol als schriftgeleerde accentuerend. In
beeltenissen zie je Jacobus dus ook vaak met een
boekrol/schrift afgebeeld. Omdat Jacobus ook de
verkondiging van het evangelie verbeeld is hij
ook te paart gezeten de beschermheilige van de
evangelisten. Onder dit beeld hebben de spaanse
veroveraars van Amerika heel wat bloed vergoten.
De Spaanse legende wil dat Jacobus na de
verrijzenis van Jezus de zendingsopdracht om te
gaan naar het einde der aarde zo letterlijk
opvatte dat hij naar Finisterra (het einde van
de aarde) in Gallicie trok, waar hij ook
begraven ligt. Een ster wees het graf aan en zo
ontstond het bedevaartsoord "Sint Jacob op het
veld van de ster".
In
Galicie, het Keltenland ten noorden van
Portugal, ligt niet ver van de Atlantische kust
de oude pelgrimsstad Santiago de Compostela. Van
oudsher wordt hier de leerling van Christus,
Jacobus de Meerdere, vereerd.
Wie was Jacobus de
Meerdere
De heilige Jacobus, zoon van Zebedeus en
broer van Johannes, was de eerste van de
apostelen die gemarteld werd om zijn geloof.
Zijn executie vond plaats in Jeruzalem,
waarschijnlijk in het jaar 44 na Christus.
Volgens overlevering werden de
overblijfselen van de apostel, na zijn
marteldood, door zijn volgelingen meegenomen
naar het noordwesten van Spanje. Daar werd,
na talrijke avonturen, een geschikte
begraafplaats voor hem gevonden. De ligging
van het terrein werd echter in het
voortschrijden van de tijd vergeten. Totdat
in ongeveer 830 (sommige bronnen zeggen 812
of 814) de plek
op wonderbare wijze werd onthuld aan een
vrome monnik, die als kluizenaar in het
gebied woonde. De plek van het graf van de
heilige zou bekend worden als Santiago de
Compostella. Santiago is spaans voor
"heilige Jacobus". Compostella zou afgeleid
kunnen zijn van het latijnse woord
"compostum", wat vrij vertaald
"begraafplaats" betekent. De plek waar het
graf is gevonden was inderdaad een Romeinse
begraafplaats. Het zou echter ook van
'Campus Stellae' (sterrenveld) afkomstig
kunnen zijn, wat voortkomt uit de legende
dat de monnik die het graf vond, werd geleid
door een ster die over het veld scheen waar
de overblijfselen van de heilige Jacobus
werden gevonden. In de loop van de tijd
ontwikkelde zich een cultus rond de heilige
Jacobus, met als gevolg dat tegen het eind
van de 11e eeuw de bisschop van Iria, in
wiens bisdom Santiago de Compostella lag,
toestemming van de paus kreeg om zijn zetel
naar Compostella over te brengen, alwaar een
nieuwe basiliek werd gebouwd ter ere van de
heilige Jacobus.
Uit de vondst van Friese
munten is komen vast te staan, dat in de negen
en de
tiende eeuw pelgrims uit onze landen zijn
getrokken naar het vermeende graf van Sint Jacob
(in het Spaans: Sant Iago). Sindsdien is de
stroom pelgrims nooit meer opgehouden, ondanks
reformatie en revolutie, opstand en oorlog. Op
het hoogte punt van de faam van Santiago, in de
twaalfde eeuw van onze jaartelling, trokken
jaarlijks een half miljoen pelgrims naar de
stad. Op een West-Europese bevolking van zo'n
vijftig miljoen betekende dat één procent! In de
loop der eeuwen raakte het pelgrimeren naar
Santiago de Compostela heel geleidelijk in
onbruik... Het dieptepunt lag in de eerste helft
van de 20e eeuw, toen nog maar een enkeling van
buiten Spanje de tocht ondernam.
Na de tweede wereldoorlog is
het tij langzaam gekeerd. In 1993 kwamen bijna
100.000 mensen in Santiago aan, na minimaal 100
km te voet of 300 km per fiets te hebben
afgelegd. Dat jaar was een zogenoemd "Heilig
Jaar", omdat het naamfeest van Sint Jacob (25
juli), op een zondag viel. In 1999, het volgende
Heilig Jaar, waren dat ruim 150.000 mensen. 2004
is ook een Heilig Jaar. Er gingen
nog meer mensen op pad naar Santiago de
Compostela.
|
1987 |
2.905 |
16,62% |
|
1988 |
3.501 |
20,52% |
|
1989 |
5.760 |
64,52% |
|
1990 |
4.918 |
-14,62% |
|
1991 |
7.274 |
47,91% |
|
1992 |
9.764 |
34,23% |
|
1993 |
99.436 |
+918,39% |
|
1994 |
15.863 |
-84,047% |
|
1995 |
19.821 |
24,951% |
|
1996 |
23.218 |
17,138% |
|
1997 |
25.179 |
8,446% |
|
1998 |
30.126 |
19,65% |
|
1999 |
154.613 |
+413,2% |
|
2000 |
55.004 |
-64,42% |
|
2001 |
61.418 |
11,66% |
|
2002 |
68.952 |
10,93% |
|
2003 |
74.614 |
8,21% |
|
2004 |
179.944 |
141,17% |
Sterrenweg en Europa
Het begrip 'sterrenweg' heb ik
leren kennen in een boekje van Manfred
Schmidt-Brabant over de Jakobsweg, de beroemde
pelgrimsroute die overal kan beginnen, zeg maar
aan je eigen voordeur, en die eindigt in het
Spaanse Santiago de Compostella. Deze route
wordt een sterrenweg genoemd.
De Jakobsweg is een wijdvertakt netwerk van
wegen in Europa, waarover vooral in de
Middeleeuwen talloze pelgrims langs kapellen,
kloosters en herbergen naar het gebeente van de
apostel Jakobus trokken. Tegenwoordig is het
tamelijk eenvoudig de weg naar Santiago te
vinden, de geografie van Europa is immers tot in
de kleinste details op kaarten vastgelegd. In de
vroege Middeleeuwen was dat geheel anders. Zo
wisten de bewoners van bijvoorbeeld
Londen weliswaar dat Parijs bestond, maar
slechts een enkeling kon vertellen hoe de reis
ernaar toe feitelijk verliep.
Reizen was nog een avontuur, waarbij je
afhankelijk was van informatie die je in de
kloosters en de herbergen kreeg over de etappe
van de volgende dag. De geografische eenheid die
we op enig moment 'Europa' zijn gaan noemen, was
in het voorstellingsleven van de reizigers een
mistige wolk, waarin hier en daar een min of
meer duidelijke plek oplichtte.
Een van de eersten die een duidelijk beeld had
van Europa, dat toen echter nog niet zo werd
genoemd, was de Frankenkoning Karel de Grote.
Hij pleegde met zijn hofhouding rond te reizen
en al reizend te regeren. Pas toen hij een
netwerk van vertrouwelingen had opgebouwd, namen
zijn reizen af en verbleef hij meer en meer in
zijn residentie te Aken. Hij wordt door
historici beschouwd als de 'Vader van Europa',
doordat hij de eerste was die Europa intuïtief
waarnam. Hij zag dat de verscheidene volkeren op
een hoger
en nog volkomen bovenbewust niveau een
gemeenschappelijke missie hadden. Karel de Grote
meende dat de volkeren elkaar moesten leren
kennen en een
uitwisseling aangaan, om tot dit hogere besef te
komen. Het 'openen' van de geografie van Europa
was daartoe een beslissende opgave, waarmee hij
zich dan ook intensief bezighield. Zo legde hij
wegen aan, liet herbergen
inrichten, bouwde meer dan tweehonderd
boerderijen uit tot regionale residenties waar
hij met zijn hofhouding kon verblijven, en
verzorgde een netwerk van contactpersonen,
ambtenaren en koeriers. Karel de Grote was een
voorbeeldig 'netwerker' en in dit opzicht moet
ook de
legende worden begrepen waarin wordt verteld dat
hij in een visioen zag dat vanuit alle plaatsen
in Europa de weg naar Santiago de Compostella
('sterrenveld') moest worden ingericht. Het is
de verdienste van Manfred Schmidt-Brabant
geweest dat dit gegeven in samenhang met de
eenwording van Europa, een onderwerp dat ons
juist in de huidige tijd sterk bezighoudt, in
het licht is getreden. Interessant is dat de
vlag van Europa onder meer op de Jakobsweg
teruggaat.
Het zijn de kerken geweest die de politici
hebben voorgesteld de twaalf sterren te kiezen,
omdat de Jakobsweg in het verleden een
samenbindende factor is geweest. Sinds enkele
jaren poogt de Europese Unie de vele Jakobswegen
uit de vergetelheid te halen, door langs de
bermen borden te
plaatsen die eraan herinneren.
Santiago de Compostela:
Santiago de Compostela is een stad in Spanje, in
de provincie La Coruña, een autonome regio van
Galicië meteen aan de voet van de Monte Pedroso.
Santiago de Compostela is een belangrijk
bedevaartcentrum en een van de gaafst
bewaard gebleven middeleeuwse steden van Spanje.
Santiago de Compostela heeft een in 1532
gestichte universiteit en is de zetel van een
rooms-katholiek aartsbisschop. De kathedraal
ligt aan het plein del
Obradoiro. Mogelijk is de stad van oorsprong een
kleine laatromeinse nederzetting geweest,
gebouwd bij het graf van de apostel Jacobus.
Het netwerk van wegen dat naar Santiago de
Compostela leidt is ongetwijfeld de
belangrijkste grote route die bezoekers uit de
hele wereld door het Spaanse land leidt. Reeds
meer dan acht eeuwen lang heeft de verering van
de
Apostel St. Jakob geleid tot een eindeloze
stroom pelgrims Deze pelgrimstochten hebben
gewoonlijk een geestelijk fundament maar brengen
ook rijke ervaringen op een route met een grote
culturele verscheidenheid in de streken die men
passeert, met de gastvrijheid van de inwoners en
de
persoonlijke beleving van het landschap, de
voorvallen en anekdotes die men op de route
beleeft.
De beste route over land,
tegelijkertijd de meest bekende en goed
onderhouden, is de route die bekend staat als de
camino francés. Deze komt Spanje binnen bij
Somport of Orreaga-Roncesvalles in de Pyreneeën
en bij Puente la Reina komen beide varianten
samen. In Navarra en La Rioja komt men langs
uitstekende hoogtepunten als San Millan de la
Cogolla en Santo Domingo de la Calzada en
bereikt Burgos met zijn monumentale gotische
kathedraal en het klooster van Las Huelgas.
Verderop gaat de route door de velden van
Palencia waar nog prachtige Romaanse sporen
terug te vinden zijn (Frómista, Villalcazar de
Sirga, Carrión de los Condes)
en komt dan via Sahagún en San Pedro de Dueñïas
in León terecht met zijn kathedraal en de kerken
van San Isidoro en San Marcos als schitterende
hoogtepunten van de Romaanse en platereske
stijlen. Dan komt de route via
Astorga en de Bierzostreek Galicië binnen bij O
Cebreiro, waar de kerk van Santa Maria la Real
staat, het middelpunt van de drukbezochte
Bedevaart van het Wonder. De route leidt naar
Santiago langs fraaie abdijen (San Xulian de
Samos. Vilarde Donas. Sobrado de los Monjes).
preromaanse en Romaanse heiligdommen (San
Antolín de Yogues, San Pedro de Mélide. Santiago
de Barbadelo) en oude pelgrimsherbergen (Palas
de Rei, Leboreiro. Castañïeda)
tot aan Lavacolla en de Monte del Gozo in de
nabijheid van de stad. De stad van de Apostel
staat vol monumenten en het is heel aanlokkelijk
een wandeling te maken door de straten, pleinen
en hoekjes alvorens te genieten
van de uitstekende Galicische keuken en bij
wijze van souvenir een voorbeeld van het
beroemde zilversmeedwerk of volkskunst te kopen.
De belangrijkste feesten worden op 24 en 25 juli
gevierd ter ere van St. Jakob.
De pelgrimsroute Camino de Santiago slingert
zich, aan de noordgrens van de Meseta naar
Santiago in Galicië. In Frankrijk zijn de vier
belangrijkste vertrekpunten: Parijs, Le Puy,
Vezelay en Arles. Roncesvalles was de toegang
tot Spanje voor degenen die van de drie
noordelijke steden kwamen. Vanuit Arles ging men
via Toulose en Oloron. Spanje kwam men binnen
via de Pas van
Somport en Canfranc. Men ging vandaar naar Jaca
en vond bij Puenta de la Reina aansluiting op de
hoofdroute. Belangrijke plaatsen onderweg zijn:
Logrono, Calzada, Burgos, de eerste grote
verzamelplaats, Fromista, Carrion de los Condes,
Sahagun, Leon, de tweede grote stopplaats,
Astorga, Ponferrada en Puerto de Marin. Van
Roncesvalles in de Pyreneeën naar Santiago is
het ca. 800 kilometer. In de middeleeuwen was
Santiago, na
Jeruzalem en Rome, de belangrijkste
bedevaartsplaats. De tocht naar Santiago werd te
voet afgelegd. Nog steeds leggen veel mensen
deze weg af. Nu echter per bus, auto of
vliegtuig. Sedert de middeleeuwen zijn nog
steeds grote
stukken van deze route ongebaande wegen. Ze
lopen door velden en bossen met af en toe een
stuk plaveisel dat door de Romeinen was
aangelegd om de legioenen snel te kunnen
verplaatsen. Volgens de kronieken werd in
Santiago
in de 9e eeuw het gebeente van Jacobus ontdekt.
Na het bekend worden van dit nieuws in Europa
trokken duizenden pelgrims naar de kathedraal
die boven het graf gebouwd was. Begin van de lle
eeuw liet de koning van Navarra een
nieuwe weg aanleggen. Kloosterorden, met name de
Benedictijnen, bouwden langs de zuidrand van het
Cantabrisch gebergte, gastenverblijven,
kloosters,
kapellen en kerken langs de pelgrimsroute. De
pelgrimsroute werd beschermd door
Tempelierridders, waar de pelgrims echter wel
dukaten voor moesten betalen. Op veel plaatsen
zijn nog ruines van de burchten van de
Tempeliers.
Hertogen en bisschoppen uit Frankrijk,
Brittannië, Duitsland, Italië, de Lage Landen
begeleidden hun onderdanen of gelovigen naar
Santiago. Ondanks de vele gevaren beschouwden
velen het als een plicht om de tocht te maken.
Dante zegt hierover: Hij is geen echte pelgrim
als hij niet de reis naar het graf van
St.Jacobus heeft gemaakt en daarvan is
teruggekeerd. De Camino gaat door verschillende
grote steden. Het land er tussen is mooi. De
route ligt
niet geheel vast. Er zijn omwegen, zoals naar
het klooster in Silos. Als je dit land echt wilt
ontdekken dan moet je deze historische Camino de
Santiago de Compostela geheel of gedeeltelijk te
voet afleggen. Elf km voor Santiago
wasten de pelgrims hun kleren en zich zelf. Ze
konden zo schoon hun doel van de tocht bereiken.
Daarna beklommen ze de heuvel Monte del Gozo,
berg van vreugde, en zagen vandaar voor het
eerst Santiago de Compostela. Barrevoets
en blootshoofds betraden ze de stad door Puerta
del Camino en vandaar naar het noordportaal van
de kathedraal.
|