|
EVALUATIE
ARBOWET INZAKE
SEKSUELE
INTIMIDATIE EN AGRESSIE EN GEWELD 2004
|
||
Juli
2004
Adviesnota: Vereenvoudiging definities Arbowet inzakeseksuele intimidatie en agressie en geweld_________________________________________________________________________________ Betreft:
Voorliggende nota bepleit een
inhoudelijke vereenvoudiging van de definities in de Arbowet op het terrein van
‘seksuele intimidatie’ en ‘agressie en geweld’. © De nota is een initiatief van Hubert Consult en wordt gedragen door de Landelijke Werkgroep Agressie en Geweld op het werk. De Landelijke Werkgroep is een in 1996 aan de Universiteit Leiden opgerichte denktank inzake agressie en geweld. Deelnemers zijn wetenschappers en experts uit bedrijfsleven en overheid, werkzaam op het terrein van agressie en geweld. Deelnemers wisselen onderzoeksresultaten en ervaringen uit om tot vernieuwende ideeën in het vakgebied te komen. __________________________________________________________________________________ Inleiding
In 1994 is de
Arbeidsomstandighedenwet gewijzigd met als doel ‘seksuele intimidatie’
enerzijds en ‘agressie en geweld’ anderzijds onder de werkingssfeer van deze
wet te brengen. Werkgevers werden verplicht werknemers zoveel mogelijk te
beschermen tegen seksuele intimidatie en agressie en geweld en de nadelige
gevolgen daarvan. In 1998 is de wet opnieuw gewijzigd. Sindsdien worden
werkgevers expliciet verplicht een beleid te voeren dat werknemers beschermt
tegen seksuele intimidatie en agressie en geweld. De Arbowet wordt eens in
de 5 jaar geëvalueerd. De volgende wetsevaluatie van de Arbowetartikelen
inzake seksuele intimidatie, agressie en geweld en andere vormen van
ongewenste omgang (daaronder wordt door het Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid verstaan: pesten, conflicten en discriminatie), zal naar
verwachting in juli 2004 gereed zijn. De evaluatie spitst zich vooral toe op
de mate waarin de wetgeving door werkgevers geïmplementeerd is. Deze adviesnota geeft ter
overweging het verschil in definities in de Arbowet tussen seksuele
intimidatie enerzijds en agressie en geweld anderzijds op te heffen. Agressie
en geweld kan qua definiëring de systematiek van seksuele intimidatie volgen.
De begrippen seksuele intimidatie en agressie en geweld kunnen bovendien
worden samengevoegd in een koepelbegrip: ‘ongewenste omgangsvormen’. Dit
sluit aan bij de huidige beleidspraktijk waarin veel organisaties een beleid
ongewenste omgangsvormen voeren. Bovendien zorgt deze vereenvoudiging voor
meer duidelijkheid voor werkgevers en werknemers, maar ook voor
klachtencommissies, kantonrechters en overheidsinstanties. Definities De definities en de
daarbij behorende veronderstellingen die de Arbowet hanteert voor seksuele intimidatie enerzijds (art 1, lid 3, sub
e; zie bijlage) en ‘agressie en geweld’ anderzijds (art 1, lid 3, sub f; zie
bijlage) verschillen wezenlijk op een aantal
punten: 1.
Nadruk op intern versus extern ongewenst gedrag; 2.
Aandacht voor het werkklimaat; 3.
Subjectieve versus objectieve benadering. Ad 1) Nadruk op
intern versus extern ongewenst gedrag Aanvankelijk ging de
wetgever er vanuit dat agressie en geweld vooral van externen (klanten,
cliënten, patiënten, scholieren, publiek) afkomstig zou zijn, terwijl
seksuele intimidatie zich meer intern tussen medewerkers onderling zou
afspelen. Deze tweedeling is terug te vinden in de door de Arbeidsinspectie
voorgestelde (en in de Memorie van Toelichting van de Arbowet aanbevolen)
maatregelen: § voorbeelden van aanbevolen maatregelen bij seksuele
intimidatie: cultuurbeïnvloeding, aanstellen vertrouwenspersonen, voorzien in
klachtafhandeling; § voorbeelden van aanbevolen maatregelen bij agressie en geweld:
openings- en sluitingstijden aanpassen,
bewakingspersoneel inhuren, afgeschermde balies et cetera. Seksuele intimidatie kan
echter ook van externen afkomstig zijn. Pesten valt op grond van discussies
in het Europees parlement onder ‘agressie’. Echter, pesten vindt doorgaans
intern tussen medewerkers onderling plaats. Derhalve sluit pesten beter aan
bij de definitie en maatregelen gehanteerd bij het begrip ‘seksuele
intimidatie’. Het onderscheid tussen seksuele intimidatie enerzijds en
agressie en geweld anderzijds is dus na verloop van tijd gekunsteld geworden.
Wij doen hier de suggestie te spreken van ongewenste omgangsvormen en
vervolgens een onderscheid aan te brengen tussen intern ongewenst gedrag
versus extern ongewenst gedrag. Ad 2) Aandacht voor het werkklimaat In de definitie van seksuele
intimidatie spelen de gevolgen voor het werkklimaat een belangrijke rol. Zo
wordt de werkgever verplicht om een beleid te voeren om te voorkomen dat een
intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd. Bij de
‘agressie en geweld-definitie’ wordt daar niet over gerept. Juist onderwerpen
als ‘pesten’ en ‘discriminatie’ hebben een grote invloed op de beleving van
het werkklimaat. Ad 3) Subjectieve versus objectieve
benadering Centraal in de
definitie van seksuele intimidatie staat de subjectieve beleving van
het slachtoffer. Iemand bepaalt zelf waar de grens ligt tussen gewenst en
ongewenst. Niet hoe gedrag is bedoeld, maar hoe dat ervaren wordt, is
maatgevend. Wel moet het voor degene die het gedrag uitvoert begrijpelijk
zijn, dat dit gedrag ongewenst of ontoelaatbaar is. Dit is bijvoorbeeld
het geval wanneer: §
de betrokkene zelf duidelijk maakt niet van het gedrag
gediend te zijn. Wie hier vervolgens toch mee
doorgaat, maakt zich schuldig aan seksuele intimidatie, §
door de werkgever, in het kader van zijn zorgplicht,
eerder is gecommuniceerd dat het betreffende
gedrag ontoelaatbaar wordt geacht (denk bijvoorbeeld aan gedragscodes in de bedrijfsregeling of de CAO), §
er sprake is van een strafbaar feit. In tegenstelling tot seksuele
intimidatie, laat de ‘agressie en geweld -definitie’ in de Arbowet buiten
beschouwing wie bepaalt of er sprake is van agressie en geweld. De vraag is of dit terecht
is. Bij agressie en geweld is veelal sprake van de volgende
verschijningsvormen: ·
fysieke agressie: slaan, schoppen, spugen, aanvallen al dan niet met
een wapen. ·
psychische agressie: onder druk zetten, bedreigen, achtervolgen,
hinderen. ·
verbale agressie: uitschelden, beledigen, bedreigen. Over de eerste vorm van
agressie zijn de meningen over het algemeen eensluidend: deze zijn
ontoelaatbaar. Over de twee andere vormen van agressie is dat vaak niet het
geval. Het soort werk, de cultuur op het werk, de frequentie van het
voorkomen bepaalt in de regel hoe erg de werknemer deze vormen van agressie
vindt, waardoor een objectieve maatstaf niet te geven valt. Om die reden is het
voorstel om medewerkers te laten bepalen waar de grens ligt net zoals dat het
geval is bij seksuele intimidatie. Om te voorkomen dat grenzen verschuiven op
basis van ervaringen, ligt het voor de hand om op organisatieniveau een brede
discussie te voeren over de vraag welke vormen van agressie medewerkers niet
acceptabel vinden. Een dergelijke discussie leidt ertoe dat medewerkers
zogenaamde ‘impliciete’ gedragsregels met elkaar delen. Dit is de basis om te
bepalen welke grenzen worden gesteld aan ongewenst gedrag van klanten,
cliënten of publiek. Aanbeveling Verplicht werkgevers een
beleid ‘ongewenste omgangsvormen’ te voeren en definieer het begrip ongewenste
omgangsvormen volgens de systematiek van seksuele intimidatie. Onder
ongewenste omgangsvormen vallen vervolgens onderwerpen als seksuele
intimidatie, pesten, discriminatie, agressie en geweld. Faciliteer dat
werkgevers in overleg met werknemers afspraken maken (bijvoorbeeld in de CAO)
over normoverschrijdend gedrag en beschikken over een formele en een
informele procedure voor klachtafhandeling.
Deze wijziging heeft de
volgende voordelen: §
Het nieuwe begrippenkader sluit beter aan bij de huidige
beleidspraktijk waarbij steeds meer organisaties
een beleid ongewenste omgangsvormen voeren; §
De wetgeving is eenvoudiger en duidelijker voor werkgevers,
werknemers, klachtencommissies,
kantonrechters en overheid; §
De vereenvoudiging betekent tijd- en kostenbesparing voor werkgevers,
die nu vaak externe deskundigen
moeten inhuren voor uitleg en interpretatie van de verschillende begrippen; §
Onderwerpen als pesten en discriminatie krijgen een logische plaats
binnen het begrippenkader; §
Overeenkomstige onderwerpen worden op overeenkomstige wijze
behandeld. Namens
de Werkgroep Agressie en Geweld op het werk: Dr. H.O. Steensma: Universitair Hoofddocent sectie Sociale en Organisatie Psychologie, Universiteit Leiden Drs.
A.B. Hubert: Directeur
Hubert Consult, onderzoek, training en advies inzake omgangsvormen op het werk,
Leiden Drs.
E. Boom: Directeur
Kangoeroe, training en advies, Leiden Drs.
F. van der Kroft: Sociale Dienst
Amsterdam, Amsterdam Drs.
G. Evers: A+O fonds
Gemeenten, Den Haag Dr.
J. Furda: Bedrijfspsycholoog
/ vertrouwenspersoon; Arbodienst Rabobank Groep, Utrecht Drs.
L. van den Broek: Directeur
Kantharos, Management van diversiteit, Groningen Drs.
M. Barendrecht: Onderzoeker op het
terrein van ongewenste omgangsvormen, op persoonlijke
titel, Leiden Drs.
P. Overzier: Context, Centrum voor GGZ preventie,
Rotterdam Bijlage: Definities
seksuele intimidatie en agressie en geweld in de Arbowet
Links participerende instellingen: www.aeno.nl www.context-ggzpreventie.nl www.hubertconsult.nl www.kangoeroeweb.nl www.kantharos.com www.psychologie.leidenuniv.nl www.socialedienst.amsterdam.nl www.rabobank.nl |
||
|
|