Bescherming van plant & vrucht

De druivenplant moet kunnen groeien en vruchten dragen. Gaandeweg het seizoen krijgt de plant ook met allerlei “vijanden” te maken.

Tijdens het groeiseizoen moet er genoeg voedsel in de bodem zijn. Een plant is ook maar een plant en kan niet alleen maar van de lucht leven. Dus wordt goed gekeken naar de kwaliteit van de bodem, om eventueel bij te mesten met voedingsstoffen. Ook zal de plant een beetje geholpen moeten worden om niet teveel concurrentie te krijgen van andere planten (gras, onkruid). 

Ook ziektes zijn potentiële gevaren voor de druivenplant. De bekendste ervan zijn de meeldauw ziektes. Van oudsher wordt vrij veel (preventief) gespoten tegen meeldauw. Het grote voordeel van de zogenaamde “moderne druivenrassen” is dat deze meestal zeer resistent zijn tegen deze ziektes. Wel moet altijd goed opgelet worden, want een uitbraak van een dergelijke ziekte in de wijngaard kan makkelijk 90% van de opbrengst vernietigen.
Waar elke wijngaard last van heeft is dat de rijpende druiven op een gegeven moment opgegeten worden door bijvoorbeeld wespen en vooral vogels (en misschien ook wel door mensen). Het probleem is dat niet nooit volledig uitgesloten kan worden, maar het is meer de uitdaging dit beperkt te houden.

 

 

Er zijn verschillende dingen bedacht om deze vraat tegen te gaan. Om vraat door vogels tegen te gaan wordt vooral geprobeerd de vogels te blijven verjagen. Dit kan door gebruik van netten, door vogelverschrikkers, maar ook door bijvoorbeeld een geluidsinstallatie die vogelkreten produceert die de druiven-snoepende vogels verjagen.

Wel moet altijd een combinatie van methodes gebruikt worden, anders worden de vogeltjes te slim en wennen eraan.