Kunt u geen HTML E-mail ontvangen of werken de links niet?
Lees dan de Raadpleger
online.


In deze editie:


1. Voorwoord
2. Financiële ondersteuning werkgroepen
3. Mediation
4. Mediation Monitor 2007
5. Vernieuwde website en 'rechtwijzer'
6. Indexering basisbedrag Besluit vergoedingen rechtsbijstand per 1 juli 2007
7. Belanghebbende
8. Peiljaarverlegging en partner
9. Pardonregeling
10. Handboek Toevoegen
11. Machtiging/vrijwaring bij de vaststelling van de vergoeding
12. Voortzetting inschrijving diverse rechtsgebieden
13. Nieuwe piketregeling en overige piketaangelegenheden
14. Vragen en / of opmerkingen

Jaargang 2, Editie 3 - augustus 2007

1. Voorwoord

Zoals u hebt gemerkt, gebruik ik het voorwoord van de nieuwsbrief vooral om u te informeren over actuele ontwikkelingen rondom de gesubsidieerde rechtsbijstand. Ook nu zal ik hierop geen uitzondering maken.

In de vorige nieuwsbrief sprak ik over het zware weer dat ons als gevolg van de aangekondigde bezuinigingen te wachten staat. Die storm is helaas nog lang niet over, maar deze moet in wezen nog over ons komen.

In de komende maanden moet in de Justitiebegroting 2008 duidelijk worden hoe de in het Coalitieakkoord aangekondigde bezuiniging van € 25 miljoen voor het jaar 2008 wordt ingevuld. Wij weten nog niet door middel welke maatregelen men in petto heeft. Wel lijkt het er naar uit te zien dat voor volgend jaar de bezuiniging vooral wordt gezocht binnen het huidige stelsel om de daarmee gewonnen tijd te benutten om na te denken hoe verder bezuinigd kan worden. Vanaf 2009 zou structureel € 50 miljoen bespaard moeten worden. Een dergelijke bezuiniging binnen het stelsel kan dan alleen maar worden gevonden door het bestaande stelsel te veranderen. Bijvoorbeeld door bepaalde rechtsgebieden, die verzekerbaar zijn, uit te sluiten van gefinancierde rechtsbijstand.

Bij de Algemene Beschouwingen zal moeten blijken hoe de Tweede Kamer reageert op de voorstellen. In een eind mei gehouden Algemeen Overleg werden kamerbreed grote bezwaren geuit tegen de voorgenomen bezuiniging van € 50 miljoen. Een motie Pechtold, die zich keerde tegen deze bezuiniging, heeft het niet gehaald. De regeringspartijen stemden tegen. Zij willen eerst afwachten hoe de bezuiniging wordt ingevuld.

Overigens worden de raden voor rechtsbijstand ook nog met een andere bezuiniging geconfronteerd. In lijn met de efficiencykorting voor alle rijksdiensten moeten wij als zelfstandig bestuursorgaan uiterlijk in 2011, 10% bezuinigen op de apparaatskosten. Deze taakstelling wordt gefaseerd ingevoerd; voor volgend jaar geldt reeds een korting op de apparaatskosten van 1,25 %. Jazeker: stormachtig wordt het wel op deze manier.

Een andere belangrijke ontwikkeling is het fusieproces dat de raden voor rechtsbijstand zijn ingegaan. De rest van het jaar wordt gewerkt aan het opstellen van een ondernemingsplan. Ik sprak hierover al in het vorige voorwoord. De werkzaamheden liggen goed op schema. Een van de eerste knopen die moet worden doorgehakt, is de keuze voor de vestigingsplaats van het hoofdkantoor van de nieuwe raad. Voor alle duidelijkheid: de vijf bestaande kantoren blijven, als uitvoeringsinstantie, gehandhaafd.

Velen van u hebben reeds vakantie gehad. Voorzover dat niet het geval is, wens ik u een heel plezierig verlof toe!

drs. J. van Dijk,
directeur


2. Financiële ondersteuning werkgroepen

Inleiding
In het ressort Den Haag zijn vele werkgroepen (soms in verenigings- of stichtingsverband) actief die tot doel hebben de kwaliteit en deskundigheid van de advocaat op een bepaald rechtsterrein te bevorderen. De Raad voor Rechtsbijstand Den Haag (hierna: de raad) acht het wenselijk om onder bepaalde voorwaarden financiële ondersteuning te bieden aan dergelijke werkgroepen. Deze voorziening geldt vooralsnog tot
1 januari 2008 en heeft betrekking op het jaar 2007.

Wanneer in aanmerking?
Uitgangspunt is dat de advocatuur zelf verantwoordelijk is voor het bevorderen van de kwaliteit van de rechtsbijstandverlening. Van de deelnemers c.q. leden mag worden verwacht dat zij bijdragen in de kosten die voor c.q. door de werkgroep worden gemaakt. De financiële ondersteuning door de raad is bedoeld om het in de inleiding genoemde doel te bereiken.

De financiële ondersteuning is gekoppeld aan de inschrijvingsvoorwaarden van de raad en wordt alleen verleend indien de werkgroep actief is op één van de bijzondere rechtsterreinen als genoemd in die voorwaarden, te weten vreemdelingenrecht, asiel- en vluchtelingenrecht, psychiatrisch patiëntenrecht, WIA/Wajong, ambtenarenrecht en strafrecht (incl. jeugdstrafrecht).

Om in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning dient te worden aangetoond dat de bijeenkomsten en/of overige activiteiten van de werkgroep tot doel hebben het bevorderen van de kwaliteit en de deskundigheid van de advocaat op één van de hiervoor genoemde rechtsterreinen.

Voorwaarden
Om te beoordelen of een werkgroep in aanmerking komt voor financiële ondersteuning dient te zijn voldaan aan de navolgende voorwaarden:
  • Er dient sprake te zijn van een substantieel aantal deelnemers.
  • De meerderheid van de deelnemers dient te bestaan uit advocaten die op het betreffende bijzondere rechtsterrein bij de raad zijn ingeschreven en - voor zover van toepassing - deelnemen aan de piketregeling.
  • De deelnemers dienen ieder jaarlijks een eigen bijdrage te betalen van tenminste € 100,-.
  • Aangetoond dient te worden dat wordt voldaan aan het bevorderen van de kwaliteit van de rechtsbijstandverlening en de deskundigheid van de advocaat d.m.v. het organiseren van bijeenkomsten, scholingen, het uitnodigen van gastsprekers, bespreking van jurisprudentie, intercollegiale toetsing etc.

Hoogte toe te kennen bijdrage
De hoogte van de toe te kennen bijdrage hangt mede af van de grootte van de werkgroep, maar heeft een maximum van € 3500,-. Het totale bedrag dat op basis van deze voorziening wordt verstrekken bedraagt in 2007 maximaal
€ 35.000,-.

Indienen verzoek en financiële verantwoording
Het verzoek om financiële ondersteuning dient uiterlijk vóór 1 oktober 2007 schriftelijk bij de raad te worden ingediend. Na sluiting van de termijn zal aan de hand van de ingediende aanvragen en rekening houdend met de mate waarin aan de voorwaarden wordt voldaan wie voor ondersteuning in aanmerking komt en voor welk bedrag. Per werkgroep wordt slechts eenmaal een bijdrage toegekend. Uiterlijk 1 maart 2008 dient een overzicht met de inkomsten en uitgaven van de werkgroep aan de raad te worden overgelegd en dienen de gehouden bijeenkomsten en activiteiten te worden verantwoord. De raad kan tot terugvordering van het betaalde bedrag overgaan, indien hij van mening is dat niet aan de gestelde voorwaarden is voldaan.


3. Mediation

Alle mediators zijn bij separate brief van 29 juni 2007 geïnformeerd over een aantal gewijzigde aspecten in de wijze van declareren in mediationzaken. De nieuwe regeling is op 1 juli 2007 ingegaan en is van toepassing op doorverwijzingen inzake mediation die vanaf die datum plaatsvinden. Hieronder heeft de raad voor de goede orde de belangrijkste wijzigingen nog een keer op een rijtje gezet.

  • Algemeen
Indien de mediationovereenkomst is ondertekend, kunnen, indien sprake is van betalende partijen, ook de contacturen voorafgaand aan het ondertekenen van de mediationovereenkomst worden gedeclareerd of, in het geval van toevoegingsgerechtigde partijen, meegenomen worden bij de forfaitaire vergoeding van gesubsidieerde rechtsbijstand .

  • Declaratie bij 'betalende' zaken op verwijzing door de rechter of het Juridisch Loket
Naast de contacturen kunnen voortaan ook overige werkzaamheden gedeclareerd worden, waaronder het op verzoek lezen van stukken, het opstellen van de (concept)vaststellingsovereenkomst en verslaglegging. De mediator stemt deze werkzaamheden vooraf af met de cliënten.

Het aantal te declareren uren voor overige werkzaamheden mag echter nooit groter zijn dan het totaal aantal daadwerkelijke contacturen (de mediator kan dus maximaal twee keer het totaal aantal contacturen declareren).

De mediator kan bijzondere kosten in rekening brengen, indien de cliënten hiermee vooraf hebben ingestemd.

De mediator dient steeds aan cliënten een urenspecificatie te verstrekken waarin hij zijn tijdsbesteding gespecificeerd per uur, activiteit en datum heeft vermeld.

Bij het bovenstaande gaat het dus alleen om 'betalende' cliënten. Bij gesubsidieerde rechtsbijstand (een toevoeging) verandert de wijze van declareren niet! Aan de toegevoegde partij mogen geen andere kosten in rekening worden gebracht dan de eigen bijdrage.

  • 'Knip' bij gesubsidieerde rechtsbijstand
De mediator krijgt de mogelijkheid om te kiezen of hij verlenging van de toevoeging tussentijds of achteraf bij declaratie aanvraagt.

Aanpassing uurtarief

De mediator heeft bij de Raad voor Rechtsbijstand een (all-in) uurtarief opgegeven. Omdat in de nieuwe regeling een aantal activiteiten niet meer in het uurtarief verdisconteerd is en deze activiteiten bij betalende zaken separaat gedeclareerd kunnen worden, zou dat moeten leiden tot verlaging van het uurtarief.

Monitoring

De wijze waarop mediation in het Nederlandse rechtsbestel is ingebed, waaronder ook de mogelijkheden tot het verkrijgen van een subsidie, is uniek. Of de voorziening op deze wijze in stand kan blijven, of dat er in de toekomst wellicht aanpassingen nodig zijn, zal met name door middel van monitoring duidelijk moeten worden. De effecten van de nieuwe regeling zullen eveneens gevolgd worden. Het is daarom van belang dat de mediator steeds zorgdraagt voor de monitorgegevens.


4. Mediation Monitor 2007

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van Justitie heeft recentelijk een tussenrapportage uitgebracht over mediation. Hier volgt een korte samenvatting van de inhoud. Indien u geïnteresseerd bent in de volledige tussenrapportage, dan kunt u deze downloaden op de site van het WODC: www.wodc.nl.

Doelstelling en methoden

Vanaf april 2005 zijn beleidsmaatregelen ingevoerd (mediationvoorzieningen bij het Juridisch Loket en gerechten en financiële voorzieningen) die de bekendheid met en het gebruik van mediation moeten bevorderen. De huidige tussenrapportage geeft de stand van zaken weer over periode april 2005 tot en met december 2006 met betrekking tot:
  1. de bekendheid met mediation en het gebruik ervan;
  2. de kwaliteit en resultaten van mediations;
  3. de kwaliteit en het aanbod aan mediators;
  4. het beroep dat wordt gedaan op financiële voorzieningen.
Het doel van het onderzoek is om cijfermatig inzicht te geven in de actuele stand van zaken met betrekking tot mediation en van ontwikkelingen door de tijd heen.

Voor de dataverzameling is een Monitor Mediation Rechtspraak en Monitor Mediation Juridisch Loket ontwikkeld. Gegevens worden verzameld via vragenlijsten die mediators en partijen na afloop van een mediation invullen en via administraties bij de gerechten, het Juridisch Loket en de Raden voor Rechtsbijstand.

Resultaten

De belangrijkste resultaten zijn:

    Bekendheid en gebruik
  • De uitrol van de doorverwijzingsvoorzieningen bij het Juridisch Loket en gerechten heeft tussen 2005 en 2006 plaatsgevonden. Het aantal mediations is tussen 2005 en 2006 dan ook gestegen. In totaal zijn er 565 mediations gestart die via de loketten zijn doorverwezen en 2.721 die via de gerechten zijn doorverwezen. Daarnaast zijn er nog 395 mediations die niet via deze doorverwijzingsvoorzieningen tot stand zijn gekomen, maar waarin voor minstens één van de partijen een mediationtoevoeging is afgegeven.
  • Een deel van de partijen die aan mediation hebben deelgenomen was hier vooraf al mee bekend (20% bij het Juridisch Loket en 45% bij de gerechten).
  • Het Juridisch Loket en de Rechtspraak vormen voor partijen een belangrijke informatiebron over mediation.
  • De belangrijkste redenen die partijen geven om een mediationvoorstel te accepteren zijn dat ze verwachten dat mediation beter is voor de toekomstige relatie met de wederpartij of dat een niet-juridische procedure een snellere of betere oplossing geeft.

    Kwaliteit en resultaten van mediations

  • Bij mediations die zijn doorverwezen via het Juridisch Loket, is in 71% van de gevallen een volledige overeenstemming en in 8% een gedeeltelijke overeenstemming bereikt. Bij mediations die via de gerechten zijn doorverwezen eindigt 55% in een volledige en 9% in een gedeeltelijke overeenstemming.
  • Ruim een kwart van de mediations die via het Juridisch Loket zijn doorverwezen, is binnen twee weken afgerond. Een kwart van de mediations is binnen vier uur afgerond en 40% binnen acht uur. Bij de gerechten is 72% van de bestuurszaken binnen vier weken (28 dagen) beëindigd. Bestuurszaken zijn sneller afgerond dan civiele zaken. Bij de civiele zaken is dan 44% van de mediations afgerond. Ongeveer 7% van de civiele zaken is binnen twee uur afgerond, terwijl dit voor 42% van de bestuurszaken geldt.
  • Partijen zijn, gemiddeld genomen, tevreden tot zeer tevreden over de duur, de financiële kosten en de uitkomst van de mediation. Partijen zijn na een mediation met volledige overeenstemming meer tevreden dan wanneer er sprake is van gedeeltelijke of geen overeenstemming.
  • Over het algemeen lijken partijen bereid ook bij toekomstige conflicten opnieuw voor mediation te kiezen.

    Kwaliteit en aanbod van mediators
  • Bij het NMI staan 829 NMI gecertificeerd Mediators ingeschreven, waaronder 534 mediators die zijn ingeschreven bij de Raden voor Rechtsbijstand. Er zijn geen signalen dat er een tekort aan mediators is.
  • Over de kwaliteit van de mediators, zoals zorgvuldigheid, de onpartijdigheid en de wijze waarop de mediator de mediation leidt, zijn partijen over het algemeen tevreden tot zeer tevreden.

    Beroep op financiële voorzieningen

  • In totaal zijn 1.050 stimuleringsbijdragen verstrekt voor mediations die via de gerechten zijn verwezen.
  • Er zijn in totaal 1.887 mediations gestart waarin minimaal één van de partijen een mediationtoevoeging heeft ontvangen. In totaal zijn 2.908 mediationtoevoegingen afgegeven.
  • De beschikbaarheid van een mediationtoevoeging blijkt voor 70% van de partijen die door de loketten zijn doorverwezen (enigszins) van belang te zijn bij hun keuze voor mediation. De stimuleringsbijdrage blijkt voor 51% van de partijen die door de gerechten zijn doorverwezen (enigszins) van belang te zijn voor hun keuze.

Beperkingen

De tussenrapportage geeft inzicht in de actuele stand van zaken betreffende het gebruik van en de bekendheid met mediation. Desalniettemin kan deze tussenrapportage niet meer dan een voorlopig beeld schetsen doordat de implementatie van de doorverwijzingsvoorzieningen tijdens de onderzoeksperiode nog gaande was. Toekomstige rapportages in het kader van de Mediation Monitor zullen een completer en uitgebreider beeld kunnen schetsen dan de huidige tussenrapportage door de beschikbaarheid van meer gegevens en meer diepgaandere analyses.


5. Vernieuwde website en 'Rechtwijzer'

De website van de raden voor rechtsbijstand, www.rvr.org, is in een nieuw jasje gestoken en inhoudelijk op onderdelen verbeterd. Daarover hebben wij u reeds eerder bij brief bericht.
Niettemin maken wij u graag nogmaals attent op het onderdeel 'Rechtwijzer' binnen de site. Dit is een instrument waarmee de rechtzoekende op interactieve wijze zijn weg kan vinden naar de voor hem meest passende (juridische) dienstverlener.


6. Indexering basisbedrag Besluit vergoedingen
    rechtsbijstand per 1 juli 2007

Per 1 juli jl. is het basisbedrag aangepast. Het bedrag is geïndexeerd naar
€ 103,19 (was € 100,69) en is van toepassing op alle toevoegingen (inclusief LAT) die zijn afgegeven na 30 juni 2007. Het nieuwe basisbedrag is ook van toepassing op vergoedingen van piketzaken waarbij de rechtsbijstand is verleend na 30 juni 2007.

Ook de vergoeding voor administratieve kosten is als gevolg van de indexering verhoogd naar € 17,00 (was € 16,59). Het nieuwe bedrag is van toepassing op alle toevoegingen die zijn verleend na 30 juni 2007.

NB voor alle duidelijkheid: als gevolg van de invoering van VIValt is de vergoeding voor administratiekosten voor zaken onder het VIValt-regime gehalveerd.
Bij de pre-VIValt toevoegingen (dus aanvraagdatum vóór 1 april 2006) blijft u het recht behouden op de volledige vergoeding voor administratiekosten, die op het moment van afgifte van deze toevoeging van toepassing was.


7. Belanghebbende

Bij uitspraak van 13 juni 2007 (200700246/1) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een oordeel gegeven over het begrip belanghebbende in bezwaar tegen een afgewezen toevoegingsaanvraag. In deze uitspraak heeft de afdeling het volgende overwogen: "(...) Appellant betoogt dat de rechtbank, door te overwegen dat de advocaat namens zijn cliënt bezwaar heeft gemaakt, heeft miskend dat het bezwaarschrift namens de advocaat door de secretaresse is ondertekend.

Het betoog slaagt. In het bezwaarschrift heeft de advocaat op eigen naam bezwaar gemaakt, nu daarin staat: "maak ik bezwaar", "de reden van mijn bezwaar", en "Bij deze verzoek ik u". Bovendien staat de naam van de advocaat onder het bezwaarschrift en is het namens hem door diens secretaresse ondertekend. Dat het gemaakte bezwaar omstandigheden betreft die de cliënt aangaan, maakt dit niet anders. Dat de advocaat naderhand heeft gesteld dat hij in opdracht van de cliënt heeft gehandeld, doet dat evenmin.

De conclusie is dat de rechtbank het beroep ten onrechte niet niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat geen grond bestaat voor het oordeel dat de cliënt redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij tegen de afwijzing geen bezwaar heeft gemaakt. (...)".

Uit deze uitspraak blijkt dat een bezwaar tegen een beslissing op een toevoegingsaanvraag altijd expliciet namens de rechtzoekende moet worden ingediend op straffe van niet-ontvankelijkheid.


8. Peiljaarverlegging en partner

Dit onderwerp is in drie voorbeelden te onderscheiden:

1.

Indien bij de beoordeling van een verzoek om peiljaarverlegging blijkt dat de primaire beslissing genomen is op onjuiste of onvolledige gegevens, omdat er geen partner is opgegeven, kan het verzoek om peiljaarverlegging niet in behandeling worden genomen. De toets aan het inkomen van twee jaar geleden heeft immers niet correct plaatsgevonden. In beginsel wordt in dat geval het verzoek om peiljaarverlegging afgewezen. Er kan een nieuwe toevoegingsaanvraag worden ingediend met de juiste gegevens (dus ook van de partner), die dan geen terugwerkende kracht heeft. Eventueel kan na de primaire beslissing opnieuw om peiljaarverlegging worden verzocht.

Indien bij primaire beslissing een toevoeging is verleend en met toepassing van de gegevens van de partner deze toevoeging gehandhaafd kan blijven onder oplegging van een lagere eigen bijdrage, dan kan volstaan worden met een verzoek om mutatie van de toevoeging. Na de mutatie zal alsnog beoordeeld worden of peiljaarverlegging van toepassing is, tenzij als grond voor de peiljaarverlegging alleen de onjuiste persoonlijke situatie is opgegeven. Indien bij primaire beslissing een toevoeging is verleend en toepassing van de juiste gegevens zal leiden tot een afwijzing, dan zal een voornemen tot intrekking van de toevoeging worden genomen, omdat de toevoeging is aangevraagd op grond van onjuiste of onvolledige gegevens ex artikel 33 lid 1 sub a Wet op de rechtsbijstand (Wrb).

2.

Het kan voorkomen dat de gezinssituatie van de rechtzoekende na de eerste aanvraag wijzigt door (verbreking van de) samenwoning. Indien daarvan sprake is, kan dit niet leiden tot peiljaarverlegging. Artikel 34b Wrb bepaalt dat artikel 34a van overeenkomstige toepassing is op het vaststellen van het inkomen en vermogen van een ander persoon dan de rechtzoekende als bedoeld in artikel 34, derde lid. Het moment van de aanvraag is bepalend voor de beoordeling of er een partner is. Hieruit volgt dat er geen termijn meer open staat na de eerste aanvraag om wijziging in de persoonlijke situatie bij de financiële beoordeling te betrekken. Een verzoek om peiljaarverlegging, maar ook een mutatieverzoek, louter op grond van deze gewijzigde persoonlijke omstandigheden, moet dan ook worden afgewezen. Uiteraard kan, wanneer de primaire beslissing tot financiële afwijzing heeft geleid een tussentijdse toevoegingsaanvraag worden ingediend.

3.

Er kan uiteraard ook sprake zijn van een samenloop van een gewijzigde persoonlijke situatie én financiële situatie. Daarbij geldt het volgende:

  1. Indien een toevoeging is verleend, wordt geen rekening gehouden met de wijziging in de persoonlijke omstandigheden om redenen zoals onder 2. vermeld. Ook al is de partner binnen zes weken na de toevoegingsaanvraag vertrokken, dan nog moet bij de beoordeling van het peiljaarverleggingsverzoek rekening worden gehouden met de eventuele wijziging van het inkomen in 2007 ten opzichte van 2005 van de rechtzoekende en de voormalige partner voorafgaand aan de aanvraag. De norm blijft hetzelfde.
  2. Indien de toevoegingsaanvraag is afgewezen op financiële gronden en er is sprake van de hier bedoelde samenloop dan moet eerst door de raad beoordeeld worden of de peiljaarverlegging gehonoreerd kan worden. Er is immers een primaire beslissing en door deze toets zou bij toewijzing de ingangsdatum gehandhaafd blijven. Wanneer de peiljaarverlegging niet tot een toevoeging leidt, dan zal de raad beoordelen of er wellicht een tussentijdse toevoeging kan worden verleend.


9. Pardonregeling

In het regeerakkoord zijn afspraken gemaakt over een generaal pardon om de nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet af te wikkelen. De Pardonregeling is op 25 mei 2007 vastgesteld en op 15 juni 2007 in werking getreden. De regeling is te vinden op de website van de IND (www.ind.nl).

    De pardonregeling is bedoeld voor vreemdelingen die:

  • vóór 1 april 2001 een eerste asielaanvraag gedaan hebben of zich vóór
    1 april gemeld hebben bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of de Vreemdelingenpolitie voor het indienen voor een eerste asielaanvraag; èn
  • sinds 1 april 2001 ononderbroken in Nederland zijn verbleven, zoals bekend bij de IND en de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) of aangetoond door de verklaring van de burgemeester; èn
  • schriftelijk aangeven dat zij eventuele lopende procedures onvoorwaardelijk intrekken bij verblijfsaanvaarding op grond van de regeling.

    Niet in aanmerking komen vreemdelingen die:

  • aantoonbaar niet onafgebroken in Nederland hebben verbleven sinds 1 april 2001;
  • een of meerdere misdrijven hebben gepleegd waarna (opgeteld) een onvoorwaardelijke straf van één maand of meer is opgelegd;
  • misdrijven tegen de menselijkheid of oorlogsmisdrijven hebben gepleegd;
  • mogelijk een gevaar vormen voor de nationale veiligheid;
  • in verschillende procedures verschillende onjuiste identiteiten of nationaliteiten hebben opgegeven, waarvan is vastgesteld dat deze niet juist zijn.
Een verblijfsvergunning op grond van de regeling wordt ambtshalve verleend. De vreemdeling kan derhalve in principe geen aanvraag voor de pardonregeling indienen. Als de vreemdeling desondanks opteert voor het indienen van een aanvraag, geldt de normale reguliere procedure.

Een verzoek om een toevoeging voor advies c.q. aanvraag van een vergunning zal dan conform het staande beleid worden afgewezen op grond van artikel 12 lid 2 sub g Wet op de rechtsbijstand / artikel 8 lid 1 sub a Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria. Ook worden hiervoor geen lichte adviestoevoegingen afgegeven. Het gaat hier immers om activiteiten die men zelf kan verrichten, te vergelijken met het aanvragen van een uitkering of vergunning, waarvoor ook geen toevoeging wordt verstrekt

Bij verblijfsaanvaarding op grond van de pardonregeling dient de vreemdeling schriftelijk aan te geven dat lopende procedures onvoorwaardelijk worden ingetrokken. Indien een zaak reeds aanhangig is gemaakt en de procedure wordt beëindigd voordat de bedoelde instantie uitspraak of tussenuitspraak heeft gedaan of een beslissing heeft genomen dan wel voordat de rechtsbijstandverlener een zitting heeft bijgewoond, is artikel 5 lid 2 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van overeenkomstige toepassing. De werkzaamheden worden dan volgens de adviesregeling vergoed. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het aantal aan de zaak bestede uren.


10. Handboek Toevoegen

Inmiddels heeft de raad onder alle ingeschreven rechtsbijstandverleners het nieuwe Handboek Toevoegen verspreid. Dit handboek is in werking getreden vanaf 1 juli jl.. Voor deze zaken zijn de in het oude handboek opgenomen beleidsregels daarmee komen te vervallen.


11. Machtiging/vrijwaring bij de vaststelling van de
       vergoeding

Op grond van artikel 37 lid 1 aanhef en onder a. Wet op de rechtsbijstand (Wrb) verstrekt de raad aan een rechtsbijstandverlener een subsidie, genoemd vergoeding, voor de door hem op basis van een toevoeging verleende rechtsbijstand.

Ingevolge artikel 32 lid 1 Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) betaalt het bureau overeenkomstig de vaststelling, bedoeld in het tweede lid van artikel 29, de vergoeding onder verrekening van overeenkomstig artikel 35 betaalde voorschotten en met inachtneming van het bepaalde in artikel 37, tweede lid, Wrb.

In beginsel behoort de vergoeding te worden verstrekt op naam van de rechtsbijstandverlener die de toevoeging heeft aangevraagd voor de rechtzoekende. Het kan voorkomen dat deze rechtsbijstandverlener van kantoor is gewisseld, gedurende de behandeling van de zaak. Het is aan de advocaten onderling om de zaken te verdelen en te beslissen welke zaken meegenomen worden dan wel op het oude kantoor achterblijven. Toevoegingen die op het kantoor achterblijven, kunnen gedeclareerd worden door de overige rechtsbijstandverleners met een schriftelijke machtiging van de toegevoegde rechtsbijstandverlener. De toevoegingen zullen in beginsel op naam blijven staan van de toegevoegde rechtsbijstandverlener, maar worden uitbetaald aan de rechtsbijstandverlener die de zaak heeft gedeclareerd.

Voorheen voerde de raad het beleid dat in deze situatie onder omstandigheden ook gedeclareerd kon worden met een vrijwaring van de declarerende rechtsbijstandverlener. De afgelopen tijd heeft dit tot de nodige problemen geleid. Met name is gebleken dat de vrijwaring niet kon worden nagekomen, omdat de toegevoegde rechtsbijstandverlener blijkbaar de zaken niet bij het oude kantoor heeft achtergelaten. Gezien deze problematiek zal de raad dan ook niet meer genoegen nemen met een vrijwaring. Met andere woorden, u wordt aangeraden indien u het kantoor gaat verlaten of indien een collega het kantoor gaat verlaten, goede afspraken te maken over de over te nemen toevoegingen en een machtiging op te stellen, waaruit blijkt dat de declarerende advocaat gemachtigd is om de vergoeding in de betreffende toevoegingszaak te ontvangen.


12. Voortzetting inschrijving diverse rechtsgebieden

Toetsing voortzetting inschrijving strafrecht, vreemdelingenrecht en asiel- en vluchtelingenrecht in 2007

Om de inschrijving op één of meer van de hierboven genoemde rechtsterreinen in 2007 voort te zetten diende de ingeschreven advocaten op grond van de inschrijvingsvoorwaarden 2007 in 2006 een op het betreffende rechtsterrein toegesneden cursus te volgen. Ook kon worden deel genomen aan een activiteit, welke in het kader van de permanente opleiding van de NOvA met ten minste 4 opleidingspunten is gewaardeerd. Daarnaast diende hij / zij bovendien ten minste 12 zaken (zaken op basis van een toevoeging dan wel op betalende basis) op het betreffende rechtsterrein te behandelen.

Als bijlage bij de Nieuwsbrief van 28 december 2006 waren de formulieren voortzetting inschrijving strafrecht, vreemdelingenrecht en asiel- en vluchtelingenrecht bijgevoegd. U werd verzocht het formulier c.q. de formulieren in te vullen en met een kopie van het certificaat van deelname aan de door u gevolgde cursus of deelgenomen activiteit aan de raad te retourneren.

Aan het begin van dit jaar heeft de toetsing van de regel plaatsgevonden. De raad heeft geconstateerd dat net als vorig jaar bijna alle betreffende rechtsbijstandverleners aan de voorwaarden hebben voldaan. De inschrijving van de rechtsbijstandverleners die niet aan de voorwaarden hebben voldaan is doorgehaald. Indien u geen bericht hebt ontvangen, dan kunt u ervan uitgaan dat uw inschrijving is voortgezet.

Voortzetting inschrijving strafrecht, vreemdelingenrecht en asiel- en vluchtelingenrecht in 2008

Voor voortzetting van de inschrijving op één of meer van de hierboven genoemde rechtsterreinen in 2008 gelden dezelfde voorwaarden als voor de voortzetting in 2007. Dit houdt kort gezegd in dat in 2007 een cursus gevolgd dient te worden en ten minste 12 zaken dienen te worden behandeld op het betreffende rechtsterrein.

Voortzetting inschrijving en deelname kinderstrafpiket in 2008

In de Nieuwsbrief van januari jl. hebt u al kunnen lezen dat de raad besloten heeft om aan advocaten die op of na 1 januari 2006 verzocht hebben of verzoeken om te mogen deelnemen aan het kinderstrafpiket, bijzondere voorwaarden te stellen. Zij dienen in ieder geval een cursus/lezing jeugdstrafrecht te hebben gevolgd die op grond van de Permanente Opleiding van de NOvA is gewaardeerd met ten minste 4 opleidingspunten.

Advocaten die reeds vóór 1 januari 2006 deelnamen aan het kinderstrafpiket blijven ingeschreven en ingeroosterd. Wel dienen zij op grond van de nieuwe inschrijvingsvoorwaarden één keer per twee jaar een lezing bij te wonen dan wel een cursus te volgen op het terrein van het jeugdstrafrecht. Die lezing/cursus dient gewaardeerd te zijn met ten minste 4 opleidingspunten. Het mag ook gaan om twee cursussen/lezingen van 2 opleidingspunten. Hierbij is tevens van belang dat deelname aan het kinderstrafpiket alleen mogelijk is als de betreffende advocaat ook daadwerkelijk deelneemt aan het (reguliere) strafpiket.

In januari 2008 vindt de eerste toetsing van deze regel plaats. Dit houdt concreet in dat u voor voortzetting van deelname aan het kinderstrafpiket in 2008, vóór 1 januari 2008 een cursus dient te hebben gevolgd dan wel een lezing dient te hebben bijgewoond.

Bij de Nieuwsbrief van december 2007 zal het formulier voortzetting inschrijving kinderstrafpiket 2008 worden bijgesloten. Hierop kunt u aangeven of u wel of niet aan de voorwaarden hebt voldaan.

U wordt vriendelijk verzocht voor die tijd géén afschriften van deelname aan de door u gevolgde cursus/lezing aan de raad te sturen!

Voortzetting inschrijving vreemdelingenpiket en het behandelen van vreemdelingenbewaringszaken op basis van een toevoeging

De advocaat die is ingeschreven voor het rechtsterrein vreemdelingenrecht en tevens deelneemt aan het vreemdelingenpiket en/of -bewaringszaken op basis van een toevoeging behandelt, dient één keer per twee jaar de 'Workshop Actualiteiten Vrijheidsbeneming van vreemdelingen' van de OSR, of een daarmee vergelijkbare cursus, te volgen. In de Nieuwsbrief van mei jl. hebt u kunnen lezen dat de workshop gevolgd dient te worden in 2007. Aangezien op dit moment onduidelijk is of de workshop dit jaar nog voldoende kan worden aangeboden, heeft de raad besloten dat de workshop ook gevolgd mag worden in 2008.

Bij de Nieuwsbrief van december 2008 zal het formulier voortzetting inschrijving vreemdelingenpiket c.q. behandeling vreemdelingenbewaring op basis van een toevoeging worden bijgesloten. Hierop kunt u aangeven of u wel of niet aan de voorwaarden hebt voldaan. U wordt vriendelijk verzocht voor die tijd géén afschriften van deelname aan de workshop aan de raad te sturen.


13. Nieuwe piketregeling en overige
       piketaangelegenheden

De regeling piketorganisatie, die als bijlage¹ is bijgevoegd, is geactualiseerd en door de raad vastgesteld op 30 mei 2007. In de regeling is o.a. melding gemaakt van de protocollen die met de verschillende ketenpartners zijn afgesloten en de wijze waarop de uitmelding van veelplegers wordt gerealiseerd. Daarnaast is gekeken naar de handhaving van deze regeling. De regeling treedt in werking per 1 oktober 2007.

Strafpiket Leiden

Recentelijk is bekend geworden dat de politiebureaus in Leiden en Katwijk verbouwd worden. De door de politie te Leiden in verzekering gestelde verdachten worden dan ook overgebracht naar de politiebureaus Gouda of Alphen aan den Rijn.

Voor de advocaten die stonden ingeroosterd voor het strafpiket Leiden heeft dit als gevolg gehad dat zij minder piketmeldingen kregen, omdat de uitmeldingen werden gedaan aan advocaten die stonden ingeroosterd voor het strafpiket in Alphen aan den Rijn/Gouda. Om deze onwenselijke situatie te voorkomen controleert de piketcentrale of de uitmeldingen afkomstig zijn van de politie Leiden. Indien dit het geval is, zal een ingeroosterde advocaat uit Leiden worden benaderd.

Inschrijving psychiatrisch patiëntenrecht en psychiatrisch patiëntenpiket

Sinds de raad heeft besloten om geen wachtlijsten meer te hanteren, is het aantal advocaten dat deelneemt aan het psychiatrisch piket in omvang toegenomen, met name in het arrondissement Rotterdam. Gevolg daarvan is dat een advocaat minder piketdiensten heeft in vergelijking met voorgaande jaren. De raad is van mening dat het opnieuw invoeren van wachtlijsten en het aldus creëren van een "closed shop" niet het geëigende middel is om een hoog kwaliteitsniveau te handhaven; dit kan ook bereikt worden door de inschrijvingsvoorwaarden én de voorwaarden tot voorzetting van de inschrijving stringent(er) te toetsen.

Eén van deze voorwaarden is dat de ingeschreven advocaat ten minste één keer per twee jaar een op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht toegesneden cursus dient te volgen, welke is gewaardeerd met tenminste vier opleidingspunten. Bovendien dient hij ten minste 75% van de vergaderingen van de verenigingen c.q. werkgroepen in het betreffende arrondissement bij te wonen.

De raad is van mening dat door strikte toepassing van de voorwaarden, de kwaliteit van de rechtshulpverlening gewaarborgd kan blijven. De nieuwe voorwaarden zijn sinds 1 juli 2006 van kracht. In juli 2008 vindt de eerste toetsing van de regel plaats. Te zijner tijd ontvangt de ingeschreven advocaat een formulier van de raad waarop kan worden aangegeven of aan de voorwaarden voor voortzetting van de inschrijving is voldaan. Indien niet is voldaan aan de voorwaarden, zal de inschrijving op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht en de deelname aan het piket op dit rechtsterrein worden beëindigd.

Gezien het huidige aantal deelnemers aan het psychiatrisch patiëntenpiket in o.a. het arrondissement Rotterdam, wordt (nieuwe) advocaten in overweging gegeven zich niet meer in te schrijven op dit rechtsterrein.


14. Vragen en / of opmerkingen?

Voor algemene vragen en / of opmerkingen over de inhoud van deze Nieuwsbrief kunt u contact opnemen met de heer mr. C.M. Munier tel. 070 - 370 14 27of mevrouw mr. I.R. Dreef, tel. 070 - 370 14 78.

Voor vragen specifiek met betrekking tot piket kunt u contact opnemen met de heer H. van Rhijn, tel. 070 - 370 14 55.

Deze nieuwsbrief wordt ook digitaal onder de naam 'Raadpleger' aangeboden. Indien u zich daarop wenst te abonneren, stuurt u dan een e-mail naar nieuwsbrief@gvh.rvr.org en vermeldt u naar welk(e) emailadres(sen) de nieuwsbrief moet worden verzonden


Abonnement

Opzeggen
Wilt u uw abonnement op de Raadpleger stopzetten, stuur dan een e-mail naar de abonnementenadministratie en vermeld naar welk(e) e-mailadres(sen) de Raadpleger niet langer verzonden hoeft te worden.

Copyright © Raad voor Rechtsbijstand Den Haag - Systeembeheer
Op deze nieuwsbrief is onze disclaimer van kracht.

¹ Hiervoor hebt u nodig.

Eerder uitgegeven Raadplegers kunt u in het archief raadplegen.