In eerdere nieuwsbrieven heb ik al melding gemaakt van de geplande bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand. Ik had u hier graag uitgelegd hoe de staatssecretaris de bezuinigingen voor 2008 zou willen invullen, maar helaas is dat op het moment van het schrijven van dit voorwoord niet mogelijk. De Tweede Kamer zal pas op 18 december stemmen over de Justitiebegroting 2008. Wel zijn er sterke aanwijzingen hoe de bezuiniging er uit zal komen te zien zien en daar wil ik u graag wat meer over vertellen.
Bij de Algemene Beschouwingen in september is er niet concreet over de bezuinigingen gesproken. Een motie van Marijnissen (SP) tegen de beoogde bezuinigingen werd door de minister-president ontraden, omdat deze motie "voorbarig was en vooruitliep op een nog te voeren discussie". De Staatssecretaris van Justitie was immers bezig een brief aan de Kamer voor te bereiden met daarin concrete maatregelen.
Vlak voor de behandeling van de Justitiebegroting medio november is deze brief bij de Kamer gearriveerd. Hierin heeft de staatssecretaris aangegeven door middel van welke maatregelen zij een bezuiniging van € 25 miljoen in 2008 wil realiseren. De belangrijkste hiervan zijn: het verhogen van het financiële belang om voor een toevoeging in aanmerking te komen; het afschaffen van de administratieve vergoeding bij ambtshalve toevoegingen; het in 2008 en 2009 niet volledig toepassen van de indexering op het uurtarief voor de advocatuur en het verminderen van de voorschotregeling met 25%.
De regeringspartijen hebben hierop als volgt gereageerd. Er werd een amendement van het Kamerlid Heerts (PvdA) - gesteund door CDA en CU - ingediend waarin werd voorgesteld om in 2008 niet een bedrag van € 25 miljoen, maar € 10 miljoen te bezuinigen op de gesubsidieerde rechtsbijstand. De staatssecretaris heeft in het debat dit amendement ontraden. Toch valt met grote mate van zekerheid te verwachten dat dit amendement wordt aanvaard.
De vraag is natuurlijk door welke maatregelen de bezuiniging van - vermoedelijk dus - € 10 miljoen geëffectueerd moet worden. Hierbij moet het gaan om die maatregelen die de toegang tot het recht zo min mogelijk belemmeren. Wij hebben sterke aanwijzingen dat hierbij de volgende maatregelen voor ogen staan: het afschaffen van de administratieve vergoeding bij ambtshalve toevoegingen en het verminderen van de voorschotregeling met 25%. Ingrijpend genoeg natuurlijk, maar het goede nieuws is dat de andere bezuinigingen niet doorgaan.
Blijft staan de vraag hoe het nu verder moet met de geplande bezuinigingen van € 50 miljoen in 2009 en volgende jaren. Dan gaat het om veel ingrijpender maatregelen om structureel een dergelijk omvangrijk bedrag te vinden. De staatssecretaris heeft in haar brief aan de Kamer aangekondigd een beleidsonderzoek te willen starten waarin een aantal structurele bezuinigingsmogelijkheden moet worden onderzocht. Dit onderzoek moet vóór 1 juni 2008 zijn afgerond om voor de begroting van 2009 nog effect te kunnen hebben. Een dergelijk onderzoek krijgt brede steun vanuit de Kamer. Ook de raden voor rechtsbijstand zijn bereid hieraan deel te nemen. Wel is er door ons op gewezen dat veel meer aandacht moet worden geschonken aan keteneffecten. Het volume van de rechtsbijstand kent een sterke causaliteit: als door de overheid nieuwe wet- en regelgeving wordt ingevoerd, leidt dat aanwijsbaar tot meer toevoegingen. Overigens zijn dat vaak dan weer procedures tegen diezelfde overheid. Kortom, het is uitermate verstandig niet alleen maar te kijken naar het eind van de keten (de rechtsbijstand), maar ook naar de oorzaken die leiden tot de volumegroei. De discussies over de gesubsidieerde rechtsbijstand zullen ook in 2008 volop gevoerd worden!
Tot slot wil ik hier nog graag wijzen op de resultaten van het eerste klanttevredenheidsonderzoek dat door de raden gezamenlijk is uitgevoerd. Een samenvatting daarvan treft u elders in deze nieuwsbrief aan.
Rest mij u prettige feestdagen toe te wensen en een gelukkig en succesvol 2008!
drs. J. van Dijk,
directeur

| 2. Bereikbaarheid raad rondom de feestdagen |
De raad is telefonisch niet bereikbaar van maandag 24 december 2007 tot en met 1 januari 2008. Vanaf 2 januari 2008 staan onze medewerkers u weer graag telefonisch te woord. Voor het afgeven van stukken bij de receptie is de raad op donderdag 27 en vrijdag 28 december tijdens kantooruren gewoon geopend.
Mw. mr. dr. M. Westerveld (1953) is per 1 november 2007 benoemd tot bijzonder hoogleraar Sociale rechtshulp aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De leerstoel is ingesteld vanwege de Raad voor Rechtsbijstand. Het betreft een nieuwe leerstoel.
Mies Westerveld zal zich de komende jaren zowel in het onderwijs als in het onderzoek bezighouden met de grondslagen en de (inter)nationale ontwikkelingen van de (gefinancierde) rechtsbijstand (legal aid). Zij zal zich sterk maken voor de ontwikkeling van het vak Sociale rechtshulp dat ingaat op de opkomst in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw van het fenomeen sociale rechtshulp (rechtswinkels, bureaus voor rechtshulp, 'advokatenkollektieven' en andere zich als 'sociaal' profilerende advocatenkantoren), op de juridische inbedding van deze actoren in de jaren daarna en op de rol die 'de' sociale rechtshulp in de huidige context heeft. In het onderzoek zal het accent liggen op de vergelijking met andere rechtsregimes en op de vraag op welke manieren overheden het grondrechtelijk recht op rechtshulp aan hun ingezetenen (kunnen) garanderen.
Westerveld was vanaf het begin van haar loopbaan betrokken bij de sociale rechtshulp. Tijdens haar studie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam was zij enige jaren actief als rechtswinkelier. Daarna maakte zij ongeveer tien jaar lang deel uit van een advocatenmaatschap die zich profileerde als 'sociaal kantoor'. In 1988 verruilde zij de rechtspraktijk voor de rechtswetenschap. Zij ging werken aan de Universiteit Utrecht als universitair docent sociaal recht en promoveerde aldaar op een rechtsvergelijkende studie naar de ontwikkeling van ouderdoms- en nabestaandenpensioenen in de sociale zekerheid in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Sinds 1999 is Westerveld verbonden aan de UvA als universitair hoofddocent arbeidsrecht en als senior onderzoeker sociaal recht bij het Hugo Sinzheimer Instituut (HSI). Daarnaast is zij fellow bij het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS). Haar onderzoeksloopbaan kenmerkt zich, in de beste traditie van het HSI, door een combinatie van wetenschappelijk en beleidsmatig onderzoek. Sedert 2003 is hier nog een politieke dimensie bijgekomen: als lid van de Eerste Kamer is Westerveld woordvoerder voor de PvdA op de beleidsterreinen justitie, sociale zaken en werkgelegenheid.
Enige tijd geleden hebben de gezamenlijke raden voor rechtsbijstand een tevredenheidsonderzoek onder advocaten en mediators gehouden. Doel van het onderzoek was om te bezien hoe deze cliëntgroepen van de raden oordeelden over de dienstverlening en welke verbeteringen de raden zouden kunnen realiseren om zoveel mogelijk aan de wensen van advocaten en mediators tegemoet te kunnen komen. De vragenlijst is besproken met leden van de beroepsgroep om er zodoende van verzekerd te zijn dat de goede vragen gesteld zouden worden.
De uitkomsten van het klanttevredenheidsonderzoek zijn inmiddels bekend en om maar meteen met de deur in huis te vallen: het viel niet echt mee. Natuurlijk was bekend dat ten tijde van het onderzoek de werkvoorraad bij de raden een te hoge omvang had mede als gevolg van de volumestijging na de introductie van VIValt, maar dat dit zo'n effect zou hebben op de beleving van de totale dienstverlening door de raden, was toch wel verrassend. Een nadere analyse van de antwoorden lijkt erop te duiden dat de algehele beeldvorming van rechtsbijstandverleners vooral wordt bepaald door de hoge doorlooptijden. In de uitkomsten van het onderzoek zitten echter ook punten die al op korte termijn kunnen worden opgepakt, zodat snel verbeteringen kunnen worden aangebracht.
De enquête is ditmaal gehouden via de internetmethode. Circa 30% van de rechtsbijstandverleners heeft deelgenomen. Een redelijke score voor een dergelijk onderzoek, zeker als men in aanmerking neemt dat de laatste tijd de nodige andere onderzoeken bij deze doelgroep zijn gehouden.
Hieronder volgen enkele cijfers, waarbij de cijfers voor het hofressort Den Haag (D.H.) zijn afgezet tegen het landelijk gemiddelde (land.).
|
D.H. |
land. |
| Overall oordeel dienstverlening |
6,4 |
6,1 |
| Toevoegingsaanvragen |
6,1 |
5,8 |
| Peiljaarverlegging |
5,2 |
5,1 |
| Bewerkelijke zaken |
5,3 |
5,1 |
| Vaststelling vergoeding |
6,7 |
6,5 |
| Tijdigheid betaling |
6,9 |
6,7 |
| Bezwaar |
6,1 |
5,7 |
| Telefonische bereikbaarheid |
7,1 |
7,0 |
| Vriendelijkheid medewerker |
7,7 |
7,5 |
| Informatievoorziening algemeen |
6,9 |
6,7 |
| Actualiteit nieuwsbrief |
7,2 |
7,0 |
Het overall rapportcijfer is lager dan de vorige keer. Dat geldt voor alle raden. In het onderzoek is niet alleen gevraagd naar de waardering voor diverse diensten of prestaties, maar ook naar het belang dat rechtsbijstandverleners daaraan hechten. Daarbij is duidelijk geworden dat een snelle doorlooptijd bij het afhandelen van toevoegingsaanvragen het allerbelangrijkste is voor advocaten en mediators. Tegen die achtergrond is het natuurlijk jammer dat de voorraad ten tijde van het onderzoek hoog was, maar een gelukkige bijkomstigheid is dat deze nu lager is. Verder zorgen vooral de peiljaarverlegging en de bewerkelijke zaken voor de nodige ontevredenheid. Pluspunten zijn de telefonische bereikbaarheid, de informatievoorziening (nieuwsbrieven, mailings, internetsite), de vaststelling van de vergoedingen en de tijdigheid van de betalingen.
Voor de raden is dit resultaat aanleiding om kritisch naar de eigen werkwijze te kijken. Ze bereiden een gezamenlijk actieplan voor en zijn gemotiveerd om dat ook zo snel mogelijk te gaan uitvoeren. Hoewel natuurlijk niet alle wensen gerealiseerd kunnen worden, verwachten de raden daarmee een grotere tevredenheid bij u als advocaat of mediator te kunnen realiseren. Enige zorgvuldigheid is natuurlijk wel geboden om te voorkomen dat al te snelle acties weliswaar tot snelle winst op onderdelen leiden, maar ook weer ongewenste neveneffecten tot gevolg hebben. In het voorjaar 2008 ontvangt u hierover nader bericht.
Met ingang van 1 januari 2008 gelden nieuwe inkomens- en vermogensgrenzen en eigen bijdragen voor de gesubsidieerde rechtsbijstand en gesubsidieerde mediation. Als bijlage¹ bij deze nieuwsbrief treft u de nieuwe grenzen aan.
In deze bijlage¹ treft u ook aan de inkomens- en vermogensnormen die gelden voor de verlening van een lichte adviestoevoeging.
Onlangs heeft de voorschotverlening 2008 plaatsgevonden.
Op grond van artikel 35 lid 4 Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) is door de Staatssecretaris van Justitie het nieuwe normbedrag voor de voorschotverlening vastgesteld voor 2008.
Dit normbedrag, dat geldt voor de bepaling van de hoogte van het voorschot dat in elk kwartaal wordt verstrekt aan door de raad ingeschreven advocaten, is vastgesteld op € 705. Tevens is bepaald dat het kwartaalvoorschot niet meer bedraagt dan
€ 43.600.
Het kwartaalvoorschot wordt op nihil gesteld, indien minder dan tien toevoegingen zijn afgegeven in de referteperiode bedoeld in artikel 35, tweede lid, van het Bvr.
De data voor het uitbetalen van de vastgestelde vergoedingen zijn voor het jaar 2008 als volgt vastgesteld:
- 23 januari
- 21 februari
- 24 maart (incl. voorschot 2e kwartaal)
- 23 april
- 21 mei
- 24 juni (incl. voorschot 3e kwartaal)
- 23 juli
- 21 augustus
- 23 september (incl. voorschot 4e kwartaal)
- 22 oktober
- 24 november
- 22 december (incl. voorschot 1e kwartaal 2009)
In het algemeen is het bedrag één werkdag later dan de hierboven genoemde data op de rekening bijgeschreven. Dat geldt zeker voor girorekeningen. Sommige banken hanteren echter een termijn van twee werkdagen ten opzichte van de genoemde betalingsdata.
In het kader van de invoering van VIValt hebben in maart en april 2006 voorlichtingsbijeenkomsten voor rechtsbijstandverleners plaatsgevonden. Deze bijeenkomsten zijn massaal bezocht en zijn door én advocaten én de raad als bijzonder nuttig ervaren. Een van de aanbevelingen van de aanwezige advocaten was dat het zinvol zou zijn om specifiek voor secretaresses, chefs de bureau en administratief medewerk(st)ers informatie- en voorlichtingsbijeenkomsten te organiseren.
Aan die oproep heeft de raad met plezier gehoor gegeven. In de laatste twee weken van november hebben in totaal zes bijeenkomsten, verspreid over de vier arrondissementen binnen het ressort, plaatsgevonden. Deze bijeenkomsten zijn bezocht door in totaal ongeveer 350 secretaresses, chefs de bureau en administratief medewerk(st)ers. Na afloop van de bijeenkomst was er gelegenheid om onder het genot van een hapje en een drankje met elkaar kennis te maken, bij te praten en informatie uit te wisselen.
Tijdens de nazit werd duidelijk dat dit soort bijeenkomsten in een behoefte voorziet. Voor de maand februari staat dan ook wederom een aantal van deze voorlichtingsbijeenkomsten gepland, zodat degenen die niet in staat waren de eerste serie bijeenkomsten bij te wonen daarvoor alsnog de gelegenheid krijgen.
In de maand januari zult u voor deze bijeenkomsten nog een separate uitnodiging ontvangen. Wij zien in elk geval met plezier uit naar deze ontmoeting!
Ter informatie is bij deze nieuwsbrief de bijlage¹ ingesloten (normen 1 januari 2008) die de raad altijd naar de rechtzoekende zendt bij de beslissing om al dan niet een toevoeging te verlenen. In deze bijlage wordt aan de rechtzoekende uitgelegd wat de beslissing inhoudt, wat de mogelijkheden zijn om wijziging van die beslissing te verzoeken (peiljaarverlegging) en hoe en waar hij bezwaar kan maken. Voorts wordt de rechtzoekende via de bijlage nogmaals gewezen op de mogelijke consequenties van de beslissing (nacontrole, resultaatsbeoordeling, proceskostenveroordeling).
Rechts- en wetswinkels (hierna: rechtswinkels) bieden een laagdrempelige voorziening voor rechtzoekenden in hun regio. Zij verlenen gratis bijstand aan minderdraagkrachtigen op uiteenlopende rechtsterreinen. De meeste rechtswinkels worden (bijna) volledig bemenst door rechtenstudenten. Binnen het ressort zijn momenteel elf rechtswinkels actief. Aan de meeste van hen verleent de Raad voor Rechtbijstand op grond van het Rechtswinkelbesluit financiële ondersteuning.
De jaarlijkse rapportages maken duidelijk dat, weliswaar in verschillende mate, de rechtwinkels een duidelijke rol vervullen binnen het aanbod van juridische dienstverlening. Daarnaast gelden de rechtswinkels als "kweekvijver" voor nieuwe advocaten. De openstelling en werkwijze zijn per rechtswinkel verschillend. Sommige rechtswinkels zijn dagelijks bereikbaar en sommige slechts een paar uur per week. De meeste rechtswinkels kennen een telefonisch spreekuur en een inloopspreekuur. Bij sommige rechtswinkels beperkt het telefonische spreekuur zich tot het aanhoren van het probleem en worden juridisch inhoudelijke adviezen alleen tijdens het fysieke spreekuur gegeven. Bij andere rechtswinkels wordt ook per telefoon een juridisch advies gegeven.
De meeste hulpvragen hebben betrekking op het personen- en familierecht, verbintenissenrecht (contractenrecht), arbeidsrecht en sociaal zekerheidsrecht en in mindere mate op het huurrecht, strafrecht en belastingrecht.
Vorig jaar heeft de raad geconstateerd dat het totale aantal hulpvragen bij de meeste rechtswinkels in 2005 behoorlijk is toegenomen. Veel rechtzoekenden bleken nog niet op de hoogte te zijn van het bestaan van het Juridisch Loket. Uit de gegevens van 2006 blijkt dat de genoemde stijging van het aantal hulpvragen bij de rechtswinkels zich niet heeft voortgezet. Het totale aantal hulpvragen heeft zich min of meer gestabiliseerd. Verondersteld wordt dat de toenemende bekendheid van het Juridisch Loket daar mede debet aan is.
Het is de raad gebleken dat het voor zowel de rechtswinkels als het Juridisch Loket niet altijd duidelijk is welke werkzaamheden door welke van beide instanties worden verricht. Om tot een goede afstemming van de dienstverlening te komen is op initiatief van de raad overleg gevoerd tussen, rechtswinkels, het Juridisch Loket en de raad.
In juli van dit jaar hebt u het nieuwe Handboek Toevoegen ontvangen. De raad heeft in meerdere nieuwsbrieven aangekondigd dat daarmee het oude handboek en de daarin opgenomen beleidsregels zijn komen te vervallen. Dit geldt uiteraard niet voor de beleidsregels die in de nieuwsbrieven staan vermeld. Voor de goede orde volgen hier kort samengevat de belangrijkste wijzigingen:
- Artikel 28 Wet op de rechtsbijstand (Wrb), pagina 11, aantekening 15:
De aanvraag vtv buiten het AC
Voor rechtsbijstand in de AC-procedure wordt geen toevoeging verleend. Indien de aanvraag buiten de AC-procedure wordt afgehandeld kan hiervoor wel een toevoeging worden verstrekt. De toevoeging terzake van de aanvraag en het voornemen asiel omvatten o.a. de volgende werkzaamheden: voorbereiding nader gehoor, correcties/aanvullingen nader gehoor, het indienen van de zienswijze (inclusief een eventuele tweede zienswijze), advies over het al dan niet instellen van beroep.
In de hoger beroepsfase bij de Raad van State kan een toevoeging worden verleend voor het hoger beroep en de voorlopige voorziening. Voor de rechtsbijstand aan een gezin wordt in de eerste fase in beginsel één toevoeging verleend.
- Artikel 28 Wrb, pagina 12, aantekening 17:
Bij de aanvraag van een machtiging voorlopig verblijf (MVV) kunnen meerdere partijen belanghebbende zijn. De aanvrager (betrokkene) is direct belanghebbende bij de aanvraag MVV en dus ook bij een eventuele afwijzing ervan. De referent kan belanghebbende zijn, maar dit hoeft niet. De referent heeft hooguit een afgeleid belang, bij de aanvraag MVV.
Voor wat betreft de aanvraag van een toevoeging ter zake van de afwijzing van een aanvraag van een MVV is de aanvrager van de MVV (betrokkene) altijd direct belanghebbende, omdat dit de persoon is voor wie de beschikking is bestemd. Zoals eerder genoemd heeft de referent hooguit een afgeleid belang (zie uitspraak Raad van State, 8 november 2006, 200602619/1, voorwaardelijke toevoeging: bij geen tegengestelde belangen heeft de advocaat slechts een afgeleid belang).
Gezien het vorenstaande moet bij de aanvraag van een toevoeging alleen de aanvrager (betrokkene) als rechtzoekende worden aangemerkt. Zijn/haar inkomen, en dat van de eventuele partner is dan ook bepalend voor de vaststelling van de draagkracht.
Drie situaties
- Rechtzoekende bevindt zich (nog) in het buitenland. De Nota van Toelichting geeft aan dat de rechtzoekende zelf een formulier (zie het formulier "Inkomen & vermogen" onder rechtsbijstandverleners; downloads op www.rvr.org) moet invullen voorzien van de nodige bewijsstukken waarna door de raad een berekening wordt uitgevoerd die het verzamelinkomen zo goed mogelijk benadert. Een (uitgebreide) toelichting van de rechtsbijstandverlener of een eigen verklaring van de rechtzoekende zou kunnen volstaan om in de meeste gevallen de laagste eigen bijdrage op te kunnen leggen. De rechtzoekende wordt als alleenstaande aangemerkt als in het buitenland geen gezamenlijke huishouding met een partner wordt gevoerd.
- Rechtzoekende verblijft reeds in Nederland bij een partner (die ook referent kan zijn). In dat geval moet het inkomen en vermogen van de partner (ook als hij/zij referent is) gewoon worden meegenomen bij de financiële beoordeling en geldt de gehuwdennorm; er is immers sprake van een gezamenlijke huishouding.
- Rechtzoekende verblijft reeds in Nederland, maar voert geen gezamenlijke huishouding met een partner in de zin van de Wrb. In dat geval wordt de rechtzoekend als alleenstaande aangemerkt.
- Artikel 32 Wrb, pagina 5, aantekening 4:
Indien op een besluit in primo een bezwaar volgt, dan kan een toevoeging worden verleend voor de bezwaarprocedure. Hierop volgt een beslissing op bezwaar. Indien die beslissing op bezwaar wordt aangevochten, kan een toevoeging voor de procedure in beroep worden verleend.
Wanneer de beslissing op bezwaar door de rechtbank wordt vernietigd en het bestuursorgaan een nieuw beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank is er sprake van herleving van de bezwaarfase. Op grond van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 augustus 1999 (H01.99.0054) wordt de hernieuwde behandeling van een bezwaarschrift aangemerkt als verlenging van dezelfde procedure in dezelfde instantie. In deze situatie wordt dus geen toevoeging verleend.
Indien het bestuursorgaan een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift heeft genomen kan daarvan opnieuw in beroep worden gegaan bij de rechtbank. Dit wordt beschouwd als een nieuwe procedure waarvoor een nieuwe toevoeging wordt afgegeven.
- Artikel 32 Wrb, pagina 6, aantekening 5:
Het bestuursrechtelijke voornemen (bijvoorbeeld tot het intrekken van een uitkering, het voornemen tot ongewenstverklaring of het voornemen tot afwijzing van een MVV) speelt zich af in de voorfase. Hier wordt niet voor toegevoegd. Dit is alleen anders in asielzaken waar het voornemen expliciet als procedure is gedefinieerd in het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr). Wanneer op grond van bijzondere omstandigheden wel een toevoeging wordt verleend, geldt deze uiteraard ook voor de bezwaarprocedure.
- Artikel 32, pagina 10, aantekening 14:
Voor een vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling wordt een afzonderlijke toevoeging verstrekt, indien de vordering verband houdt met de overtreding van bijzondere voorwaarden. Dat dient te blijken uit de bij de aanvraag over te leggen stukken.
Indien de tenuitvoerlegging wordt gevorderd wegens overtreding van de algemene voorwaarden dat in de proeftijd geen strafbare feiten gepleegd worden, wordt gezien de samenhang met de hoofdzaak geen afzonderlijke toevoeging verleend.
Milieurechtsbijstand is sinds het begin van de jaren negentig een gespecialiseerde vorm van gefinancierde rechtsbijstand aan milieugroepen.
Tot 2004 werd deze milieurechtsbijstand landelijk verzorgd door een vijftal bureaus rechtshulp. Deze vorm van rechtsbijstand werd via een milieusubsidie bekostigd door de raden voor rechtsbijstand. Na invoering van de Stelselherziening, en daarmee de opheffing van de bureaus rechtshulp, hebben vier voormalige bureaus die zijn doorgestart als advocatenkantoor in de vraag naar milieurechtsbijstand voorzien.
Als uitvloeisel van de stelselherziening heeft de Minister van Justitie de raden voor rechtsbijstand verzocht een advies uit te brengen over een marktconforme herpositionering van de gesubsidieerde milieurechtsbijstand. De raden hebben de minister in overweging gegeven de milieurechtsbijstand in te bedden binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand in de vorm van een toevoeging. Dit advies is door de minister overgenomen.
Met ingang van 1 januari 2008 zal de financiering van milieu in de vorm van een subsidie zijn omgevormd tot een toevoegsysteem binnen het reguliere stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland.
Het verlenen van milieurechtsbijstand vereist (een zekere mate van) specialisatie. De advocaten én de kantoren die milieurechtbijstand aanbieden dienen daarom aan door de raad gestelde kwaliteitseisen te voldoen. Om een en ander te kunnen borgen, worden door de raad met advocaten en kantoren die milieurechtsbijstand (willen) verlenen arrangementen gesloten.
Voor het ressort Den Haag wordt de milieurechtsbijstand verzorgd door Spuistraat 10 advocaten te Amsterdam.
Mochten nog andere kantoren binnen het ressort Den Haag geïnteresseerd zijn om in de toekomst milieurechtsbijstand te gaan aanbieden, dan kunnen zij zich voor nadere informatie wenden tot de heer P. Buijs, manager Beschikkingen.
Bij motie van de Tweede Kamerleden Dittrich, Wolfsen en Weekers is de regering verzocht over te gaan tot invoering van een tijdelijk systeem, waarbij de advocaat de mogelijkheid krijgt aanwezig te zijn bij het eerste politieverhoor in zaken waarbij de verdachte wordt beschuldigd van een levensdelict (onder andere moord en doodslag). De Minister van Justitie heeft de Kamer medegedeeld dat ter uitvoering van de motie een experiment wordt uitgevoerd, dat in overleg met alle betrokken organisaties (de politie, het Openbaar Ministerie, de Rechtspraak, de Nederlandse Orde van Advocaten en de raden voor rechtsbijstand) wordt voorbereid.
Inmiddels is duidelijk dat deze pilot uitgevoerd gaat worden in een tweetal politieregio's, namelijk Amsterdam-Amstelland en Rotterdam-Rijnmond. Door de betreffende raden voor rechtsbijstand (Amsterdam en Den Haag) is inmiddels voorzien in een piketregeling "pilot raadsman bij politieverhoor".
De pilot zal naar verwacht per 1 maart 2008. Over de precieze voorwaarden voor deelname en de uitvoering van de pilot zullen de deelnemers aan het strafpiket in het arrondissement Rotterdam in januari door de raad bij afzonderlijke brief worden geïnformeerd.
In de loop van de jaren zijn tussen de raden voor rechtsbijstand aanmerkelijke verschillen ontstaan bij de uitvoering van het beleid met betrekking tot extra urenzaken. Dat geldt zowel voor de beoordeling van de aanvragen om extra uren als voor het vaststellen van de vergoeding in dit soort zaken.
De raden vinden deze grote onderlinge verschillen in beleidsuitvoering ongewenst en hebben een werkgroep onder leiding van mr. A.G. Bosch, oud-secretaris van de Raad voor Rechtsbijstand Leeuwarden verzocht voorstellen te doen om te komen tot harmonisering van (uitvoering van) beleid. Door de werkgroep is een rapport met aanbevelingen uitgebracht. De raden voor rechtsbijstand hebben de aanbevelingen uit dit rapport overgenomen en het Ministerie van Justitie heeft ingestemd met de wijze waarop de raden uitvoering wensen te geven aan hun beleid.
Het volledige rapport is te vinden op de website www.rvr.org. Bij deze Nieuwsbrief treft u aan de "Leidraad extra urenzaken¹". Hierin is overzichtelijk weergegeven hoe de raden vanaf 1 januari 2008 zullen omgaan met het aanvragen, toekennen en vergoeden van extra uren.
De raad wil u nog eens expliciet op de volgende beleidsuitgangspunten wijzen:
- In zogenaamde mega strafzaken zal de raad bij juridische en/of feitelijke complexiteit toestemming verlenen in blokken van maximaal 50 uur.
- Alleen de werkzaamheden van de toegevoegde rechtsbijstandverlener zijn declarabel (waarnemingen en bijzondere gevallen uitgezonderd).
- De datum van binnenkomst van de aanvraag om extra uren zal leidend zijn om te beoordelen of de aanvraag tijdig is ingediend (heel specifiek benoemde gevallen uitgezonderd).
- Als het verzoek om extra uren onvolledig is ingediend dan zal een termijn van vier weken gegeven worden om de aanvraag aan te vullen. Wordt het verzoek niet of niet volledig aangevuld, dan wordt de aanvraag buitenbehandeling gesteld.
- In strafzaken komt het regelmatig voor dat omvangrijke dossiers bestudeerd of in elk geval vluchtig in zijn geheel moeten worden doorgenomen. Als richtlijn geldt dat voor de beoordeling van de aanvraag extra uren en de daarbij ingediende begroting als standaard 3 pagina's per minuut voor het doornemen gehanteerd wordt. Uiteindelijk wordt de daadwerkelijk aan het doornemen van het dossier bestede tijd vergoed, waarbij die vergoeding gebaseerd zal zijn op maximaal drie pagina's per minuut.
Door het vertrek van Karin Bontebal en Dennis Frie was de raad genoodzaakt om de formatie weer op peil te brengen. Team E is uitgebreid met Wilco van den Dool (beschikker toevoegen) en bij team D is Yvette van Velzen als beschikker toevoegen aan de slag gegaan.
De raad heeft op 12 december jl. de "Subsidieregeling opleidingskosten advocaat-stagiair(e)s 2008" vastgesteld. De raad verleent op grond van deze regeling een subsidie aan een advocatenkantoor ter stimulering van het aantrekken van een advocaat-stagiair(e) in 2008. Een dergelijke regeling was de afgelopen drie jaar ook van kracht.
Onder een advocaat-stagiair(e) verstaat de raad een stagiair(e) die op of na 1 januari 2008 in dienst is getreden. Via het verlenen van subsidie beoogt de raad een bijdrage in de opleidingskosten te leveren. Onder opleidingskosten verstaat de raad de kosten beroepsopleiding advocatuur van de Nederlandse Orde van Advocaten. Met de subsidie wil de raad bevorderen dat voldoende nieuwe advocaten zich zullen gaan toeleggen op het verlenen van gesubsidieerde rechtsbijstand.
Een advocatenkantoor kan voor een subsidie in aanmerking komen indien wordt voldaan aan een aantal criteria. De advocaat-stagiair(e) dient in ieder geval met zijn of haar werkzaamheden te zijn begonnen op of na 1 januari 2008 en aan hem of haar dienen gedurende drie kalenderjaren na 2008 jaarlijks minimaal 50 toevoegingen te worden verleend.
Om in aanmerking te komen voor de subsidie dient u het aanvraagformulier in te vullen en samen met een kopie van de arbeidsovereenkomst c.q. het maatschapscontract aan de raad toe te sturen.
Na toekenning van de subsidie zal de raad het advocatenkantoor gedurende drie jaar een tweetal keren per jaar, te weten omstreeks juli en oktober, op de hoogte houden van het aantal tot op dat moment verleende toevoegingen aan de advocaat-stagiair(e). Van iedere brief die wordt gestuurd aan het advocatenkantoor wordt een afschrift gestuurd aan de advocaat-stagiair(e). Aan het begin van ieder jaar zal worden nagegaan of ten minste 50 toevoegingen zijn verleend. Indien dit niet het geval is, stelt de raad belanghebbenden in de gelegenheid om hun zienswijze naar voren te brengen alvorens hij overgaat tot verrekening dan wel terugvordering van het subsidiebedrag. Als belanghebbenden worden in dit geval aangemerkt het advocatenkantoor en de advocaat-stagiair(e).
De volledige tekst van de subsidieregeling en het bijbehorende aanvraagformulier treft u als bijlagen¹ aan bij deze Nieuwsbrief.
Algemeen en maximumaantal toevoegingen
De inschrijvingsvoorwaarden 2008 zijn materieel gelijkluidend aan die van 2007. Dit geldt ook voor de voorschriften terzake van het maximumaantal te verlenen toevoegingen. Dit houdt in dat aan een advocaat jaarlijks tot ten hoogste 250 toevoegingseenheden kunnen worden verleend. Voor de berekening van het maximumaantal worden afgegeven toevoegingen (waarbij inbegrepen lasten tot toevoeging) herleid naar eenheden. Daarbij geldt een lichte adviestoevoeging (LAT) voor 0,33 eenheid. Bij zaken die volgens het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) met drie, vier of vijf punten worden gewaardeerd, wordt 0,67 eenheid per afgegeven toevoeging gerekend. Bij toevoegingen die met zes of meer punten worden gewaardeerd, wordt 1,0 eenheid per toevoeging gerekend. Er is geen verhoging van het aantal van 250 eenheden mogelijk.
De inschrijvingsvoorwaarden 2008 zijn gepubliceerd op de internetsite www.rvr.org. Desgewenst kunt u ze telefonisch bij de raad opvragen.
Voortzetting inschrijving asiel- en vluchtelingenrecht 2008
Voor de voortzetting van de inschrijving asiel- en vluchtelingenrecht dient de ingeschreven advocaat o.a. jaarlijks een op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht toegesneden cursus te volgen. Ook kunt u deelnemen aan een activiteit, welke in het kader van de permanente opleiding van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) met ten minste vier opleidingspunten is gewaardeerd. Bovendien dient u ten minste tien zaken op het betreffende rechtsterrein te behandelen. De toetsing van deze laatste voorwaarde (ten minste tien zaken) wordt dit jaar niet uitgevoerd. Dit besluit hangt samen met de vele onzekerheden ten aanzien van de vraag naar asiel- en vluchtelingenrechtsbijstand in 2008. (Let op! Deze toetsing wordt wél gedaan bij de voortzetting van de deelname aan de spreekuurvoorziening op het AC; zie hieronder).
Ten aanzien van de voorwaarde van het lidmaatschap van de Landelijke Werkgroep Rechtshulp aan Vluchtelingen van VluchtelingenWerk (VWN) is het voldoende als wordt aangetoond dat de advocaat in 2008 lid is. De raad zal hiertoe een deelnamelijst opvragen bij VWN.
De raad verwijst u verder naar het bij deze Nieuwsbrief bijgevoegde formulier voortzetting inschrijving asiel- en vluchtelingenrecht 2008.
Inschrijvingsvoorwaarden deelname spreekuurvoorziening AC (nieuwe deelnemers) 2008
Met ingang van 1 januari 2008 wordt de toelatingsstop voor deelname aan de spreekuurvoorziening in het AC opgeheven. Hiermee krijgen advocaten die thans nog niet deelnemen aan de AC-diensten, de gelegenheid om per 1 januari 2008 wel te gaan deelnemen.
Alvorens een advocaat wordt toegelaten dient hij op grond van de inschrijvingsvoorwaarden ten minste twee jaar (waarvan minimaal één jaar onvoorwaardelijk) tot de verlening van rechtsbijstand op het terrein van het asiel - en vluchtelingenrecht te zijn toegelaten. Voorts dient een substantieel deel van zijn praktijk te bestaan uit asiel- en vluchtelingenzaken. Hoewel in de inschrijvingsvoorwaarden staat dat het moet gaan om een minimum van dertig toevoegingen, hanteert de raad dit jaar een minimum van twintig toevoegingen. Indien aan een advocaat in 2007 minder dan twintig asieltoevoegingen zijn verleend, kan daarom niet worden deelgenomen aan het AC-rooster. Verder dient de advocaat een schriftelijke verklaring aan de raad over te leggen van een op het rooster toegelaten rechtsbijstandverlener. Deze toegelaten rechtsbijstandverlener dient te verklaren bereid te zijn de nieuwe rechtsbijstandverlener gedurende drie maanden te begeleiden. Tenslotte dient de advocaat verplicht een intakegesprek te voeren met een lid van de intervisiecommissie in het AC en dient hij verplicht deel te nemen aan een in het voorjaar van 2008 te houden opfriscursus.
Voortzetting deelname spreekuurvoorziening AC (huidige deelnemers) 2008
Advocaten die reeds deelnemen aan de spreekuurvoorziening en dit willen continueren in 2008 dienen voor tenminste tien zaken op het rechtsterrein asiel- en vluchtelingenrecht te zijn toegevoegd in 2007.
Zij dienen voorts aan te tonen dat zij in 2008 lid zijn van VWN en dienen dit uiterlijk 1 februari 2008 aan te tonen aan de hand van een bewijs van lidmaatschap. Let op! Bij deze Nieuwsbrief is geen formulier voorzetting deelname aan de spreekuurvoorziening van het AC bijgevoegd!! De raad zal ambtshalve controleren of minimaal tien asieltoevoegingen zijn verleend en zal ten aanzien van het lidmaatschap een deelnemerslijst opvragen bij het VWN. Advocaten die niet aan de voorwaarden voldoen zullen hierover automatisch bericht ontvangen van de raad.
Voortzetting inschrijving vreemdelingenrecht + deelname vreemdelingenpiket en/of behandeling van bewaringszaken op basis van een toevoeging 2008
Voor de voortzetting van de inschrijving vreemdelingenrecht dient de ingeschreven advocaat jaarlijks een op het terrein van het vreemdelingenrecht toegesneden cursus te volgen. Ook kunt u deelnemen aan een activiteit, welke in het kader van de permanente opleiding van de NOvA met tenminste vier opleidingspunten wordt gewaardeerd. Indien de advocaat tevens deelneemt aan het vreemdelingenpiket en/of bewaringszaken op basis van een toevoeging behandelt, dient hij één keer per twee jaar de Workshop 'Actualiteiten Vrijheidsbeneming van vreemdelingen' van de OSR, of een daarmee vergelijkbare cursus, te volgen.
Dit houdt in dat advocaten die gespecialiseerd zijn in het vreemdelingenrecht en niet deelnemen aan het vreemdelingenpiket en/of bewaringszaken behandelen elk jaar een cursus vreemdelingenrecht dienen te volgen. Advocaten die gespecialiseerd zijn in het vreemdelingenrecht en wel deelnemen aan het vreemdelingenpiket en/of bewaringszaken behandelen dienen het ene jaar een cursus vreemdelingenrecht te volgen en het jaar erna de Workshop 'Actualiteiten Vrijheidsbeneming van vreemdelingen'.
Voor advocaten die tevens zijn gespecialiseerd op het rechtsterrein asiel - en vluchtelingenrecht en die voor de voortzetting van deze specialisatie al een activiteit hebben gevolgd die met vier punten is gewaardeerd, geldt dat zij voor de continuering van de inschrijving vreemdelingenrecht in 2008 aanvullend kunnen volstaan met het volgen van een activiteit die met tenminste twee punten is gewaardeerd.
Voor de voortzetting van de inschrijving vreemdelingenrecht dient de advocaat voorts jaarlijks tenminste tien zaken op het terrein van het vreemdelingenrecht te behandelen. Indien voortzetting van de inschrijving vreemdelingenpiket vreemdelingenbewaring wordt beoogd, dienen van deze tien zaken ten minste deel uit te maken twee piketdiensten en twee bewaringszaken op basis van een toevoeging.
Tenslotte dient de advocaat aan te tonen dat hij lid is van de werkgroep rechtsbijstand in vreemdelingenzaken van Forum.
De raad verwijst u verder naar het bij deze Nieuwsbrief bijgevoegde formulier voortzetting inschrijving vreemdelingenrecht en deelname aan het vreemdelingenpiket en/of behandeling van bewaringszaken op basis van een toevoeging 2008.
Voortzetting inschrijving strafrecht (+ regulier strafpiket) 2008
Voor de voortzetting van de inschrijving strafrecht dient de ingeschreven advocaat jaarlijks een op het terrein van het strafrecht toegesneden cursus te volgen of deel te nemen aan een activiteit, welke in het kader van de permanente opleiding van de NOvA met tenminste vier opleidingspunten is gewaardeerd en dient hij bovendien tenminste twaalf zaken op het betreffende rechtsterrein te behandelen.
De raad verwijst u verder naar het bij deze Nieuwsbrief bijgevoegde formulier voortzetting inschrijving strafrecht (+ piket).
Voortzetting inschrijving kinderstrafpiket 2008
De advocaat die deelneemt aan het kinderstrafpiket dient één keer per twee jaar een lezing bij te wonen dan wel een cursus te volgen op het terrein van het kinderstrafrecht. De lezing/cursus dient te zijn gewaardeerd met tenminste vier opleidingspunten. Het bijwonen van twee lezingen die ieder wordt gewaardeerd met twee opleidingspunten is ook toegestaan.
De raad verwijst u verder naar het bij deze Nieuwsbrief bijgevoegde formulier voortzetting inschrijving strafrecht (+ piket).
Voortzetting psychiatrisch patiëntenrecht (alsmede piket )
De advocaat die is ingeschreven op het rechtsterrein psychiatrisch patiëntenrecht (+ piket) dient één keer per twee jaar een op het betreffende rechtsterrein toegesneden cursus te volgen welke in het kader van de permanente opleiding van de NOvA met tenminste vier opleidingspunten is gewaardeerd. Hij / zij dient voorts in beginsel alle vergadering van de werkgroep in het betreffende arrondissement bij te wonen. De raad zal er echter genoegen mee nemen, indien u ten minste driekwart van de vergadering hebt bijgewoond.
In januari 2009 vindt de eerste toetsing van deze regeling plaats. Bij de Nieuwsbrief van december 2008 zult u als bijlage een formulier voortzetting inschrijving psychiatrisch patiëntenrecht (+ piket) aantreffen. De raad verzoekt u daarom vriendelijk nu nog geen certificaten naar de raad toe te sturen maar hiermee te wachten tot eind 2008.
Toetsing voorwaarden
In januari 2008 vindt de toetsing van de hiervoor genoemde voorwaarden plaats. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, kan de inschrijving op het betreffende rechtsterrein worden doorgehaald.
Als bijlage bij deze Nieuwsbrief treft u de formulieren voortzetting inschrijving asiel- en vluchtelingenrecht, vreemdelingenrecht + deelname vreemdelingenpiket en/of behandeling van bewaringszaken op basis van een toevoeging 2008 en strafrecht ( + reguliere strafpiket en kinderstrafpiket) aan.
U wordt verzocht het formulier c.q. de formulieren in te vullen en met een kopie van het certificaat van deelname aan de door u gevolgde cursus of deelgenomen activiteit vóór 21 januari 2008 aan de raad te retourneren, t.a.v. afdeling inschrijvingen, Postbus 450, 2501 CL Den Haag. Uiteraard kunt u de formulieren ook per fax (070-362 23 64) aan de raad toezenden.
Indien u niet langer ingeschreven wenst te staan op een of meer van de hierboven genoemde rechtsterreinen wordt u vriendelijk verzocht dit kenbaar te maken op het betreffende formulier.
Voor algemene vragen en / of opmerkingen over de inhoud van deze Nieuwsbrief kunt u contact opnemen met de heer mr. C.M. Munier
tel. 070 - 370 14 27 of mevrouw mr. I.R. Dreef, tel. 070 - 370 14 78.
Voor vragen specifiek met betrekking tot piket kunt u contact opnemen met de heer H. van Rhijn,
tel. 070 - 370 14 55.
Deze nieuwsbrief wordt ook digitaal onder de naam 'Raadpleger' aangeboden. Indien u zich daarop wenst te abonneren, stuurt u dan een e-mail naar nieuwsbrief@gvh.rvr.org en vermeldt u naar welk(e) emailadres(sen) de nieuwsbrief moet worden verzonden.