
Morelia spilota cheynei (Wells & Wellington 1985)
Jungle tapijtpython
Inleiding:
Dit soort komt uit Australië.
De familie van de Morelia spilota bestaat uit de volgende beschreven soorten.
Morelia spilota cheynei
Morelia spilota imbricata
Morelia spilota mcdowelli
Morelia spilota metcalfei
Morelia spilota spilota
Hier ga ik het hebben over de M.sp.cheynei. Deze komt voor in de omgeving van Atherton tablelands in Queensland. Dit gebied kenmerkt zich door veel tropisch regenwoud dat redlijk dicht begroeid is. Ze worden zo nu en dan wel eens rondom de huizen en schuren waargenomen waar ze hun voedsel wat makkelijker kunnen vinden.
Beschrijving:
Het zijn mooie slanke pythons die rond de 2-2.20 meter kunnen worden. De kleuren zijn zwart geel geblokt over het hele lichaam. De kop is kenmerkend driehoekig en breed. Deze python bezit warmte receptoren op zowel de boven als onderlip.
Het Terrarium:
Het terrarium dient hoog te zijn vanwege het vele klimmen wat ze graag doen. Als bodembedekking gebruik ik boomschors, dit ziet er mooi en natuurlijk uit. Een ander voordeel is dat het de luchtvochtigheid een handje helpt om hoger te blijven. Er liggen diverse takken in het terrarium, ik heb de slangen zelf nog maar weinig op de grond gezien. Ze houden zich voornamelijk op tussen de takken.
Een reflector spot zorgt voor de warmte in het terrarium, aangezien de kamertemperatuur namelijk nooit onder de 20ºC komt heeft de spot geen hoog wattage. De dag temperatuur hangt tussen de 25-27ºC, onder de spot is het 35ºC graden en op de bodem weer wat koeler. De nacht temperatuur ligt rond de 20ºC
Een waterbak mag niet ontbreken in het terrarium.
In het terraium hangen alleen maar kunstplanten, deze zijn makkelijk schoon te maken.
Voeding:
Mijn cheynei's eten zonder problemen volwassen muizen, ik heb mijn dieren als halfwas dieren aangeschaft. Ik voer ze nu een maal per week. In de natuur eten ze alle soorten knaagdieren/zoogdierne die ze aan kunnen, ook vogels worden zo nu en dan gepakt.
Voortplanting:
De cheynei's worden niet afgekoeld, de temperatuur wordt hoogstens een aantal graden verlaagd. De lichtduur kan ook verkort worden met een aantal uur. De wintermaanden staan dan hier voor het droge seizoen, waarin ook minder gesproeid wordt. Vanaf januari kunnen we weer de temperatuur verhogen en wat meer sproeien. Dit zijn de stimuli voor het paren. Zo loopt het bioritme van deze slang mee met het seizoen. Na bevruchting ontwikkelen de eieren zich in een periode van 60-80 dagen, afhanklijk van de temperatuur. De drachtige vrouwtjes zullen zich terugtrekken in hun schuilplaats om rustig de eieren te leggen. De incubatie periode ligt tussen de 50-70 dagen ook dit is weer afhankelijk van de temperatuur welke doorgaans rond de 30ºC-31ºC ligt.
Zelf heb ik nog geen kweek ervaringen.
De Opfok:
De jonge slangen worden net als de andere pythons apart geplaatst om ze goed te kunnen controleren. Na de eerste vervelling kunnen we proberen ze pinkies of fuzzies aan te bieden. Zorg dat er in de bak wel een schuilplaats aanwezig is. Dit vergroot de kans dat ze sneller gaan eten.
De luchtvochtigheid mag de eerste weken nog wat hoger liggen als normaal in verband met uitdrogen.
De temperatuur ligt bij deze jonge slangen rond de 28-30ºC.
