
Sibon nebulatus ( Linnaeus, 1758)
Kortsnuitboomslang
Inleiding:
Sibon nebulatus komt voor in Midden Amerika en het noorden van zuid Amerika. Het zijn voornamelijk klimmende slangen maar zijn ook regelmatig vlak bij de grond te vinden. Ze leven hier tussen Bromelia's en in spleten van bomen.
Daar jagen ze tijdens nacht op slakken, hun menu wordt ook aangevuld met kikkers en hagedisjes.

Beschrijving:
De korte en stompe snuit is kenmerkend voor dit soort. De kop is net als bij de Aplopeltura boa groot, de ogen zijn bij de Sibon erg groot met verticale pupillen. Het lichaam is slank gebouwd. De basiskleur is bruin gemarmerd met donkerbruine dwarsbanden, met daar tussen grijze vlekken.
De banden lopen erg onregelmatig over het lichaam. Ook zie je een lichte regenboogschittering onder een bepaalde hoek. Bij het hanteren trekt het dier zich terug in een "S" vorm maar haalt niet uit, wel plat hij zijn kop af zodat het een "adder" kop krijgt.
Het Terrarium:
De Sibon die ik heb zit gehuisvest in een curver box. De dag temperatuur loopt op tot 28-30 graden en zakt 's nachts terug naar 20-21 graden. De luchtvochtigheid is hoog ook tijdens de dag. Als bodembedekking gebruik ik potgrond, dit werkt prima.
Door de bak heen heb ik veel takjes met daar tussendoor kunstplantjes gewikkeld. Een waterschotel fungeert als drinkbak. De slang laat zich echt alleen maar 's nachts zien.
Voeding:
Ik voer alleen maar slakken, dit zijn alleen huisjesslakken die zonder het huisje te beschadigen er uit getrokken worden. Ik voer zowel slakken uit de tuin als agaatslakken die ik zelf kweek.
Voortplanting:
Dit soort is eierleggend. Onbekend is hoeveel er doorgaans gelegd worden.
De Opfok:
Geen ervaring mee.
ŠTOM VOS