Morelia bredli ( Gow, 1981)

Bredli's python

Inleiding:

De Morelia bredli komt voor in en rondom de Macdonnell ranges en Alice Springs (Northern Territory) in Australië. Deze bergen zijn typerend rood net als de rest van het red center. De kleur is ook terug te vinden in de slang, namelijk rood/roestbruin van kleur en creme strepen/ringen er door heen.
Hier zijn permanente waterpoelen waar de bredli ook vaak te vinden is, klimmen zullen ze ook vaak doen. De temperaturen variëren ook gigantisch in hartje Australië, zo komt het er in de winter (April/September) tot onder het vriespunt en in de zomer (September/April) tot ver over de 40°C.
Het is een erg ruig landschap waar niet veel hoge begroeiing te vinden is.

Beschrijving:

Deze python kan een lengte bereiken van ongeveer 2.00 – 2.50 meter. De kleur is zoals boven al beschreven rood/roestbruin van kleur met creme strepen/ringen er door heen.
Op deze manier verdwijnt de bredli tegen zijn achtergrond waardoor hij niet meer opvalt. Op de onderlip bevinden zich de warmte receptoren, hiermee vinden ze warmbloedige dieren met het grootste gemak.

Het Terrarium:

Mijn bredli’s 1.1 heb ik apart gehuisvest in curver boxen, aangezien ze nog jong zijn gaat dit prima. Als bodembedekking gebruik ik fijne boomschors. Een omgekeerde waterschotel met een gat aan de voorkant doet dienst als schuilplaats, hier liggen ze vaak onder en als de lichten uitgaan zijn ze al snel actief.
De waterbak mag ook niet ontbreken. De temperatuur is op de warme kant zo’n 30°C - 35°C graden en aan de koele kant 28°C - 30°C. De nachttemperatuur blijft op 20°C. Bredli’s weten zich snel aan te passen, dit moet ook wel want van nature komen ze voor in gebieden met uiterst hoge weersverschillen.

Voeding:

Bredli’s eten in gevangenschap voornamelijk fuzzy’s als ze jong zijn, naarmate ze groeien worden dat al snel volwassen muizen en uiteindelijk ongeveer 1 volwassen rat per week.
Ik voer ze zelf vaak in de morgen, dan krijgen ze levende muizen deze worden meteen gepakt. Tijdens het voeren blijf ik er wel bij, totdat de muis dood is. In het wild eten ze knaagdieren, hagedissen en soms vogels.

Voortplanting:

In het wild paren ze rond Juli en September, de eieren zullen tussen Oktober en December gelegd worden. Dit valt gelijk met de zomer waardoor er veel aan prooidieren rond loopt.
Bij ons is dat moeilijk na te bootsen omdat onze seizoenen verschillend lopen dan met die van Australië. Wij kunnen ze met onze seizoenen mee laten gaan.
Hier beginnen we dan rond Oktober. Afkoelen gebeurt overdag tot een graadje of 23°C - 25°C en de nacht temperatuur mag niet onder de 15°C komen. Aan het einde van de winterrust zetten we ze bij elkaar. Dan is het afwachten tot ze gaan paren, doen ze niks dan kunnen we ze weer uit elkaar halen voor 2 weken en het dan nog eens proberen.

De Opfok:

Het legsel kan variëren van 7 tot 47 eieren, meestal worden er rond de 20 gelegd. Deze worden rond de 30°C in de broedmachine gelegd en dan duurt het tussen de 65-70 dagen voordat ze uitkomen. Als substraat voor de eieren kan voor vermuculiet gekozen worden.
Als de eieren uitgekomen zijn dan kunnen de jongen apart gehuisvest worden, dit geeft gelijk de kans om de jonge Bredli’s goed te kunnen controleren. Ze zullen eerst gaan vervellen en daarna kunnen we proberen ze fuzzies aan te bieden. De jongen zijn redelijk agressief maar worden na verloop van tijd rustiger.

©TOM VOS