Keltisch verhaal van de graal: sprookje over een reis die ieder van ons maken moet. Parcival. Specifiek voor de studententijd!

Lang geleden woonde er in een land hier heel ver vandaan een koning met zijn koningin

Toen zij kinderen kregen verbaasde het de koning zeer dat zij hun eerste stapjes niet naar hen toe maakten – want zij hielden toch zoveel van hen – maar van hen af de wereld in, om die te onderzoeken en om die te verkennen.

Hij besprak dat met zijn koningin Zo gaat dat in het leven, sprak zij:

Zij komen wel door ons, maar ze zijn niet van ons. We mogen onze liefde geven, maar niet onze gedachten, want ze hebben hun eigen gedachten. We mogen hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen. Want die vertoeven in het huis van morgen en dat kun je niet bezoeken, zelfs niet in je dromen.

Groot geworden sprak de oudste zoon: vader ik ga elders studeren.

Maar riep de vader:

Wij hebben in ons koninkrijk fantastische onderwijsinstellingen!!

De directeur van de Europese bank studeerde hier. Gut gut,…

De eerste Nederlandse ruimtevaarder is hier afgestudeerd!

Toen aarzelde de jonge prins even…….

De volgende dag verlaat hij het huis van zijn ouders en het dorp van zijn jeugd. Alle bescherming, alle vrienden laat hij achter zich en begint aan zijn zoektocht, alleen.

Vele diepe ravijnen moet hij doorkruisen en vele monsters komt hij onderweg tegen. . Al zijn vindingrijkheid heeft hij nodig om alle gevaren onderweg te trotseren en veilige schuilplaatsen te bouwen voor de nacht. Al zijn kracht en moed worden op de proef gesteld. Hij komt zichzelf tegen, zoekt naar wie hij is, die ene parel boven elke prijs.

Uren zou ik kunnen vertellen over zijn tocht en hoe hij in onherbergzame streken andere jonge mensen zag wegzakken in het moeras,

hun rugzakken zwaar beladen :

- met ouderlijke verwachtingen en

- met over hen uitgesproken profetieën: "jij bent de intellectuele trots van ons dorp, jij moet in ieder geval naar de universiteit of je wilt of niet.

- Of bijna even erg: jij zou ons een enorm plezier doen door paus te worden of desnoods professor.

Er waren ook hele gemene bij van vaders die uit de hellekrochten van hun wezen voorspelden: "jij bent een slet, jij komt later in de goot terecht".

En later weer hoe een moeder boos gebeld had naar een reisgenoot van hem:

"waarom heb jij je mobieltje niet aan: je vader kon wel een hartaanval krijgen".

En zo snoerden de navelstrengen zich dicht om de nekken van velen en ze stikten bijna.

De meeste monsters waren nog wel te verslaan, maar toen op een middag,terwijl de zon al laag aan de hemel stond, kwam er een op zijn pad

 

met een zo verblindend mooi maskertje op – lieve lezers-dat hij helemaal niet als zodanig herkend werd door de jonge man.

 

Hij werd depressief, kon zich niet meer concentreren op zijn studie, vond zichzelf daarom lui, en schaamde zich tegenover zijn reisgenoten want hij had toch alles mee, was knap, zat in besturen. Als er iemand gelukkig zijn moest, dan wel hij toch!

Toen greep een studieadviseur in: je dreigt nu jaren te gaan verspelen, ga toch maar eens naar…….u raadt het al: …..een studentenpsycholoog.

Die zag dat het zoveelste drama van begaafde kinderen zich hier dreigde te voltrekken. Wat er met de prins aan de hand was, was niet zomaar iets wat bij de leeftijdsfase hoorde en vanzelf over zou gaan, maar ook weer niet zo erg dat de prins aan de medicijnen moest of het psychiatrisch circuit in.

Het was wel een al lang sluimerende neurose en die duivel heeft nog nooit iemand geheel op eigen kracht kunnen uitdrijven.

De prins had bericht gehad dat het koninkrijk in verval was, of de koning vertrokken, of de koningin ongelukkig, of dat er andere gaten waren gevallen in het bestaan van de mensen waar hij zo oneindig veel van hield. Het monster spiegelde de prins de almachtsfantasieverlokkingen voor om te gaan moederen over zijn moeder, zijn vader te vervangen, de hele wereld te redden van al haar leed.

De psycholoog ontmaskerde samen met de prins het monster:

de prins had vanaf klein kind zijn leegte en behoefte aan aandacht verdoezelt door een helpersrol aan te nemen. Maar wie was de prins nu zelf?

Hij voelde zich aangemoedigd nu zijn ontdekkingstochten voort te zetten. Bevrijd en schuldloos verwijderde hij zich nu nog verder van het huis van zijn ouders

Hij kwam in wereld terecht die niet meer van hier leek te zijn, onbekend en zonder gids of landkaart.

Het monster Leviathan brulde in de diepte van de zee, met hun staarten zwiepten gedrochten de wateren van deze wereld omhoog, hun groengele ogen spuugden vuur naar hem.

Maar toen herinnerde hij zich iets waar de universiteit hem nooit wetenschappelijk over onderwezen had. Zijn lichaamsgeheugen riep de beelden op van vroeger: hoe zijn moeder hem sprookjes verteld had en hoe hij toen een bodem aan verdriet en angst gevoeld had omdat hij op haar schoot mocht zitten luisteren.

Hoe hij uit een nachtmerrie wakker schoot en hoe zijn vader hem toen bijeengehouden had door zijn vaderlijke hand even op het hoofd van het kind te laten rusten.

Hij ging surfen… met zijn mobiel naar een website waar hij muziek downloade van de dieren van de Galapos-eilanden. En bij het gezang van walvissen en zeeleeuwen die nog nooit van mensen bang geweest waren, kalmeerde al het water.

De monsters bodem hem hun ruggen: hij loopt erover heen. Daar komen de dolfijnen. Ze spelen en gooien hem omhoog en serieus geworden op zijn tocht, ontdekt de jongen in zichzelf weer het kind.

Hij zet nu voet op een eiland aan gene zijde en alsof hij geleid wordt zoekt hij door het kasteel dat daar al eeuwen staat.

Hij hoort iemand ademen, hij nadert een zaal, slaat sluiters weg en daar…. Daar ligt iemand te slapen..

Zo beeldschoon alsof zij geboren was zonder haar ouders!

De prins sidderde.

En toen bedacht de prins een list om de woeste wateren over te steken.

Een oosterse prinses. Dood!

Heel voorzichtig kust de prins haar mond.

En dan slaat zij haar ogen naar hem op.

En samen leefden zij nog lang en gelukkig.

Althans de eerste achttien maanden.

Toen kreeg de prinses het benauwd, ze wist niet eens precies waarvan.

Al die aandacht,

En dat de prins haar zo ontzettend bijzonder vond, en een parel noemde, enzovoort.

Ze pakte haar soldeerboot,

Repareerde de oude ophaalbrug die al eeuwen kapot was en liep het eiland af.

De prins erachter aan.

Vergeet jij niets, prins, vroeg ze narrig?

Man, waar is je witte paard…

(Als jongen heb je geen wit paard paard, stamelde hij.

Je, je? Kun jij niet eens in de ikvorm praten!

(En ze dacht in zichzelf: heb ik daarom nou net gedaan of ik sliep, zodat hij kon denken dat hij het initiatief genomen had).

Zo liepen ze weg van het eiland dat achter hen verdween en wegzonk in de andere wereld..

Zo dreigt zij nu verloren te raken.

Zij die geëmancipeerd is, met prachtige carrièremogelijkheden, dreigt haar kracht te verliezen nu zij werkelijk intiem wil worden.

En met al die girlpower om zich heen, met wie zou je daar nog over durven praten?.

En op een ochtend toen zij verward verregend verder reisden samen, zei ze tegen de prins:

- Je zoekt maar steeds verder, denkt dat het geluk in mij ligt, of daarginds of nog weer elders.

Ik ben jouw parel niet!

Wie ben jij eigenlijk zelf?

Nu denkt u natuurlijk dat ik schilder hoe het in hedendaagse relaties tussen man en vrouw toegaat?

Maar ik vertel gewoon het oude verhaal na van de zoektocht naar de graal van Chrétien de Troyes uit de twaalfde eeuw.,

En die vertelt op zijn beurt een oude Keltische sage na van onze eigen verre voorouders. Zijn prins vond op het eiland wel de graal, maar de betekenis ervan kon hij niet ontcijferen. Was het een avondmaals- beker of -schaal, nee dat had de christelijke versie er natuurlijk van gemaakt. Het leek op een oeroud vruchtbaarheidssymbool.

De betekenis vond hij in het vroegmiddeleeuws verhaal pas toen hij niet alleen meer bezig was zich van de eerste vrouw in zijn leven, zijn moeder, te verwijderen, maar terug de juiste afstand begon te bepalen. Toen pas had hij de verhouding tussen afstand en nabijheid ten opzichte van zijn prinses gevonden, hij verspeelde zijn ziel niet meer aan haar, maar hij vond haar. Nu begint hij in de ikvorm te praten. Nu krijgt hij van de verteller pas zijn eigen naam: Parcifal.

En zij? Wat is haar naam? In de verhalen van voorbije eeuwen raakte zij zoek. Zij begint haar naam nu terug te vinden.

Nu eindelijk heeft de prins, mede dank zij haar wellicht, de parel in zichzelf gevonden, zijn werkelijke wezen.

Heden, nu is de tijd gekomen voor zijn koningschap en zij is klaar voor koningin.

En overal waar zij nu langs lopen op hun tocht zingen de mensen hen toe, dat het weer voorjaar wordt en zo. De morgenbries waait er aan de ziel der Perzische rozen, in de zilveren beken springen de forellen omhoog, de auto’s beginnen op schone waterstof brandstof te rijden en.bloesemvruchten openen zich.

Tot koning en tot koningin worden zij nu gekroond en nemen het koninkrijk van hun ouders over.

En hun jonge wijsheid doorstroomt het hele land.

En op de plaats waar kerken gesloopt waren en bibliotheken en tempels der wetenschap gebouwd, beginnen de geleerden van het land in te zien, dat zij al eeuwenlang in het voetspoor van Descartes zich door pausen en kardinalen hadden laten afhouden van de wetenschappelijke bestudering van levensvragen, van de ziel en van de werkelijke aard der dingen. En internet begint te reiken tot aan de grenzen der aarde, en met de noösfeer door Teilhard de Chardin voorspeld, bereikt de menselijke evolutie een hoogtepunt. Mensen beginnen elkaar te begrijpen, oorlogen verstommen.

En zij leefden nog lang en gelukkig.

Maar was er dan geen verdriet meer, en geen dood? Jawel, maar de jonge koningin had de oosterse eeuwenoude wijsheden van haar volk meegebracht over ons diepste verdriet, de vergankelijkheid. En als zij sprak over deze wetenschap van de verborgen tranen: dan leek het soms alsof zelfs de dood het einde niet was. Dan liep de tijd niet als een zandloper door, maar dan beleefden ieder dat moment, soms, hier, even.

Je bent op de website van

Louis Sommeling:

http://home.tiscali.nl/sommeling