ZELFSTANDIG WORDEN EN DE RELATIE TOT OUDERS

(Uit mijn boek Leren leven en studeren. Info)

Het zelfstandig worden en daarbij positie bepalen ten opzichte van ouders is een belangrijk thema voor jonge volwassenen. Je kunt op allerlei subtiele manieren te zeer aan ouders gebonden blijven. Veel vage klachten zoals vermoeidheid, gebrek aan levenslust en onzekerheid kunnen begrepen worden vanuit een onvrije relatie tot ouders.

Het onderscheid tussen schuld en verantwoordelijkheid

Heimelijk bekritiseren studenten zichzelf soms louter en alleen omdat zij een probleem hebben. Uit loyaliteit en liefde voor hun ouders, nemen ze alle schuld op zich. Het omgekeerde kan ook het geval worden: ouders als oorzaak van alle problemen aanwijzen. Beide standpunten zijn ongenuanceerd en behoeven enige nadere beschouwing.

In plaats van het beschuldigen van ouders kan de thuissituatie wel als verklaringsgrond gebruikt worden wanneer problemen diep historisch geworteld zijn. Studenten kunnen zo ontschuldigd worden. Dit is de eerste en vaak de belangrijkste stap in een therapie. Leren zichzelf niet van alles te beschuldigen. Deze hardvochtige houding, deze agressie naar zichzelf, moet omgebogen worden naar een begrijpende, meer liefdevolle houding, die een dieper onderzoek naar zichzelf tot een vreugde in plaats van een kwelling maakt.

Daarom is het belangrijk duidelijk te krijgen hoe je aan je schuldgevoel gekomen bent. Wanneer er geen tijd of ruimte is in een gezin voor opkomende impulsen van een kind, dan gaat dat zichzelf schuldig voelen, omdat het op die leeftijd nog geen ander referentie-kader heeft dan dat van zijn ouders. Wordt een gevoelen niet herkend of wordt er niet op gereageerd dan blijft voor een kind geen andere conclusie over dan: ‘ wat ik voel is vreemd, of raar, of hoort niet’. Het veranderen van deze conclusie is het doel van therapie. Het beeld van zichzelf en van het bestaansrecht van eigen emoties is waar het om draait in een behandeling. Het gaat niet om het zwartmaken van ouders, maar om herstel van het zelfbeeld. Er bestaan per definitie geen ideale ouders, maar wel ‘goedgenoeg’ ouders. Ouders is misvorming in het zelfbeeld van het kind niet altijd aan te rekenen.

Maar het kind zelf is nog minder schuldig aan eigen opgelopen problemen. Daarom is het belangrijk het onderscheid helder te houden tussen niet schuldig zijn, maar wel verantwoordelijkheid nemen voor de oplossing van eigen problemen. Dat laatste doe je nu door in therapie te gaan. Maar het is onterecht wanneer je je schuldig zou voelen over problemen in je kindertijd opgelopen.

Oefenen in afgrenzen

Vaak durven studenten geen irritatie te uiten naar een ouder, omdat ze ook van die ouder houden. Het is goed om deze ambivalentie, deze tegenstrijdigheid van gevoelens, te ontwarren. Anders krijgen ze beide niet echt een kans zich helder te uiten, het begrip niet en de irritatie ook niet.

Een oefening: pak eens een schrift, en schrijf op linkerpagina’s wat je irriteert aan het gedrag van een of beide ouders, waar je een beetje boos over bent. Schrijf dat vrij op, je kunt later nog altijd kijken of je die gevoelens ook gaat uiten of niet. Maar neem de gevoelens wel serieus, ze hebben bestaansrecht, want ze bestaan. Ze zijn van jou, je mag ze voelen. Als je ze wegdrukt, komen ze vaak langs slinkse wegen terug, soms in de vermomming van symptomen als chagrijn of vermoeidheid.

Iedere keer als je schrijven belemmerd wordt door je begrip voor je ouders, ga je naar de rechterpagina’s in je schrift. Daar schrijf je op wat je begrijpt van de reactie van je ouders, het zijn ook maar mensen, ze bedoelen het goed, ze hebben het al zwaar met die moeilijke zus of die nare partner, die zelf een slechte moeder had, enzovoorts, enzovoorts.

Op deze wijze geef je bestaansrecht aan je gevoelens, en doven ze elkaar niet langer uit doordat ze een ambivalente mengelmoes worden.

Functies van ouders en het begrijpen van jezelf

Sommige studenten hebben wel vaag het gevoel dat er iets mis is, maar kunnen dit niet koppelen aan het ontbreken of slecht functioneren van een ouder. Hun onvervulde diepe behoeften wordt pas ervaren en door henzelf ten volle begrepen, wanneer deze in verband worden gebracht met hoe hun opvoeding eigenlijk idealiter had moeten verlopen..

Van nature gaat zelfstandig worden meestal goed. Maar als de afgrenzing van ouders toch moeilijk is of niet lukt, komt dat meestal omdat er een aantal basisbehoeften onvoldoende is vervuld. Het kind probeert deze onvervulde behoeften alsnog vervuld te krijgen bij de ouders.

Zij sprak met de kat. Zij wilde dat haar ouders haar huiswerk zouden overhoren. Deze namen daar geen tijd voor, en werden steeds door alles en nog wat afgeleid. Zij werd steeds onzekerder. Toen zette zij de kat boven aan de trap. Ze ging zelf op de onderste trede zitten. Zij sprak tegen de kat haar spreekbeurten hardop uit. De kat luisterde. Toen spitste de kat haar oren en werd net als de ouders afgeleid. De kat stapte op. Weg was de kat..

Het welkom aan een kind strekt zich ook uit tot de lichamelijkheid. Stoeien, knuffelen zijn basale functies die niet alleen in de kleutertijd nodig zijn. De oedipale trots van het lichaam, het pronken en het spel van de verleiding vinden hier hun basis. Het is mij vaak opgevallen hoe storingen in de seksualiteitsbeleving optreden wanneer een vader in de puberteit weg viel. Het is alsof een moeder en vooral een vader het besef van eigenheid en vrouwelijkheid in een dochter kunnen funderen. Angstige vaders knuffelen hun dochters later niet meer, uit angst voor verkrachters te worden uitgemaakt. Aan het soms te stoere, grote lichaam van vrouwelijke studenten is vaak een geschiedenis verbonden van een afwezige vader of moeder wiens plaats zij zijn gaan innemen. Jongens ontberen in de puberteit soms de vader als identificatiefiguur. Wanneer zij alleen met de moeder achterblijven, hebben zij later de grootste moeite zich tegenover een vrouwelijke partner af te grenzen en hun mannelijke ziel te bewaren.

Ten slotte zij nogmaals opgemerkt dat het hoogst zelden voorkomt dat aan alle basisbehoeften voldaan wordt. Niemand van ons is volmaakt opgevoed. Een 'goed genoeg' moeder of vader is voldoende. Ouders herkennen niet altijd alle behoeften van hun kinderen. Deze behoeften gaan dan 'ondergronds', omdat een kind niet herkende behoeften 'vreemd' gaat vinden, zich er schuldig over voelt en er bang van wordt. Wanneer we volwassen worden ontdekken we wie we zijn, eigenen we ons toe wat bij ons past en hoort, en ontwikkelen we de eigen vader en moeder in onszelf.

Nieuwe theorie vol optimisme

 Nieuwere therapeutische stromingen zijn optimistischer over mogelijk herstel van schade die in de jeugd is opgelopen. Vooral het ontwikkelingspsychologisch onderzoek van de groep rond Daniël Stern (1985) is interessant. Recent onderzoek met behulp van geavanceerde computers heeft het mogelijk gemaakt om de autonome kracht van de hersens als betekenisverlenend systeem te ontdekken. Ervaringen kunnen worden opgedaan als: "toch zijn er mensen die mij kunnen begrijpen", "niet alle mensen blijken onbetrouwbaar". Deze ervaringen kunnen als een soort synthetisch nieuw geheugen een betere oriëntatie op het bestaan opleveren. Met behulp van latere met een therapeut opgedane emotioneel-corrigerende ervaringen is het mogelijk een vroeger opgedaan gemis gedeeltelijk te compenseren. De vader en moeder in zichzelf kan zo ontdekt worden. En ouderlijke functies zoals aandacht of begrip kan iemand zichzelf grotendeels leren geven. Er is dus reden voor optimisme!

Met je ouders praten over wat er vroeger fout ging?

Soms krijgen studenten in een behandeling het verlangen met hun ouders te gaan bespreken wat er vroeger fout ging. Soms is het een volwassen verlangen en werkt het goed. Vaak loopt het ook op een grote desillusie uit, want ouders zijn niet per definitie meeveranderd en reageren dan op dezelfde wijze als vroeger, die je juist ter sprake zou willen brengen. Soms is het nodig om genoegdoening te krijgen. Maar vaak is het helemaal niet nodig om jaren later met ouders te praten over toen.

Er is een onderscheid tussen gevoelens ervaren en ze tot een performance brengen. Dat zijn twee verschillende stappen. De eerste stap is het belangrijkste. Vaak is het voldoende en helend wanneer je van jezelf mag voelen dat je kwaad bent, van top tot teen, en dat dit een gerechtvaardigd gevoel is waar jij je niet schuldig over hoeft te voelen, maar dat echt helemaal van jou is. Op deze wijze maakt iemand zichzelf heel. En gaat hij of zij voor zichzelf als een moeder of vader worden: zichzelf begrijpen, alles in zichzelf ruimte gevend. Stap twee is een andere stap, onderscheiden van de eerste, en deze stap behoeft niet noodzakelijkerwijze ook gezet te worden. Hij bestaat eruit om je emoties naar iemand niet voor je te houden, maar ze ook te uiten en te bespreken. Besloten moet worden of deze tweede stap kans van slagen heeft; het is niet altijd diplomatiek en soms onmogelijk. De desillusie die daar dan bij hoort, kan in een therapie dan worden doorgewerkt. Het willen praten met ouders over vroeger kan ook duiden op een nog niet uitgewerkte afhankelijkheid die losmaking in de weg staat.

Bemoeilijkende ouderlijke reacties

Soms blijven ouders een kind onbewust aan zich binden. Alsof zij het kind zelf nodig hebben om hun eigen leven vulling en zin te geven. Waarom heb jij je mobieltje niet aan. Je vader kan wel een hartaanval krijgen (Een moeder).

Wanneer je met je ouders over vroeger wil praten dan wordt het je heel moeilijk gemaakt als zij schuldbewust het hoofd buigen. Zie je je ouders pijnlijk getroffen het hoofd buigen en zich aan alles schuldig verklaren, dan voel je je al gauw bezwaard. Je houdt verder je mond, het wordt je -wellicht voor de zoveelste maal - heel moeilijk gemaakt om je te uiten. Je krijgt dan de neiging om te gaan ‘ouderen’ over je ouders in plaats van dat je je als een kind kunt uitspreken.

Ouders kunnen regelrecht kwaadaardig zijn. Zij kunnen hun eigen pathologie botvieren op hun kinderen. Zij kunnen later hun eigen kinderen manipuleren door hun financiële bijdragen in te trekken of te korten, als het niet gaat zoals zij willen. Zij kunnen een kind de ruimte om te studeren en zichzelf te ontwikkelen, niet gunnen. Zij kunnen de studiekeuze van hun kind afkraken. Zij kunnen de eerste echte en persoonlijke keuze van een kind - een eerste vriendje of vriendinnetje - belachelijk maken. Zij kunnen hun kinderen gebruiken als scheidsrechter in hun relatiegevechten. Het zenuwstelsel van een kind verkeert bij dergelijke onveiligheid in een permanente alarmfase. Ouders kunnen een kind voor het leven ongelukkig maken en op dwaalwegen brengen door het te etiketteren of te bestoken met krachtige profetieën; ‘Jij bent een slet’; ‘jij hebt het in je om paus te worden’. Ouders kunnen een meisje op het verkeerde been zetten door uitsluitend haar lievigheid en schoonheid te prijzen of haar vermeende dikte af te kraken. Zij kunnen jongens voorgoed de lust tot studeren ontnemen, door alleen van hun intellectuele prestaties gecharmeerd te zijn. Zij kunnen al hun aandacht op een zorgenkind richten en niet zien dat hun andere kind hen nu alleen nog maar met brave zoetigheid wil plezieren.

Op deze wijze wordt ‘losmaking’ tot werkelijke zelfstandigheid een moeilijk proces voor je. Losmaking en zelfstandig worden is in feite een natuurlijk proces. Jonge vogels vliegen het nest uit. De eerste stapjes die een gezonde peuter zet, zijn niet naar de ouder, maar de wereld in. Beter dan het woord ‘losmaking’, geeft ‘terugwinnen van eigenheid’ dan ook het proces aan dat in dit hoofdstuk ‘wordt beschreven.

Subwebsite  louis sommeling.

Artikelen mogen gratis gedownload worden, maar dan wel graag  een link naar jouw website als je die hebt naar de mijne:

http://home.tiscali.nl/sommeling