Home.    Artikelen van mij mag je gratis binnenladen,  maar wel graag  een  feedback en ook een link van jouw website - als je die hebt-  naar de mijne:  http://home.tiscali.nl/sommeling    Louis

 

 

 

 

terug naar  innerlijke reisof naar   studenten 

Zingeving

Problematische vormen van zingeving. volgt hieronder

 

Soms kun je zo verstrikt raken in academische redeneringen over de zin van het bestaan, over normen en waarden, waar je niet meer uitkomt en waarbij het ene argument zich op het andere stapelt, dat je er bijna gek van wordt. Zonder enig houvast, zonder enige ontdekkingsvreugde, zodat het hun hele leven bepaalt. Alsof in het redeneren angstig of dwingend naar houvast gezocht wordt.

Ook kan de vraag naar de zin van het bestaan een andere vorm aannemen: bijvoorbeeld angst voor de dood. Een student:

"Als ik toch dood ga, waarom zou ik dan nu nog verder leven? Ook de gedachte dat mijn ouders dood zouden kunnen gaan, maakt mij doodsbang, dat zou echt het einde betekenen".

Nog weer een andere vorm waarin zingevingvragen kunnen verschijnen is een algemeen vaag gevoel van malaise zonder dat er direct een concreet probleem te formuleren valt. Een student:

‘ er zit echt niemand op mij te wachten, het doet er helemaal niet meer toe of ik leef’’.

Alsof het er niet meer toe doet om ’s morgens op te staan. Soms kan dit malaisegevoel ook vanuit een heel andere richting komen, uit een soort overdaad of verwenning alles al meegemaakt te hebben.

Deze problematische vormen van zingevingvragen beschouw ik nu wat nader.

Houvast zoekend in redeneren

Er bestaat een samenhang tussen het niet ervaren van zin en psychopathologie, ontdekte Debats (1993) in een groot onderzoek dat hij ook bij onze cliëntenpopulatie uitvoerde. Evenals alle dogmatisme en ideologieën, spruiten ook zingevingvraagstukken nogal eens voort uit rationalisatie, uit een gebrekkig contact met de werkelijkheid. De ‘redeneerder’ die zich beperkt tot rationele argumenten raakt daar bijna altijd in verstrikt. De zin van het bestaan kan nooit alleen door redeneren gevonden worden. Het ene argument kan direct ontzenuwd worden met een tegenargument. Tegenover het ene filosofische of godsdienstige systeem kan zo een ander gezet worden. De these hier is nu dat de zin van het bestaan niet gevonden kan worden door louter redeneren, maar slechts in bepaalde mate ervaren kan worden door iemand die ‘goed in zijn vel’ zit. Ons bewust ervaren wordt namelijk ook gevoed door onze tastzin, smaak, gevoel en emoties, kortom door wat er - naast onze ratio - gebeurt in de rest van ons lichaam. Het kan een vlucht uit de werkelijkheid zijn in een verlangen naar 'eenheid, harmonie, opname in universele energie omdat men uit angst voor werkelijk contact naar een leven daarboven fantaseert (voor diagnose: let o.a. op oogcontact).

De loutere ‘redeneerder’ heeft een splitsing aangebracht tussen zijn ratio en de rest van zijn bewustzijn, alsof hij gedissocieerd is en alleen ‘in zijn kop’ zit. Waarom heeft hij dat gedaan en werd hij daartoe veroordeeld? Dit soort splitsingen treedt meestal op bij angst. Een hypothese (die door navraag getoetst kan worden) is dat degene die louter redeneert vroeger in een chronische angstsituatie geleefd heeft. Het lijfelijk houvast en de zorg van een ouder wordt door een kind spelenderwijze geïnterioriseerd, zodat een kind ook zonder die ouder veiligheid kan voelen en ervaren. Het kan dan in zijn eigen lichaam ‘houvast’ ervaren en zin, en hoeft niet met krampachtige woordenstromen of redeneringen een artificieel ‘houvast’ te construeren geheel buiten zichzelf. Een te krampachtige behoefte aan een Absolute Waarheid of Zekerheid laat zich vaak psychologisch vertalen als het zoeken naar het houvast van een gemiste ouder. Romantisch of traditioneel wordt een vader wel eens voorgesteld als een poolster waar je je in deze wereld op kunt oriënteren en als een soort scherm die de nog niet te dragen gevaren van de buitenwereld afschermt. Vaak zag ik piekergedrag bij studenten met afwezige vaders. Piekeren is een onvruchtbare bezigheid; het is een cirkelredenering die eigenlijk geen constructief denken is.

Angst voor de dood

Angst voor de dood is een verschijningsvorm van zingevingproblemen die ik vooral bij ‘geplastificeerde’ meisjes zag. Met ‘geplastificeerd’ bedoel ik: sterk op uiterlijk gericht, dikke make-up lagen, overdreven aandacht voor kleding, gekunstelde vorm van omgang. Alsof hier het houvast niet in de ratio gezocht wordt zoals in het vorige voorbeeld, maar in de oppervlakteverschijning. Alsof uiterlijk niet in verbinding staat met innerlijk. Alsof de tijd louter wordt opgevat als een reeks punten, waardoor de beweging naar de dood welhaast noodzakelijkerwijs een wanhoopsrace wordt (Samy 1998).

De chronische angstsituatie waarin deze studenten vroeger leefden, werd veroorzaakt door onvoldoende ouderlijke aandacht. Vaak was er thuis geen plaats voor emoties en moest aandacht gekocht worden met sociaal wenselijk gedrag. Lief doen, vrolijk zijn, er altijd ‘leuk’ uitzien. De vervulling die in dit bestaan ervaren zou kunnen worden, wordt bij deze meisjes overschaduwd door het obsessionele besef dat schoonheid vergaat. De angst dat er dan niets overblijft lijkt een echo uit hun verleden waar het echte zelf geen vorm mocht krijgen en de maskerade als enig mogelijke vorm van leven gekozen werd.

Bij jongens ziet men soms een pendant in aandacht voor een gespierd lijf. Compensatie voor een leeg gevoel en een angstig vermoeden van geen binnenkant te hebben, wordt dan gevonden in overdreven aandacht voor de buitenkant van het lichaam. Er is dan geen contact met de ‘binnenkant’ van het lichaam, met het ‘lijf’ als plaats waar emoties gevoeld kunnen worden.

Het doet er toch niets toe

Een derde mogelijke verschijningsvorm van zingevingproblemen behoort eigenlijk tot een heel andere categorie. Er zijn sutdenten die er helemaal niet willen zijn. Zij hebben het gevoel dat het er niet toe doet om ‘s morgens op te staan, ‘ik kan toch niets’ of ‘ er zit echt niemand op mij te wachten, het doet er helemaal niet toe of ik leef’’. Of : ‘ ik heb het wel gehad, ik heb alles al meegemaakt, wat zou er verder nog zijn?’. Vaak is hier sprake van een gemaskeerde depressie, die soms ontlopen wordt door steeds nieuwe kicks, sensaties of pijnprikkels te zoeken. Dit zoeken gebeurt omdat er geen contact met zichzelf van binnenuit ervaren wordt en dus geen zin ervaren wordt. Wanneer onderliggende woede en verdriet een plek hebben kunnen krijgen in een therapie, komen levenslust en zin in het gewone bestaan van alledag vanzelf terug. Want zin in het leven geeft het leven weer zin. Betekenis in het leven wordt als vanzelf gevoeld wanneer iemand een niet-vervreemdend gevoel van samenhang en verbondenheid met het leven en het innerlijke zelf kan voelen. Alles lijkt dan zijn tijd en plaats te krijgen en een soort van samenhangend verband. Eenvoudige dingen zijn dan goed genoeg; het magische zit dan niet in uitzonderlijke avonturen of kicks van buitenaf, maar betekenis is dan aanwezig in het leven van alledag.

Naar een wetenschap van de ziel

In een discussie die ik meemaakte tussen een hoogleraar psychotherapie en een student die vroeg naar de opvattingen over het verband tussen psyche en ziel, verwees de eerste hem direct naar de pastor. Maar het begrip ‘ziel’ en ‘soul’ wordt door jongeren al lang niet meer gebezigd in de betekenis die de oudere hoogleraar gewend was. Deze dacht aan ‘een door God ingestorte ziel’ terwijl de jongere de wezenlijke kern van iets bedoelde; datgene wat bezieling aan iets geeft, in de zin van:" It gets soul". Het Nederlandse woord ‘ziel’ betekent het wezen, de geheimzinnige samenhang: De morgenbries woei aan de ziel der Perzische rozen, dicht Louis Couperus. Meer over dit begrip ´ziel´, klik)

Begint de wereld van de wetenschap zich - na de ineenstorting van de kerk - het geestelijk domein weer toe te eigenen? Precies op de plek waar in Groningen vroeger een kathedraal stond, staat nu de monumentale Universiteitsbibliotheek, de nieuwe tempel der Wetenschap. De gebeden zijn verstomd, de gezangen die naar ijle hoogten opstegen in het gefilterde licht van de glas in lood ramen, klinken niet meer, de gelovigen zijn verdwenen. Studenten zitten in de zon op de trappen van het academiegebouw. Ze komen even pauzeren uit de bibliotheek aan de overzijde van het plein, moe van de informatiestromen die zij op hun computerschermen te verwerken kregen. Op hun T-shirts prijkt de wapenspreuk van de Universiteit: ‘Verbum Domini lucerna’: het Woord van de Heer is als een lamp voor uw voeten. Zal de Universiteit de nieuwe vrijplaats van denken en humaniteit worden?

In een discussie met Freud pleit Jung (1954) er al voor om het westerse begrip ‘psyche’ niet langer te reduceren tot ‘functioneren van een psychisch apparaat’. Hij pleit ervoor ‘psyche’’ weer de bredere betekenis te geven die het vanouds in het Westen had en in het Oosten nog steeds heeft. Er moet weer een wetenschap van de ziel komen (Moore, 1993) en van wat wezenlijke Kwaliteit herbergt, van wat er werkelijk toe doet en ‘als Eerste’ beoogd zou moeten worden (Pirsig 1991; Almaas 1996; Sommeling 1996). We moeten niet te snel verwijzen naar andere disciplines dan de psychologie. Woorden als ‘psyche’ , ‘mind’ en ‘ziel’ verbinden ons met een rijk verleden. Jonge mensen hebben belangstelling voor Westerse mystiek en Oosters Boeddhisme omdat dit geen dogmatische systemen zijn maar diepe wijzen van leven. Ze openen onze ogen voor illusoire aspecten van de werkelijkheid en voor de niet-maakbare aspecten daarvan. Het bewustzijn, de ‘mind', bergt volgens hen bevrijding en verlichting in zich en kan tot de werkelijke beleving van zin leiden. Voor studenten die daarmee willen oefenen is het boekje van Tijdeman (1998) in al haar eenvoud een goed begin.

Het gaat er overigens niet om het Boeddhisme en haar beelden en rituelen te imiteren, zoals je velen westerlingen ziet doen momenteel. Het gekoketteer met een slecht begrepen concept zoals ‘verlichting’ werkt op mijn lachspieren. Het gaat er om als westerling er meer jezelf door te worden, te zorgen dat de dingen hun ware aard behouden of terugkeren naar hun oorspronkelijkheid. Wanneer we slaafs zenmeesters gaan volgen dan hadden we net zo goed in de kerk van de Paus van Rome kunnen blijven. We moeten goed opletten het gat dat in onze cultuur ontstaan is door het wegvallen van het Christendom niet op een te goedkope wijze te vullen (Samy (1998).

(uit: Leren leven en studeren.Meer: Info over boek)

Maar klik ook voor een ander  artikel::

EIGEN STANDPUNT TEN OPZICHTE VAN HET GELOOF  VAN JE VADEREN!