Onze Voorvaderen
VAN TOL.
Aanleiding voor mijn onderzoek naar onze voorvaderen was een brief aan mijn grootmoeder van Tol uit 1922, die ik in de papieren van mijn vader terugvond. Het was een schrijven van Jurriaan van Toll, destijds stadsarchivaris van den Haag, die naar aanleiding van geboorte- en trouw-advertenties haar adres gevonden had en die nu wilde nazoeken of en hoe we familie van elkaar waren. Hij verwees naar het oude riddergeslacht van Tol, beschreef ook het wapen van die oude van Tollen en had tenslotte één opmerking die uiteindelijk de doorslag gaf:
De
dragers van den naam Maurits kunnen zeer zeker zijn van hunne afstamming uit de
oudadellijke van Tolls, immers Maurits is in het oudhollandsch Mouringh en is
absoluut geen hollandsche boerennaam zoals Dirk of Arie. En nu is Maurijn van Toll, welgeboren man van
Rijnland, een der oudste van Tolls van wie wij nog originele documenten in het
bezit hebben….
Tenslotte heette mijn vader óók Maurits!
Uiteraard begin je dan via de Burgerlijke Stand de ouders van je grootouders op te zoeken, en zo verder tot ± 1800. Uit de tijd daarvoor zijn er de z.g. D.T.B.-boeken, (dopen, trouwen, begraven) tot zo ongeveer 1700. Op die manier kwam ik terug tot:
Mauringh Cornelisz van Tol, gehuwd met Maertje Dirckx de Graaf,
die in 1714 een zoon Cornelis kregen in Woubrugge (N. van Alphen aan den Rijn) De DTB-boeken van Woubrugge van vóór die tijd zijn er niet (meer) en een trouwdatum was dus niet te achterhalen. Ook waren er geen andere kinderen vermeld.
Daarnaast heb ik natuurlijk serieus nagekeken wat er allemaal bekend was over het oude riddergeslacht van Tol. Dat is héél veel en daaruit kwam inderdaad ook die Maurijn Adriaensz van Tol te voorschijn, genoemd in een acte van 1568 en ook in een erfenisquestie in 1579.
Het was dus zaak om de periode van 1579 tot 1714 te overbruggen.: 135 jaren.
Alle documenten, opstellen, stamboomoverzichten etc. de familie betreffende heb ik verzameld in een “boekwerk” van ± 200 bladzijden. Het hiernavolgende opstel is daarvan een uittreksel, waarin alléén de cruciale gegevens zijn opgenomen.
Achtereenvolgens worden daarin behandeld:
Het Hollandse gravenhuis, - Het geslacht Teylingen, - Het
geslacht van Tol, -
Van Mauringh Cornelisz tot Maurits Dirk en, tenslotte,
De opvulling van het “Gat”.
Bij dat laatste heb ik, waar het af en toe op “gissen” aankwam, veel vertrouwd op de oude, bijna heilige, regel, dat de kinderen primair werden genoemd naar de grootvaders. Op die manier is er een sluitend betoog samengesteld, waarvan men zou kunnen zeggen:
Een aan waarschijnlijkheid
grenzende mogelijkheid!
Son, 1999.
Martinus van
Tol, * 1919.
Het Hollandse
Gravenhuis.
Van het bekende rijtje Dikke Dikke Aernout, Dikke Dikke Floris,.…hebben we eigenlijk alleen de eerste drie nodig. Het is namelijk de tweede zoon, Siegfried, van Graaf Aernout die de stamvader werd van het geslacht Teylingen, waaruit het geslacht van Tol ontsproot.
Als vader van Dirk I noemen de meeste bronnen Gerulf (Graf zwischen dem Rhein und Suitharderhage) [1]. In een recentelijk gepubliceerd boek [2] is echter een wat gecompliceerder beeld ontstaan. Door o.m. C-14 onderzoek aan de in de Abdij-kerken van Rijnsburg en Egmond gevonden stoffelijke resten van de leden van de grafelijke familie, is gebleken dat er tussen Dirk I en Dirk II nog een Dirk I bis geweest moet zijn. Verder heet de vader van Dirk I hier Radboud V, gehuwd met een zuster van Gerolf II. Beide, Radboud en Gerolf, zijn overigens afkomstig uit een oud Fries koningsgeslacht. De gegevens uit dàt boek zijn gebruikt voor de op de volgende bladzijde weergegeven geslachtslijst.
Van Dirk I is niet zo veel bekend: geboren ca 874, gehuwd ca 898 met NN, † 931.
Graaf van Rijnland en (922) Kennemerland. Stichter van het nonnenklooster Egmond
Dirk I bis moet geboren zijn ca 900, gehuwd met Geva, † 939.
Graaf van Rijnland-Kennemerland.
Over Dirk II vermeldt de “stamboom” in het Schlosz Bentheim o.m.:
Graaf vanaf 960? Genoemd 969-985, † 5 of 6 mei (988?).
Gehuwd met Hildegard van Vlaanderen, een dochter van Arnulf de Grote van Vlaanderen. Aernout is dus naar zijn grootvader vernoemd.
Deze laatste was overigens via zijn grootmoeder Judith van Francia [3] een afstammeling van Karel de Grote [4].
Aernout, burggraaf van Gent, vermoedelijk geboren in 970, graaf vanaf 988,
† 18 september 993, in de strijd tegen de Friezen.
Hij was gehuwd met Liutgard [5], een dochter van Siegfried van Luxemburg.
Hun tweede zoon werd dus genoemd naar de grootvader van moeders kant:
Siegfried (ook wel Sigurd of Sicco).
Het wapen van de Graven van Holland:
Een veld van goud, beladen met een blauw getande en genagelde rode leeuw.
PEPYN I
(de Oude)
│ † ca 640
└
ANSEGISEL » BEGGA
│
└
PEPYN II
van Herstal † 741
│ » ELECTRUDE
└
KAREL MARTEL ca
688-741
│
└
PEPYN III (de
Korte) 714-768
│ » BERTRADE van LAON
└
KAREL (de Grote)
742-814
│ » 771 HILDEGARD
└
RADBOUD IV van Friesland LODEWIJK (de Vrome) 778-840
|
│ » 818 JUDITH WELF
└ └ (van Beieren)
WALGER KAREL II (de Kale) 823-877
| │ » 842 ERMENTRUDIS
└ └ (van Orleans)
RADBOUD V ca 848-874 BOUDEWYN I † 918 » JUDITH, 844-879
│ » dr van DIRK
│ (van Vlaanderen) (van West-Francia)
└ (van
Rijnland) └
DIRK I ca 874-931
BOUDEWYN II 863-918
│ (van
Holland) │ » 884 AELFTHRITH dr van ALFRED de GROTE van Wessex
└ └
DIRK Ibis † 939 ARNULF (de Grote) 885-965
│ » GEVA
│ » 934 ADÈLE van VERMANDOIS
└ └
DIRK II (van Holland) » HILDEGARD (van Vlaanderen) † 975
│ » 938 † 988
└
AERNOUT (ARNULF GANDENSIS) † 993
│ » LIUTGARD dr van SIEGFRIED (van Luxemburg) en HEDWIG
└
SIGURD, (broer van DIRK III)
│ » THETBURGA
└
Bronnen: Archief Schlosz Bentheim,
dr. B.K.S. Dijkstra: Een Stamboom in Been.
Het Geslacht
Teylingen.
Vrijwel alle
auteurs zijn het er over eens, dat de geslachten Brederode en Teylingen, en daarmee óók van Tol, afstammen
van graaf Aernout. Over de details zijn er echter nogal wat uiteenlopende
meningen.
Er bestaat daarnaast ook een theorie, dat zowel Brederode als Teylingen bastaards waren van graaf Willem I (1203 – 1222), die vóór zijn huwelijk met Aleid van Gelder een verhouding zou hebben gehad met de erfdochter van Teylingen (een blijkbaar reeds bestaand geslacht!) Deze theorie steunt op het feit, dat de wapens van beide geslachten gebaseerd zijn op het Hollandse wapen, voorzien van een “lambeau” of barensteel (de balk in het wapen?) Zij wordt b.v. uitgedragen door mr H.J. Koenen in “de Wapenheraut”, 7, 15/73 en ook in de “Sicconidenlegende [6] .
Joannis à Leydis (Jantje van Leiden) legt het begin van Brederode bij Sifrid (Siegfried), de tweede zoon van Aernout, en het begin van Teylingen bij Symon, de derde zoon van Aernout.
Over de vermoedelijke gang van zaken is zéér veel gepubliceerd, waarbij diverse auteurs zich niet ontzagen om hun collega’s van onzorgvuldigheid en zelfs van regelrechte geschiedvervalsing te beschuldigen. In een publicatie van D.J.M. Wüstenhoff [7], worden o.m. ook de visies van mr Koenen en van Joannis à Leydis besproken (en aangevochten!)
Bij Balen (1677) [8] vinden we een zéér gedetailleerde lijst die loopt vanaf graaf Aernout tot Floris van Teylingen, eerste Heer van Toll. Tussen Aernout en Floris worden vier generaties vermeld: Symon, Gerrit, Gerrit en Hugo. Zelfs met de weinige bekende jaartallen lijkt dit niet erg waarschijnlijk: Aernout sneuvelde in 993 en de eerste Floris van Tol overleed omstreeks 1306: een gemiddelde generatie van 62 jaar!
Een m.i. zeer betrouwbaar overzicht vond ik bij dr Hans van Tol [9]. Hierin verschijnen er tussen Aernout en Floris acht generaties: Sitfried, Symon, Gerrit, Gerrit, Hugo, en drie maal Willem, d.w.z. een gemiddelde generatie van 34 jaar.
Het meest recente overzicht geeft dr D. van Tol in De Nederlandsche Leeuw [10] van 1992. Dit is uiteraard de meest waarschijnlijke opstelling. Hierin stamt Teylingen af van Siegfried en is Brederode een latere afsplitsing. Zie de op de volgend bladzijde afgebeelde geslachtenlijst.
Het wapen van het geslacht TEYLINGEN is:
Het wapen van het Hollandse Gravenhuis,
met een zilveren Barensteel van drie hangers
over het lichaam van den Leeuw heengaande.
ARNOUD *
ca 951 Gent graaf van Holland
|(ARNULF) . LIUTGARD van Luxemburg
| † 993 gesneuveld, begraven in Egmond
+
SITFRIED
* broer van graaf
DIRK III
|(SICCO) . THETBURGA, †1042
| H 1030
+
SYMON * eerste
Heer van Teylingen
| . Heer JAN's dochter van Altena
| † 1063
+
GERRIT * tweede Heer van Teylingen
| . Heer JAN's dochter van Arkel
| † 1100
+
GERRIT * derde Heer van Teylingen
| . Erfdochter van de Lecke
| † 1164
+
HUGO * van Teylingen en van de Lecke
| . Heer DANIELSDR. van de Merwede
| † 1174
+
WILLEM * Heer van Teylingen
| . GEERTRUID van WOERDEN
| † <1236
+
WILLEM * vijfde Heer van Teylingen
| . AGNES van Lynden
| .2 HALEWIJN van Egmond
+ † 1244
FLORIS van Teylingen (de
Tolne)
| . SOPHIE(?) Heer GERRIT's dr van Poelgeest
| † 1280 ?
+
FLORIS * eerste Heer van Tol
.
MARCELIA Heer GERLAND's dr van Rhijn
† 1306 ?
Volgens dr Dirk van Tol (De
Nederlandsche Leeuw CIX 1992) is het waarschijnlijker, dat FLORIS de
Tolne niet een zoon is van Willem van Teylingen, maar van diens broeder (naam
onbekend!)
Bron:
dr. Hans van Tol, de NAVORSCHER 54,1904,434.
Het Geslacht VAN TOL.
.
De NAAM is ontleend aan de buurtschap Tolne, Tolle of Tol (onder Voorburg)
De oudste vermelding van Floris van Tol (de Tolne) in combinatie met die plaats stamt uit 1274 in een acte van graaf Floris V [11].
De zoon van deze Floris de Tolne, (ook weer een Floris), trouwde Marcelia, een dochter van Heer Gerland van Rhijn. Van hem kregen ze een stuk grond, grenzend aan het zijne, gelegen in de Hogewaard bij Koudekerk, tussen de “Lutteke” Rijn en de Oude Rijn. Hierop werd een z.g. “begraven” Ridderhofstad gebouwd, die óók TOL werd genoemd. (later ook wel Toll of den Tol). Het was een “leen” van Teylingen.
Het gebouw is verscheidene keren verwoest geworden en weer opgebouwd (o.m. tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten en tijdens het beleg van Leiden), maar op diezelfde plaats ligt nog steeds een “Ridderhofstad Den Tol”, mét ringgracht!
De rechte (mannelijke) lijn is uitgestorven met Dirk, † 1456. Het huis de TOL kwam daarna in handen van een zoon van diens zuster Lysbeth, die zich daarna ook Heer van TOL mocht noemen. Deze tak is voor ons echter niet van belang.
Er waren echter nog heel wat meer zijtakken. Die komen o.m. duidelijk tot hun recht in vele notities van betalingen van belastingen. Het bleek n.l. dat de bewoner van de TOL, het hoofd der familie dus, deze óók voor zijn naaste verwanten betaalde. Al deze familieleden woonden vlakbij, in Koudekerk of in Oudshoord (de Ridderbuurt). Zij waren veelal bekend als “Welgeborenen”. De “stamboom” op bl. 7 is hoofdzakelijk uit dit soort gegevens afgeleid . (zie o.m. het artikel van dr. D. van Tol).
Merkwaardigerwijs
komen de van Tollen uit de z.g. Frederik-Tak, waarin de naam Maurits voorkomt,
en die dus voor ons van belang zijn, niet voor onder de aldus begunstigden.
Toch zijn ook dezen bekend als “Welgeboren”. Mijn conclusie is, dat ze al in
een vroeg stadium van de hoofdtak zijn afgesplitst (zie bl. 8)
Over (de hoofdlinie van) het geslacht van TOL is tamelijk veel gepubliceerd, zie b.v. 1 en [12].
Vooral over
Floris de Jonge is veel bekend. Hij was o.m. kastelein van Teylingen, baljuw
van ’s Gravenhage, meesterknaap van de herberg (d.w.z. verantwoordelijk voor de
proviandering van het leger), hoogheemraad van Rijnland, ridder in de orde van
St Anthonius. Hij deed mee aan de vier veldtochten van hertog Albrecht tegen de
Friezen en was later een vurig aanhanger van Jacoba en van de Hoekse zaak. In
verband hiermee en vanwege zijn aandeel in de aanslag op Jan zonder Genade,
werden zijn goederen verbeurd verklaard en moest hij het land ontvluchten.
Later kregen hij en zijn zoon alles weer terug van Philips van Bourgondië.
Het wapen van van TOL:
Een veld van goud, bezaaid met negen
roode blokjes,
daaroverheen het wapen van Teylingen.
POGING TOT RECONSTRUCTIE VAN DE STAMBOOM VAN HET GESLACHT V A
N T O L.
FLORIS
van TEYLINGEN (de Tolne) # 1274, ridder 1281, † " 1296
| Sophie? van
Poelgeest
|
|
|
FLORIS van TOL, ridder, 1306 <†> 1329
| Marcelia van
Rhijn
+--------------------------------------------------------------------------------------------
|
|
FLORIS # 1329-1343
|
+---------------------------------------------+--------------------------------+
|
|
|
| | |
FLORIS de oude,
# 1354-1410 GHERIJT
RAMP DIRC
| Odilia van
Leeuwen |
Geertruyd Everds |
+------------------------------+
+------------------+ |
| | | |
|
| | | |
|
FLORIS de
jonge, # 1380-H1428 ADRIAAN DIRCK
(WILLEM) JAN
| Heilwijf van
Swieten | Agnes
Klaas (bastaard) |
|
|
|
+----------------------+ +----------+-------+
|
| | | | | |
DIRCK #
1423-†1456 LIJSBETH GERRIT JAN
JACOB JACOB
Machteld van
Zijll | Gerrit Symon |
|
| Vredericksz | |
+----------------------+ +----------+ +---------+
| | | | | |
SYMON VREDERIK
Gz FLORIS BOUWEN
WEYNTJE CLAES MACHTELD
| Geertruijd
Coppier priester
|
+------------+------------+
| | |
GERRIT DIRK GEERTRUIJD
Stefanie
van
Oudenveen
# = vermeld in:
Bijeengesprokkeld uit vele diverse bronnen, o.a. uit:
dr D. van Tol,
De Nederlandsche Leeuw CIX, 1992,
Balen,
Beschrijvinge van de Stadt Dordrecht etc. 1677.
DE “FREDERIK”-TAK.
In het bekende boek van Mathijs Balen uit 1677 [13] komt, in de beschrijving van het geslacht van TOL, twee maal de naam Maurits voor (Maurijn), grootvader en kleinzoon
Deze tak kan dus voor ons belangrijk zijn en biedt vermoedelijk de beste kans om aansluiting bij te vinden. Daarbij komt nog dat de eerste Maurijn (Pietersz) al in 1468 grond koopt in Oudshoorn, oostelijk van Koudekerk gelegen en grenzend aan Woubrugge, waar onze familie vandaan komt.
Maurijn Pietersz is, in het boek van Balen, een kleinzoon van een Frederik Florisz. Hierbij heeft hij echter een nogal wezenlijke fout gemaakt, die door latere schrijvers ook duidelijk aan het licht gebracht is [14] [15]. Volgens hem was deze Frederik n.l. een zoon van Floris de Jonge:
FREDERIK FLORISZ van TOL, gehuwd met ELISABETH van BOSCHUIZEN
De zoon PIETER FREDERIKSZ van dit echtpaar zou dan de stamvader zijn van alle Leidse en Dordtse regentenfamilies,die de naam van Tol dragen, en dus ook van de beide Mauritsen.
In werkelijkheid echter is
Elisabeth (Lysbeth) een dochter van
Floris en gehuwd met GERRIT SYMON
FREDERIKSZ, uit het geslacht van WILLEM LUITGARDENSZ. Hun zoon heet dan
SYMON FREDERIK Gerritsz en niet SYMON
FREDERIKSZ.
Deze SYMON FREDERIK erfde van zijn
kinderloos gestorven oom Dirck het huis en de goederen van TOL, en mocht zich
dus wél “Heer van TOL” gaan noemen!
Bovengenoemde PIETER FREDERIKSZ is dus géén kleinzoon van Floris de Jonge. Toch is er géén twijfel over zijn bestaan. Hij wordt o.m. vermeld in 1392 in combinatie met Floris en Jan van Tol, en in 1399 als “Welgeborene” in Koudekerk. Hoé hij en ander nageslacht van enen FREDERIK VAN TOL, de z.g. FREDERIK-TAK, samenhangen met het oude Riddergeslacht, staat nergens beschreven.
Het kàn zijn, dat Frederik een broer was van Floris de Jonge.
Het is echter ook heel wel mogelijk, dat hij een broer was van Floris de Oude.
Volgens dr D. van Tol [16] is hij wellicht een nazaat van enen Adriaan van Tol.
Hij baseert dat op de vermelding in 1369 en 1371 van FREDERIK ADRIAANSZ, welgeborene te Koudekerk, waarschijnlijk overleden in 1404. Die ADRIAAN zou dan weer een broer kunnen zijn van een der oudere Florissen.
Het op bl. 6 vermelde gegeven, dat de
Frederik-Takkers niet meedeelden in de “goedgeefsheid” van de landheer wijst
evenzo in de richting van een vroegere verbinding met de “hoofdlinie”.
Over PIETER FREDERIKSZ. en zijn nazaten zijn tamelijk veel acten aanwezig in het archief “HOF van Holland”, die alle zijn getranscribeerd door mevrouw Aleid van Poelgeest (!). De meeste van die stukken zijn afschriften van de originelen. Merkwaardigerwijs vermelden deze allemaal de achternaam van TOL, terwijl de originele stukken, waarvan er óók nogal wat bewaard zijn gebleven, géén achternamen vermelden. [17]
Wellicht hangen de vele processen, die verscheidene dragers van de naam van Tol rond 1600 gevoerd hebben om hun afstamming erkend te krijgen, daarmee samen.
Volgens dr D. van Tol [18] worden de leden van de Frederik-Tak in deze stukken steeds genoemd als “pachters”, de leden van de “Hoofdtak” meestal als “leenman”. Dit, èn het niet vermelden van de familienaam, zou er volgens hem op wijzen dat deze tak vermoedelijk wel geaffilieerd is met het geslacht van TOL, maar dan helemaal in het begin en mogelijk als bastaard-tak.
In de lijst met transcripties uit het Archief “Hof van Holland[19], komen met betrekking tot de “Tak” FREDERIK FLORISZ van TOL, de volgende gegevens voor:
19-08-1435 koopt FREDERICK FLORISZ van TOL 2 MORGEN LAND. Een van TOL van die naam heeft dus wel degelijk bestaan, wat de vergissing (o.a. van Balen), dat Symon Frederick (Gerritsz) zijn zoon zou zijn, wel begrijpelijk maakt.
19-12-1463
koopt
PIETER FREDERICKSZ van TOL land in Oudshoorn..
13-08-1468
koopt
MOURIJN PIETERSZ van TOL land in Oudshoorn.
22-03-1480
koopt
ADRIAEN MOURIJNSZ van TOL een stuk land, óók weer in Oudshoorn.
17-05-1514
verkoopt
OEDE de WITT, weduwe van Adriaen Mourijnsz van Tol,
huis etc aan
haar zoon MAURIJN ADRIAENSZ van TOL.
Balen vermeldt:
|
|
FLORIS de Jonge, † 1428. |
FREDERIK FLORISZ, 1439, 1466. |
|
|
PIETER FREDERIKSZ, 1458, 1466. |
MOURIJN PIETERSZ, 1468, 1500. |
|
|
ADRIAEN MOURIJNSZ, 1480. |
MAURIJN ADRIAENSZ 1529, 1568. |
Wanneer men probeert al deze gegevens te combineren, blijkt dat PIETER FREDERIKSZ wel bijzonder oud moet zijn geworden. Logischer lijkt het daarom om te veronderstellen
dat er TWEE mannen moeten zijn geweest van deze naam,
De ene zou dan een zoon van FREDERIK ADRIAENSZ zijn geweest, de andere een zoon van FREDERIK FLORISZ. (zie bladzijde 10)
Als we hiervan uitgaan kan er een goed samenhangend jaartallenboekje geconstrueerd worden, waarin redelijk geloofwaardige leeftijden voorkomen: bij het aanvaarden van een functie, het krijgen van een zoon en het jaar van overlijden. (zie blad 10)
Jaartallen, die vaststaan zijn gewoon gedrukt, daar waar ge”gist”moest worden cursief.
DE "FREDERIK" TAK(KEN)
(3)
FREDERICK
ADRIAENSZ 1344-1404
1369,
25 jaar welgeboren man (Koudekerk).
1370,
26 jaar bij de geboorte van een zoon.
1404,
60 jaar bij overlijden.
FREDERICK FLORISZ 1385-1445 PIETER FREDERICKSZ 1370-1430
1410, 25 jaar bij de
geboorte van een zoon. 1392,
22 jaar genoemd als landeigenaar.
1435, 50 jaar koopt 2 M
land. 1399, 29 jaar welgeboren
man (Koudekerk).
1445 60 jaar bij overlijden. 1430, 60
jaar bij overlijden.
PIETER FREDERICKSZ 1410-1470
1433, 23 jaar bij de
geboorte van een zoon.
1458, 48 jaar genoemd
door Balen.
1463, 53 jaar koopt
land in Oudshoorn.
1466, 56 jaar genoemd
door Balen.
1470, 60 jaar bij
overlijden.
MOURIJN PIETERSZ 1433-1500
1453, 20 jaar genoemd.
1455, 22 jaar bij de
geboorte vam een zoon.
1468, 35 jaar koopt 1?
morgen in Oudshoorn (voor zijn zoon, 13 jaar oud?)
1500, 67 jaar bij
overlijden, genoemd door Balen.
ADRIAEN MOURIJNSZ 1455-1514
1463, 8 jaar, genoemd.
1468, 13 jaar, zie
boven.
1480, 25 jaar, koopt ?
weer in Oudshoorn.
1489, 34 jaar bij de
geboorte van een zoon.
1514, 59 jaar bij
overlijden.
MAURIJN ADRIAENSZ 1489-1569
1514, 25 jaar, koopt
huis van zijn moeder in Oudshoorn.
1529, 40 jaar, koopt
land in Oudshoorn.
1569, 80 jaar bij
overlijden, welgeboren man in Oudshoorn.
1577 trouwt zijn
dochter Annetje. Zelfs aannemende, dat die toen al b.v. 32 jaar was,
was haar vader bij haar
geboorte, in 1545, al 56!
Bij de lijsten hiernaast is dus uitgegaan van twee verschillende PIETER FREDERICKSZ en. De oudste (1370-1430), is dan een zoon van FREDERICK ADRIAENSZ (1344-1404), wiens vader ADRIAEN FLORISZ een broer kan zijn geweest van FLORIS III.
De andere ((1410-1470), is een zoon van FREDERICK FLORISZ (1385-1445). Deze is een generatiegenoot van FLORIS V (de Jonge). Waarschijnlijk lijkt dat deze een kleinzoon is van ADRIAEN FLORISZ, (via een FLORIS ADRIAENSZ). Van hem stammen dan al die andere van TOLLEN af.
Voorlopig is deze Floris Adriaensz een zuiver hypothetische figuur (in tegenstelling tot alle andere genoemde personen wordt hij nergens genoemd!) maar aan de andere kant: als Adriaen Florisz inderdaad een zoon is van onze Floris II (gehuwd met Marcelia van Rhijn), is het niet meer dan logisch dat hij een zoon zou hebben, die hij naar zijn vader genoemd zou hebben: dus Floris Adriaensz.
FLORIS I de Tolne
| † " 1296
|
|
FLORIS II . Marcelia van Rhijn, stichter van "Den
Tol"
| † " 1325
+-----------------------------------------------------+
|
|
FLORIS III ADRIAEN FLORISZ
| † " 1363 | 1310-1370
|
:. . . . . ? . . . . . . |
|
: |
FLORIS IV, (de Oude) FLORIS ADRIAENSZ ? FREDERICK ADRIAENSZ
| † 1409 : | 1344-1404
|
: |
|
: |
FLORIS V, (de Jonge) FREDERICK FLORISZ PIETER FREDERICKSZ
| † 1428 | 1385-1445 1370-1430
|
|
|
|
DIRCK PIETER FREDERICKSZ
† 1456 | 1410-1470
In deze "stamboom"
| zijn dus de cursief
| gedrukte jaartallen
MOURIJN PIETERSZ ge"construeerd" uit
|
1433-1500
de gegevens van
| bladzijde 9.
|
ADRIAEN MOURIJNSZ
| 1455-1514
|
|
MOURIJN ADRIAENSZ 1)
1489-1569
1) Met
name de afstamming van Mourijn Adriaensz uit Pieter Fredericksz is uit méér dan
één bron bekend. o.a. Balen 1677 en
ook Archief Hof van Holland IP 13/1 en IP 13/2.
Van MAURINGH CORNELISZ tot MAURITS DIRK.
De oudste van “onze” tak, die voorkomt in de
DTB-boeken van Woubrugge (vanaf 1712) is
Mauringh Cornelisz van Tol.
In 1714 krijgt hij een zoon, Cornelis. De moeder is Maertje Dircks de Graaf.
Géén eerdere kinderen dus, en ook geen trouwdatum. Het bewijs dat ze wel degelijk getrouwd waren is te vinden in een
acte in het “Schepenboek” van
Esselickerwoude:
Mauringh Cornelisz van Tol, als in huijwelijk hebbende Marritie Dirckx de Graeff
. De acte (1721) betreft de naasting, door Mauringh, van
een huijs,
schuijr ende erve, staende ende gelegen op Woubrugge in Esselickerwoude.
Het doopboek van Hoogmade, een naburig dorp, vermeldt dat Maertje, in 1902, ongehuwd, een zoon krijgt, Zacharias. Deze is blijkbaar volledig in het gezin opgenomen, want later treedt hij herhaaldelijk op als doopgetuige in de familie en ook geeft híj en niet Mauringh, het overlijden van Maertje aan. Een andere, regelmatig optredende doopgetuige is Jaapje Maurits van Tol, kennelijk een eerdere dochter, geboren vóór 1712. Verder komen we Mauringh regelmatig tegen als koper en verkoper van partijtjes veenlant [20] en als landeigenaar [21].
Van zijn zoon, Cornelis Mauringhsz is wél alles bekend: geboortedatum, trouwdatum, geboorte van de kinderen (8) en overlijden. Hij is getrouwd met Aagje Dwaling, een dochter van Jacob Leendertsz Dwaling, die uit Zegwaard naar Woubrugge kwam, omdat het veen in Zegwaard op raakte. Blijkbaar verdienden ze in die tijd hun boterham in het veen.
Verder komt Cornelis óók voor in een Schepenacte (1734) waarin hij op zich neemt om een Tochtsloot te graven, voor de prijs van ƒ 113:0:0. Hierin worden ook zijn zoon Yacob en Zacharias (van der Tangh) genoemd, als mede-uitvoerders.
De volgende in de stamreeks is deze Jacob Cornelisz. Hij is getrouwd met Jannetje Dirkse Blok en zij wonen nu niet meer in Woubrugge, maar “op de Nieuwe Wetering”, waar hij ook is overleden. Blijkbaar beleefden zij een zekere welstand: bij aangiften van overlijden is de “aanslag” steeds ƒ6.- of ƒ3.-, i.p.v. Pro Deo[22]. Hij tekent meestal: Yacob Korsen van Tol.
Jacob en Jannetje hadden 14 kinderen, van wie 8 vroeg overleden. Zoon Arij was de oudste van de overgeblevenen.
Broer Mourits Cornelisz is ook van belang voor ons, omdat een dochter uit diens derde huwelijk (Trijntje), later trouwde met een kleinzoon van Jacob (Martinus).
Uit zijn tweede huwelijk had hij 9 kinderen (van wie 4 vroeg gestorven); uit zijn derde huwelijk, met Antje van der Nagel, 4 kinderen In 1777 woonden zij op de Nieuwe Wetering.
Hij tekende consequent: Mouris. Zijn acten zijn alle Pro Deo.
Arij Jacobsz trouwde als 22-jarige met
Gerritje de Graaf , van Rijpwetering (ƒ3:0:0). Zij woonden in Hoogmade, waar ze
drie zonen kregen. De derde werd geboren 14 dagen na het overlijden van Arij.
Hij werd ook Arij gedoopt, maar stierf al na enkele weken. Dit alles moet héél
moeilijk geweest zijn voor Gerritje, maar zij wist zich er, met steun van haar
vader, Martinus de Graaf, aardig doorheen te slaan. Ze beheerde zelf haar eigendommen en tekende, waar nodig, ook
zelf.(b.v. bij de verkaveling van enkele grote stukken veenland) [23]
Opm. in diezelfde archieven een proces uit 1780 van Jacob over een partij veenland
(bijna 2 morgen) dat hij in 1778 had gekocht, maar dat blijkbaar niet opgeleverd was.
Hun
oudste zoon heette uiteraard Jacob, de
tweede, Martinus Arise, werd genoemd
naar de grootvader van moeder’s kant, en zo kwam de naam Martinus dus in de
familie.
Deze
Martinus trouwde met een volle nicht
van zijn vader, (die toch maar 4 jaren ouder was): Trijntje Mourits van Tol, en zo kwam ook de naam Mourits weer
terug in ónze lijn.
Martinus
en Trijntje kregen vier zonen: Arij,
Maurits, Jacob en nog eens Arij.
De
tweede zoon werd bij de Burgerlijke Stand (die toen nog in het frans werd
bijgehouden) ingeschreven als Maurice
1812). Als beroep van Martinus werd daarbij opgegeven: journalier (daggelder
dus). De welstand was inmiddels kennelijk behoorlijk gedaald!
Maurits Martinusse was, anders dan de hierboven genoemden, veel minder honkvast en ook niet erg consistent in zijn bezigheden: Hij trouwde, in Woubrugge, met Neeltje Overvliet, een dochter van Maarten Overvliet en Dirkje Lievaart. Hun eerste twee kinderen werden geboren in Mijdrecht, daarna vijf in Woubrugge, en tot slot nog een in Haarlemmermeer. Als beroep vermeldt de B.S. in 1844 Bouwmansknecht, in 1848 Arbeider, in 1865, hij woont dan al in Haarlemmermeer, Schepenjager(!) en in 1888 Kroeghouder. Hun oudste kind, een dochter, werd vernoemd naar haar grootmoeder Trijntje, de oudste zoon, Maarten werd vernoemd naar de grootvader van moeder’s kant, de tweede zoon naar Martinus en de derde zoon Dirk, naar Neeltjes moeder. Hij moet een stevige kerel zijn geweest, die op zijn 53ste nog schepen liep te sjouwen. Hoewel Maurits’s diverse activiteiten niet zo erg intelectueel waren heeft hij toch
zijn zoon Martinus onderwijzer laten worden, in die tijd voor jongens met een goed verstand en geen geld, de énige mogelijkheid. Hij werd benoemd in Ouderkerk aan de IJssel als onder-wijzer. Later werd hij hoofd van diezelfde school. Hij trouwde er met Adriana Noordergraaf, een dochter uit een welvarende boerenfamilie, stichtte er een gezin en bleef er tot zijn dood.
Hij moet een strenge vader zijn geweest, die zijn zoon (na vier dochters!) al op 4 jarige leef-tijd de hele dag mee naar school nam. Hij stierf betrekkelijk jong, kort na zijn afscheid van de school. Zijn weduwe vestigde zich in Rotterdam, waar haar kinderen alle een werkkring hadden gevonden.
Voor zijn zoon Maurits Dirk gold eigenlijk hetzelfde als voor de vader: een goed stel hersens maar geen geld en dus: het onderwijs! Na de kweekschool in Haarlem begon hij als onderwijzer in Rotterdam, werd daar hoofd van een MULO-school, trouwde, kreeg drie kinderen, “emigreerde” naar Bergen op Zoom als Hoofd der “Bijzondere Neutrale School”, een combinatie van een Lagere- en een ULO-school. Bergen was een overwegend R.K. gemeente, maar het officierencorps van de drie regimenten werd uit het Westen en Noorden gerecruteerd, zodat er behoefte was aan zo’n bijzondere school.
Maus trouwde met een dochter uit een ander onderwijzersgezin, Nel (Petronella) Huiskes. Haar vader was, tot zijn pensioen, hoofd van de Openbare Lagere School in Zuid-Beijerland, zijn vrouw was er onderwijzeres. Van hun negen kinderen gingen er acht “bij het onderwijs”, zo ook Nel, zodat je wel kunt stellen, dat hun oudste zoon
Martinus uit een echte onderwijs-familie stamt.
VAN
MAURINGH CORNELISZ TOT MAURITS DIRK
CORNELIS CORNELISSE
│ * 1655 ?
│ » 1679 ?
JAEPTJE ARIAENS VAN TOL
└
MAURINGH * 1682 ?
│ » 1703 ?
MAARTJE DIRKS DE GRAAF
│ † 1749-12-18
Esselickerwoude
└
CORNELIS * 1714-07-15 Esselickerwoude
│ » 1735-11-25 AAGJE
JACOBS DWALING
│ † 1750-11-05
Esselickerwoude
├─────────────────────────────────────────────────┐
JACOB * 1739-11-19 Esselickerwoude MOURITS * 1744
│ » 1759-07-27
JANNETJE DIRKSE BLOK │ » 1783
│ † 1781-10-08
Nieuwe Wetering │ † 1806
└ │
ARIJ * 1764-10-28
Nieuwe Wetering │
│ » 1786-04-14
GERRITJE DE GRAAFF │
│ † 1789-12-08 Alkemade │
└
│
MARTINUS
* 1788-11-14
Hoogmade ┘
│ » 1810-11-04 TRIJNTJE MOURITSDOCHTER VAN TOL * 1784
│ †
└
MAURITS * 1812-11-30 Alkemade
│ » 1844-02-03
NEELTJE OVERVLIET
│ † 1888-09-09
Haarlemmermeer
└
MARTINUS *
1849-12-04 Woubrugge
│ » 1879-08-21
ADRIANA NOORDERGRAAF
│ † 1913-04-13
Ouderkerk a/d IJssel
└
MAURITS DIRK
│ * 1890-10-06
Ouderkerk a/d IJssel
│ » 1918-08-22
PETRONELLA HUISKES
│ † 1959-10-14 Oosterbeek
└
MARTINUS
* 1919-06-12
Rotterdam
» 1943-09-30
WILLY GOPPEL
De Opvulling van
het “GAT”.
De reconstructie begon uiteraard met een speurtocht naar de ouders van Mauringh Cornelisz.
Eén van de aanknopingspunten was dat Maertje de Graaf, zijn echtgenote, doopgetuige was bij een dochter Jaapje van Cornelis Cornelisse van Tol [24]. Hieruit zou je kunnen concluderen, dat Mauringh en Cornelis waarschijnlijk broers waren, én, dat Mauringh toen al getrouwd was met Maertje. Mauringh heeft óók een dochter Jaapje (bl. 12), zodat de kans groot is, dat de moeder van Cornelis en Mauringh Jaapje heette. Hun vader heette uiteraard Cornelis.
Inderdaad vonden we in de doopboeken van Oudshoorn [25], een dorp nog geen uur gaans ten zuiden van Woubrugge en Hoogmade een echtpaar
Cornelis Cornelisse van Tol en
Jaeptje Ariëns van Tol.
die daar kinderen lieten dopen in de jaren
1683, 1684, 1687 en 1693, resp.
Meijntje, twee maal Jan en nog een Mijntje. Géén Cornelis dus of Adriaen, zoals
men zou verwachten, en óók geen Mauringh. Er is ook geen huwelijk van hen
bekend in Oudshoorn of Alphen, hoewel er wèl huwelijksboeken zijn vanaf resp
1660 en 1640.
Mijn theorie is:
Cornelis is afkomstig uit Alphen/Oudshoorn en Jaeptje
uit Woubrugge. Ze trouwen in Woubrugge en gaan daar wonen (bij haar ouders in?)
Daar krijgen ze achtereenvolgens hun zonen Cornelis, Adriaen en Mouringh. In
1683 verhuizen ze naar Oudshoorn. Later keren hun zonen weer terug naar
Woubrugge.
Deze theorie
wordt ondersteund door de volgende gegevens:
1)
Ik zocht naar
een vader Cornelis van Tol met een schoonvader, die bij
voorkeur óók Cornelis zou moeten heten. In Alphen vond ik een echtpaar Cornelis Jansz van Tol en Grietje Cornelisdr van Rhijn, van wie tamelijk veel gegevens
bekend zijn [26].
Zij zijn getrouwd op 8 juni 1650. Bij hun kinderen staat alleen vermeld:
9 mei 1663 een dochterken, meerdere
kinderen zie bij Cornelis Jansz (zónder achternaam dus). Daar vinden we
wel 40 namen, waaronder verscheidene Jannen
en Cornelissen, de laatste Cornelis op 24 september 1655.
2)
Als doopgetuige
treedt daaarbij op: Annetje
Jacobs. In een acte van 27 november
1655 neemt Cornelis Jansz van Tol een scheidsbrief, die voor Schout en
Schepenen was gepasseerd tussen Grietje Cornelis en Aaltje Cornelis (haar zus?)
enerzijds en diezelfde Annetje
Jacobs anderzijds. (Grietje wordt
daarin genoemd: nagelaten weeskind van Cornelis Jansz (van Rhijn?) M.a.w. er bestond een zekere relatie tussen Annetje
Jacobs en de familie van Tol, zodat de kans zéér groot is, dat de Cornelis van
1655 inderdaad een zoon van Cornelis Jansz van Tol was.
3) In Woubrugge woonde een Adriaen Mourijnsz van Tol, een zoon van een der grootste landbezitters van dat dorp: Mourijn Eymbertsz van Tol [27]. In 1684 was deze 73 jaar [28]. Hij kan dus goed in 1655 een dochter Jaeptje hebben gekregen. Dit zou tevens ver-klaren waarom de derde zoon Mouringh genoemd werd (en de vierde Jan), naar de grootvaders. Het zou óók verklaren, waarom Mauringh en Cornelis later weer in Woubrugge gingen wonen, waar hun grootvader land genoeg had. (Jan ook trouwens)
4) Cornelis Jansz van Tol stierf in 1683 en dát zou kunnen verklaren, waarom ze in dat jaar weer naar Alphen (Oudshoorn) terugkeerden.
We gaan er dus van uit, dat de ouders van Cornelis
Cornelisz zijn:
Cornelis Jansz van Tol en Grietgen Cornelisdr van Rhijn.
Cornelis Jansz is geboren omstreeks 1620, Grietgen in 1618 en haar zus Aeltgen in 1615 [29].
In het doopboek van Alphen wordt vermeld, dat Cornelis en Grietje, beide wonende in Alphen, op 8 juni 1650 getrouwd zijn. Daarbij staat aangetekend dat zijn moeder, Aeltjen Cornelis, weduwe van Jan Cornelisz van Tol bij hen inwoont. Over het huwelijk van deze laatste twee is moeilijk iets met zekerheid te zeggen: de doopboeken van Alphen beginnen weliswaar al in 1622, maar deze vermelden vrijwel uitsluitend patronimia, er komt geen enkele van Tol in voor, terwijl er zéker enkelen van die naam gewoond hebben (zie blz 15)
Wèl wordt éénmaal de combinate Jan Cornelisz, vader van Cornelis Jansz vermeld, en wel op 25 mei 1625.
De kans is natuurlijk érg groot, dat dit de gezochten zijn! Cornelis was dan op zijn trouwdag 25 jaar en bij zijn overlijden 59
We beginnen nu aan de andere kant, bij Maurijn Adriaensz van Tol.
Bij Balen wordt hij vermeld als: “Welgeboren man van Rijnland, vrij van schot en lot, (1568) woonde in Gnephouk, in de Banne van Outshoorn”. Dat deel van Oudshoorn heet nog steeds “de Ridderbuurt”, de bewoners waren vrijgesteld van enkele belastingen.
Volgens een acte in het archief Hof van Holland [30] koopt Maurijn in 1514 van zijn moeder,
“juffrou Oede de Witt, Adriaen Mourijnsz wedue”, “haar huijs, bargen, schueren etc staende in de ambachte van Outshoorn, in Gnephouck”.
Mourijn Adriaensz heeft drie zonen: Adriaen, Cornelis en Jan [31] en een dochter Annetje, die in 1577 trouwt met Mouerijn Heynrichsz uit Woubrugge [32]
In het archief van het Baljuwschap van Rijnland [33] vonden we enkele acten betreffende de na-latenschap van Mourijn Adriaensz zaliger. Daarin is o.m. sprake van de “verlaten boedel van wijlen Jan Mourijnsz”, erfgenaam (“int achtepaert bestorven”) van Mourijn Adriaensz, zijn vader. Verder van Cornelis Mourijnsz, die over zijn onmondige kinderen Jan Cornelisz en Geertgen Cornelisdr administrerende voogden aan laat stellen, aangezien deze bij testament van Mourijn Adriaensz mede tot diens erfgenamen zijn.
Deze Cornelis Mourijnsz woont in Alphen! Verder wordt nog genoemd Gerritgen Jansz zaliger, huisvrouw van Mourijn, die recht heeft op de helft en die, blijkens die acte, nog andere erfgenamen had. Wellicht is ze, als betrekkelijk jonge weduwe, met de weduwnaar Mourijn Adriaensz getrouwd. Deze had dan uit zijn eerste huwelijk die drie zonen en Annetje is dan uit dit tweede huwelijk. (als Annetje in 1577 25 was, was haar vader bij haar geboorte al 63!)
Hieruit kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
1) In 1514 moet Mourijn 25 jaar zijn geweest (meerderjarig), dus geboren in of vóór 1489.
2) Als Mourijn in 1579 gestorven was, zou hij 90 jaar zijn geworden. Vermoedelijk is dit dus
het sterfjaar van zijn (tweede?) echtgenote, Gerritgen Jans.
3) Zijn zoon Jan is in 1579, blijkbaar zonder nageslacht, al gestorven.
4) Zijn kleinzoon Jan Cornelisz is dan nog géén 25, dus geboren tussen 1554 en 1579.
Als deze Jan Cornelisz, die toen dus in Alphen woonde, inderdaad de vader is van onze Cornelis Jansz, gehuwd met Grietje Cornelis, geboren in Alphen in 1625, zal zijn geboorte-jaar dichter bij 1579 liggen dan bij 1554. In het eerste geval was hij bij de geboorte van zijn (oudste?) zoon 46, anders 71!
Uitgaande van deze veronderstellingen, en de jaren symmetrisch verdelende, komen we dan tot:
|
Maurijn Adriaensz |
*
1489 |
† 1569 |
|
Cornelis Mourijnsz |
* 1533 |
† ná 1579 |
|
Jan Cornelisz |
* 1577 |
† vóór 1655 |
|
Cornelis Jansz |
*
1625 |
† 1683. |
waarbij de cursief gedrukte jaartallen weer
gissingen zijn. Als de verwantschap inderdaad zo loopt, lijken ze echter
tamelijk realistisch. De heren kregen pas op latere leeftijd kinderen, maar ze werden ook redelijk oud.
Naar mijn mening grenst deze mogelijkheid inderdaad zeer dicht aan het waarschijnlijke:
1) Maurijn’s kleinzoon Jan Cornelisz woont inderdaad in Alphen, evenals Cornelis Jansz.
2) Hij is in 1525, bij de geboorte van Cornelis Jansz, ongeveer 48 jaar.
3) Ik kwam in die streek in die jaren geen enkele andere Jan Cornelisz van Tol tegen!
Bovenstaande reeks kan dan aangevuld worden met:
|
Cornelis Cornelisz |
* 1655 |
† ná 1693 |
|
Mauringh Cornelisz |
* 1682 |
† 1749 |
waarmee dus het gat tussen Maurijn en Mauringh gesloten is.
Hierbij dient dan wel aangetekend te worden, dat het behoud van de naam Maurits louter te danken is aan de inbreng van moeder’s kant: Mauringh Cornelisz werd, in 1682, genoemd naar de grootvader van zijn moeder. Het is daarom ook wel interessant om diens afstamming na te gaan. (zie bl. 18)
Hetzelfde fenomeen, het doorgeven van de naam Maurits via de moeder, doet zich later wéér voor, als Martinus Ariese.en Trijntje, een dochter van Mouris Cornelisz hun tweede zoon, Maurits, in 1812 naar Trijntjes vader vernoemen.
De BARBARA-PREBENDE.
Min of meer toevallig vond ik een “Stamboom van de bezitters van de BARBARA-prebende in de Hooglandse Kerk in Leiden” [34], waarin ook de naam van TOL voorkwam. Jaartallen werden er niet bij vermeld, maar omdat enkele van de genoemde namen elders wèl gedateerd waren, kon er toch een schatting gemaakt worden van de erbij horende jaren. Zo is er een stuk uit 1518 [35], waarin verklaard wordt, dat “Aerent Mouwerynck van Tol, oud 75 jr, een echte getroude zoen van Alijt Hugendochter van Leyden saliger is”, dus geboren in 1443.
Eén van de takken van die “stamboom” vermeldt na elkaar:Alijt Hugens ≈ Maurits van Tol, Arent van Tol, Mourijn Arentsz van Tol, Eyngbert Mourijnsz van Tol en Jan Eynbertsz.
Deze stamboom is opgesteld omstreeks 1580. Omdat deze Jan Eynbertsz verder niet voorkomt, maar wel de naam Eymbert Mourijnsz, is mijn theorie:
De oudste zoon van Eyngbert heette Mourijn.
Daarna werd Jan geboren. Vóór 1580 is Eyngbert overleden, zodat Jan als
erfgenaam opgevoerd werd. Later, werd er nog een Mourijn geboren, die we daarna regelmatig
tegenkomen:
In 1584 wordt Eimbert Maurijnsz te Woubrugge, genoemd als leenman van een leen, dat uit de familie van Alijt Hugens kwam, namens zijn zoon Maurijn Eimbertsz. (Jan is dan inmiddels overleden?) In 1608 neemt Maurijn van dat leen “hulde”, is dan dus 25 jaar [36].
In 1620 wordt Mouring Eymbertsz van Tol genoemd als een der weesmannen van Esselicker-woude [37]. Het gezin van deze Mourijn Eymbertsz van Toll en Machteld Gijsen woont in 1623 in Woubrugge, acht kinderen onder wie Eymbert, Adriaen, Jan.[38]
In de Morgenboeken bezit Mourijn Eymbertsz van Toll vanaf 1636 meer dan 20 morgen land. Vanaf 1676 heeft Adriaen Mourijnsz van Tol ongeveer datzelfde land in eigendom.[39]
We krijgen dan de volgende stamlijn, en als vergelijking is ernaast de stamlijn van Cornelis Cornelisz afgedrukt:
|
|
Maurits ≈ Alijt Hugens |
* 1410 |
|
Maurijn Pietersz |
* 1405 |
|
|
Arent van Tol |
* 1443 |
|
Adriaen Maurijnsz |
* 1445 |
|
|
Mourijn Arents |
* 1490 |
|
Maurijn Adriaensz |
* 1489 |
|
|
Eyngbert Mourijnsz |
* 1535 |
|
Cornelis Mourijnsz |
* 1533 |
|
|
Mourijn Eymbertsz |
* 1583 |
|
Jan Cornelisz |
* 1576 |
|
|
Adriaen
Mourijnsz
|
* 1611
|
|
Cornelis Jansz
|
* 1620
|
|
|
Jaeptje Adriaens |
* 1655 |
|
Cornelis Cornelisz |
* 1655 |
De verleiding is bijzonder groot om te veronderstellen, dat de eerste drie figuren in beide lijnen dezelfden waren. De echtgenote van Maurijn Pietersz heette echter Maria van Alphen.
[1] Archief Schlosz Bentheim en ook Carfunkel (zie noot 5)
[2] dr B.K.S. Dijkstra, En stamboom in been, 1991.
[3]
GENS NOSTRA 1990, p. 373.
[4] Zie ook de volgende bladzijde: 3.
[5] Zie b.v. E.H.P. Carfunkel, “Gravinnen van
Holland”.
[6] De Wapenheraut 9 , 1903, “Sicco et son descendants” en De Wapenheraut 10, 1904.
[7] De Wapenheraut 8, 265, 1904: De Geslachten van Teylingen.
[8] Beschrijvinge der Stadt Dordrecht ende haere aensienlijcke Geslachte, 1677.
[9] De Navorscher, 54, 434, 1904: De Afstamming van TOL uit Teylingen.
[10] De Nederlandsche Leeuw, XIC, 1992, p.317: Het riddermatige geslacht van Tol.
[11] dr Dirk van Tol, De Nederlandsche Leeuw CIX, p 323, 1992.
[12] Jurriaan van Tol, Een Rijnlandsch Edelman in
Bewogen Tijden (Floris de Jonge), dec. 1940.
[13] Beschrijvinge der Stadt Dordrecht ende haere aansienlike Geslachte
[14] Jurriaan van Toll, Een Rijnlandsch Edelman in Bewogen Tijden, 1940.
[15] Dr D. van Tol, Het Riddermatig Geslacht van Tol, De Nederlandsche Leeuw, CIX, p 317, 1992.
[16] Privé mededeling 1993.
[17] Privé mededeling dr D. van Tol, (1994)
[18] Privé mededeling dr D. van Tol, (1998)
[19] Ontvangen van mevrouw Aleid van Poelgeest.
[20] Rechterlijke Archieven Esselickerwoude 1730, 1736..
[21] Morgenboeken Esselickerwoude 1724, 1728.
[22] Gaardersarchieven Woubrugge 1780, 1781,
1795.
[23] Rechterlijke Archieven Alkemade 1782.
[24] Doopboeken van Hoogmade, W7-7, 15-04-1703.
[25] Bewaard gebleven van ongeveer 1650 af!
[26] Doopboek van Alphen, Streekarchief Alphen.
[27] Morgenboeken van Esselickerwoude, Archief Waterschap Rijnland, Leiden.
[28] G.A. Leiden Ke 1314A, dd 26 augustus 1684.
[29] “De familie van Rhijn”, Streekbibliotheek Alphen.
[30] Alg. Rijks Archief, den Haag, 3.01.03.04.
[31] Privé mededeling van dr D. van Tol.
[32] Gem. Archief Leiden, Notariele Archieven 46, fol. 113.
[33] Alg. Rijks Archief, den Haag, 3.03.08.221,
deel 14, 1579.
[34] Afd. Rijnland van de N.G.V. 6de jaargang, september 1991.
[35] Gemeente Archief Leiden, Ke 1314 A.
[36] Ons Voorgeslacht 1976, (1 morgen land in St. Jacobskerke).
[37] Ons Voorgeslacht 1978, p 516.
[38] Hoofdgeld Rijnland, 1623, Gem, Archief Leiden.
[39] Morgenboeken Esselickerwoude, Archief
Waterschap Rijnland, Leiden.