|
Joop Doderer: "LAAT SWIEBERTJE IN ZIJN WAARDE"
Hij viert deze zomer zijn tachtigste verjaardag. Een paar weken later staat hij zestig
jaar op de planken. Alle reden dus om Joop Doderer te interviewen. Over zijn
debuut, zijn lange carrière en de teloorgang van het acteursvak. En natuurlijk
over zijn alter ego: Swiebertje.
Tekst: Sylvester
Hoogmoed

Foto: Hans-Peter van Velthoven
"Als ik ze zie staan, met hun straatkrantjes, vind ik ze altijd iets zieligs hebben. Maar zoals
ik graag aan het toneel wilde, zo willen zij waarschijnlijk dit leven leiden.
Waarom? Het is me een raadsel. Ze weten het zelf niet eens. Als ze in een flatje
zitten dan vliegen ze tegen het plafond aan. Ze lijken me niet echt ongelukkig,
al zouden ze natuurlijk wel eens wat anders willen. Vooral in de winter. Dan
staan ze daar met kouwe poten." Joop Doderer over de hedendaagse 'Swiebertjes'.
Zelf was hij vroeger veruit de bekendste zwerver van Nederland, althans op de
televisie. Nu is hij 'every inch a gentleman': keurig in het pak, pochet in de
borstzak en zijn ridderorde op de revers gespeld. Hij kan ook spreken als een gentleman, zo blijkt wanneer hij in
perfect Engels een vermaard acteur imiteert. Maar tegelijkertijd zit hier
onmiskenbaar Swiebertje: een gezelligheidsmens vol verhalen.
De naam van zijn alter ego is nog steeds een begrip. 'Swiebertjes' zijn zwervers die niet op
straat leven omdat ze verslaafd of psychotisch zijn, maar uit eigen vrije wil.
Net als die ene, illustere flierefluiter, waar vrijwel iedere Nederlander van
boven de dertig mooie herinneringen aan bewaart. Maar de naam Swiebertje roept
ook minder vrolijke associaties op. In acteurskringen spreekt men over 'het
Swiebertje-effect' wanneer een acteur niet meer loskomt van zijn rol. Heeft Joop
Doderer daar immers niet enorm onder geleden? Nee! Getergd barst hij los: "Dat
is een vreselijke misvatting van iedereen. Ik heb twintig jaar met groot
genoegen Swiebertje gespeeld. Als ik het niet leuk had gevonden was ik er niet
zo lang mee doorgegaan. Ik ben er in 1975 mee gestopt omdat ik nog zoveel andere
dingen wilde doen. Anders had dat misschien niet meer gekund. Bovendien Uit den
Boogaard, de schrijver van de serie, wist ook niet meer wat hij na al die
afleveringen nog moest verzinnen. Ik vind het sowieso knap dat die man twintig
jaar lang steeds weer met iets nieuws is gekomen." Het ontstaan van de mythe dat
hij heeft geleden onder een 'Swiebertjecomplex' wijdt Doderer aan kinnesinne
onder zijn collega's: "Die serie had echt een impact van heb ik jou daar.
Iedereen sprak op een gegeven moment zoals Swiebertje: 'kopjen koffie',
'boterhammetjen'... Er werden cadeautjes in mijn kleedkamer gelegd, taarten
bezorgd, enzovoorts. Op een gegeven moment begon je toen dat gelul te krijgen,
zo van: 'God, hij doet alleen nog maar kindervoorstellingen...' Veel acteurs
keken daar enorm op neer. En toen ik er dan na twintig jaar mee ophield werd er
dus gezegd: 'Ja, logisch, ik kan mij voorstellen dat die man daar genoeg van
heeft.' Dáár was ik pissig over in die tijd, ook wel eens tegenover
journalisten. Die hebben dat helemaal verdraaid en schreven dat ik het moeilijk
had met Swiebertje. Dat was absoluut niet zo! Het is waar dat ik voor de
televisie praktisch niks anders kon doen. Iedere regisseur zei: 'Jezus, die man
heeft zo'n bekende kop...' En bij de première van de musical 'My fair lady' zong
een uitverkochte stadsschouwburg in Enschede 'Daar komt Swiebertje...' toen ik
de eerste stappen op het toneel zette. Dan weet je niet meer waar je kijken
moet! Dat soort dingen is vervelend, maar tegelijkertijd krijg je toch iets
warms van binnen. Nog steeds word ik op die rol aangesproken. Een paar maanden
geleden komt er een man naar me toe die een foto tevoorschijn haalt waarop hij
als kind op de knie van Swiebertje zit. Die had hij altijd in zijn portefeuille
zitten!"
Hoewel hij nog steeds als Swiebertje herkend wordt heeft Doderer in zijn lange carrière veel,
heel veel meer rollen gespeeld. Het begon allemaal nog voor de oorlog: "Ik moest
en ik zou aan het toneel. Hoe dan ook. Mijn vader vond dat maar niks. Hij was
leraar op de middelbare school en dat moest ik ook worden. Maar toen ik op een
gegeven moment kon beginnen als volontair bij een toneelgezelschap heb ik
die mogelijkheid met beide handen aangegrepen. In die tijd heb ik overdag
melkgereden, de krant bezorgd en bij de post gewerkt om mijn brood te verdienen.
En dan daarna snel repeteren en 's avonds op het toneel." Zijn eigenlijke
carrière begon bijna zestig jaar geleden, in oktober 1941: "Ik zou figureren in
'Madame Bovary' van Flaubert. Toen de repetities begonnen zat ik op een klein
krukje in de hoek. Ik keek naar Josephine van Gasteren en noem ze allemaal maar
op. Wat bewonderde ik die mensen! En toen, tien dagen voor de première kreeg
Fons Rademakers een acute keelontsteking... Ik mocht zijn rol overnemen! Mijn
vader en moeder zaten in de zaal bij de première. Die ouwe wilde eerst niet,
maar op aandrang van mijn moeder is hij toch gekomen. Het is een avond geweest
die ik nooit en te nimmer zal vergeten. Ongelooflijk! Ik had een hele grote
scène, waarin Annie van Hees zelfmoord pleegt door pillen in te slikken. Na
afloop buigen en... toen stak de hoofdrolspeelster haar hand uit en trok mij het
toneel op. Dat was om koud van te worden. Ik had tranen over mijn ogen lopen, zo
emotioneel was het. De eerste keer! En mijn eerste contract ook: vijfenzeventig
gulden in de maand."
Het was het begin van een lange carrière. Na de oorlog speelde Doderer jarenlang in het
cabaretgezelschap van Wim Sonneveld, deed hij mee aan de populaire komische
hoorspelserie 'Koek en ei' en was hij regelmatig te zien op de nog prille
televisie. Later volgden speelfilms en kluchten. Hij speelde ook in buitenlandse
films, met acteurs als Richard Attenborough en John Gielgud. "Alles heb ik
gedaan in de loop der tijd. Nooit heb ik zonder werk gezeten. Waar zijn ze
gebleven, die zestig jaar? Het is een mieterse tijd geweest, die ik voor geen
goud had willen missen."
Terwijl de ene na de andere anekdote zich aandient ontkomt Doderer niet aan de constatering dat
het vroeger een stuk gezelliger was aan het toneel dan tegenwoordig: "Vroeger
hingen wij, de jongere acteurs, soms tot in de vroege ochtend aan de lippen van
de grote jongens, zoals Louis de Bree, Louis van Gasteren en Frits van Dijk. Die
hadden allemaal verhalen over hoe het vroeger was, zoals ik die nu heb.
Heerlijk! Tegen een uur of vijf gingen we dan nog eens wat slapen. Tegenwoordig
is er meestal geen tijd meer om na de voorstelling een beetje na te praten en
gezellig een neutje te drinken. Zodra een voorstelling afgelopen is stapt
iedereen in een auto en zoef: weg!" Ook over het vakmanschap van zijn jongere
collega's is Doderer niet zo te spreken: "Iedereen kreeg vroeger op een gedegen
manier zijn vak onder de knie. Nu is dat niet meer zo. Afgezien van een enkele
uitzondering, zoals Halina Reijn, die ik een grandioos actrice vind. Als er nu
een aardige jongen op straat loopt zeggen ze: 'God, die is wel bruikbaar' en dan
halen ze hem binnen voor een klein rolletje. Zo'n acteur weet vaak niet eens hoe
je een brief moet opbrengen of een deur moet dichtdoen op het toneel. Ik neem
het ze niet kwalijk, want ze hebben de kans niet gekregen om het te leren. Er is
ook niemand die ze helpt. Het is allemaal een kwestie van geld: het moet
allemaal op een koopje. Als het zo doorgaat verdwijnt dit vak, want het is een
van de moeilijkste vakken die er is. Zelf heb ik gefigureerd, de vloer geveegd,
op de lichtbrug gestaan, in het souffleurshok gezeten, decors
gesjouwd, wist hoe je decors vastzet en nog veel meer. En als ik het morgen weer
moet doen dan doe ik het! Ik heb tot in de grond mijn vak geleerd. Dat geeft een
bepaald soort rust. Je hoeft nergens meer aan te denken en kunt gewoon spelen.
Een figuur op toneel moet leven en niet in een harnas zitten. Dat zit hem vaak
in kleine dingen. In 'Rijkemanshuis' had ik tijdens de repetities steeds het
gevoel dat er iets ontbrak. Toen zeg ik tegen de regisseur, Ivo van Hove:
'Vind jij het goed dat ik het met een wandelstok doe?' Hij vraagt: 'Waarom?' Ik
zeg: 'Dat weet ik niet. Je moet maar kijken en als je het niks vindt haal ik het
weg.' Toen heb ik een stok genomen en daarmee kon ik alle alles, alle ellende en
het verdriet uitdrukken. Ik heb nog nooit van mijn leven zulke goede kritieken
gehad!"
Na jarenlang voornamelijk in komische stukken te hebben gespeeld nam zijn carrière enkele
jaren geleden een onverwachte wending. Door Ivo van Hove werd hij teruggehaald
naar het 'serieuze' toneel. "Ik vroeg hem: 'Waarom moet u mij hebben?' Toen zei
hij: 'U bent een blijspelacteur. Dat zijn de beste drama-acteurs.' Dat is zo,
kijk ook maar naar Johnny Kraaykamp en Rijk de Gooijer." Zijn (hoofd)rollen in
onder meer stukken als 'Oom Wanja', 'Van Oude Menschen, de dingen die
voorbijgaan' en 'Indiana song' bewezen de afgelopen jaren het gelijk
van Van Hove: Doderer kreeg zeer lovende kritieken. Vanaf dit najaar staat hij
opnieuw op de planken, in het stuk 'Blijvend applaus', samen met Caroline Kaart.
Aan met pensioen gaan denkt hij nog niet. "Als mensen mij vragen wanneer ik
ermee stop zeg ik altijd: 'Ik ga door tot ik negentig ben en dan ga ik wat
anders doen.' Waarom zou je ophouden als je er nog middenin staat? Het blijft
een boeiend vak. En ik heb er nog altijd waanzinnig veel lol in."
In het trappenhuis van zijn woning hangt een schilderij gemaakt door Riek Schagen, die
jarenlang voor Saartje speelde. Ze zijn altijd bevriend gebleven. Af en toe
zoekt hij haar nog op. Swiebertje is voor Doderer echter een gesloten boek.
Enkele jaren geleden was er sprake van dat de serie nieuw leven ingeblazen zou
worden: "Ik vroeg hoe ze dat dan wilden doen. Nou ze hadden gedacht: Swiebertje
is naar Canada gedaan, heeft daar geld verdiend en dan komt hij terug en ziet
Saar weer... Maar ja, wat dan? Het dorp is ongetwijfeld voor de helft
afgebroken, daar staan nu flats. En Bromsnor? Die is er niet meer. Saartje is er
nog. Ik ben er ook nog, maar ik kan niet meer over een hekje springen. Als ik
dat doe val ik op mijn bek! Goed, dan ligt iedereen weer in een deuk, dat is
waar. Maar als er een nieuwe serie zou komen wordt er toch onmiddellijk gezegd:
'Vroeger was het leuker.' Nee, laat het een mooie herinnering blijven. Laat
Swiebertje in zijn waarde!"
© Sylvester Hoogmoed, 2001
Dit interview werd gepubliceerd in Impuls (juni 2001),
Het Haags Straatnieuws (juli 2001) en Straatmagazine Rotterdam
(december 2001).
Joop Doderer
28 augustus 1921 - 22 september 2005
Condoléanceregister
Vaarwel...
Lees ook het interview met Riek Schagen (Saartje)

Free Hit Counter
|
|