Mijn grootmoeder heeft vele malen verhaald van haar jeugd. Zo vertelde zij bijvoorbeeld over de dagen voor de vasten als de kinderen met de rommelpot langs de Culemborgse huizen trokken. Zij zong mij dan ook flarden van liedjes voor die bij het zogenaamde “rommelpot lopen” hoorden. Dit hield in dat kinderen op vastenavond gewapend met een rommelpot langs de deuren gingen om geld en versnaperingen op te halen. Hierbij zongen zij dan liedjes als:
Vrouwtje het is Vastenavond,
Ik kom niet thuis voor vanavond,
Ik kom niet thuis voor morgenvroeg,
Morgen vroeg is tijd genoeg
Als je de rommelpotters binnen liet kon je genieten van het melancholische foekegeluid uit de rommelpot, van de verheugde kindergezichtjes en van die aardige oude deuntjes, die zij vrijmoedig besloten met:
Ik heb al zo lang met de rommelpot gelopen,
Ik heb geen geld om brood te kopen,
Akke bakkerij geef mij van de zij,
Geef mij wat, geef mij een stuk van
Het varken zijn gat,
Geef mij zoet, alle jaar een oliekoek
De gevraagde traktaties behoefden heus niet veel te zijn. Als je ze een suikerbal achter hun kiezen stopte bedankte ze je luid foekend met:
Hier woont een rijke man,
Die ons alles geven kan.
God zal ie lonen
Met honderd duizend kronen
Zalig zal ie sterven
En de hemel zal ie erven.
Rommelpotgeluid afspelen
|