|
Home
| Index |
Terug | Volgende
Anti-intellectualisme.
De bijbel leert dat we bij het nemen van beslissingen niet op
wijsheid, rede, filosofie of bewijs moeten
vertrouwen maar enkel en alleen op geloof in Jezus. Dit blind te
vertrouwen op de bijbel komt in de praktijk meestal neer op het klakkeloos
overnemen van wat de "bijbelgeleerden" beweren. Door niet te
vertrouwen op eigen intellect en talenten maken christenen zich willige
slachtoffers van manipulatie.
| (Hebreeën 11:1) Het geloof nu is een vaste grond der
dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. |
| (Prediker 6:8) Want wat heeft de wijze meer dan de zot? |
| (1 Korinthiers 1:22-23) Overmits de Joden een teken
begeren, en de Grieken wijsheid zoeken; Doch wij prediken
Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken
een dwaasheid; |
| (1 Korinthiers 4:10) Wij zijn dwazen om Christus' wil,
maar gij zijt wijzen in Christus; |
| (1 Korinthiers 2:1-2) En ik, broeders, als ik tot u ben
gekomen, ben niet gekomen met uitnemendheid van woorden, of van
wijsheid, u verkondigende de getuigenis van God. Want ik heb niet
voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien
gekruisigd. |
| (1 Korinthiers 3:18-19) Niemand bedriege zichzelven. Zo
iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas,
opdat hij wijs moge worden. Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid
bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid; |
| (1 Korinthiers 1:19-21) Want er is geschreven: Ik zal de
wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal
Ik te niet maken. Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is
de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas
gemaakt? |
| (1 Korinthiers 2:13-14) Dewelke wij ook spreken, niet met
woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de
Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke
samenvoegende. Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen,
die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze
niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. |
| (1 Korinthiers 2:4) En mijn rede, en mijn prediking was
niet in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid, maar in betoning
des geestes en der kracht; |
| (1 Korinthiers 1:17) Want Christus heeft mij niet
gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met
wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde. |
| (1 Korinthiers 8:1-2) De kennis maakt opgeblazen,
maar de liefde sticht. En zo iemand meent iets te weten, die heeft nog
niets gekend, gelijk men behoort te kennen. |
| (1 Korinthiers 2:6-7) En wij spreken wijsheid onder
de volmaakten; doch een wijsheid, niet dezer wereld, noch der oversten
dezer wereld, die te niet worden; Maar wij spreken de wijsheid Gods,
bestaande in verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren
verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was; |
| (Kolossensen 2:8) Ziet toe, dat niemand u als een roof
vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering
der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus; |
Ook worden de gelovigen opgeroepen om discussie over de leer
uit de weg te gaan.
| (Romeinen 16:17-18) En ik bid u, broeders, neemt acht op
degenen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij
van ons geleerd hebt; en wijkt af van dezelve. Want dezulken dienen
onzen Heere Jezus Christus niet, maar hun buik; en verleiden door
schoonspreken en prijzen de harten der eenvoudigen. |
| (2 Timotheus 2:16-17) Maar stel u tegen het ongoddelijk
ijdelroepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen. En hun
woord zal voorteten, gelijk de kanker; |
| (Romeinen 14:1) Dengene nu, die zwak is in het
geloof, neemt aan, maar niet tot twistige samensprekingen. |
| (1 Timotheus 6:3-5) Indien iemand een andere leer leert,
en niet overeenkomt met de gezonde woorden van onzen Heere Jezus
Christus, en met de leer, die naar de godzaligheid is, Die is
opgeblazen, en weet niets, maar hij raast omtrent twist vragen en
woordenstrijd; uit welke komt nijd, twist, lasteringen, kwade
nadenkingen. Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven
verstand hebben, en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de
godzaligheid een gewin zij. Wijk af van dezulken. |
De volgende verzen roepen de gelovigen op om hun geloof te
verdedigen.
| (2 Timotheus 4:2) Predik het woord; houd aan tijdelijk,
ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. |
| (1 Petrus 3:15) Maar heiligt God, den
Heere, in uw
harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u
rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en
vreze. |
| (2 Timotheus 2:24-25) En een dienstknecht des Heeren moet
niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren,
en die de kwaden kan verdragen; Met zachtmoedigheid onderwijzende
degenen, die tegenstaan; of hun God te eniger tijd bekering gave tot
erkentenis der waarheid; |
| (1 Tessalonicensen 5:21) Beproeft alle dingen; behoudt
het goede. |
| (2 Timotheus 1:7) Want God heeft ons niet gegeven een
geest der vreesachtigheid, maar der kracht, en der liefde, en der
gematigdheid. |
| (Jakobus 3:17) Maar de wijsheid, die van boven is, die is
ten eerste zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, vol van
barmhartigheid en van goede vruchten, niet partijdig oordelende, en
ongeveinsd. |
| (Spreuken 14:15) De slechte gelooft alle woord; maar de
kloekzinnige merkt op zijn gang. |
Home
| Index |
Terug | Volgende
|