|
Home
| Index |
Terug
| Volgende
Gods Wegen zijn ........
God schept zelf het kwaad....
| (Jesaja 45:7) Ik formeer het licht, en schep de
duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al
deze dingen. |
| (Klaagliederen 3:38) Mem. Gaat niet uit den mond des
Allerhoogsten het kwade en het goede? |
| (Jeremia 32:42) Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit
volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al
het goede, dat Ik over hen spreke. |
| (Amos 3:6) Zal de bazuin in de stad geblazen worden, dat
het volk niet siddere? zal er een kwaad in de stad zijn, dat de HEERE
niet doet? |
| (Micha 2:3) Daarom, alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik denk een
kwaad over dit geslacht, waaruit gijlieden uw halzen niet zult
uittrekken, en zo rechtop niet gaan; want het zal een boze tijd zijn. |
| (Ezechiel 6:10) En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; Ik
heb niet tevergeefs gesproken, van hun dit kwaad aan te doen. |
| (Jeremia 11:11) Daarom zegt de HEERE alzo: Ziet, Ik zal een
kwaad over hen brengen, uit hetwelk zij niet zullen kunnen uitkomen; als
zij dan tot Mij zullen roepen, zal Ik naar hen niet horen. |
| (2 Kronieken 34:24) Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over
deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven
zijn in het boek, dat men voor het aangezicht des konings van Juda
gelezen heeft. |
Het kwaad komt van God....
| (1 Samuel 16:14) En de Geest des HEEREN week van Saul; en
een boze geest van den HEERE verschrikte hem. |
| (1 Samuel 16:23) En het geschiedde, als de geest Gods over
Saul was, zo nam David de harp, en hij speelde met zijn hand; dat was
voor Saul een verademing, en het werd beter met hem, en de boze geest
week van hem. |
| (1 Samuel 18:10) En het geschiedde des anderen daags, dat de
boze geest Gods over Saul vaardig werd,.... |
| (Micha 1:12) Want de inwoneres van Maroth is krank om des
goeds wil; want een kwaad is van den HEERE afgedaald, tot aan de poort
van Jeruzalem. |
| (Jesaja 19:14) De HEERE heeft een zeer verkeerden geest
ingeschonken in het midden van hen, en zij hebben Egypte doen dwalen in
al zijn doen, gelijk een dronkaard zich om en om wentelt in zijn
uitspuwsel. |
Hoewel er staat geschreven in Spreuken 12:22: "Valse lippen zijn den HEERE een
gruwel" zet God zelf anderen aan tot het spreken van onwaarheden
| (Exodus 3:18) En zij zullen uw stem horen; en gij zult gaan,
gij en de oudsten van Israel, tot den koning van Egypte, en gijlieden
zult tot hem zeggen: De HEERE, de God der Hebreen, is ons ontmoet; zo
laat ons nu toch gaan den weg van drie dagen in de woestijn, opdat wij
den HEERE, onzen God, offeren! [NB: God is van plan het volk uit Israel
uit te leiden] |
| (1 Samuel 16:2) Maar Samuel
zeide: Hoe zou ik heengaan? Saul
zal het toch horen en mij doden. Toen zeide de HEERE: Neem een kalf van
de runderen met u, en zeg: Ik ben gekomen, om den HEERE offerande te
doen. [NB: eigenlijk wordt Samuel uitgezonden om een nieuwe koning te
zalven] |
| (2 Kronieken 18:22) Nu
dan, zie, de HEERE heeft een leugengeest in den mond van deze uw
profeten gegeven, en de HEERE heeft kwaad over u gesproken. |
Jeremia zegt dat God het volk Israel bedroog toen Hij ze vrede beloofde.
| (Jeremia 4:10)
Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem
grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het
zwaard tot aan de ziel raakt.
|
God laat mensen opzettelijk dwalen.
| (2 Thessalonica 2:11)
En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen
zouden geloven; 12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid
niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de
ongerechtigheid.
|
Als mensen zondigen doet God er nog een schepje bovenop door ze verkeerde neigingen te geven.
|
(Romeinen 1:27-28) En insgelijks ook de mannen,
nalatende het natuurlijk gebruik der vrouw, zijn verhit geworden in hun lust
tegen elkander, mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de
vergelding van hun dwaling, die daartoe behoorde, in zichzelven ontvangende.
En gelijk het hun niet goed gedacht heeft God in erkentenis te houden, zo
heeft God hen overgegeven in een verkeerden zin, om te doen dingen, die niet
betamen. |
God zet aan tot kanibalisme.
| (Deuteronomium 28:53)
En gij zult eten de vrucht uws buiks, het vlees uwer zonen en uwer
dochteren, die u de HEERE, uw God, gegeven zal hebben; |
| (Deuteronomium 28:57)
En dat om haar nageboorte, die van tussen haar voeten uitgegaan zal
zijn, en om haar zonen, die zij gebaard zal hebben; want zij zal hen
eten in het verborgene, vermits gebrek van alles; |
| (Jeremia 19:9) En Ik
zal hunlieden het vlees hunner zonen en het vlees hunner dochteren doen
eten, en zij zullen eten, een iegelijk het vlees zijns naasten, in de
belegering en in de benauwing, waarmede hen hun vijanden, en die hun
ziel zoeken, benauwen zullen. |
| (Ezechiel 5:10) Daarom
zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen
zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al
uw overblijfsel in alle winden verstrooien. |
God organiseert overspel.
| (2 Samuël
12:11) Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over u verwekken uit uw
huis, en zal uw vrouwen nemen voor uw ogen, en zal haar aan uw naaste
geven; die zal bij uw vrouwen liggen, voor de ogen dezer zon. |
God roept op tot het voeren van
oorlog.
|
(Numeri 25:17) Handel
vijandelijk met de Midianieten, en versla hen; |
|
(Joël 3:9-10) Roept dit uit onder de heidenen, heiligt een
krijg; wekt de helden op, laat naderen, laat optrekken alle krijgslieden.
Slaat uw spaden tot zwaarden, en uw sikkelen tot spiesen. |
God zet zelf aan tot het doen
van mensenoffers.
| (Ezechiël 20:26) En Ik
verontreinigde hen in hun giften, omdat zij door het vuur deden doorgaan
al wat de baarmoeder opent; opdat Ik ze verwoesten zou, ten einde dat
zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben. |
| (Exodus 22:29) Uw volheid en uw tranen zult gij niet
uitstellen; den eerstgeborene uwer zonen zult gij Mij geven. |
Home
| Index |
Terug
| Volgende
|