| Wij zijn er trots op dat
u onze tweelingengeltjes bezoekt.
Anke* & Britt
Dag Anke, hallo Britt...
Een baby...een tweeling! Op vrijdag, 25 april 2003 zakte de grond onder mijn voeten weg. Ik bleek in arbeid te zijn, vandaar dus de pijn. Ik had ondertussen zoveel vruchtwater dat mijn baarmoeder dacht dat het tijd was om te bevallen. Er werd besloten om een spoeddrainage toe te passen. Om 3 uur ’s nachts heeft men 3,5 liter vruchtwater van Anke afgenomen, tot er nog ongeveer 1,5 liter bij haar zat. (Een normale foetus heeft ongeveer 1 liter vruchtwater) Door het afnemen van die liters vruchtwater en het toegediend krijgen van weeënremmers werd mijn baarmoeder terug rustig. Ik kreeg ondertussen ook longversterker voor mijn dochtertjes, voor het geval ze toch zouden geboren worden. Dominik was ervan overtuigd dat ze het allebei zouden halen, ik ben eerder pessimistisch ingesteld, maar hoopte toch dat minstens 1 het zou redden. Er werden elke dag verschillende echografieën gemaakt, om zo de toestand constant te kunnen evalueren. De operatie werd vastgelegd op zaterdagavond 21 uur. De naaste familie kwam zaterdag op bezoek. Van mijn
schoonmoeder kreeg ik een smal vaasje met daarin 1 wit roosje. Ik vond het heel lief, maar ergens dacht ik, waarom maar 1 roosje, is dit een teken dat we 1 van onze kleine schatten gaan verliezen? Enkele weken eerder had ik op internet al teksten voor op het geboortekaartje zitten zoeken. Ik had er verschillende gevonden en, pessimist die ik ben, ik had er ook al 1 voor het geval het met 1 van onze kindjes zou misgaan. Zou ik ergens diep vanbinnen altijd een voorgevoel
gehad hebben? Net zoals ik in het begin van mijn zwangerschap dacht dat ik een tweeling zou krijgen??? Om half 10 gingen mijn ouders naar huis, de operatie was iets uitgesteld voor een spoedgeval dat was binnengekomen. De tv stond op, Dominik en ik zaten in de ziekenhuiskamer. Toen drong het tot mij door: dit was de laatste keer dat we met ons 4 zouden zijn. Dominik zei me sterk te blijven, erin te blijven geloven, maar dat kon ik niet, ik wilde afscheid nemen van mijn
kleine meid. Genieten van de laatste momenten met haar. Om 11 uur kwamen ze mij halen om naar de operatiekamer te gaan. Dominik zou bij mij mogen blijven terwijl ze de verdoving gaven. Daar lag ik dan op een (redelijk zacht) operatiebed. Dominik naast mij en mijn 2 dochtertjes nog heel vrolijk in mijn buik. Op de plaats waar Anke zat, kreeg ik serieus veel stampjes, alsof ze
afscheid van me wilde nemen. Alsof ze wilde zeggen, ’t is niks mama, laat me maar gaan, zorg maar goed voor mijn zusje. Er wordt een epidurale verdoving gegeven. Een zeer pijnlijke zaak, degene die de spuit moet zetten is nog in opleiding en het lukt hem niet goed. Ondertussen krijg ik ook een maskertje op met zuurstof (en ik denk ook wat verdovend middel). Ik heb zelfs niet gemerkt dat Dominik naar buiten is moeten gaan. Rond kwart voor middernacht is de operatie begonnen. Tijdens de operatie heb ik stukken meebeleefd, gehoord. Maar ik kon enkel stukken opvangen zoals "ah, ja, dat is goed", "nog eventjes en dan is dat allemaal in orde". Mijn enige houvast op dat moment was de anesthesist. Ik heb heel dikwijls gevraagd of alles goed ging, hoe laat het was en of het nog lang zou duren. Ondertussen voelde ik op mijn
rechterarm dat er een bloeddrukmeter rond zat die zich elke 5 minuten opblies om mijn bloeddruk te controleren. Dat was nogal onaangenaam, ik had het gevoel dat het veel te strak zat, ik verloor alle gevoel in mijn arm. Ik begon misselijk te worden en kreeg het ontzettend koud. De operatie was dan al anderhalf uur bezig. Op een bepaald moment, ik weet niet meer juist wanneer, hoorde ik water op de grond (of in een kom) terechtkomen. Het vruchtwater van Anke. Eigenlijk
had ik dan moeten weten dat het niet 100% gelukt was. Dat ze Britt hadden kunnen redden, maar Anke dat het niet gehaald had. Toen de operatie gedaan was, zei de dokter dat de operatie gelukt was. Ik was overgelukkig!! Mijn 2 meisjes hadden het gehaald!!! Direct er na zei hij dat 1 kindje het gehaald had, maar dat ze het zieke kindje hadden moeten opgeven. De wereld stond even stil. Ik werd naar de "recoveryroom" gebracht en Dominik werd er bij gehaald. Die arme jongen was op van de zenuwen. Ze hadden hem verteld dat de operatie een half uurtje zou duren, terwijl ze bijna 2 uur had geduurd. Onderweg naar mijn bed vertelden ze hem wat er gebeurd was. Toen hij bij me kwam stonden de tranen in zijn ogen. Ik daarentegen was zeer opgewekt. "maar schatteke, we hebben er toch nog eentje" zei ik. Achteraf bezien kan ik
mezelf voor mijn hoofd slaan dat ik zo iets heb kunnen zeggen. Ik denk dat ik nog wat verdoofd was, want zo’n reactie kan ik me van mezelf eigenlijk niet voorstellen. Ik werd naar weer een andere kamer gebracht waar Dominik ook een zetel kreeg om wat in uit te rusten. Rond 4 uur was ik terug een beetje bij m’n positieven en ik drong er op aan dat hij naar mijn ouders moest bellen. Midden in de nacht of niet, zij zouden ook zenuwachtig zijn en ze moesten het weten van Anke, en ze moesten weten dat met mij alles goed was. De realiteit ben ik eigenlijk pas onder ogen beginnen zien toen mijn ouders en tante rond de middag bij me waren. Ondertussen lag ik op het verloskwartier nog een beetje bij te komen. Toen ik hen zag realiseerde ik me pas dat ik mijn dochter was verloren. Ze vroegen of we al een naam hadden. "ja, Anke". Op dat moment te moeten zeggen hoe je dochter heet was helemaal niet hoe ik het me had voorgesteld. Je hoopt altijd dat als je de naam van je kind kunt zeggen, iedereen gelukkig is. Nu hangt er rond haar naam altijd een beetje een donker wolkje. Als we haar naam uitspreken weet iedereen dat ze er niet meer is. Na twee dagen mocht ik terug naar huis, met een stukje "dood" in mijn lijf... Thuis in mijn dagboek schreef ik:"Ben door de operaties 5 liter vruchtwater kwijt. Het drukkend gevoel op mijn buik is dus weg, maar mijn hart doet pijn en bloedt door
het verlies van Anke. Met Britt gaat alles goed. Ze had bloed- en voedseltekort en was daardoor veel te klein, maar ze recupereert goed. Op 2 dagen is ze 100 gram bijgekomen. Ze beweegt ook goed en dat is toch al een beetje een geruststelling. Ik moet nu veel rusten zodat ik de bevalling wat kan uitstellen. Mijn baarmoeder heeft veel meegemaakt de afgelopen week: weeën, drainage, operatie..." " Vandaag 5-5 is Dominik jarig. We vieren het een beetje met gemengde gevoelens. Ik wou dat ik hem nog 2 gezonde dochters had
kunnen geven. Emotioneel wordt het voor mij elke dag moeilijker. Ik slaap slecht
en kan aan niets anders meer denken. Suikerbonen en kaartjes zijn geregeld... just in case..." Van Anke’s peter kregen we een schitterend kadootje. Een glazen vruchtzak met daarin een foetus aan een navelstreng. Ik vond het prachtig, maar de tranen liepen direct over mijn wangen. Het was allemaal zo moeilijk om de realiteit onder ogen te zien. De kinderkamers waren al besteld, daar moest natuurlijk 1 kamer van afgezegd worden. Niet echt gemakkelijk om zoiets te moeten doen. We moesten ook beginnen zoeken naar een echt gepaste tekst voor het
geboortekaartje. We hadden het tekstje dat ik gevonden had toen alles nog ok was
al doorgegeven aan de drukker, maar we zijn nog verschillende keren van gedachten
veranderd. De eerste weken leefde ik in een roes. Ik wilde niemand zien, duwde de gsm af als iemand belde, ik sloot me af voor de rest van de wereld. Ik ging naar de sociaal assistent van het UZ Gasthuisberg, Els. Aan haar heb ik heel veel gehad. Zij had een kaft met allerlei voorbeelden van geboortekaartjes van mensen die spijtig genoeg ook een kindje waren verloren. Door te lezen dat ik niet alleen was, leerde ik een beetje beter omgaan met mijn verdriet. Maar
helemaal beter ging het nog niet met me, ik sloot me nog steeds op met mijn verdriet. Toen ik 31 weken zwanger was besloten de dokters dat ik niet meer elke week moest komen, om de 2 weken was voldoende. Dat was een heel goed teken, maar het was voor mij ook heel moeilijk om die zekerheid elke week kwijt te zijn. Ik ben regelmatig naar het ziekenhuis gegaan
omdat ik dacht dat ik al weeën had, maar het was telkens vals alarm. Maar ondertussen was ik toch weer gerust, had ik haar hartje weer gehoord en wist ik dat het goed ging daarbinnen. Op zondag 13 juli had ik weer pijn. Ik dacht dat het ook nu weer valse weeën waren, maar Dominik was er niet gerust in. Om half 7 ’s morgens stond en we weer in het ziekenhuis. We
gingen al automatisch naar het verloskwartier. En ja, ik werd daar gehouden, het waren nu echt weeën, ik zou vandaag bevallen. Langs de ene kant was ik blij dat ik van mijn dikke buik af zou zijn. We zaten midden in een hittegolf en ik raakte maar niet afgekoeld. Maar tegelijkertijd bekroop me een zeer beangstigend gevoel. Vandaag zou ik Anke echt moeten afgeven. Ook al was ze al precies 11 weken dood, ik had haar nog altijd bij mij. Ik kon er nog altijd voor zorgen. En
nu wist ik dat dat vandaag gedaan was. Nu moest ze weg. Nu kon ik haar even zien, even vasthouden en dan voor altijd afgeven. Door mijn slechte ervaringen met een epidurale verdoving tijdens de operatie, heb ik die 11 weken bij hoog en bij laag verkondigd dat ik geen verdoving meer wilde, ik zou het zelf wel allemaal doen. Tja, dat had ik gedacht. Rond 11 uur had ik nog maar 3 cm opening en de kans was zeer groot dat ik toch een keizersnede zou moeten krijgen. Dus
besloten we toch maar een epidurale verdoving te nemen. Echt, dit was hemels... geen pijn tijdens het zetten en geen pijn meer van de weeën. Ik voelde ze nog wel, maar het was meer menstruatiepijn geworden. Om 13.40 u vroeg ik om op de pan te mogen, mijn blaas begon behoorlijk vol te geraken. Dat dacht ik tenminste. In plaats van te plassen was ik, zonder dat ik me ervan bewust was, aan het persen. Het gevolg daarvan was dat ik ineens iets voelde zitten. Ik riep tegen Dominik dat hij de verpleegster moest halen omdat er iets aan het afkomen was. Ik begon lichtelijk hysterisch te worden. Toen de verpleegster keek, sprak haar gezicht boekdelen. Er was inderdaad iets aan het
afkomen. Ze heeft Anke vastgenomen en zachtjes in de pan gelegd bij haar vruchtwater. Het was toen 13.45u. Toen ze even weg was om een doekje te halen om erover te leggen heeft Dominik een foto getrokken van haar, tussen mijn benen, in de pan. Ik moest en zou die foto hebben. Stel je voor dat we haar niet meer te zien zouden krijgen, dan was dat nog het enige wat we zouden hebben. De
verpleegster nam haar mee en vroeg of we haar nog wilden zien. Natuurlijk wel! Even later was ze weer daar, met onze dochter. Dominik maakte van ons een foto. Toen nam hij ze in zijn armen. Hij heeft haar durven strelen, ik niet, ik had schrik dat ik haar tere velletje zou beschadigen. Ik heb ook geen spijt dat ik het niet gedaan heb. Toen maakte ik ook een foto van de trotse papa met zijn eerste dochter. En nog een foto met haar beertje. Dat beertje heb ik in het begin van mijn zwangerschap gekregen van Dominik’s zus. Na Anke’s dood weende ik altijd met haar beertje in
mijn armen. En nu kon haar beertje eventjes helemaal bij haar zijn. We hadden een extra beertje gekocht toen we wisten dat Anke dood was. Ook met dat beertje heb ik geweend. Hij is met Anke mee begraven, zo is ze tenminste nooit alleen. We hebben haar een halfuurtje bij ons gehad, denk ik. Toen hebben we de verpleegster gevraagd haar weg te brengen. Mijn ouders waren al in Leuven (ze zijn van Limburg en moesten dus een eindje rijden) en zijn mogen langskomen op het verloskwartier. Daar heb ik veel steun aan gehad. Zo was ik volledig op mijn gemak. Dominik bij me en mijn ouders bij me. Meer kon ik op dat moment niet verlangen. Om kwart voor 6 ’s avonds heeft de gynaecoloog het water gebroken van Britt. Na een paar keer persen kwam het hoofdje al piepen. Ik werd naar de verloskamer gebracht. Maar ik had al lang geen goesting meer. Het hoefde niet meer, ze mocht nog blijven zitten. Ik zou morgen nog wel eens terugkomen. Ik was echt doodmoe en begon wartaal uit te kramen. Lang heeft het echter niet meer geduurd. Klokslag 18 uur is Britt geboren. Toen ze op mijn buik lag weende ze niet, maar ze maakte toch wel wat geluid, dus voor mij was alles ok. Ze had 10 vingertjes en 10 teentjes, dus in mijn ogen volledig goedgekeurd. Papa ging met de vroedvrouw mee naar ons meisje. Ze deed het al heel goed, maar omdat ik koorts had tijdens de bevalling moest ze toch naar neonatalogie. Britt woog 2kg660 en mat 46 cm. Een kleintje, maar beter dan dat ik ooit had durven dromen. Ze legden haar op mijn buik en ik wist direct dat dit mijn dochter was. Zo alleen kon ze er uitzien, alsof ik instinctief voelde dat ze van mij was. Binnen het half uur na de bevalling had ik al bezoek, mijn ouders waren er nog steeds, maar ook de ouders van Dominik, zijn zus, broer en schoonzus en de peter en tante van Britt waren er al. Dominik nam ze trots mee naar boven om ons klein wondertje te bekijken. Ik heb vooral geslapen na de bevalling. Zelfs onder het naaien en het bevallen van de moederkoek heb ik geslapen. Moet kunnen... Toen ik naar boven werd gebracht en nadat ik gewassen was, mocht ik naar Britt gaan kijken. Ik wilde haar dolgraag zien, maar ik was nog te zwak en zakte in elkaar. Maandagmorgen besefte ik pas goed wat er gebeurd was. Ik was bevallen, was 1 kindje kwijt, en mijn ander dochtertje lag bij de prematuren. Ik lag helemaal alleen in mijn kamer. Overal op de gang hoorde ik baby’s wenen, maar bij mij weende er geen baby. Alleen ik weende. Ik had 2 dochtertjes maar zat daar met lege handen. Op 22 juli hebben we Anke begraven.
Toen we terug naar de auto gingen, zag ik een wit vlindertje. Ik associeerde het direct met Anke. Sindsdien zie ik elke dag een vlindertje. Vliegend in de lucht, op tv, in een film, op de pamper van Britt, op een t-shirt van iemand in de Colruyt,... Het is zo raar, precies
of Anke zo altijd bij me is. Ik heb nu van Dominik een vlindertje gekregen voor in mijn ketting. Zo is ze altijd dicht bij mij. In een brochuurtje van "Met lege handen" las ik het verhaal van een moeder die schreef dat ze een paraplu boven het graf van haar kindje ging zetten als het regent. Toen ik het las vond ik dat echt heel raar. Maar toen het de eerste keer, na vele weken, regende had ik hetzelfde gevoel. Anke zou nat worden daar beneden. Het klinkt echt idioot, maar je wilt je kindje blijven beschermen. Ik zou ook niet willen dat ze op een kerkhof lag tussen hoge bomen.
Misschien zou ze dan schrik krijgen als het waaide en onweerde... Nu, 2 maanden later heb ik het moeilijker als ooit tevoren. Britt doet het heel goed. Ze is een wolk van een baby. Lacht, begint te spelen en kan je zo vertederend aankijken. Maar nu weet ik precies wat ik mis. Zo had ik er 2 moeten hebben. Gisteren is Britt gedoopt. Voor Anke hebben we ook een kaarsje laten
branden. De pastoor schreef voor ons de volgende tekst: Ook voor Anke willen we een kaarsje aansteken Zij is voor altijd onze kleinste baby, ons engeltje. En ze hoort bij ons. En dat maakt het
juist zo moeilijk. We hebben 2 dochters, maar voor de rest van de wereld hebben
we er maar 1. "Anke is dood, spijtig ja, maar het is beter zo
hé". Ik HAAT die reacties. In de living hebben we een hoekje gemaakt, speciaal voor Anke. Hier staat de foto van haar laatste echo, haar beertje, het kadootje van haar peter, het kruisje van op haar kistje, haar doopkaars, haar suikerbonen en geboortekaartje. Hier voel ik de aanwezigheid van ons kleine
meisje zeer sterk. Elke keer als ik er langs loop kijk ik er even naar en voel dan een warme gloed door mijn lichaam stromen. Dan weet ik dat Anke dicht bij mij is. Dominik wilde zijn kinderen gaan erkennen. Dat hebben we dan ook gedaan. Alleen bleek toen dat een dood kind niet erkend kan worden. Begrijpelijk, iedereen kan dan zeggen dat een kind van hem is. Maar voor een eeneiige tweeling vind ik toch dat dat moet kunnen. Dat kan immers maar van 1 vader komen. Het gevolg is nu dat Anke mijn naam draagt en Britt die van Dominik. Van een speciale tweeling gesproken. Ik schrok trouwens van de reactie van de ambtenaar op het stadhuis toen we vertelden dat het een tweeling was, maar dat 1 kindje al gestorven was. Ze vroeg verwonderd of ze dat nu al konden zien dat ze dood was. Ja, dat zien ze al. "En kunnen ze daar dan niks meer aan doen?" vroeg ze. Ik kreeg een klap in mijn gezicht. "Nee, ze
kunnen daar niks meer aan doen, dood is dood." zei Dominik. Wat had ze nu eigenlijk gedacht?? Dat ze een spuitje zou krijgen als ze geboren werd en dat ze dan ineens weer wel zou leven??? Dat was echt de belachelijkste en pijnlijkste opmerking die we tot nu toe gehoord hebben. Ik heb schrik om me met Britt te binden. Ik weet dat alles heel goed met haar gaat, maar ik heb zo’n schrik dat haar ook iets zal overkomen. Dat ik haar naast Anke ga moeten leggen. Ik durf niet gelukkig te zijn. Ik zou het natuurlijk beter wel doen, want zo ontneem ik
mezelf de mooiste tijd van mijn leven. Het zal allemaal nog wel beteren. Ik voel me ook schuldig als ik over Anke begin te praten. Wil de mensen niet weer lastigvallen met mijn gevoelens. Ik zou er uren over kunnen praten, ook al heb ik ze eigenlijk niet echt gekend, ik heb ze wel gevoeld. Ik heb nog 1 hartewens. Ik weet dat er van de laseroperatie een video-opname gemaakt is om zo de studie op TTS te verbeteren. Dat is het enige beeld dat ik ooit kan hebben van Anke. Daar leefde ze nog, daar kon ze nog stampen, daar heeft zij afscheid genomen van mij. Ik zou doodgraag deze film eens zien. Ik weet ook wel dat dat waarschijnlijk niet kan. Maar een
mens mag blijven dromen he... Dat waren Anke’s laatste beelden. Ik weet ook wel dat ze daarop stierf, maar op die film ging ze van mijn buik, recht naar mijn hart... Veel te vroeg stierf Anke in mama’s buik De blijde verwachting van twee liefdesvruchten |