Wij zijn er trots op dat u onze tweelingengeltjes bezoekt.

Jonathan* & Job


Beiden geboren op 30 augustus 2003.
Jonathan is op 30 augustus 2003 overleden.

E-mail: Sandra en Micha


Lieve Jonathan,

 

Weet je wel kleine man

Wat je met ons hebt gedaan

In die paar uren van jouw aardse bestaan

Jij hebt van ons meer mens gemaakt

Wij staan nu dieper in het leven

Jij hebt ons zoveel moois gegeven

Ondanks het gemis en de pijn

Zijn wij trots en dankbaar

Dat wij jouw papa en mama mogen zijn!

 

Zwanger!

Het verhaal van onze tweeling begint in december 2002. We testen, en ja! We zijn zwanger!! Geweldig, maar we besluiten het voor ons te houden tot we 3 maanden zwanger zijn. Ik ga alvast naar de dokter, omdat ik niet zo’n regelmatige cyclus heb, misschien heeft ze een idee hoever ik ben. Na een onderzoek vindt hij m’n baarmoeder toch wat groot al aanvoelen, en ik mag 4 maart voor een echo. Leuk! Spannend!

 

‘Het zijn er twee!’

Eenmaal op de echotafel krijg ik gel op m’n buik en begint de gynaecoloog te kijken……hij zegt maar niks en beweegt maar met dat apparaatje over m’n buik. Na een poosje zegt hij: ‘het zijn er twee……’

Ik zeg:’Nee!’ En schiet in de stress! Hoe kan dát nou?! Ik mag me aankleden, en de dokter legt uit dat het een een-eiige tweeling is. Er is een tussenschot tussen hen in. En ik moet voortaan voor de controles in het ziekenhuis komen en in het ziekenhuis bevallen…….weg thuisbevalling!!

We zijn erg opgewonden, en ik zie het nog niet zo zitten allemaal.

Ik ben 11 weken zwanger, maar we kunnen het niet langer voor ons houden. We rijden gelijk naar de ouders van Micha. Daar wordt heel enthousiast op het nieuws gereageerd, een tweeling!! Gewéldig!!

Ik word er door aangestoken, en wordt eigenlijk nu ook pas een beetje enthousiast. En na een paar dagen vind ik het helemaal geweldig, en weet ik niet meer beter dan; ik krijg 2 kindjes!!

Behalve dat ik moe ben en kieskeurig met eten, heb ik een voorbeeldige zwangerschap.

Wel krijg ik al vroeg last van wat harde buiken, met zo’n 20 weken al. Maar dat is normaal bij een tweelingzwangerschap, en zolang er maar geen regelmaat in zit, kan dat geen kwaad.

Bij 14 weken voel ik het eerste duwtje. En als ik 18 weken zwanger ben, kan Micha de kindjes ook al zachtjes voelen bewegen. Ik vind het heerlijk om zwanger te zijn, en al die bewegingen van de kindjes te voelen.

 

Jongetjes!

Als ik 20 weken zwanger ben, gaat m’n zusje Andrea mee bij de controle, en hebben we de echo opnamen gefilmd. Ik zeg tegen de gynaecoloog dat het rechtse kindje altijd zo rustig is, maar ja, dat kan toch wel natuurlijk. Ik ben erg benieuwd of de gynaecoloog al kan zien of we jongetjes of meisjes krijgen. En ja hoor, heel duidelijk zijn er twee piemeltjes te zien!! Wow! Twee jongetjes, leuk, twee kleine helpertjes voor Micha (die graag klust) ik zie het al voor me: twee identieke mannetjes in een overalletje op klompjes achter papa aan, mee in de unimog, sjouwen met stenen………

We geven ze namen; het rechtse jongetje heet Jonathan, die naam vind ik sinds mijn tienerjaren al zó mooi……Micha kiest de naam Job…..dan wordt dat Job Jobse…..en dat vindt ‘ie wel leuk!! Job is altijd druk in m’n buik, en Micha is ook altijd bezig, zo komt Job aan z’n naam.

We komen een ander huis tegen, en tja, ons eigen huisje is toch wel wat klein……..we besluiten te verhuizen……..we krijgen 1 augustus de sleutel……dat zou net moeten kunnen…….ik ben dan 32 weken zwanger.

Het is inmiddels hoogzomer, en mijn handen en voeten zwellen op met vocht………ik kan niet zoveel meer doen met die hitte. Gelukkig krijgen we veel hulp van onze familie met het verhuizen.

 

Schrik!

Ik ben 33 weken zwanger en we gaan op controle. De gynaecoloog vindt dat er in het buikje van Job veel ‘gaatjes’ (met vocht gevulde ruimtes, op de echo te zien als zwarte ‘gaatjes’) zijn. Ze wil voor de zekerheid dat we een extra echo maken in het EMC ziekenhuis in Rotterdam. We schrikken er nogal van. Maar de gynaecoloog zegt dat het puur voor de zekerheid is; die mensen in EMC maken hele dagen echo’s en zien vaak zo of er iets aan de hand is.

Ik voel me niet zo op m’n gemak in het ziekenhuis in Rotterdam, en vooral niet op de echotafel. Ze echoën wel bijna anderhalf uur en zeggen weinig……het is zenuwslopend. Alleen al omdat je als hoogzwangere niet makkelijk meer zo lang op je rug kunt liggen. Eindelijk zijn ze klaar……ze vertellen dat alles met Job er goed uitziet…….ik haal opgelucht adem……maar ze zijn wat meer ongerust over Jonathan…..hij heeft niet zoveel vruchtwater meer. En ze kunnen een niertje niet vinden…….daarom wordt mij op het hart gedrukt heel rustig aan te doen, dan zal het vruchtwater van Jonathan misschien nog meer worden of stabiel blijven.

De week er op moet ik om de dag een CTG-scan maken, dan luisteren ze zo’n twintig minuten naar het hartritme. Na een week krijg ik weer een echo in mijn eigen ziekenhuis, en dan moet ik opgenomen worden, ik ben dan 35 weken zwanger. Het vruchtwater van Jonathan is wéér verminderd. Ik moet volledige bedrust. Ik ben erg huilerig, want ik vind het vreselijk dat ik niet bij Micha kan blijven. Na een lange week (mijn vertrouwde gynaecoloog is op vakantie) krijg ik weer een echo. Inmiddels kan ik er wel wat wijs uit zo’n echobeeld, en ik schrik! Het vruchtwater bij m’n mannetje is nagenoeg op!! Dat ziet de gynaecoloog natuurlijk ook, en hij zegt dat de kindjes dan niet meer zo lang bij me kunnen blijven, het is beter voor Jonathan dat ze geboren worden. Hij zal even overleggen, en ik mag terug naar m’n kamer. Daarna komt hij me vertellen dat ze de volgende dag, de 30e augustus 2003, de jongens zullen halen met de keizersnede.

Ik ga bijna huilen; een keizersnee? Maar dat wíl ik helemaal niet!! Maar ik heb weinig te kiezen, ik mag nog kiezen of ik een ruggenprik wil of algehele narcose…. 

Ik kies voor een ruggenprik.

De volgende dag om 11 uur zal ik worden geopereerd. Ik vind het vreselijk eng allemaal, maar het moet, voor mijn kindjes, denk ik steeds…….nog éven…….en dan héb ik ze! Mijn mooie mannetjes!! Dan kan ik gaan genieten! 

De geboorte

Mijn buik wordt opengemaakt, en Jonathan wordt er als eerste uitgehaald. Hij huilt niet. Job huilt wel. Ze laten ze niet zien, maar ze worden gelijk meegenomen. Micha gaat met de jongens mee. Job huilt goed door, en die komen ze even laten zien, héél even, ik zie een klein rimpelig mannetje…….

Jonathan heeft geen goede start, ze moeten hem beademen want hij komt niet goed op gang. Ook komt er een vieze prop uit zijn longen als ze hem uitzuigen. Als hij het een momentje zelf lijkt over te nemen, leggen ze hem snel in een couveuse en gaan ze, met Job in een doek, snel naar beneden, naar de kraamafdeling. Als ze daar aankomen, gaat het al weer slecht met Jonathan. Hij wordt blauw. Job wordt snel in een couveuse gelegd, en iedereen gaat bij Jonathan helpen.

Mijn buik is in die tussen tijd dicht gemaakt, en ik word naar beneden gereden. Ik voel me erg suf en heb veel last van pijnlijke naweeën.

Micha komt even langs en zegt dat het nog steeds niet goed gaat met Jonathan, ik stel hem gerust, ze zijn 4 weken te vroeg geboren, en het personeel had ons gewaarschuwd dat ze dan wel eens een moeilijke start hebben. Het zal zo meteen wel beter gaan. Maar het gaat niet beter. Een ernstig kijkende kinderarts verschijnt aan mijn bed. Suf kijk ik haar aan. Gaat het nog niet goed met Jonathan? O. Het dringt niet tot me door. Ze gaat weer weg, en komt na een kwartiertje weer terug. Jonathan moet naar het Sophiakinderziekenhuis…….wat? Maar dat wil ik helemaal niet! Hij moet bij ons blijven! Ik vraag haar: en als hij nu niet gaat? Ze antwoord: ’Dan gaat hij zeker dood’. Boem! Nu dringt het pas door, ik mag afscheid van hem nemen, want hij gaat zo weg.

Afscheid nemen? Ik heb nog niet eens kennis gemaakt!? Huilend in mijn bed sta ik op de gang te wachten, tot ik bij hem mag. Daar ligt hij dan, in een reiscouveuse, rood aangelopen, aan allemaal slangetjes en draadjes……..bijna geen ruimte om hem te strelen. Ik vind het doodeng allemaal. Is dat mijn kind? Job wordt bij me gelegd, en helemaal in de war streel ik zijn wangetje. Ik zeg steeds tegen de mensen die bij Jonathan staan: ‘Ga nu maar………néém hem maar mee……daar kunnen ze hem helpen…….’ Maar omdat ze bang waren dat hij het niet zou halen tot Rotterdam, zeiden ze steeds dat ik hem nog maar eens moest aaien. En daar ging hij dan. Ik bleef nog even bij Job en ging daarna terug naar m’n kamer. Helemaal overstuur en in de war. Het ging zo snel allemaal, ik kon het niet aan, ik kon het niet bevatten.

Syndroom van Potter……niet met het leven verenigbaar…….

Na een paar uur kregen we een telefoontje; Jonathan is levend aangekomen, en ze vragen of Micha wil komen want er moeten belangrijke beslissingen genomen worden. Maar ik wil niet dat Micha óók nog weggaat! Daarom wordt er uiteindelijk voor ons allemaal vervoer naar Rotterdam geregeld, en worden Micha en ik en later Job overgebracht naar Sophia. Met loeiende sirenes. Een vreselijke rit, alle bulten en bobbels in de weg doen pijn aan mijn buikwond.

 

 

Als we in Sophia aankomen, gaan we naar Jonathan kijken.  Ik word naast hem gereden. Hij ligt in een open couveuse aan de beademing. Nu is hij mooi rose, bijna een beetje bleek. Maar wat is hij opgezwollen. Ik kijk naar mijn kind, en begin te  huilen. ‘Micha’, zeg ik ‘hij haalt het niet………hij haalt het niet……..hij gaat dood……..ik weet niet wat hij heeft, maar hij haalt het niet…..’

De arts komt en zegt dat ze met ons wil praten. Dat dacht ik al. En ik weet het al. Vreselijk zenuwachtig is ze, haar handen beven, als ze ons verteld dat ze er na echografisch onderzoek van z’n buikje achter gekomen zijn dat hij geen nieren en geen blaas heeft. Toch wil ik er nog niet aan, ik zeg: ‘Kunnen we er dan niet een transplanteren?’ Net of dat zo makkelijk is, maar ik kan niks anders verzinnen. En er is ook niks anders. Deze aandoening (met de naam Syndroom van Potter) is niet met het leven verenigbaar. Ik zal deze woorden nooit meer vergeten.

Omdat hij geen nieren heeft en niet kan plassen, houdt hij zijn vocht vast, en op een gegeven moment zal hij zichzelf vergiftigen. En dat zal niet meer zolang duren. Het is inmiddels 10 uur ’s avonds en verwacht wordt dat hij de ochtend niet zal halen.

Onze ouders zijn ons achterna gereisd, en worden bij ons gelaten, zij weten het  vreselijke nieuws nog niet, en mijn vader sluit me in z’n armen als ik hem huilend zeg: ‘hij kan niet leven pap, hij kan niet bij ons blijven.’

 

Jonathan: ‘Godsgeschenk’………maar we moeten hem teruggeven…….

Jonathan wordt bij ons in het kamertje gebracht, en in Micha’s armen gelegd. Ik wil hem pertinent niet vasthouden, het is teveel voor me. Achteraf heb ik daar zoveel spijt van, dat ik nooit mijn eigen kind vastgehouden heb, maar ik wilde het niet, ik was geblokkeerd, het was teveel…….

De beademing wordt eraf gehaald, en ik wil zingen, zingen van ‘Veilig in Jezus armen……’ maar ik kan het niet, m’n keel zit dicht. Ik kijk naar Jonathan, z’n slappe lijfje, en kan het nog niet bevatten. Dit kan niet………onze tweeling…..onze trots………ál mijn mooie dromen…….onze lieve Jonathan, het kán niet dat hij doodgaat, want ik hou al zoveel van hem.

En toch gaat hij. Ik leg m’n hand op z’n borstje om te voelen of zijn hartje nog klopt. Ik voel niets, maar de arts luistert en zegt dat het nog heel langzaam klopt. Ik heb z’n handje vast en zeg: ‘Ga maar jongen, het is goed zo……ga maar lieverd, je hebt zo je best gedaan!’

En dan gaat hij. De arts luistert weer en knikt. Ze laten ons even alleen, en dan houden alle opa’s en oma’s voor het eerst, en het laatst hun kleinkindje Jonathan vast.

Dan gaan de oma’s en Micha met de zuster mee om hem te wassen. En om een hand- en voetafdrukje te maken. Ik wil niet mee, ik voel me doodmoe.

’s Nachts blijven Micha en ik daar slapen, ik voel me niet op m’n gemak. De volgende ochtend gaan we nog even bij Job kijken, en dan worden we weer teruggebracht naar ons eigen ziekenhuis, dat wilde ik graag. Job en Jonathan zullen later komen. Ik huil en huil en kan maar niet stoppen. De zusters blijven maar met kompressen slepen, maar mijn ogen zijn helemaal dik.

Eenmaal terug mag ik weer op m’n eigen kamer, en komen alle zusters, met wie ik inmiddels een fijne band gekregen heb, langs. Wéér huilen.

Ook komt de begrafenisondernemer langs om dingen door te spreken. Ook de familie komt langs, om Job te bewonderen, en sommige hebben ook Jonathan gezien.

De tekst voor het geboortekaartje moet drastisch gewijzigd worden………allemaal dingen waar we niet aan wíllen denken, maar wat gewoon moet.

Ach, je weet niet wat je wil op zo’n moment……je wil dat alles weer gewoon wordt, maar gewoon wordt het nooit meer. 

Begraven in z’n ‘mozesmandje’ 

Dan wordt Jonathan begraven. In zijn mandje. Z’n mozesmandje, zoals ik het noem. We hadden de voorganger gevraagd om te spreken over Ps. 139:14 uit de Bijbel; ’Want Gij (God) hebt mijn nieren gevormd, mij in de moederschoot geweven, ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid’. Hij vond dat ook best moeilijk, want God hád Jonathan immers geen nieren gegeven, maar wij werden tóch zó bemoedigd door die tekst, omdat wij geloven dat God geen fouten maakt, ook nu niet. We vertrouwden op God, hoe moeilijk dat ook was. Ook naar de begraafplaats ga ik mee, er is voor mij een rolstoel meegenomen, maar ik heb er maar 10 minuten ingezeten, de rest heb ik gelopen, waar ik de kracht vandaan haalde………het was nog maar 4 dagen na de operatie.

Micha zet het mandje in het grafje, ik kijk omhoog, naar de blauwe lucht, en huil. We zingen, nu toch, ‘Veilig in Jezus armen, veilig aan Jezus hart…..’ En ja, dat weet ik, hij is nu veilig voor altijd bij Jezus, dat is onze enige én belangrijkste troost, maar mijn armen en mijn hart voelen zo leeg……

 

Job

We gaan weer terug naar het ziekenhuis, terug naar Job, waar het gelukkig goed mee gaat. Hij drinkt heel goed aan de borst, en mag bij me op de kamer. Dan komt de kraamtijd. We mogen naar huis, en gelukkig krijg ik nog een week kraamhulp.

Als ze op de laatste dag dat ze er is, ze nog even in het wiegje kijkt, pakt ze Job er op eens uit, en houdt hem ondersteboven…….ik schrik, en vraagt wat ze doet. Job haalt stoterig adem. Apathisch zit ik op de stoel. Ja, daar gaat Job ook, is mijn eerste gedachte. De kraamverzorgster legt Job op tafel en probeert de slijm uit z’n mond te krijgen. Maar het lukt niet, hij wordt al wat blauwig rond z’n mondje. Ze zegt me de huisarts te bellen, maar ik ben tot niets in staat. Dan doet ze het zelf. Het duurt voor m’n gevoel uren voordat ze komt. Ik kijk op 2 meter afstand toe, maar als ze de zuurstoffles te voorschijn haalt, ren ik naar de douche. Die ken ik nog van bij Jonathan, anderhalve week geleden………

In paniek luister ik naar het gehuil van Job……en het wordt stil……..maar dat kan 2 dingen betekenen…ik hoor de arts vragen: ‘Waar is de moeder?’ De zuster komt me halen, en ik sluit Job weer in m’n armen. Gelukkig!! Maar wat bén ik geschrokken!!

 

En dan….

Dan komt de moeilijkste tijd. Er komt visite, en we krijgen veel kaartjes. Dat vinden we heel fijn, maar soms ook zo moeilijk, omdat mensen die het niet meegemaakt hebben, zich niet voor kunnen stellen hoe het voelt, en dan vaak vervallen in ‘bemoedigingen’ zoals: ‘Je hebt er gelukkig nog een’. ‘Het zal Gods wil wel zijn.’ En de eerste paar keer dan probeer je nog te denken: ‘ze bedoelen het goed’, maar na de tiende keer zou je wel willen schreeuwen: ‘Maar ik wilde Jonathan óók zo graag!’ en krijg je het gevoel dat ze Jonathan maar snel willen vergeten, en doen of hij er niet geweest is.

Natuurlijk is het een troost dat we Job nog hebben, hij helpt ons er door heen met z’n kleine lieve gezichtje, waar ik van weet dat Jonathan daar zo veel op leek.

Ik voel te veel pijn, en doe wat ik vroeger al deed om pijn niet te voelen; het uit je gedachten bannen, doen of er niets gebeurd is, en leven met wat je hebt. Ik geef de mensen gelijk; ja, ja, het is beter zo…….

Maar het komt een keer terug. Na een paar maanden ben ik helemaal op. Micha en ik rouwen ook heel anders. Micha wil heel veel bezig zijn, en probeert niet over Jonathan te praten, en zo mij te beschermen tegen nog meer verdriet.

Maar ik wíl juist over hem praten. Nú wel. Hoe het ging, alles wil ik weten, want Micha is veel meer bij hem geweest dan ik. En ook dat vind ik moeilijk. Ik heb het gevoel dat ik hem niet als mijn kind wilde erkennen, omdat ik hem niet vast durfde te  houden. Hoeveel mensen ook zeggen dat het een logische reactie was van mijzelf, omdat ik het niet aankon…….het blijft maar terugkomen.

Ook de medische aspecten wil ik uitzoeken. Wat is dat syndroom, en hoe kan het in hemelsnaam dat ze dat bij andere kindjes in de baarmoeder al zo vroeg ontdekken, en dat ze het bij mijn kind nooit hebben gezien!!!?? Snikkend gooi ik die vraag voor de voeten van mijn gynaecoloog, ze heeft talloze echo’s gemaakt van mijn kinderen…….en nooit wat verdachts gezien? Maar ze is heel lief en zegt: ‘Nee! Ik heb het niet gezien, en als ik het vermoeden gehad had, dan had ik je toch doorgestuurd! Dat heb ik met Job toch ook gedaan!!' En dat is zo. Maar ik vind het zo moeilijk en voel me zo machteloos. Weken blijf ik er mee worstelen, maar ik kom er niet uit. Dan neem ik een besluit om het los te laten.

Ja, ik heb Jonathan nooit vast willen houden, ik had het allemaal zó anders willen doen, maar wat schiet mijn mannetje er mee op als ik daar mijn hele verdere leven wroeging over hou? Niets. Hij is er niet meer, en is nu gelukkig, zonder pijn, bij mijn Vader in de hemel. Ik heb het ook allemaal uitgesproken naar God toe, dat ik er niets van snapte, en waarom zo’n kind!? Waarom míjn kind!? Waarom op deze manier? Allemaal waaroms, en ik zal ze nooit weten.

Wel weet ik inmiddels dat we veranderd zijn. Nadat ik al die strijd opgegeven heb, kwam er ruimte om de mooie dingen te zien, die Jonathan mij in z’n korte leventje gegeven heeft. Na het verlies van je kind, ga je bewuster leven, bewuster genieten, al duurt het wel even voor je weer kúnt genieten. Alles is opeens veel minder vanzelfsprekend.

 

Erfelijk onderzoek

Op aandringen van de artsen deden we mee aan een genetisch onderzoek, om te kijken of het erfelijk was, omdat we aangegeven hadden zeker nog graag meer kindjes te willen. Ze hadden een stukje huid bij Jonathan afgenomen en daar zouden ze z’n chromosomen in bekijken. Dat was allemaal goed. Het is fout gegaan in het begin, bij de aanleg. De kans op herhaling was 1 procent hoger dan bij een vrouw die het nog nooit gehad heeft……. Bij Job wordt er bloed geprikt, om het DNA te vergelijken, zo kunnen we erachter komen of het een of twee eiig is. Tijdens de zwangerschap hebben ze altijd gezegd dat het eeneiig was, maar toen Jonathan was overleden, geloofden ze dat niet meer, omdat ze het dan medisch gezien niet konden verklaren dat Job wel nieren had. We hebben hier nog nooit een uitslag over ontvangen, waarschijnlijk op ‘de grote stapel’ belandt. Voor mezelf weet ik zeker dat het eeneiig is, hoe was het anders mogelijk dat Jonathan tot 35 weken nog vruchtwater heeft gehad?!!! De meeste kindjes die in de baarmoeder zitten met deze aandoening, hebben bij 20 weken al geen vruchtwater meer, maar doordat het eeneiig was, heeft Job waarschijnlijk z’n vruchtwater kunnen delen met Jonathan. Een hele mooie gedachte!!

 

Sara, een zusje voor Jonathan* en Job

Ik bleef het moeilijk vinden dat Job ‘alleen’ was, en samen besloten we, dat ondanks dat we nog dagelijks met het verlies bezig waren, we graag wilden dat we weer zwanger zouden worden. Job was toen 9 maanden oud. Vrij snel was ik zwanger, maar toen ik bloed verloor, dacht ik dat het over was. Maar gelukkig, na een paar echo’s zagen we toch echt een hartje……..’het is er één deze keer’ zei de gynaecoloog, ja, gek eigenlijk dat je dan weer 2 hartjes verwacht te zien….

De eerste 12 weken heb ik voortdurend in spanning gezeten, rond de 6 weken worden de niertjes aangelegd, zou het deze keer wel goed gaan?! Maar ook dit kon ik leren overgeven aan God, ik kan er zelf niks aan of toe doen…….ik kan alleen vertrouwen.

Daarna ging ik vooral genieten, de uitgebreide echo bij 20 weken liet vaag niertjes zien. Gelukkig! Na 30 weken ging ik weer teveel denken……ik was bang dat de baby er niet levend uit zou komen……

Gelukkig werd onze dochter Sara na 40 weken en 1 dag gezond geboren. Op 2 april 2005. Ze werd op m’n buik gelegd, en plaste me gelijk helemaal nat!! Wat was dat bijzonder voor ons, ze plast! Dus ze heeft nieren!! Wat bracht dat veel blijdschap met zich mee, maar ook dubbele gevoelens weer, omdat het ook een zusje van Jonathan is, en hij er niet bij is.

 

Jonathan is voorgoed uit ons midden, maar voor altijd in ons hart!

Sara, een speelkameraadje voor Job. Haar komst heeft ons getroost, littekens verzacht, en ons een hoopvolle toekomst gegeven, met Jonathan in ons hart!




Schrijf je in ons gastenboek?
Schrijf je in ons gastenboek?
   

Lees je ons gastenboek?
Lees je ons gastenboek?


TweelingEngeltjes
Terug naar TweelingEngeltjes.