Wij zijn er trots op dat u onze tweelingengeltjes bezoekt.

Liz & Amy*
Hoeboer

Beiden geboren op 3 december 2002.
Amy is op 8 december 2002 overleden.

E-mail: Stephan Hoeboer & Hanneke Braber


Het is januari 2002. Na lang twijfelen besluiten we dat een derde kindje erg welkom is. Vooral Stephan had twijfels ; we hebben het zo goed met onze twee gezonde dochters Nikki van zes en Tess van drie, zal dat nog wel een keer zo goed gaan? Ik heb dat eigenlijk weggewuifd, natuurlijk wel , waarom niet, er zijn toch genoeg mensen met drie gezonde kinderen, en wel meer ook!

Al een maand later is het zover; ik ben zwanger! Als deze zwangerschap na drie maanden eindigt in een miskraam ben ik erg verdrietig. Maar na vier weken beginnen de zwangerschapskwaaltjes weer toe te nemen in plaats van af te nemen....Zo snel alweer? En jawel, ik ben alweer zwanger! De gyneacoloog had gezegd dat we bij een volgende zwangerschap gelijk voor een echo mochten komen. En jahoor, er klopt een hartje, wat een opluchting! Er is nog iets te zien op de echo, maar we krijgen de boodschap mee dat dat wel zal verdwijnen; kom over tien dagen nog maar een keer terug, dan kunnen we kijken of dat weg is en of het nog goed gaat.

Op die tweede echo zie ik onmiddellijk dat het erg vol is daarbinnen. De gynaecoloog blijft even stil en zegt dan; het zijn er twee! Ik ben helemaal van de wereld en Stephan zit een beetje te grijnzen, totaal onverwachts en totaal overdonderd zijn we! Een tweeling! We krijgen een tweeling! Ongelooflijk, vier kinderen!! Maar al heel snel vinden we het geweldig, het zijn hooguit de praktische zaken waar we een oplossing voor moeten bedenken (auto?!), maar dat lukt wel. Ook in onze omgeving reageert iedereen heel enthousiast. En zo is deze zwangerschap ineens heel speciaal geworden! Al na drie dagen ben ik zo aan het idee gewend dat ik me al niet meer voor kan stellen dat ik gewoon 'slechts' een kindje zou krijgen. De kinderen vinden het ook geweldig, allebei een baby om te knuffelen!

Bij de volgende echo zijn onze hummeltjes al vier centimeter en alles ziet er prima uit. De gynaecoloog vertelt dat het om een eeneiige tweeling gaat en dat dat wel meer risico's met zich meebrengt. Wat precies behalve dan vroeggeboorte blijft vaag en hoef ik ook eigenlijk nog niet te weten. Ik heb er alle vertrouwen in hoor... Na onze zomervakantie, waarin mijn buik inmiddels enorme proporties heeft aangenomen, moet ik weer voor een echo. Ik vind het heel spannend want ik heb besloten dat ik in dit geval toch graag wil weten wat het zijn. Bij mijn dochters wist ik dat niet, maar nu vind ik de verrassing al groot genoeg, ik wil het graag weten. Een half uur later is dit totaal niet interessant meer...Bij de echo wordt een groeiachterstand bij een van de baby's gezien en dit kindje heeft ook minder vruchtwater. Dit duidt op het twin-to-twin syndroom. Het komt er dan op neer dat het ene kindje bloed geeft aan het andere, via de placenta. Als er niet ingegrepen wordt kan dit de dood voor beide baby's tot gevolg hebben. Ze weten het niet zeker , maar willen ons doorsturen naar Utrecht waar ze meer gespecialiseerd zijn in dit syndroom. Mocht het inderdaad zo zijn, dan bestaat er een mogelijkheid voor een laseroperatie in Leiden om de verbinding te sluiten.

Al deze informatie in een kwartiertje tijd....Ik ben helemaal van de wereld.....Het duurt nog een week voordat we in Utrecht verwacht worden, een week onzekerheid. Een week tussen hoop en vrees... In Utrecht wordt het vermoeden bevestigt en nog geen 24 uur later lig ik in Leiden op de operatietafel. De operatie verloopt zeer succesvol en de kleinste baby herstelt snel en goed! Ik moet zelf totale rust houden om te voorkomen dat de vliezen breken. Maar wat een angst, stel je toch voor, ik was al 20 weken, dat het verkeerd was afgelopen! Natuurlijk blijft de angst wel een poosje, iedere week moeten we terug naar Leiden voor een uitgebreide echo. Maar het blijft goed gaan, dus iedere week wordt die angst een beetje minder. Met 30 weken zijn we voor het laatst in Leiden. De kans dat het nu nog misgaat is zo klein, dat we gewoon weer in Apeldoorn op controle mogen. Vroeggeboorte, dat is nog een zorg, maar dat syndroom is overwonnen, dat is duidelijk. Met 32 weken mag de vlag uit! Als de tweeling nu al zou komen, zijn hun overlevingskansen heel groot! Onze angsten zijn verdwenen, het gaat er nu om dat ik het allemaal een beetje volhoud met die enorme buik en de kwaaltjes.

3 december 2002, half 10 's morgens... Even naar het ziekenhuis voor de wekelijkse controle. Het belangrijkste doel vandaag is het bespreken van de geboortedatum; wordt het voor of na oud en nieuw. Ik neem Tess mee en zeg tegen de hulp dat ik er over een uurtje weer ben. In het ziekenhuis hoeven we dit keer gelukkig niet al te lang te wachten. De dokter stelt voor om toch voor begin januari te gaan, en dan gaan we even kijken naar de meiden. Vrij snel zie ik haar gezichtsuitdrukking veranderen van opgewekt naar zorgelijk. Ze schuift het echoapparaat heen en weer over mijn buik en ik voel dat ze naar woorden zoekt. Wat????? Ik zie vocht in de buikholte en rondom het hartje van een van de kindjes, zegt ze tenslotte. Ongeloof en verbijstering maken zich van me meester; nee, nee, dit kan gewoon niet waar zijn, we hebben echt genoeg meegemaakt, dit kan niet! Ze gaat overleggen met Utrecht terwijl ik daar lig en er nog een andere arts is bijgeroepen om ook te kijken. Tessje loopt heen en weer tussen mij en de speelgoedtafel. Er wordt besloten dat ik naar Utrecht moet om geen overhaaste beslissingen te nemen. Eerst zal er een hartfilmpje gemaakt worden. Ik word naar een kamer gebracht waar een verbouwing gaande is en ze de werklui eerst weg moeten sturen. De dokter heeft dan Stephan al gebeld en ik bel mijn vader om Tess op te halen. Daarna bel ik in paniek naar Alice, mijn vriendin. Die laat op haar werk alles uit haar handen vallen en komt er ook aan. Na een half uurtje zijn Stephan, mijn vader en Alice gearriveerd. Mijn vader neemt Tess mee naar huis.

Uit het hartfilmpje blijkt dat de hartslag van de ene baby te hoog en te vlak is. Er wordt besloten dat we niet meer naar Utrecht gaan; de baby's moeten er zo snel mogelijk uit. Ik ben ontzettend bang en begin over mijn hele lijf te trillen, warme dekens helpen hier niet tegen. De dokter probeert me enigszins gerust te stellen; 34 weken is weliswaar te vroeg, maar op zich goed te doen. Een half uur later lig ik al op de operatietafel. Ik kies voor een ruggenprik omdat ik de geboorte niet wil missen. Dan maakt de anestesist een inschattingsfout; hij geeft me te veel medicatie waardoor ik niet tot en met mijn buik, maar tot aan mijn onderlip verdoofd word. Dit is zo'n afschuwelijke ervaring, ik denk dat ik dood ga, omdat ik niet meer voel dat ik kan ademen en slikken. Ik raak totaal in paniek en ben alleen nog daar mee bezig. Ondertussen worden de meisjes geboren. Liz komt als eerste en huilt meteen. Dit heb ik wel gehoord, ik krijg haar niet te zien. Amy huilt niet en wordt meteen meegenomen, ik weet dan ook niet eens dat dat gebeurt. Amy komt niet op gang, ze gaat niet zelf ademhalen en wordt uiteindelijk geintubeerd. Stephan is hier allemaal bij en heeft ook nog een vrouw die in paniek ligt te roepen dat ze dood gaat... Als ik dan ook nog begin te voelen dat ze me aan het dichtnaaien zijn, krijg ik alsnog een slaapmiddel.

Ik word wakker op de uitslaapkamer, hoewel wakker een groot woord is, want ik kan me dat gedeelte maar vaag herinneren. Volgens mij vertellen ze me dat ze nog bezig zijn met de meisjes, niet veel meer. Dan word ik wel met mijn bed naar de couveuseafdeling gereden. Liz ligt in de couveuse en is redelijk stabiel. Ik word ook even bij Amy naar binnen gereden; zij ligt in een kamer op een tafel met artsen er om heen. Het ziet er niet best uit. Hoe slecht het werkelijk is dringt op dat moment niet echt tot me door. Dit komt voor een gedeelte door de morfine en een gedeelte door de roes waar ik denk ik in zit. Dan word ik naar de kraamafdeling gebracht. Van die dag weet ik verder nog dat ik om een uur of vijf nog een keer naar de couveuseafdeling ben gebracht om Amy gedag te zeggen, zij wordt dan per babylance overgebracht naar Nijmegen. Verder weet ik nog dat mijn ouders met Nikki en Tess op bezoek zijn geweest. Ze zijn bij Liz wezen kijken en verder drong het volgens mij toen nog tot niemand van ons door hoe slecht Amy er werkelijk voorstond. Niet zo heel vreemd, want de dokter is nog even bij mij geweest en zij zei dat ze de kinderarts had gesproken en om zijn eerlijke mening gevraagd had; nou, ze zijn wel ziek, en vooral Amy, maar dat komt wel goed, die halen het wel.... Uiteindelijk gaat iedereen naar huis en blijf ik alleen achter. Ik heb mijn nieuwe dochters dan voor mijn gevoel nog helemaal niet gezien, alleen platliggend vanuit een bed in een couveuse proberen te kijken,en dan ook nog eens onder invloed van morfine. Om een uur 's nachts ben ik ineens klaarwakker, de morfine is uitgewerkt en ik kan niet meer slapen. De verpleging rijdt me met bed en al naar de couveuseafdeling en dan kan ik even Liz bewonderen. Maar de hele situatie is zo ontzettend onwerkelijk, ik kan het allemaal niet bevatten en het glazen kastje staat tussen mij en mijn moederliefde; ik voel nog niet zo heel veel... De rest van de nacht ben ik ieder uur wakker.

Woensdag 4 december 2002
Ik weet dat ik overgebracht word naar een andere kamer. Marleen, mijn vriendin en Stephan zullen om half 11 komen, en dan samen op bezoek gaan in Nijmegen. Voor ze er zijn komt de dokter weer langs, zij heeft contact gehad met de kinderartsen en probeert me voorzichtig de ernst van de situatie duidelijk te maken. Ik raak overstuur, ze willen dat ik naar Nijmegen ga om Amy te zien. Mijn eerste reaktie is dat ik helemaal niet wil; ik heb Amy nog niet gezien en me dus ook nog niet aan haar gehecht. Als ze nu dood gaat, verlies ik minder dan wanneer ik een band met haar aan ga. Natuurlijk weet ik wel dat het zo niet werkt, maar dat wil ik niet binnen laten. We worden naar de couveuseafdeling gebracht om een gesprek met de kinderarts te hebben. Zij overtuigt ons van het belang naar Nijmegen te gaan. Er wordt een ambulance geregeld en Marleen zal achter ons aanrijden. Al mijn spullen blijven in Apeldoorn achter, want ik ga slechts op bezoek bij Amy. En zo word ik nog geen 24 uur na mijn operatie per ambulance naar Nijmegen vervoerd. Het is allemaal zo bizar en niet bij te houden wat er allemaal gebeurd dat ik me helemaal lamgeslagen voel. In Nijmegen aangekomen word ik in de gang op een bed overgetild. We zitten/liggen daar een poos te wachten voor er een arts komt. Als ik moet plassen, gebeurt dat op een steek in diezelfde gang... Dan komt er een arts. Ze vertelt dat de situatie van Amy zeer zorgelijk is, ze zijn dan al uren achter elkaar met haar bezig. Ze raadt ons dringend aan om in Nijmegen te blijven, omdat de kans er in zit dat Amy binnen een aantal uur zal komen te overlijden en het vreselijk zou zijn als wij dan in Apeldoorn zouden zitten. Deze klap komt hard aan, het was ons tot dat moment nog steeds niet duidelijk dat het zo slecht ging. Maar waar ik het meest van gestresst raak is het feit dat ik in Nijmegen moet blijven. Het ziekenhuis in Apeldoorn is klein, veilig, vertrouwd, en de zusters en dokters zijn lief en zeer met ons begaan. Nijmegen lijkt een kille fabriek. Bovendien ligt Liz nog in Apeldoorn, en hoe moet dat dan met Nikki en Tess? Op dat moment heb ik Amy nog altijd niet gezien. Het zal nog meer dan een uur duren voor we bij haar mogen. Ik ben ontzettend blij dat Marleen er bij is. Zij stelt de goede vragen en trekt aan de bel als het wachten te lang duurt. Van ons valt op dat gebied niets te verwachten, wij zijn van de wereld. Eindelijk mogen we dan even naar Amy. Maar wat ik zie is een heel klein meisje, bedolven onder slangen, snoeren, infusen en beademingsapparatuur. Het is heel moeilijk om mijn baby er in te herkennen. We mogen haar ook niet aanraken. Dan worden we naar de kraamafdeling gebracht. Een tweepersoonskamer die we delen met andere verdrietige ouders en een onbehouwen zuster maken het er allemaal niet beter op. Het is allemaal veel te veel om te bevatten. Maar nog is het niet genoeg...Aan het begin van de avond krijgen we te horen dat Liz het ook niet redt in Apeldoorn, ze is uitgeput en moet beademd worden. De intensive care in Nijmegen is vol, dus ze zal naar Groningen of rotterdam of zo verplaatst worden. Ik denk dat ik gek word, dit kan ik niet meer aan, ik ga het bijltje er bij neer gooien. Dit besef dringt ook op de IC door, en uiteindelijk wordt Liz boventallig in Nijmegen geplaatst. Tegen middernacht liggen zowel Amy als Liz in Nijmegen op de Intensive Care te vechten voor hun leven, delen Stephan en ik een ziekenhuiskamer en zijn Nikki en Tess bij Alice aan het logeren. "s Nachts kan ik niet slapen, ondanks medicatie. Een zuster rijdt me in een rolstoel naar de IC, en zo zit ik een half uurtje tussen mijn tweelingdochters in. Ik heb oprecht het gevoel in een nachtmerrie te zitten en nog steeds een beetje hoop dat ik zo wel wakker word. Maar wat duurt het lang!

Donderdag 5 december 2002, Sinterklaas
Mijn spullen zijn samen met Liz naar Nijmegen gebracht, dus ik kan gaan settelen in Nijmegen, met veel tegenzin. Regelmatig gaan we naar beneden naar de IC. Daar krijgen we veel informatie over de meisjes, maar het is zo complex! Dit medicijn is iets afgebouwd, dat moet iets verhoogd, hartslag te hoog bij de een, stabiel bij de ander, bloedgasjes, infuusjes, te lage bloeddruk of juist te hoge, longproblemen, en ga zo maar door. Het duizelt me en het enige dat ik eigenlijk wil weten is dat ze het gaan redden. Op dat moment denk ik nog van wel, want het lijkt onmogelijk dat we Amy gaan verliezen. Ik bedoel, dit is al een slechte film die alleen anderen overkomt, maar een happy-end is dan wel het minste wat je mag verwachten. Een baby die dood gaat, het is gewoon geen optie. Aan het eind van de middag komen mijn ouders met Nikki en Tess. Het doet me zeer als ik zie dat de meisjes het moeilijk hebben, nog een zorg erbij... Als we met de meisjes en opa en oma naar de baby's hebben gekeken, gaan we terug naar mijn kamer. Het is 5 december, en al staat onze wereld stil, die van Nikki en Tess niet en Sinterklaas is jarig, zieke zusjes of niet! Dus gaan we zitten zingen, wordt er geklopt en pakken we kadootjes uit. Op dat moment wist ik al ; dit kan ik me later niet meer voorstellen dat ik dit heb gedaan, maar op zo'n moment doe je het dus gewoon. Als ik Nikki en Tess heb uitgezwaaid komt de onvermijdelijke huilbui onmiddellijk. Die nacht slaap ik met medicatie, onrustig en heftig dromend.

Vrijdag 6 december
Overdag is Stephan er weer, we brengen de tijd door met naar de meisjes gaan, telefoontjes, dokters, en proberen wat te rusten. Om vier uur smiddags sta ik voor Amy's couveuse. Het dringt ineens keihard tot me door als ik naar haar kijk; dit gaat niet goed komen... Ik kan het niet meer opbrengen om haar aan te moedigen om te vechten. Ik kan alleen maar zeggen ; ga maar meisje, ga maar, dit is geen gevecht dat je kunt winnen. Terug op mijn kamer krijg ik een hysterische huilbui die bijna drie uur duurt. Ik ga gewoon mijn kind verliezen, ik voel het. Het mag niet, het kan niet, maar het gaat echt gebeuren. De begrafenis, volgend jaar, over tien jaar, alles gaat al door mijn hoofd....Ik ga niet wakker worden uit deze nachtmerrie, ik blijf er in, dit is mijn leven. Ik hoop maar dat ik haar in elk geval dan even vast mag houden, dat ik tenminste mijn eigen dochtertje even zal mogen vasthouden. Ik heb zo'n ontzettende pijn, ik wist niet dat dit bestond.

Zaterdag 7 december
's Morgens om half tien spreekt de arts me aan als ik tussen de twee couveuses zit. Het gaat slecht met Amy, en hij wil een hersenfoto maken en stoppen met medicatie om te zien wat ze zelf dan nog doet. Ik heb genoeg gehoord, ik wist het immers al, en boven in mijn kamer huil ik vanuit mijn tenen, bonk ik met mijn hoofd tegen de muur en moet me beheersen om niet met meubels te gaan gooien. Dan kalmeer ik enigszins en bel Stephan dat hij moet komen. Vervolgens bel ik Marleen en mijn ouders. Kom maar afscheid nemen, het is over... Anderhalf uur later is iedereen die ik bij me wil gearriveerd; Stephan, mijn ouders, Alice en Victor en Marleen. Stephan en ik hebben een gesprek met de artsen. Dan blijkt dat ik het verkeerd begrepen heb; ze gaan alleen stoppen met de medicatie die haar in slaap houdt, niet met alle medicatie. Er is ook een hersenfoto gemaakt en daar zijn twee bloedingen te zien, maar ze zijn 1e graads, en dat is de lichtste vorm, en hoeft geen ernstige gevolgen te hebben. De artsen zijn wel heel bezorgd, maar hebben nog genoeg hoop om de behandeling de komende 24 uur door te zetten. Verdwaasd gaan we terug naar boven om de anderen dit te vertellen. Maar ik ben niet blij, ik voel geen hoop. Van binnen weet ik dat dit slechts 24 uur langer martelen voor iedereen betekent, voor Amy en voor ons. Ik geloof er niet in. Nadat iedereen dit op zich in heeft laten werken is er werk aan de winkel. Er is een plek voor ons in het Ronald-mc.Donald huis zodat we weg kunnen uit die ziekenhuisomgeving maar wel op loopafstand zijn als het nodig is. Stephan, Marleen en Victor gaan vast polshoogte nemen en komen enthousiast terug; vergeleken met het ziekenhuis is het een warm bad! Als ik zelf een uurtje later arriveer ervaar ik dat helemaal niet zo. Het is inderdaad een stuk prettiger dan in het ziekenhuis, maar het doet me niks, als ze me in een oude schuur hadden gelegd had het me ook niet uitgemaakt. Mijn kind gaat dood en niets lijkt er toe te doen. Bovendien is het zo onwerkelijk om er te zijn, ik bedoel het Ronald-mc.Donaldhuis, dat ken je van de t.v. , van wervingakties en zo, daar zit ik toch niet zelf in??! Langzaamaan vertrekt iedereen maar weer naar huis en gaan wij 's avonds nog een keer naar het ziekenhuis. Het is ver onder nul en het zijn lange tien minuutjes door het donker, in de kou, in de rolstoel... In het ziekenhuis is er geen nieuws. Om tien uur liggen we in bed.

8 december
Al vrij vroeg komt Alice met Nikki en Tess, die vinden het wel wat, dat huis, het lijkt bijna wel vakantie! Wij vertrekken naar het ziekenhuis en krijgen te horen waar we zo bang voor zijn maar ook op zitten te wachten; de artsen zien er geen heil meer in. Een nieuwe hersenfoto heeft meer schade in de hersenen aan het licht gebracht, waaronder een herseninfarct. Als Amy zou overleven zou ze zwaar gehandicapt zijn en geen menswaardig bestaan kunnen leiden. Er zijn te veel complicaties, bijna alle organen zijn ziek. We geven toestemming om de behandeling te stoppen. Ik vraag nog wel of we bang moeten zijn om Liz ook te verliezen. Ik heb het gevoel van; kom maar op, zeg dat dan ook maar meteen, dan weet ik meteen waar ik aan toe ben, dieper kan ik toch niet meer zakken. Maar hoewel ook Liz ernstig ziek is verwacht hij niet dat zij het niet zal redden, hoewel hij natuurlijk geen garanties kan geven...Ik neem het bijna voor kennisgeving aan, voel geen hoop en al helemaal geen vreugde, voel ik eigenlijk uberhaupt nog wel iets? Weer worden mijn ouders en Marleen opgetrommeld. Stephan's broer en schoonzus blijken uit eigen beweging ook al onderweg te zijn. We gaan terug naar het Ronaldmc. Donald om iedereen op te wachten en het zelf aan Nikki en Tess te vertellen.Liz & Amy* nemen afscheid van elkaar Na een poosje duurt het wachten daar me te lang en besluiten wij vast terug naar het ziekenhuis te gaan. Na overleg met de arts gaan wij bij de couveuse zitten en komt iedereen omstebeurt afscheid nemen, Nikki en Tess eerst. Het blijft zo'n onwezenlijke situatie! Als ze allemaal geweest zijn, gaan wij nog even bij hun zitten en dan vertrekken ze allemaal weer naar ons logeeradres. Amy wordt dan losgekoppeld van alle draden en machines en op ons verzoek bij Liz in de couveuse gelegd. Even mogen ze elkaars hand vasthouden. Als de arts daar een foto van maakt besef ik op dat moment nog niet hoeveel dit waard zal zijn!

Ik besta alleen nog maar uit pijn, dit is te erg. Dan gaan we met Amy in een kamer zitten. Ik ga op een bank liggen en doen mijn trui uit. En dan, eindelijk, krijg ik mijn kindje op mijn blote lijf. Hier heb ik zo naar verlangd, maar wat is het wreed dat ze bij me komt om te sterven! Toch zijn we redelijk rustig. Ik bekijk haar, alles, haar voetjes, teentjes, beentjes, handjes, gezichtje, alles wat ik nog niet eerder heb kunnen bewonderen. Zachtjes praat ik tegen haar, zou ze me horen? Dan geef ik haar aan Stephan, ze leeft immers nog, dat moet hij ook nog voelen. Amy en mama Als haar hartslag minder wordt geeft Stephan haar weer aan mij terug, bij mij is ze begonnen, bij mij zal ze eindigen. Om kwart voor zeven constateert de arts, die regelmatig even kwam luisteren, dat Amy is overleden. Even laat ik me gaan, maar niet te lang. We gaan haar wassen en aankleden. Oh, wat is het leven wreed, dat ze nu haar kleertjes aanmag die zolang op haar hebben liggen wachten. We wassen haar zorgvuldig en kammen zelfs haar haartjes. Ook maken we afdrukjes van haar handje en voetje. Ik realiseer me dat dit allemaal heel goed is, en heel belangrijk. Dan leggen we haar in een mandje met de knuffels erbij. En dan, ja dan is het afgelopen. We gaan nog even bij Liz kijken en Marleen is er inmiddels om ons terug te rijden. Op dat moment voel ik me heel kalm, wezenloos eigenlijk. Terug in het ronaldmcDonald gaan we in een kamer zitten met onze dierbaren. Pas als het nummer 'Stil in mij' wordt opgezet komt er een ontlading in de vorm van een heftige huilbui. Daarna ga ik uitgeput naar bed, tussen mijn twee grote dochters in....

Lees hier verder.


Schrijf je in ons gastenboek?
Schrijf je in ons gastenboek?
   

Lees je ons gastenboek?
Lees je ons gastenboek?


TweelingEngeltjes
Terug naar TweelingEngeltjes.