Vervolg
9 december 2002
Ik heb weinig geslapen vannacht. In de badkamer heb ik om twee uur 's nachts op een stukje papier al de tekst voor het kaartje zitten schrijven, en ook daarna heb ik eigenlijk liggen wachten tot de volgende dag zou beginnen.
Om negen uur zitten we aan de ontbijttafel, met Alice en Marleen, die zijn gebleven. Zij hebben het hartstikke druk met regelen en bellen, ik heb eigenlijk geen idee wat ze allemaal moeten doen, hoe had dat ooit zonder hun gemoeten?
Dan vertrekken Steef en ik naar het ziekenhuis, eerst op bezoek bij Liz. Die maakt het naar omstandigheden goed. Vervolgens rijdt Marleen ons naar het mortuarium van het ziekenhuis, Alice rijdt met Nikki en Tess achter ons aan. We gaan daar naar binnen en daar ligt Amy, in een lege ruimte, opgebaard. Zo snel mogelijk pak ik haar op en in mijn armen neem ik haar mee naar de auto. Ze is koud en stijf, maar ze ziet er rustig en mooi uit. En zo rijden we terug naar Apeldoorn. Het bizarre van de situatie besef ik wel, auto's die langsrijden, ze moesten eens weten wat wij vervoeren, en stel je voor dat we aangehouden worden?! Tegelijkertijd voelt het goed dat ik nu zelf voor haar kan zorgen en bij me mag houden.
En dan kom ik, na een week weg te zijn geweest, weer thuis. Ik loop het tuinpad op met een dood kindje in mijn armen, in plaats van twee levende baby's... Maar veel tijd om bij alles stil te staan is er niet. Er moet gegeten worden, gekolft, eigenlijk gerust, en om drie uur komt de begrafenisondernemer. Een van de belangrijkste dingen die hij snel moet weten is waar we Amy begraven willen hebben. Hier heb ik wel een idee over, maar we moeten toch eerst de mogelijkheden gaan bekijken. Nou, daar hebben we dan nog anderhalf uur de tijd voor , dan is het donker. En zo worden de kinderen weer met veel tegenzin in hun jasjes gehezen en snellen we ons naar de auto. Amy blijft alleen thuis, en dat voelt helemaal niet goed, maar wat voor keus hebben we? Een half uurtje later lopen we door de vrieskou over de natuurbegraafplaats in Assel. Ik weet genoeg, hier moet haar plekje komen. Stephan wil echter ook nog een gewoon kerkhof zien, om te weten waar hij wel en waar hij niet voor kiest. Op het 'gewone' kerkhof is namenlijk een speciaal stuk voor kinderen, en het is in de vorm van een ster. Maar als we de lange asfaltweg die naar het midden van het kerkhof leidt hebben afgelegd verdwalen we bijna onmiddellijk. Nog tien minuten zwerven we over het kerkhof, maar het is zo groot, we kunnen het niet vinden. Nikki ziet de nummers bij de rijen met graven; "welk nummer krijgt mijn zusje dan, mama?"
Hier wil ik mijn kind absoluut niet naar toe brengen. Gelukkig denkt Stephan er ook zo over.
Afgedraaid rijden we naar huis. Op de een of andere manier eten we nog wat en komen de kinderen in hun bedjes terecht. Marleen is niet meer een vriendin; ze is mijn denken, mijn doen en mijn handelen. Ik krijg letterlijk buikpijn als ik er aan denk dat ze de volgende dag naar huis moet, ik kan niet zelfstandig functioneren!
's Avonds is Jeroen, de begrafenisondernemer, er weer.
En daar zit ik dan, op mijn eigen bank, de gang van zaken rondom de begrafenis van mijn eigen dochter te regelen. Op die momenten, als de pijn even verdrongen is, voel ik me zo ontzettend onwezenlijk. Het is alsof ik buiten mezelf getreden ben en zit te kijken naar iemand anders die daar over Amy zit te praten.
Op de momenten dat ik even in de babykamer bij Amy ben, voel ik aan de ene kant de onverdraaglijke pijn in mijn hele lijf, het te grote verdriet, en aan de andere kant ben ik bijna blij dat ik nu eindelijk rustig naar haar kan kijken. Dat ik haar aan mag raken, dat ze niet meer ontsierd wordt door slangen, naalden en beademingsapparatuur.
En wat is ze mooi!
Het is al ver na middernacht als we naar bed gaan, met rustgevende medicatie om een aantal uur achter elkaar te kunnen slapen.
10 december
's Middags zijn we in elk geval zoet, dan gaan we naar Nijmegen, we hebben immers nog een baby daar op de I.C. liggen. Hoewel het erg vermoeiend en zwaar is, geeft de rit er naar toe even gelegenheid om met elkaar te praten, of te huilen.
In Nijmegen willen de artsen met ons praten over Liz. Ze vinden haar suf en slaperig, te suf en slaperig eigenlijk. Er kunnen verschillende redenen voor zijn; nawerking van de dormicon (een slaapmiddel dat ze in een eerder stadium gekregen heeft), de invloed van medicatie die ik slik via de borstvoeding, of een hersenbeschadiging. Ik ben inmiddels zo ingesteld op slecht nieuws dat ik er al bijna direct van uit ga dat het het laatste wel zal zijn...De arts vertelt dat ze haar een antigif toedienen om de eerste twee mogelijkheden te bekijken en eventueel te kunnen uitsluiten. Nog geen paar minuten later wordt ze onderbroken doordat er een andere arts binnenkomt. Ze hebben het antigif gegeven en Liz deed meteen haar ogen open! De opwinding en opluchting die duidelijk zichtbaar zijn bij de artsen dringt ook bij mij door en sinds lang voel ik iets van echte blijdschap.
Als ze nog eens precies vragen wat ik allemaal slik, zie ik dat ze daar nogal van schrikken. Ik ben een beetje verontwaardigd want al die medicatie heb ik in dat ziekenhuis op voorschrift van een arts gekregen die van de situatie wist, nogal slordig lijkt me?! Ik heb geen energie om er verder een punt van te maken. Liz kan wakker worden, de borstvoeding zal voorlopig weggegooid worden, totdat ik niets meer hoef te slikken.
Redelijk opgetogen beginnen we aan de terugweg. Maar hoe dichter bij huis hoe neerslachtiger de stemming weer wordt, we gaan weer terug naar die andere realiteit... Marleen is naar huis, en we moeten het even samen redden. Met mijn ouders vouwen we de kaartjes zodat die nog voor zessen op de bus kunnen. Een race tegen de klok, want ze worden pas om vijf uur afgeleverd. Door een koerier op een motor wel te verstaan...
's Avonds is Jeroen er weer, een begrafenis is een hoop geregel....
11 december
Langzaam ben ik er naar toe gegroeid dat het toch een goed idee is dat Nikki en Tess bij de hele begrafenis aanwezig zijn. Aanvankelijk wilde ik hun ertegen beschermen, maar ze horen erbij, ook bij het afscheid. Maar wie moet hun begeleiden die dag? Iedereen die dat normaal gesproken zou kunnen zijn, moet die dag de ruimte hebben om met zichzelf en Amy bezig te zijn. Dan kom ik op de juf van Nikki uit; voor de kinderen vertrouwd, maar niet zo dichtbij ons dat dat een probleem zou zijn. En jawel; zij zal er voor Nikki en Tess zijn! En ja, het geeft echt troost, dat mensen zo met ons begaan zijn. Net als al die kaarten en bloemen die voortdurend blijven binnenkomen. Je verdriet wordt er niet minder door, maar het helpt toch..
Ondertussen is Alice er weer om op Nikki en Tess te passen. Die blijft ook maar gaan, ik ben zo ontzettend blij dat ze mijn vriendin is. En dan maar weer die rit naar Nijmegen. Soms dringt het ineens ook in volle sterkte door dat het mijn babytje is dat daar ligt, in een andere stad, die slechts een uurtje per dag haar ouders ziet. Ook niet iets om vrolijk van te worden. Maar vandaag mogen we haar voor het eerst even vasthouden! Ik schrik van haar. Ik schrik omdat ik haar nu voor het eerst goed kan bekijken en dan pas zie dat ze absoluut niet op Amy lijkt. We zijn helemaal aan het gezichtje van Amy gewend geraakt, dat is wat ik thuis heb, dat is het gezichtje dat ik elke dag zie en aai. Maar nu pas kan ik goed zien hoe ontzettend veel vocht Amy vasthoudt, hoe uit vorm ze is. Het gezichtje van Liz is echt niet meer dan de helft, en ze lijken hierdoor ook helemaal niet op elkaar..... Ik ben blij dat het met Liz goed gaat, maar ik kan me nog niet helemaal aan haar geven. Ik heb het gevoel dat ik het eerst met Amy af moet sluiten voor ik helemaal voor haar kan gaan.
We krijgen te horen dat Liz op korte termijn naar Apeldoorn terug zal mogen, misschien wel vrijdag....
Oja, Nikki is ook nog ziek, die heeft afgelopen nacht de hele boel onder gekotst en ik ben als de dood dat wij dat nou net op vrijdag zullen krijgen. De huisarts verzekert me dat hij dan wel medicatie heeft om de dag door te komen.
's Avonds schrijf ik achter de computer in tien minuten een tekst die ik tijdens de plechtigheid wil zeggen, hoe ik dat moet gaan doen weet ik ook niet, maar een ander kan het niet doen voor me, dus ik moet het doen.
12 december
Morgen gaat het gebeuren, morgen moet ik mijn kindje afstaan. Dan zal ik haar nooit meer kunnen zien, nooit meer kunnen aanraken, nooit meer kusjes geven, nooit meer. Het is onverdraaglijk maar ook onvermijdelijk.
We vertrekken weer naar Nijmegen, wat voor het laatst zal blijken te zijn. Liz zal vrijdagochtend naar Apeldoorn worden gebracht! Hoewel ik de symboliek er van erg mooi vind, voel ik ook wel weer pijn. Ik kan haar niet begeleiden tijdens de rit en ook zal ik er niet zijn als ze in Apeldoorn aankomt. Het meisje is dan elf dagen op deze wereld en slechts twee keer even in mijn armen geweest. Verder is ze al die tijd alleen geweest, slechts in het gezelschap van artsen, verpleegkundigen, en allerlei apparatuur aan haar lijfje. Ook niet echt de start die je voor je kindje in gedachten hebt. Maar er is nu een grotere pijn die dit gegeven naar de achtergrond verdringt.
Als we terugkomen in Apeldoorn is Marleen weer gearriveerd, wat een rustig gevoel geeft. 's Avonds komt ook Alice nog. Ze hebben kleding voor mij meegenomen, en gelaten verkleed ik me meerdere malen totdat zij tevreden zijn. Ik vind het best, ik heb er zelf geen mening over, het kan me niet veel schelen. Ook hebben ze meerdere boekjes en boeken gekocht, waarvan we de mooiste kunnen kiezen om de mensen een boodschap of groet voor Amy in te laten zetten. Het is al laat als Alice naar huis gaat. Ik ben ontzettend moe, maar als ik ga slapen betekent dat dat als ik weer wakker word het zover is. Aan de ene kant wil ik haar absoluut nog niet laten gaan, aan de andere kant voel ik wel dat de tijd gekomen is. Het kan niet een 'gewone' zaak worden dat er een dood kindje in de babykamer ligt, ook niet voor Nikki en Tess. Stephan is nog niet zover. Als ik boven kom heeft hij Amy in het grote bed gelegd. We gaan allebei naast haar liggen, huilen en kijken nog een keer heel goed naar haar. Dan brengt Stephan haar naar haar bedje terug en heeft hij een rustig gevoel over zich gekregen, hij is er klaar voor. Ik ook wel, hoewel ik me afvraag hoe je voor zoiets ooit klaar kunt zijn. Dat ik niet in een nachtmerrie zit of in een slechte film is inmiddels wel tot me doorgedrongen, maar het echt voelen is nog maar af en toe mogelijk, de pijn is te groot. Nu pas krijgt de uitdrukking "een gebroken hart" echt betekenis voor me, het doet namenlijk echt fysiek heel veel pijn in mijn lijf, rondom mijn hart.... En er zal altijd een lidteken blijven, ik zal nooit meer de zelfde persoon worden, ik voel me in die paar weken twintig jaar ouder geworden. Mijn lijf ook, want ik heb ineens grijze haren gekregen.
13 december
Het is zover. Nog een paar uurtjes en dan zal Amy nog slechts op foto's en in mijn herinneringen te zien zijn. Nooit meer zal ik naar haar gezichtje kunnen kijken, haar strelen.
Nooit zal ik weten hoe ze er als peuter, kleuter of puber uit zal zien, hoe haar karaktertje zich ontwikkeld zou hebben. Zouden ze veel ruzie maken samen, die twee, of een onafscheidelijk front hebben gevormd?
Veel tijd om me in dit soort gedachtes te verliezen heb ik nu niet. Het is druk in huis, Marleen is er natuurlijk, de kraamverzorgster, en om half elf komen alice en Victor ons al halen. We moeten allemaal eten en in de kleren. Ik slik zoveel kalmeringsmiddelen dat ik niet van de wereld raak, maar wel redelijk vlak en rustig blijf.
En dan komen Alice en Victor. We leggen Amy in haar mandje en schikken zorgvuldig alle reliquien die mee moeten om haar heen. Wat is ze toch mooi... en zo vertrekken we richting het uitvaartcentrum.
Ik ben 'blij' dat het zo ver is. Dit stuk moet afgerond gaan worden, het is tijd, het rouwen moet kunnen beginnen.
Als we Amy op haar plekje hebben neergezet en haar omringd hebben met alle bloemen en kaarsjes druppelen al snel de eerste mensen binnen. De meesten ontvang ik bij de deur, als ware het een feestje of zo, maar dan in een andere stemming. Ik ben blij om al die vrienden, die zo hebben meegeleefd, eindelijk te zien. Als ik de emotie bij iedereen zie, vooral als ze bij Amy zijn geweest, realiseer ik me hoezeer wij al aan haar aanwezigheid gewend zijn geraakt. Het komt meer dan eens voor dat Stephan en ik mensen staan te troosten in plaats van andersom. Maar dat voelt goed. Ik wil graag dat ze haar zien, ik ben zo trots op haar.
Vlak voor de toespraken zullen beginnen fluistert Marleen me in mijn oor dat Liz veilig in Apeldoorn gearriveerd is. Ik ben blij, want nu kan ik dat in mijn toespraak vertellen. Verder heb ik nog altijd nog niet zo heel veel ruimte voor Liz en zeker nu niet, nu is alles voor Amy.
En dan begint het. Al die mensen die wat zeggen, het is allemaal mooi, het komt allemaal binnen, ik voel me rijk met zulke mensen omringd te zijn. En dan te bedenken dat ik aan het begin van de week bang was dat er niemand iets zou zeggen, dat leek me zo triest. Zelf ga ik als laatste. Dit heb ik zo bedacht omdat ik dacht dat tegen die tijd mijn tranen wel een beetje op zouden zijn. En het werkt. Bovendien is de wil om het te doen, voor Amy, zo sterk, dat ik niets geen zenuwen heb. Ik moet dit doen, dus doe ik het. Hoewel ik erg in mezelf gekeerd ben voel ik de warme intieme sfeer die er heerst. En dat heb ik nog nooit eerder bij een begrafenis gevoeld. Als het dan toch moet, laat het dan zo mooi mogelijk zijn, nou dat lukt.... Dan komt het moment dat Stephan en ik het mandje moeten gaan sluiten. Nog een keer kijken, nog een kusje, of zal ik haar er uit pakken en heel hard met haar wegrennen? Nee, het mandje gaat dicht...
De stoet met auto's naar Assel is indrukwekkend, maar dit krijgen wij aan de voorkant niet zo mee. We zijn meer bezig met het bijeen houden van de stoet. Maar eenmaal in het bos aangekomen en vervolgens over de hei besef ik wel weer hoe mooi ook dit stukje is. Ik had me niet eens gerealiseerd dat we zo zouden rijden.
Op Assel staan Sylvia en Anita te wachten met de witte ballonnen en de sterretjes. Als wij als laatste uitstappen en met het mandje tussen ons in voorop gaan lopen, voel ik me echt in een film beland. Ik heb de hoofdrol, maar het is wel een tranentrekker zeg!
Het afsteken van de sterretjes verloopt voor mijn gevoel wat rommelig, maar als al die ballonnen de lucht in gaan, wauw, wat een mooi gezicht.
En dan neemt iedereen afscheid van mijn kindje. Verdrietige mensen lopen nog een keer langs het mandje met mijn dochtertje er in. Ik sta er naar te kijken, maar het ziet er zo surrealistisch uit, gebeurt dit nou echt? De meiden gaan als laatste, zij hebben bloemblaadjes over het grafje gestrooid, het ziet er meteen liever en vriendelijker uit. Ik zie ze, mijn vriendinnen, en op Alice na, heb ik geen idee hoe ze dit allemaal beleefd hebben de afgelopen tijd. We staan elkaar altijd zo na, maar nu zijn ze bijna onbereikbaar voor me. Hoe voelt dat, als je vriendin een kindje verliest en je moet naar zo'n begrafenis? Het lijkt me afschuwelijk, ik hoop het nooit mee te maken...Zij kunnen dat in elk geval met elkaar delen, ik voel me een buitenstaander.
En dan laten we het mandje zakken. Eerder in de week dacht ik dat ik dit niet zou kunnen, dat ik ter aarde zou storten of zo. Nu voel ik zelfs bijna niets eigenlijk. Er komt geen traan. Dit is te erg, te veel, te pijnlijk, en dus houdt mijn gevoel er voorlopig even mee op. Leeg lopen we uiteindelijk terug naar de auto, leeg, helemaal leeg van binnen. Iedereen is dan al weg, wat ik wel jammer vind, ik had wel willen groeten, willen bedanken op zijn minst. Later wijst Marleen mij er op dat het wel meer dan vijftig mensen waren en dat dat misschien wel een beetje veel geweest zou zijn. Dat is zo.
Het groepje mensen dat er in Nijmegen was gaat nog mee naar huis, dat is prettig.
Vrij plotseling gaat iedereen snel achter elkaar weg. Ineens is het leeg en stil in huis. En dan val ik. Heel diep en heel hard. Iedereen is naar huis, iedereen gaat weer verder met zijn leventje en ik zit hier met mijn verdriet. Wat mooi deze dag? Wat mooi plekje in het bos?
Het is godverdomme ineens donker en koud, en mijn baby ligt in het bos, en meer is het niet. En hoe moet ik in godsnaam daarmee leven en ooit weer onbezorgd zijn en vrolijk?
Een baby hoort bij haar moeder te zijn, en niet in de aarde te liggen. Was ik maar dood, dan was ik bij Amy, ik meen het echt, ik wil niet meer, ik wil alleen maar mijn baby terug.
Maar de realiteit roept alweer, geen tijd om in verdriet te verdrinken. Ik heb nog een baby en die ligt hier in het ziekenhuis, en heeft vandaag ook nog geen moeder om haar heen gehad. Ik stap in de auto vanuit verplichting en schuldgevoel, niet vanuit verlangen.
Een half uurtje later zit ik met Liz op schoot te kangeroeen. Het is toevallig die avond erg hectisch op de couveuseafdeling, iedereen rent maar rond en loopt zenuwachtig te doen, er brandt fel licht en er is geen tijd voor ons. Jezus, wat een sukkels hier en wat een sooitje. Wij zijn gewend aan de rust van de I.C., veel ziekere kinderen en daar was het nooit zo'n gestresste sfeer. Bovendien zijn wij gewend aan priveverpleegkundigen die er alleen voor onze kinderen waren, dag en nacht, en meerdere malen per dag gesprek met de artsen. Ze vinden het heel vervelend, vragen om begrip, maar ik voel me niet echt in staat om rekening te houden met andere mensen. Dat het eigenlijk natuurlijk alleen maar een goed teken is dat Liz niet constante aandacht van artsen meer nodig heeft, vind ik niet interessant. Ik irriteer me mateloos. En dan vertrekken we naar huis en kan er een einde komen aan de langste dag van mijn leven.
Op oudejaarsdag is het zover; Liz mag mee naar huis!
De dag ervoor was ik echt opgewonden, maar als we in de auto zitten om haar te gaan halen, valt het verdriet weer als een deken over me heen. Dit is het dan, er is nu echt geen ontkomen meer aan. Tot nu toe bleef het een onwezenlijke situatie; een baby in het bos en een baby in het ziekenhuis, thuis kon je nog even doen alsof alles normaal was, gewoon met zijn viertjes. Maar vanaf vandaag zijn we thuis met zijn vijfen. Het had met zijn zessen moeten zijn godverdomme. Dat ene bedje verzuipt in die babykamer...
Eenmaal bij Liz ebt dit gevoel wel weer een beetje weg, ik ben blij dat we haar mee mogen nemen. Ik ga met haar op de bank of in bed en laat haar voorlopig niet meer los, dat weet ik zeker! Maar als ik met haar het huis binnen stap voel ik opeens een hele sterke drang om haar in de babykamer te leggen. De aanwezigheid van Amy is nog heel sterk te voelen in die kamer en ik wil dat Liz daar een poosje alleen ligt. Alleen met haar tweelingzus, zonder ons. Dat moet, het is belangrijk om te zo te doen. Gelukkig neemt Stephan dit zonder verder vragen te stellen van me aan.
Ruim een uur laten we haar daar liggen. Ze ligt wat rond te kijken, af en toe vallen haar oogjes dicht, maar ze is heel rustig, gaat niet huilen.
Dan ga ik haar halen en neem haar lekker bij me. Ons nieuwe leven met drie dochters en een engeltje kan gaan beginnen. Ongetwijfeld nog met veel vallen en opstaan, maar uiteindelijk zullen we het wel gaan redden.

Schrijf
je in ons gastenboek? 
Lees
je ons gastenboek?

Terug naar TweelingEngeltjes.