Nicolaas Lubek 1796 – 18??

Nicolaas Lubek is the father of the mother of the father of the father of my mother. He is the father-in-law of the grandfather of my grandfather. He is the son of one of my mothers great great great grandmother, and therefore one of my sixteen great great greatgrandfathers.

1796 - 1821

Birth record

The Republic of the seven Netherlands Provinces found itself in turmoil at the end of the eighteenth century with bad situations in political, social and economic areas. Most of large the cities were in decline, unemployment was high, poverty and hunger were rampant. In these horrid cities, the lack of hygiene brought on epidemics, many people fell victim to typhus, cholera, and influenza - the death toll was staggering. The livestock population had also been considerably reduced by three plagues that lead to food shortages and the population deteriorated more and more. This depressing situation provided a good breeding ground for insurrection and rebellion.

The years between 1780 and 1790 included a chain of insurrections against the government and lead to an outcry for more democracy. So-called 'free corps' captured power throughout the cities and the whole country. In the winter of 1794-1795, French troops marched into the Netherlands to regain control. The people of the Netherlands were divided between the 'Royalists' and the 'Revolutionaries' who were supported by the French. Finally, the 'Revolutionaries' assumed power. The Batavian Republic was founded January 19, 1795, a day after William V of Orange fled to England.

Monday January 11 1796, eleven months after the French incursion, in the second year of the Batavian Republic, Nicolaas was baptised in a catholic church, "the wharf" in Rotterdam.

11     Baptus est Nicolaus filius et
Catharina Lubek, susc Joannes Fredericus Lubek
et Anna Margarita Kooremans

11     Baptized is Nicolaus, son of ..............and
Catharina Lubek, witnesses are Joannes Fredericus Lubek
and Anna Margarita Kooremans

De geboortedatum van Nicolaas is zeer waarschijnlijk niet meer te achterhalen. De Burgerlijke Stand zou pas 15 jaar na zijn geboorte worden ingesteld door de bezettingsmacht Frankrijk en een ander geboorteregister werd niet bijgehouden. Zondag 10 of maandag 11 januari 1796 (doopdatum) kan als meest waarschijnlijke geboortedatum aanhouden worden. Op Zondagen werd ook gedoopt en gebruik was om kinderen zo snel mogelijk na de geboorte te laten dopen gezien het hoge percentage kindersterfte. (Het bevolkingsregister Delft vermeldt trouwens meer dan zestig jaar later dat de geboortedatum 10 januari is.)

Een akelige leegte is er te zien in het doopregister op de plek waar de doop van Nicolaas is geregistreerd: zowel de naam van zijn vader als de afkorting Leg (Legitimus= wettig) ontbreekt. De moeder van Nicolaas is kennelijk ongehuwd en haar kind lijkt daarmee dus ‘onwettig’. De ongetwijfeld beschamende afkorting voor onwettig (illeg) wordt in het geval van Nicolaas niet gebruikt, hoewel dat bij sommige andere dopelingen wel voorkomt. De naam van de vader of van de man die het kind wettigt na de moeder te trouwen kan op die manier later worden ingevuld. Nicolaas is niet het enige onwettige kind: van de 180 katholiek gedoopte kinderen in Rotterdam in 1796 ontbreekt van 22 dopelingen de naam van de vader en de afkorting ‘Leg’, dat is zo’n 7,5 procent.

We kunnen iets meer te weten over de omstandigheden rond de geboorte van Nicolaas: Vanaf 1777 verschijnt er jaarlijks in Rotterdam een maandelijkse naamlyst met daarin de namen van degenen die gehuwd zijn, de namen der overledenen, een overzicht van doodsoorzaken, een lijst der verkoopingen en verhandelingen ‘in Vaerzen en Prosa’. De uitgever schrijft elke maand een sfeergedicht. Het vers van de geboortemaand van Nicolaas vertelt iets over de (weers)omstandigheden rond zijn geboorte:

De Louwmaand, steets gewoon een Sneeuwparuik te dragen
En ‘t glinstrend Yskristal te spreiden op den Vloed,
Schonk, ditmaal, ons een reeks van aangename dagen.
Geen Grijsaard zogt zijn troost bij kool, of Veenzongloed
De barende natuur vertoond ons reeds haar kragten;
Het rundervoedend gras doet ons zijn topjes zien.
Zoo kan Natuur ‘t geweld van ‘t guure noord’ verzagten,
En aan den Sterveling, voor Winter, Lenten biên.
Werd dus een kalme Vrede ons ook eerlang gegeven!
Mogt voor het winterweer, van ‘t woedend krijgsgeweld,
Eerlang een lentetijd, van zalige eendragt leven!
Dan zag Europa draa haar malsche rust hersteld.

  Gerrit Manheer 1796

Een zachte januarimaand dus. (Vanaf half februari tot ver in maart 1796 zou de winter flink toeslaan!) In de laatste vier regels zien we een verwijzing naar de gespannen politieke situatie.

 

Loobe - Lubek - Lobé

Nicolaas krijgt zijn moeders naam: Lubek. De doopgetuigen zijn de ouders van Catherina: haar vader Fredericus Lubek en haar moeder Anna Margarita Kooremans.
Catharina en haar ouders kunnen we op deze website in de kwartierstaat al tegengekomen, maar dan anders genoemd. Moeder Catharina Lubek heet in haar doopakte uit 1772 Anna Catharina Loobe; haar vaders naam is daar Frederik Loobe. En ook oma’s naam wordt anders geschreven: Anna Margareta Koorens in de doopakte van haar dochter en Anna Margarita Kooremans in de doopakte van haar kleinzoon Nicolaas.

Vergelijk deze namen ook eens met die uit de overlijdensakte (1821) van moeder Catharina: Catharina Lobé, Frederik Lobé en Margarita.

Dat er in de vorige eeuwen niet zo nauw gekeken werd met het spellen van namen is niet zo vreemd gezien het veel voorkomende analfabetisme, maar dat mensen in verschillende akten en registraties onder verschillende namen geboekt staan is minder goed te begrijpen.

Het ontbreken van een wettelijke vader maakt dat Nicolaas de Frans klinkende naam ‘Loobe’ (later geschreven als ‘Lobé’) zou moeten krijgen maar het is mogelijk dat de familie, bang om voor pro-Frans te worden aangezien, hun Frans klinkende achternaam (Lobé) tijdelijk voor de Duits klinkende naam ‘Lubek’ heeft ingeruild.

De gevolgen van deze ‘verkeerde’ doopinschrijving in 1796 werken door tot in de 21ste eeuw, zoals we later nog zullen zien.

Nicolaas is wel in Rotterdam gedoopt maar de vraag is of hij er ook geboren is. Alle andere doop-, huwelijks-, en begraafinschrijvingen van de familie Lobé zijn te vinden in Delfshaven. Mogelijk is voor de doop uitgeweken naar Rotterdam vanwege de ongehuwde staat van Catharina.

Zij trouwt in november 1789, Nicolaas is drie jaar oud, in Delfshaven met Krijn van Harten (geboren 10 mei 1778). Krijn is van huis uit gereformeerd (in die tijd betekende dat nederlands hervormd), Catharina rooms-katholiek. Kennelijk is dat geen probleem; men zal wel blij zijn geweest dat de ongehuwde moeder aan de man is. Er is dus geen aantekening gemaakt in het doopregister van Nicolaas dat zijn stiefvader hem erkent als wettig kind. Bij andere dopelingen gebeurde dat wel onder vermelding van ATT ( Attestatie).
Aan het geloofsverschil kan het niet liggen: In het huwelijk tussen Krijn en Catharina worden tenminste nog drie kinderen geboren die katholiek gedoopt worden in Delfshaven.

Deze halfzussen en halfbroer van Nicolaas zijn:

14 mei 1799           Adriana Elisabeth van Harten
26 oktober 1801   Johannes Frederik van Harten
26 juni 1803            Anna Maria van Harten
4 oktober 1810      Quirinus van Harten

De zes maanden tussen de huwelijksdatum en de geboorte van Adriana Elisabeth laat zien dat dit huwelijk een moetje was.
Catharina overlijdt 17 maart 1821 in Delfshaven, Krijn van Harten overlijdt in Semarang, Nederlands Indië.

Nicolaas verschijnt in beeld op het moment dat hij ingeschreven wordt als burger van de stad Delft. Op 29 oktober 1816, hij is dan twintig jaar oud, wordt hem ‘admissie van inwoning binnen deese stad’ verleend.  

huwelijk

‘In het jaar een duizend acht honderd een en twintig den zevenden der maand November des middags ten twaalf uuren, heeft Mr Pieter de L’Espaul, Burgemeester, als ambtenaar van den Burgerlijken staat der gemeente van Delft Nicolaas Lubek en Catharina Rotteveen afgevraagd, of zij elkander voor man en vrouw wilden erkennen; waarop door elk van hen toestemmend zijnde geantwoord’.

Catharina Rotteveen is dan 27 jaar, ‘van beroep winkelierster, geboren en wonende te Delft'.
In het patentregister van 1821 staat Catharina inderdaad vermeld als winkelierster, hebbende een ‘kraam met waren van het tweede soort’. Haar ouders zijn al overleden. Zij trouwt Nicolaas Lubek, ‘25 jaar, koetsier, geboren te Rotterdam, en wonende alhier’, en als koetsier in dienst van wethouder Mr. Hendrik van Berkel, koopman en wethouder te Delft.

Gemeld wordt dat hoezeer de naam van zijn moeder in haar overlijdensakte (Lobé) verschillend is dan die in zijn geboorte-akte (Lubek), “echter daar door dezelfde persoon en genoemde zijne moeder bedoeld moest zijnde”.

Elke man had de wettelijke plicht voor zijn huwelijk een certificaat van de Nationale Militie te overhandigen waaruit moest blijken dat hij voldaan had aan de dienstplicht of was uitgeloot. Het certificaat van Nicolaas laat zien dat hem ‘bij de loting, is ten deele gevallen het nummer 26., hetwelk tot heden niet opgeroepen zijnde, hem tot geenen dienst verpligt.’ Uitgeloot dus.

Hoewel er van Nicolaas tot op heden geen foto bekend is hebben we toch, dank zij het certificaat van de Nationale Militie, een signalement:

    Lengte
     
    Aangezigt:
    Voorhoofd
    Oogen
    Neus
    Mond
    Kin
    Haar          en
    Wenkbraauwen
    Merkbare teekenen
    Handtekening
1 El. 6 Palm. 2 duim. 2 streep
(162,2 cm)
ovaal
rond
blaauw
ord. (ordinair=gewoon)
groot
rond
 
bruin
---
kan niet schrijven

Overigens is de huwelijksakte het laatste document waar zijn voornaam als ‘Nicolaus’ wordt geschreven. In alle latere documenten die ik heb gevonden staat ‘Nicolaas’. Die spellingswijze heb ik aangehouden.

 

1822-1836

 

‘als hebbende zulks nimmer geleerd’

Voor Jacobus Vernée, openbaar notaris resideerende te Delft, en de getuigen Laurent van der Pant Arij de Staak, Jacobus van Schie en Jacobus van Toornburg, verschijnt op Vrijdag 27 september 1822 Nicolaas Lubeck, ‘dewelke heeft opgegeven zijn testaments in daagse bewoordingen.’
Nicolaas is dan 26 jaar, bijna 1 jaar getrouwd en nog steeds werkzaam als koetsier bij den Heer Mr. Hendrik van Berkel te Delft. Catharina is zo’n 7 maanden zwanger van haar eerste kind.
Nicolaas Lubeck benoemt tot zijn ‘eenige en algeheele erfgename zijne huisvrouw Catharina Rotteveel ….’ Nicolaas en Catharina wonen in wijk 3 No 292, dat is vandaag de dag een huis aan de Brabantse turfmarkt.

Notaris en getuigen ondertekenen de akte, maar Nicolaas niet. Hij “verklaard niet te kunnen kruisen of tekenen als hebbende zulks nimmer geleerd.”
Ook zijn huwelijksakte heeft hij niet getekend. Het zal pas in 1831 zijn dat voor het eerst, op de geboorte-akte van een van zijn kinderen, zijn handtekening onder een document zichtbaar is, wat nog niet wil zeggen dat Nicolaas kan lezen of schrijven. Het zal pas in 1831 zijn dat voor het eerst, op de geboorte-akte van een van zijn kinderen, zijn handtekening onder een document zichtbaar is, wat nog niet wil zeggen dat Nicolaas kan lezen of schrijven.

Catharina laat op dezelfde dag een soortgelijk testament opmaken waarin zij Nicolaas tot haar enige en algehele erfgenaam benoemt.
Een huwelijk en een kind op komst kan reden genoeg zijn voor het laten opmaken van testamenten, maar in het geval van Nicolaas is er zeker nog een derde reden: het hebben van (na te laten) bezit.
Nicolaas koopt op 24 july 1822, tussen huwelijk en testament in, een schuur en erf aan den Nieuwen Langen Dijk met uitgang naar de Trompetstraat samen 3 Roeden groot (42 m2).

In 1824 heeft Nicolaas een geschil met zijn buurman Willem Boon over aanspraak op het stuk grond tussen beide huizen. Beiden wenden zich tot Burgemeester en Wethouders:

Op 7 september 1824 ontvangen Burgermeester en Wethouderen een Request van Nicolaas waarin hij vraagt dat de grond ‘aan hem worde afgestaan, zijnde hij genegens op dezen grond een huis te doen bouwen’.
De andere gegadigde, zijn buurman Willem Boon, doet eenzelfde verzoek aan B&W, maar doet geen toezegging om een huis te laten bouwen.
Burgemeester en Wethouderen vragen de Commissie van Fabricage om advies en komen op 14 september met een ‘Dispionitio op de requesten van N. Lübeck en W. Boon’.

“ Is ingekomen en gelezen het berigt en advijs van derzelve Commissie (van Fabricage) op de requesten van N Lübeck en W. Boon (…), beide verzoekende den eigendom van het na te melden ledige erf. Waarop gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan aan de persoon van Nicolaas Lübeck in eigendom af te staan, zeker ledig erf aan de noordzijde van den Nieuwen Langen Dijk tussen de huizen, staande in wijk 4 nr 297 en 299 des hij gehouden en verpligt zal zijn op het voornoemde erf een huisje te doen bouwen (…), zullende hij van het te bouwen huis genieten vrijdom der stedelijken belasting op de huurwaarde der gebouwde eigendommen, gedurende den tijd van tien jaren, (…), zijnde goedgevonden en verstaan het verzoek van W. Boon te declineren en te wijzen van de hand.”

Zou het Nicolaas hebben geholpen dat hij toezegt een huis te laten bouwen of is het voldoende dat de voorzitter van de Commissie van Fabricage zijn werkgever, wethouder mr. Hendrik van Berkel, is?

Het huisje wat Nicolaas laat bouwen is op de plattegrond met nummer 855b aangegeven. Het huisje is vervangen door nieuwbouw.

 

Maria Theresia Lubek

Drie maanden na de opmaak van de testamenten, zaterdag 28 december 1822, bevalt Catharina Rotteveen op achtentwintig jarige leeftijd van haar eerste kind.
Nicolaas Lubek verklaart aan Mr Pieter de L’Espaul, Burgermeester als ambtenaar van den Burgerlijken Staat van de gemeente Delft dat ‘zijne huisvrouw des avonds ten half acht uren is bevallen in derzelvs woning wijk 4 nr 291 van’ “Een kind van het vrouwelijk geslacht hetwelk hij ons voorstelde verklarende aan hetzelve de namen Maria Theresia te geven.”

Het geboortehuis van Maria Theresia staat aan het Vrouwenregt op de hoek van de Nieuwe Langen Dijk. Nicolaas is nog steeds koetsier. Nicolaas Schilperoort, 60 jaar, portier en Willem Mul, 56 jaar, van beroep omroeper zijn de getuigen . De vader verklaart weer ‘niet te kunnen teekenen of schrijven.’ Maria Theresia wordt later de vrouw van Nicolas Gillon, de geweersmit.

 

Johannes Gerardus Lubeck

Het tweede kind van Nicolaas en Catharina wordt geboren op 25 juni 1824 in het hetzelfde huis aan het Vrouwenregt. Nicolaas Schilperoort, tuinder, 60 jaar; Willem Mul, 58 jaar, omroeper, treden weer op als getuigen. (Merk op dat Nicolaas Schilperoort in de geboorte-akten van Maria Theresia (1822) en Johannes Gerardus (1824) even oud wordt opgevoerd: 60 jaar.) Johannes Gerardus woont vanaf 1847 in Amsterdam aan de Teertuinen 137 en is gehuwd met Theresia (Tecla) Johanna Helena de Hosson (geboren op 18-12-1817 te Veendam) Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen te Amsterdam geboren: 1. Adriana Theodora Johanna geboren 21 maart 1848 2. Catherina Johanna Petronella geboren 25 februari 1850 3. Thecla Johanna Helena geboren 17 november 1852 4. Johanna Clazina Frederika 5. Thecla Johanna Helena 6. Nicolaas Fredericus Johannes geboren 29-05 1854 7. Nicolaas Theodorus Johannes geboren 28-05 1856 8. levenloos kind geboren 29-05 1855

In huis wonen ook nog Adriana van der Sluys, de moeder van Tecla en Kornelia Koper, dienstbode. Johannes Gerardus is Pomp en Blokkemaker, ook omschreven als scheepsblokkenmaker. Het gezin verhuist in 1874 naar de Prins Hendrikkade 84 en staat ingeschreven onder de naam Lobée. Elf jaar na het overlijden van zijn vrouw vertrekt Johannes Gerardus op 3 april 1900 naar Beverwijk, Zeestraat 52. Hij zal daar op 12 maart 1901 overlijden. Twee dochters, Adriana en Catharina slijten ongehuwd de rest van hun leven, tot zij in 1927 respectievelijk 1929 te Beverwijk overlijden.

 

Hendrina Geertruida Lubek 1826

Precies drie jaren oud mocht Hendrina Geertruida worden. Zij wordt geboren op 15 junij 1826 als Hendrina Geertruida Lubek en overlijdt op haar verjaardag in 1829 als Hendrina Geertruida Lubeck. Nicolaas Schilperoort, 63 jaar en tuinier en Willem Mul, 60 jaar, tapper zijn getuige bij de geboorte aangifte. Dezelfde Willem Mul en de zoon van Nicolaas Schilperoort, Johannes, hebben de droevige taak aangifte van overlijden te doen. Was Nicolaas Lubek in 1826 nog koetsier, in 1829 is hij veranderd van beroep. Hij wordt genoemd ‘veerschipper op Rotterdam.’ Catharina is bij het overlijden van haar kind hoogzwanger:

 

Geertruida 1829

Twaalf dagen later bevalt zij van een dochter die een meer gezegende leeftijd mocht halen. Geertruida, geboren op 27 junij 1829 huwt in 1855 Johannes Franciscus Bayens, instrumentmaker. Samen krijgen ze 5 kinderen. Het gezin woont in de Harmenkokslaan 9. Geertruida overlijdt als weduwe op 30 september 1915, 86 jaar oud.

 

Johanna Lubek 1831

In het jaar een duizend acht honderd een en dertig den zesden der maand augustus des middags ten twaalf ure, is voor ons Mr Cornelis Overgaauw Pennis Burgemeester als ambtenaar van den Burgerlijken staat der gemeente van Delft, verschenen Nicolaas Lubek, oud vier en dertig jaren, van beroep Veerschipper van deze stad op Rotterdam en wonende alhier, welke ons heeft verklaard, dat Catharina Rotteveen, oud vier en dertig jaren zijne huisvrouw op den zesden augustus dezes jaars achttien honderd een en dertig, des morgens ten half acht ure in het huis wijk 4 N 291, zijne woning is bevallen van een kind van het vrouwelijk geslacht hetwelk hij ons voorstelde verklarende aan hetzelve de naam JOHANNA te geven.

De gemelde verklaring is geschied in tegenwoordiging van Johannes Schilperoort oud vier en dertig jaren, houtzager en van Willem Mul, oud vijf en zestig jaren van beroep Omroeper beide wonende alhier.

En hebben de Vader en Getuigen deze acte na voorlezing nevens ons onderteekend. N LUBEK J SCHILPEROORT W MUL C OVERGAAUW PENNIS

Johanna sterft ruim negen maanden later, op 29 mei 1832.

Voor het eerst komen we de handtekening tegen van Nicolaas:

 

Johanna (2) 1833

een jaar later, 25 mei 1833, wordt weer een meisje geboren. En alsof het in 1832 gestorven kindje Johanna geen uniek persoon was wordt dit zesde kind van Catherina en Nicolaas weer Johanna genoemd. Johanna trouwt in 1855 Met Pieter Corneille Baptist de Winter, sergeant bij het eerste regiment vestingartillerie te Delft. Samen krijgen ze 8 kinderen, verhuizen in 1863 naar Den Helder en later naar Amsterdam waar Johanna op 83 jarige leeftijd overlijdt.

 

Helena Christina 1835

Op 6 juny 1835 doet Nicolaas Lubek, nog altijd veerschipper op Rotterdam, aangifte van de geboorte op 5 juny des avonds ten acht ure van zijn voorlopig jongste kind Helena Christina. Cornelis van den Dijkgraaff, 40 jaar, deurwaarder en Willem Mul, 70 jaar, omroeper van beroep, mogen getuige zijn van deze blijde gebeurtenis. Overigens wordt van de moeder vermeld dat ze 39 jaar oud is, een vergissing: ze is 41 jaar oud.
Willem Mul mag ruim veertien maanden later opnieuw ten stadhuize aangifte doen. Deze keer van het overlijden van Helena. Na dit derde jonggestorven kind blijft gezinsuitbreiding uit.

 

1837 - 1857

 

‘....en daaronder begrepen de regen-ton...’

We hebben gezien dat kort na het huwelijk van Nicolaas en Catharina het echtpaar een huiskocht aan de Nieuwen Langen Dijk. Het is niet bij dat perceel gebleven. In zijn leven kocht en verkocht Nicolaas tientallen huizen en percelen grond.

De eerste stap die ik in de wereld van het onroerend goed van Nicolaas Lubek zette, was toen ik de naam "Nicolas Gillon" vond in het nieuw notarieel archief te Delft. Nicolas Gillon, mijn betovergrootvader, werd daarin genoemd als 'verkooper van een huis en erf in wijk 4 numero 288'.
Uit de betreffende notarisakten blijkt dat Nicolas Gillon via een gemagtigde

‘na aanplakking en verspreiding van biljetten en plaatsing van advertentiën in de Delftsche Courant wil overgaan tot de openbare veiling en verkooping van een huis’.

'De Heer Isaac Scheltius, candidaat-notaris verschijnt daartoe Woensdag den achtsten April 1857, des namiddags ten zes ure, in het koffijhuis “het Gulden Vlies” te Delft voor notaris mr. Bartholomeus van Berkel om als gevolmagtigde van den heer Nicolas Gillon, na gedane aankondigingen, over te gaan tot de openbare veiling, en op Woensdag den vijftienden dezer maand, terzelfden ure en plaatse, tot de openbare verkooping bij afslag van het hierna te melden Onroerend Goed:’

‘Een Huis en Erf, staande en gelegen achter de Nieuwe Kerk en het Vrouwenregt, wijk 4 Numero 288, te Delft, belend ten noorden Philippus Lugtigheid en ten zuiden Leendert Adrianus Post, strekkende achterwaarts tegen éérstgenoemden, (...), ter grootte van Ene Roede Veertien Ellen’. “Het perceel behoort tot de algeheele gemeenschap van goederen, welke bestaat tussen Nicolas Gillon en zijne huisvrouw Mejufvrouw Maria Theresia Lubek (of Lobeé)”.

Zij werden eigenaren na de gedeeltelijke scheiding van den gemeenschappelijke boedel harer ouders Nicolaas Lubek (of Lobeé) en Catherina Rotteveel op 12 maart 1855.
Vrijdag 27 maart 1857 stond er al een advertentie in de Delftsche Courant waarin de veiling en afslag werden aangekondigd:

‘Een hecht en sterk huis’(.....) welk huis bevat een doorloopenden Gang, drie Benedenkamers, waarvan één Behangen en één met schoorsteen voorzien, Plaats met afdak en Welwaterpomp, Keuken en Zolder daarboven, Behangen en met schoorsteen voorziene Boven-Voorkamers met Alcove, Achterkamer en Zolder. De Boven-Voorkamers verhuurd voor ƒ 12,- ‘s maands’

De veiling en verkooping geschied op 16 vooraf bepaalde voorwaarden waarbij voorwaarde 1 zegt dat

“Hetzelve wordt verkocht in den staat, waarin het zich tijdens de toewijzing zal bevinden, met al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, of daartoe door eene vaste en bepaalde bestemming behoort, daaronder begrepen de regen-ton in het perceel aanwezig”.

Een andere voorwaarde is dat de kooper de Grondbelasting voor het resterende deel van het jaar betaald: vijf gulden acht en zeventig en een halve cent; de Personele belasting bedraagt een som van Negen en Twintig Gulden twee envijftig eneenhalvecent.

“De kooper zal den koopprijs moeten betalen in grofzilver nederlandsch geld”.

Getuigen zijn Arnoldus Schenk, stads-omroeper en Pieter den Hengst stads-aanplakker.

Het perceel is ingezet op achthonderd gulden, en vervolgens na verscheidene opbiedingen laatst in bod gebragt op vijftienhonderd vijf en twintig gulden door den heer Hendrik Swarttouw, sociëteit- en koffijhuishouder te Delft, aan wien het trekgeld ten bedrage van vijftien gulden vijf en twintig cents is uitgereikt.
Nicolas Gillon krijgt een hoogste bod van ƒ 1525,- door de baas van het koffij-huis waar de veiling plaatsvindt. De afslag zal een week later zijn.

Op 15 April 1857, des namiddags ten zes ure, precies een week later, verschijnen voor de zelfde notaris: Nicolaas Gillon, Isaac Scheltius als zijn gevolmagtigde, Hendrik Swarttouw als hoogste bieder, alsmede Petrus van Hulst, meester Loodgieter en Arnoldus Schenk, stadsomroeper, beiden als getuige. Er wordt overgegaan

“tot den afslag in maniere als volgt: het perceel, in afslag gesteld op Twéé Duizend vijfhonderd gulden,
en afgeslagen zijnde tot op vijftienhonderd vijftig gulden, is niet gemijnd”

Niemand wil méér bieden dan het hoogste bod tot dan toe.

“ De verkooper verklaart daarop het perceel voor de som waarop hetzelve in bod is gebragt te willen gunnen”.

Dat betekent dat Hendrik Swarttouw, als hoogste bieder de kooper is.
De sociëteit- en koffijhuishouder verklaart vervolgens dat hij als hoogste bieder op het perceel heeft gehandeld

‘voor de Kenning van den heer Nicolaas Lubek (of Lobeé), veerschipper wonende te Delft’.

Helpt Nicolaas Lubek zijn dochter en schoonzoon door het huis te kopen nadat blijkt dat niemand meer dan ƒ 1525,00 wil betalen? Moet Nicolas Gillon het huis wegens financiële problemen verkopen of is deze openbare veiling en verkooping gewoon een afgesproken familie-onderonsje? In ieder geval verkoopt Nicolas Gillon het huis terug aan zijn schoonvader. Nicolas en Maria Theresia verhuizen naar een kleiner huis aan het Raam.

 

Dood...

Nicolas Gillon en Maria Theresia Lubek werden eigenaren na de gedeeltelijke scheiding van den gemeenschappelijke boedel harer ouders Nicolaas Lubek (of Lobeé) en Catherina Rotteveel op 12 maart 1855. Dit betekent niet dat Nicolaas Lubek en zijne huisvrouw Catherina Rotteveel zijn gescheiden. De werkelijkheid is droeviger: Catharina Rotteveel, de echtgenoote van Nicolaas Lubek, de moeder van de oma van mijn opa sterft op 28 julij 1853.

Op dat moment bestaat het gezin Lubek nog uit de volgende personen:

1.Nicolaas57 jaarveerschipper op ‘s Gravenhageweduwnaar
2.Maria Theresia30 jaarzonder beroepgehuwd met Nicolas Gillon
3.Gerardus Johannes29 jaarscheepsblokmaker Amsterdamgehuwd met TH. J. H. de Hosson
4.Geertruida24 jaarzonder beroepongehuwd
5.Johanna20 jaarzonder beroepongehuwd

De omvang en waarde van de erfenis wordt op 12 maart 1855 al bepaald (de gedeeltelijke boedelscheiding) en bestaat uit:

Baten

huis en erfwijk 4 nr 243Vrouwenregtƒ 2400,00
huis en erfwijk 4 nr 288Vrouwenregtƒ 1340,00
3 huizen, erf,    
pakhuis en poort wijk 4 nrs 297 a-dNieuwe Langendijkƒ 1200,00
huis en erfwijk 4 nr 298Nieuwe Langendijkƒ 600,00
huis en erf (3 woningen)wijk 4 nr 336Oostvestƒ 500,00
huis en erfwijk 2 nr 526zuidzijde Harmencoxlaanƒ 300,00
huis en erfwijk 2 nr 476noordzijde Harmencoxlaanƒ 300,00
open erfwijk 4noordzijde Trompetstraatƒ 50,00
schuldbekentenis  ƒ 1200,00
onderhandsche schuldbekentenis  ƒ 2000,00
inboedel  ƒ 140,00
afbetaalde obligatie R.K. armenhuis Delft  ƒ 2000,00
Totaal  ƒ12030,00

Lasten

hypotheekschuld  ƒ 2800,00

Resultaat

Batig saldo  ƒ 9230,00

De nalatenschap wordt verdeeld op 8 augustus 1855 (finale scheiding der boedel) nadat Maria Theresia op 12 maart 1855 het huis aan het Vrouwenregt alvast wel vooruit gekregen had. Er wordt dus twee jaren gewacht alvorens de erfenis verdeeld wordt

Er is gewacht op de meerderjarigheid, toen op 25-jarige leeftijd van de twee jongste kinderen, Geertruida (24) en Johanna (20).
Op 14 februari 1855 trouwt Geertruida met johannes Franciscus Bayens, instrumentmaker.
Johanna trouwt op 13 juni 1855 met Pieter Corneile Baptist de winter, sergeant bij het eerste regiment Vestingartillerie te Delft.
zij is dan nog steeds niet meerderjarig en dus wordt voor haar een verklaring van meerderjarigheid aangevraagd, Venia aetatis.

Deze levensbeschrijving wordt binnenkort voltooid